Uitvoering van de motie van de leden Van der Velde en Wilders over onderzoeken of er 1,6 miljoen aan Opera Zuid kan worden toegekend uit het Fonds Podiumkunsten (Kamerstuk 32820-551)
Brontekst
Versie 3272165767a915a3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 820Nieuwe visie cultuurbeleidNr. 559 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 november 2025Met deze brief geef ik uitvoering aan de motie-Van der Velde/Wilders,waarin de regering wordt opgeroepen te onderzoeken of er ca.€ 1,6 miljoen aan Opera Zuid kan worden toegekend uit de beschikbaremiddelen bij het Fonds Podiumkunsten.1 Ik ben bekend met het verzoekvan Opera Zuid om een hoger subsidiebedrag te ontvangen. Ook zie ik datde activiteiten van Opera Zuid zeer gewaardeerd worden.De instelling heeft voor het jaar 2025, naast de toegekende subsidie vanuitde basisinfrastructuur, reeds aanvullende incidentele financieringontvangen van onder meer lokale overheden en private partijen. Erresteren nog drie jaar in de lopende subsidieperiode. Om de motie uit tevoeren heb ik daarom onderzocht of een totaalbedrag van € 4,8 miljoen(€ 1,6 miljoen per jaar voor drie jaar) bij het Fonds Podiumkunstenbeschikbaar is.Allereerst wijs ik er op dat de besluitvorming over subsidies aan instel-lingen in de culturele basisinfrastructuur en de rijkcultuurfondsen totstand is gekomen na een zorgvuldig proces, op basis van onafhankelijkeadviezen van de Raad voor Cultuur. Zowel de functies en subsidieplafondsals de uiteindelijke besluiten zijn voorafgaand aan de subsidieperiode2025–2028 uitvoerig met uw Kamer besproken. De beschikbare middelenzijn verdeeld en de subsidies zijn toegekend aan de instellingen in debasisinfrastructuur en de zes Rijkscultuurfondsen, die daar op hun beurteen breed palet aan organisaties en initiatieven mee ondersteunen.Tijdens een lopende periode ingrijpen gaat in tegen het proces waarin opzorgvuldige wijze en in onderlinge samenhang beslissingen wordengenomen.Voorts geldt dat het Fonds Podiumkunsten een zelfstandig bestuurs-orgaan is dat voor de periode 2025–2028 meerjarige subsidie ontvangt1Kamerstukken II 2025/26, 32 820, nr. 551. kst-32820-559ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5591 van OCW. Hiermee voert het fonds subsidieregelingen uit die vernieuwingen doorstroom in de podiumkunsten stimuleren. Verlaging van de reedstoegekende subsidie aan het fonds ten gunste van Opera Zuid zou tenkoste gaan van deze opdracht en daarmee van andere culturele organi-saties en makers. Dit vind ik geen wenselijke uitkomst. Daarbij zijn demogelijkheden hiervoor beperkt en kennen zij juridische consequenties.Verder kent het fonds bestemmingsreserves die het fonds aanhoudt doorhet fondsbestuur geoormerkt voor specifieke doeleinden, zoals toekom-stige regelingen of het afdekken van voorziene risico’s. Deze middelen zijnnodig voor het doel waarvoor zij zijn bestemd en er is hier geen sprakevan vrijval.Ik concludeer dat het gevraagde bedrag van € 4,8 miljoen voor OperaZuid niet gevonden kan worden in beschikbare middelen bij het FPK. Voorde huidige subsidieperiode heeft de instelling in kwestie een begrotingingediend die passend is bij het toegekende subsidiebedrag. Dezebegroting is goedgekeurd door mijn ambtsvoorganger. Ik ga er dan ookvan uit dat de instelling deze subsidieperiode haar activiteiten uitvoert opbasis van deze begroting.In het debat met uw Kamer werd verwezen naar een motie uit 2011.2 Indeze motie werd de regering opgeroepen € 1 miljoen per jaar tebestemmen voor een operafunctie in de regio zuid. De motie riep op dezemiddelen te reserveren uit het budget van het Fonds Podiumkunsten. Hetverschil met de onderhavige situatie is dat de toenmalige subsidieperiodenog niet van start was gegaan en de subsidies dus nog niet warenbeschikt. Hierin verschilt deze motie met de nu ingediende motie, want desubsidies zijn nu reeds toegekend en daarmee zijn juridische verplich-tingen aangegaan voor de lopende subsidieperiode.Het tweede deel van het dictum verzoekt de regering om bij de eerstvol-gende herverdeling van de bis-middelen het subsidiebedrag voor deoperafunctie in regio Zuid aan te passen, zodat dit in verhouding staat totde omvang van de functie. Ik zal dit verzoek betrekken bij het verdereontwerp van de subsidieperiode vanaf 2029.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,G. Moes2Kamerstukken II 2010/11, 32 820, nr. 13.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5592
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.