KamerkringInloggen
Gouke Moes

Officieel Kamerprofiel

Gouke Moes

16debatten
481bijdragen
0interrupties
44.981woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
12 feb 2026 · Kamerstuk

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (36800-VIII) antwoord 1e termijn + rest

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dank u wel, voorzitter. We hebben gisteren een mooie eerste termijn gezien. Dank aan alle Kamerleden voor hun inbreng. Mevrouw Biekman, nogmaals van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech, die inspirerend was en die voor mij herkenbare elementen bevatte. Verder heb ik een interessante filosofische beschouwing gehoord van de heer Van Duijvenvoorde. Ik heb zelfs een Bijbels citaat gekregen van de heer Stoffer; ik ben toch blij dat het niet Spreuken 23, vers 13 was. De staatssecretaris en ik hebben de vragen natuurlijk al schriftelijk beantwoord, maar we willen graag ook mondeling ingaan op de verschillende thema's die wij gisteren in deze Kamer hebben gehoord. Aan het einde van mijn spreektekst zal ik de op mijn terrein ingediende amendementen appreciëren. Mijn tijd als minister zit er bijna op. Ik ben trots en dankbaar dat ik, zij het voor korte tijd, deze rol mocht vervullen. In de afgelopen maanden heb ik veel gesprekken gevoerd met studenten, docenten, praktijkopleiders en onderzoekers in het mbo, het hbo, het wo en in de wetenschap. Daarbij vielen mij steeds hun tomeloze inzet en hun professionaliteit op. Nederland heeft een sterk en toegankelijk stelsel van vervolgonderwijs en onderzoek. Dat is van grote waarde voor mensen, voor regio's en ook voor onze economie, maar dat stelsel staat onder druk. Ik noem twee ontwikkelingen die ons dwingen tot scherpe keuzes. Na jaren van groei dalen de studentenaantallen in het mbo, het hbo en het wo, met grote regionale verschillen. Daardoor dreigen het onderwijsaanbod en de leefbaarheid in de regio aan kracht te verliezen. Tegelijkertijd is er een tekort aan goede vakmensen; dat is de tweede ontwikkeling. Juist in sectoren die maatschappelijk en economisch cruciaal zijn, komen we talent op de arbeidsmarkt tekort: in de zorg, in het onderwijs, in de techniek. Het volgende kabinet moet daarom keuzes maken. Ik geef daarvoor vandaag, mede als reactie op uw inbreng, vier prioriteiten mee. Ten eerste moeten onderwijs en onderzoek zich sterker richten op wat de samenleving nodig heeft, zodat regio's vitaal blijven en onze economie sterk. Daarom ben ik het eens met mevrouw Rajkowski en mevrouw Van der Plas: er is in opleidingen en onderzoek meer focus nodig op maatschappelijke opgaven, tekortsectoren en concurrentiekracht. Het is noodzakelijk om meer studenten op te leiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst, bijvoorbeeld in de techniek, de veiligheid, de woningbouw en de zorg. Ik vind het van belang dat de Nederlandse samenleving hier boven het individuele belang van onderwijsinstellingen hoort te staan. Als dat niet vanzelf gaat, zijn meer regie en bijsturen vanuit de politiek nodig. Dat kan onder andere door het maken van goede afspraken tussen overheid, werkgevers en onderwijsinstellingen, bijvoorbeeld over betere voorlichting, goede stageplekken, salarissen en sturing op het aantal opleidingsplaatsen. Ook is het van belang dat studenten die van buiten Nederland komen, na hun afstuderen in Nederland kunnen en willen blijven, zodat zij een blijvende bijdrage aan onze maatschappij kunnen leveren, daar echt onderdeel van gaan worden en echt mee kunnen draaien in Nederland. Mevrouw Raijer en meneer Boomsma benadrukken het belang van de Nederlandse taal hierbij. Dat ben ik helemaal met hen eens. Het Nederlands moet niet alleen onze voertaal zijn, maar juist ook de academische taal. Dat maakt de universiteit geworteld, toegankelijk en van grotere toegevoegde waarde voor de Nederlandse samenleving, taal en cultuur. Ten tweede moet onderwijs gericht zijn op de praktijk. Juist het mbo-talent is hard nodig in Nederland. Ik zie dat de waardering voor praktisch georiënteerde mensen in de samenleving steeds groter wordt. Dat is terecht. Veel Kamerleden, zoals meneer Ergin, mevrouw Armut, mevrouw Tseggai, mevrouw Van der Plas, mevrouw Rajkowski en mevrouw Biekman hameren dan ook terecht op het belang van het mbo. Maar er blijft inspanning nodig voor een gelijkwaardige positie van het mbo en de mbo-studenten. In de brief die ik uw Kamer een paar maanden geleden heb gestuurd, staat uitgewerkt wat de financiële verschillen zijn. Het gelijktrekken van de studiefinanciering voor mbo-studenten bijvoorbeeld kost ongeveer 400 miljoen. Dat bedrag heeft het huidige kabinet niet beschikbaar, maar ik heb hier gisteren bedragen gehoord van 1 miljard tot 1,5 miljard die het nieuwe kabinet gaat investeren in het onderwijs. Ik hoop van harte dat een nieuw kabinet de daad bij het woord voegt als het gaat om waardering en gelijkheid voor het mbo. Net als mevrouw Tseggai en meneer Ergin maak ik me zorgen over de beperkte voortgang op de doelen van het Stagepact. Het lukt nog onvoldoende om stagediscriminatie tegen te gaan en de begeleiding van studenten te verbeteren. Dit is onacceptabel. Ik ben met alle partners in gesprek om het actieplan aan te scherpen. We zorgen ervoor dat studenten meldpunten voor discriminatie beter kunnen vinden. We spreken alle besturen aan op hun verantwoordelijkheid als het gaat over goede stagebegeleiding. Ik ben heel blij met de stappen die ik heb kunnen zetten om de wettelijke stagevergoeding te regelen. Na een jarenlange discussie ligt de bal voor de wettelijke stagevergoeding op de stip. Het nieuwe kabinet kan met dit werk verder en de bal nu inschieten. Het is mooi om te zien dat dit ook is overgenomen in het nieuwe coalitieakkoord. De derde prioriteit is stabiliteit. Ons stelsel moet stabieler worden, zodat dalende studentenaantallen in het mbo en hbo niet leiden tot het verdwijnen van belangrijke opleidingen, vooral in krimpregio's. Mevrouw Van der Plas, mevrouw Armut en mevrouw Straatman vroegen wat ik doe om het opleidingsaanbod in deze regio's in stand te houden. Voor het mbo en hbo is hiervoor 180 miljoen beschikbaar voor de korte termijn. Tegelijkertijd werk ik voor de langere termijn aan een bekostiging die meer rust en stabiliteit geeft en die juist die mbo-instellingen in de regio meer financiële ruimte geeft. Het vraagt om een wetswijziging, die in 2029 in moet gaan. Maar stabiliteit gaat niet alleen over geld. Scholen zijn geen bedrijven. In plaats van elkaar te beconcurreren op leerlingenaantallen en studentenaantallen moeten onderwijs en kennisinstellingen met elkaar gaan zorgen voor goed onderwijs en onderzoek. Dat vraagt ook iets van de overheid, namelijk minder nadruk op details, maar meer sturing en verantwoording op hoofdlijnen. Mevrouw Raijer vroeg in haar bijdrage hier ook terecht aandacht voor. Zo kunnen we rust bieden voor instellingen en ruimte aan de docent en de onderzoeker, want zij maken dagelijks het verschil.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Zoals ik al zei aan het begin van mijn tekst, voorzitter: in principe hebben we de vragen op detailniveau schriftelijk beantwoord en ga ik op de thema's in die ik gisteren hier heb gehoord. Aan het einde van mijn tekst geef ik mijn appreciatie van de amendementen.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dat is echt afhankelijk van hoe snel mijn opvolger en het nieuwe kabinet tot die keuzes komen. Ik heb — dat heb ik ook toegezegd aan uw Kamer, mede dankzij moties van mevrouw Beckerman — een verkenning gedaan waarin ik heb gekeken op welke manier je dit in een wet zou kunnen vatten. Je hebt verschillende routes. Je hebt verschillende wetten die zich daar eventueel een beetje voor lenen. Er zijn ook keuzes aan verbonden. De ene wet past dan beter dan de andere. Moet je het met arbeidsrecht doen of met de Wet op het hoger onderwijs? We hebben verschillende wetten. Hierin zijn nou eenmaal in de praktijk keuzes te maken om te bepalen hoe dat eruit moet gaan zien. Ik heb die verkenning gedaan. Die ligt in principe klaar. Mijn opvolger kan eigenlijk gewoon een keuze maken en dan kun je de route naar een wetswijziging verder doorlopen. Dat zal een vergelijkbare tijd kosten als in reguliere gevallen bij een wetswijziging.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Voordat zo'n wet daadwerkelijk van kracht is, ben je algauw verder dan een jaar. Tegelijkertijd hebben we echt een goede verkenning gedaan naar de vraag welke wetten zich hiervoor lenen. We hebben ook verkend of het dan wettelijk zou moeten of we het ook op een andere manier afdwingbaar zouden kunnen maken. We hebben daar echt goed naar gekeken. In principe zou ik nu al zo ver kunnen zijn dat ik zeg "die richting zou het op kunnen gaan en we kunnen ermee verder", maar ik heb toch gedacht, aangezien ik nog maar een weekje heb als minister en ik dit ook in het nieuwe coalitieakkoord heb zien staan: dit komt goed, en de definitieve keuze voor de verdere richting is aan mijn opvolger. Als hier dan enigszins een beleidsprioriteit op ligt bij het ministerie, denk ik dat het met een jaar of twee ook daadwerkelijk in gang gezet kan worden en het vanaf dat moment geldt. Tot die tijd roep ik scholen, instellingen en werkgevers op om proactief aan de gang te gaan met die stagevergoeding, want het is niet meer dan netjes om dat gewoon keurig te regelen.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Ik wil daar best een keer een kop koffie over drinken na mijn ambtstermijn, maar ik vind het niet netjes om over mijn graf heen te regeren. Daar wil ik me dus toch van onthouden.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Op dat detailniveau heb ik niet zo snel een antwoord paraat. Dat is in grote mate natuurlijk ook afhankelijk van de instellingen zelf. In de eerste plaats zijn zij er zelf verantwoordelijk voor om daarin keuzes te maken en een afweging te maken. Dat past ook bij de manier waarop we het stelsel hebben ingericht. Ik vind het aan de ene kant niet passend dat instellingen altijd direct naar de overheid kijken om alle problemen op te lossen. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn: we zien dat dit een structureel probleem is dat niet van tijdelijke aard is. Het gaat vooral om de disbalans tussen de regio's: de ene regio heeft structureel te maken met krimp, maar bij de andere regio is dat juist niet het geval en is er groei zichtbaar. Dat is de reden waarom we zeggen dat we werken aan een stelselwijziging om de financieringsstructuur aan te passen, zodat het opleidingsaanbod in de regio toegankelijk blijft en je overal in Nederland nabij onderwijs hebt voor belangrijke opleidingen.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Natuurlijk willen we dat inzicht graag op detailniveau hebben, maar de realiteit is dat het, gelet op de manier waarop ons onderwijs wordt gefinancierd, heel lastig is, omdat er meerdere factoren tegelijkertijd spelen. Dit kabinet heeft ook bezuinigingen doorgevoerd. Die raken in principe ook de instellingen die ondertussen wel geld krijgen ter compensatie van krimp. Dat verhoudt zich op enige manier tot elkaar, maar het is niet zo gemakkelijk als een knopje waaraan je kunt draaien of een schuifje dat je omhoog of omlaag kunt zetten. Dat mengpaneel hebben wij gewoon niet ter beschikking, juist omdat de instellingen zelf gaan over hoe ze het precies vormgeven. Ze gaan ook zelf over de keuze welke opleidingen zij waar overeind houden. Ik heb, geloof ik, gisteren van JA21 gehoord dat kleine opleidingen, zoals Frans en Duits, verdwijnen omdat ze kleiner zijn. Daar worden keuzes in gemaakt, maar die zijn niet altijd een-op-een te vertalen naar krimp. Die vertaalslag is niet zo makkelijk te maken.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dit is exact het punt dat we hiermee proberen te ondervangen. Daarom hebben we tijdelijke middelen beschikbaar gesteld om deze periode te overbruggen, totdat het nieuwe financieringsstelsel wordt ingevoerd. Daar is dat geld voor bedoeld. We zien het probleem nu al, maar de stelselwijziging kost tijd. Dat kost nog ongeveer twee jaar. Tot die tijd hebben we dus die financiering om tegemoet te komen aan de instellingen en hen te helpen het verdwijnen van opleidingen te vertragen tot dat moment, zodat er tijd is om daar een nieuw stelsel tegenover te zetten. Dat is dus heel goed samengevat. Dat is ook precies de motivatie van het kabinet om daarmee aan de slag te gaan.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Ik was toe aan het vierde, en laatste, thema dat ik wilde benoemen: vrijheid en veiligheid. Academische vrijheid, oftewel vrije, ongebonden en kritische wetenschap, is essentieel. Een veilige campus voor medewerkers en studenten is hiervoor een harde voorwaarde, maar die vrijheid is niet vanzelfsprekend. We moeten haar actief beschermen als zij onder druk komt te staan. We moeten diversiteit van opvattingen en perspectieven koesteren. Dat kan soms schuren en botsen, en dat moet ook; dat is fundamenteel iets anders dan veiligheid. Bij uitstek op de campus heb je het recht, het privilege om naar aanleiding van je overtuigingen en denkbeelden tegengesproken te worden. Maar dat kan alleen als het veilig is. Antisemitisme, racisme en discriminatie zijn ontoelaatbaar. Er is in het debat gisteren terecht aandacht gevraagd voor de Taskforce Antisemitismebestrijding, door de heer Stoffer, de heer Boomsma, de heer Ceder, de heer Claassen, mevrouw Staatman en mevrouw Rajkowski. Er was veel aandacht voor. Er werd ook gevraagd of de formele kabinetsreactie eerder kon komen, maar die komt later; dat krijg ik zo snel niet voor elkaar. Maar de taskforce laat in elk geval zien dat er binnen de huidige wetten en het huidige stelsel meer mogelijk is dan soms wordt gedacht. Ik heb dit al eerder gedaan, maar ik roep instellingsbesturen ook bij dezen op om zich vooral uit te spreken. De Taskforce Antisemitismebestrijding roept ook op om niet al te terughoudend, te voorzichtig te zijn. Er is meer mogelijk dan je denkt. Wees dapper en spreek je uit. Voorzitter. Mijn ervaring als docent maar ook mijn ervaringen in het afgelopen jaar maken dat ik weet hoeveel het onderwijs betekent voor de samenleving en voor iedereen die het onderwijs elke dag weer mogelijk maakt. Dat besef zag ik ook in overvloed terug in uw Kamer. Dat geeft hoop voor een mooie toekomst voor het onderwijs en de wetenschap. Ik zie dit debat dan ook als een mooie afsluiting van mijn periode als minister. Ik zeg uw Kamer nogmaals dank voor de inspirerende samenwerking. Dan wil ik graag door naar de appreciatie van de amendementen, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: In de eerste plaats zijn de instellingen natuurlijk zelf verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid en de academische vrijheid. Ik herken deze signalen heel goed. Die zie ik ook. De dreiging komt soms van buiten en soms van binnenuit, maar het is heel belangrijk dat onderzoekers en wetenschappers de vrijheid voelen om te onderzoeken wat ze willen. Dat is een kernpunt van academische vrijheid. Zoals ik al zei, is het in de eerste plaats aan de instellingen zelf om die veiligheid goed te borgen. Ik heb niet heel gedetailleerde overzichten van hoever dat reikt. Naar aanleiding van het eerdere debat van een paar maanden geleden over academische vrijheid — dat was toen nog met de vorige samenstelling van de Kamer — heb ik toegezegd dat er dit najaar een onderzoek komt naar bijvoorbeeld de pluriformiteit en in hoeverre academici zich veilig voelen en zich vrij voelen om te onderzoeken wat ze willen onderzoeken.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Ik kan toezeggen dat ik dit in gesprekken met het veld meeneem en dat ik aan de instellingen zal vragen of het haalbaar en mogelijk is om hier inzicht in te krijgen. Ik durf namelijk niet zo een-twee-drie te zeggen dat het heel makkelijk is om daarvan cijfers op papier te krijgen.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dat is heel lastig, omdat het vooral het terrein is van de minister van JenV. Daarom had ik het ook over de Taskforce Antisemitismebestrijding, want die heeft zich ook met dit vraagstuk beziggehouden. In de eerste plaats is het van belang dat we met z'n allen pal staan voor die veiligheid en dat de instellingen als eerste ingrijpen; die dragen primair de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de campus, ook als het gaat om demonstraties die eventueel uit de hand lopen. Dat gebeurt ook. Het is alleen ook een lastig fenomeen gebleken. Dat komt doordat er soms tijd en ruimte voor beslissingen nodig is vanaf het moment dat de bestuurder van een instelling zegt: "Dit gaat echt de perken te buiten. Dit is een overtreding van onze huisregels. Dit kan zo niet. We hebben dit niet meer goed in de hand, dus we moeten opschalen." Dan wordt de driehoek ingeschakeld. De burgemeester en de politie maken dan nog weer een eigen afweging over veiligheid. Die afweging kan anders zijn dan die van de instelling zelf. Daar zit ruimte tussen, zoals de taskforce heeft geconstateerd. Die ruimte kun je kleiner maken door goed af te stemmen en ook op tijd afspraken over het proces te maken: hoe snel grijp je in en staan er dan ook gelijk mensen klaar om daadwerkelijk in te grijpen? De instellingsbesturen hebben namelijk natuurlijk zelf geen politiemacht of iets dergelijks. Er is door mijn voorganger destijds met de besturen de afspraak gemaakt om bij vermoedens van strafbare feiten, zoals vernielingen, altijd aangifte te doen teneinde te proberen die schade te verhalen en de daders te vervolgen.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Ik vind het heel ingewikkeld om als OCW voor de universiteitsbesturen te gaan bepalen welke juridische route ze dan zouden moeten gaan lopen. Als deze route mogelijk is, dan staat het de universiteitsbesturen gewoon vrij om dat te doen. Ik denk dat daar op dit moment geen blokkade voor is.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: OCW heeft niet de ambtelijke capaciteit om juridische afwegingen voor de universiteitsbesturen te maken. Dat is echt primair aan die instellingen zelf. Ik denk dat het heel belangrijk is dat zij zelf die afweging maken. Natuurlijk zijn wij doorlopend in gesprek met de instellingen, en ik wil deze suggestie best meenemen in de gesprekken met de instellingen.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Nogmaals, ik wil deze suggestie best meenemen in de gesprekken met de universiteitsbesturen en bijvoorbeeld UNL, en ik wil dat verder gaan verkennen. Wij kunnen als OCW, als ministerie, echter niet voor de universiteitsbesturen bepalen wat ze precies moeten doen, want dat is primair hun verantwoordelijkheid. Natuurlijk denken we mee. Nogmaals, deze suggestie nemen we mee in de gesprekken.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Voor zover ik mij kan herinneren, zijn er geen onderzoeken in die trant geïnitieerd door de overheid zelf of onderzoekstrajecten gedaan waaraan wij meedoen als land, zoals die internationale vergelijkende onderzoeken. Daar ben ik niet van op de hoogte, maar dat zou ik na moeten gaan. Het kan natuurlijk best zijn dat er los van een directe overheidsopdracht andere grote onderzoeken gedaan zijn, maar dat durf ik zo niet te zeggen; daar ben ik niet mee bekend.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: In zijn algemeenheid zeg ik het volgende. Er zijn meerdere amendementen ingediend met een vergelijkbare dekking. Zo wordt de niet-juridisch verplichte ruimte, bijvoorbeeld op artikel 7 internationaal beleid, in meerdere amendementen opgevoerd. Dat gaat natuurlijk niet, want die ruimte is sowieso niet groot genoeg om alle amendementen te dekken. Ik wijs er graag op dat geld maar één keer kan worden uitgegeven. Daarnaast is het onderscheid tussen juridisch wel en juridisch niet verplicht eerder een kwestie van timing dan een inhoudelijk onderscheid. Ook voor de niet-juridisch verplichte ruimte zijn toezeggingen gedaan of plannen gemaakt die niet door kunnen gaan als deze middelen worden weggeamendeerd. Ik verzoek u zeer deze dingen mee te wegen, naast ons inhoudelijke oordeel over de ingediende amendementen. Laat ik daarbij een voorbeeld noemen. Het kan zijn dat eerder aan uw Kamer gedane toezeggingen of eerdere plannen en moties die voor de uitvoering afhankelijk zijn van geld, dan niet uitgevoerd kunnen worden. Ik noem de Restitutiecommissie oorlogskunst en Tweede Wereldoorlog. Daar is 2 miljoen voor gereserveerd. Voor de leenrechtvergoeding is een miljoen gereserveerd. In die niet-juridisch verplichte middelen zit dus daadwerkelijk geld dat geoormerkt is voor andere beleidsdoelen die eerder ook door uw Kamer gewenst werden geacht. Dat staat op gespannen voet met amendementen. Maar goed, uiteindelijk gaat uw Kamer daar natuurlijk zelf over. Dat zeg ik in zijn algemeenheid. Het amendement op stuk nr. 74 ontraad ik. De dekking van het amendement wordt gevonden aan de inkomstenkant van de rijksbegroting. Dat is tegen de begrotingsregels.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Het amendement op stuk nr. 75: ontraden. De dekking hiervan is ook ondeugdelijk.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dan zie ik die nog tegemoet. Het amendement op stuk nr. 83: oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dat komt ook voornamelijk door de dekking. Het amendement op stuk nr. 85: ook ontraden. Hoewel ik de intentie van het amendement zeer sympathiek vind, kom ik weer op het punt van de dekking uit. Die is niet pijnloos in te zetten. Daarom wil ik dat amendement ook ontraden.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dat begrijp ik. Ik vind de strekking, de inhoud hiervan, ontzettend sympathiek. Tegelijkertijd kost het gewoon geld en heb ik de middelen niet. Ook een motie die verder geen dekking regelt, kan ik niet oordeel Kamer geven. Dat zal dan hoogstwaarschijnlijk ook "ontraden" worden.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Ik zou dit echt aan een volgend kabinet willen laten, want over kasschuiven gesproken: er schijnt heel veel geld naar OCW te gaan. Ik heb de middelen op dit moment niet. Ik kan ook niet een ordegrootte van dat bedrag zomaar regelen, zeker niet in de korte tijd die mij nog rest. Ik vind het echt aan een volgend kabinet om hier werk van te maken. Nogmaals, inhoudelijk vind ik 'm erg sympathiek, maar ik heb de middelen niet.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eerst nog even een drietal vragen beantwoorden en dan ga ik over op de appreciatie van de moties. Ten eerste bestond er wat onduidelijkheid over individuele keuzevrijheid versus het belang van de samenleving. Ik doelde daarbij niet op de individuele keuzevrijheid van studenten, maar op die van instellingen. Het is op dit moment zo dat de instellingen in grote mate bepalen wat voor opleidingen ze aanbieden. Er zijn wel wat sturingsinstrumenten om als politiek een beetje mee te kunnen sturen op wat voor opleidingsaanbod relevant is voor de samenleving. Ik doelde er eigenlijk op dat die balans wellicht wat verder naar sturing toe moet als je kijkt naar wat de samenleving nodig heeft en de tekorten. Maar natuurlijk is het van groot belang dat de individuele keuzevrijheid van studenten gewoon overeind blijft staan. Er werd gevraagd of de informatie over studenten die strafbare feiten plegen, actief wordt doorgestuurd of dat ze daar zelf actief achteraan moeten. Daar moet ik schriftelijk op terugkomen, omdat ik dat moet nagaan bij collega's van JenV. Een onderzoek naar private en publieke financiering. Het Rathenau Instituut doet hier jaarlijks onderzoek naar en brengt hierover een rapportage uit. De volgende rapportage wordt voor de zomer verwacht. Dan ga ik naar de appreciatie van de moties. De motie op stuk nr. 91, het verzoek om een nulmeting van het veiligheidsbeleid, is overbodig. Er loopt namelijk momenteel een evaluatieonderzoek naar integrale veiligheid bij hogescholen en universiteiten.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 92, over de analyse van dalende studentenaantallen: oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 96: ontijdig. Wij gaan uiteraard niet over de portefeuilleverdeling van een volgend kabinet.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dan ga ik 'm toch ontraden, voorzitter. Hier staat namelijk duidelijk "verzoekt de regering". Daarmee is het een verzoek aan het huidige kabinet. Het is ingewikkeld voor ons om te gaan over de portefeuilleverdeling van het aanstaande kabinet.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Als het een spreekt-uitmotie was geweest, dan was het een uitspraak van de Kamer. In dit geval is het een verzoek aan de regering. De regering kan dit niet zo uitvoeren. Bij de motie op stuk nr. 97, over het vrijstellingenbeleid van het mbo, heb ik zelf wat bedenkingen. Mede daarom denk ik dat ik de motie de appreciatie "ontijdig" moet geven en dat ik dit moet overlaten aan een volgend kabinet. Er is namelijk nog wel een spanningsveld tussen het belang van geen onnodige vakken hoeven herhalen en onnodige dingen doen voor een diploma enerzijds en de waarde van een diploma anderzijds.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Ik doe dat omdat ik het ingewikkeld vind om zelf nu een hele inhoudelijke uitspraak te doen met het appreciëren van die motie. Ik vermoed namelijk dat een volgende bewindspersoon hier anders over zou kunnen denken. Daarom vind ik het verstandig om 'm even aan te houden. Wellicht pakt mijn opvolger het heel anders op. Als je het aan mij zou vragen, zou ik zeggen dat het spanningsveld tussen het belang van de diplomawaarde en het checken van alle benodigde vaardigheden en resultaten voor het halen van zo'n diploma op dit moment goed geborgd is. Er zijn ook zeker vrijstellingsmogelijkheden via een examencommissie. Om al te makkelijk tot vrijstelling over te gaan, vind ik een lastig spanningsveld. Ik zou daar persoonlijk aan de voorzichtige kant willen zitten. Als mevrouw Tseggai dus echt een inhoudelijk oordeel over deze motie van mij wil, zou dat "ontraden" zijn.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Het gevaar is dat we hier nu een hele uitgebreide inhoudelijke discussie gaan voeren. Daar ben ik op zich toe bereid. Ik schetste dat spanningsveld al. Een diploma moet ook wat waard zijn. Het is dus heel belangrijk dat instellingen goed zicht hebben op wat daadwerkelijk het kennen en kunnen van de kandidaat of de student in kwestie is. Als je het kan aantonen, zijn er natuurlijk mogelijkheden om vrijstellingen te verdienen of die van je instelling te krijgen. Daar gaan de instellingen zelf ook over via de examencommissies. Die mogelijkheden zijn er dus al. Het is niet zo dat nu voor iedereen geldt dat je altijd door alle hoepeltjes heen moet springen, zeker niet voor zijinstromers. Die mogelijkheden zijn er dus. Wel is er altijd een spanningsveld tussen hoe ruim die mogelijkheden zijn en hoe groot de kans is op gevoeligheid dat je iets gemakkelijker aan een diploma kan komen. Daar heb ik in mijn antwoord in de eerste termijn ook aan gerefereerd. Je wil de kwaliteit van vakmensen hoog hebben. Dat doe je door het diploma heel waardevol te houden. Nu zeg ik absoluut niet dat het diploma per definitie gelijk waardeloos wordt, maar er is altijd een spanningsveld. Je moet dat dus altijd tegen elkaar afwegen. Ik zou daarin wat voorzichtiger zijn, zoals ik net ook schetste.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 99 ontraad ik omdat er geen dekking bij zit.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Volgens mij liep ik daar al op vooruit toen u de suggestie deed om het dan via een motie te doen. Toen zei ik al: prima, maar die wordt ook ontraden, want het gaat over dezelfde deugdelijke dekking. Ik heb die middelen niet beschikbaar. Die middelden zijn allemaal geoormerkt voor beleidsdoeleinden. Uiteindelijk heeft de Kamer natuurlijk het budgetrecht, maar in de eerste termijn bij de appreciatie van de amendementen heb ik ervan gewag gemaakt dat het te makkelijk is om te denken dat we niet-juridisch verplichte middelen kunnen inzetten.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Nogmaals, inhoudelijk vind ik dat heel sympathiek. Dat heb ik ook al een paar keer aangegeven. Uiteindelijk kan ik de begrotingsregels niet negeren en kan ik niet, zoals hier de suggestie wordt gewekt, creatief boekhouden.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 100: ontraden. Ik zie in de huidige wetten en procedures geen risico voor de institutionele onafhankelijkheid. Ik vind dat er ultimo een instrument moet blijven om bij bijvoorbeeld verdergaand wanbeheer in te kunnen grijpen.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 101 is overbodig. Er wordt al doorlopend onderzoek gedaan naar de 3%-doelstelling.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De 3%-doelstelling van Lissabon is vastgelegd. Een onderdeel daarvan is dat een derde van die 3% publieke investeringen moet zijn. Dat is daar dus al onderdeel van. Het Rathenau Instituut doet periodiek onderzoek naar de doelstelling. Het onderzoekt de totale investeringen in wetenschap en innovatie. In principe verzoekt deze motie dus om iets overbodigs.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 102 ontraad ik, want het is echt aan de instellingen zelf.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 107 zou ik willen overnemen, met dien verstande dat ik 'm zo mag interpreteren dat JenV uiteindelijk wel over hun eigen pilots blijft gaan.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De minister vindt dat als je vraagt om de uitvoering van een bepaalde politieke keuze, daar een deugdelijke dekking bij moet zijn. Als een motie alleen vraagt om een wetswijziging te verkennen en een en ander in kaart te brengen, zodat je een politiek besluit kunt nemen en een weloverwogen keuze kunt maken, dan is dat echt een andersoortig verzoek.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Bij de motie op stuk nr. 108 ben ik, geloof ik. Die beoordeel ik als ontijdig. We werken daar namelijk al aan.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Op dit moment werken we dus aan die stabiele bekostiging waar ik het in mijn beantwoording in eerste termijn over had, aan een beleidskader om meer richting te geven aan een landelijk dekkend opleidingsaanbod en een sterke borging van de gezamenlijke verantwoordelijkheid van instellingen voor dat opleidingsaanbod. Daarbij hebben we juist ook oog voor die kleine opleidingen die een grote maatschappelijke waarde hebben. Dat is daar dus onderdeel van.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Deze motie verzoekt het kabinet om bij de Voorjaarsnota met een voorstel te komen over het vergroten en waarborgen van de academische vrijheid door meer ruimte te bieden voor ongebonden onderzoek en dan een deel van het budget voor wetenschappelijk onderzoek ten goede te laten komen aan het onderzoek dat dominante invalshoeken of narratieven onderzoekt en/of bevraagt. Daarmee vraagt u impliciet ook om dekking, maar dat loopt vooruit op een voorjaarsnota waarin naar verwachting extra middelen staan voor OCW. Daar kan dit kabinet natuurlijk niet over gaan. Wij gaan nu alleen over deze begroting.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Ook hierbij zeg ik weer: het is een verzoek aan dit kabinet en dit kabinet kan daar niet op vooruitlopen. Daarmee is het ontijdig. Ik zou zeggen: verzoek dat straks ook aan het nieuwe kabinet. Dat is los van de inhoud.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dan moet ik 'm ontraden, voorzitter. Dit kabinet, hét kabinet, het enige kabinet dat er op dit moment is — u zult het daar nog heel eventjes mee moeten doen — heeft die middelen namelijk niet. Daar kunnen we dus ook niet op vooruitlopen.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 111 is overbodig, want dat is al eerder onderzocht.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 112 moet ik ontraden vanwege het ontbreken van een deugdelijke dekking.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 114: ontraden. Hoewel ik de zorgen achter de motie wel deel, moet ik 'm toch ontraden vanwege het verzoek om de afspraken afdwingbaar te maken.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Bij de motie op stuk nr. 119 doe ik het verzoek om 'm aan te houden. We spreken al met genoemde partijen over deze thematiek in den brede. In die zin is ie op dit moment volgens mij overbodig, maar als dat in de toekomst toch tot ontevredenheid leidt, kan ie alsnog ingediend worden, zou ik zeggen. Ik doe dus het verzoek om 'm aan te houden.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: De motie op stuk nr. 122: ontraden. Want beide systemen kennen een ander doel.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Ja. Natuurlijk kijken we altijd of het beter en makkelijker kan. Dan de motie op stuk nr. 123 …

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Het gaat over het accreditatiestelsel van de NVAO en het kader van CZO. Die beide systemen kennen een ander doel, zoals ik zei. Daartussen wordt al wel veel samengewerkt. Uiteraard kijken we altijd naar verbetermogelijkheden in het proces, bijvoorbeeld of het gemakkelijker kan. Maar juist omdat ze een andersoortig doel dienen, vind ik het onverstandig om die met elkaar te vervlechten. Daarom ontraad ik deze motie.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: We kunnen het verschil van inzicht niet oplossen. Dan de motie op stuk nr. 123 over kwaliteitsstandaarden. Deze is overbodig.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Tot slot, voorzitter, de motie op stuk nr. 125, over de praktische borging van de academische vrijheid. Deze motie is ontijdig. Er lopen momenteel verschillende onderzoeken naar. We zijn ook doorlopend in gesprek met de betrokken partijen. Ik zou adviseren om eerst de onderzoeken en de resultaten daarvan af te wachten. Dan kan desgewenst deze motie of een soortgelijke motie worden overwogen.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: In elk geval wordt in het najaar nog een nieuw onderzoek gestart, naar aanleiding van de motie-Heite die in het debat over academische vrijheid werd ingediend. Deze motie ging over pluriformiteit van onderzoek. Er lopen op dit moment ook drie onderzoekstrajecten naar academische vrijheid. Ik heb geen informatie paraat over wanneer die resultaten precies verwacht worden, maar dat zal niet op hele korte termijn zijn.

Bron, video en gesprek →
12 feb 2026 · Spreekbeurt

Minister Moes: Dan hing er nog eentje in de lucht, namelijk de motie op stuk nr. 119. Ik had verzocht om die aan te houden. Ik weet niet of dat inmiddels al is gebeurd.

Bron, video en gesprek →