Voortgang van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) en nationale energieprojecten
Brontekst
Versie 0492a5afb58554b4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 826Industriebeleid31 239Stimulering duurzame energieproductie30 196Duurzame ontwikkeling en beleidNr. 217 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 december 2024Met het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK)werkt het kabinet aan een energiesysteem waarin de juiste energie-infrastructuur aanwezig is. Met deze energie-infrastructuur verbinden wede groeiende vraag naar duurzame energie met het toenemende aanboden maken we groene groei mogelijk. Nederland heeft deze duurzameenergie nodig voor het aansluiten van nieuwe woningen, voor elektrischrijden en voor het behouden en verduurzamen van onze industrie. In deeerder met u gedeelde Klimaatnota en Energienota en de bijbehorendeBeleidsagenda1 staan de stappen om dit nieuwe energiesysteem terealiseren.Op basis van het regeerprogramma voert het kabinet stevig regie op deaanpak van netcongestie en het toekomstbestending maken van hetelektriciteitsnet. Met het Landelijke Actieprogramma Netcongestie (LAN)richten we ons op het verhelpen en voorkomen van netcongestie op dekorte termijn. De Kamer wordt halfjaarlijks, in september en maart, overde algehele voortgang van het LAN geïnformeerd2. Voor de langeretermijn is het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) opgesteld. Het NPEbeschrijft de langetermijnvisie op het energiesysteem tot 2050.In het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is in kaart gebracht welkeinfrastructuur van nationaal belang voor dat energiesysteem van detoekomst nodig is en wat dit ruimtelijk betekent. De ambitie van het PEH isdat er tijdig voldoende ruimte is voor de nationale energiehoofdstructuur.Het PEH vormt een belangrijke bouwsteen binnen het programma NOVEXen de nieuwe Nota Ruimte. Met het MIEK geeft het kabinet concreteinvulling aan de tijdige realisatie van de maatschappelijk belangrijksteenergie-infrastructuurprojecten. Voor de ruimtelijke inpassing vanprojecten van nationaal belang wordt hierbij de projectprocedure onderde Omgevingswet gevolgd.1Kamerstukken II, 2024–2025, 32 813, nr. 1416.2Kamerstukken II, 2023–2024, 29 023, nr. 515. kst-29826-217ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2171 We staan bij de realisatie van energieprojecten voor een enormeuitdaging gezien de complexe ruimtelijke inpassing, afnemend draagvlakin de regio, beperkte personele capaciteit, geringe stikstofruimte enschaarste aan materialen. Tegelijkertijd neemt het aantal projecten toe,ontvangen we meer zienswijzen en is er ook ruimte nodig voor andereprioriteiten, zoals de bouw van meer passende en betaalbare woningen.In dit verband wordt er een verkenning gedaan naar gebiedsinveste-ringen, ter behoud van het draagvlak voor de inpassing van nationaleenergie-infrastructuurprojecten. Zoals ook beschreven in de Kamerbriefover de Klimaat- en Energienota d.d. 24 oktober 20243, wordt dezeverkenning in de komende maanden in samenspraak met de netbe-heerders uitgevoerd.Er lopen momenteel ruim zestig nationale energie-infrastructuurprojecten.Dit jaar zijn er vier nieuwe projecten aan het nationale MIEK (nMIEK)toegevoegd en is één nMIEK-project op verzoek van de indienersontheven van de MIEK-status. Deze brief beschrijft welke nieuweprojecten in 2024 zijn toegevoegd aan het MIEK, geeft een update over devoortgang van de bestaande nationale energie-infrastructuurprojecten,benoemt welke knelpunten daarbij spelen en welke maatregelen wordengenomen om die knelpunten te verhelpen en/of projecten te versnellen.Overzicht en voortgang nationale projectenEr wordt volop gewerkt aan de ruimtelijke inpassing van nieuwe groot-schalige energie-infrastructuur om het elektriciteitsnet uit te breiden. Zo isafgelopen jaar bij meerdere projecten de concept- of definitieve NotitieReikwijdte en Detailniveau (NRD) gepubliceerd. In de NRD staatbeschreven welke routes of locaties voor een project worden onderzochten op welke manier dit onderzoek zal plaatsvinden. Ook bij de nationaleCO2-opslagprojecten zijn belangrijke mijlpalen bereikt. Zo is begin 2024begonnen met de aanleg van de infrastructuur voor het Porthos-project enzijn voor het Aramis-project het ontwerpprojectbesluit, een aantalontwerpbesluiten en het milieueffectrapport (MER) gepubliceerd.Een ander project waarin het afgelopen jaar belangrijke stappen zijngemaakt, is het project «Warmtesysteem Zuid-Holland». Dit warmte-systeem in de provincie Zuid-Holland is van groot belang voor deverduurzaming van de gebouwde omgeving. Voor de efficiënte realisatievan energie-infrastructuur is het essentieel dat het warmtesysteem op eenintegrale manier wordt geprogrammeerd met andere energiemodaliteiten,zoals elektriciteit en duurzame gassen. Daarom blijft het warmtesysteemZuid-Holland onderdeel van het nMIEK, met de bijbehorende onder-steuning. Samen met de provincie Zuid-Holland stel ik een projectdi-recteur aan die samen met stakeholders zorgt dat het warmtesysteemgoed wordt geïntegreerd binnen het bredere provinciale energiesysteem.Daarnaast wordt dit project gebruikt om van te leren voor nationaal beleiden de realisatie van warmteprojecten in andere provincies en regio’s4.Het is ook realiteit dat we vertraging oplopen in de voortgang vansommige nMIEK-projecten als gevolg van knelpunten in de voorbereidingen realisatie van deze projecten. Later in deze brief wordt toegelicht aanwelke oplossingen we werken om deze knelpunten te verhelpen. In deKamerbrief over de investeringsplannen van de netbeheerders d.d. 21 mei3Kamerstukken II, 2024–2025, 32 813, nr. 1416.4Met de Kamerbrief over het Ontwikkelperspectief Duurzame Warmtebronnen die voor hetkerstreces wordt verstuurd, wordt de Kamer nader geïnformeerd over het MIEK-advies voor hetwarmtesysteem Zuid-Holland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2172 20245 staat vermeld dat 10 nMIEK-projecten, ondanks de prioritaire status,zijn vertraagd ten opzichte van het investeringsplan (IP) van 2022. In dezeKamerbrief is ook het ACM-verbetertraject van de investeringsplannenaangekondigd richting het IP van 2026. De netbeheerders hebben inseptember hun verbeterplannen opgeleverd aan de ACM. In het aanko-mende IP van 2026 zullen deze verbeteringen moeten worden verwerkt.Dit heeft met name betrekking op transparantie en navolgbaarheid.Specifiek op het gebied van prioritering van investeringen.Na afstemming in het Bestuurlijk Overleg MIEK op 27 november 2024 hebik besloten om de volgende projecten nieuw op te nemen in het nMIEK alsonderzoeksproject:•Delta Schelde Connection: een CO2-buisleiding tussen Antwerpen,Moerdijk en Rotterdam;•Multi-Utiliteiten Kruising Westerschelde: een project met meerderebuisleidingen onder de Westerschelde door tussen de Kanaalzone(Zeeuws-Vlaanderen) en het Sloegebied (Midden-Zeeland);•Doorontwikkeling CO2-netwerk Noordzeekanaalgebied: een CO2-netwerk ten behoeve van transport en gebruik van CO2 in hetNoordzeekanaalgebied.En het volgende project als verkenningsproject:•Pocket Noordoost-Brabant: het vormen van een nieuw deelnet in hethoogspanningsnet van TenneT bij Wijchen en Oss.De opzet van deze nieuwe projecten en een toelichting op de fase waarinze zich bevinden, wordt samen met alle bestaande projecten in meerdetail beschreven in het projectenboek dat is bijgevoegd bij deze brief.Naast dat er projecten zijn toegevoegd aan het nMIEK, is er dit jaar ookeen project ontheven van de nMIEK-status. Het H-vision waterstofprojectis op verzoek van de initiatiefnemers uit het nMIEK gehaald, met als redendat er voor de verdere ontwikkeling van het project geen MIEK-statusnodig is.CES en reflectie kennisinstellingenDe nieuwe nMIEK-projecten volgen voornamelijk uit de Cluster EnergieStrategieën (CES’en) die de industrieclusters dit jaar hebben opgeleverd.De CES’en bevatten de verwachte vraag en aanbod van duurzameenergie(dragers) van elk industriecluster en beschrijven de energie-infrastructuur die nodig is om te verduurzamen. Ik heb kennisinstellingenPBL, TNO en RVO gevraagd om een reflectie te doen op de opgeleverdeCES’en. Het resultaat van de reflectie vindt u in de bijlage bij deze brief.De reflectie van de kennisinstellingen laat onder andere zien dat hetopstellen van de CES’en 3.0 heeft geleid tot een verbetering van dedialoog tussen bedrijven, netbeheerders en overheden en dat de kwaliteitvan de data in de CES 3.0 in het algemeen is verbeterd ten opzichte vande vorige CES-rondes. Ondanks dat het Data Safe House (DSH) nog niet inalle clusters een volwaardige rol heeft, zijn zowel de bedrijven als denetbeheerders positief over de potentie van het DSH als centrale plekwaar vertrouwelijke data kan worden gedeeld.De aangeleverde data over de verduurzamingsplannen van bedrijven laatzien dat ruim 60% van de beoogde emissiereductie in 2030 bereikt wordtdoor projecten die zich nog in een beginnende fase bevinden. Dekennisinstellingen stellen dat de plannen uit de CES’en 3.0 waarschijnlijk5Kamerstukken II, 2023–2024, 29 023, nr. 514.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2173 niet voldoende zijn om de klimaatdoelstellingen voor de industrie in 2030te halen. De voorziene CO2- reductie in de CES’en 3.0 is ook aanzienlijkminder dan in de CES’en 2.0 (7 megaton minder). Dit sluit aan bij hetbeeld dat naar voren komt in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV)2024 die het Planbureau voor de Leefomgeving onlangs heeft gepubli-ceerd6. Verder wordt de behoefte naar energie-infrastructuur in de CES 3.0herbevestigd en adviseren de kennisinstellingen om een volgendeCES-ronde voor de bedrijven lichter in te steken om het draagvlak voorhet proces te behouden.De aanbevelingen van de kennisinstellingen worden momenteel geanaly-seerd. De Kamer wordt voor de zomer van 2025 geïnformeerd over of ereen volgende CES-ronde zal plaatsvinden en, zo ja, hoe dit proces eruit zalzien.Tijdige realisatie van energie-infrastructuur met het MIEKMet het MIEK voeren we als kabinet regie op de tijdige realisatie van deenergie-infrastructuur die nodig is voor een duurzaam en welvarendNederland. Het MIEK programmeert projecten die van groot maatschap-pelijk belang zijn voor de energietransitie en draagt bij aan tijdigerealisatie door vroegtijdig te starten en knelpunten weg te nemen. Debeschikbare instrumenten die ingezet kunnen worden voor tijdigerealisatie van MIEK-projecten zullen worden vastgelegd in de update vande MIEK-handleiding die begin 2025 wordt gepubliceerd. Om devoortgang van projecten bij te houden, is afgelopen jaar een monitorings-aanpak ontwikkeld. Met deze aanpak detecteren we vroegtijdig knelpuntenin de realisatie en kunnen we werken aan passende oplossingen.In het MIEK werken we samen met onze partners. Om deze samenwerkingen de werkwijze van het MIEK te bekrachtigen, is 24 juni 2024 eensamenwerkingsovereenkomst gepubliceerd7, die is ondertekend door deMinisteries van BZK en IenW, het IPO en de VNG, en netbeheerdersGasunie en TenneT. In het najaar van 2024 zijn ook de regionale netbe-heerders toegetreden tot de samenwerkingsovereenkomst. Tegelijkertijdis gewerkt aan de vernieuwde handleiding voor het nMIEK, de CES’en8 envoor het provinciale MIEK (pMIEK)9.Voor het selecteren van nieuwe MIEK-projecten wordt gebruik gemaaktvan een afwegingskader. In de vorige Kamerbrief over het MIEK10 isonderzoek aangekondigd naar het meewegen van het criterium«maatschappelijk nut» in het afwegingskader. Afgelopen jaar is hetafwegingskader herzien en zijn nieuwe criteria vastgesteld, te weten:maatschappelijk(e) doel en effecten, toekomstig energiesysteem,inpassing in de fysieke leefomgeving, urgentie en schaalniveau. Met ditnieuwe afwegingskader kan de toegevoegde waarde van een project aanbrede welvaart beter worden afgewogen. Het nieuwe afwegingskadergeldt voor zowel het pMIEK als het nMIEK.Het MIEK, inclusief de ontwikkeling van de CES’en, is hiermee onderdeelvan het uitrolplan voor de energie-infrastructuur van Nederland. Dituitrolplan wordt gevormd door verschillende onderdelen die samen6Kamerstukken II, 2023–2024, 32 813, nr. 1416.7https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/02/09/handleiding-en-samenwerkingsovereenkomst-miek8https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/02/09/handleiding-en-samenwerkingsovereenkomst-miek9https://www.rvo.nl/sites/default/files/2024-06/Handleiding-pMIEK.pdf10Kamerstukken II, 2023–2024, 29 826, nr. 201.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2174 integraal richting geven aan de ontwikkeling van de infrastructuur voorelektriciteit, duurzame energiedragers en CO2. Waar het MIEK breed naarde sectoren kijkt, biedt de Routekaart NPVI een helder overzicht van demijlpalen en tijdlijnen specifiek voor het verduurzamen van de Neder-landse industrie. Daarnaast is op initiatief van de LAN-actielijn «SlimmerInzicht» gewerkt aan het uitbreiden van de capaciteitskaart van denetbeheerders11. De kaart bevat nu informatie over waar er sprake is vancongestie, de aanwezige en benodigde transportcapaciteit, het aantalpartijen in de wachtrij en hoeveel vermogen er is aangevraagd. Ook geeftde kaart aan waar en wanneer uitbreidingen van het stroomnet geplandzijn. Momenteel wordt gewerkt aan een functionaliteit om aan te gevenwanneer er hoeveel transportvermogen bij komt zodra de netuitbreidingis afgerond. Hiermee kom ik tegemoet aan een toezegging aan het lidThijssen tijdens het commissiedebat Verduurzaming Industrie van17 oktober 2024 (Kamerstuk 29 826, nr. 215).Uitdagingen en versnellingsmaatregelenBij de realisatie van energie-infrastructuurprojecten, waaronderMIEK-projecten, zien we verschillende knelpunten ten aanzien vanvergunningsverlening en ruimtelijke inpassing. Samen met netbeheerdersen decentrale overheden wordt gewerkt aan verschillende mogelijkhedenvoor versnelling, zoals juridische versnellingsmaatregelen en eenverkenning naar een bredere aanpak op stikstof en energie-infrastruc-tuurprojecten.Aanpak stikstof voor energie-infrastructuurprojectenEnergie-infrastructuurprojecten zijn randvoorwaardelijk voor de verduur-zaming van de industrie en zorgen daarmee voor het structureel vermin-deren van CO2 en stikstofoxiden. Dit blijkt uit het door mijn ambtsvoor-ganger gedeelde OSES-onderzoek12. Door de huidige staat van de natuuris het verkrijgen van een (natuur)vergunning voor deze energie-infrastructuurprojecten echter (juridisch) onzeker en kost het veel geld entijd. Hierdoor staat de uitvoering onder druk.De afgelopen periode zijn, mede n.a.v. de motie Flach c.s.13, de juridischbruikbare routes voor versnelde stikstofvergunningen voor nationaleenergie-infrastructuur en zo mogelijk voor andere energie-infrastructuurmet het oog op netcongestie onderzocht. De voorlopige resultaten van deverkenning, uitgevoerd samen met IPO en LVVN, geven genoegaanleiding tot het verder uitwerken van één van de verkende opties, teweten een programma met toepassing van adc14. De adc-toets wordt ooknu al toegepast voor projecten met een dwingende reden van grootopenbaar belang.Wat nieuw is in de voorkeursoptie is dat projecten gezamenlijk eenprogramma vormen en de compensatie ook programmatisch toegepastwordt, gericht op zekere depositiereductie in de toekomst. Dezesamenhang van een maatregel die positief uitwerkt voor de natuur, eengezamenlijke beoordeling in een programma en ecologische beoordeling11Zie https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/12Kamerstukken II, 2023–2024, 29 826, nr. 201.13Kamerstukken II, 2023–2024, 32 813, nr. 1340.14Adc staat voor drie eisen die artikel 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn stelt om toch toestemming tekunnen verlenen voor plannen en projecten als uit een passende beoordeling geen zekerheidis verkregen dat de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied niet worden aangetast,namelijk: het ontbreken van reële Alternatieven, het met het plan of project gemoeid zijn vaneen Dwingende reden van openbaar belang, en het verzekerd zijn van adequate Compensatievan de aangetaste natuur, zodanig dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2175 met adc-toets biedt voldoende aanknopingspunten voor het verderonderzoeken van deze optie. Mocht uit de onderzoeken blijken dat dezevorm juridisch haalbaar, praktisch uitvoerbaar en bestuurlijk wenselijk is,dan voorzie ik minder stikstofproblemen voor energie-infrastructuur-projecten en wordt het risico op vertraging bij deze projecten kleiner.Om de potentie van de voorkeursoptie te onderzoeken, is gestart met eenactualisatie van het OSES-onderzoek in samenwerking met netbeheerdersen wordt binnenkort een onderzoek gestart naar de ecologische impactvan cumulatieve stikstofemissies van de energie-infrastructuurprojecten.Uit de verkenning blijkt daarnaast dat een vrijstelling, waar de motie Flachc.s. om vraagt, juridisch niet haalbaar is. De huidige verkenning geeftgeen aanknopingspunten om ook energie-opwekprojecten, zoalsgevraagd in de motie, mee te nemen in een dergelijk programma. Ditkomt omdat de locaties van die projecten en daarmee de locaties van deeventuele negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden onvoldoende tevoorspellen zijn. Voldoende zekerheid daarover is nodig voor het kunnenonderbouwen van een vrijstelling aan de hand van getroffen mitigerendeof compenserende maatregelen. Het maakt bijvoorbeeld veel verschilvoor de depositie of de emissie op de Maasvlakte of juist in deEemshaven wordt gereduceerd. Hiermee doe ik de toezegging af die deMinister van LVVN heeft gedaan in het commissiedebat Stikstof, NPLG ennatuur op 4 september 2024 (Kamerstuk 30 252, nr. 172) om de Kamer teinformeren over de mogelijkheden en de houdbaarheid van de vrijstellingnatuurvergunning en energieprojecten15.Implementatie REDIII – vergunningenDe Renewable Energy Directive (REDIII) bevat een maatregelenpakket datkan helpen in het vergroten van de realisatiekracht voor de energietran-sitie. Een deel van de REDIII gaat over natuur- en milieuvergunningen. Zoworden projecten die zich richten op hernieuwbare energie geacht vanhoger openbaar belang te zijn. Er wordt momenteel gewerkt aan deimplementatie van de REDIII, waarbij wordt ingezet op het maximaalbenutten van de mogelijkheden die deze richtlijn biedt. Het wetsvoorstelom de richtlijn te implementeren wordt uitgewerkt en zal in het eerstekwartaal van 2025 ter internetconsultatie worden voorgelegd.Eén van de mogelijkheden binnen de REDIII is het aanwijzen vanzogenaamde versnellingsgebieden, waar hernieuwbare-energieprojectenversneld gerealiseerd kunnen worden door vereenvoudigde vergunnings-procedures. Dit is een optie als uit de plan-milieueffectrapportage van eenbetreffend gebied blijkt dat er geen significant negatieve milieueffecten teverwachten zijn. De eerste inventarisatie van mogelijke gebiedenwaarvoor het voornemen is ze aan te wijzen als versnellingsgebiedenonder REDIII moet eind mei 2025 worden aangeboden aan de EuropeseCommissie. De Tweede Kamer zal hiervan op de hoogte gehoudenworden. Gemeenten, provincies en andere bevoegde gezagen hadden tot1 november 2024 om hiervoor gebieden aan te dragen.Ook bevat de REDIII de mogelijkheid tot het bieden van financiëlecompensatie bij infrastructuurprojecten die natuur- of milieueffectenhebben die niet gemitigeerd kunnen worden. Dit najaar wordt onderzochthoe die financiële compensatie vorm zou moeten krijgen. Voor de zomervan 2025 worden de resultaten verwacht.15TZ202409-026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2176 Juridisch versnellingspakket – proceduresDe Kamer is in het voorjaar van 2023 geïnformeerd over de versnellings-aanpak energietransitie met daarin aandacht voor juridisch instrumen-tarium16. Hiervoor is een verkenning gedaan naar welke wettelijkeaanpassingen er mogelijk zijn om procedures te versnellen, en daarmeedoorlooptijden te verkorten en/of vertraging te voorkomen, voor energie-infrastructuurprojecten (waaronder MIEK-projecten). De meest kansrijkeopties zijn opgenomen in een juridisch versnellingspakket en wordenuitgewerkt in verschillende wet- en regelgevingstrajecten.De juridische maatregelen zijn gericht op structurele en procedureleversnelling van verschillende energiemodaliteiten, type projecten enprojectfases. Hieronder worden de opties en ook de voortgang in deanalyse dan wel uitwerking hiervan toegelicht.Versnelde procedure vanwege zwaarwegend maatschappelijk belangVoor de procedurele versnelling van regionale elektriciteitsprojectenwordt gewerkt aan de algemene maatregel van bestuur Besluit proce-durele versnellingen elektriciteitsprojecten. Dit besluit is gebaseerd op hetwetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting, waarin een grondslag isopgenomen voor aanwijzing van besluiten voor categorieën projectenwaarvan de versnelde uitvoering noodzakelijk is vanwege zwaarwegendemaatschappelijke belangen. Dit wetsvoorstel ligt ter behandeling bij deTweede Kamer. Het Besluit procedurele versnelling elektriciteitsprojectenwijst besluiten voor bepaalde energie-infrastructuurprojecten aanwaarvoor een aantal versnellingen in de beroepsprocedure geldt, zoalsberoep in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak vande Raad van State. Een aanwijzing kan leiden tot een versnelling van1,5 jaar, door beroepsmogelijkheden bij één instantie te leggen metverkorte termijnen. De internetconsultatie voor deze maatregel isafgelopen zomer afgerond. Een belangrijke uitkomst hiervan is dat degrenswaarde voor projecten die in aanmerking komen is verlaagd van25kV naar 21kV. Op deze manier komen vergelijkbare projecten op locatieswaar netbeheerders dit lagere spanningsniveau hanteren ook inaanmerking. De algemene maatregel van bestuur Besluit procedureleversnellingen elektriciteitsprojecten wordt bij beide Kamers der Staten-Generaal voorgehangen zodra het wetsvoorstel Versterking regievolkshuisvesting17 is aangenomen door de Tweede Kamer.Wijziging van gedoogplicht in de ontwerpfaseOm de voorbereidingen van energieprojecten sneller uit te voeren, wordtgewerkt aan de wijziging van de gedoogplicht in de ontwerpfase. Onderde Omgevingswet moet ook voor werkzaamheden in de ontwerpfase eengedoogplichtbeschikking aangevraagd worden bij de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat; een aanvraagprocedure die openstaat voorbezwaar en beroep. Door een (her-)invoering van de gedoogplicht vanrechtswege wordt de doorlooptijd voor het kunnen uitvoeren vanontwerpwerkzaamheden in de gevallen dat er geen overeenstemming kanworden bereikt met grondeigenaren aanzienlijk verkort met 8 weken tot1,5 jaar, afhankelijk van of in de huidige situatie bezwaar en/of beroepwordt ingesteld. De internetconsultatie van de Verzamelwet KGG waarindeze optie wordt meegenomen is in oktober afgerond. Momenteelworden de reacties verwerkt. Het streven is om deze wijziging per 1 juli2026 in werking te laten treden.16Kamerstukken II, 2023–2024, 32 813, nr. 1193.17Kamerstukken II, 36 512.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2177 Wijziging van het bevoegd gezag voor het landelijke waterstofnetOok de aanleg van het landelijke waterstofnetwerk is gebaat bij snelheiden daarom werkt het kabinet aan coördinatie vanuit het Rijk op devergunningsprocedures bij natuuraspecten. Hiervoor wordt een wijzigingvan het Omgevingsbesluit (een algemene maatregel onder deOmgevingswet) voorbereid waarmee het landelijk transportnet voorwaterstof wordt aangewezen als object waarbij sprake kan zijn van eenNatura 2000-activiteit of flora- en fauna-activiteit van nationaal belang. DeStaatssecretaris van LVVN wordt daarmee het bevoegd gezag voor hetafgeven van omgevingsvergunningen voor het natuurgedeelte in dezegevallen. Op dit moment zijn de Gedeputeerde Staten hiervoor hetbevoegd gezag. Met de verschuiving van de bevoegdheid voor hetlandelijk transportnet voor waterstof wordt dit gelijkgesteld aan dehuidige bevoegdheid voor het landelijk aardgasnetwerk en de hoogspan-ningsnetwerken. Het streven is om deze wijziging per 1 juli 2025 inwerking te laten treden.Versnellingsopties binnen de projectprocedureVoor energieprojecten van nationaal belang biedt de Omgevingswet al hetinstrument van de projectprocedure. De projectprocedure biedtversnelling met onder andere het bevoegd gezag bij de Minister van KGG,in overeenstemming met de Minister van VRO, en beroep in eerste enenige aanleg bij de Raad van State. In het juridische versnellingspakket ziteen aantal opties voor het verder versnellen van de projectprocedure.Deze worden momenteel nader onderzocht. Hierbij gaat het bijvoorbeeldover de procedurele stappen in de verkenningsfase in relatie tot partici-patie en de rol van onafhankelijk advies. Doorgaans wordt voor projectendie de projectprocedure volgen al in een vroege fase participatiegeorganiseerd en enkele alternatieven getrechterd, waardoor meermaatwerk mogelijk kan zijn. Naast het versnellen van de verkenningsfasewordt verkend hoe het verlengen van de termijn van het voorbereidings-besluit kan helpen in het voorkomen van vertraging in energie-infrastructuurprojecten, doordat anders conflicterende ruimtelijkeontwikkelingen tot stand kunnen komen op de betreffende (project)locatie.Convenant met TenneTHet voornemen is om begin 2025 een uitkoopbeleid vanuit het Rijk vast testellen over het bieden van keuzevrijheid aan omwonenden om derealisatie van nieuwe hoogspanningslijnen te versnellen. De komendejaren zal een groot aantal nieuwe 380 kV-hoogspanningslijnen aangelegdmoeten worden om de capaciteit van het elektriciteitsnet te vergroten. Ditkan leiden tot zorgen en weerstand bij omwonenden, met eventuelevertraging van de projecten tot gevolg. Met netbeheerder TenneT isafgesproken dat zij de uitvoering van dit uitkoopbeleid op zich neemt.Daartoe wordt met netbeheerder TenneT een convenant afgesloten.Door het invoeren van dit uitkoopbeleid en de afspraken in het convenant,krijgen bewoners van woningen in de nabijheid van nieuw te realiserenbovengrondse hoogspanningslijnen de mogelijkheid om zelf te kiezen ofzij hier willen blijven wonen of niet. Woningeigenaren die niet in denabijheid van een nieuwe hoogspanningslijn willen wonen, krijgen eenaanbod om hun (bedrijfs)woning aan TenneT te verkopen tegen de actuelemarktprijs (waarbij de geplande hoogspanningslijn niet wordt meege-wogen). Huurders ontvangen een verhuiskostenvergoeding van TenneTals zij besluiten te verhuizen. Met TenneT is besproken dat zij in beginselde aangekochte woningen doorverkoopt op de vrije markt, aan kopers dieer geen moeite mee hebben in de nabijheid van een bovengrondseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2178 hoogspanningslijn te wonen. Zo wordt voorkomen dat een substantieeldeel van de woningen aan de woningmarkt wordt onttrokken.Tot slotEr is afgelopen jaar met alle stakeholders hard gewerkt aan de realisatievan nationale energieprojecten. Het is en blijft een complexe opgave waarwe als maatschappij voor staan. Doorlooptijden van projecten zijn langdoordat nieuwe grootschalige energieprojecten een samenhangenderuimtelijke weging vergen, waarbij recht wordt gedaan aan de geldende(milieu)regelgeving. Oftewel, dit moet zorgvuldig én voortvarend, inafstemming met de medeoverheden gedaan worden, met voldoende oogvoor de leefomgeving. Daarbij blijft het kabinet volop sturen op hetoplossen van knelpunten om de noodzakelijke energieprojecten inNederland tijdig te realiseren.Zo start komend jaar het milieuonderzoek dat nodig is om een locatiebe-sluit te kunnen nemen voor de bouw van nieuwe kerncentrales, wordt deverkenningsfase van een aantal belangrijke uitbreidingen van hethoogspanningsnet afgerond en zullen enkele nieuwe hoogspanningspro-jecten starten met de procedure. Verder zal het project voor de realisatievan het waterstofnetwerk Limburg worden opgestart.Ook wordt er door de provincies hard gewerkt aan de pMIEK’s 2.0, diebegin 2025 opgeleverd worden. In de pMIEK’s selecteren de provincies, insamenwerking met onder andere gemeenten en netbeheerders, nieuweenergieprojecten die op regionaal schaalniveau van groot maatschappelijkbelang zijn. Hiermee zorgen we ervoor dat de belangrijkste energie-infrastructuur in de regio ook met prioriteit wordt gerealiseerd. Zo werkenwe op nationaal en regionaal niveau samen aan een duurzaam energie-systeem dat groene groei mogelijk maakt.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2179
Gerelateerde bronnen
- De minister van LVVN stuurt voor het kerstreces een brief over de mogelijkheden en de houdbaarheid van de vrijstelling natuurvergunning en energieprojecten;
De minister van LVVN stuurt voor het kerstreces een brief over de mogelijkheden en de houdbaarheid van de vrijstelling natuurvergunning en energieprojecten;
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.