Uitvoering werkagenda VN-verdrag Handicap
Brontekst
Versie 7285f6f0669161e7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 170GehandicaptenbeleidNr. 405 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 juni 2026In de werkagenda VN-verdrag Handicap1 zijn diverse maatregelenopgenomen om de zorg en ondersteuning voor mensen met eenbeperking en hun naasten te verbeteren. Met deze brief geef ik u eenactualisatie van enkele van deze maatregelen.Verschillen gemeentenIn de werkagenda VN-verdrag Handicap is een maatregel opgenomen datVWS en de VNG verschillen tussen gemeenten in kaart brengen die doormensen met een beperking als oneerlijk worden ervaren. Deze maatregelkomt mede voort uit de aanbeveling van het VN-comité om onwenselijkeverschillen tussen gemeenten tegen te gaan. Met deze brief stuur ik u deverkenning «Verschillen tussen gemeenten in beleid t.a.v. mensen meteen beperking» die Common Eye in opdracht van VNG heeft gedaan, toe.De verkenning laat zowel sterke als kwetsbare aspecten van ons decen-traal stelsel zien. In samenspraak met vertegenwoordigende organisatiesvan mensen met een beperking, ervaringsdeskundigen en met 8gemeenten zijn deze inzichtelijk gemaakt, aan de hand van een aantalillustratieve voorbeelden. Deze voorbeelden zijn aangedragen door deervaringsdeskundigen en de hun vertegenwoordigende organisaties. DeVNG heeft een keuze gemaakt om zeven illustratieve voorbeelden uit tewerken, verspreid over diverse levensdomeinen: de gehandicaptenpar-keerkaart, individuele hulpmiddelen, huishoudelijke ondersteuning,jobcoaching, tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken, inclusieveonderwijshuisvesting en woningbeschikbaarheid en -toewijzing.VNG en gemeenten hebben ervoor gekozen om in het onderzoek deverschillen tussen gemeenten voor de voorbeelden in kaart te brengen opde volgende aspecten in: informatievoorziening, procedures, kennis envaardigheden van professionals, continuïteit bij verhuizing en kosten.1Kamerstukken II 2024/45 24 170, nr. 362. kst-24170-405ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4051 Gemeenten noemen hierin enerzijds de kracht van lokaal maatwerk,waartoe het decentraal stelsel ruimte biedt. Anderzijds komen erkwetsbare aspecten naar voren, die kunnen leiden tot situaties die doorinwoners met een beperking als onwenselijk worden ervaren. In hetdecentrale stelsel is het primair aan de gemeenteraad om te bepalenwelke verschillen met andere (al dan niet naburige) gemeentenaanvaardbaar worden geacht. Tegelijkertijd constateert de verkenning ookdat het bewustzijn van die verschillen en het gesprek daarover tussen allebetrokken partijen een impuls kan gebruiken.VNG en gemeenten delen de wens om samen te zoeken naar goedemanieren om het makkelijker te maken voor inwoners, zonder dat daarbijde mogelijkheid voor maatwerk wordt aangetast. De vijf aspecten die bijkwetsbare verschillen een rol spelen, verschillen per onderwerp. Daaruitvolgt dat ook de aanpak per onderwerp kan verschillen. De verkenningnoemt daarvoor diverse opties, zoals handreikingen, convenanten oflandelijke kaders. Bij een gesprek over een mogelijke aanpak dienen inieder geval zowel rijk, gemeenten als vertegenwoordigende organisatiesvan mensen met een beperking betrokken te zijn. Zoals gezegd delen diepartijen de wens om dit gesprek met urgentie te voeren en hier uitwerkingaan te geven. Over de uitvoering van de werkagenda voer ik in het najaarhet bestuurlijke overleg met de VNG. Dan wil ik de uitkomsten van ditgesprek agenderen.Dat gemeenten hiermee al bezig zijn, blijkt onder meer uit het albestaande convenant voor meeverhuizen van individuele mobiliteitshulp-middelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing, hetconvenant maatwerkprocedure toegang hulpmiddelen en het onlangsgesloten convenant «Stevige lokale teams». Het convenant meeverhuizenis gericht op het kunnen meeverhuizen van hulpmiddelen op het momentdat iemand naar een andere gemeente verhuist. Het convenant maatwerkregelt een eenduidige toegang bij de aanvraag van een hulpmiddel vooreen complexe ondersteuningsvraag, waaronder afspraken over hetbenutten van functioneel advies om tot de juiste maatwerkoplossing tekomen. De convenanten meeverhuizen en maatwerk zijn ondertekenddoor 92 gemeenten. Daarnaast zijn er ook gemeenten die het convenantmeeverhuizen wel toepassen zonder dit te ondertekenen. Via dewerkagenda VN-verdrag Handicap wordt gewerkt aan verbetering vanbeide convenanten, door ze duidelijker te maken en te actualiseren. Ditmoet ertoe leiden dat meer gemeenten de convenanten gaan onderte-kenen en toepassen. Dat gebeurt in een werkgroep met VWS en landelijkekoepels. Ook wordt gekeken hoe de juridische status duidelijker en beterpassend gemaakt kan worden in het decentrale stelsel, zodat meergemeenten de convenanten zowel gaan toepassen als ondertekenen. Hetconvenant «Stevige lokale teams» is door de Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG) namens alle Nederlandse gemeenten getekend. Hierinwordt geregeld hoe gemeenten en negen landelijke partners toewerkennaar borging van stevige lokale teams in alle gemeenten in 2028.Ten aanzien van de gehandicaptenparkeerkaart zet de VNG in ieder gevalal stappen in de communicatie richting leden door bijvoorbeeld de oproepaan de leden te doen om na te gaan of de informatie over de gehandicap-tenparkeerkaart goed vindbaar is. Aan de hand van het delen van goedevoorbeelden krijgen de leden een beeld bij de mogelijkheden die er zijnom de beleidsverschillen te verkleinen.Ook de inzet van jobcoaching door gemeenten is onderwerp van deverkenning. Belangrijk is in dit verband te vermelden dat de Minister vanWerk en Participatie zich overeenkomstig het coalitieakkoord inspant voorhet harmoniseren van het re-integratiebeleid, waar onder de inzet vanwerkvoorzieningen ten behoeve van werkzoekenden en werkgevers. HierTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4052 wordt inmiddels onderzoek naar uitgevoerd. In het jaarlijks bestuurlijkoverleg dat ik voer met de VNG over de uitvoering van het VN-verdragHandicap, zal ik dit rapport en de opvolging ervan met de VNG bespreken,waarbij ik ook de afstemming zal zoeken met mijn collega’s binnen hetkabinet. Op die manier kunnen we gezamenlijk vaststellen wat nodig isom aspecten te verbeteren die voor inwoners met een beperkingkwetsbaar of problematisch zijn.Afwegingskader en handreiking gebruikelijke hulp Jeugdwet en WmoOnderdeel van de werkagenda is het ontwikkelen van een kader gebruike-lijke hulp voor de Jeugdwet en Wet Maatschappelijke Ondersteuning(Wmo 2015). Gebruikelijke hulp is de normale dagelijkse zorg die mensengeacht worden elkaar te geven op basis van hun gezinsrelatie of samen-woning. De wet omschrijft dit als «hulp die naar algemeen aanvaardeopvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot,ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten.» Bij een aanvraagom ondersteuning beoordeelt de gemeente eerst wat de directe omgevingredelijkerwijs kan bijdragen. Alleen wat daarbovenuit gaat komt inaanmerking voor een gemeentelijke voorziening. Onlangs zijn voor beidewetten een «afwegingskader gebruikelijke hulp» en een «handreikinggebruikelijke hulp» opgeleverd (zie bijlagen). De afwegingskaders helpengemeenten om keuzes te maken die passen bij hun eigen visie opnormaliseren, samenredzaamheid en het versterken van de sociale basis.Het afwegingskader is bedoeld als handvat om het besluitvormingsproceste structureren. Onderdeel van dat besluitvormingsproces is een breedonderzoek naar de hulpvraag, waar gebruikelijke hulp één element van is.De handreikingen bieden handvatten voor professionals in de toegang omhet gesprek over gebruikelijke hulp met inwoners te voeren, en bijdragenaan een gelijk en transparant afwegingsproces.Ik herken de elementen in de afwegingskaders en handreikingen om eengoed gesprek te kunnen voeren met inwoners over gebruikelijke hulp. Ookherken ik de dilemma’s die worden geschetst als het gaat om eenduidigebeoordeling van hulpvragen. Uniforme uitkomsten doen geen recht aande individuele situatie van inwoners met een ondersteuningsvraag. Hetkader is niet bedoeld om uitkomsten voor te schrijven, maar vooralbedoeld om gemeenten en professionals te helpen om te komen tot eenzorgvuldig afwegingsproces.De afwegingskaders en handreikingen zijn vanaf nu beschikbaar voorgemeenten om hun lokaal beleid in te richten. Ik zal deze stukken samenmet de VNG onder de aandacht van gemeenten brengen. Daarnaast zullendeze gebruikt worden bij de verdere uitwerking van een mogelijkealgemene maatregel van bestuur op basis van het wetvoorstel ReikwijdteJeugdwet, dat onlangs in internetconsultatie is gegaan. Het kader istevens waardevolle input voor de verdere uitwerking van de uitkomstenvan het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015.Verkenning kosten logeerzorg Jeugdwet en WmoOnderdeel van de werkagenda VN-verdrag Handicap is een onderzoeknaar de kosten van logeerzorg in de Jeugdwet en Wet Maatschappelijkeondersteuning (2015). Onlangs is door KPMG een verkenning naar dekosten van logeerzorg in beide wetten opgeleverd (zie bijlage:«rapportage verkenning kosten logeerzorg Jeugdwet en Wmo»). Het wasuitdagend om een grote groep aanbieders te betrekken om tot eeneenduidig beeld van de kosten te komen. Desondanks heeft de verkenningwaardevolle inzichten opgeleverd in de opzet, uitvoering en kosten-structuur van logeerzorg. Aanbieders hebben te maken met een groteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4053 variatie in doelgroepen, maar ook de organisatie en vorm van logeerzorgverschillen aanzienlijk tussen aanbieders. Dit vertaalt zich in zeeruiteenlopende kostenniveaus, maar maakt wel goed zichtbaar welkefactoren de kosten significant beïnvloeden en waar verschillen tussenaanbieders ontstaan.Ik herken het beeld dat sprake is van een grote variatie in de vorm,organisatie en kosten van logeerzorg. Ik ben voornemens dit onderzoek tebenutten als bouwsteen bij het verbeteren van logeerzorg. Ik zal deuitkomsten van deze gesprekken met de VNG rondom logeerzorg, in hetkader van de uitvoering van de Werkagenda VN-verdrag, de Hervormings-agenda Jeugd en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg.SpraakherkenningshulpmiddelenGraag informeer ik u over de toezegging over spraakherkenningshulpmid-delen in het onderwijs die is gedaan in de beantwoording van Kamer-vragen2 van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA). Er is toegezegd uwKamer voor de zomer te informeren over de opbrengst van de gesprekkenmet een vertegenwoordiging van Siméa, FODOK, SH Jong en Doven-schap, zorgverzekeraars, UWV, VWS en OCW. Het eerste gesprek heeftplaatsgevonden op 18 mei jl. Tijdens dit gesprek is veel nuttige informatieopgehaald over de behoeften bij leerlingen en studenten over het gebruikvan spraakherkenningshulpmiddelen in het onderwijsdomein. Dedeelnemers hebben verduidelijkt dat spraakherkenningshulpmiddelenvoor leerlingen en studenten in een behoefte kunnen voorzien, maar nietals vervanging dienen van bijvoorbeeld een tolk Nederlandse Gebarentaal(NGT). Daarbij is het van belang dat de gebruiker zelf de regie houdt overde inzet van de verschillende voorzieningen. Dit zal worden meegenomenin de verdere uitwerking. Naar aanleiding van dit gesprek wordt gekekenwat er nodig is om aanvullende behoeften mogelijk te maken met het oogop eventuele aanpassingen in de regelgeving. Op basis daarvan wordtbepaald of er nog een vervolggesprek wordt gepland. Uw Kamer wordt ditnajaar op de hoogte gebracht van de opbrengst hiervan.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. Sterk2Kamerstukken II 2025/26, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 1235.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4054
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.