Voortgang van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling
Brontekst
Versie 558860027436d38d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 345Aanpak huiselijk geweld31 015KindermishandelingNr. 293 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 december 2025In Nederland leven veel kinderen en volwassenen die worden geconfron-teerd met huiselijk geweld en kindermishandeling. Per jaar hebben1,3 miljoen mensen van 16 jaar en ouder in Nederland hiermee te maken,van wie 990.000 maandelijks, wekelijks of dagelijks.1 De impact hiervan isvoor jong en oud groot. Kinderen die opgroeien in onveilige thuissituatieskunnen die ervaringen een leven lang met zich meedragen. Ook desamenleving als geheel wordt diep geraakt: door intergenerationeleoverdracht van het geweld en de aantasting van fundamentele normen enwaarden als veiligheid, vrijheid, gelijkwaardigheid en het algemeenwelbevinden. In de samenleving groeit het besef dat veiligheid in dehuiselijke kring niet vanzelfsprekend is. Te vaak worden gemeenschappen,families en buurten opgeschrikt door ernstige gevallen van (dodelijk)geweld. Deze schokkende gevallen en de moed en openheid vanslachtoffers en nabestaanden hebben het collectief bewustzijn rondomhuiselijk geweld en kindermishandeling vergroot en het publieke debat ende politieke belangstelling rondom deze thema’s aangewakkerd. Ook inuw Kamer is de urgentie sterk gegroeid. Deze maatschappelijke enpolitieke roep om actie vraagt om een gezamenlijke inspanning op allerleiniveaus; van de overheid, van professionals en van burgers.Uit recente initiatieven blijkt dat er brede politieke en maatschappelijkesteun is om vervolg te geven aan een versterkte aanpak. De initiatiefnota’svan de leden Mutluer2 en Van der Werf3, de petitie hulplijn 1164, hetstembusakkoord voor versterking van de aanpak van geweld tegenvrouwen en het aanpakplan kinderen van femicide-slachtoffers enfemicide-overlevers zijn het bewijs van een brede wens om dezeproblematiek met prioriteit aan te pakken. Zoals beschreven in het plan1Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024 | CBS2Kamerstukken II, 2024–2025, 36 658, nr. 13Kamerstukken II, 2025–2026, 36 811, nr. 2.4Petitie hulplijn 116 via Petitie 116 – Vereniging Valente kst-28345-293ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 2931 van aanpak «Stop femicide!»5 bestrijdt het kabinet fataal geweld tegenvrouwen en meisjes op basis van de aanpak van huiselijk geweld enkindermishandeling. De grote meerderheid van hen wordt immersomgebracht door een (ex-)partner of een familielid (de zogenaamdehuiselijke kring). Maar ook buiten de huiselijke kring dienen fysiek,psychisch en seksueel geweld tegen vrouwen te worden voorkomen enbestreden, bijvoorbeeld geweld en grensoverschrijdend gedrag tijdenshet uitgaan, op straat of op de werkvloer. Het is daarvoor cruciaal datschadelijke genderopvattingen, offline en online, worden bestreden. Enook in deze gevallen is preventieve hulp en zorg nodig, evenals goedesignalering en adequaat strafrechtelijk ingrijpen. Dit vraagt om sterkerecoördinatie en samenhangend beleid in het voorkomen en bestrijden vangeweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling. Later indeze brief wordt hier nader op ingegaan.Met deze brief informeer ik, mede namens de Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, deStaatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecre-taris van Participatie en Integratie, uw Kamer over de voortgang van deaanpak op huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals toegezegdtijdens het commissiedebat Maatschappelijk domein (inclusief huiselijkgeweld, kindermishandeling en geweld in afhankelijkheidsrelaties) van11 september 2025.6 In deze brief wordt ingegaan op de ontwikkelingenop het gebied van:1.Het verbeteren van de coördinatie van beleid tegen geweld tegenvrouwen en huiselijk geweld;2.Signalering van huiselijk geweld en kindermishandeling;3.Versterken van hulp, ondersteuning en opvang;4.Preventie en aanpak van schadelijke praktijken;5.Aanpak van plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling;6.EU-RichtlijnWaar moties direct raken aan hierboven genoemde thema’s, staan dezebeschreven in de brief. De voortgang van overige relevante moties entoezeggingen staan vermeld in bijlage 1 «Overige moties en toezeg-gingen».Bijlage 2 is de beleidsreactie op het rechtsvergelijkend onderzoek naar deinzet van preventieve beschermingsbevelen bij huwelijksdwang,achterlating en vrouwelijke genitale verminking, uitgevoerd dooronderzoeksbureau Right to Rise in opdracht van het WetenschappelijkOnderzoek- en Datacentrum (WODC). Bijlage 3 bestaat uit de lessen diewe kunnen trekken uit de aanpak in Spanje voor de Nederlandse aanpakvan geweld tegen vrouwen en femicide. Daarnaast worden de volgendebijlagen meegestuurd:–Een onderzoek van Regioplan naar de verbetering van (het gebruikvan) de instrumenten voor veiligheids- en risicobeoordeling bijhuiselijk geweld en kindermishandeling. Het onderzoek richt zich op deinzet van verschillende taxatie-instrumenten, waarbij specifiek isgekeken hoe de instrumenten de rode vlaggen voor femicide hebbenopgenomen;–Het internationaal rechtsvergelijkend onderzoek naar de zelfstandigestrafbaarstelling van psychisch geweld en/of dwingende controle vande Open Universiteit, zoals toegezegd door de toenmalige Minister5Kamerstukken II, 2024–2025, 28 345, nr. 285.6Commissiedebat Maatschappelijk domein (inclusief huiselijk geweld, kindermishandeling engeweld in afhankelijkheidsrelaties)(Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 13) zie Convocatie commissie-debat Maatschappelijk domein (inclusief Huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld inafhankelijkheidsrelaties) – d.d. 11 september 2025, 15.30 – 19.30 uurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 2932 voor Rechtsbescherming naar aanleiding van de motie van het lidMutluer7;–Het rapport «Dwingende controle – Onder de oppervlakte, Onzichtbaargeweld zichtbaar maken» (Eefsway), naar aanleiding van het projectdat ziet op praktijkverbetering in de aanpak van psychisch geweld;–De leidraad «Het tijdelijk huisverbod vanuit een nieuw perspectief» vanMarieke Kleinjan, waarin de met gemeenten en uitvoeringsorganisa-ties afgestemde uitgangspunten staan beschreven op basis waarvan in2026 de verbeterde inzet van het tijdelijk huisverbod zal wordenbeproefd;–Twee rapporten over plegerinterventies bij partnergeweld van hetCentre of Expertise Veiligheid en Veerkracht (Avans Hogeschool); eenliteratuurstudie en een adviesrapport voor doorontwikkeling van deinterventie Beëindigen Onderling Relationeel Geweld (BORG).1. Coördinatie van beleid tegen geweld tegen vrouwen enhuiselijk geweld Het versterken van de coördinatie van de aanpak van geweld tegenvrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling is van groot belang omgeweld beter te kunnen voorkomen en slagvaardiger te kunnen bestrijden.Er zijn afgelopen jaar meerdere moties ingediend die gaan over verschil-lende vormen van coördinatie:–Motie van het lid Becker c.s. over een integraal actieplan geweld tegenvrouwen.8–Motie van de leden Timmermans en Mutluer over één bewindspersoonverantwoordelijk maken voor een aanpak van geweld tegen vrouwen.9–Motie van het lid Van der Werf c.s. over een vorm van nationalecoördinatie huiselijk geweld en kindermishandeling opzetten omervoor te zorgen dat organisaties weer adequaat en tijdig actie kunnenondernemen bij meldingen.10–Toezegging tijdens het notaoverleg op 22 september jl. om de Kamervoor het einde van het jaar te informeren over het in kaart brengen vande aanjaagfunctie inzake de aanpak van femicide en geweld tegenvrouwen en zij informeert de Kamer dit eind 2025 over de resultatendaarvan.11In het manifest «Stop geweld tegen vrouwen» wordt opgeroepen tot eenstevig nationaal actieplan onder de verantwoordelijkheid van éénbewindspersoon. Het heeft geleid tot een stembusakkoord gericht op eenstructurele en landelijke aanpak van femicide en huiselijk geweld. Hetkabinet herkent en erkent het belang hiervan en maakt zich, ondanks dedemissionaire status, onverminderd hard voor verdere verbetering van deaanpak.In het plan van aanpak «Stop femicide!» d.d. 7 juni 2024 is het versterkenvan de coördinatie opgenomen als een van de prioriteiten.12 Op 10 juli2025 is de Kamer reeds geïnformeerd over de voortgang van de priori-teiten uit dit plan van aanpak, inclusief de actie op de verkenning van hetversterken van de landelijke coördinatie. Hiervoor is opdracht gegevenaan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur om onderzoek te doennaar mogelijke vormen van landelijke coördinatie ten aanzien van huiselijkgeweld, kindermishandeling en geweld tegen vrouwen. Dit rapport is,7Kamerstukken II, 2022–2023, 29 279, nr. 781.8Kamerstukken II, 36 658, nr. 59Kamerstukken II, 36 658, nr. 1110Kamerstukken II, 31 839, nr. 105911TZ202509-13512Kamerstukken II, 2024–2025, 28 345, nr. 285.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 2933 samen met een korte beleidsreactie, op 26 september 2025 met uw Kamergedeeld.13 Naar aanleiding van dit onderzoek en gesprekken tussen debewindspersonen, met de initiatiefnemers van de nota’s van de ledenMutluer14 en Van der Werf15 over femicide en het stoppen van geweldtegen vrouwen en andere betrokkenen komt het kabinet tot de volgendeconcrete stap.Het kabinet zet in op het versterken van de coördinatie door het zo snelmogelijk aanstellen van een Nationaal Coördinator Geweld tegenVrouwen en Huiselijk Geweld. De scope hiervan betreft alle vormen vangeweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling, in lijnmet het verdrag van Istanbul. De Nationaal Coördinator is een ambtelijkefunctie die onder de verantwoordelijkheid valt van de coördinerendbewindspersoon, op dit moment de Staatssecretaris van Langdurige enMaatschappelijke Zorg. De Nationaal Coördinator wordt ondersteund dooreen klein team en heeft als belangrijke taak het tot stand brengen van enhet sturen op de uitvoering van een nationaal actieplan geweld tegenvrouwen en huiselijk geweld, en daarmee op het realiseren vansamenhang en overzicht in het beleid en de aanpak van geweld tegenvrouwen en huiselijk geweld. De Nationaal Coördinator is daarmee ookeen aanspreekpunt voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties, dieimmers een grote rol hebben in de aanpak van geweld tegen vrouwen,huiselijk geweld en kindermishandeling. De Nationaal Coördinator kandeze organisaties binnen het Rijk aan de juiste inhoudelijke collega’sverbinden. De inhoudelijke beleidsverantwoordelijkheid blijft bij dedesbetreffende departementen en bewindspersonen. De NationaalCoördinator zal eerdere ervaringen en lessen vanuit andere programma’s,zoals het nog lopende Nationaal actieprogramma Aanpak seksueelgrensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, meenemen en benuttenin de verdere aanpak en daarin ook goed afstemmen met de huidigeregeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueelgeweld.Naast het verstevigen van de coördinatie van het overheidsbeleidverplicht de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen enhuiselijk geweld ons ook tot het structureel inrichten van een orgaan oforganen voor rapportage, aanbevelingen, informatie-uitwisseling ensystematische statistiekvorming. Het kabinet werkt toe naar de inrichtingvan dit/deze orga(a)n(en), in afstemming met de nieuw aan te stellennationaal coördinator en bestaande instituten en organisaties. Het strevenis om dit begin 2027 afgerond te hebben.2. Signalering van huiselijk geweld en kindermishandeling Een belangrijk onderdeel van het versterken van de aanpak huiselijkgeweld en kindermishandeling, is dat professionals goed signaleren enweten te handelen als er onveilige situaties zijn. Een goede veiligheidsbe-oordeling en risicotaxatie zijn hierbij cruciaal. Daarnaast speelt publiekebewustwording een belangrijke rol. Initiatieven zoals de buitententoon-stelling FEMICIDE dragen bij aan het vergroten van de aandacht voorfemicide en huiselijk geweld. Deze tentoonstelling biedt een laagdrem-pelige manier om het gesprek over femicide te openen en signalen vangeweld beter te herkennen in de samenleving.13NSOB rapport «(N)iets te kiezen en vervolg rondom inrichting coördinatie van de aanpakhuiselijk geweld en kindermishandeling (inclusief femicide) en geweld tegen vrouwen viaAanpak huiselijk geweld | Tweede Kamer der Staten-Generaal, Kamerstukken II, 2025–2026,28 345, nr. 290.14Kamerstukken II, 2024–2025, 36 658, nr. 115Kamerstukken II, 2025–2026, 36 811, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 2934 Versterken meldcodeDe wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling isingevoerd in 2013 en ondersteunt professionals met het signaleren enhandelen bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling.De meldcode bestaat uit vijf stappen, die doorlopen kunnen worden:1.Signalen in kaart brengen2.Overleggen met een collega of indien nodig Veilig Thuis3.In gesprek met betrokkene(n) om zorgen te bepreken4.Een afweging maken van de ernst van de situatie. Bij twijfel kan altijdcontact worden opgenomen met Veilig Thuis5.Het nemen van een beslissing om zelf hulp te verlenen of teorganiseren én al dan niet een melding doen bij Veilig Thuis.Veel beroepsgroepen hebben een specifiek afwegingskader die deprofessionals helpt bij het nemen van een beslissing. In 2019 is demeldcode herzien waarin het de professionele norm werd om eenmelding te doen bij acuut en structureel geweld bij Veilig Thuis, of alshulp verlenen niet mogelijk is.Momenteel wordt de mogelijkheid verkend om een adviesplicht binnen demeldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in te voeren16. Deeerste strategische verkenning daarover is afgerond. Op basis van dezestrategische verkenning worden nu met veldpartijen gesprekken gevoerd.Hierbij hebben we aandacht voor de verwachte meerwaarde, de impactop het signaleren en handelen door professionals, de uitvoerbaarheid enhet draagvlak in het veld. We werken toe naar een voorkeursscenario enzullen uw Kamer hierover in 2026 informeren.DeskundigheidsbevorderingIn 2025 startte, in opdracht van de ministeries van VWS en JenV, eentraject om de deskundigheid van professionals die werken bij zorg- enstraforganisaties (zoals Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld, Vrouwen-opvang, politie, Openbaar Ministerie, Reclassering, Raad voor deKinderbescherming en Jeugdbescherming) verder te versterken. Zodat zijgeweld tegen vrouwen beter kunnen herkennen en tijdig signaleren omerger te voorkomen. Het is van groot belang dat professionals werkzaambij deze organisaties over de juiste kennis en vaardigheden beschikkenom signalen van geweld tegen vrouwen (en alle vormen van huiselijkgeweld en kindermishandeling) te herkennen en hierop adequaat tehandelen. Niet alleen als individuele professionals, maar ook alsgoedwerkend netwerk, waarin ieder zijn eigen rol en taak vervult en eenaansluitend geheel bestaat. Hierbij is nadrukkelijk ook aandacht voor hetsignaleren, herkennen en handelen bij slachtoffers met een verhoogdekwetsbaarheid doordat zij te maken hebben met één of meerdere vormenvan ongelijkheid en uitsluiting, zoals mensen met een (verstandelijke)beperking. De eerder genoemde zorg- en straforganisaties zetten nu al inop deskundigheidsbevordering en werken hierbij samen. Er ligt daarmeeeen basis om op voort te bouwen. Deze organisaties hebben de ambitieom deskundigheidsbevordering structureel naar een hoger niveau tetillen. Het gezamenlijk plan en inzicht in benodigdheden voor invoeringworden in Q2 2026 opgeleverd.16Zoals in de Kamerbrief van 17 juni 2025 over verbetermaatregelen gebeurtenissen pleeggezinVlaardingen is aangegeven (Kamerstukken II, 2024/2025, 31 015, nr. 303), mede naaraanleiding van de motie Dral (Kamerstukken II, 2024/2025, 31 015, nr. 293)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 2935 Veilig ThuisVeilig Thuis bestaat als organisatie dit jaar 10 jaar. In die 10 jaar heeftVeilig Thuis zich ontwikkeld van een startende organisatie naar een vastonderdeel in de lokale/regionale aanpak van huiselijk geweld en kinder-mishandeling. In de Wmo 2015 zijn de wettelijke taken van Veilig Thuisvastgelegd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren enfaciliteren van de lokale Veilig Thuis-organisatie. Dit heeft geleid tot 25Veilig Thuis-organisaties die samen zorgen voor landelijke beschik-baarheid van Veilig Thuis. Waar vóór 2015 de taken van Veilig Thuis nogwaren verdeeld over het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK)en het steunpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (SHG), is ermet Veilig Thuis bewust gekozen om het advies-en meldpunt voorkindermishandeling en huiselijk geweld samen te voegen. Huiselijkgeweld en kindermishandeling zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden;in gezinnen met kinderen zorgt huiselijk geweld vrijwel altijd ook vooronveiligheid voor de kinderen, ook in situaties als het geweld of demishandeling niet direct tegen hen is gericht.Veilig Thuis is een cruciale schakel in de aanpak van huiselijk geweld enkindermishandeling, met specifiek de taak als advies- en meldpunt.Iedereen met vragen en zorgen moet terecht kunnen bij Veilig Thuis vooradvies en ondersteuning. Dit kan gaan om professionals die zich zorgenmaken om iemand en willen weten wat ze zelf kunnen doen, maar ook omburgers die zich zorgen maken om een naaste of om hun eigen situatie.Daarnaast heeft Veilig Thuis de rol als meldpunt: als er zorgen zijn over deonveiligheid van iemand, kan er, door zowel professionals als burgers,melding gedaan worden bij Veilig Thuis. Professionals zijn verplicht bijvermoedens de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling tedoorlopen. Veilig Thuis moet elke melding beoordelen, door informatie teverzamelen en een risicotaxatie uit te voeren. Op basis van de uitkomstvan die taxatie kan Veilig Thuis de melding afsluiten, een veiligheidsplanmaken, doorzetten naar hulpverlening of zelf verder onderzoek doen.Meldingen en adviesvragenIn de eerste helft van 2025 heeft Veilig Thuis in totaal 66.000 meldingenvan huiselijk geweld of kindermishandeling ontvangen, tegenover 64.000in het eerste half jaar van 2024. Dat is een relatief beperkte stijging vanongeveer 3 procent. Het aantal adviesvragen stijgt veel harder: van 75.000adviezen in de eerste helft van 2024, naar 85.000 adviezen in de eerstehelft van 2025. Dat is een stijging van ruim 13 procent. Deze adviesvragenkomen voor een groot deel (44 procent) van burgers (niet-professionals).Meldingen komen grotendeels van professionals, in meerderheid van depolitie: in de eerste helft van 2025 kwam 66 procent van de meldingen vande politie. De toename van adviesvragen lijkt erop te wijzen dat VeiligThuis steeds meer als laagdrempelig aanspreekpunt wordt gezien doorburgers en dat zij eerder kiezen voor het vragen van advies dan het directdoen van een melding.Tegelijkertijd zijn er ook burgers die niet met Veilig Thuis contactopnemen wanneer zij zorgen of vragen hebben over een mogelijkesituatie van huiselijk geweld of kindermishandeling. Veilig Thuis blijft viahet digitale platform en eigen media-uitingen uitleg geven over wat welen niet tot de taken van Veilig Thuis behoort om misverstanden envooroordelen waar mogelijk weg te nemen. Dit bevestigt Veilig Thuis inde reguliere contacten met VWS. Aanvullend zet Veilig Thuis stevig in opde bekendheid van de taken van Veilig Thuis en op de samenwerking metandere organisaties om ervoor te zorgen dat iedereen goed geïnformeerdde juiste stappen kan zetten voor zichzelf of voor een ander.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 2936 In de uitvoering van de taken loopt Veilig Thuis op dit moment tegen veeluitdagingen aan, waardoor de taken niet altijd voldoende kan wordenuitgevoerd. Zo kampen veel Veilig Thuis-organisaties met wachtlijsten,door een gebrek aan personeel en door het vastlopen van de doorstroomin de sector. Een hoge werkdruk en verloop van personeel zijn vervolgensweer uitdagingen voor het op peil houden van de specifieke kennis vanverschillende vormen van huiselijk geweld die nodig zijn voor goedeadvisering en beoordeling.Er is een behoefte aan het blijven door ontwikkelen van Veilig Thuis opzich en in relatie tot de hele keten in de aanpak van huiselijk geweld enkindermishandeling. Dit wordt ook gevraagd vanuit de Tweede Kamer,onder andere bijvoorbeeld door de motie van het lid Becker17 (VVD) c.s.vraagt om een herbezinning van de rol, positionering en capaciteit bijVeilig Thuis bij femicide, huiselijk geweld en kindermishandeling.Op meerdere manieren wordt momenteel ingezet op herijking van defunctionaliteiten van Veilig Thuis. Dat betreft verbeteringen in het huidigefunctioneren, maar ook een fundamentelere herbezinning van de positievan Veilig Thuis in het stelsel van zorg en ondersteuning. Vanuit deaanbevelingen van het «Houdbaarheidsonderzoek van de Wmo» is hetvoornemen om meer landelijke waarborgen in ons decentrale stelsel in tebouwen. Dat betreft ook Veilig Thuis. Dit is nodig omdat er groteverschillen zijn tussen de 25 Veilig Thuis-organisaties. Voor een deel is ditgelegen in het feit dat met de basis wettelijke kaders zoals vastgelegd inde Wmo 2015, de regie lokaal is belegd en het mandaat over de invullingen uitvoering van Veilig Thuis in regionale samenwerkingsverbanden isondergebracht. De verschillen zitten zowel in organisatiestructuur enaansturing, als in de uitvoering van het dagelijks werk. Op basis van het«Houdbaarheidsonderzoek Wmo» wordt specifiek gekeken welkewettelijke aanpassingen van de Wmo nodig zijn om te zorgen voor eenmeer eenduidige werkwijze. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan deimplementatie van de EU-richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijkgeweld, die een aantal wettelijke aanpassingen vergt met betrekking totde functionaliteiten van Veilig Thuis en de organisatie van de samen-werking tussen verschillende organisaties op het gebied van geweldtegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling.Binnen het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt vanuit dewens tot het verbeteren van het handelen bij onveiligheid binnengezinnen en huishoudens gekeken naar de taken en verantwoordelijk-heden van verschillende organisaties. Zo wordt ook gekeken naar depositionering van de functionaliteiten van Veilig Thuis in de keten vankind- en gezinsbescherming. Vragen die hierbij op tafel liggen zijn: welkefunctionaliteiten moeten worden ingericht, hoe en door wie worden dezeopgepakt, hoe wordt de onderlinge samenwerking versterkt tussenbijvoorbeeld een stevig lokaal team en de veiligheidspartijen (naast VeiligThuis ook de gecertificeerde instellingen en Raad voor de Kinderbe-scherming) en hoe wordt de integrale samenwerking daarop ingericht? Dehuidige taken van Veilig Thuis zijn hier een cruciaal onderdeel in. UwKamer wordt begin 2026 geïnformeerd over de voortgang van hetprogramma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.Ook in het hier en nu wordt ingezet op verbetering van de inzet van VeiligThuis. In samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten(VNG) en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT), de vereniging van deVeilig Thuis-organisaties, wordt toegewerkt naar meer uniformiteit in dewerkwijze van Veilig Thuis, binnen de huidige kaders van ons decentralestelsel. Het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) fungeert als vereniging17Kamerstuk 28 345-288Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 2937 van de Veilig Thuis-organisaties, van waaruit landelijke initiatievenworden opgezet, doorontwikkeld en ingevoerd. De aandachtspunten voorversterking van Veilig Thuis waren de afgelopen jaren onder andere:•het versterken van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en beschikbaar-heid van Veilig Thuis•het terugdringen van de wachtlijsten•het aanpakken van het tekort aan vertrouwensartsen•het versterken van de adviesfunctie (inclusief chatfunctie)•het versterken van de samenwerking met lokale wijkteams•het verbeteren van de samenwerking bij acute onveiligheid van VeiligThuis met politie, Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescher-ming en reclassering in de aanpak «Veiligheid Voorop».Voor de uitvoering van motie Becker c.s. is het belangrijk de lessen enbevindingen van al deze bovenstaande trajecten goed te combineren en tekijken wat aanvullend nodig is om te zorgen dat adviezen en meldingen,maar ook de inzet bij acute onveiligheid, rondom alle vormen van huiselijkgeweld en kindermishandeling snel en adequaat opgepakt worden en hetjuiste vervolg krijgen. De Kamer zal voor de zomer 2026 over devoortgang op bovengenoemde trajecten en benodigde aanvullende actiesworden geïnformeerd.Inzet op de bekendheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van VeiligThuisHet afgelopen jaar is veel ingezet op het versterken van de bekendheid,bereikbaarheid en toegankelijkheid van Veilig Thuis. In september 2025 isook het digitale platform Veilig Thuis gelanceerd. Dit platform biedt eenveilige en toegankelijke omgeving waar bezoekers informatie en steunkunnen vinden. Het platform bevat bijvoorbeeld themapagina’s overspecifieke vormen van geweld, ervaringsverhalen en praktische tips voorhet voeren van gesprekken. In de eerste maand is dit platform al 50.000keer bezocht door 41.000 unieke bezoekers. Daarnaast biedt het platformook een speciale tool die wordt aangestuurd met kunstmatige intelligentie(AI), waar iedereen met vragen over huiselijk geweld en kindermishan-deling terecht kan voor een ruim aanbod aan relevante informatie.Iedereen kan via die tool laagdrempelig en 24 uur per dag en 7 dagen perweek vragen stellen met direct concrete antwoorden en tips. Deze AI-toolis in de eerste maand meer dan 1.500 keer gebruikt. Vanuit contact met deAI-tool op het platform kan desgewenst direct overgeschakeld worden ophet chatten met een medewerker. Ook de invulling en beschikbaarheidvan de chatfunctie wordt doorontwikkeld. Vanwege grote verschillen in debeschikbaarheid van de chatfunctie tussen de 25 Veilig Thuis-organisaties,heeft het LNVT een tijdelijke oplossing gerealiseerd voor landelijkedekking van de chatfunctie. Daarnaast is recent een projectleideraangesteld om de mogelijkheden en benodigde randvoorwaarden vooreen permanente 24/7 beschikbare chatfunctie uit te werken.Vanuit het LNVT is ingezet op het inzichtelijker maken van het werk vanVeilig Thuis, zowel richting professionals als richting burgers. Zo wordt erveel aandacht besteed aan het geven van meer bekendheid van deradarfunctie: het systeem waarin meldingen rondom huiselijk geweld enkindermishandeling bij elkaar komen om zo beter en eerder patronen vanhuiselijk geweld en kindermishandeling te herkennen. Ook werkt VeiligThuis aan het beter onder de aandacht brengen hoe te handelen bijdisclosure: als een kind zelf aangeeft te worden mishandeld. Hier spelende vertrouwensartsen van Veilig Thuis een belangrijke rol in, zowel quakennis bij handelingsperspectieven, zoals bij de beoordeling van desituatie als er sprake is van disclosure.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 2938 Wachtlijsten bij Veilig ThuisVeel van de Veilig Thuis-organisaties hebben nog steeds te maken metwachtlijsten als het gaat om het oppakken van de meldingen. Eenwachtlijst houdt in dat Veilig Thuis niet in alle gevallen de wettelijketermijnen haalt: binnen 5 dagen een risicotaxatie en binnen 10 wekenafronden van de dienst Voorwaarden en Vervolg (een van de trajecten dieVeilig Thuis kan inzetten om veiligheid te organiseren en vervolgmaatre-gelen te treffen). Belangrijk is om te vermelden dat, ondanks dezewachtlijsten, er bij alle meldingen direct een veiligheidsinschatting wordtuitgevoerd en bij acute onveiligheid wordt, wachtlijst of niet, altijd directgehandeld. Het merendeel van de meldingen bij Veilig Thuis (ruim 95%)gaat over structurele onveiligheid, niet over acute. Dit zijn meldingenwaarbij er geen sprake is van acuut gevaar, maar de veiligheid langdurigof herhaaldelijk onvoldoende is. In ongeveer 4% van de gevallen gingenmeldingen om acute onveiligheid, waarbij wel sprake is van direct gevaarvoor iemand in de thuissituatie.Vanuit het LNVT wordt er met de 25 Veilig Thuis-organisaties gewerkt aanhet terugdringen van de wachtlijsten. Zo wordt gezocht naar manieren omhet werk efficiënter in te richten, ook met behulp van AI waar mogelijk,zonder dat dit ten koste gaat van kwaliteit. Er is met een brede wervings-campagne ingezet op het vinden van meer personeel en veel VeiligThuis-organisaties zijn in gesprek met de gemeenten om te zoeken naaroplossingen. Ook wordt meer aandacht gevraagd voor de adviesfunctie:het geven van advies is minder arbeidsintensief dan het onderzoeken vaneen melding. Door eerder advies te vragen is de verwachting dat in detoekomst het aantal meldingen zal afnemen.De laatste uitvraag van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) laatzien dat, ondanks alle inspanningen, de wachtlijsten voor veel VeiligThuis-organisaties een realiteit zijn. Een deel van het ontstaan vanwachtlijsten kan door de Veilig Thuis-organisaties zelf worden aangepakt;een deel van de wachtlijsten ontstaat door gebrek aan doorstroom in desector en keten. Zo is er schaarste in de breedte, heeft hulpverlening temaken met tekorten en kan Veilig Thuis met regelmaat casussen nietdoorverwijzen. Dit zorgt weer voor minder ruimte voor instroom bij VeiligThuis. Een aantal Veilig Thuis-organisaties heeft ook ingezet op het makenvan betere samenwerkingsafspraken met o.a. de lokale teams. Maar metalleen afspraken zal dit probleem niet opgelost kunnen worden; het is eenbreder probleem, waarvoor – op termijn – het Toekomstscenario Kind enGezinsbescherming ook een belangrijk deel van de oplossing moet zijn.De knelpunten hangen dermate samen met de inrichting van het huidigestelsel dat dit niet opgelost kan worden zonder stevig in te zetten opnieuwe vormen van samenwerking tussen de partners in de kind- engezinsbescherming.VertrouwensartsenEen belangrijke taak van Veilig Thuis is het inbrengen van sociaal-medische expertise bij het beoordelen van mogelijke situaties vanhuiselijk geweld en kindermishandeling. Door vertrouwensartsen in dienstte hebben, kan deze specifieke medische kennis altijd worden ingebracht.De realiteit is echter dat er een tekort is aan vertrouwensartsen. In mei2025 stonden er ruim 20 vacatures voor vertrouwensartsen open. Ik werksamen met de Vereniging Vertrouwens Artsen Kindermishandeling (VVAK)aan het faciliteren van de opleiding voor vertrouwensartsen. Zo is deafgelopen jaren veel geïnvesteerd in het realiseren van opleidingsplekkenén de werving van nieuwe artsen, o.a. ook door verbetering van deinformatievoorziening. De eerste artsen die 4 jaar geleden aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 2939 opleiding zijn begonnen, ronden eind dit jaar de opleiding af; de tweedelichting van de opleiding is bijna parallel gestart aan het tweede oplei-dingsdeel van de eerste lichting en de wervingscampagne heeft genoeggeïnteresseerden opgeleverd om een derde groep te laten starten met deopleiding. Ook ziet de VVAK een stijging in het aantal leden van 10% overde afgelopen vijf jaar. Het tekort wordt dus kleiner, maar is zeker nog weleen feit. Daarom blijf ik samen met het VVAK en het LNVT inzetten op dewerving en borging van de medische expertise binnen Veilig Thuis.De werving van nieuwe artsen is niet het enige dat is ingezet. Er wordtook breder gekeken naar interdisciplinaire samenwerking. Op dit momentwordt de laatste hand gelegd aan een handreiking voor het samenwerkenmet verschillende medische disciplines om sociaal-medische expertisegoed te borgen in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.Risicotaxatie en veiligheidsbeoordelingEen cruciaal onderdeel in het signaleren en aanpakken van huiselijkgeweld is het doen van een goede risicotaxatie en veiligheidsbeoordeling.Instrumenten voor taxatie zijn een belangrijk hulpmiddel om een goedeinschatting te maken van wat er aan de hand is, welke risico’s er zijn enwat op welk moment de juiste interventie is. Verschillende organisatieswerken met verschillende taxatie-instrumenten. Vanuit het plan vanaanpak «Stop femicide» is door Regioplan een onderzoek uitgevoerd naarde inzet van verschillende taxatie-instrumenten, waarbij specifiek isgekeken hoe de verschillende instrumenten de rode vlaggen voorfemicide hebben opgenomen, zowel in Europees als Caribisch Nederland.Het rapport wordt als bijlage met deze brief meegezonden. Met debetrokken partijen wordt komende tijd besproken op welke wijze gevolgwordt gegeven aan de bevindingen van dit onderzoek, met het doel om detaxatie en samenwerking te verbeteren.Buitententoonstelling FEMICIDEWegens het succes van de Open Mind buitententoonstelling FEMICIDE,mede mogelijk gemaakt door de gemeente Den Haag en de FederatieNabestaanden Geweldslachtoffers, verleent het Ministerie van Justitie enVeiligheid subsidie aan de stichting Open Mind voor een tweede versievan deze tentoonstelling. Deze versie zal in 2026 tenminste 10 locaties inNederland aandoen. De tentoonstelling biedt op een laagdrempeligemanier aandacht voor de thematiek van femicide. Voor gemeenten vormthet een gelegenheid om femicide in de regio onder de aandacht tebrengen, zodat inwoners zich bewust worden van de rode vlaggen enweten waar ze terecht kunnen voor hulp en informatie, zowel alsslachtoffer, omstander of pleger.3. Versterken van hulp, ondersteuning en opvang Een goed georganiseerd landschap van hulp-, meld- en steunpunten voorslachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelatiesIk werk samen met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de VNGen zorg- en straforganisaties aan een betere verbinding van de hulp enondersteuning voor slachtoffers in afhankelijkheidsrelaties. Met politie,Openbaar Ministerie, Centrum Seksueel Geweld, SlachtofferhulpNederland, Veilig Thuis en Perspectief Herstelbemiddeling en metbetrokkenheid van slachtoffers is een nieuwe manier van samenwerkenontwikkeld die zich specifiek richt op slachtoffers van seksueel misbruik enseksueel geweld. De drie kernelementen uit de nieuwe werkwijze zijn:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29310 1.Een goed afgestemd en georganiseerd eerste contact voor slachtof-fers van seksueel geweld met één van de organisaties, waardoor hetslachtoffer niet telkens (onnodig) opnieuw het verhaal hoeft tevertellen. Verschillende hulpmiddelen bieden handvatten voor de(front-office)medewerker voor een goed verloop van het contactwaarbij het slachtoffer zo min mogelijk belast wordt;2.Een doorlopende multidisciplinaire weging en triage (MDT) vancasuïstiek. Tijdens dit overleg wordt bepaald welke inzet nodig is enhet beste past bij de behoeften van het slachtoffer en zijn/haar(in)directe omgeving (gezin, familie en vrienden);3.Slachtoffers van seksueel geweld worden gekoppeld aan eenregiehouder die het vaste aanspreekpunt is voor het slachtoffer enzijn/haar (in)directe omgeving. Daarnaast regisseert en coördineert deregiehouder de afstemming en samenwerking tussen de betrokkenpartijen en zorgt voor warme overdracht richting instanties.De organisaties werken doorlopend samen, zodat op elk moment demeest passende inzet kan worden geboden, ook als de situatie verandert.Momenteel wordt bovenstaande werkwijze getest in de regio’s Den Haagen Oost-Brabant. Op basis hiervan kan worden vastgesteld of dit degewenste verbetering oplevert voor slachtoffers en professionals én of dewerkwijze uitvoerbaar is in de praktijk. Op basis van de resultaten wordt inde eerste helft van 2026 een besluit genomen door de uitvoeringsorgani-satie in afstemming met de departementen over eventuele landelijkeuitrol. Hierover wordt de Kamer schriftelijk geïnformeerd.Uitvoeringstoets, resultaat- en effectmetingOm te bepalen of de nieuwe werkwijze werkt, wordt een uitvoerbaarheids-toets en resultaat- en effectmeting uitgevoerd. De uitvoerbaarheidstoetsgaat over de uitvoerbaarheid van de nieuwe werkwijze in de dagelijksepraktijk van het landschap van hulp-, meld- en steunpunten voorslachtoffers van seksueel misbruik en seksueel geweld. De resultaat- eneffectmeting brengt in kaart in welke mate de activiteiten van de nieuwewerkwijze de beoogde resultaten behalen voor slachtoffers en professi-onals.Beide metingen zijn randvoorwaardelijk om te bepalen of de nieuwewerkwijze werkbaar en effectief is. Met de uitkomsten kan door debestuurders van de deelnemende organisaties in afstemming met deministeries in Q2 2026 een besluit worden genomen over het vervolg vandeze werkwijze en eventuele landelijke uitrol.Verbeteren contact slachtoffers van (ex-)partnerstalkingParallel aan het hierboven beschreven traject voor slachtoffers vanseksueel geweld en misbruik wordt bezien voor welke andere groepenslachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties een nieuwe manier vansamenwerken kan worden doorgevoerd waarbij geleerd wordt vanvoornoemd ontwikkeltraject. Inmiddels is hiermee gestart voor slacht-offers van (ex-) partnerstalking. Aanleiding hiervoor waren de bevin-dingen uit het rapport «Gestalkt, gezien, gehoord?» van de Inspectie vanJustitie en Veiligheid. Door de betrokken organisaties zoals de politie, hetOpenbaar Ministerie, Veilig Thuis, Reclassering, VNG en SlachtofferhulpNederland wordt gewerkt aan het verbeteren van het contact metslachtoffers en samenwerking tussen de partners hierbij, aansluitend bijde behoeften van slachtoffers. Bij dit verbetertraject wordt onder meerook de expertise vanuit de advocatuur benut. De eerste resultaten van dittraject worden begin 2026 verwacht, waarna een besluit kan wordengenomen over het vervolg. De Kamer wordt hierover schriftelijk geïnfor-meerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29311 EU-geharmoniseerd nummer 116 016Vanuit verschillende kanten wordt gepleit voor het invoeren van hetEU-geharmoniseerd voor geweld tegen vrouwen. De EU-richtlijn Geweldtegen Vrouwen en Huiselijk Geweld moedigt lidstaten aan om ervoor tezorgen dat de nationale hulplijnen kosteloos beschikbaar zijn via het opUnieniveau geharmoniseerde nummer 116 016. Dit zou dan naast debestaande nationale nummers ingericht moeten worden met een 24/7beschikbaarheid. Daarnaast boden Valente, Fier en FederatieNabestaanden Geweldsslachtoffers op 20 mei jl. een petitie aan uwKamer, waarin zij pleiten voor het invoeren van 116 als landelijke,onafhankelijke hulplijn voor slachtoffers van relationeel en huiselijkgeweld.Op 28 mei jl. is een motie18 aangenomen om te onderzoeken of en hoe hetnummer 116 effectief kan worden ingezet als nationale hulplijn voorslachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties, en hierbij ervaringenen best practices uit andere landen te betrekken en de Kamer te infor-meren over de uitkomsten hiervan en vervolgstappen. Ook is toegezegdom de Kamer te informeren over het koppelen van het telefoonnummer116 aan het telefoonnummer van Veilig Thuis (TZ202509-137) en meerinformatie over de eerdergenoemde motie te sturen (TZ202509-083). Metdeze brief wordt de motie en hiervoor genoemde toezeggingen afgedaan.Voor de uitvoering van de motie zijn verschillende gesprekken gevoerd,met zowel de indieners van de petitie als relevante netwerkpartners, zoalshet Landelijk Netwerk Veilig Thuis, Landelijk bureau Centrum SeksueelGeweld, Slachtofferhulp Nederland, VNG, Reclassering, OM, Raad voor deKinderbescherming, Politie, en Jeugdbescherming en professionals vande aanpak «Samen op in acuut». Aanvullend is gekeken naar deervaringen van andere Europese landen. Hieruit blijkt dat 13 Europeselanden 116 016 gebruiken. De inrichting en werkwijze van dit nummer isechter heel verschillend. Zo wordt het gebruikt als nummer voor detoegang tot vrouwenopvang, of het doorgeleiden van slachtoffers naarpassende regionale hulp tot het bieden van advies en ondersteuning.Verschillende varianten voor het invoeren van 116 016 in Nederland zijnuitgewerkt. Eén van de opties, namelijk het direct koppelen van 116 016aan het telefoonnummer van Veilig Thuis is onwenselijk. Hier ligt alsbelangrijkste reden aan ten grondslag dat de ervaren drempel diesommige slachtoffers hebben om contact op te nemen met Veilig Thuis,dan ook gelden voor 116 016.Op basis van de gesprekken met organisaties uit het veld en de initiatief-nemers van de nota’s van de leden Mutluer19 en Van der Werf20 overfemicide en het stoppen van geweld tegen vrouwen, concludeer ik dat hetscenario van het invoeren van 116 016 in Nederland als onafhankelijkefront-office (voor het bieden van een luisterend oor, advies en triage naarpassende hulpverlening) meerwaarde kan bieden voor slachtoffers.Laagdrempelige toegang via 116 kan alleen succesvol zijn en goedaansluiten als de back-office van bestaande (hulpverlenings)organisatiesop orde is. Daar zetten wij eerst op in. Het op langere termijn optimaalinrichten van een front-office via 116 wordt verder verkend.VrouwenopvangVoor slachtoffers van huiselijk geweld en hun kinderen die niet meer veiligthuis kunnen wonen, is de vrouwenopvang beschikbaar. Deze veiligeopvang heeft ook specialismen voor gezinnen, minderjarigen en manne-18Kamerstuk 29 279, nr. 96519Kamerstukken II, 2024–2025, 36 658, nr. 120Kamerstukken II, 2025–2026, 36 811, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29312 lijke slachtoffers. De 35 centrumgemeenten Vrouwenopvang zijnverantwoordelijk voor het organiseren van de opvang en kunnen daarvoormiddelen uit de Decentralisatie-Uitkering Vrouwenopvang (DUVO) en dealgemene uitkering aanwenden.Sinds enige tijd signaleren branchevereniging Valente en de VNG dat erop verschillende plaatsen in het land te weinig opvangplekken zijn.Slachtoffers worden daardoor ondergebracht op onveilige locaties alshotels en vakantieparken. Om de opvangcapaciteit van de vrouwen-opvang te vergroten, wordt vanaf 2026 structureel 12 miljoen eurotoegevoegd aan de DUVO.De middelen in de DUVO zijn vrij besteedbaar. In overleg met de VNG enValente heb ik afgesproken dat deze middelen daadwerkelijk wordengebruikt om de capaciteit van de vrouwenopvanginstellingen tevergroten. Ook zullen we afspreken hoe we de ontwikkelingen binnen devrouwenopvang en de besteding van de middelen kunnen monitoren omte kunnen zien welk effect de extra 12 miljoen euro precies heeft gesor-teerd en of het aantal plaatsingen buiten de veilige opvang hiermee daalt.Over het vergroten van de opvangcapaciteit voor slachtoffers van huiselijkgeweld zijn het afgelopen jaar drie moties aangenomen:–Motie van de leden Van Nispen en Dobbe over het in bestuurlijkoverleg te treden met de VNG, de Vereniging Nederlandse Gemeenten,en Valente, waarin wordt toegewerkt naar het bieden van eenvoldoende aantal veilige opvangplaatsen op korte termijn.21–Motie van het lid van Aelst-Den Uijl c.s. over het informeren van deKamer over hoe en wanneer aan de norm uit het Verdrag van Istanbulzal worden voldaan.22 Zoals eerder gecommuniceerd23 beveelt hetVerdrag van Istanbul aan om 1 gezinsplek per 10.000 inwoners terealiseren maar dat het uiteindelijke aantal opvangplekken afhankelijkmoet zijn van de daadwerkelijke behoefte van lidstaten. Daartoe is demonitor Veilige Opvang opgezet en sturen we op bestuurlijkeafspraken waarin het effect van de 12 miljoen euro op de opvangcapa-citeit zal worden gemonitord.–Motie van het lid Van Nispen c.s. over in overleg met de VNG teonderzoeken wat de gevolgen zijn van de verlaging van de budgettenvoor de gemeentes voorde vrouwenopvang.24 Zoals eerder in de briefvermeld, zal de DUVO met 12 miljoen euro stijgen ten behoeve vanextra opvangplekken.Deze beschouw ik met het beschikbaar stellen van 12 miljoen eurostructureel in de DUVO per 2026 en de gesprekken die ik op dit momentmet de VNG en Valente voer over de besteding van deze aanvullendemiddelen aan de vrouwenopvang, als afgedaan.4. Aanpak van schadelijke praktijken Schadelijke praktijken zijn ernstige vormen van huiselijk geweld enkindermishandeling die een inbreuk vormen op het recht op zelfbe-schikking. Onder de noemer schadelijke praktijken worden verschillendevormen van huiselijk/intiem geweld verstaan. Het kabinet richt zich in deaanpak met name op vrouwelijke genitale verminking (VGV), eergerela-teerd geweld, huwelijksdwang en achterlating.In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie-centrum (WODC) en op verzoek van het Ministerie van Justitie enVeiligheid is door onderzoeksbureau Right to Rise een onderzoeksrapport21Kamerstukken 2024–2025, 29 279, nr. 95822Kamerstukken 2024–2025, 36 725 XVI, C23Handelingen 2024–2025, nr. 101824Kamerstukken 2024–2025, 29 279, nr. 891Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29313 opgesteld, te weten: «Over grenzen: een rechtsvergelijkend onderzoeknaar preventieve beschermingsbevelen bij huwelijksdwang, achterlatingen vrouwelijke genitale verminking». De onderzoekers hebben verschil-lende aanbevelingen gedaan over de inbedding van preventieve bescher-mingsbevelen in de Nederlandse context, maar ook over aanpalendemaatregelen. Hieronder geven we een korte reflectie op deze aanbeve-lingen en de huidige inzet op preventie en de aanpak schadelijkepraktijken. In de bijlage wordt hier uitgebreider op in gegaan.Bredere aanpakOm schadelijke praktijken te voorkomen en te bestrijden werken verschil-lende departementen en andere organisaties samen. De aanpak vanschadelijke praktijken vereist inzet op diverse terreinen, zoals preventie,bescherming en ondersteuning van slachtoffers, versterken van samen-werking en strafbaarstelling. Ook de onderzoekers wijzen in het onder-zoeksrapport op het belang van inzet op deze terreinen. De eigendynamiek en het verborgen karakter van dit geweld vragen ook om eengespecialiseerde aanpak. Het kabinet zet verschillende (aanvullende)maatregelen in op de verschillende onderdelen van de aanpak.PreventieDe inzet op zelfbeschikking is een belangrijk onderdeel van de aanpak enspecifiek de preventie van schadelijke praktijken. De StaatssecretarisParticipatie en Integratie werkt, samen met de Staatssecretaris vanOnderwijs Cultuur en Wetenschap, aan het bevorderen van zelfbe-schikking binnen gesloten gemeenschappen.Om (potentiële) slachtoffers te kunnen beschermen is het van belang henin beeld te hebben en te bereiken. Dit vereist onder andere bewust-wording en voorlichting in de gemeenschappen waar huwelijksdwang,achterlating, eergerelateerd geweld en vrouwelijke genitale verminkingvoorkomen. Door middel van verschillende voorlichtingsactiviteitenprobeert het kabinet bewustwording te vergroten. Zo verzorgen sleutel-personen voorlichting binnen de eigen gemeenschappen voorlichting tegeven, om het onderwerp bespreekbaar te maken en toeleiding naar(formele) hulp te stimuleren. Sleutelpersonen vervullen een brugfunctietussen de gemeenschappen en formele hulporganisaties.Deskundigheidsbevordering en samenwerkingNaast voorlichting wijzen de onderzoekers op het belang van kennis envaardigheden bij professionals en samenwerking tussen ketenpartners.Schadelijke praktijken betreffen specifieke vormen van geweld. Omprofessionals voldoende handvatten te geven, wordt ingezet op deskun-digheidsbevordering, onder andere van huisartsen en verloskundigen.Aanvullend hierop zal door de Staatssecretaris Participatie en Integratieworden ingezet op deskundigheidsbevordering van professionals in hetsociaal domein en zal een ketenaanpak op de preventie van schadelijkepraktijken worden opgezet in twee regio’s waar die nu nog ontbreekt.De samenwerking tussen ketenpartners wordt onder andere bevorderddoor het Landelijk Netwerkknooppunt Schadelijke Praktijken. Het kabinetdraagt financieel bij aan dit netwerk. Binnen het netwerk bestaat debehoefte een digitaal platform op te zetten zodat gemakkelijk en snel kanworden uitgewisseld, informatie kan worden gedeeld en vragen kunnenworden gesteld. Het kabinet stelt in de jaren 2026–2029 financiëlemiddelen beschikbaar om dit platform te ontwikkelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29314 Aandacht binnen inburgeringDe Wet inburgering 2021 legt de regierol bij de gemeenten, ze zijnverantwoordelijk voor het begeleiden van nieuwkomers van start totfinish, inclusief het monitoren van de voortgang van het inburgerings-traject. Hierdoor zijn er regelmatig contactmomenten met vrouwelijkeinburgeraars om die voortgang te kunnen monitoren. Tijdens dezecontacten kunnen potentiële signalen over schadelijke praktijken ofhuiselijk geweld naar voren komen. Uit een verkenning blijkt dat gemeen-telijke professionals in de inburgeringsketen niet altijd op de hoogte zijnvan de bestaande meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.Vanuit de Jeugdwet en de Wmo hebben gemeenten hiermee wel ervaring.Vaak is in die domeinen een aandachtsfunctionaris in dienst diemedewerkers actief over de meldcode informeert. Daarom wil deStaatssecretaris Participatie en Integratie bekijken hoe de bestaandekennis en informatie over de meldcode binnen gemeenten ook voor hetdomein inburgering kan worden ingezet.Preventieve beschermingsmaatregelenIn de bijlage van deze brief geven de Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid, de Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorgen de Staatssecretaris Participatie en Integratie uw Kamer de beleidsre-actie op het onderzoeksrapport dat in opdracht van WODC door Right toRise is uitgevoerd. Het onderzoek komt voort uit het vorige regeer-akkoord25 waarin werd vermeld: «We beschermen slachtoffers vanhuwelijksdwang, achterlating of genitale verminking, bijvoorbeeld dooreen rechter een preventief beschermingsbevel te laten uitvaardigen». Inde beleidsreactie ligt de focus met name op de aanpak van schadelijkepraktijken in relatie tot het WODC-rapport.De onderzoekers hebben de preventieve beschermingsbevelen die inNederland bestaan, afgezet tegen de preventieve beschermingsbevelendie gelden in België, Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk.Het doel hiervan was om te achterhalen of de buitenlandse preventievebeschermingsbevelen, en het beschermingsniveau van (potentiële)slachtoffers door toepassing van die preventieve beschermingsbevelen,inzichten kunnen opleveren die van toegevoegde waarde kunnen zijn voorde Nederlandse praktijk. Het onderzoek biedt waardevolle inzichten in debeschikbare, preventieve beschermingsmaatregelen tegen huwelijks-dwang, achterlating en vrouwelijke genitale verminking die bestaan inNederland, België, Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk.Het biedt aanknopingspunten om ons beleid en de aanpak van schadelijkepraktijken samen met de betrokken organisaties te verbeteren, waar wenader op ingaan in de gezamenlijke reactie.5. Aanpak van plegers van huiselijk geweld en kindermishan-deling Een effectieve, systeemgerichte aanpak van huiselijk geweld en kinder-mishandeling vraagt niet alleen aandacht voor slachtoffers, maar ook voorplegers. Zonder het doorbreken van gewelddadig gedrag blijft het risicoop herhaling bestaan. De aanpak van plegers van huiselijk geweld enkindermishandeling is daarom gericht op veiligheid, gedragsveranderingen het voorkomen van recidive, zowel binnen het vrijwillig kader als in hetgedwongen kader. Verspreid over Nederland zijn er verschillendeaanbieders van interventies voor plegers, zowel in het vrijwillig als hetgedwongen kader. Dit gaat bijvoorbeeld over support- en lotgenoten-25«Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst», Coalitieakkoord-2021–2025.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29315 groepen, maar ook over agressieregulatie, individuele begeleiding ofpsychosociale behandeling.Hulpverlening in vrijwillig kaderIndien mogelijk, is het van belang dat plegers op vrijwillige basis wordengeholpen met het veranderen van hun gedrag. (Potentiële) plegerskunnen zichzelf, al dan niet via betrokken uitvoeringsorganisaties zoalsVeilig Thuis, aanmelden voor interventieprogramma’s in het vrijwilligkader. Ook kunnen mensen uit hun omgeving melding maken bij VeiligThuis (of bij de politie in acute situaties), op basis waarvan Veilig Thuis dejuiste hulp voor plegers kan organiseren. Voor zorgen over pedofielegevoelens of pedoseksuele gedragingen kunnen plegers en omstandersterecht bij de hulplijn Stop it Now! een samenwerkingsverband tussenOfflimits en de forensische polikliniek De Waag (telefonisch en via chat).Over interventies voor plegers die vrijwillig hulp zoeken, ontbreektspecifiek(e) inzicht en kennis. In 2026 wordt verkend welk interventie-aanbod in het vrijwillig kader past bij de verschillende type plegers dievrijwillig hulp zoeken. Om ervoor te zorgen dat in iedere regio voldoendepassend hulpaanbod beschikbaar is, wordt ook de afstemming metgemeenten gezocht. Op grond van de Wmo 2015 ligt de verantwoorde-lijkheid om ondersteuning en interventies in te kopen en aan te bieden bijgemeenten. Gemeenten spelen daarmee een belangrijke rol in hetbeschikbaar stellen van hulpaanbod voor plegers van huiselijk geweld.Interventies en hulpverlening in gedwongen kaderNiet alle plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn bereidom op vrijwillige basis hulp te aanvaarden. Ook kan er uit een veiligheids-en risicotaxatie blijken dat er een hoog risico op geweldsescalatie ofrecidive bestaat. In die gevallen zijn gedwongen interventies en maatre-gelen noodzakelijk. Het gedwongen kader omvat strafrechtelijke,civielrechtelijke en bestuursrechtelijke instrumenten.In strafrechtelijk kader worden interventies in beginsel door de rechteropgelegd en onder toezicht van de reclassering of jeugdreclasseringuitgevoerd. Deze combineren gedragsverandering met controle entoezicht om verdere escalatie te voorkomen. In het civielrechtelijk kaderkunnen kinderen onder toezicht worden gesteld of kunnen ouders(tijdelijk) het gezag over hun kinderen verliezen. De rechter verplicht in diegevallen tot hulpverlening, gecertificeerde instellingen voeren dekinderbeschermingsmaatregelen uit. Het tijdelijk huisverbod is eenbestuursrechtelijke interventie en wordt in principe door de burgemeesteropgelegd (in een aantal regio’s is de hulpofficier van justitie hiertoegemandateerd). Dit instrument is bedoeld om directe veiligheid te biedendoor de pleger tijdelijk uit huis te plaatsen en hulpverlening op te starten.Zoals eerder toegelicht in onder meer de Kamerbrieven over het plan vanaanpak «Stop femicide!» (d.d. 7 juni 2024, Kamerstuk 28 345, nr. 278) ende voortgang van de prioriteiten uit dit plan van aanpak (d.d. 10 juli 2025,Kamerstuk 28 345, nr. 285) wordt gewerkt aan de versterking van desysteemgerichte aanpak Veiligheid Voorop van politie, justitiepartners enVeilig Thuis en de verbetering van plegerinterventies in het gedwongenkader. Dit betreft onder meer de strafrechtelijke aanpak van psychischgeweld, de verbetering van de aanpak van stalking, de verbetering van deinzet van het tijdelijk huisverbod (en verkenning naar eventueel aanvul-lende bestuursrechtelijke maatregelen tegen plegers ter bescherming vanslachtoffers), de doorontwikkeling van de BORG-gedragstraining voorplegers van partnergeweld (evenals de verkenning door het WODC naarde inzet van de BORG-gedragstraining buiten strafrechtelijk kader) en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29316 inzet van het slachtofferdevice in combinatie met de enkelband. Ookworden de ontwikkelingen voortgezet ten aanzien van het verbeteren vande jeugdbescherming en het Toekomstscenario kind- en gezinsbe-scherming.Strafrechtelijke aanpak van psychisch geweldDe Open Universiteit heeft een internationale rechtsvergelijking uitge-voerd van de zelfstandige strafbaarstelling van psychisch geweld en/ofdwingende controle. In dit deel van het promotieonderzoek van de heerTimmers is de strafbaarstelling beschreven in Denemarken, Engeland enWales, Ierland, Frankrijk en Cyprus.26 Naar aanleiding van de motie vanhet lid Mutluer27 heeft de toenmalige Minister voor Rechtsbescherminguw Kamer toegezegd deze internationale rechtsvergelijking te delen metuw Kamer. De internationale rechtsvergelijking wordt als bijlage bij dezebrief naar uw Kamer verstuurd. Hiermee is opvolging gegeven aan dezemotie en toezegging. De Staatssecretaris van JenV is de heer Timmers ende Open Universiteit erkentelijk voor dit onderzoeksrapport en zal ditnader bestuderen. De bevindingen zullen worden benut in de voorbe-reiding van het wetsvoorstel dat strekt tot de afzonderlijke strafbaar-stelling van psychisch geweld.Voor de verbetering van de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweldis in het afgelopen jaar in verschillende regio’s verkend hoe de dossier-vorming kan worden verbeterd, zodat het Openbaar Ministerie goedgeïnformeerd kan beslissen om al dan niet tot vervolging over te gaan.Het rapport «Dwingende controle – Onder de oppervlakte, onzichtbaargeweld zichtbaar maken» bevat de resultaten van deze verkenning en isals bijlage gevoegd bij deze brief. Hierin wordt onder meer het belangbevestigd van zicht op de patronen van geweld en gedragingen, op basisvan een passende methodiek en voldoende expertise binnen de betrokkenorganisaties. Het is daarbij cruciaal om op basis van de gezamenlijkeinformatiepositie van onder andere Veilig Thuis, de politie en hetOpenbaar Ministerie niet zozeer de afzonderlijke incidenten van huiselijkgeweld en kindermishandeling te rapporteren in het dossier, maar veeleereen feitelijke beschrijving te bieden van het patroon van gedragingen ende geweldsdynamiek. Dit is niet alleen specifiek bij psychisch geweld vanbelang, maar in wezen voor alle vormen van huiselijk geweld en kinder-mishandeling. De noodzaak om tot een dergelijke «paradigmaveran-dering» te komen (van incidentgerichte aanpak naar patroongerichteaanpak) is ook beschreven in het onderzoeksrapport van de Rijksuniver-siteit Groningen naar de huidige strafrechtelijke aanpak van psychischgeweld.28 De bevindingen uit de deze rapporten worden momenteel benutvoor de voorbereiding van het wetsvoorstel dat strekt tot afzonderlijkestrafbaarstelling van psychisch geweld, waarvan uw Kamer de contourenop 10 juli jl. heeft ontvangen. Zoals eerder aangekondigd zal hetwetsvoorstel voor de zomer van 2026 in consultatie gaan. Verder wordenaanbevelingen die zien op de randvoorwaarden, zoals het verbeteren vande coördinatie van het beleid en de aanpak, deskundigheidsbevorderingvan professionals en publieke bewustwording, meegenomen in reedslopende trajecten.26Timmers, R.W., Een zelfstandige strafbaarstelling van psychisch geweld en/of dwingendecontrole, Een beschrijving van voorwaarden voor aansprakelijkheid in de Deense, Engelse enWelshe, Ierse, Franse en Cypriotische strafbaarstellingen, Open Universiteit, 15 december2025.27Kamerstukken II, 2022–2023, 29 279, nr. 781.28Kamerstukken II, 2024–2025, 28 345, nr. 286.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29317 Tijdelijk huisverbodVoor de verbetering van de inzet van het tijdelijk huisverbod zijn devoorbereidingen van de pilots in een vergevorderd stadium. In delandelijke projectgroep Tijdelijk huisverbod, met vertegenwoordiging vano.a. de ministeries van JenV en VWS, de VNG, de gemeenten Amsterdam,Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Groningen, de politie en het LNVT, is eenleidraad ontwikkeld en vastgesteld waarin kernachtig staat beschrevenwat de belangrijkste knelpunten zijn bij de inzet van het tijdelijkhuisverbod en wat de beoogde uitgangspunten zijn voor deze verbetering.Deze leidraad treft u als bijlage bij deze brief. Aan de hand hiervan zalbinnen het bestaande wettelijk kader in de pilots worden beproefd watbeter kan. Indien bij deze verbeterde werkwijze alsnog juridische drempelsworden ervaren, zal dit worden meegenomen in de voorbereiding vanaanpassingen van wet- en regelgeving. De werving van regionaleprojectleiders om deze pilots te begeleiden loopt momenteel nog; hetstreven is dat zij medio januari 2026 starten.BORG-interventieDe reclassering is bezig met de doorontwikkeling van de BORG-gedragstraining voor plegers van partnergeweld. De literatuurstudie enrapport met aanbevelingen voor de doorontwikkeling door AvansHogeschool is afgerond (beide rapporten zijn als bijlage bij deze briefgevoegd). De aanbevelingen zijn intern opgepakt en worden uitgewerkt inde training. Er wordt nu gewerkt aan de vernieuwde trainershandlei-ding(en). In november worden trainers opgeleid in de nieuweBORG-versie («train de trainer»). Medio januari 2026 wordt de internepilot uitgevoerd. Daarna wordt in samenwerking met de AvansHogeschool de theoretische handleiding van de BORG afgerond (aan dehand van de uitkomsten pilot en op basis van de actuele literatuurstudie).Hierop aansluitend zal het WODC een verkenning starten naar de inzet vandeze doorontwikkelde BORG-training buiten het strafrechtelijk kader.Hiervoor treft het WODC momenteel de voorbereidingen, deze verkenningstart naar verwachting in januari 2026.Tot slot worden in de beoordelingen van de beschermingsbehoeften vanslachtoffers van strafbare feiten, zoals huiselijk en seksueel geweld, derisicofactoren vanuit de pleger expliciet betrokken. Dit is onderdeel van deimplementatie van de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegenvrouwen en huiselijk geweld (Richtlijn (EU) 2024/1385). De relevantebesluiten worden, na inwerkingtreding van het wetsvoorstel ter imple-mentatie van deze richtlijn, hierop in lijn gebracht.6. EU-richtlijn Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn de afgelopen jaren steedsprominenter op zowel de nationale als internationale agenda gekomen.Een mijlpaal is de aangescherpte EU-richtlijn29 ter bestrijding van geweldtegen vrouwen en huiselijk geweld. Deze nieuwe richtlijn is op 14 mei2024 in werking getreden en bevat onder meer versterkte bescherming enondersteuning van slachtoffers. Lidstaten moeten uiterlijk op 14 juni 2027aan deze richtlijn voldoen. Momenteel worden de consultatiereacties ophet conceptwetsvoorstel ter implementatie verwerkt. De richtlijn bevatniet alleen verplichtingen tot strafbaarstelling van een aantal vormen vangeweld die vrouwen onevenredig treffen, maar is ook gericht op hetcreëren van minimumnormen rondom preventieve en beschermende29EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Richtlijn – EU –2024/1385 – EN – EUR-Lex)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29318 maatregelen en, om het bewustzijn rondom onderliggende oorzaken vanhuiselijk geweld en kindermishandeling te vergroten.De EU-richtlijn bevat daarnaast ook bepalingen over coördinatie ensamenwerking in de lidstaten waar we ons als lidstaat toe te verhoudenhebben. Deze artikelen verplichten Nederland tot een gecoördineerdebeleidsaanpak gericht op de preventie en bestrijding van geweld tegenvrouwen en huiselijk geweld. Ook Group of Experts on Action againstViolence against Women and Domestic Violence (GREVIO), een interna-tionale organisatie van experts die toeziet op naleving van het Verdragvan Istanbul, is kritisch op de wijze waarop de aanpak in Nederlandmomenteel wordt gecoördineerd en pleit voor sterkere coördinatie. Decomplexiteit en verwevenheid van huiselijk geweld en kindermishan-deling benadrukken de noodzaak van een integraal plan gericht op eenversterking van de landelijke coördinatie.Tot slotHuiselijk geweld en kindermishandeling raken fundamentele normen enwaarden die nog te vaak worden geschonden. Niet alleen de urgentie diede Kamer mij in meerdere debatten heeft meegegeven, maar ook depersoonlijke verhalen van slachtoffers en betrokkenen laten de impactzien. Het organiseren van effectief beleid is een opgave waar ik mij alscoördinerend bewindspersoon voor zal blijven inzetten. De kracht van eendergelijke aanpak zit niet enkel in de voortgang en plannen zoalsomschreven in deze brief, het zit ook in de samenwerking en gevoel vanurgentie tussen alle betrokkenen; tussen mij en collega-bewindspersonen,tussen het Rijk, gemeenten en regio’s, professionals, betrokkenen engemeenschappen. Met bovenstaande ontwikkelingen wordt inzichtelijkgemaakt dat er belangrijke stappen worden gezet. De aanpak van huiselijkgeweld en kindermishandeling is een aanzienlijke opgave die vraagt omeen blijvende gezamenlijke inspanning. Het doel is om te komen tot eencultuuromslag in hoe we kijken naar veiligheid: als een verantwoorde-lijkheid van ons allemaal.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,N.J.F. Pouw-VerweijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 345, nr. 29319
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris stuurt voor het einde van dit jaar een voortgangsbrief over huiselijk geweld (incl. daderaanpak). Er wordt nog bezien of de verantwoordelijk
De staatssecretaris stuurt voor het einde van dit jaar een voortgangsbrief over huiselijk geweld (incl. daderaanpak). Er wordt nog bezien of de verantwoordelijk bewindspersoon ban JenV deze brief mede-ondertekent.
- De staatssecretaris stuurt aan het einde van dit kalenderjaar een voortgangsbrief over de 24/7 chatline.
De staatssecretaris stuurt aan het einde van dit kalenderjaar een voortgangsbrief over de 24/7 chatline.
- Nog in 2025 wordt de Tweede Kamer via de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg geïnformeerd over het integraal Actieplan geweld tegen vrouwen.
Nog in 2025 wordt de Tweede Kamer via de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg geïnformeerd over het integraal Actieplan geweld tegen vrouwen.
- De staatssecretaris stuurt dit najaar meer informatie over de motie van de leden Koops en Bruyning over nummer 116 effectief inzetten als nationale hulplijn voo
De staatssecretaris stuurt dit najaar meer informatie over de motie van de leden Koops en Bruyning over nummer 116 effectief inzetten als nationale hulplijn voor slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.