KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over ‘opleidingsplaatsen GZ-psychologen’

4 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 478af0148a84157d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 282Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsectorNr. 635 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juni 2026Op 29 mei 2026 (kenmerk 2026Z11271) heeft u mij verzocht te reageren opde brandbrief van het NIP (Nederlands Instituut van Psychologen) over deopleidingsplaatsen van GZ-psychologen. Hierbij doe ik u mijn reactietoekomen. Deze reactie heb ik gelijktijdig ook aan het NIP gestuurd.De brief van het NIP van 27 mei 2026 heb ik met belangstelling gelezen.Allereerst spreek ik graag mijn waardering uit voor alle professionals diezich dagelijks inzetten om bij te dragen aan de mentale gezondheid vanmensen in Nederland. Het is van groot belang dat de geestelijke gezond-heidszorg in Nederland toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteitblijft.Nederland heeft een omvangrijke ggz-capaciteit. Zo zijn er op dit momentcirca 21.552 BIG-geregistreerde gezondheidzorgpsychologen.1 Deverhouding tussen het aantal psychiaters en psychologen en het aantalinwoners in Nederland is één van de hoogste van de EU. Tevens liggen deuitgaven aan de ggz en het aantal behandelde personen op het hoogsteniveau ooit.2 Dat geldt eveneens voor de wachtlijsten.3 Deze signalenneem ik serieus. De afgelopen jaren is in Nederland breed inggz-capaciteit geïnvesteerd en inmiddels wordt zichtbaar dat opschalingvan de opleidingscapaciteit niet heeft geleid tot oplossingen voor dezesignalen. Dat vraagt om beleid, waarbij het essentieel is dat we de juistezorgprofessional voor de juiste zorgtaken inzetten, opleiden en behouden.1Peildatum juni 2026. Ter vergelijking: er zijn op dit moment 12.626 tandartsen geregistreerd inhet BIG-register.2https://www.nza.nl/zorgsectoren/geestelijke-gezondheidszorg-ggz-en-forensische-zorg-fz/kerncijfers-geestelijke-gezondheidszorg-ggz3https://www.nza.nl/onderwerpen/stand-van-de-zorg-2024/tussenmap/sectoren-in-beeld/geestelijke-gezondheidszorg kst-29282-635ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6351 De ramingen van het Capaciteitsorgaan zijn leidend in de besluitvormingover het aantal bekostigde opleidingsplekken. In de gepubliceerde ramingvan het Capaciteitsorgaan is echter rekening gehouden met zogehetenopwaartse verticale substitutie, waarbij zorgtaken van de huidige groepwerkzame masterpsychologen uitgevoerd worden door gz-psychologen.Deze benadering sluit niet aan bij de uitgangspunten en afspraken van hetIZA en AZWA omtrent taakherschikking. Immers, daarin wordt juistingezet op een werkpraktijk waarbij taken worden belegd op basis vancompetenties en bekwaamheid in plaats van uitsluitend op opleidings-niveau. Taakherschikking en taakdifferentiatie zijn belangrijke instru-menten om de schaarse personele capaciteit in de zorg doelmatig in tezetten.Het Capaciteitsorgaan heeft daarom op mijn verzoek ook een anderscenario inzichtelijk gemaakt, het zogeheten demografische scenario. Ditdemografische scenario neemt de onvervulde zorgvraag mee en gaatdaarnaast uit van de verwachte bevolkingsgroei en vergrijzing en degevolgen daarvan voor de zorgvraag van alle sectoren4. Opwaartseverticale substitutie is hierin niet opgenomen en daarom sluit dit scenariohet beste aan bij het beleid dat ik voorsta. Masterpsychologen vervulleneen belangrijke rol in de ggz die ik richting de toekomst toe juist wilbestendigen. Ik wil er namelijk op inzetten dat we de ervaren masterpsy-chologen en de gespecialiseerde psychologen daar inzetten waar hetvanuit maatschappelijk oogpunt het meest belangrijk is. Daarbij merk ikop dat voor alle beroepen geldt dat beginnende werknemers direct na de(wetenschappelijke) opleiding eerst werkervaring moeten opdoen voordatzij volwaardig kunnen worden ingezet. Hierbij blijft het Landelijk Kwali-teitsstatuut (LKS) dat het veld zelf opstelt leidend. Voor zover eisen uit hetLKS als beperkend worden ervaren om de masterpsycholoog volwaardigin te zetten, ligt het dus in de rede dat het veld zelf ruimte creëert voormeer flexibiliteit in de inzet van deze masterpsychologen. Wellicht tenovervloede verwijs ik ook naar de brief van MEERGGZ over hun positieten aanzien van de inzet van de masterpsycholoog, die zij op 1 juni jl. aanu hebben verzonden.Het NIP gaat in haar brief ook in op hoe ik omga met onbeschikt opleiden.Bij het vaststellen van het aantal opleidingsplaatsen dat ik met centralebekostiging beschikbaar stel vanaf 2027 heb ik rekening gehouden methet feit dat er ook onbeschikt wordt opgeleid. Het NIP wijst er in haarbrandbrief op dat er hierbij ook sectoren zijn meegeteld die per definitiegeen beschikbaarheidsbijdrage ontvangen, zoals de militaire ggz enDienst Justitiële inrichtingen. Ik begrijp de redenering van het NIP, wanthet Capaciteitsorgaan maakt in haar raming geen onderscheid naar dewijze waarop de opleidingsplaatsen worden bekostigd. Ik heb mij hiervoorechter alleen gebaseerd op de historie van de opleidingsplaatsen in deZvw- en Wlz gefinancierde zorg die door het veld zelf gefinancierd zijn, dezogenoemde onbeschikte opleidingsplekken. Voor wat betreft het aantalonbeschikte opleidingsplaatsen dat in mindering is gebracht heb ik dusniet de plaatsen van de militaire ggz en dji op het totale aantalbeschikbare opleidingsplekken in mindering gebracht. Ik heb eenbehoedzame en voorzichtige lijn gekozen vanuit de gedachte dat mijnambtsgenoten van defensie en justitie verantwoordelijk zijn voor deopleidingsplekken in hun eigen stelsel. Voor een volgende raming wil ikwel nader verkennen hoe deze opleidingsplekken mee zouden moetenlopen in de advisering over een te volgen scenario.4De volgende zorgsectoren zijn onder andere onderdeel van de raming van het Capaciteits-orgaan: kind en jeugd, ouderenzorg, forensische zorg, gehandicaptenzorg, ziekenhuiszorg enrevalidatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6352 Het gegeven dat naast de beschikbaarheidbijdrage ook onbeschikt wordtopgeleid, maakt de raming minder sturend en creëert een ongelijkspeelveld tussen zorginstellingen. Ik wil daarom verkennen of een anderefinancieringsvorm beter bijdraagt aan het gericht inzetten van de ggzcapaciteit. Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer, ben ik mijbewust dat het huidige proces niet zomaar kan worden vervangen.Daarom neem ik het punt van het NIP over de opleidingsinfrastructuur enhet risico van free-rider gedrag hierin mee. Bij die verkenning wil ik danook de uitstroom naar vrijgevestigde praktijken meenemen en deze, zoalshet NIP voorstelt, nader analyseren.En dan in reactie op een ander belangrijk punt van het NIP. De afgelopenjaren is het veld opgeroepen om ervoor te zorgen dat er meerggz-expertise in het bredere zorglandschap komt. Er is hierin een eerstestap gezet door gebruik te maken van een sectorverdeling bij het verdelenvan de opleidingsplekken voor de gz-psycholoog. De gz-psycholoog isimmers van grote waarde in de jeugdzorg, ouderenzorg, gehandicap-tenzorg, forensische zorg én de gespecialiseerde ggz. Het is van belangdat voor al deze sectoren voldoende gz-psychologen opgeleid enbeschikbaar zijn. Daarnaast heb ik binnen de verdeelcriteria eveneensrekening gehouden met extra opleidingsplekken voor de complexe- enacute ggz. In de toekomst wil ik daarbij nog meer het principe leidendlaten zijn, dat de gz-psycholoog prioritair ingezet wordt waar demaatschappelijke noodzaak het grootste is. Ik denk dan aan de instel-lingen die crisisopvang en acute complexe gespecialiseerde zorg leveren.Aanvullend wil ik starten met het verkennen of en op welke wijze eenalternatieve financiering het behoud van hoger opgeleid personeel kanondersteunen.Kortom, de ramingen van het Capaciteitsorgaan blijven leidend. Ik houdvast aan 691 opleidingsplaatsen voor de gz-psycholoog vanaf 2027. Ik blijfinvesteren in de vervolgopleidingen voor de ggz. Volwaardig inzetten vanalle ggz-professionals is daarbij van belang. Ten slotte wil ik samen methet veld verkennen of de huidige financieringssystematiek via debeschikbaarheidbijdrage de meest passende route is. De brief van het NIPbiedt daarvoor waardevolle aanknopingspunten.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6353

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1a31ec7f8ade9abf

14 okt 2026 · d81a239404403cdf

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.