KamerkringInloggen
Kamerbrief

Betrouwbare, toekomstbestendige en toegankelijke examens

2 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b22ca6c42e89a610 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 289Voortgezet OnderwijsNr. 612 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Voor scholieren vormt het eindexamen een mijlpaal: de afsluiting om telaten zien wat ze in jaren onderwijs hebben geleerd en de toegang tot eenvervolgopleiding of de arbeidsmarkt. Het centraal examen vervult daarbijeen belangrijke maatschappelijke functie. Juist omdat scholen inNederland veel ruimte hebben om hun onderwijs naar eigen inzicht vormte geven, biedt het centraal examen een landelijk en objectief ankerpuntvoor de waarde en vergelijkbaarheid van het diploma. Daarmee maakt hetvoor vervolgonderwijs en werkgevers inzichtelijk wat scholieren kennenen kunnen. Een betrouwbaar examenstelsel draagt daardoor bij aan dekwaliteit en de maatschappelijke waarde van het diploma, en ook aankansengelijkheid. Scholieren moeten erop kunnen vertrouwen dat hunprestaties op een eerlijke en vergelijkbare manier worden beoordeeld endat zij in het examen daadwerkelijk kunnen laten zien wat zij kennen enkunnen.Een betrouwbaar, toekomstbestendig en toegankelijk examenstelsel datde kwaliteit, vergelijkbaarheid en maatschappelijke waarde van hetdiploma blijvend borgt, is nodig. Met deze brief geef ik uw Kamer destand van zaken over een aantal concrete stappen die daaraan bijdragen.Ook doe ik in deze brief een aantal toezeggingen en moties af. Ik gaachtereenvolgens in op de kwaliteit van schoolexamens, digitaal centraalexamineren, de motie Haage over schrijfvaardigheid Nederlands, demotie Boomsma over het nakijken van schrijfopdrachten, passendexamineren en de verdere ontwikkeling naar een inclusiever examenland-schap.SchoolexamensHet schoolexamen heeft een eigen functie naast het centraal examen. Hetbiedt scholen ruimte om scholieren in verschillende contexten te latenzien wat zij kennen en kunnen. Dat kan gaan om schriftelijke toetsen, maarook om bijvoorbeeld mondelinge examens, praktische opdrachten, kst-31289-612ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6121 practica, profielwerkstukken of kijk- en luistervaardigheden. Juist diebrede functie maakt de kwaliteit van het schoolexamen van groot belangvoor de waarde van het vo-diploma.Op dit moment wordt het curriculum van de bovenbouw van hetvoortgezet onderwijs herzien. Dat biedt scholen een logisch moment omopnieuw stil te staan bij de invulling en kwaliteit van hun schoolexamens.SLO en de vakverenigingen ondersteunen scholen daarbij met handrei-kingen, praktijkvoorbeelden en voorbeeldmateriaal, zoals voorbeeldop-gaven. De vakverenigingen ontvangen hiervoor subsidie van OCW ensluiten aan bij de behoefte van hun leden.Uit onderzoek van Stichting Cito (hierna: Cito), naar aanleiding vanstelselonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs, naar de vakinhoude-lijke en toetstechnische kwaliteit van schoolexamens blijkt dat hetkwaliteitsniveau tussen examens wisselt. Vanwege de beperkte responsgeeft het onderzoek geen landelijk representatief beeld, maar deuitkomsten bieden wel duidelijke aanknopingspunten voor verdereversterking van het schoolexamen. Cito wijst daarbij vooral op het belangvan toetsdeskundigheid en van een schooleigen invulling van hetschoolexamen. In de praktijk gebruiken scholen nog regelmatig oudecentraal examenopgaven in schoolexamens, waardoor het schoolexamensoms te veel de functie krijgt van voorbereiding op het centraal examen.Ook de Onderwijsraad onderstreept in het rapport Kijk anders naartoetsing het belang van kwalitatief goede schoolexamens. Uw Kamerontvangt na de zomer een beleidsreactie op dit rapport.Programma digitalisering centrale examensIn 2025 is het programma digitalisering centrale examens gestart. Binnendit programma werken het CvTE, DUO, Cito en OCW vijf jaar lang samenaan een efficiëntere en meer wendbare examenketen die scholen ontzorgten tevens veilig en betrouwbaar is. Zo wordt bijvoorbeeld onderzocht bijwelke vakken en vakonderdelen digitalisering meerwaarde heeft. Daarbijwordt ook geëxperimenteerd met verschillende vormen van digitaleexaminering.Digitalisering biedt kansen om examens flexibeler, toegankelijker enpassender bij de belevingswereld van scholieren te maken. Ook kandigitalisering helpen om vaardigheden te examineren die op papiermoeilijker goed te toetsen zijn. Tegelijk vraagt digitalisering veel vanscholen, de examenketen en de ICT-infrastructuur. Daarom wordtstapsgewijs onderzocht wat inhoudelijk wenselijk en uitvoerbaar is.In het afgelopen jaar zijn binnen het programma twaalf projecten gestart.Deze projecten volgen drie lijnen: het verkennen van nieuwe technolo-gische oplossingen voor examens en de examenketen, de introductie vanICT-oplossingen ten behoeve van vakinhoudelijke vernieuwingen, en dedoorontwikkeling van de keteninfrastructuur. De inzichten uit dezeprojecten worden onder meer benut bij de herziening van de vakken in debovenbouw. Prototypes die worden ontwikkeld tijdens het programmaworden waar mogelijk ook beschikbaar gesteld voor scholen. Zo levertCito binnenkort een prototype op van een AI-tool die docenten op eenveilige en betrouwbare manier kan ondersteunen bij het nakijken vantoetsvragen. De professionele ruimte van docenten bij toetsconstructie encorrectie van examens blijft de kern, in het programma wordt gekekenwaar AI kan helpen en faciliteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6122 Schrijfvaardigheid Nederlands in het CEDe motie-Haage (GL-PvdA) verzoekt de regering te verkennen op welkewijze schrijfvaardigheid Nederlands in de toekomst beter te toetsen valt inhet centraal examen (CE).1 Schrijfvaardigheid is een belangrijke basisvaar-digheid. Scholieren die zich schriftelijk goed kunnen uitdrukken, staansterker in het vervolgonderwijs, op de arbeidsmarkt en in de samenleving.Een stevigere plek voor schrijfvaardigheid in het centraal examenNederlands sluit daarom aan bij de versterkte inzet van dit kabinet op taalen andere basisvaardigheden.De eerste concrete stap wordt gezet in het vmbo. In de nieuwe examen-programma’s voor het vmbo vanaf 2028 wordt schrijfvaardigheid bij hetvak Nederlands in het CE uitgebreider getoetst. Op dit moment wordtschrijfvaardigheid al in beperkte mate getoetst in de digitale examens vanvmbo-bb en -kb en in de schriftelijke examens van vmbo-gl en -tl. Vanuitde vernieuwing van het examenprogramma Nederlands is de wens ombinnen het vmbo over te stappen op meer open en functioneleschrijftaken.De verkenning binnen het programma digitaal centraal examineren laatzien dat een digitale afname mogelijkheden biedt om schrijfvaardigheidbeter en authentieker te toetsen. Daarbij kan worden gedacht aan rijkereschrijftaken, die dichter liggen bij situaties waarin scholieren schriftelijkmoeten communiceren in bijvoorbeeld vervolgonderwijs of werk. Doordigitalisering kunnen docenten ook andere beoordelingsmethodeshanteren. Complexe schrijfopdrachten kunnen met behulp van ict zowelnauwkeurig als betrouwbaar beoordeeld worden en kunnen in potentieook de correctielast voor docenten verminderen. Digitalisering is hierbijondersteunend aan de docent. Op basis van de uitkomsten van hetinvoeren van complexere schrijfopdrachten bij vmbo-gl en -tl, kanonderzocht worden welke mogelijkheden er zijn voor havo en vwo.Digitale aanpassingen in de vorm van het centraal examen kunnen eengrote impact hebben op scholen. De komende periode wordt daarombenut om verder te verkennen op welke wijze de toetsing van schrijfvaar-digheid op een uitvoerbare manier kan worden vormgegeven. Ikinformeer uw Kamer na de zomer van 2027 over de uitkomsten hiervan.Motie Boomsma over tijd voor het nakijken schrijfopdrachtenMet de motie van het lid Boomsma wordt de regering verzocht (i) teonderzoeken in hoeverre leraren in het funderend onderwijs voldoendetijd hebben om schrijfopdrachten zorgvuldig na te kijken en gerichtefeedback te geven, (ii) er zorg voor te dragen dat leraren voldoende tijdkrijgen en nemen voor het nakijken van schrijfopdrachten, en (iii) er zorgvoor te dragen dat voldoende tijd en aandacht voor het nakijken vanschrijfopdrachten ook terugkomt in toetsen en examens.2Via TeacherTapp is een vragenlijst uitgezet onder leraren in het primair envoortgezet onderwijs. Van de 552 leraren uit zowel het po als het vo diehebben gereageerd op de vraag of zij voldoende tijd hebben om schrijfop-drachten zorgvuldig na te kijken en te voorzien van goede feedback, geefteen ruime meerderheid aan hiervoor onvoldoende tijd te hebben. Ookgeeft ongeveer 70 procent van de leraren aan dat tijdgebrek er soms totregelmatig toe leidt dat zij minder of kortere schrijfopdrachten geven danzij zelf eigenlijk zouden willen. Tot slot geven leraren verschillende1Kamerstuk 31 293, nr. 8382Kamerstuk 36 699, nr. 31Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6123 oplossingsrichtingen die hen kunnen helpen om meer tijd te hebben voorhet nakijken van schrijfopdrachten. De twee meest genoemde oplossingenzijn kleinere klassen, en meer officieel ingeroosterde nakijktijd.Werkdruk en administratieve lasten worden in het publieke debat vaakgenoemd en krijgen ook prominent aandacht in de plannen van ditkabinet. Er zijn veel verschillende factoren die de balans tussen werkdruk-en energiegevende factoren beïnvloeden, zoals ook blijkt uit onderzoekvan de Algemene Rekenkamer.3 De ervaren werkdruk is contextafhankelijken verschilt per individu en school. Dat maakt dat er niet één uniformeoplossing is om de werkdruk in het onderwijs te verlagen. Werkdrukver-mindering vindt plaats op scholen, in gesprekken met het personeel enafspraken tussen werkgever en werknemer. Met de sociale partnersonderzoeken we hoe het gesprek over werkdruk en administratieve lastenop school gestimuleerd kan worden. Daarbij is ook aandacht voor deruimte die leraren ervaren voor inhoudelijke onderwijstaken, zoals hetnakijken van schrijfopdrachten en het geven van feedback.Passend examinerenPassend examineren betekent dat scholieren die dat nodig hebben binnende wettelijke kaders examen kunnen doen op een manier die past bij hunondersteuningsbehoefte, zonder afbreuk te doen aan de waarde envergelijkbaarheid van het diploma. Een passende route naar het diplomabegint ermee dat scholen, ouders en scholieren goed weten welkemogelijkheden er zijn om passend te examineren. Sinds september 2025kunnen schoolbesturen, scholen en samenwerkingsverbanden daaromterecht bij het Expertisepunt passend examineren vo. Het Expertisepuntbeantwoordt vragen en is beschikbaar als sparringpartner voor ingewik-kelde vraagstukken. De website biedt scholen informatie over onderandere het wettelijk kader, de hulpmiddelen en aanpassingen die kunnenworden ingezet en een stappenplan voor het komen tot passendexamineren.Parallel aan de lancering van het Expertisepunt heeft onderzoeksbureauKBA, op verzoek van OCW, onderzoek gedaan onder v(s)o-scholen envavo-instellingen. Met dit onderzoek is in beeld gebracht wat scholenweten over de verschillende mogelijkheden van passend examineren, hoezij dit toepassen in de praktijk en welke informatie zij op dit momentmissen. Uit het onderzoek blijkt dat scholen over het algemeen goedbekend zijn met de verschillende mogelijkheden om passend te exami-neren en dat ze ook breed gebruik maken van deze mogelijkheden.Tegelijkertijd lopen scholen bij complexe situaties en bij de organisatievan examens nog tegen vragen aan. Vooral over aangepaste Programma’svan Toetsing en Afsluiting (PTA’s) en de deskundigenverklaring bestaatbehoefte aan meer duidelijkheid. Deze informatie wordt benut door hetExpertisepunt om scholen zo goed mogelijk van dienst te zijn. In 2029vindt opnieuw onderzoek plaats om te evalueren of de informatievoor-ziening en ondersteuning van onder meer het expertisepunt beteraansluiten bij de behoeften van scholen.Een specifiek aandachtspunt binnen passend examineren is de deskundi-genverklaring. Dat is een verklaring van een bevoegde deskundige waarinstaat welke ondersteuningsbehoefte een scholier heeft, eventueelaangevuld met adviezen om daaraan tegemoet te komen. De verklaringhelpt scholen om passende aanpassingen te bieden en borgt tegelijk datde waarde en vergelijkbaarheid van het examen behouden blijven.3Algemene Rekenkamer (2025), Hoeveel tijd mag het kosten? Administratieve lasten voorleraren in het primair onderwijs, 2025, Den Haag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6124 Uit het onderzoek blijkt dat scholen hierover in de praktijk vragen hebben:wanneer is een deskundigenverklaring nodig, aan welke eisen moet dezevoldoen en wie mag deze afgeven? Dat er onduidelijkheid bestaat over deinzet van de deskundigenverklaring bleek eerder ook al uit een vraagvanuit uw Kamer.4 De onduidelijkheid zorgt ervoor dat er niet optimaalgebruik wordt gemaakt van de ruimte die er is om ook zonder deskundi-genverklaring passend te examineren. Scholen onderstrepen wel hetbelang van de deskundigenverklaring, omdat dit hen helpt om te bepalenhoe het examen passend gemaakt kan worden voor een scholier. Ook ikzie het belang van een deskundigenverklaring. Een verklaring opgestelddoor een daartoe bevoegde deskundige borgt de kwaliteit van het examenen daarmee de waarde van het diploma. Het onderzoek bevestigt daarmeehet belang van een deskundigenverklaring en geeft dan ook geenaanleiding om de regelgeving over de deskundigenverklaring te wijzen.Wel kunnen we op basis van de uitkomsten van het onderzoek een aantalpunten verduidelijken om scholen te helpen bij de uitvoering in depraktijk, waaronder verduidelijken wanneer een verklaring wel en nietnodig is. Deze punten krijgen een plek in de informatievoorziening zodatvolledig helder is wanneer een verklaring nodig is, aan welke eisen dezemoet voldoen en wie deze mag afgeven.Een inclusiever examenlandschapIn het commissiedebat Toetsen en Examens van 15 mei 2025 is toegezegdte verkennen hoe meer vso-scholen in aanmerking kunnen komen vooreen examenlicentie.5 Met een examenlicentie kan een school zelfstandighet eindexamen afnemen en diploma’s uitreiken.Uit deze verkenning is, zoals eerder aan uw Kamer gecommuniceerd,gebleken dat veel vso-scholen niet van mening zijn dat een examenli-centie past bij hun school, onder meer vanwege de organisatorische enpersonele vereisten.6 Voor het beperkte aantal vso-scholen waarvoor eenexamenlicentie wel passend en haalbaar is, is in samenwerking met DUOen de Inspectie van het Onderwijs de aanvraagprocedure vereenvoudigden de informatievoorziening voor scholen en besturen verbeterd. Zo wasvoorheen voor scholen vaak niet duidelijk hoe en waar ze hun aanvraagprecies moesten indienen en is er nu een duidelijk stappenplan. Dezeinformatie is sinds begin 2026 op de website van het Expertisepuntpassend examineren vo te vinden.7 Ook kunnen scholen bij het experti-sepunt terecht voor advies en ondersteuning op het gebied van passendexamineren.Daarnaast werk ik, samen met het CvTE en het veld, aan meer duurzameexamensamenwerkingen tussen vso-scholen en reguliere vo-scholen. Ineen dergelijke samenwerking heeft de vso-school geen eigen licentie,maar nemen de scholieren van de vso-school deel aan het reguliereeindexamen onder de verantwoordelijkheid van de reguliere vo-school.Zo kunnen meer vso-scholieren via het reguliere eindexamen toewerkennaar een diploma.Examensamenwerkingen dragen ook bij aan kennisopbouw. Vso-scholenen reguliere vo-scholen doen samen ervaring op met passend exami-neren. Die kennis kan breder worden benut voor alle scholieren met eenondersteuningsbehoefte en draagt daarmee bij aan inclusiever onderwijs.4TZ202505-1025TZ202505-0426Kamerstuk 31 289, nr. 60774592 TZ202505-042Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6125 SlotMet deze stappen werken we aan examens die betrouwbaar blijven entegelijk beter aansluiten bij de behoeften van scholieren en de uitvoe-ringspraktijk van scholen. Dat vraagt om een balans: ruimte bieden waardat kan, ondersteuning organiseren waar dat nodig is en de stabielewaarde van het diploma steeds bewaken. Over de verdere voortgang blijfik uw Kamer informeren.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 289, nr. 6126

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 098ed94d031dadfc

14 okt 2026 · 04f07b56d2c9af19

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.