Reactie op verzoek commissie over de briefing van Amnesty International inzake uitbuiting arbeidsmigranten in Saoedi-Arabië
Brontekst
Versie dc75912d858390b2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 735Mensenrechten in het buitenlands beleidNr. 424 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 januari 2026Op 18 december jl. ontving ik een verzoek van de vaste commissie voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp om een kabinetsreactie op debriefing «Nederlandse bedrijven zijn gewaarschuwd. Uitbuiting arbeidersbij bouw metro in Riyad toont grote mensenrechtenrisico’s in Saudi-Arabië» van Amnesty International. Amnesty International deed voor hetrapport «Nobody wants to work in these situations – A decade ofexploitation on the Riyadh metro project» onderzoek naar de inzet vanarbeidsmigranten bij dit project in Saoedi-Arabië.Amnesty International wijst op verschillende projecten die in Saoedi-Arabië in ontwikkeling zijn in voorbereiding op het WK voetbal in 2034 enandere grote evenementen en doet in de briefing een aantal aanbeve-lingen aan de Nederlandse overheid. In deze brief geef ik een reactie opde aanbevelingen.Dialoog met Saoedi-ArabiëHet kabinet onderschrijft het belang dat internationaal opererendebedrijven maatschappelijk verantwoord ondernemen. Veel Nederlandseondernemers zien ook het belang in van internationaal maatschappelijkverantwoord ondernemen (IMVO) voor hun onderneming en zijn actiefbezig met het verduurzamen van hun waardeketen.De onderwerpen die in het rapport van Amnesty International wordengenoemd, waaronder de situatie van arbeidsmigranten, maken onderdeeluit van de structurele mensenrechtendialoog die Nederland binnen debredere bilaterale relatie met Saoedi-Arabië onderhoudt. IMVO, waarmensenrechten een integraal onderdeel van vormen, wordt bij Neder-landse bedrijven die deelnemen aan handelsmissies naar Saoedi-Arabiëactief onder de aandacht gebracht. De overheid van Saoedi-Arabië werktsamen met de VN, waaronder de International Labour Organization (ILO)aan het verbeteren van de arbeidsrechten en de arbeidsomstandighedenin Saoedi-Arabië op basis van internationale normen. Dit heeft geleid tot kst-32735-424ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4241 sterke verbetering in de wetgeving op dit punt, waarbij implementatie enhandhaving in bepaalde gevallen een aandachtspunt zijn. Nederlandondersteunt de VN en ILO in hun samenwerking met de Saudischeautoriteiten. Daarnaast richt Nederland zich op voorlichting van zowel deNederlandse als de Saudische private sector over mensenrechten enrelevante wetgeving. Ook is een medewerker op de ambassade in Riyadgestationeerd die naast de hiervoor genoemde activiteiten een specifiekerol heeft in de versterking van de capaciteit van de Nederlandse posten inde regio op het gebied van IMVO.Reactie op aanbevelingenAmnesty International roept de Nederlandse overheid op in zes aanbeve-lingen om:1. Ervoor te zorgen dat bedrijven mensenrechten respecterendoor wetgeving aan te nemen in lijn met de UN GuidingPrinciples en de OESO-richtlijnen. De wet moet de verplichtingbevatten voor bedrijven om mensenrechten-due diligence toe tepassen in de hele waardeketen en verhoogde due diligence voorbedrijven die opereren in hoge-risico- en conflictgebieden.Het kabinet verwacht van Nederlandse bedrijven dat zij internationaalzakendoen in lijn met de OESO-richtlijnen voor Multinationale Onderne-mingen (OESO-richtlijnen) en de UN Guiding Principles on Business andHuman Rights (UNGP’s). Het IMVO-beleid bestaat uit een doordachte mixvan elkaar versterkende maatregelen die verplichten, voorwaardenstellen, verleiden, vergemakkelijken en voorlichten op basis van deOESO-richtlijnen.1 Nederland implementeert Europese IMVO-wetgeving,zoals de Anti-dwangarbeidverordening en de Corporate Sustainability DueDiligence Directive (CSDDD). Op 9 december 2025 is in de EU eenvoorlopig politiek akkoord bereikt over het Omnibus I-pakket metaanpassingen aan de CSDDD.2 Het kabinet zet geen nationale koppen opEuropese wetgeving. Dat geldt ook voor de CSDDD, die zuiver enlastenluw zal worden geïmplementeerd. Dit draagt bij aan het beperkenvan regeldruk en aan het gelijk speelveld voor Nederlandse bedrijven.In het voorlopig politiek akkoord over de CSDDD is mede dankzijNederlandse inzet de risicogebaseerde benadering verankerd, die aansluitbij de OESO-richtlijnen en UNGP’s. Dit houdt in dat bedrijven die onder dereikwijdte van de CSDDD vallen zich met gepaste zorgvuldigheid («duediligence») moeten richten op activiteiten met de grootste risico’s opnegatieve gevolgen voor mens en milieu binnen hun keten. Hierbij dienenzij ook rekening te houden met activiteiten in hoge-risico- en conflictge-bieden. De Europese Commissie zal tevens richtsnoeren publiceren ombedrijven die in zulke gebieden ondernemen te ondersteunen bij hungepaste zorgvuldigheid.2. Het handelsbeleid in lijn te brengen met de Nederlandsemensenrechtenverplichtingen. Dit betekent dat de overheid bij dekeuze van prioriteitslanden zijn eigen mensenrechten-duediligence moet uitvoeren en rekening moet houden met demensenrechtenrisico’s voor bedrijven en de algemene mensen-rechtencontext in die landen.1https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/buitenlandse-handel/verbeteren-internationaal-verantwoord-ondernemen2Kamerstuk 36 712, nr. 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4242 Het Nederlandse handelsbeleid is gebaseerd op balans: het versterkenvan het internationale verdienvermogen gaat hand in hand met hetblijvend engageren met landen in een bredere bilaterale relatie. DeNederlandse inzet op mensenrechten vormt een integraal onderdeel vandeze bilaterale relatie.Bij de keuze voor prioriteitslanden spelen onder andere geopolitieke,veiligheids- en economische overwegingen een rol. Sterke economischerelaties bieden ruimte om binnen deze bredere bilaterale relatie hetgesprek over mensenrechten te voeren. Het bestaan van mensenrechten-risico’s betekent daarbij niet automatisch dat economische samenwerkingmoet worden beëindigd; de-engagement kan de mogelijkheden ominvloed uit te oefenen en verbeteringen te bevorderen juist beperken. Datuitgangspunt stemt geheel overeen met de verwachtingen van bedrijvenop grond van IMVO-wetgeving en -normen, namelijk om hun invloed aante wenden om risico’s aan te pakken. Daarom is IMVO standaardonderdeel van het gesprek in bilaterale economische consultaties. Daarbijwordt, waar sprake is van verhoogde mensenrechtenrisico’s, ingezet opbetrokkenheid van (lokale) maatschappelijke organisaties en vakbonden inhet missieprogramma.3. Ervoor te zorgen dat, wanneer de overheid projecten metmensenrechtenrisico’s promoot, bedrijven adequate maatregelennemen om die risico’s te beperken. Als de overheid niet in staat isdergelijke waarborgen in te stellen, dan moet het die projectenniet promoten.De Nederlandse overheid hanteert een combinatie van voorwaarden,instrumenten en activiteiten om bedrijven te ondersteunen bij IMVO en detoepassing van gepaste zorgvuldigheid. Bedrijven worden voorgelichtover het belang van IMVO en over lokale risico’s en manieren om dierisico’s te mitigeren. Ook kunnen bedrijven met een hulpvraag terecht bijonze ambassades en het MVO-steunpunt van RVO.Bij handelsmissies naar landen waar mensenrechtenrisico’s spelenkunnen maatschappelijke organisaties betrokken worden bij devoorlichting aan bedrijven, bijvoorbeeld via het Breed MensenrechtenOverleg. Daarnaast hanteert Nederland voor de financiering/verzekeringsinstrumenten een streng milieu en sociaal beleid. Wanneerbedrijven financiering aanvragen bij onze uitvoerders zorgen dezepartners voor monitoring bij grote of risicovolle projecten om zeker te zijndat internationale standaarden worden nageleefd. Op deze manierworden er verscheidende instrumenten ingezet om bedrijven bewust temaken en te ondersteunen bij de toepassing van gepaste zorgvuldigheid.Uiteindelijk dragen bedrijven zelf verantwoordelijkheid om te ondernemenvolgens de OESO-richtlijnen.4. Richtlijnen en voorwaarden te ontwikkelen voor overheidsbe-trokkenheid en voor bedrijven die (willen) opereren in gebiedenmet een groot risico, waaronder de voorwaarde van verplichtingvoor verhoogde mensenrechten-due diligence.Het toepassen van gepaste zorgvuldigheid op het gebied van mensen-rechten is verankerd in de OESO-richtlijnen, waarbij geldt dat inhoog-risicocontexten een intensievere invulling van gepaste zorgvul-digheid wordt verwacht. Aan deze OESO-richtlijnen heeft de Nederlandseoverheid zich gecommitteerd. Om de communicatie over bestaandeinstrumenten op dit gebied te verbeteren zal dit jaar een handreikingworden gepubliceerd voor conflictsensitief ondernemen. Deze biedtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4243 Nederlandse bedrijven handvatten om hun gepaste zorgvuldigheidspro-cessen aan te scherpen.5. Duidelijke mensenrechten-due diligence-voorwaarden teontwikkelen en te communiceren voor overheidssteun voorbedrijven met (geplande) activiteiten in gebieden met een grootrisico. Dat betekent dat bedrijven die deel willen nemen aanhandelsmissies of financiële steun willen krijgen, moeten latenzien dat zij geloofwaardige mensenrechten-due diligence stappenzetten en hierover publiekelijk rapporteren.Mensenrechten due-diligence is verankerd in de OESO-richtlijnen die debasis vormen van de IMVO-voorwaarden van het BHO bedrijfsleveninstru-mentarium. Hierover wordt duidelijk gecommuniceerd en voorgelichtdoor de RVO. De voorwaarden zijn gericht op bewustwording en hetverbeteren van de verankering van IMVO, niet op uitsluiting van hetinstrumentarium. In alle gevallen geldt echter wel: als blijkt dat een bedrijfzich niet aan de OESO-richtlijnen houdt en ook niet welwillend is om hierstappen op te zetten, dan kan dit beëindiging (en terugvordering) van desteun of uitsluiting van een handelsmissie of andere activiteit tot gevolghebben. Daarbij is het kabinet voorstander van transparantie, maar zolangeen bedrijf zich houdt aan de toepasselijke wet- en regelgeving (zoals deCorporate Sustainability Reporting Directive, CSRD) is de keuze omhierover publiekelijk te rapporteren een keuze van het bedrijf zelf.6. Duidelijke en expliciete waarschuwingen te communiceren aanbedrijven over de grote risico’s en mensenrechtenschendingen inSaudi-Arabië, onder andere door onafhankelijke mensenrechten-experts direct te betrekken bij voorbereidingsbijeenkomstenvoorafgaand aan handelsmissies en tijdens handelsmissies zelf.Bedrijven moeten eraan herinnerd worden dat als zij mensenrech-tenschendingen veroorzaken of daaraan bijdragen, zij ook degetroffenen schadeloos moeten stellen.Via de RVO-website wordt gecommuniceerd over de situatie en belang-rijkste IMVO-risico’s in de Golfregio. De MVO-risico checker van MVONederland kan hier nog meer inzicht in geven. Daarnaast is informatieover de zes stappen van het gepaste zorgvuldigheidsproces beschikbaar,waar herstelmaatregelen onderdeel van uitmaken. Het Breed Mensen-rechten Overleg is het platform waar maatschappelijke organisatieskwesties adresseren die meegenomen worden bij de voorlichting aanbedrijven.De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,A. de VriesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4244
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.