Verslag van een commissiedebat, gehouden op 13 juni 2024, over Zoönosen en dierziekten
Brontekst
Versie b646eed83d7f27a3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 683DierziektebeleidNr. 302 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 25 juli 2024 De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en devaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben op13 juni 2024 overleg gevoerd met de heer Adema, Minister vanLandbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en mevrouw Dijkstra, Ministervoor Medische Zorg, over:–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 15 september 2023 inzake stand van zakenblauwtong (Kamerstuk 30 669, nr. 21);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 24 oktober 2023 inzake onderzoek FaculteitDiergeneeskunde naar vogelgriep bij katten (Kamerstuk28 807, nr. 293);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 3 november 2023 inzake wijziging beleidvogelgrieppreventie ten aanzien van de ophokplicht in regio’s7 en 10 en de bezoekersregeling (Kamerstuk 28 807, nr. 295);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 14 november 2023 inzake landelijke ophok- enafschermplicht (Kamerstuk 28 807, nr. 294);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 16 november 2023 inzake antwoorden op vragencommissie over de stand van zaken en vaccinatie blauwtong(Kamerstuk 30 669, nr. 23) (Kamerstuk 30 669, nr. 25);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 16 november 2023 inzake stand van zakenblauwtongepidemie (Kamerstuk 30 669, nr. 24);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 6 december 2023 inzake reactie op verzoek commissieover de brief aan de Stichting SPOTS met betrekking tot hetbezoek aan de WHO Traditional Medicine Global Summit(Kamerstuk 25 295, nr. 2149);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 20 december 2023 inzake stand van zakenblauwtong (BTV-3) (Kamerstuk 30 669, nr. 26); kst-29683-302ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 3021 –de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 29 januari 2024 inzake voortgang Intensiverings-plan preventie vogelgriep (Kamerstuk 28 807, nr. 296);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 22 februari 2024 inzake stand van zakenblauwtong in februari 2024 (Kamerstuk 30 669, nr. 27);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 26 februari 2024 inzake rapport Verkenning enstrategisch advies HCU (Kamerstuk 29 683, nr. 285);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 26 maart 2024 inzake aanpassen landelijkemaatregelen vogelgriep, andere vogelgrieponderwerpen en eenonderzoeksrapport over blauwtong (Kamerstuk 28 807,nr. 297);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 4 april 2024inzake humane besmetting met vogelgriepvirus na contactmet vermoedelijk besmette koeien in de Verenigde Staten(Kamerstuk 28 807, nr. 298);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 24 april 2024 inzake Q-koorts besmetting op eenmelkschapenbedrijf in Brakel (Gelderland) (Kamerstuk 29 683,nr. 286);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 24 april 2024 inzake aanpassen landelijkemaatregelen vogelgriep (Kamerstuk 28 807, nr. 299);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 26 april 2024 inzake blauwtongvaccin goedge-keurd voor gebruik en overige stand van zaken blauwtong(Kamerstuk 30 669, nr. 28);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 26 april 2024 inzake Convenant financieringbestrijding besmettelijke dierziekten 2025–2029 (Kamerstuk29 683, nr. 287);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 28 mei 2024 inzake stand van zaken vogelgriep(Kamerstuk 28 807, nr. 300);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 31 mei 2024 inzake stand van zaken Q-koortsbesmetting op een melkschapenbedrijf in Brakel (Gelderland)(Kamerstuk 29 683, nr. 288).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuuren Voedselkwaliteit,GrausDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid,Welzijn en Sport,EerdmansDe griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit,JansmaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 3022 Voorzitter: GrausGriffier: ReindersAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Beckerman, Bromet, VanCampen, Graus, Holman, Kostic´, Pierik en Podt,en de heer Adema, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,en mevrouw Dijkstra, Minister voor Medische Zorg.Aanvang 17.35 uur.De voorzitter:Van harte welkom allemaal bij dit debat van de vaste commissie voorLandbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het gaat vandaag over zoönosenen dierziekten. Voor degenen die dat niet weten: zoönosen zijn dierziektendie op de mens overdraagbaar zijn. Ik heet allereerst van harte welkom demensen op de publieke tribune en ook de mensen die thuis kijken enluisteren via het digitale kanaal. Ik heet ook de Minister voor MedischeZorg en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit welkom.Het zal de laatste keer zijn, leden, dat deze Minister in ons midden is,tenminste alhier. Laten we het debat met Onze Minister, zeker nu het voorde laatste keer is, gewoon waardig en vriendelijk laten verlopen, voorzover dat mogelijk is, hoor.Ik stel voor dat de leden een spreektijd krijgen van vijf minuten per fractieen vier interrupties. Dat geldt ook voor de tweede termijn, dus kijk evenhoe jullie het verdelen over beide Ministers: alle vier de interrupties vooréén Minister of twee aan twee. Dat moet u zelf weten.Er zijn verder geen bijzonderheden. Ik wens al mijn collega’s van de stafvan de commissie LNV van harte beterschap. De hele staf is zowat ziek.Dus van harte beterschap gewenst van onze kant.Ik geef graag als eerste het woord aan meneer Holman namens NieuwSociaal Contract.De heer Holman (NSC):Voorzitter, dank u wel. Ik wil vandaag drie aspecten behandelen die in hetdebat naar voren komen: een aantal risicofactoren voor zoönosen, onzestaat van paraatheid voor de komst van zoönosen en tot slot een paarlongziektes die na 20 jaar nog steeds niet zijn opgelost in Nederland.Ik start met de vier risicofactoren voor zoönosen in Nederland. Ten eerste:het verlies aan biodiversiteit. Door gebrek aan soorten hebben virussenzich sterk ontwikkeld en zijn ze geëvolueerd. Het virus dat eerst ver wegwas in oerwouden is door het kappen van bossen steeds dichterbijgekomen. Het sprong over op de mens. Door klimaatverandering komener insecten die nieuwe virussen met zich meebrengen onze kant op. Doorhoge veeconcentraties ontstaan er gemakkelijk transmissies tussenveestapels en tussen landen. Door de vele diertransporten kriskras doorheel Europa blijven we continu risico houden op uitbraak van eenzoönose.Voorzitter. Ik besef dat dit een grote, wereldwijde, problematiek is die nietdirect morgen opgelost is. Maar ik voel ook de verantwoordelijkheid omdeze risico’s serieus te nemen en in te dammen. Het is tijd voor eenduidelijk structuurbeleid voor de landbouw, waarvan ook dit probleemvan dierziekten en zoönosen een belangrijk onderdeel dient te zijn.Minister, bent u bereid om eens duidelijk naar de structuur van deveehouderij te kijken en de diertransporten te benaderen als een grootrisico in dezen?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):We hebben diverse bijeenkomsten gehad waarin deskundigen ons hebbenbijgepraat over wat je in zo’n veedicht land als Nederland moet doen omTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 3023 dierziektes te voorkomen. Er is bijvoorbeeld gezegd: je moet ervoorzorgen dat er afstanden zijn tussen kippen- en varkensbedrijven. Je moetervoor zorgen dat bedrijven niet te groot zijn. Je moet ervoor zorgen dater niet te veel bedrijven zijn. Allemaal dingen die in Nederland nu niet oporde zijn. Mijn vraag aan NSC is: wat heeft NSC nou precies afgesprokenin het regeerakkoord over het opruimen van de intensieve veehouderij?De heer Holman (NSC):Mevrouw Bromet zegt nogal wat. Wij hebben in het hoofdlijnenakkoordniet expliciet teksten daarover opgenomen. Wij hebben het niet gehadover dierziekten. Daar staat niks over geschreven. Daarom kaart ik dit aanals iets waar wij volgens ons naar moeten kijken. Het hoofdlijnenakkoordis in zeer grote mate gericht op het oplossen van de problemen die er opdit moment zijn ten aanzien van mest en ten aanzien van de mestcrisis.Dat is prioriteit één. Dat moeten we gewoon oplossen. In het hoofdlijnen-akkoord staat bijvoorbeeld ook dat wij een continu vrijwillig opkoopbeleidwillen. Wat er nu niet inzit, is dat je niet echt rekening houdt, bijvoorbeeld,met dierziekten en met concentraties daarvan. Het zou dus best kunnenzijn dat wat u wilt samen kan gaan met hoe je straks uitwerking geeft aanhet hoofdlijnenakkoord.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dat zal ik dan straks ook even aan BBB vragen. Mijn vraag aan NSC is ofde mestcrisis op dit moment belangrijker is dan het voorkomen vangevaarlijke ziektes en pandemieën.De heer Holman (NSC):Ik denk dat ik daarop moet antwoorden dat dat niet zo is. Beide onder-werpen zijn belangrijk. Maar wij voegen, juist op grond van visie entoekomstgericht beleid, aan de oplossing van de mestcrisis toe dat je veelmeer integraal moet werken en dat je dierziekten daarin mee moetnemen. Als je problemen van mest wilt oplossen en een transitie wiltmaken naar een betere situatie, moet je vooral integraal naar meerdereaspecten van het probleem kijken. Dat is in feite onze denkwijze en onzevisie.Mevrouw Podt (D66):Op zich is voorkomen natuurlijk altijd beter dan genezen. Dat neemt nietweg dat de heer Holman, volgens mij terecht, zegt: er is een continu risicoop het uitbreken van zoönosen en dat zullen we niet gelijk kunnenvoorkomen. Dan verbaast het mij wel dat NSC met haar coalitiegenoten inhet coalitieakkoord heeft afgesproken dat ze 300 miljoen gaan bezuinigenop pandemische paraatheid. Ik ben eigenlijk wel benieuwd of de heerHolman dat kan uitleggen.De voorzitter:Meneer Holman, succes daarmee.De heer Holman (NSC):Ik denk dat meneer Holman dit alles kan uitleggen. Het hoofdlijnenak-koord is gekomen zoals het is. Daar is zes maanden over gedaan. Je hebteen heleboel kaders, zoals het financiële kader en het beleidskader. Jehebt met vier partijen te maken die allemaal wat willen. Dit is wat daaruitgekomen is. Dat is een erkenning dat er problemen zijn. We willen dieproblemen voortvarend oppakken. Nogmaals, naast de acute problemendie er zijn, willen en gaan wij de komende tijd toch ook dingen inbrengenvoor een visie voor de lange termijn. In het hoofdlijnenakkoord zijn weniet toegekomen aan vragen als «Waar moeten we heen?» en «Wat isonze visie voor waar we als veehouderij over vijf jaar moeten staan?»Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 3024 Dierziekten zijn voor ons een groot risico. We hebben bijvoorbeeldvarkensslachterijen gesproken. De grote angst in die sector is dat we nogeens varkenspest of mond-en-klauwzeer krijgen. Dan hebben we echt eenmegaprobleem. Dan hebben we een discussie die je echt niet wilt. Datmoet je dus serieus nemen. Met structuurbeleid kun je dingen regelen omminder risico te lopen. Ik vraag aan de overheid, en dus ook aan deMinister, om dat risico hoog in te schatten en als zodanig te behandelen,zodat je gewoon kunt voorkomen, of de kans kunt verkleinen, dat datsoort dingen gaan ontstaan.Mevrouw Podt (D66):Dat was een heleboel tekst, maar niet heel veel begin van een antwoordop mijn vraag. Mijn vraag ging over de pandemische paraatheid. Ik snapdat we allerlei dingen moeten gaan doen om te voorkomen dat het zoverkomt, maar we zullen het niet altijd kunnen voorkomen. Daar moeten weook klaar voor zijn. Ik bedoel, twee jaar geleden nog hebben we zo’nenorm grote pandemie gehad. Daar hebben we hopelijk van geleerd dat jeniet 300 miljoen moet bezuinigen op de capaciteit van ic’s, op het zorgendat we voldoende vaccinaties hebben en op onze GGD’s. Dat is toch eenheel, heel dom idee?De heer Holman (NSC):De totale financiële plaat geeft een uitkomst van heel veel minnen enweinig plussen. Dat er hier en daar iets geschoven moet worden met geldis bijna onvermijdelijk. Aan de andere kant ben ik het met u eens. Nietalles hoeft direct financieel gerelateerd te zijn; je kunt ook beleidsmatig enqua werkwijze prioriteit geven aan iets. Als je kijkt naar hoeveel miljardencorona gekost heeft, zie je ook dat als het nodig is, je zo flexibel met jegeld bent om te zeggen: dit moet. Maar ja.Mevrouw Podt (D66):Wauw. Ik zat vorige week nog een documentaire te kijken over corona entoen was de conclusie van die hele documentaire eigenlijk: hadden wemaar. Hadden we er maar gewoon gestaan toen het nodig was.Nogmaals, ik applaudisseer voor de poging van de heer Holman om echtstructureel iets te veranderen in de dierhouderij. Dat zouden we allemaalmoeten doen. Maar dat neemt niet weg dat we er moeten staan als hetzover is. En dat kan niet als je op dit moment, twee jaar na corona, tweejaar na alles wat we hebben geleerd, zegt: we gaan de pandemischeparaatheid gewoon weer in gevaar brengen. Dat kan gewoon echt niet.De heer Holman (NSC):Dan kan ik misschien concluderen dat ik het voor een groot gedeelte welmet u eens ben. Die paraatheid moet er zijn, vandaar ook dat wij dit alseerste inbrengen in onze tekst. Wij onderkennen het probleem, we willenerop focussen en we willen het anders doen dan in het verleden. Wijvragen de Minister: bent u het daarmee eens? En als die het ermee eensis, vragen we de Minister, of de volgende Minister, daar eens over na tedenken. Als daarvan een van de conclusies is dat er dingen moetenveranderen in de organisatiesfeer of in de financiële sfeer, dan heb je hetdaarover. Het is te gemakkelijk om ons, als een van de vier coalitiepartijen,nu het verwijt in de schoenen te schuiven op basis van één individuelebezuinigingspost, zo van: meneer Holman, u heeft daar gefaald en u haddit moeten voorkomen. Zo werkt het niet.De voorzitter:Mevrouw Podt, dit is uw laatste interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 3025 Mevrouw Podt (D66):Dat snap ik, voorzitter, maar ik vind dit zó belangrijk. Dit gaat niet om eenkleinigheidje. Ik zal zo meteen in mijn eigen inbreng richting de Ministersnog weleens vragen wat nou de consequenties hiervan zijn. En als deMinister dan inderdaad aangeeft dat dit een groot probleem is, dan hoopik ook dat de heer Holman zijn belofte van net gestand doet en dat er danook gekeken kan worden naar die capaciteit en naar die financiën.De heer Holman (NSC):Een terechte vraag, maar daar wil ik nu niet op vooruitlopen. In essentiezijn we het met u eens ...Mevrouw Podt (D66):Maar het geld is op.De heer Holman (NSC):Nou ja, dat vind ik te gemakkelijk. Onze oproep is: laten we in totaliteiteens wat meer visie gaan ontwikkelen op waar we heen willen met elkaar.Reken maar dat, als we dat gaan doen, er een hele financiële plaat moetkomen of dat er middelen, aandacht of inzet moeten worden verschovenom dat te realiseren. Een begroting is maar een begroting. Ik heb heellang in de politiek gezeten in de provincie. Daar werd ook altijd gezegd dater geen geld was. Mijn stelling was altijd: er is geld genoeg. Het is maarwaaraan je het besteedt. Dat is een keuze.Mevrouw Beckerman (SP):Mijn vraag is eigenlijk: wat vraagt u nu eigenlijk aan het kabinet? Ik benhet namelijk wel eens met de inbreng van de heer Holman. Die isnatuurlijk heel duidelijk: hij benoemt de vier risicofactoren voor zoönosen,maar ook al heel concreet dat diertransporten in Nederland een grootprobleem zijn. Maar wat vraagt u nu eigenlijk aan het kabinet? Ik vind datdus erg ingewikkeld. Deze Ministers zitten nog een paar weken. U zegt: wegaan een structuurbeleid voor de landbouw ontwikkelen. Oké. Maar stelnou dat de Minister erachter komt dat we nog steeds heel veel pluimveehebben in waterrijke gebieden – dat weten we ook – en dat dat, linksom ofrechtsom, geen verstandig idee is als je zoönosen wilt beperken. Danheeft deze Minister daar twee weken aan gewerkt, staat er een nieuwkabinet en zegt dat nieuwe kabinet: we stoppen met de verplaatsingsre-geling of met de uitkoop. Wat wilt u nou eigenlijk nog van dit kabinet?De voorzitter:Ik wil nog helemaal niks, maar ik geleid de vraag door naar de heerHolman. Alsjeblieft.Mevrouw Beckerman (SP):Excuses, meneer Graus.De heer Holman (NSC):Een terechte vraag. Een vorige keer hebben we het gehad over dediertransporten van biggetjes naar Spanje. Als je een kaart zou maken vande wirwar aan diertransporten door Europa, dan zou je schrikken. Rekenmaar dat al die vrachtauto’s met biggen die naar Spanje gaan, niet leegterugkomen. Die komen allemaal terug met wat erin. Juist dat is degrootste risicofactor voor dierziekten en zoönosen. Als je een risicokaartmaakt, kom je eerst bij transporten, dan bij gesloten bedrijven en dan bijconcentraties in gebieden. Dat is ongeveer de volgorde waarin je daarnaarkunt kijken. De oproep aan de Minister is: wilt u hier serieus naar kijken, ereen gedachte over ontwikkelen en die met ons delen? Dat is niet meernaar deze Minister toe, want dat gaat hij echt niet redden in de week diehij er nog zit. Hij mag een poging doen. Maar lees dit als een oproep aanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 3026 de nieuwe Minister om hier na de zomer verder mee te gaan. Hier gaanwe ongetwijfeld op terugkomen; dit is een wezenlijk punt dat we ook naarde toekomst zullen brengen.Mevrouw Beckerman (SP):Deze vraag is dan niet aan deze Minister maar aan de volgende; datbegrijp ik. Maar mijn punt was eigenlijk dat we al heel veel weten van watde heer Holman «structuurbeleid» noemt. Dat zien we ook in alle stukkenvoor vandaag. Ik noem daar een aantal voorbeelden van. Op transportenzijn heel veel voorstellen gedaan, primair vanuit de Partij voor de Dieren,maar ook vanuit andere partijen. Dat geldt ook voor waterrijke gebiedenen de hoge dichtheid in pluimveebedrijven. Dat zijn hele duidelijke dingenwaar we van weten. Dat noemde ik net al. Gaan we dat dan alleen maarnog een keer opschrijven? Gaan we dat alleen maar nog een keer in kaartbrengen? Gaan we daar mooie stukken van maken? Of erkent de heerHolman ook dat je daar echt iets aan moet doen? Erkent hij dat dat dusalleen maar kan met stoppen, verplaatsen, en misschien ook met deinrichting van je land, maar dat er juist op die posten een grote bezuini-gingsslag wordt doorgevoerd?De voorzitter:Dat waren er in één keer twee. Je hebt er dus nog maar eentje over.Mevrouw Beckerman (SP):Dat is goed, hoor.De heer Holman (NSC):Ik wil daar graag even op ingaan. Het makkelijkste is om dat met eenconcreet voorbeeld te doen. Vorige week hadden we een petitieaan-bieding van de kalverhouderij. We hebben ons als politiek het laatstehalfjaar heel duidelijk uitgesproken over kalverhouderij, zo van: het moeten kan zo niet verder. Ik vond het heel positief dat de kalverhouderij heeftgezegd: oké, wij zijn proactief en erkennen dat de politiek ons ervaart alsprobleem; we gaan er door het maken van een eigen plan wat aan doen.Bij punt drie kom ik daar nog op terug, maar een van de punten die zijnoemen, is dat zij over een jaar of anderhalf gaan eisen dat alle aange-voerde kalveren BVD-vrij of BVD-gecertificeerd moeten zijn. Dat betekentdat er geen kalveren meer aangevoerd mogen worden uit Ierland,Portugal en Oost-Europa. Nou, bingo! Dat is daarmee besloten. Ten derdedoe ik nog een oproep aan de Minister om te faciliteren en te realiserendat we BVD-vrij worden. Gisteren heb ik een interview voor de Ierse tvgegeven. Het was daar inmiddels namelijk doorgedrongen dat erbinnenkort mogelijkerwijs geen kalveren meer naar Nederland kunnen. DeIerse boer krijgt nu nog € 5 voor een kalfje dat op transport naar Europawordt gezet. Maar als meer landen dat doen, heeft Ierland, met 500.000kalfjes, een serieus probleem. Door deze hele kleine maatregel grijp je dusin op de structuur en ordening van hoe dingen gedaan worden. Dat dekalversector dat zelf oppakt, vind ik heel serieus. De vee- en varkenshou-derij zouden bijvoorbeeld nog veel meer initiatief kunnen tonen om ditprobleem serieus te nemen.De voorzitter:Mevrouw Beckerman, uw laatste interruptie.Mevrouw Beckerman (SP):Dat is een terecht voorbeeld. Daar hebben we ons als Kamer ook overuitgesproken. Maar ik wil toch aan de heer Holman vragen om ook in tegaan op het voorbeeld in Nederland, op de gebieden met een hogeconcentratie intensieve pluimveehouderij die ook nog waterrijk zijn. Dat iseen moeilijke combinatie. Daarmee treffen we inderdaad niet de begrotingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 3027 van Ierland, maar wel die van Nederland. Zou de heer Holman willeningaan op de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat dat goed geregeldwordt met oog voor de boeren, dieren en omwonenden?De heer Holman (NSC):Dan kom ik toch weer bij de continue opkoopregeling op vrijwillige basis,en hoe we die willen ordenen. Je moet daarbij keuzes maken in waar jewel en niet opkoopt. Als je een gebied definieert als probleemgebiedwaarin het wenselijk is om de veedichtheid te verkleinen, moet je je daarmisschien op richten. En dan ga ik toch weer even naar de kalverhouderij:ongeveer alle kalverhouderijen in de Veluwe en de Gelderse Vallei zijnbenoemd als piekbelaster. Daar worden redelijk wat bedrijven opgekocht,maar wij hebben geen productierechten voor de kalverhouderij, duselders kunnen gewoon weer nieuwe bedrijven gekocht worden. Je voertdan dus geen structuurbeleid. Een van de eerste dingen die de nieuweMinister straks dus zou moeten doen, is serieus kijken hoe je bestuurlijken met regelgeving faciliteert om de kalverhouderij te helpen veranderen,en dat je het opkoopbeleid daar bijvoorbeeld ook op richt. Dat soortdenkbeelden hebben wij daarbij.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik begin toch wel met een compliment aan de heer Holman. Hij benoemtnamelijk wat de wetenschap al jaren- of decennialang zegt, namelijk dat ereen groot gevaar is vanuit de intensieve veehouderij en diertransport. Datis heel goed. De heer Holman heeft het ook over een integrale visie op delandbouw. We hebben daar ook een aantal voorzetten voor gedaan,samen met de wetenschap en bij verschillende kabinetten. Het probleemzit ’m in de uitvoering. Je moet dus het lef hebben om die intensieveveehouderij inderdaad aan te pakken. Mijn concrete vraag is dus of deheer Holman daartoe bereid is. Ik hoor hem namelijk wel zeggen dat daarruimte voor is in het coalitieakkoord.De heer Holman (NSC):Ik zal een iets andere terminologie gebruiken. U hebt het over aanpakken;ik heb het over een wenselijke transitie, betere ordening en structuur-beleid. Dat is dus een iets andere insteek. Wij zijn onlangs met een aantalKamerleden bij LTO geweest. Ik vond het verheugende daarvan dat zij hierzelf ook mee bezig zijn. Ik zie in de sector dus wel bewustwording enerkenning dat wij erover na moeten denken waar we heen willen met deveehouderij in Nederland als we de problemen opgelost hebben. Iedereenis er wel van overtuigd dat er wat gaat veranderen en dat er issues zijn.Maar er is gewoon onduidelijkheid over wat er moet gebeuren, waar deweg heen moet en waar over tien jaar de stip op de horizon ligt. Dat kun jeniemand verwijten, want daar is de laatste jaren ook niet veel aandachtaan besteed. Dat was bijna geen onderdeel van het gesprek.De voorzitter:Het lid Kostic´ ... Nee, we gaan niet door elkaar heen praten. Het lid Kostic´is aan het woord. Het lid Kostic´, alstublieft.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik laat dit onderonsje even gebeuren. Ik waardeer deze nieuwe politiek vande heer Holman. Nee, maar oprecht. Dit is gewoon verfrissend. Nog losvan de terminologie, is de richting «we moeten in ieder geval iets doenaan de intensieve veehouderij» fijn. Maar het tegenovergestelde is nu hetgeval. In realiteit – er kwam laatst nog een nieuwsbericht over uit – is erde afgelopen jaren geïntensiveerd. Het tij moet dus worden gekeerd en ermoet actief op worden ingezet. Mijn laatste vraag voor de heer Holman iswat hij ervan vindt dat, nu er net, een maand geleden, voor de eerste keersinds 2016 weer een uitbraak van Q-koorts is geweest, verschillendeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 3028 provincies weer overwegen om de uitbreiding en nieuwvestiging vangeitenhouderijen toe te staan. Hoe kijkt de heer Holman daartegen aan?De voorzitter:Dat zijn twee interrupties. De heer Holman.De heer Holman (NSC):De grootste fout die LTO het afgelopen jaar heeft gemaakt, is het latenploffen van het landbouwakkoord. Dat is echt de grootste misser van hetafgelopen jaar. We waren bijna bij het punt dat we iets heel positiefshadden op grond waarvan wij deze discussie zouden kunnen voeren endie verder zouden kunnen uitwerken. We zijn nu een jaar verder en er isbijna niks gebeurd, behalve dat de problemen veel groter zijn gewordenen onze aandacht volledig uitgaat naar het probleem. Er moet watgebeuren ... Wat was uw vraag?De voorzitter:Die tellen we niet als interruptie hoor, het lid Kostic´.De heer Holman (NSC):O ja, Q-koorts.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Q-koorts is net weer uitgebroken, voor het eerst sinds 2016. En deprovincies zeggen nu: laten we die intensieve geitenhouderijen misschientoch maar toestaan om uit te breiden. Hoe kijkt de heer Holman daartegenaan?De voorzitter:U heeft hierna nog steeds één interruptie, het lid Kostic´.De heer Holman (NSC):Dat is een concrete vraag. Ik denk dat het absoluut niet verstandig is omde geitenhouderijen verder uit te breiden in Nederland. Wij hebben zekertien mails gehad van mensen die Q-koorts hebben gehad, met daarin deimpact en de consequenties daarvan op hun leven. Dus als er één ding isdat je serieus moet nemen ... Ook voor de geitenhouderij – dat is maareen kleine sector; het zijn maar weinig bedrijven – zou je een soort visieen een plan moeten hebben om met behoud van de geitenhouderij derisico’s in te dammen of op z’n minst fors te verkleinen. Daar geldt ook:gesloten bedrijven en weinig transporten. Nogmaals, alle problemenkomen voornamelijk door het transport van beesten en van mest.De voorzitter:Kijk eens aan. U mag verdergaan met uw betoog. U hebt nog ongeveer3 minuten en 18 seconden.De heer Holman (NSC):En dat na één minuut tekst, voorzitter.Het tweede deel van mijn inbreng wijd ik aan de huidige risico’s. Het iseen illusie dat we uitbraken, zoals die van het mond-en-klauwzeer 22 jaargeleden, volledig kunnen voorkomen. Dat is ook een groot risico. Ziekteszoals klassieke varkenspest, vogelgriep, blauwtong en Q-koorts maken dieurgentie groot. In aanloop naar dit debat heb ik veel experts gesproken. Ikben trots op de Nederlandse expertise. We hebben dat best aardig voormekaar. Toch hoor ik ook vele zorgen van experts, bijvoorbeeld over deuitbraak van Afrikaanse varkenspest. We zien hoe plots een uitbraak alsdie van de vogelgriep zich kan ontwikkelen, zoals nu bij de koeien inAmerika. Mijn vraag aan de Minister is: vindt hij dat de monitoringvoldoende is of dat het bij zijn voorbeeld nodig is om die bij de varkens-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 3029 houderij verder te versterken? En vindt hij het nog steeds passend omvogelgriep in Amerika aan te wijzen als laagrisicofactor? Op de loer ligtdat een volgend type van het virus nog heftiger zal zijn dan de huidige.Het is maar de vraag of we dat in Europa buiten de deur kunnen houden.Het is waarschijnlijk een kwestie van tijd voordat het ook hier zal komen.Tot slot de dierziekten. We zijn nu al twintig jaar bezig om de veehouderijBVD- en IBR-vrij te maken. Er is een verplichte bestrijding van IBRgeweest, maar die is mislukt. Vervolgens zijn vrijwillig programma’sopgezet, maar die leiden er nog niet toe dat dieren vrij worden van BVDen IBR. De kalversector heb ik al genoemd. We zien dat nu in dezenstappen worden gezet, maar met name in de kleinschalige vleesveehou-derij gebeurt dat nog in onvoldoende mate. Een heel klein percentagevoorkomt dat Nederland vrij wordt. Veel antibiotica – dat is nog eenargument – zijn gerelateerd aan longziekten, vaak ook op grond van BVD.Welk plan heeft de Minister of is de Minister bereid te maken om dezeziektes nu uit te bannen en ervoor te zorgen dat Nederland certificatenverwerft op het vlak van IBR en BVD? Dit is iets waar we zeker op terugzullen komen. Dat zien we wel in tweede termijn.Voorzitter. Als laatste wil ik constateren dat dit mijn, ons, laatste debat ismet deze Minister. Ik en meerderen met mij zijn nu een halfjaar Kamerlid.In de LNV-commissie wordt constructief met elkaar gewerkt en daar heb ikvan genoten, maar ik heb ook genoten van de Minister, die heeft getoondhart te hebben voor de veehouderij en zeer betrokken en bewogen te zijn.Ik heb daar waardering voor.Ik wens u alle goeds, Minister, en ik wil u heel hartelijk bedanken voor deconstructieve manier van samenwerken. Het enige puntje waarop ik hebgezien dat de Minister het niet heeft geleerd, is het houden van een ietskorter betoog, maar die ziekte heb ik bijna ook wel een beetje.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Holman, voor de mooie woorden namens NieuwSociaal Contract. Dan gaan we naar mevrouw Podt, Democraten 66.Mevrouw Podt (D66):Dank u wel, voorzitter. Het afgelopen najaar kampten we in ons land meteen zeer ernstige uitbraak van het blauwtongvirus, die maar liefst 1 op de25 schapen het leven kostte. Deze ziekte, die door mugjes wordt verspreid,is deze winter grotendeels verdwenen. De zomer staat voor de deur endaarmee komt de volgende uitbraak van blauwtong dichterbij. Of het duspositief is dat de zon weer gaat schijnen, zoals de PVV beweert, hangt duseen beetje af van hoe je daarnaar kijkt. Laten we er in ieder geval alles aandoen om een herhaling te voorkomen, voor onze schapen en voor onzeboeren. Gelukkig kunnen we, met dank aan de Europese wetenschap, nubewapend met vaccins de strijd aangaan. Tot nu toe wordt de uitvoeringhiervan vooral aan de sector overgelaten. Daarom wil ik de Ministervragen hoe hij de sector gaat steunen in een gestructureerde en efficiënteuitrol van de vaccinaties. Het lijkt erop dat er nu voldoende vaccins zijn.Moeten we daarom niet toewerken naar een vaccinatieplicht? Wat D66betreft, zal die ook voor koeien gaan gelden, want deze dieren wordenweliswaar minder ziek, maar dragen wel bij aan de verspreiding van hetvirus.Voorzitter. Het is meer dan vijftien jaar geleden dat in Nederland degrootste uitbraak ooit van Q-koorts plaatsvond. Ondanks dat er al langereen vaccin is tegen Q-koorts, was er recent toch weer een uitbraak. DeMinister noemde dat een incident, maar het baart D66 wel zorgen. Uit deinspectieresultaten van 2022 kwam naar voren dat bij 77 van de 88inspecties bleek dat de regels niet werden nageleefd, onder andere omdatde bedrijven niet op de hoogte waren van de wettelijke regels. Hoe kan deMinister spreken van een incident als in de praktijk bij negen van de tienTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30210 inspecties blijkt dat het ook echt fout zit? Hoe gaat de Minister de nalevingvan de huidige maatregelen verbeteren? Kan hij toezeggen dat deinformatievoorziening over de regelgeving ook verbeterd wordt?Voorzitter. De vogelgriep is ondanks de relatieve rust voorlopig nog nietverdwenen. Ik zie dat de Minister bezig is om ons voor te bereiden op eenvolgende uitbraak, maar ik mis wel een soort langetermijnvisie. Er zijnveel losse maatregelen, die absoluut nodig zijn, maar waar moeten dezetoe leiden? D66 zou uiteindelijk toe willen naar een situatie waarin de kernvan de aanpak ligt bij preventie. Daarmee verklein je het risico op eengrootschalige ruiming van vogels, verminder je de schade aan debiodiversiteit en verlaag je het risico op een mutatie van het virus, zoalseen mutatie naar een pandemische variant.Het toedienen van een vaccin is een sterke maatregel, maar met dat alleenzijn we er nog niet. Is de Minister het met mij eens dat we een visiemoeten hebben met gepaste maatregelen voor de langere termijn, juistomdat de vogelgriep voorlopig blijft? Zijn er bijvoorbeeld vaccins inontwikkeling voor varkens en herkauwers? En wanneer komen diebeschikbaar? Kan de Minister toelichten welke langetermijnmaatregelenhij naast vaccinaties overweegt om uitbraken te voorkomen? Een mooivoorbeeld van een maatregel gericht op preventie is geen nieuwepluimveevestigingen toelaten in waterrijke en pluimveedichte gebieden,iets wat de Minister overweegt. Hoe staat het met de benodigde definitiesvan «waterrijke en pluimveedichte gebieden»? Kan de Minister toezeggendaarover op korte termijn een knoop door te hakken? Wil hij ookoverwegen om zoogdierhouderijen mee te nemen in het besluit overnieuwe vestigingen, om recombinatie te voorkomen en daarmee het risicoop een pandemische virusvijand te verkleinen?Ten slotte wil ik het hebben over pandemische paraatheid. Ik zei het net aleven. Ondanks dat het in Nederland nu rustig is, zitten we niet in rustigvaarwater. Aan de andere kant van de plas slaat de griep in het rond. In deVS zijn ruim 60 melkveebedrijven besmet; ook mensen zijn besmet en eris één dodelijk geval in Mexico. Wetenschappers geven aan dat de situatiein Amerika zou kunnen leiden tot een pandemische virusvariant. Metcorona vers in het achterhoofd baart mij dat zorgen. We moeten klaar zijnvoor het geval er een uitbraak is. We moeten ervoor zorgen dat Neder-landers niet ernstig ziek worden en dat we verspreiding zo veel mogelijkvoorkomen. Zijn de Ministers bereid om extra maatregelen te nemen,gezien de ontwikkelingen in de VS? De nieuwe coalitie heeft ervoorgekozen 300 miljoen te bezuinigen op pandemische paraatheid. Schaadtdat de huidige inzet om grote uitbraken van zoönosen te voorkomen enaan te kunnen? Welke risico’s ontstaan er voor de toekomstige pande-mische paraatheid en welk effect heeft dit op de GGD’s? Laten we hopendat we weinig uitbraken gaan krijgen, maar laten we ons klaarmaken voorhet geval dat toch gebeurt.Ten slotte, voorzitter, ook van mijn kant veel dank aan deze Minister. Ik bennog wat kort bij deze commissie. «Wat mij betreft waren het tweefantastische maanden», zeggen we dan, geloof ik, hè? Volgens mij hebbenwe een mooie tijd gehad met elkaar. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Podt, ook voor uw mooie woorden namens D66.Dan de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, meneer Van Campen.De heer Van Campen (VVD):Dank u, voorzitter. Met de COVID-19-pandemie nog vers in het geheugengegrift, weten we allemaal hoe kwetsbaar en onvoorbereid we kunnen zijnop een pandemie. In Nederland wonen, werken en leven we dicht opelkaar. Daarom moeten we zorgvuldig met die schaarse omgevingomgaan. We hebben een agrarische sector die toonaangevend in dewereld is en die tegelijkertijd heel productief is. Die productiviteit betekentTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30211 dat de veedichtheid in sommige gebieden hoog is. Door die hogeveedichtheid kan het op het gebied van dierziekten soms heel stevigmisgaan. Dat vraagt wat de VVD betreft om een waakzame houding van inbeginsel de ondernemer zelf bij het naleven van hygiëneprotocollen. Maardaarnaast vraagt het om een waakzame houding van de overheid, diezowel op dierlijk als op medisch-humaan gebied paraat moet staanwanneer het misgaat of mis dreigt te gaan.Voorzitter. De meeste dierziekten komen ons land binnen via besmettewilde vogels die vanuit andere gebieden de trek naar Nederland maken.Mede hierdoor is het cruciaal dat met name de niet-grondgebondenbedrijven de eerdergenoemde hygiëneprotocollen naleven om insleepvan ziekte te voorkomen. Op dit moment gaat Nederland gelukkig nietgebukt onder een dierziekte-epidemie, maar de verhalen over deafgelopen vogelgriepepidemie zijn van nog niet lang geleden en kennenwe allemaal nog heel goed. Daarom vraag ik de Minister hoe het staat metde naleving van die hygiëneprotocollen. Wat is op dit moment de inzetvan het kabinet in het belang van preventie van een nieuwe epidemie?Wat is er geleerd van de afgelopen periode met vogelgriep? Het dakrepareer je immers wanneer de zon schijnt.Voorzitter. Ik refereerde er al aan: die pandemie kregen we onder controledankzij vaccinatie. Ook op het gebied van vaccinatie van dieren hamerenwe al jaren op het belang van goed werkende vaccins om grootschaligebesmetting en daarmee het ruimen van dieren en al het leed dat daarbijkomt kijken, te voorkomen. Recent maakte het kabinet bekend eenwerkend vaccin te hebben tegen blauwtong. Vooralsnog lijkt dit vaccinvoor schapen beschikbaar te zijn en in meerdere mate straks ook voorrunderen. Ik zou de Minister willen vragen wat ervoor nodig is om deproductie van die vaccins zodanig op te schroeven dat ook de runderenkunnen worden gevaccineerd. We weten ook dat de capaciteit – ik heb hetover het aantal dierenartsen en mensen dat deze vaccins kan toedienen –zeer beperkt is. Is de Minister bereid om bijvoorbeeld in gesprek te gaanmet opleidingen voor dierenartsen, opdat misschien ook dierenartsstu-denten kunnen worden ingezet en in het veld aan de slag kunnen gaan, enzo van de vaccinatie een succes te maken?Voorzitter. Langzamer gaat het proces rondom het vogelgriepvaccin. Erworden echt wel stappen gezet, en we begrijpen dat Rome ook niet in ééndag is gebouwd, maar wij drammen hier met D66 toch al drie jaar stevigover. Ik zou de Minister willen vragen wat er valt te leren van het vaccintegen blauwtong, dat snel beschikbaar is gekomen. Is de Minister niet vanmening dat er ook bij het vogelgriepvaccin een tandje bij kan?Voorzitter. Vaccinatie werkt. Dat zien we bij Q-koorts. Die vaccinatieplichtgeldt voor bedrijven met meer dan 50 schapen of geiten. Net als mevrouwPodt van D66 zou ik ook een pleidooi willen houden voor een vaccinatie-plicht straks, voor de verplichting schapen en runderen te vaccinerentegen blauwtong, en, als straks een vaccin beschikbaar is tegen hetvogelgriepvirus, voor de verplichting te vaccineren tegen de vogelgriep.Want zo beschermen we mens en dier en voorkomen we het onnodigeleed waar sprake van is.Voorzitter. Tot slot het Diergezondheidsfonds. Dat moet ook ergens vanbetaald worden. Het is goed dat de Minister een deal heeft gesloten voordit fonds voor de komende jaren. We lezen dat de uitgangspunten van hetvorige fonds grotendeels zijn gevolgd, maar wat onze fractie betreft, zit erook een kwetsbaarheid in deze afspraak, want de Minister wijkt in hetgeval van de vogelgriep af van de berekeningen van Wageningen. DeMinister zegt dat rekening wordt gehouden met een verlaging van 35%van het bedrag voor het ruimen bij vogelgriep, omdat hij bezig is met diepreventieve vaccinatie. Dat is gunstig, maar er zijn twee kwetsbaarheden.Eén: het vaccin tegen vogelgriep is nog niet breed beschikbaar. En twee:er geldt geen vaccinatieplicht. Dat is een extra argument om nog maareven tegen de Minister te zeggen: laten we ervoor zorgen dat de MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30212 ook aan het einde van dit Diergezondheidsfonds financieel uitkomt. En hetis een extra argument om te pleiten voor een vaccinatieplicht tegenvogelgriep. Ik hoor heel graag hoe de Minister daarover denkt.Voorzitter, tot zover.De voorzitter:U hebt geen mooie woorden meer over voor de Minister, voor dezelaatste keer?De heer Van Campen (VVD):Eh ... O, voorzitter! Ik twijfel er niet aan dat een van mijn voorgangers hetvoornemen heeft om een tweeminutendebat aan te vragen. Dat betekentdat ik deze Minister in de plenaire zaal nog zie en spreek. Ik vind het aanzijn statuur en inzet tegemoetkomen om hem daar te danken voor deconstructieve samenwerking die we afgelopen tijd met elkaar hebbengehad.De voorzitter:Kijk eens aan. Hij is nog één keer de sjaak. Mevrouw Bromet, GroenLinks-PvdA.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. We kunnen het hebben over wat je doet als een ziekte eenmaalis uitgebroken, of dat nou een dierziekte is of een ziekte die ook opmensen overslaat. Je kan het hebben over de vaccinatie van dieren. Dathelpt natuurlijk allemaal, maar ik zou het toch nog wel een keer – wehebben het daar al honderdduizend keer over gehad – ook willen hebbenover preventieve maatregelen bij de herinrichting van de veehouderij inNederland.Voorzitter. Ons land is door zijn veedichtheid een broeinest vandierziektes. Dat hebben heel veel deskundigen al gezegd. Het wachten iseigenlijk op wanneer het gebeurt. Onlangs viel in Mexico het eerstedodelijke slachtoffer van de vogelgriep bij mensen. Het slachtoffer wasniet eens blootgesteld aan pluimvee of aan andere dieren, maar had welonderliggende medische aandoeningen. Ook in de VS en in Australië zijnbesmettingen van mensen gemeld.In dit debat staat eigenlijk de vraag centraal: zijn wij in Nederland welvoldoende voorbereid op een nieuwe pandemie? Met de nieuwe coalitielijkt het antwoord voor GroenLinks-PvdA in ieder geval «nee» te zijn. Inhet hoofdlijnenakkoord staat niks over het voorkomen van zoönosen,dierziekten of een pandemische paraatheid. Er staat ook niks in overherstructurering van de veehouderij. We krijgen wel een ministerie dathelemaal bestierd gaat worden door twee BBB’ers. En onlangs hebben wein een wereldwijde, ontwrichtende pandemie gezeten, waarbij miljoenenmensen zijn omgekomen.Als een menselijke variant van de vogelgriep uitbreekt, zijn we inNederland volledig afhankelijk van de internationale samenwerking, maarop Ontwikkelingssamenwerking wordt gigantisch bezuinigd en uit deambtelijke analyses van het hoofdlijnenakkoord blijkt dat deze bezuini-gingsmaatregel hoogstwaarschijnlijk gevolgen heeft voor het global-healthbeleid en de financiering van mondiale pandemische voorbereiding.Ik zou graag van beide Ministers willen horen hoe zij kijken naar deplannen van dit nieuwe kabinet. Denken zij dat de nieuwe coalitievoldoende gaat doen om te voorkomen dat een nieuwe pandemieuitbreekt? Delen de bewindspersonen onze mening dat internationalesamenwerking cruciaal is wanneer zich in de toekomst weer een gezond-heidscrisis aandient? Wordt door de bewindspersonen voldoende ingezetop het creëren van een structuur die de internationale samenwerkinggoed organiseert op het moment dat deze crisis uitbreekt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30213 Voorzitter. Over de vogelgriep maken wij ons ook hele grote zorgen. InAmerika is het griepvirus al in melk aangetroffen. De Wereldgezondheids-organisatie zegt dat het huidige risico voor mensen laag is, maar ik hebeen vraag aan de Minister, aan, denk ik, de Minister voor Medische Zorg:kan dat veranderen? Hoe staat het met het vaccineren van mensen tegenvogelgriep en de pilots die hierover lopen? Hoe snel kan Nederland aanvaccins komen op het moment dat er een dodelijke uitbraak is?Voorzitter. De ophokplicht is niet wenselijk vanuit het oogpunt vandierenwelzijn, maar kan in sommige gevallen absoluut noodzakelijk zijn.Met ingang van dit jaar is de zestienwekentermijn voor het afwaarderenvan vrije-uitloopeieren vervallen, maar het risico bestaat dat er weer eenophokplicht wordt ingesteld die langer duurt dan nodig is. Wat gaat deMinister doen om dit te voorkomen? De deskundigengroep dierziektenwordt in periodes van vogelgriep in een vaste frequentie samengeroepen,zodat met regelmaat beoordeeld kan worden of de ophokplicht al dan nietkan worden opgeheven. Is dat nog steeds gaande, vraag ik aan deMinister. Is de Minister bekend met het signaal dat sommige pluimvee-houders hun dieren in tijden van een ophokplicht ook geen toegang geventot de overdekte uitloop, waardoor de dieren op een hogere bezettingzitten dan is toegestaan? In hoeverre weet de Minister of dit signaal klopt?Als het correct is, is de Minister dan van plan hiertegen op te treden en, zoja, hoe?Voorzitter, hoeveel minuten heb ik nog?De voorzitter:U hebt nog één minuut.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dan zou ik tot slot iets willen zeggen over de illegale wilde dieren. Dehandel in illegale wilde dieren wereldwijd vormt een risico voor hetontstaan van de overdracht van zoönosen, zoals ook bij de coronapan-demie het geval was. Bij veel traditionele medicijnen wordt veelal noggewerkt met bedreigde wilde dieren. Het is belangrijk dat de Wereldge-zondheidsorganisatie een expliciete uitspraak doet over het gebruik vanbedreigde wilde dieren en deze afkeurt voor traditionele medicijnen. Gaatde Minister voor Medische Zorg erop aandringen dat dit wordtopgenomen in de nieuwe WHO Traditional Medicine Strategy?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Bromet namens GroenLinks-PvdA. De heer Pierikvan de BBB, de BoerBurgerBeweging.De heer Pierik (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik krijg de indruk dat mensen banger zijn voorzoönosen van boerderijdieren dan voor andere zoönosen. Maar wemoeten ons goed realiseren dat de kans op een zoönose veel groter iswanneer je relatief intiem contact hebt met een dier. Met een huisdierhebben mensen veel contact. Uiteraard, want het is een huisdier. Hetgevolg is dat er meer ziektes overgebracht kunnen worden. Zo is inNederland ongeveer 40% van de honden en kat besmet geweest mettoxoplasma, een reden dat zwangere vrouwen de kattenbak niet moetenverschonen. Ongeveer 90% van de mensen loopt gedurende het leven eendergelijke besmetting op. Ieder jaar worden er in Nederland ongeveer 330kinderen geboren met toxoplasmose. Toch is er in Nederland geen goedmonitoringssysteem voor deze ziekte. Ook de ziekte van Lyme komtverschrikkelijk veel voor, want ieder jaar worden er 27.000 mensen inNederland ziek door een tekenbeet. Omdat bij boerderijdieren het contacttussen mensen en dieren veel minder intensief is, is de kans op hetoverdragen van een zoönose ook kleiner, zo blijkt ook uit het rapportTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30214 Kennisbericht Zoönosen. We moeten het risico van de verschillendebesmettingsroutes wel realistisch blijven benaderen. Toch blijft hetmonitoren van ziekten juist voor voedselproducerende dieren heelbelangrijk. We hebben bijvoorbeeld al een monitoringsprogramma voorverschillende ziekten bij melkgevende koeien, geiten en schapen. Datsysteem wordt onder andere ingezet om salmonella bij koeien temonitoren en het werkt goed. Waar nodig kunnen veehouders dankzij ditsysteem maatregelen nemen. De ziekte melkerskoorts is dankzij ditsysteem uit Nederland verdwenen.Voorzitter. Ik wil het ook even hebben over de Q-koorts. De Nationaleombudsman heeft recent een derde rapport gepubliceerd over het falenvan de overheid rondom Q-koorts. Daarin wordt onder andereopgeroepen om onderzoek naar het Q-koortsvermoeidheidssyndroom,QVS in de volksmond, te betrekken bij het onderzoek naar postcovid,omdat er zo veel overeenkomsten zijn. Waarom wordt het onderzoek naarQVS niet betrokken bij het onderzoek naar postcovid, vraag ik aan deMinister.De huidige aanpak van Q-koorts op melkleverende bedrijven lijkttrouwens heel goed te werken. Eerder dit jaar heeft een veehouder zichonttrokken aan de inentingsverplichting. Door het monitoringssysteemwerd het bedrijf vrijwel direct na de besmetting eruit gepikt. Snel ingrijpenvoorkwam erger. Mijn complimenten voor de instanties die ervoor zorgendat dit zo snel opgepakt is. Ook mijn complimenten voor de sector, wantsinds het instellen van de verplichting tot enten lijkt het erop dat debedrijven en de dierenartsen heel precies zijn met die entingen. Het toontook aan hoe bereidwillig de sector is om aan dergelijke programma’s meete werken. Toch laat de overheid nog steeds steken vallen in de aanpakvan Q-koorts. Bedrijven met een publieksfunctie hebben namelijk ook deverplichting om te enten, maar dat gebeurt nog lang niet altijd. Dat is eenonnodig risico. Dat komt wat mij betreft niet door onwelwillendheid. Hetis volgens mij vooral een gebrek aan duidelijke communicatie. Hoe moeteen kinderdagverblijf, een ggz-instelling of een bejaardentehuis waartoevallig ook wat schapen rondlopen, weten dat ze de dieren zoudenmoeten enten? Wat doet de Minister om te zorgen dat ook die bedrijvenen instellingen op de hoogte zijn van het belang van die entingen?Voorzitter. De besmetting van melkkoeien met het vogelgriepvirus inAmerika deed nogal wat stof opwaaien, en terecht. Gelukkig heeft deWHO een webinar gegeven met vooral veel geruststellingen. De melk kangetest worden om na te gaan of een koe besmet is. In de melk die in dewinkels terecht is gekomen, is geen levensvatbaar virus gevonden. Dat islogisch, want die melk wordt van tevoren verhit, waardoor mensen diemelk in de winkel kopen, niet besmet kunnen raken. Toch is het belangrijkvoor de overheid om hierop te acteren. Er is een PCR-test beschikbaarvoor melk. Waarom wordt die niet ingezet om de vinger aan de pols tehouden? Als blijkt dat in Nederland geen vogelgriepvirus in tankmelkvoorkomt, kunnen we het laten bij monitoren. Als blijkt dat bij bedrijvenhet virus wel in de tank zit, kunnen er direct maatregelen wordengetroffen, zoals nu ook gebeurt bij bijvoorbeeld salmonella. Dan wordt demelk niet rauw geconsumeerd en is het risico direct ondervangen.Waarom is er nog geen monitoringssysteem ingevoerd, vraag ik aan deMinister. Met de PCR-test kan, zoals gezegd, worden vastgesteld of hetvogelgriepvirus aanwezig is.Ten slotte wil ik het nog even hebben over een dierziekte die nietzoönotisch is, namelijk blauwtong. De schade van blauwtong in de vormvan dode dieren, zieke dieren en een lagere melkproductie is enormgeweest. Heeft de Minister in beeld hoe groot de totale schade voor deboeren is geweest? Ik heb de Minister herhaaldelijk horen zeggen datblauwtong een bedrijfsrisico is. Waarom vindt de Minister de uitbraak vandit specifieke serotype blauwtong, dat zelfs niet in de buurt van Nederlandvoorkwam, een in te calculeren bedrijfsrisico?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30215 Dit was de laatste vraag van mijn kant aan de Minister. Ik wil de Ministerbedanken op het echte podium, in de plenaire zaal. Dat volgt later nog.De voorzitter:Dank u wel, meneer Pierik namens BBB. Er zijn twee interrupties,allereerst van mevrouw Bromet en daarna van het lid Kostic´.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik heb NSC net horen zeggen dat zij gaan voor een herstructurering vande veehouderij in Nederland, dat zij integraal naar het probleem willenkijken en met een visie op de veehouderij willen komen. Ik wilde vragen ofde BBB daar ook zo over denkt.De heer Pierik (BBB):Deze vraag zag ik natuurlijk aankomen, want die werd al voorspeld. In hethoofdlijnenakkoord staan gewoon de hoofdlijnen. Ik wil de nieuweMinister niet voor de voeten lopen door te zeggen: je moet dat en datopnemen in het regeerakkoord. De vertaalslag van het hoofdlijnenakkoordnaar het regeerakkoord moet nog plaatsvinden. Ik hoorde mevrouwBromet roepen: wat wil de Minister eraan gaan doen om de intensieveveehouderij op te ruimen? Ik krijg eigenlijk wel een beetje jeuk vandergelijke woorden. Het is namelijk een sector die de laatste jaren al zoveel heeft gedaan als het gaat om het toewerken naar meer kringloop-denken en het proberen te verminderen van de insleep van ziekte installen. Er zijn al heel veel dingen gebeurd. «Herstructureren» suggereertdat er de laatste jaren helemaal niks gebeurd is in de sector. Dat wil ik tenzeerste bestrijden. Het gaat ook niet om het opruimen van een sector, hetgaat om het verduurzamen van een sector. Je kijkt naar de milieu-impactdie sectoren hebben en op basis van variabelen probeer je bij te sturen.Maar dat is verder bijsturen en niet vandaag beginnen, want er is in hetverleden al heel veel gebeurd.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik krijg de indruk dat de heer Pierik vooral aanslaat op het woord«herstructureren», maar ik wil hem erop wijzen dat dat komt van zijncoalitiegenoot hier aan tafel, want die had het over een herstructureringvan de veehouderij. Ik kan er niets anders van maken dan dat we het danheel anders gaan doen.Een andere vraag dan nog. Van die pluimveebedrijven in de buurt vanwaterrijke gebieden willen we dus af. Tenminste, GroenLinks-PvdA wildat, omdat deskundigen zeggen dat dit een groot risico is bij deverspreiding van vogelgriep. Hoe kijkt de BBB daarnaar?De heer Pierik (BBB):We zoeken naar meer balans tussen water en veehouderij. Je kunt hetverhaal ook omdraaien. We zijn namelijk ook bezig met het creëren vannieuwe waterwingebieden en zo. Mogen die dan niet bij veehouderijge-bieden geplaatst worden? Het is best wel een complex verhaal. De BBBwil dus kijken naar wat waar in het land het beste kan – en niet alles kanoveral. Het herstructureren of het verder stroomlijnen van de sector omziekte-insleep te voorkomen en om naar meer balans te gaan, is in vollegang. Daar zal ook een nieuwe Minister van LVVN, zoals het straks heet,ongetwijfeld haar best voor gaan doen.De heer Holman (NSC):Meneer Pierik, ik vond dat u een waardevolle suggestie had overPCR-monitoring van vogelgriep. Hebt u zicht op ...De voorzitter:We spreken hier in de derde persoon, dus via de voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30216 De heer Holman (NSC):Voorzitter. Ik zou de heer Pierik graag willen vragen hoe groot hij het risicoinschat van verspreiding via sperma. En als je een PCR-test wilt hebbenvoor vogelgriep, is het dan bij een bewezen kwalijke zoönose zoalspara-tbc niet nog veel meer nodig om daar continu PCR-testen op te doenom te kijken of melk daar vrij van is of niet?De voorzitter:Dank u wel, meneer Holman. Nogmaals, ik verzin al deze regeltjes niet,maar ik moet ze als voorzitter wel bewaken. Meneer Pierik weer.De heer Pierik (BBB):Het ging over ziekte-insleep. Inmiddels is 99% van de melkgevendebedrijven para-tbc-vrij. Ook de ziektes BVD en IBR zijn al in hoge mateonder controle. De risico’s bij vogelgriep kunnen met zo’n PCR-test heelgoed en snel gemonitord worden. BBB vindt ook heel erg dat voorkomenveel beter is dan genezen, dus met het goed monitoren hiervan kun jeecht stappen zetten in het voorkomen van heel veel trammelant.De voorzitter:Eerst het lid Kostic´ en dan de heer Van Campen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik schrik er gewoon van hoe de heer Pierink ...De heer Pierik (BBB):Pierik.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Sorry.Ik schrik ervan hoe de heer Pierik nu blijkbaar ook de lobby van deintensieve veehouderij boven onze watervoorziening zet. En blijkbaarnegeert hij ook de wetenschap, want hij begint bij zoönosen en de kans opeen pandemie over katten en honden. Ik vind dat echt, echt schrikbarend.Ik wil de heer Pierik dus vragen hoe hij dan kijkt naar een rapport zoals datvan Bekedam. Eigenlijk is er consensus onder ongeveer alle virologen datonze intensieve veehouderij een enorm risico vormt voor de volksge-zondheid. Er wordt expliciet geadviseerd om die af te bouwen. Ontkent ugewoon de wetenschap? Of zegt u ... Nou, ik weet niet wat u precies zegt.Wilt u het probleem gewoon afschuiven op honden en katten?De voorzitter:We moeten echt in de derde persoon gaan spreken, dus via de voorzitter.De heer Pierik (BBB):Ik zal daar even een reactie op geven. Natuurlijk ontkennen we dewetenschap niet, maar het lid Kostik ...Kamerlid Kostic´ (PvdD):Kostic´.Mevrouw Beckerman (SP):Jullie nemen elkaar gewoon niet serieus qua namen!De voorzitter:Nee, nee, meneer Pierik is aan het woord. We zitten hier niet op deplaatselijke hockeyvereniging van meneer Van Campen; we zijn hier in deStaten-Generaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30217 De heer Van Campen (VVD):Jullie zijn allemaal welkom!De heer Pierik (BBB):Nog even verder. De wetenschappelijke rapporten zijn hierin ook niethelemaal consistent. Het ene rapport geeft een veel belangrijke rol aan deziekteverspreiding via honden en katten dan het andere. We hebben hetdan over toxoplasma. Dat is bij het verschonen van kattenbakken echt eenprobleem. Ik heb in mijn inbreng aangegeven dat er jaarlijks 330 kinderengeboren worden met toxoplasma, dus dat is nog steeds een stevigprobleem. Maar ik gaf net ook al aan dat voorkomen veel beter is dangenezen. We proberen dus zo veel mogelijk die ziektedruk te verminderen.Dan moeten we ook constateren dat de bedrijven waarbij er vrije uitloopis, zeker de kippenbedrijven met vrije uitloop en dichtbij watergebieden,een veel groter risico vormen voor het binnenhalen van vogelgriep dangesloten bedrijven. Dat moeten we dus ook meewegen bij de toekomstvan de landbouw. Wat de BBB betreft betekent dit dat er echt ookperspectief is voor intensieve veehouderijbedrijven. Die zullen zich dekomende jaren ook ongetwijfeld verder gaan ontwikkelen. Er zalongetwijfeld wat meer met de reststromen gaan gebeuren. Dat zalongetwijfeld wat meer richting kringlooplandbouw gaan. Maar deintensieve veehouderij afserveren of willen opruimen ... Daar krijg ik echtjeuk van, want daar gaat het helemaal niet om. Het gaat over de impactdie zulke bedrijven hebben op de samenleving.De heer Van Campen (VVD):Ik hoor de heer Pierik woorden naar mijn hart spreken, want hij zei datvoorkomen beter is dan genezen. En wat is betere preventie dan vacci-natie, zou ik willen zeggen. In het verleden heeft de BBB altijd meege-stemd met moties op het gebied van vaccinatie die ik indiende. Ik zou deheer Pierik willen vragen hoe hij aankijkt tegen ons idee om over te gaantot een vaccinatieplicht bij beschikbaarheid van vaccins in het geval vanblauwtong en vogelgriep. Is hij het met de VVD eens dat we daar eigenlijkgeen dag mee kunnen wachten? We moeten in ieder geval wachten op debeschikbaarheid van dat vaccin, maar we kunnen daarna toch geen dagwachten met het invoeren van zo’n plicht?De heer Pierik (BBB):Ik denk dat er een verschil zit tussen een vaccinatieplicht voor blauwtongen een vaccinatieplicht voor vogelgriep. Een vaccinatieplicht voorvogelgriep zou namelijk ook nog consequenties kunnen hebben voor dehandelsverdragen die we hebben. Ik denk dus dat het goed is om datgoed mee te wegen bij de vraag in hoeverre we dat direct willen gaanverplichten.De heer Van Campen (VVD):Dank voor dit antwoord van de heer Pierik, want ik had hier geen tijd meervoor in m’n spreektekst. Het zijn niet zozeer de handelsverdragen diehierbij in de weg staan; het zijn met name bepaalde landen die dit als eenbelemmering zien. Vroeger konden we namelijk niet aantonen of dierenwel of niet gevaccineerd waren, maar dat is allemaal voorbij. Dat bestaatniet meer en is niet meer aan de orde, omdat we nu in staat zijn omvaccins toe te dienen waarmee we kunnen zien of dieren wel of nietgevaccineerd zijn. Laten de heer Pierik en ik dan samen aan de Ministervragen hoe het daarmee staat. En als de Minister daar een overtuigendverhaal bij heeft, is de heer Pierik dan met de VVD van mening dat weinderdaad heel snel tot zo’n vaccinatieplicht over zouden moeten gaan?Nogmaals, het is niet nieuw; het bestaat al in de geitenhouderij. Ook daaris dat dus geen taboe. Ik hoor dus graag hoe de heer Pierik daartegenaankijkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30218 De voorzitter:Dit waren er meteen twee. Het wordt dus rustig vanaf nu, want dit was uwlaatste interruptie.De heer Pierik (BBB):Ik ben blij met de woorden van de heer Van Campen. Het is zaak om tekijken of zo’n verplichting inderdaad haalbaar is. Het is goed om dan inieder geval ook die internationale context bij de keuzes te betrekken. Alswe daar een geruststellend antwoord op krijgen van de Minister, dankunnen we dat zeker samen oppakken.De voorzitter:Dank u wel, meneer Pierik, voor uw inbreng namens de BBB. MevrouwBeckerman, Socialistische Partij.Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik moet zeggen dat ik deze week een beetje eendubbel gevoel heb bij debatten. Dat komt ook doordat we heel veelbewindspersonen misschien wel voor het laatst in een commissiedebatzien. Maar ik vind het dan ook een beetje ingewikkeld om allerleiopdrachten mee te geven. Gelukkig knikt een van de Ministers nu al; dieheeft er nog behoorlijk veel zin in. Maar dat maakt het wel bijzonder omop dit moment te debatteren. Ik heb voor dit debat dus voornamelijk eenboel vragen, omdat ik ervan uitga dat we hierna nog met een tweeminu-tendebat als Kamer kunnen zoeken naar meerderheden om juist ook hetnieuwe kabinet opdrachten mee te geven. Dat is namelijk bij zoönosen enzeker ook bij het voorkomen daarvan heel hard nodig, denk ik.Ik wil eigenlijk weer beginnen bij vogelgriep. Gelukkig – laat ik datzeggen – hebben we voor nu even minder last van vogelgriep, maartegelijkertijd is er natuurlijk echt geen reden om te gaan juichen of teverslappen; het virus blijft op de loer liggen. Er is in dit debat natuurlijk almeermalen gewezen op de berichten uit onder andere de VerenigdeStaten over besmette runderen en mensen. Ik heb een aantal vragendaarover. Vorig jaar hebben wij gezamenlijk met D66 een motie ingediendom vrijwilligers en terreinbeheerders te ondersteunen die kadaversopruimen en slachtoffer zijn geworden van vogelgriep. Eigenlijk is ditwerk heel erg cruciaal: het beschermt soorten; het beschermt pluimvee, ofin gevallen dat andere dieren besmet raken andere dieren; en het zorgt eruiteindelijk voor dat de volksgezondheid niet in het geding komt. Dit deelis echt cruciaal. Dus wij danken het kabinet voor dat daar in 2023€ 100.000 voor is vrijgemaakt, maar we waarschuwen wel dat dit lang nietgenoeg is. Deelt de Minister, of delen de Ministers, deze mening? Enwelke vervolgstappen kunnen hierop worden gezet?Ook zijn er twee moties aangenomen om te komen tot een telefoon-nummer en een app waar je als inwoner besmette wilde dieren zoukunnen melden. Het heeft lang geduurd, maar het telefoonnummer is ernu. Tegelijkertijd horen we wel nu al berichten dat het slecht vindbaar is,en blijkt de hulp zeer beperkt en de gegeven informatie ook niet altijdhelemaal juist. Herkent het kabinet deze signalen? Wat wil het daaraandoen? En eerder hebben we ook gesproken over een soort publiekscam-pagne om te zorgen dat er brede bekendheid is – dan doel ik niet opboeren, maar breder, op huishoudens – over wat je nou gewoon moetdoen en vooral ook laten.Er is al veel gezegd door voorgangers over die vaccinatiecampagne. Daarsluiten wij ons bij aan. En als vraag over die vogelgriep dit. In hetonderzoek van Sovon hebben ze voor 100 vogelsoorten bekeken welkegevolgen het optreden van vogelgriepsterfte kan hebben voor delandelijke staat van de instandhouding van deze soorten. Misschien eenbeetje in aansluiting op de heer Holman met zijn structuurbeleid voor delandbouw: het is misschien ook wel goed om structuurbeleid te hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30219 waar het gaat om deze soorten, dus bijvoorbeeld een prioriteit gericht opde bescherming van soorten die hier heel erg kwetsbaar voor zijn. We ziennu nog bijvoorbeeld dat sommige van deze soorten bejaagd of vergastmogen worden.Voorzitter. Over blauwtong een paar korte vragen. Het is erg goed datvaccinatie nu mogelijk is, maar we moeten natuurlijk wel zorgen dat datook daadwerkelijk in een goed tempo gebeurt. Kan de Minister inzichtbieden in de kosten van de drie vaccins en in hoelang die vaccinsbeschermen? En hoe wordt eigenlijk nu de voortgang van die vaccinatiegevolgd? We horen toch wel signalen dat mensen denken: een komendvaccin is misschien goedkoper, dus we kunnen beter even afwachten. Kanhet ministerie daar heldere cijfers over geven?Tot slot enkele woorden over de Q-koorts. Ik denk dat iedereengeschrokken is van die uitbraak, die korte uitbraak, op één boerderij.Gelukkig lijkt er nu geen verhoogd risico meer op infectie bij anderedieren of omwonenden. Wat is de stand van zaken rondom het bedrijf inBrakel? Want de boer had de dieren moeten vaccineren maar heeft datniet gedaan, begrijpen we uit de informatie van het ministerie. De boerzelf heeft een ander verhaal; hij zegt dat de dieren voor het vlees waren,en hij wijst op het failliet van een bedrijf waar hij zijn melk naartoe bracht.Toen dacht ik: ja, maar geldt dat dan enkel voor dit ene bedrijf, of geldt ditvoor meerdere bedrijven die omgeschakeld zijn en dus mogelijkerwijs eenextra risico vormen? Kan hier duidelijkheid over komen?En ik heb dus geen tijd meer om de Minister te bedanken. Dat gaan wevast doen in de plenaire zaal. Dank u wel.De voorzitter:U mag best wel iets zeggen daarover, hoor.Mevrouw Beckerman (SP):Nou voorzitter, voor een Fries ...(Hilariteit)Mevrouw Beckerman (SP):Dit wil ik wel zeggen. Wat ik altijd heel mooi vond bij deze Minister, wasdat als er echt een heel concreet probleem was dat bij de kop gepaktmoest worden, dat echt op de Friese nuchtere manier ging: dit eerst, dandat, dan zus, dan zo. Nou ja, vorig jaar zaten we volgens mij bijna ín eendebat toen bekend werd dat er een uitbraak van blauwtong was. Het kloptbijna wel, dat we tijdens het debat die berichten kregen. Ik vond het heelknap hoe de Minister toen heel kordaat kon zeggen welke stappen hij gingzetten, zonder dat er hele brede informatie over was. Nou, als ik daaralvast mijn grote waardering voor mag uitspreken ... Ik vind dan alsGroninger: dat kon minder. En we weten allemaal dat dat het grootsteGroningse compliment is.De voorzitter:Dat staat genoteerd. Het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter. De Nederlandse vee-industrie zorgt niet alleen voor afschu-welijk leed bij de dieren, maar heeft ook grote gevolgen voor onzeleefomgeving en de volksgezondheid. Dat hebben we allemaal denk ik welgeconcludeerd, behalve misschien één partij. Doordat we in Nederlandeen enorm aantal dieren op een klein stukje land houden, zijn we eenkweekvijver voor dierziekten en een tikkende tijdbom voor een nieuwepandemie. En de risico’s zijn duidelijker dan ooit. In de Verenigde Statenraast vogelgriep niet alleen maar rond bij vogels, maar inmiddels ook bijmelkkoeien; vogelgriep zit in koemelk en is zelfs op mensen overge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30220 sprongen. Sinds 2022 zijn in Nederland bijna 6 miljoen kippen, eenden enkalkoenen vergast vanwege vogelgriep. De Wereldgezondheidsorganisatiewaarschuwt dat het inmiddels een pandemie onder de dieren is. Ookzoogdieren zijn massaal getroffen. Een maand geleden werd in Nederlandvoor het eerst sinds 2016 Q-koorts vastgesteld bij een Nederlandseveehouderij. En we had dit kunnen weten, want wetenschapperswaarschuwen al decennia dat we het aantal dieren in de veehouderijmoeten inkrimpen om te voorkomen dat dierziekten overspringen van dierop mens. Zoals topviroloog Ron Fouchier zegt: de manier waarop we numassaal dieren houden, is hoogst onverstandig. En in het rapport-Bekedam uit 2021, gemaakt in opdracht van het Rijk, staat heel helder datNederland kwetsbaar is voor zoönosen omdat we een hoge dichtheid vanveehouderijen hebben en het aantal dieren per bedrijf groot is. Dewetenschap is dus heel helder. En deze Minister en de Kamer willen aljaren naar een ander landbouwsysteem, maar het resultaat is dat we aljaren vooral praten, en dat resultaat zorgt voor nog meer intensieveveehouderij. Er gaat dus blijkbaar iets mis met het beleid. En wat doet deMinister? Het zoveelste onderzoek, weer in overleg met de sector, en nogeen pilot.Voorzitter. Na vier kabinetten-Rutte zijn de problemen die zijn ontstaandoor de intensieve veehouderij nog steeds even groot. Er is zo goed alsniets gebeurd om de oorzaken van zoönosen aan te pakken. En ook nuvogelgriep in Amerika rondgaat bij koeien, laat de Minister weten in nauwcontact te staan met de Amerikaanse autoriteiten en meer te testen bijkoeien. Maar er wordt nog steeds niets gedaan aan de oorzaken. Rutte IIIheeft zelf ondervonden hoe afschuwelijk een zoönose is. De coronacrisishad een wake-upcall moeten zijn. Zolang we zo veel dieren op een kluitjehouden, blijven we onnodig risico lopen voor onze volksgezondheid. Ikvraag de Minister voor Medische Zorg om hierop de reflecteren. Deelt zijde wetenschappelijke conclusies uit het rapport-Bekedam en deconclusies van virologen dat het grote aantal dieren in de veehouderij onskwetsbaar maakt voor zoönosen? Wat is haar reactie op de conclusies vanRIVM, GGD, Wageningen en de Universiteit Utrecht dat er honderdenextra coronadoden zijn gevallen door de intensieve veehouderij? Deslechte luchtkwaliteit maakte de omwonenden van intensieve veehoude-rijen extra kwetsbaar. Kan zij bevestigen dat we met de omvang van onzevee-industrie onverantwoorde risico’s lopen voor onze volksgezondheid?Voorzitter. Zo ingewikkeld is het echt niet. We moeten minder dieren opeen kluitje houden. Dat is tevens ook de oplossing voor de mestcrisis, zegik maar even tegen de heer Holman. Stoppen met het houden vanmiljoenen kippen en honderdduizenden eenden in waterrijke gebieden.Stoppen met varkens en kippen op grote schaal dicht op elkaar houden,omdat varkens mengvaten zijn voor griepvirussen. Maar het kabinet kiestvoor afwachten en vergassen. Terwijl de eerste Q-koorts sinds 2016alweer is aangetroffen bij een veehouderij, steken ook steeds meerprovincies onder leiding van BBB-gedeputeerden hun koppen in het zanden willen ze nota bene nog meer ruimte geven aan intensieve geitenhou-derijen. Hoe onverantwoord kan je zijn? Nog steeds hebben mensen in debuurt van geitenhouderijen een hoog risico op longontsteking.En in de inspectieresultaten van de NVWA lezen we dat er in 2023 121inspecties zijn gedaan bij geitenhouderijen, waarbij de Q-koortsregelswerden gecontroleerd. 32 van de inspecties waren akkoord, maar 89waren niet akkoord! Ook bij professionele geitenhouders was 77% van deinspecties bij de eerste controle niet akkoord. Dus terwijl geitenhoudersop grote schaal de regels aan hun laars lappen, wat de risico’s op nieuweQ-koortsuitbraken vergroot, willen provincies weer meer geitenhouderijentoestaan. Ik herhaal het nogmaals: hoe onverantwoord kan je zijn? Graaghoor ik van de Minister voor Medische Zorg hoe zij kijkt naar hetafbouwen van geitenstoppen door provincies. Deelt zij de mening dat wijhiermee onnodige en onverantwoorde risico’s nemen voor de volksge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30221 zondheid, zowel als het gaat om Q-koorts als longontsteking bijomwonenden?Voorzitter, ik rond af. Nederland heeft een landbouwminister nodig die nuecht durft in te grijpen in de intensieve veehouderij en die de gezondheidvan burgers en boeren belangrijker vindt dan het verdienmodel van devee-industrie. Als ik de heer Pierik zo hoor, dan vrees ik dat we zo’nMinister de komende jaren niet gaan krijgen. Daarom roep ik mijncollega’s van de coalitiepartijen op: loop niet aan leiband van deagro-industrie, durf nu echt keuzes te maken en zet de gezondheid van deNederlander centraal.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, lid Kostic´, voor uw inbreng namens de Partij voor de Dieren.Omdat ik ook woordvoerder dierenwelzijn en dierengezondheid ben, wil iktoch nog graag iets inbrengen namens mijn fractie. Ik wijs mevrouwBromet aan, gezien haar anciënniteit, om even voor mij waar te nemen alsvoorzitter.Voorzitter: BrometDe voorzitter:Het woord is aan de heer Graus.De heer Graus (PVV):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Wat de traditionele Chinesemedicijnen en traditionele medicijnen in het algemeen betreft, wil ik mijaansluiten bij de woorden van het lid Bromet. Ik heb daar ook al eerderactie op ondernomen namens Stichting SPOTS, die zich hier heel erg meebezighoudt. Ik wil de Minister voor Medische Zorg vragen of zij degevaren ziet van virusuitbraken voor dat deel van de traditionelemedicijnen waarvoor gewerkt wordt met wilde bedreigde dieren. Is zijbereid om zich er hard voor te maken dat de WHO, de World HealthOrganization, in de Traditional Medicine Strategy – die is voor 2022 tot enmet 2034 – expliciet benoemt dat het gebruik van wilde, bedreigde dierenin traditionele medicijnen afgekeurd wordt? Dat vraag ik aan mevrouw deMinister.Dan ga ik nu door, een beetje met dank aan voormalig ambtsgenoot enoud-commandant der Nederlandse Strijdkrachten Wybren Ridley vanHaga. Ja, hij is ook nog oud-commando. Ik zeg dat inderdaad niet zomaar.Het zegt heel veel als je dat bent. Maar er zijn inmiddels ook tweeonderzoekers in de zaal. Hij heeft dat hele blauwtongvirus op kaart gezethier in de Kamer. Daarbij zijn twee onafhankelijke onderzoekersingeschakeld, waaronder een microbioloog. Er is nogal wat onderzocht.Uit dat onderzoek blijkt dat we niet kunnen uitsluiten dat er mogelijkeverplaatsing en verwaaiing heeft plaatsgevonden, ook van een afvaltreinuit Rome. Dat is bekend bij de Minister. Het is nog steeds plausibelgenoeg om dat grondig te onderzoeken. Ik wil de Minister dan ook vragendat te doen.Ik ben met die twee onderzoekers bij de inspecteur-generaal geweest, dieonder deze Minister werkt. Ik wil die ook meteen complimenten maken.Normaal gesproken noemen wij hier geen namen, maar omdat het zeerpositief is, noem ik meneer Bakker, inspecteur-generaal van de NVWA.Want hij is zelfs in zijn vrije tijd naar het ministerie gekomen. Hij heeft onsgehoord en hij heeft een deskundige, die ook onder deze Minister werkt,ingeschakeld. Wij willen graag dat daar spoedig reacties op komen. Dat isdaar allemaal neergelegd. De snelle verspreiding wordt door deWageningen Universiteit te gemakkelijk toegeschreven aan hetdiertransport, maar de knutten als vectoren worden onderbelicht. Deaantallen knutten lijken door het natuur- en klimaatbeleid onbedoeldTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30222 vergroot. Ook de invloed van wind, de windgedrevenheid, wordtonvoldoende meegenomen. Ik wil de Minister dus echt vragen of hij datkan meenemen.Ook is de vraag of er wel een adequaat monitoringsysteem is opgezet omhet verwachte vervolg van de uitbraak te beteugelen, evenals denegatieve effecten van mogelijk te snel ontwikkelde vaccins. We hebbendat ook bij covid gezien. Dat moeten we dus toch allemaal blijvenmeenemen. In hoeverre draagt de gedeeltelijke vernatting van gebiedendie nu aan de orde is bij aan de verspreiding van dat blauwtongvirus? Kandat ook worden meegenomen in dat onderzoek, naast dat onderzoek naardie afvaltransporten vanuit Italië en mogelijke verwaaiing vanuit Noord-Afrika naar het Europese continent? Ik wil dat toch allemaal onderzochthebben.De verspreiding kan door wind plaatsvinden over 60 tot 80 kilometer peruur en dat is onvoldoende meegenomen. In België is er ene GuyHendrickx, een onderzoeker, die dat wel heeft meegenomen. Bij deWageningen Universiteit waren ze daar blijkbaar niet van op de hoogte ofkenden zij die methode niet. Kan die man dus aan hen gekoppeld worden?Dat geldt ook voor die twee onderzoekers die wij hebben ingeschakeld.We mogen niet uitsluiten dat verspreiding heeft plaatsgevonden gelijk hetvermoeden van de onderzoekers. En we moeten de situatie in Rome latenonderzoeken. Want komt het BTV-3-virus in Nederland daarvandaan? Ermoet in Nederland en Italië gemeten worden, ook aangaande mutaties.Ik wil ook dat diezelfde onderzoeken gaan gelden voor de ziekte van Lyme,die door teken wordt verspreid. Dat is enorm onderbelicht. Mensen zijngewoon levenslang de sjaak met neurologische problemen door zo’ntekenbeet. Daar wordt onvoldoende aandacht aan besteed. Ik hoop dat deMinister voor Medische Zorg dat ook wil meenemen. Net als bij eerderevirale besmettingen wordt verspreiding door de wind dus niet serieusgenomen.Wat ook niet serieus wordt genomen, is het volgende. Het is een van mijneerste acties geweest als Kamerlid in 2006, omdat ik uit de veterinairefarmacie kwam. Zoals bacteriën resistent kunnen worden door overmatiggebruik van antibiotica, zo vinden er mogelijk sneller virusmutaties plaatsdoor overmatig vaccineren of onjuiste vaccins. Kloppen de beweringenvan wetenschappers en, zo ja, hoe gaan we dat dan registeren, monitorenen voorkomen?De onderzoekers die ik eerder noemde, zijn al gekoppeld aan mensen vandeze Minister en die hebben nog tal van vragen, maar ik heb nu niet detijd om die te stellen. Omdat ik het goede voorbeeld moet geven, eindig iknu een halve minuut eerder.Dank u wel, mevrouw de voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Campen van de VVD.De heer Van Campen (VVD):We kennen de heer Graus allemaal als een van onze grootste dieren-vrienden in deze commissie, die zich daar al heel lang voor inzet. Ik denkdat hij het met mij eens is dat bij grootschalige pandemieën, zoals bijvogelgriep, ruimingen een van de ergste dingen zijn die we zien, nietalleen voor de boer, maar ook voor de dieren zelf. Ik zou hem met zijnachtergrond in de farmacie, waar hij zojuist al naar verwees, willen vragenhoe hij aankijkt tegen mijn idee van zo’n vaccinatieplicht en of hij het metmij eens is dat dat enorm veel dierenleed zou kunnen besparen, mits datnatuurlijk zorgvuldig wordt uitgevoerd, begrijp me niet verkeerd. Vind ikde heer Graus aan mijn zijde om te pleiten voor zo’n vaccinatieplicht?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30223 De heer Graus (PVV):Daar heeft meneer Van Campen aan mij de verkeerde, want het eerste watik heb gedaan toen ik directeur werd bij een bedrijf is stoppen metvaccins. Dat heeft niets met mijn geloof te maken. Dat heeft puur temaken met het feit dat ik wetenschappers heb gesproken die ook nietenthousiast zijn over vaccins en een patholoog-anatoom, een goedevriend van mij, is ook niet enthousiast over vaccins. Ik zal mij nooit latenvaccineren. Ik heb mijn dieren nooit laten vaccineren. Toen er een plichtkwam, heb ik dieren over de grens gebracht, zodat het niet hoefde tegebeuren. Bij mij gaat het niet gebeuren. Mijn dieren worden gemiddeldveel ouder dan alle gevaccineerde dieren. Logischerwijs is er wat voor tezeggen op korte termijn, maar de langetermijngevolgen van vaccins zijnnooit voldoende bekeken of onderzocht. Er zijn wel professoren die daariets over hebben gezegd. Die hebben gezegd dat je bijvoorbeeld bij kattenop de plek van het vaccin zelfs vaak al verhoogde celdelingen endergelijke ziet. Ik heb het daar pas nog met de Universiteit Utrecht overgehad. Ik ben dus faliekant tegen vaccins, maar mijn fractie niet. U vraagthet aan mij, maar mijn fractie is dat dus niet. Die zijn destijds ook nietvoor die vaccinatieplicht bij mensen geweest. Maar ik ben faliekant tegenvaccins, vanuit mijn ervaringsdeskundigheid en vanuit mijn werk in deveterinaire farmacie. Amen.De heer Van Campen (VVD):Nu wil het geluk dat we niet alleen worden verblijd met de aanwezigheidvan de Minister van Landbouw, maar ook met de aanwezigheid van deMinister voor Medische Zorg, die zich natuurlijk ook laten adviseren dooronder meer het RIVM. Ik ben ervan overtuigd dat als we in de coronatijdgeen vaccins hadden gehad, we nu nog met elkaar in een lockdownhadden gezeten en we vele, vele, vele slachtoffers verder waren. Dat voorwat betreft de werkzaamheid en het belang van vaccinatie. We moetennooit een loopje nemen met de zorgvuldigheid die de heer Graus bepleit,want het gaat over volksgezondheid en diergezondheid. Ik zou de heerGraus echter willen vragen of hij er tenminste voor open zou staan omzich door het RIVM en de belangrijke instituten die we met elkaar inhurenvoor datgene waar wij als Kamerleden geen wetenschappelijke inzichtenover hebben, op basis van de inhoud en de wetenschap te latenovertuigen dat vaccins wél zorgvuldig, veilig en verantwoord kunnenworden ingezet.De heer Graus (PVV):Zeker. Er zijn bijvoorbeeld wel, om de dieren te noemen, vaccins voorhonden die veel zwemmen in waterrijke gebieden waar ook ratten zitten.Dat zijn nou typisch vaccins die wel kunnen werken en waarvan denegatieve gevolgen minder zijn, omdat je dan vaak niet curatief kanbehandelen. Ook tegen parvo kun je een dier bijna niet curatief behan-delen; dan gaan ze dood. Dan moet je dus vaak de nadelen van een vaccinaccepteren. Mijn geloof is altijd geweest: zolang het nodig is en je, zoalsnu ook bij de schapen zo bleek te zijn, op korte termijn schapen kanredden en levens kan redden, moet je het soms inderdaad overwegen.Tegen alles wat je curatief kan behandelen, moet je niet preventief gaanenten. Dat is mijn geloof wat dit betreft. Zoals u zegt, kan het inderdaad bijdie schapen nodig zijn. Maar over een vaccinatieplicht moet ik met mijnfractie in conclaaf, want wij zijn tot nu toe tegen een vaccinatieplichtgeweest. Ik kan nu dus niet plotseling in mijn eentje gaan zeggen dat wevoor een vaccinatieplicht zijn. Dat gaat gewoon niet. Laat ook gezegd zijn– je moet goed opletten als er journalisten in de zaal zitten – dat erinderdaad ook vaccins zijn die hun nut bewezen hebben omdat je er nietcuratief tegen kunt behandelen. Dat wil ik ook gezegd hebben.Dank je wel, mevrouw de voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30224 De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het voorzitterschap graag weer terug aan de heerGraus.Voorzitter: GrausDe voorzitter:Dank u wel, mevrouw Bromet, voor het waarnemen. Ik kijk even naarbeide Ministers. Hoelang moeten we ongeveer schorsen? De Ministersmoeten zich namelijk voorbereiden op het beantwoorden van de vragen.Ik hoor dat zij een kwartiertje nodig hebben. Dan zien we elkaar weerterug om 19.15 uur. Succes! De leden kunnen vlug een gevulde koek gaanhalen. Tot zo meteen.De vergadering wordt van 18.56 uur tot 19.19 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug allemaal. We gaan nu luisteren naar de beantwoording vanbeide Ministers. De Minister voor Medische Zorg gaat beginnen. Ik weetniet of ze in blokjes werkt of een algemene beantwoording doet, anderswil ik aan het einde van ieder blokje interrupties toestaan. Het zijn er maarvier per fractie, dus verdeel ze goed over de bewindspersonen. Mevrouwde Minister.Minister Dijkstra:Dank u wel, voorzitter. Er zijn niet verschrikkelijk veel vragen aan mijgesteld, maar ik kan wel even noemen hoe ik de antwoorden hebvoorbereid. Eén: pandemische paraatheid. Twee: vogelgriep. Drie:postinfectieuze ziekten, waaronder Q-koorts en lyme. Dan zal ik antwoordgeven op de vragen van de Partij voor de Dieren over het rapport-Bekedam. Dan heb ik het over het traditionele medicijnen, waar meerderefracties vragen over hebben gesteld.De voorzitter:Dan doen we iedere keer op het einde van een blokje pas interrupties. Dankan de Minister tenminste goed haar werk doen en de vragen beant-woorden. Excellentie, aan u het woord.Minister Dijkstra:Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn eerste debat over zoönosen, en meteenook het laatste, zou ik willen zeggen. Maar goed, ik weet dat het gebrui-kelijk is dat VWS-bewindspersonen aansluiten bij LNV-debatten over ditonderwerp. Dat is natuurlijk logisch, want het woord zegt het al: dezoönosen gaan ook over volksgezondheid. Dat onderstrepen we hiermee.Ik ben blij dat ik dit samen met mijn collega kan doen. Daarom is het goeddat ik hier ben om opnieuw dit belang te benadrukken.Het zoönosebeleid is de afgelopen twee jaar aangescherpt met hetNationaal actieplan versterken zoönosenbeleid en het Intensiveringsplanpreventie vogelgriep. Met het lopende beleidsprogramma PandemischeParaatheid zijn we beter voorbereid op een eventuele toekomstigeuitbraak, ook als die uit zoönotische hoek komt. We zijn alert op nieuweontwikkelingen, met name als die de potentie hebben een bedreiging tevormen voor de volksgezondheid.Het is al door verschillende Kamerleden genoemd: twee maandengeleden meldden de Amerikaanse autoriteiten dat geiten en melkkoeienmet het vogelgriepvirus waren besmet. Inmiddels gaat het om tientallenbedrijven en ook om drie mensen. Die mensen zijn allemaal via demelkkoeien besmet. Zij hadden lichte verschijnselen en zijn weer genezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30225 Besmettingen bij herkauwers waren eerder niet beschreven. Dat zij relatiefmakkelijk mensen lijken te besmetten, is een uiterst zorgelijke ontwik-keling.Dit soort nieuwe gebeurtenissen en de daaruit voortvloeiende risico’skunnen we natuurlijk nooit helemaal voorkomen. Dat toont aan hoe alertwe moeten zijn op deze ontwikkelingen. Via de WHO en het Europeesagentschap ECDC volgen we de situatie op de voet. De EuropeseCommissie staat daarvoor in nauw contact met de Amerikaanse gezond-heidsautoriteiten en communiceert snel naar de lidstaten. Zo’n onver-wachte situatie laat ook weer zien dat de zoönosestructuur werkt. Daarindelen diverse experts uit het humane en veterinaire domein signalen,beoordelen die en adviseren daarover in gezamenlijkheid. In het kader vande pandemische paraatheid werkt VWS ook heel nauw samen met LNV.We kunnen niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dat is. Bij de eerstesignalen kun je al heel snel een risicoanalyse uitvoeren en duiding geven.De experts geven aan dat de risico’s voor de volksgezondheid in dit geval,met wat er nu in de Verenigde Staten gebeurt, laag zijn. Zij hebbengeadviseerd over onderzoek om zeker te weten dat dit zich in Nederlandniet heeft voorgedaan. Daar is inmiddels mee begonnen. We zijn daarnaaraan het kijken. We blijven dat uiteraard op de voet volgen.Ook de ingezette versterking van het zoönosebeleid als onderdeel van dezojuist genoemde pandemische paraatheid is en blijft relevant. U benteerder geïnformeerd over het Nationaal actieplan versterken zoönosen-beleid. Dat richt zich op het verkleinen van de risico’s op verspreiding vanbekende of nieuwe zoönosen in de toekomst en het voorbereid zijn op eeneventuele uitbraak. Ik kan meteen vertellen dat de voortgang van de actiesuit dit plan op schema ligt. De komende jaren blijven we ons inzetten omuitvoering te geven aan deze acties. VWS blijft zich daarvoor inzetten enLNV idem dito.Voor de preventie van de toegenomen risico’s van vogelgriep is specifiekhet Intensiveringsplan preventie vogelgriep ontwikkeld. Er zijn inmiddelsverschillende maatregelen ter beperking van de humane risico’sgenomen. Er zijn onder andere scenario’s voor mogelijke besmettings-routes uitgewerkt, zodat we de witte vlekken in beeld hebben. Nederlandheeft in Europees verband het humane vogelgriepvaccin Aflunovaangekocht. Er vindt dit jaar extra communicatie over de seizoensgriep-vaccinatie plaats naar personen die betrokken zijn bij het opruimen van dedode wilde vogels en zoogdieren. Daar zijn ook vragen over gesteld. Er isingeregeld dat onbeschermd blootgestelde personen proactief wordengemonitord op hoogpathogene vogelgriep. Dat is de HPAI H5N1-infectie.Onze monitoring is geïntensiveerd, zowel van mensen als van deverschillende diersoorten, waaronder varkens en runderen. Verder hebbende verscheidene partijen geoefend met vogelgriepuitbraken.Ik heb hier ter inleiding nog een hele tekst, maar dat komt zo meteen ookterug in de beantwoording van de vragen. Misschien zal ik snelheidshalvenu ... Ik zie u namelijk al kijken: heeft ze nog veel te melden voordat zeeindelijk to the point komt? Dat doe ik graag. Ik begin met het blokjepandemische paraatheid, waarover ik ook al wat gezegd heb. MevrouwPodt vroeg namens D66 om te reageren op de vraag welke risico’s erontstaan als je ziet dat de nieuwe coalitie ervoor gekozen heeft om300 miljoen te bezuinigen op pandemische paraatheid. Wat voor risico’szou dat kunnen opleveren en wat voor effect heeft dat op de GGD’s?Om te beginnen ben ik hier natuurlijk niet om het hoofdlijnenakkoord terecenseren, maar ik kan wel even zeggen hoe ik ertegenaan kijk. Deprecieze invulling van de bezuiniging van 300 miljoen op publiekegezondheid is aan het volgende kabinet, maar die treft de investeringenvan dit kabinet in versterking van die pandemische paraatheid, waarvan iknet het belang heb benoemd. Het programma Pandemische paraatheid isopgezet om te bestendigen en verbeteren wat we allemaal geleerdhebben in de coronatijd over het voorbereid zijn op een pandemie. Uit deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30226 middelen voor pandemische paraatheid worden onder andere datNationaal actieplan versterken zoönosebeleid dat ik zojuist noemde en deversterking van de GGD’en bekostigd, en de monitoring en surveillanceverbeterd. In deze programma’s is door het huidige kabinet al heel veelgeld geïnvesteerd. De keuze van een volgend kabinet om hierop te kortenzou zeker gevolgen hebben, ook voor de GGD. Dan zijn we minder goedvoorbereid en kunnen we minder goed bestrijden. Dat wat betreft devraag van mevrouw Podt.Mevrouw Bromet vroeg ook of de bewindspersonen de mening delen datvoorbereiding cruciaal is voor een volgende pandemie en dat eeninternationale structuur daarbij belangrijk is. Ja, die mening deel ik zeker.Daarover heb ik al een heel debat gevoerd met de commissie van VWS.Het huidige kabinet constateerde dat er op twee punten meer moetgebeuren: pandemische paraatheid en de mondiale gezondheidsstrategie.Ik ben ook echt blij met de stappen die het huidige kabinet daarvoor in deafgelopen twee jaar heeft gezet. Dan denk ik bijvoorbeeld aan hetverbeteren van de voorbereiding op een pandemie, versterking van deGGD’en, versterking van monitoring en surveillance, zoals ik al zei, en ookversterking van internationale samenwerking binnen Europa, metversterking van Europese instituten, maar ook wereldwijd metWHO-instrumenten, zoals de verbetering van de Internationale Gezond-heidsregeling, de IHR, en het pandemieverdrag.Dus ja, ik deel de mening van mevrouw Bromet dat die internationalestructuur daarbij ongelofelijk belangrijk is. Om tijdig met elkaar te kunnenuitwisselen wat er gaande is, wat er gesignaleerd wordt en wat er op onsafkomt, moeten we heel snel kunnen uitwisselen – dat hebben we zekergeleerd tijdens de covidpandemie – en heel snel kunnen kijken waar wemee te maken hebben en hoe we dat met elkaar kunnen tackelen alswetenschappers, ook internationaal.Ik dacht dat er een vraag kwam.De voorzitter:Bent u klaar met het blokje?Minister Dijkstra:Ja. Ik heb geen andere vragen hierover.De voorzitter:Dat is goed. Prima. Dank u wel, mevrouw de Minister. Dan heb ik nietgoed opgelet. Dan is het woord aan mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Het huidige kabinet heeft maatregelen genomen om goed voorbereid tezijn op een volgende pandemie. Een van die maatregelen is die pande-mische paraatheid, maar juist daarop wordt door het nieuwe kabinet weerbezuinigd. Wat betekent dat dan voor het klaar zijn voor een volgendepandemie? Heeft dat effect of kan de Minister daar niks over zeggen?De voorzitter:Excellentie.Minister Dijkstra:Dat heb ik net geprobeerd aan te geven. Dat kan grote consequentieshebben. Als er 300 miljoen op bezuinigd wordt, dan kun je op eenheleboel onderdelen niet meer doen wat we nu aan het doen zijn. Dangaat het bijvoorbeeld om die GGD’s, want die hebben wij nu met datgeïnvesteerde geld versterkt. Maar als het gaat om pandemischeparaatheid zijn wij ook aan het kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat ermeer ic-bedden klaarstaan, mocht dat nodig zijn. Kortom, alles wat wehebben geleerd van de coronapandemie willen we nu voor zijn. EenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30227 volgende pandemie zal nooit exact hetzelfde zijn, dus als die voorkomt,zullen we ook dan weer verrast worden. Dat is nou eenmaal zo. Maar hetis wel heel erg belangrijk dat we voorbereid zijn. Er is in het kader vanpandemische paraatheid een aantal scenario’s ontwikkeld. Daar zijn we nugoed naar aan het kijken en we zijn alle stappen aan het zetten die je moetnemen. Het zou echt heel erg jammer en in mijn ogen risicovol zijn als datstopgezet wordt.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Er wordt weleens gezegd: het is niet de vraag óf er een volgendepandemie komt, maar wannéér die komt. Is dat iets wat de Minister kanbevestigen?Minister Dijkstra:Dat hoor ik ook. Daarom vind ik de inzet op pandemische paraatheid zoongelofelijk belangrijk en heb ik er heel erg voor gepleit om internationaalin de WHO met elkaar op te trekken als het gaat over dat pandemischverdrag. Daar zijn de lidstaten nog niet uit. Dat is een jaar uitgesteld, maarde Internationale Gezondheidsregeling, die ook een aantal zaken regeltwaarover je met elkaar contact hebt als lidstaten, is wel aangepast. Die isin de laatste WHO-vergadering met consensus aangenomen. Wereldwijdziet iedereen daar het belang van in.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw de Minister. Dan gaan we verder met het blokjevogelgriep.Minister Dijkstra:Voorzitter. Ik kreeg vragen van zowel mevrouw Podt als mevrouw Brometover hoe het staat met het vaccineren van mensen in het kader van devogelgrieppilot en hoe snel we in Nederland aan vaccins kunnen komenals er een uitbraak is. Voor de duidelijkheid wil ik even uitleggen dat ermet betrekking tot vogelgriepvaccinaties drie verschillende acties lopen.Via LNV loopt er een pilot vogelgriepvaccinatie bij pluimvee; dat hoef ik uals commissie niet te vertellen. Mensen die tot een risicogroep behoren,raden we aan de griepprik te halen, want er is een risico dat de gewonegriep recombineert met de vogelgriep bij een dubbele besmetting en datrisico wil je verkleinen. Je wil dus niet dat als mensen de griep krijgen, hetvogelgriepvirus daar als het ware mee wordt besmet en nog weer anderevormen gaat aannemen, zeg ik maar even in lekentaal; dat helptmisschien ook wel om het te snappen. Er vindt dit jaar extra communi-catie over de seizoensgriepvaccinatie plaats naar personen die betrokkenzijn bij het opruimen van dode wilde vogels en zoogdieren. Er bestaatinderdaad al een humaan vogelgriepvaccin, maar dat is maar beperktbeschikbaar. Nederland heeft wel al in Europees verband via hetprogramma HERA een noodvoorraad aangekocht van dit humanevogelgriepvaccin, dat Aflunov heet. Dat heb ik daarnet ook al evengenoemd in mijn inleiding.Mevrouw Podt vroeg ook of we extra maatregelen moeten nemen, geziende ontwikkelingen in de VS rondom de vogelgriep. Ik heb net al verteldwat daar aan de gang is en dat weet u ook. Mensen zijn daar via koeienbesmet. Ze hadden lichte verschijnselen en zijn ook weer genezen. Toch ishet natuurlijk een hele zorgelijke ontwikkeling, want je weet niet hoe hetverdergaat. Deze risico’s kunnen we nooit helemaal voorkomen, moet iker meteen bij zeggen. Het toont aan hoe nodig het is dat we alert zijn. Wevolgen het wel op de voet via het internationale netwerk van gezondheids-autoriteiten. Wij hebben via de zoönosenstructuur verschillende expertsuit het humane en veterinaire domein al meteen bij de eerste signalengevraagd een risicoanalyse uit te voeren en duiding te geven. De risico’svoor de volksgezondheid zijn volgens de experts laag. Ze hebben wel eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30228 onderzoek geadviseerd, om zeker te weten dat dit zich in Nederland nietvoorgedaan heeft. Dat onderzoek is in gang gezet; ook dat blijven we opde voet volgen. Dat wat betreft de vragen over de vogelgriep aan mijnadres.De voorzitter:Wie o wie van de leden? Niemand. Dan gaan we verder, naar de vragenover Q-koorts en Lyme disease.Minister Dijkstra:Ja, de postinfectieuze ziekten. De Nationale ombudsman heeft gepubli-ceerd over het falen van de overheid bij Q-koorts. Hij roept op omQ-koorts te betrekken bij het onderzoek naar postcovid. De heer Pierikvroeg waarom dit nog niet gebeurt. Nou, dat gebeurt wél. Juist in hetpostcovidonderzoeksprogramma van ZonMw wordt de verbindinggemaakt met verschillende postinfectieuze ziekte. Daarbij gaat het nietalleen om Q-koorts en postcovid, maar bijvoorbeeld ook over ME/CVS ende ziekte van Lyme. Al die ziekten hebben een beetje dezelfde verschijn-selen, maar het is gewoon niet duidelijk waar dat door veroorzaakt wordt.Dus worden ze nu bij elkaar gebracht en wordt er gezocht naar verbanden,om zo tot oplossingen te komen. Wetenschappers worden actiefopgeroepen om dit mee te nemen in hun aanvragen en onderzoek. Datmaakt dat er een breder onderzoeksveld gecreëerd wordt. Zo hopen wemeer te leren over diagnose en behandeling van al die postinfectieuzeziekten.Naast het onderzoek naar postcovid is er in het verleden overigens viaQ-support ook al onderzoek verricht naar Q-koorts. Wat dat heeftopgeleverd, kan nu ook weer worden vergeleken binnen het onderzoeknaar postcovid.Voorzitter, dat wat betreft dit onderwerp.De voorzitter:Er zijn geen vragen van de leden. Dan gaan we verder met het blokje ...Het lid Kostic´, u hebt zelfs een eigen blokje gekregen van de Minister, hetblokje Kostic´.Minister Dijkstra:Ja, mevrouw Kostic´ heeft een eigen blokje. Nou, niet helemaal hoor, wanter zitten ook nog wat ... Hoewel? Nee, het Kamerlid Graus heeft ook eenvraag gesteld die aansluit bij dit punt. Die ging overigens over de ziektevan Lyme, maar daar kom ik zo meteen nog even op.Mevrouw Kostic´ vroeg naar aanleiding van het rapport-Bekedam of ik ookzie dat het grote aantal dieren ons kwetsbaar maakt voor zoönose. Ikerken natuurlijk de conclusies uit het rapport-Bekedam. Nederland looptals dichtbevolkt land een extra risico door het grote aantal dieren; mijncollega zal hier zo meteen ongetwijfeld ook nog wat over zeggen. Daaromhebben wij op 6 juli 2022 al het Nationaal actieplan versterken zoönosen-beleid aan de Tweede Kamer aangeboden, met daarin acties over de vollebreedte. Nederland zet ook in Europees verband heel erg op in op de OneHealth leefomgeving, veterinair en humaan, nationaal en internationaal,gericht op preventie, detectie en respons. Ik zei daarnet al dat dit opschema loopt. Er zijn mooie resultaten behaald. Er wordt dus al flinkingezet op dat zoönosenbeleid. Dat vind ik ook heel belangrijk, zeker opgrond van het rapport-Bekedam.Mevrouw Kostic´ vroeg ook wat mijn reactie is op de rapporten van RIVM,GGD Wageningen en Universiteit Utrecht dat er honderden extra dodenzijn door intensieve veehouderij. Het blijkt inderdaad dat mensen die in debuurt wonen van intensieve veehouderij met een slechte luchtkwaliteit,een grotere kans hebben om covid, corona, te krijgen. We weten ook datin de omgeving van geitenhouderijen veel longklachten zoals longont-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30229 steking voorkomen. Er komen daar meer mensen door ernstige klachtenin het ziekenhuis terecht en er overlijden meer mensen. Natuurlijk wistenwe al dat luchtvervuiling leidt tot een hoger risico op luchtweginfecties.Vanuit het oogpunt van volksgezondheid is dat natuurlijk buitengewoonongewenst. Schone lucht is belangrijk. We gaan een toekomstigeepidemie van luchtweginfecties niet helemaal voorkomen, maar deimpact ervan wel verminderen. Het is dus nodig om de emissies uit deveehouderij te beperken. Het huidige, demissionaire, kabinet heeft daar alop ingezet en zet daar ook deze laatste twee – denk ik, we weten het nogniet precies – weken nog op in. Dat is het beleid geweest en dat is ook hetbeleid op dit moment. Ik denk dat er ook van mijn collega nog wel eenreactie op dit punt komt.De heer Graus heeft namens de PVV gevraagd of ik de ziekte van Lyme bijteken meeneem in het onderzoek van onafhankelijke onderzoekers. Bijveel instituten, onder andere bij het RIVM, wordt veel onderzoek gedaannaar teken en de ziekte van Lyme. Ik vond het wel interessant dat de heerGraus – ik doe nu maar even of mevrouw Bromet de voorzitter is – zei dater eigenlijk veel te weinig aandacht aan wordt besteed. Maar we hebbentoch echt levensgrote campagnes gehad over het gevaar van teken en deziektes die die mee kunnen brengen. In die campagnes werd ook ingegaanop waar je allemaal aandacht aan moet besteden, bijvoorbeeld dat je nietmet blote benen door het hoge gras moet lopen en dat teken zich nietalleen uit bomen en struiken laten vallen, maar ook in het grasvoorkomen. Kortom, er is echt heel veel aandacht aan besteed. Als je opinternet gaat zoeken naar teken, dan is er ook heel veel informatie tevinden.Ik bestrijd dus eigenlijk dat daar te weinig aandacht voor zou zijn. Zowerken verschillende ziekenhuizen samen in het Nederlands Lymeziekte-expertisecentrum en kunnen wetenschappers via ZonMw financieringkrijgen voor onderzoek dat ze naar teken en de ziekte van Lyme willendoen. En zoals ik zei: ook de wetenschappers die zich bezighouden metpostinfectieuze ziekten, kijken hiernaar.Voorzitter. Ik dacht dat dat de vragen waren die aan mijn zijn gesteld. Onee, ik heb de traditionele medicijnen nog. Excuus.Mevrouw Bromet en de heer Graus zeiden dat de WHO eigenlijk eenuitspraak zou moeten doen over de illegale handel in dieren voortraditionele medicijnen. Ga ik daarop aandringen? Ik erken absoluut hetrisico van de overdracht van pathogenen uit levende wilde dieren op demens, ook als het gaat om dieren die worden gebruikt voor traditionelemedicijnen. Bij de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie, zet ik mij inom de risico’s aan te kaarten en benadruk ik sowieso het belang van hetterugdringen van de handel in levende dieren. Ik zet me daar dus ook integen die illegale handel en in de ontwikkeling van de WHO TraditionalMedicine Strategy is er bovendien aandacht voor biodiversiteit enduurzaamheid. Dat is wat ik daarover kan zeggen.Dan ben ik wel aan het eind van mijn vragen.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw de Minister. Nu eerst het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb een interruptie, maar eerst kom ik even terug op een vraag die nogniet helemaal is beantwoord. Die vraag is deels beantwoord, want ikvroeg hoe de Minister voor Medische Zorg kijkt naar het voornemen vande provincies om de geitenstop af te bouwen. Deelt zij de mening dat wijhiermee onnodige en onverantwoorde risico’s nemen voor de volksge-zondheid? Ze heeft geantwoord dat die geitenhouderijen inderdaad eengevaar zijn voor de volksgezondheid, maar wat is dan de boodschap aande provincies die het voornemen hebben om die geitenhouderijen weerruimte te geven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30230 Minister Dijkstra:Het klopt dat ik verzuimd heb dat te beantwoorden. Ik doe dat graagalsnog. Mevrouw Kostic´ zegt dat de provincies dat gaan doen, maar wijhebben geen duidelijke signalen gehad dat de provincies de moratoriawillen afbouwen. De besluitvorming ligt verder natuurlijk wel bij dedecentrale overheid. De verhoogde kans op longontsteking, die ik alnoemde, bij omwonenden van geitenhouderijen is natuurlijk in hetVGO-onderzoek al duidelijk aangetoond. En ook als er geen oorzaak wordtvastgesteld, wil je toch het risico beperken. Samen met mijn collega vanLNV, de Staatssecretaris van IenW en de betrokken partijen bereiden weeen beleidsreactie voor op het eindrapport van VGO-III. Dat komt eind ditjaar uit en de mogelijke beleidsopties hangen af van de uitkomsten vandat onderzoek. Ik weet dat dat een onbevredigend antwoord is, want datduurt best nog een tijd, maar de beleidsopties en de uitkomsten van hetonderzoek zijn gewoon nog niet bekend. Ik kan daar niet op vooruitlopenen ik raad mevrouw Kostic´ aan om het aan mijn opvolger voor te leggen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De Minister kon het niet weten, maar ik word graag aangesproken als lidKostic´ of Kamerlid Kostic´ in verband met non-binair-zijn. Maar het geeftniet.Minister Dijkstra:Excuus, dat wist ik niet.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat dacht ik al, maar het geeft niet.De Minister zegt eigenlijk dat het onverstandig is, maar ze heeft nog nietgehoord van de provincies dat dit het voornemen is. Nou, dat is wel watwij bijvoorbeeld uit Noord-Holland hebben gehoord. Volgens mij is heteen duidelijke boodschap richting de provincies: let op de volksge-zondheid.Een vervolgvraag. De Minister had het net over voorlichting en bewust-wording rondom de ziekte van Lyme. Daar is gelukkig veel meer aandachtvoor en veel meer mensen zijn zich er ook van bewust, maar dat geldt nietvoor de gevaren van de intensieve veehouderij voor mensen die rondomzo’n gebied wonen. Is de Minister bereid om daarvoor een voorzet te doenof in ieder geval haar opvolgers aan te raden om meer in te zetten opbewustwording, zodat burgers daar meer van weten?De voorzitter:Lid Kostic´, ik wil toch even zeggen dat die fout eerder bij mij als voorzitterligt. De Minister is hier te gast, volgens mij voor het eerst, en wij haddenhaar op de hoogte moeten stellen. Dat heb ik niet gedaan. Zij kon dus nietweten dat u zo aangesproken wenst te worden. Excuses daarvoor.Minister Dijkstra:Ik snap dat het lid Kostic´ dit vraagt. Ik vind het heel erg belangrijk datiedereen zich zeer bewust is van de risico’s die er zijn. Tegelijkertijd is hetnatuurlijk belangrijk dat mensen dat weten. Daarom zei ik ook al: dat isecht iets wat bij de decentrale overheden ligt. Mensen moeten weten watze moeten doen om te voorkomen dat ze daar last van krijgen. Je kan nietzomaar verhuizen en dus is het heel belangrijk dat er in het beleidaandacht is voor die invloed op de volksgezondheid. Eigenlijk moet ik hetdaar op dit moment bij laten. Dat is mijn positie. Ik ben een demissionaireMinister en ik zit hier waarschijnlijk nog twee weken. In andere omstan-digheden was ik daar nog wel verder op ingegaan. Ik zal dat nu niet doen,maar dank voor de vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30231 De voorzitter:Voordat we naar het laatste blokje gaan, wil ik mevrouw Bromet vragenom even het voorzitterschap waar te nemen. Ik heb namelijk nog éénkorte opmerking.Voorzitter: BrometDe voorzitter:Ik geef graag het woord aan de heer Graus.De heer Graus (PVV):Ik vind de voorlichting over teken geweldig en ook hoe men die knuttenen dat blauwtongvirus aanpakt, maar daar gaat het met mij niet zozeerom. Het gaat mij meer om de verwaaiing en de versleping. Het blijkt nuook dat er bij varkenspest mogelijk vliegende jongens betrokken zijn.Mugjes en vliegen lijken dat volgens de laatste uitkomsten van onderzoeknu ook allemaal verspreid te hebben.Het gaat mij meer om het volgende. In mijn jeugd stond met nameFrankrijk bekend om gevaarlijke teken. Wij kenden geen gevaarlijke teken,maar plotseling waren die ook hier. Daar gaat het mij meer om. Hoe kanhet dat plotseling al die knutten en al die gevaarlijke teken hiernaartoe zijngekomen? Het gaat mij er meer om dat we dat gaan monitoren. Het gaatmij dus niet om de preventie.Minister Dijkstra:Ik denk dat ik toch moet wijzen op wat die hele klimaatverandering metzich meebrengt. Dat is iets wat de PVV vaak betwijfeld of bagatelliseert,maar ik denk dat we niet moeten onderschatten wat een ongelooflijkeinvloed die heeft. We kunnen ook de malariamuggen noemen. En detijgermug hebben we hier inmiddels ook! We vragen ons niet af hoe diehier zijn gekomen, want die zijn met de internationale handel meege-komen. Maar ook ons klimaat verandert zodanig dat wij een omgevingkrijgen – ik denk even aan de tijgermug – met vochtige omstandigheden.Maar nu begeef ik mij bijna op het pad van mijn collega van LNV! Het iseen vraag die aan mij is gericht, maar ik laat het verdere antwoord aanhem over, want hij is daar veel deskundiger in. Maar met het oog op devolksgezondheid is dát ook een punt van grote zorg en daarom bestedenwij er ook heel veel aandacht aan. Ik zeg nu, net zoals laatst op deWHO-vergadering, toch nog maar weer een keer dat wij daarom heel veelaandacht besteden aan klimaat. Nederland is voortrekker geweest van eenresolutie over het belang van aandacht besteden aan de klimaatveran-dering en de volksgezondheid.De heer Graus (PVV):Mijn laatste vraag. Ik geloof zeker dat het allemaal een rol speelt, maar ikheb nu juist gezegd dat volgens die twee onderzoekers de knut hierheen isgekomen met afvaltransporten en afvalbalen. Toen ze die balen uit Romeopenmaakten, vloog er een zwerm knutten uit. Maar ik heb het ook gehadover de vernatting van gebieden en daar zijn we natuurlijk zelf debet aan.Ik heb dus in mijn betoog juist op de oorzaken buiten het klimaatgewezen. Ik vraag om dat mee te nemen. Wat kunnen we er zelf aandoen? De Minister zal dan zeggen «aan het klimaat kunnen we ook vanalles zelf doen» en zo blijven we aan de gang. Ik laat het daarom hier maarbij.Voorzitter: GrausMinister Dijkstra:Ik weet niet of u nog een antwoord van mijn kant verwacht, maar het isnatuurlijk inderdaad zo dat we daar zelf voor een deel debet aan zijn. MaarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30232 dit is wel iets om heel goed in de gaten te houden. Zo hebben we heelveel exoten ons land binnengekregen. Het is heel goed om daarnaar tekijken, maar dat ligt meer op de weg van Minister Adema dan op demijne.De voorzitter:Dank u wel, excellentie. U hebt het al over de traditionele Chinesemedicijnen gehad en daarmee bent u bij dezen ontheven van uwverplichtingen. U zou zelfs naar huis kunnen gaan als de leden hetgoedvinden.Minister Dijkstra:Ik heb mijn collega beloofd: samen uit, samen thuis.De voorzitter:Kijk eens aan! Dat is sympathiek, zeker omdat dit de laatste keer is. DeMinister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.Minister Adema:Mijnheer de voorzitter, dank u wel. Ik kreeg in eerste termijn wat compli-menten, maar ook werd de opmerking gemaakt: het enige minpuntje isdat hij wat korter van stof zou kunnen zijn. Ik ben natuurlijk een gerefor-meerd opgevoede jongen en elke gereformeerde rakker weet dat eengoede gereformeerde preek uit drie punten bestaat. Ik heb daarom eeninleidende tekst, een aantal blokjes met vragen en voor dit speciale laatstedebat ook een uitleidende tekst. Ik zou dus zeggen: ga er maar eens goedvoor zitten! U kent het aantal pagina’s van de Bijbel en we hebben dusnog wel even. Maar goed, pepermuntjes erbij ... Het moeten natuurlijk welKING pepermunt uit Sneek zijn; dat is duidelijk. O, ik mag hier geenreclame maken? Alle gekheid op een stokje: ik heb mijn bijdrage wel zoopgebouwd.Voorzitter. Dit is waarschijnlijk mijn laatste uitgebreide commissiedebatals Minister. Ik verwacht ook dat het tweeminutendebat later gepland zalworden en dat ik dat dus niet meer mee zal maken. Maar goed, bijformaties van kabinetten weet je het ook maar nooit. Toevallig ging mijneerste debat met u ook over dierziekten en zoönosen. Heel eerlijk, mijnállereerste debat was een tweeminutendebat, waaraan zeker mevrouwBromet en ik een actieve herinnering hebben. Maar goed, mijn eerstedebat met u ging dus ook over dierziekten en zoönosen, en dat nodigt uittot een reflectie.In de afgelopen periode is er hard gewerkt aan preventie. Graag wil ikdaarvoor vijf zaken noemen. Ten eerste was de situatie met blauwtong ergheftig. Gelukkig zijn er inmiddels drie blauwtongvaccins goedgekeurd. Ikhoop dat grote sterfte bij onder andere schapen hierdoor dit jaarvoorkomen kan worden.Ten tweede is het Intensiveringsplan preventie vogelgriep opgesteld insamenwerking met VWS en LNV. Een van de maatregelen is natuurlijkvaccinatie. Uit de veldproef is gebleken dat vaccins ook in de praktijkwerken en daar ben ik heel blij mee. Het betekent ook dat ik na de zomermet een pilot wil starten. Nederland loopt daar echt mee voorop en dewereld kijkt over onze schouders mee. Ik kan u melden dat er inmiddelsEuropese toelating is voor een vaccin. We kunnen dus echt aan de slag endat is heel goed nieuws. Vers van de pers!Ten derde heeft u het Nationaal Actieplan Antimicrobiële Resistentieontvangen; ook dit is een samenwerking tussen VWS en LNV. Nederlandis de afgelopen jaren succesvol geweest in het realiseren van het gebruikvan antibiotica in de veehouderij en die lijn zetten we door.Ten vierde hebben we een convenant afgesproken over de financieringvan de bestrijding van besmettelijke ziekten. Met de sector heb ik hierinTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30233 onder andere nieuwe afspraken gemaakt over bijvoorbeeld plafondbe-dragen.Ten slotte werk ik samen met dierenartsen aan een plan om de kwaliteit teborgen en de positie van dierenartsen op de arbeidsmarkt te verbeteren.Ik verwacht voor de zomer een conceptplan hiervoor te hebben. Daar kanmijn opvolger dan verder mee aan de slag. Zo is er veel gedaan in deafgelopen periode, allemaal ten behoeve van de preventie van dierziekten.Ik ga nu verder met de beantwoording van de vragen, voorzitter.Eerst een algemene opmerking. Er wordt wel gevraagd: hoe kunnen wedit voorkomen en zoönosen buiten de deur houden? Een risicovrijesamenleving bestaat niet. Risico’s horen bij een samenleving. Die horenbij het samenleven van mensen onderling, bij het samenleven van dierenonderling en bij het samenleven van mens en dier. Natuurlijk moeten weer alles aan doen om die risico’s zo veel mogelijk te beperken, maar eenrisicovrije samenleving bestaat niet. In dat licht zal in mijn beantwoordingook een aantal keer op die manier worden gereageerd.Ik begin bij de vraag van de heer Van Campen over de vogelgrieppre-ventie. Nou, daar hebben we al zo’n punt.De voorzitter:Meneer de Minister, gaat u niet met blokjes werken?Minister Adema:O, sorry, u wilt natuurlijk de blokjes van mij weten. Ik begin met devogelgriep. Dan ga ik naar blauwtong. Dan ga ik naar Q-koorts. Dan heb iknog een blokje zoönosen en diergezondheid. Daarna heb ik een blokjeoverig en dan natuurlijk nog steeds de uitleidende tekst. Maar dat wasgeen blokje.Hoe zetten we in op de preventie van een nieuwe epidemie en wat is ergeleerd van de vogelgriepepidemie? We hebben u natuurlijk het Intensive-ringsplan preventie vogelgriep toegezonden, dat is opgesteld in samen-werking met de collega van VWS. Ook hebben we in januari een uitge-breide voortgangsrapportage met u gedeeld. Die maatregelen richten zichniet alleen op de huidige variant van de vogelgriep; het zijn ook maatre-gelen die in de toekomst het ontstaan van nieuwe varianten van vogel-griep moeten beperken. We hebben het al gehad over structuurmaatre-gelen, zoals voor waterrijke gebieden. Het plan gaat dus over meer danalleen vaccineren. Het preventieplan zit op de korte termijn en op de langetermijn. We proberen daarbij ook minder preventief te ruimen, wantruimen is altijd een hele ingrijpende gebeurtenis, allereerst voor de dierenen natuurlijk ook voor de houders.Dit sluit ook een beetje aan bij de vraag van mevrouw Podt over devogelgriepvisie op de lange termijn, meneer de voorzitter. Zo moet je datintensiveringsplan dus lezen. Daarin staan aan de ene kant de korteter-mijnmaatregelen en gaat het aan de andere kant om structuurmaatre-gelen, uitbreiding en nieuwvestiging in waterrijke gebieden en dat soortzaken. Dat is natuurlijk allemaal bedoeld om de huidige variant vanvogelgriep te bestrijden, maar ook om te voorkomen dat er in de toekomstweer vogelgriep uitbreekt, of dat risico in ieder geval zo veel mogelijk tebeperken. Nogmaals, we kunnen niet alle risico’s uitsluiten.Dan heb ik de vraag van mevrouw Podt over de definities van «waterrijk»en «pluimveedicht». Zoals u weet, zijn we bezig om te kijken hoe wijinvulling kunnen geven aan de vestiging van de nieuwvestigers en deuitbreiding van bedrijven in waterrijke gebieden. Maar wat zijn nouwaterrijke gebieden? Wat zijn pluimveedichte gebieden? En welkedefinities horen daarbij? We hebben experts gevraagd om de mogelijkedefinities van «waterrijke gebieden» en «bedrijfs- en dierdichte gebieden»,want daar gaat het ook om, uit te werken. In mijn Kamerbrief van29 januari heb ik verwezen naar de opgeleverde rapporten. De keuze voorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30234 de definities die daarin worden toegepast is echt voor mijn opvolger. Daarkan dan ook direct het structurerend beleid in worden meegenomen.Dat is ook nodig, want als je praat over die structuurmaatregelen, heb jeook een instrumentenkoffer en wetgeving nodig. En daarmee ben ikgekomen bij de volgende vraag van mevrouw Podt. Wettelijke bevoegd-heden moeten goed geregeld worden. Eerst moeten de juiste keuzesgemaakt worden over de definities en dan kunnen we ook het pakketmaatregelen naar de Kamer sturen. Daarbij horen dan ook de wettelijkebevoegdheden. We moeten natuurlijk daarbij de proportionaliteitonderbouwen. Is de maatregel geschikt, noodzakelijk enzovoorts? Datkomt allemaal naar uw Kamer toe. Die impactanalyse wordt op ditmoment uitgevoerd. Daarbij worden de economische effecten op desector, als ook de effecten volks- en dierengezondheid meegenomen. Aande hand van die impactanalyse kan het volgende kabinet maatregelennemen. De resultaten ervan worden begin 2025 verwacht.Dan ben ik bij het verbod op nieuwe vestigingen van zoogdierhouderijen.De vraag is: kan de Minister van LNV overwegen om zoogdierhouderijenmee te nemen in dat besluit, om recombinatie te voorkomen en daarmeehet risico op pandemische virusvarianten te verkleinen? Daar zie ik denoodzaak op dit moment niet van in, eerlijk gezegd. Er zijn in Nederlanden in Europa op dit moment geen besmettingen bekend van varkens ofherkauwers met vogelgriep. In Nederland hebben we een uitermate goedmonitoringssysteem. Hierdoor kunnen wij signalen van infectieziekten bijdieren heel snel en adequaat opsporen en opvolgen, en kan er snel actieworden ondernomen. Ik zie dus niet in welke meerwaarde dat biedt.Dan ga ik verder met een vraag die een beetje in het verlengde ligt van dievan mevrouw Podt: zijn er vaccins tegen vogelgriep in ontwikkeling voorvarkens en herkauwers en wanneer worden deze beschikbaar? DeAmerikaanse autoriteiten – zoals u weet, komt het daar bij herkauwersvoor; daar hebt u terecht op gewezen – hebben vaccinproducentengevraagd of zij een vaccin tegen vogelgriep bij herkauwers kunnenontwikkelen. De fabrikanten hebben aangegeven dat zij dat kunnen.Verder zijn er bij gehouden varkens geen infecties met de huidige variantvan de vogelgriep bekend. Vaccinproducenten reageren vaak snel. Dathebben we ook gezien bij vaccins voor pluimvee tegen vogelgriep en eenvaccin voor schapen tegen blauwtong. Op het moment dat er dus eenuitbraak is, gaan fabrikanten wel echt aan de slag om te komen met eenadequaat vaccin.Dan is er een vraag van de heer Holman of ik het nog steeds passend vindom de vogelgriep in de VS aan te wijzen als laagrisicofactor. Het is maarde vraag of we het ook buiten de deur kunnen houden, stond in de vraagvan de heer Holman. Hoe ik dat zie, vroeg hij. Het European Centre forDisease Prevention and Control, ECDC – je zou bijna kunnen zeggen: wegaan nu uit ons dak; maar dat is het toch niet helemaal – schat het risicovoor het algemene publiek laag in. Op het moment dat er contact is,bijvoorbeeld voor mensen die er beroepsmatig mee in contact komen,wordt dat risico als laag tot matig ingeschat. Maar dan moet je dus wel incontact zijn geweest met geïnfecteerde dieren.In de afgelopen maanden zijn er gelukkig nauwelijks wilde vogels metvogelgriep gevonden in Nederland. Dat was vorig jaar anders, dus daarzijn we heel blij mee. Samen met de Minister voor Medische Zorg volg ikde situatie wereldwijd heel nauwgezet. Als er verdere acties nodig zijn,dan zullen we de Kamer daarover informeren. Nogmaals, het buiten dedeur houden, betekent echt dat je een risicoloze situatie hebt, en die is ernooit. We moeten er dus alles aan doen om het risico zo beperkt mogelijkte houden. Dat is eigenlijk wat wij met elkaar doen met dit beleid.Dan de vraag over de PCR-test, van de heer Pierik. Ik zei al dat er in deafgelopen periode weinig tot geen meldingen van vogelgriep zijnbinnengekomen. We hebben een hele goede basismonitoring. Dat is eenfantastisch goed monitoringsinstrument. Daarom vind ik het nu niet zinvolTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30235 om dat uit te breiden met het onderzoek naar melk. Dat heeft geentoegevoegde waarde. We zijn wel een retrospectief bloedonderzoekgestart. Dat wil zeggen dat wij bij bloedmonsters die we aan de hand vanonderzoek al hebben en die zijn opgeslagen, gaan kijken of daar ook hetvogelgriepvirus in wordt gevonden. Er wordt gekeken wat de resultatenzijn. Die resultaten verwacht ik kort na de zomer. Als de situatie in detoekomst verandert en er aanleiding is om het beleid aan te passen, danwórdt dat beleid ook direct aangepast; vanzelfsprekend, zou ik bijna willenzeggen. Dat is het beleid van ons samen: dat we erbovenop zitten.Dan de vraag van de heer Van Campen: wat zouden de gevolgen zijn vaneen verplichte vaccinatie voor de handel? Hij zei: het duurt wel lang bijvogelgriep; bij blauwtong gaat het allemaal veel sneller. Daar zit een grootverschil in. Het effect van het vogelgriepvaccin en de impact daarvan opde markt zijn veel groter dan bij blauwtong. Wij komen op een heelzorgvuldige manier tot de introductie van een vaccin tegen vogelgriep.Dat heeft alles te maken met die buitenlandse handel. Ik kan u verzekerendat daarover ook best zorgen leven in de sector. Wat zal er gebeuren alswe gaan vaccineren? De sector wil eigenlijk heel graag vaccineren. Devaccinatiebereid is heel hoog. Dat geldt overigens ook voor blauwtong.Daarbij gaat het ook niet om verplicht vaccineren, want iedereen doet hetgewoon. Dat snap ik ook wel, als je kijkt naar de kosten en de baten, platgezegd.Voor het effect op de internationale handel bij vogelgriep en het vogel-griepvaccin is er geen onderscheid tussen verplicht vaccineren en nietverplicht vaccineren. Ook als er vrijwillig wordt gevaccineerd, ben je eenland dat vaccineert tegen vogelgriep. Op dat moment kun je verwachtendat andere landen importmaatregelen en dergelijke treffen. Dat maakt hetzo complex. Eigenlijk is er in dit opzicht dus geen verschil tussen verplichten vrijwillig vaccineren, want er is sowieso een effect van het vaccinerentegen vogelgriep.We gaan nu die pilot uitzetten, in samenwerking met de verschillendesectoren. Daarvoor gebruiken we natuurlijk het vaccin dat is toegelatendoor de Europese Unie, want dat geeft wel een zekere garantie, in iedergeval meer garantie, dat de producten kunnen worden afgezet in hetbuitenland. Pas in 2025 zetten we echt stappen naar een grootschaligevaccinatiecampagne. Daarbij gaan we in de basis uit van vrijwilligevaccinatie, maar dat zou ook anders kunnen als dat onvoldoende effectheeft. Het is een bestrijdingsplichtige ziekte, dus vaccinatie zal onderverantwoordelijkheid van de overheid plaatsvinden, in tegenstelling totbijvoorbeeld blauwtong. Dat is geen bestrijdingsplichtige ziekte en daarheeft de overheid dus een veel minder sterke rol in dan bij de vogelgriep.Via onze landbouwattachés in het buitenland, via Buitenlandse Zaken, zijnwe in gesprek met landen om te kijken of we landingsgrond kunnenkrijgen voor producten van gevaccineerde dieren. Daar hebben wegelukkig nog even de tijd voor. Daarom is het belangrijk dat we dat soortattachés in het buitenland houden, voor dit soort zaken.Dan de vraag van mevrouw Beckerman over het geld voor de terreinbehe-rende organisaties, dus natuurorganisaties enzovoort. Het is absoluutwaar dat terreinbeherende organisaties en natuurorganisaties bijvogelgriep voor een hele grote opgave staan; geen misverstand daarover.In principe hebben we altijd gezegd – dat blijft ook staan – dat deterreinbeherende organisatie verantwoordelijk is voor het ruimen van dedieren, maar ik heb ook toegezegd dat wij verkennen wat wij kunnen doenen welke ondersteuning wij kunnen bieden bij knelpunten die ontstaan alser hele grote aantallen dode wilde vogels worden gevonden in eengebied. Dat kan namelijk heel veel impact hebben. Ik ga ervan uit dat mijnopvolger u daar nog voor de zomer over informeert.Dan het telefoonnummer dat slecht vindbaar zou zijn: wat ga ik daaraandoen? Het is de eerste keer dat ik dit signaal krijg. Uit het veld hebben wedat signaal niet ontvangen. Als er aanleiding toe is, zou ik dat graag willenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30236 weten. Als er concreet aanleiding toe is, treed dan in contact met demensen van het ministerie, want dan wil ik het heel graag weten. Hettelefoonnummer is gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid. Hetis ook gedeeld met alle partners waarmee we in het Landelijk platformvogelgriep bij wilde dieren samenwerken. Als er zaken verbeterd kunnenworden, houd ik me daarvoor graag aanbevolen, maar wij kennen dezesignalen niet. Ik hoor dat dus buiten de uitzending, zeg maar, graag vanmevrouw Bromet. Sorry, ik bedoel mevrouw Beckerman. Ik heb de vraagvan mevrouw Bromet al voor me liggen, maar ik bedoel dus mevrouwBeckerman.Dan de toegang tot de overdekte uitloop. Dat is een belangrijk punt.Tijdens de ophokplicht is aan de NVWA regelmatig de vraag gesteld ofeen dergelijke uitloop ook tijdens de ophokplicht gebruikt mocht worden.Als de overdekte uitloop aan alle kanten is afgeschermd en het pluimveeecht niet onder de overdekte uitloop vandaan kan komen, mocht dat. Hetis wel aan de pluimveehouders zelf om te bepalen of ze daar wel of geengebruik van maken.Dan de zestienwekentermijn en het risico van de langere ophokplicht,waar mevrouw Bromet vragen over stelde. We kennen de situatie. Bij eenophokplicht van meer dan zestien weken zou bij de vrije-uitloopproducten,onder andere de vrije-uitloopeieren, in principe het predicaat «vrijeuitloop» eraf gaan. Overigens is dat inmiddels jaarrond geworden. Wevragen deskundigen hier keer op keer advies over, zonder meer. Hier doetzich een dilemma voor: je wilt naar een duurzame toekomst voor jepluimveehouderij – daar hoort vrije uitloop bij, wat mij betreft – maar dankom je bij de vogelgriep in een spagaat terecht. Dat maakt wel dat wijmaatregelen zoals de ophokplicht niet lichtzinnig nemen. Daarover vragenwe ook advies. Daar hebben we deskundigen voor en die vragen wedaarover om advies. Zodra de ophokplicht niet meer geldt, moeten devrije-uitloopkippen ook direct weer naar buiten. Overigens, de StichtingControle Orgaan Kwaliteits Zaken ziet toe op de vrije uitloop en voertdaarop ook inspecties uit.Dat was de vogelgriep, meneer de voorzitter.De voorzitter:Dat was de vogelgriep. Op volgorde van binnenkomst: de leden Bromet,Van Campen en Beckerman. Meneer Pierik ook nog, dus die komt er alsvierde bij. En dan ook het lid Kostic´ en mevrouw Podt nog. Bijna iedereen,maar wel op volgorde van binnenkomst. We beginnen bij mevrouwBromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik mis toch een beetje de urgentie als het gaat over iets wat weten-schappers nog voor de verkiezingen in een rondetafel tegen ons hebbengezegd, namelijk: je moet geen pluimveehouderij hebben in waterrijkegebieden. De Minister heeft hiernaar onderzoek laten doen. Ik hadverwacht dat alles klaar zou liggen voor zijn opvolger, maar nu zegt deMinister: nou, we hebben nu een onderzoek gedaan en we weten watwaterrijke gebieden zijn, maar we willen nog wel weten wat de econo-mische impact is en we moeten nog een heel wetgevingstraject voorbe-reiden. Dat strookt toch niet helemaal met het idee dat het niet de vraag isóf er een pandemie komt, maar wannéér die dan komt. Het gaat allemaalzo langzaam.Minister Adema:Ik ben dat niet eens met mevrouw Bromet. In deze specifieke discussierichten we ons helemaal op de structuurmaatregelen. Het pakketmaatregelen dat wij hebben, inclusief monitoring, is veel breder. Als wij inhet monitoringssysteem zien dat er een vogelgriepuitbraak is, nemen wijdirect maatregelen. Daarnaast hebben wij gezegd dat het voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30237 toekomst goed zou zijn om naar structuurmaatregelen te kijken. Nou, dit iser eentje. Ik snap dat de wens is om het sneller te doen, maar het moetwel zorgvuldig. Als je komt met wetgeving, moet je de proportionaliteit,het effect en dergelijke meenemen. Daar moet ook een deugdelijkeonderbouwing onder liggen. Die zullen wij echt moeten hebben voordatwij kunnen komen met die degelijke wetgeving. Maar het totale pakketaan maatregelen dat wij hebben genomen tegen de vogelgriep en hetIntensiveringsplan preventie vogelgriep gaan over veel meer dan alleendit. Het is echt niet zo dat we een pandemie te pakken hebben als we ditniet doen, want wij treffen veel meer maatregelen dan alleen deze.De voorzitter:Mevrouw Bromet, uw laatste interruptie.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):In mijn eigen inbreng heb ik al gezegd dat wij het probleem graag bij debron aanpakken in plaats van steeds te dweilen terwijl de kraan openstaat.Het was eigenlijk de frisse blik van mevrouw Podt die mij mijn ogen deedopenen. Zij zei: ik heb nog nooit in een commissie meegemaakt dat er zóveel onderzoeken aangekondigd werden. Opeens denk ik: ja, het lijkt hierwel alsof een onderzoek doen een resultaat van beleid is. Wij willen tochmaatregelen zien? Wij willen toch dat de wereld verandert? Tenminste,daar ben ik de politiek voor ingegaan. Maar ik zit altijd te wachten op eenbelofte van een onderzoek. Vervolgens komt dat onderzoek en dan moeter daarna nog wetgeving komen. En dan komt er een nieuwe Minister, diehet allemaal weer in de vuilnisbak gooit.Minister Adema:Ik begrijp dat mevrouw Bromet eigenlijk vindt dat alle beleid niet gestoeldmoet zijn op wetenschappelijk onderzoek. Ik vind het belangrijk om wélwetenschappelijk onderzoek te doen, zodat wij gefundeerd en onder-bouwd juridisch houdbare maatregelen kunnen nemen. Dat is buiten-gewoon belangrijk. Nogmaals, ook hier gaat het om een maatregel diegaat over de structuur. Mevrouw Bromet noemt dat een bronmaatregel.Zo zou je dat kunnen uitleggen. Maar daarnaast nemen wij een pakket aanmaatregelen en hebben we er een hele strakke monitoring op zitten. Dat isook wel gebleken. Ook hebben we een actiepalet klaarliggen dat we ookinzetten en waarmee we de vogelgriep bestrijden. Daar zijn we ook veelsuccesvoller mee dan bijvoorbeeld Frankrijk, juist vanwege het totalepakket aan maatregelen dat we hebben.De voorzitter:Mevrouw Bromet heeft geen interrupties meer, maar zij voelt wel dat haarwoorden in de mond zijn gelegd. Zij mag dus hierop reageren.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik krijg allemaal antwoorden op vragen die ik niet gesteld heb enbovendien wordt mij van alles in de mond gelegd wat ik niet gezegd heb.Volgens mij had de Minister dat niet hoeven doen.De voorzitter:Meneer de Minister, wat is daarop uw antwoord?Minister Adema:Mevrouw Bromet verwijt mij dat ik kom met wetenschappelijke onder-zoeken voordat ik beleid maak – zij schudt nu nee – en dat de uitkomst vanbeleid een wetenschappelijk onderzoek is. Nee, de uitkomst van beleid zijnmaatregelen waarbij wij een deugdelijk wetenschappelijk onderzoek doenom te komen tot de juiste maatregelen met de juiste effectiviteit en deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30238 juiste proportionaliteit en die daarom, vanwege die onderbouwing,juridisch houdbaar zijn. Dat is volgens mij buitengewoon belangrijk.De voorzitter:Mevrouw Bromet schudde nee omdat ze het niet zo gezegd had zoals deMinister het zei. Meneer Van Campen en anderen, vinden jullie het goeddat mevrouw Podt hier nog op reageert? Ja. Mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik deel op zich wel de frustratie van mevrouw Bromet een beetje. Hoera,wetenschap – altijd natuurlijk. Maar het klopt wel. Ik zei het net in deschorsing: in het laatste commissiedebat zijn geloof ik acht onderzoekentoegezegd. Het is wel veel, zeg ik dan even met de blik van eennieuweling. Ik ben wat recenter binnengekomen, dus misschien ben ikdan nog wat optimistischer – sorry, mevrouw Bromet. Laat ik het als volgtvragen. De Minister geeft aan dat begin 2025 die impactanalyse er ligt metdie hele hoepla erbij. We hebben nu het rapport van de experts liggen.Hebben we dan begin 2025 als Kamer ook alles wat we nodig hebben omdit te gaan doen? Want dat zorgt ervoor dat wij gewoon in de startblokkenkunnen gaan zitten, wachtend op die impactanalyse, en dan weten we ookdat er verder niets meer nodig is en dat we dan aan de slag kunnen.De voorzitter:Dat waren twee interrupties, mevrouw Podt.Minister Adema:Dan is de vraag wat mevrouw Podt bedoelt met «aan de slag kunnen». Wijhebben een deugdelijke grondslag nodig voor de wetgeving. Daar werkenwe nu aan. Zodra die grondslag er is, kunnen we de wetgeving in ganggaan zetten. Dit betekent dat er begin volgend jaar wetgeving naar deKamer komt die hier invulling aan geeft.De heer Van Campen (VVD):Mijn vraag gaat nog over de uitspraak van de Minister als het gaat omhandelsgevolgen van vaccinatie. Ik ben echt blij met het antwoord van deMinister, want eigenlijk zegt hij dat als er sprake is van vaccinatie in depluimveehouderij, dit in het buitenland wordt gezien als een vaccinatie-plicht. Dat is mooi, want dit betekent dat als de Minister eenmaal destappen heeft gezet die leiden tot die vaccinatiecampagne, er nationaalovergegaan kan worden tot een vaccinatieplicht, omdat dit geen anderegevolgen heeft voor het buitenland. Ik zou de Minister willen vragen of hijdat op die manier kan bevestigen, want dit zou het draagvlak in de Kamervoor een vaccinatieplicht tegen vogelgriep aanzienlijk vergroten.De voorzitter:Dat waren twee interrupties, meneer Van Campen.Minister Adema:Het begint bij de effecten van vaccinatie an sich. Ongeacht of je vaccinatievrijwillig of verplicht doet, kan het handelseffect er zijn. Dit betekent datwij ervoor moeten zorgen dat we vanuit de pilot die straks opgestartwordt, maatregelen kunnen nemen met de landen die hier moeite meehebben, zodat de handel niet stokt. Dat zou immers een enorm effectkunnen hebben. Dat gezegd hebbende, dat we die zorgvuldige stappenmoeten doorlopen ... En als we dat goed geregeld hebben, dan verwachtik ook dat de vaccinatiebereidheid bij de sector best groot is. Je ziet dat bijblauwtong bijvoorbeeld ook: 95 tot 98%, dat is echt hoog. Maar ik wil welgraag die stappen op die manier zetten; dat moet zorgvuldig gebeuren. Enof er dan nog een vaccinatieplicht nodig is, laten we dat dan op datmoment bezien. We hebben nog tijd, dus laten we werken aan die pilot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30239 Laten we in het overleg met landen kijken in hoeverre we onze productennog over de grens krijgen op het moment dat ze gevaccineerd zijn. Want umoet zich realiseren dat we erg vooroplopen als Nederland, hè. Frankrijkheeft ook gevaccineerd: eenden, maar die zijn voor eigen consumptie endat is echt wat anders. We zijn een exporterend land op dit gebied, dus wemoeten daar zorgvuldige stappen in zetten. Aan de andere kant, op hetmoment dat dat goed geregeld is en de handel door moet gaan, helptdaarbij ook dat er een Europees goedgekeurd vaccin is. Dat is buiten-gewoon belangrijk. Dan kunnen we bekijken – nogmaals, ik verwacht eenhoge vaccinatiebereidheid – of er ingezet moet worden op bijvoorbeeldeen vaccinatieplicht. Dat kunnen we dan altijd nog doen.De heer Van Campen (VVD):Het laat zich ernaar uitzien dat de volgende Minister veel en vaak enslagvaardig in Brussel te vinden zal zijn, dus laten we hem of haar ... Wehebben het inmiddels bevestigd gekregen: «zij» en «haar». Dus laten wehaar inderdaad verzoeken om ook dit punt mee te nemen. Ik zou in iedergeval deze Minister willen meegeven in de laatste dagen dat hij dit mooieambt nog mag bekleden om stappen te zetten waarbij gelijktijdig devaccinatieplicht wordt voorbereid. Dat zal ik in ieder geval de volgendeMinister meegeven.Minister Adema:Ik heb de boodschap begrepen. Ik heb mijn zolen inmiddels bij deschoenmaker gebracht, kan ik de heer Van Campen zeggen. Want ik moest«mijn zolen slijten in Brussel». Nou, die zijn inmiddels versleten en ze zijndeze week bij de schoenmaker, dus ... Ja, zo is het.Mevrouw Beckerman (SP):Nog even over het ruimen, of opruimen, van wilde dieren die besmet zijngeraakt met in dit geval vogelgriep. Dat is echt vrij cruciaal in veelgevallen, hè. Dat kan extra besmettingen voorkomen onder wilde dieren.Het kan voorkomen dat er zoönose-uitbraken bij pluimveehouders zijn.Het kan beschermend zijn voor de volksgezondheid. En tegelijkertijd is ditop dit moment nog steeds erg van het toeval afhankelijk. De Ministerantwoordde op mijn vraag vooral over terreinbeherende organisaties,maar ik wilde eigenlijk vooral ook een antwoord over de dierenhulpver-leners. Dat telefoonnummer is er nu. Stel, ik bel; ik heb zo’n dode vogelgevonden. Dan krijg ik optie 4, waar ze zeggen: bel een dierenambulance.Maar precies die dierenambulances, waar mijn vraag over ging, waaromworden die niet structureel vergoed? Ze kregen met die eenmaligeregeling nu ongeveer 10% vergoed. Kunnen we dit niet structureelmaken?De voorzitter:Excellentie?Minister Adema:Dat structureel maken, is echt aan het volgende kabinet, want dat heeftfinanciële consequenties. Aan de andere kant moeten we ons realiserendat wij in 2022 – dacht ik, terugredenerend – vaker over dit probleemhebben gesproken in dit debat. We hebben toen in 2022 € 50.000 terbeschikking gesteld voor de dierenambulances. Vorig jaar hebben we datopgeplust naar € 100.000 voor de dierenambulances. We hebben ookpositieve reacties gehad over die bijdragen die we hebben geleverd. Hoedat in de toekomst gaat, moeten we bezien. Als een volgend kabinet zalzeggen «wij willen dat dit structureel gefinancierd wordt», dan moeten weons ook realiseren dat het niet elk jaar voor hoeft te komen dat ervogelgriep is. Dus structureel financieren is in die zin wel een hele lastige.Dan moet je tot structurele afspraken komen over dat wanneer er eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30240 pandemie of een uitbraak is, die financiering ook geregeld is. Alleen, dat isecht aan een volgend kabinet.Mevrouw Beckerman (SP):Met de angst dat ik mij de toorn van mevrouw Bromet op de hals haal ...Kijk, het Diergezondheidsfonds werkt, geloof ik, ook op die manier: dusdaar wordt elke keer geld in gestopt, maar op het moment dat er eenuitbraak is, wordt er geld vrijgemaakt. Wij denken eigenlijk aan eenzelfdesoort voorziening. En ik begrijp heel goed dat deze Minister daar geenbeslissing meer over kan nemen, maar is dat nou niet het onderzoekenwaard? Het gaat er dan om dat je het op dezelfde manier inregelt, dus dathet geld klaarstaat. Het valt eigenlijk ook een beetje onder pandemischeparaatheid, dat je juist voor dierenhulporganisaties, dierenambulancesmaar ook wildopvang zulk soort maatregelen klaar hebt staan.De voorzitter:Twee interrupties voor meneer de Minister.Minister Adema:Kijk ... Ten eerste, ik kan dit natuurlijk niet toezeggen, omdat dit echt voormijn opvolger is. Het kan natuurlijk ook niet zo zijn dat we met dedierenambulances afspreken dat wij net zoals het Diergezondheidsfondsook een dierenambulancefonds hebben, waarbij dierenambulances geldinleggen en wij geld inleggen. Als dat de bedoeling is, dan denk ik datveel dierenambulances het gevoel hebben vooruit te boeren. Als je kijktnaar het Diergezondheidsfonds: daar legt de sector een heel groot bedragin, en wij maar een heel beperkt bedrag. Dus dat is niet een model dathierbij gaat werken, denk ik. Maar ik zeg mevrouw Beckerman toe dat ikhet probleem van de dierenambulances in ieder geval op tafel leg bij mijnopvolger. Die moet kijken of het noodzakelijk is, en wat er noodzakelijk isom structurele oplossingen te realiseren.De voorzitter:Waarvan akte. De geachte afgevaardigde Pierik.De heer Pierik (BBB):Ja, dank u wel, voorzitter. Toch nog even een paar aanvullende vragen opde vragen die collega Van Campen heeft gesteld. Ik ben eigenlijk heel blijmet de antwoorden van de Minister als het gaat om die pilot voorvogelgriep bij kippen, want die levert best wel leuke resultaten op. Wegaan kijken of die verplichte inenting nodig is en hoe het zit met handels-belangen en dergelijke. Ik ben erg benieuwd hoe dat uitpakt. Ik beneigenlijk vooral benieuwd of in die pilot ook gebruikgemaakt wordt vaneen markervirus, dus of we door de inenting ook kunnen zien of erdaadwerkelijk antistoffen gemaakt worden door het inenten of dat datmisschien ook bij ziektebesmetting van buitenaf het geval kan zijn.Minister Adema:Heel specifiek kan ik deze vraag niet beantwoorden. Ik weet natuurlijk dater controlegroepen zijn, dus aan de hand daarvan kun je al iets zeggen.Het antwoord is ja.De voorzitter:Klaar is Kees. Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Even een technische vraag: hoeveel interrupties heb ik nog?De voorzitter:Nog twee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30241 Kamerlid Kostic´ (PvdD):Oké. Ik wil toch even de Minister erop wijzen dat hij nu doet alsof we ergisteren achter zijn gekomen dat de intensieve veehouderij een grootrisico is. Dat weten we al twintig jaar. Het rapport-Bekedam, een van demeest recente, is in 2021 gepubliceerd. Sindsdien is er eigenlijk niets meergebeurd om die intensieve veehouderij te stoppen dan die onderzoekeninzetten. Nu liggen er inderdaad sinds januari verschillende rapporten,waarvan sinds januari het kabinet heeft gezegd: we zijn bezig het tebestuderen. En nu zegt de Minister: we laten het even aan het nieuwekabinet over wat daarmee te doen. Dus mijn vraag aan de Minister: watheeft-ie al die tijd dan gedaan; waarom heeft hij niet in die tussentijd sindsjanuari een besluit genomen of iets voorgesteld?De voorzitter:Meneer de Minister.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Eh ... Ja, oké.De voorzitter:Ik heb u gered, want anders was u uw interrupties kwijt geweest.Minister Adema:Tja, ik vind deze reactie van het lid Kostic´ veel te kort door de bocht. Ja,echt véél te kort door de bocht. Het is ook niet een weergave van wat ikheb gezegd. Ik heb gezegd dat we nog een impactanalyse uitvoeren op ditmoment. U zegt «we hebben rapporten klaarliggen en we doen daarverder niets mee», maar dat klopt gewoon niet. Dat klopt niet. Er is eenteam bezig om dit voor elkaar te krijgen. Ik heb ook gezegd dat er eengoede grondslag moet zijn voor wetgeving. Als we wetgeving gaaninstellen die structurerend werkt, die ruimtelijk structurerend werkt,waarbij we een instrumentenpakket neerleggen bij de provincies – wantdaar komt het op neer – dan moet die ook deugdelijk zijn. Het moetonderbouwd zijn, de grondslag moet deugdelijk zijn. En daar hebben weook een deugdelijke onderbouwing voor nodig; een wetenschappelijkeonderbouwing. Daar werken we hard aan. En die impactanalyse: wemoeten ook kijken naar de effecten van maatregelen en naar de proportio-naliteit van maatregelen. Dat hebben we in een ordentelijk wetgevings-traject gewoon mee te nemen, en dat doen we hier. Dat betekent dat wevanaf begin volgend jaar dat wetgevingstraject in gang kunnen zetten,met de gegevens die we hebben. Dat is niet stilzitten, dat is nietachterover hangen, dat is echt maatregelen nemen. Die maatregelenkomen eraan, via wetgeving, maar we moeten het wel op een ordentelijkemanier doen. U maakt een beetje een karikatuur van de manier waaroponze mensen op het ministerie omgaan met rapporten, en een rapport inde la leggen want «dan zijn we daar weer even vanaf». Want dat is hetbeeld dat u oproept. Het is geenszins waar. Het tegendeel is waar: hierwordt gewoon hard aan gewerkt. Maar we moeten ook wel zorgen dat wijhet op een deugdelijke manier doen.De voorzitter:Het lid Kostic´, uw laatste interruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nu worden Kamerleden weer woorden in de mond gelegd die hiergewoon niet zijn uitgesproken. Ik heb alle vertrouwen in de ambtenaren,alleen, de geschiedenis laat dit zien, kabinet na kabinet. De Ministervertegenwoordigt het Rijk en de kabinetten, ook uit het verleden. Het isniet persoonlijk, maar de geschiedenis laat zien dat we al jaren weten watde problemen zijn met de intensieve veehouderij, maar dat er geen actieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30242 wordt ondernomen. Ik kan nu alleen maar concluderen dat de Ministernog steeds bevestigt dat er geen concrete acties worden ondernomen omde intensieve veehouderij te stoppen.De voorzitter:Uw laatste interruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mijn laatste interruptie dan. In ieder geval had dit kabinet het streven naareen verbod op nieuwe vestiging van intensieve veehouderij in waterrijkegebieden. Mijn vraag aan de Minister is: wat zijn de risico’s, als hetnieuwe kabinet daar een streep door zet?De voorzitter:Dat persoonlijke feit was geen persoonlijk feit, maar dit was wel uwlaatste interruptie. Meneer de Minister.Minister Adema:Allereerst waardeer ik het zeer dat het lid Kostic´ ook vertrouwen uitspreektin onze ambtelijke organisatie. Waarvan akte. Ik breng dat graag over naarmijn collega’s op het ministerie.Ik vind dit wel een beetje moeilijk. U zegt dat er een streep door wordtgezet. Dat weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat deze maatregelen vanbelang zijn. We nemen ze niet voor niks. Op het moment dat je deverspreiding van vogelgriep wil beperken, of uitbraken wil beperken, zul jewat moeten doen aan de structuur in waterrijke en in pluimveedichtegebieden. We hebben dat steeds gekoppeld aan het NPLG, als eenmeekoppelopgave, zodat we integraal kijken naar wat er nodig is inbepaalde gebieden. Dat is de inzet van dit kabinet. Het was niet eenstreven, maar het was echt de inzet. Wij wilden dit gewoon. Ik vind hetook belangrijk dat deze maatregelen genomen blijven worden. We zullenecht stappen moeten zetten om dit soort uitbraken zo veel mogelijk tevoorkomen. Daar horen deze wat mij betreft bij. Dit zijn precies dielangetermijnzaken die moeten gebeuren om ook op langere termijnervoor te zorgen dat die uitbraken worden voorkomen.De voorzitter:Dan gaan we naar blokje twee: het blauwtongvirus.Minister Adema:Ja, mijnheer de voorzitter, blauwtong. Meerdere leden hebben gevraagdwat we eraan gaan doen om een gestructureerde uitrol van het vaccinmogelijk te maken. Inmiddels zijn de drie vaccins goedgekeurd. Er zijn5,5 miljoen vaccins op de markt. Er wordt heel hard geënt op dit moment,en dat gaat goed. U mag best weten dat ik zorgen had over de capaciteitin de markt om die entingen te kunnen realiseren. We hebben daarovernauw contact gehad met de veeartsen, maar bijvoorbeeld ook met deFaculteit Diergeneeskunde. We hebben gekeken of er ook gepensioneerdeveeartsen zijn die aan de slag kunnen. Er is een platform opgericht waarmensen zich kunnen melden, ook bijvoorbeeld studenten; die vraag kwamook voorbij.Ik moet zeggen dat de uitrol van het blauwtongvaccin op een uitermateefficiënte manier verloopt. Daar hoeven wij verder niks aan te doen. Datblijkt ook wel, want er zijn op dit moment nog geen uitbraken. Datbetekent al dat het effect er is. Het kan zijn dat er morgen wel een uitbraakis of iets dergelijks. Dat zou best kunnen voorkomen. We haddenbijvoorbeeld één schaap dat al ziekteverschijnselen had en dat niet wasgeënt. Die had het ook inderdaad. Maar ik vind dat deze uitrol goed lukt.Het is ook een uitrol die hoort in de markt. Het is niet nodig om dat nogTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30243 verder aan te jagen en daar een structuur omheen te bouwen, want datloopt heel goed.Mevrouw Podt vroeg of we niet moeten werken aan een vaccinatieplichtvoor blauwtong. De vaccinatiebereidheid is buitengewoon groot. Er is indit geval ook geen risico van overdracht op mensen. Het is echt eendierziekte, waarbij het risico voor de sector zelf is. Het loopt gewoon heelerg goed, dat zei ik ook al in de eerste beantwoording. Dat heeft in ditgeval ook alles te maken met de kosten en de baten.Dan de vraag van de heer Van Campen over de vaccinatie van runderen.Ja, er worden inmiddels al veel runderen gevaccineerd. Dat loopt al. Datheeft alles te maken met die 5,5, miljoen vaccins die er zijn. We hebben830.000 schapen, dus dan kun je heel snel naar de runderen toe. Dat geldtook voor de prijs van de vaccins. Er zijn drie vaccins op de markt. Datbetekent dat er een hele goede concurrentie is en dat die prijzen conformde prijzen zijn zoals in 2006 en 2008. Als je een klein beetje inflatiecor-rectie meerekent, zijn die prijzen redelijk conform die periode.Ik heb het al gehad over een vaccinatieplicht en de capaciteit vandierenartsen. De vraag van mevrouw Beckerman is: hoelang bieden dedrie vaccins bescherming? De bijsluiters van de vaccins geven aan dat erjaarlijks moet worden geënt.Dan de schade voor boeren. Ik ben natuurlijk op bezoek geweest bijbedrijven. Het is een vreselijk gezicht als je het meemaakt. Het is eenvreselijk gezicht als je als boer wordt geconfronteerd met blauwtong. Totnu toe stonden we er machteloos bij. Gelukkig kunnen we nu vaccineren.Maar de schade was er natuurlijk. De schade was groot. Zo’n 50.000schapen zijn omgekomen door het blauwtongvirus. Dat heeft een enormeffect op die schapen, maar ook op de houders, op gezinnen. Ik hebgeëmotioneerde boeren gesproken. Ook als je het zelf zag ... Het was echtverschrikkelijk. Maar het is en blijft wel een niet-bestrijdingsplichtigeziekte vanuit de overheid. Dat is anders dan bij vogelgriep bijvoorbeeld.Het is aan de sector zelf om dit te doen. Als je kijkt naar de totale schade ...Ja, elk schaap is er één te veel. Er zijn natuurlijk ook houders geweest diemisschien tientallen schapen verloren hebben. Dan zeg je niet koud «datis nou eenmaal een bedrijfsrisico», want je voelt daar ook iets bij. Maar deeerlijkheid gebiedt te zeggen dat het wel een beetje zo is. Ik heb met deschapensector gesproken. We hebben gezegd: als er dit jaar geen vaccinzou zijn, als dat zou leiden tot een enorme mortaliteit onder schapen alsgevolg van blauwtong, als dat ertoe zou leiden dat er nog veel grotereaantallen zouden overlijden, dan zouden we daar weer naar kijken. Maargelukkig hebben we nu het vaccin. Alles is gericht op het vaccin. Wat mijbetreft gaan we die schade op dit moment niet vergoeden.We hebben het al even over het bedrijfsrisico gehad. Dan de heer Graus.Zijn vraag ging over het onderzoek naar blauwtong: zijn alle factorenonderzocht? De NVWA heeft een traceringsonderzoek gedaan naar deuitbraak in september. Het WBVR heeft het virus onderzocht en de stamvergeleken met bekende virusstammen van blauwtong type 3 en er isgeen overeenkomst gevonden. Het is dus ook niet vast te stellen waar hetvirus vandaan komt. Er is ook gekeken naar de knutten zelf. Daar is ookonderzoek naar gedaan. Maar het is niet te achterhalen waar het vandaankomt. Stel dat je kijkt naar bijvoorbeeld de Italiaanse situatie, naar hetafval. Ja, op twee plekken in Italië is het blauwtongvirus aangetroffen,maar dat was een ander type blauwtongvirus. Het kan dus niet zo zijn datdit blauwtongvirus daarvandaan komt. Het is echt anders. Dat virus isgevonden op Sicilië en Sardinië. Het blauwtongvirus type 3 is ook nooitop het vasteland aangetoond. Maar het is dus ook een andere variant.Materieresistentie en overmatig vaccineren: klopt dat en hoe gaan we hetregistreren, monitoren en voorkomen? Dat was ook een vraag van de heerGraus. Met vaccinatie wordt voorkomen dat dieren ziek worden als ze methet virus in aanraking komen. We doen het al heel lang. In 2008 is ookblauwtong gevaccineerd. Op die manier is dat toen ook met heel goedTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30244 gevolg bestreden. Er zijn geen aanwijzingen dat virussen resistent wordentegen het vaccin. Het kan wel zo zijn er dat door mutatie andere virusvari-anten ontstaan, maar dat is een andere situatie. Mocht er een mutatiegaan ontstaan, dan zullen fabrikanten het vaccin daarop aanpassen.Over de kosten hebben we het al gehad. Die zijn marktconform.Dan nog de vraag van mevrouw Beckerman. Zij had een vraag gesteldover de monitoring van de effecten van de vaccins. Die monitoring doenwe op dit moment niet. Dat wordt althans niet door mij gedaan. Dieren-artsen die bijvoorbeeld bepaalde bijwerkingen zien bij vaccins – dat zoukunnen – moeten dat melden bij Bureau Diergeneesmiddelen. Dat moetenzij bijvoorbeeld ook doen als er gebrek aan werkzaamheid is of bijdergelijke zaken. Op dit moment is dat niet aan de orde. Als het vaccin detoelatingsprocedure ingaat, moet de effectieve werkzaamheid van de stofworden aangetoond door de farmaceut. Dat is eigenlijk wat er gebeurt.Dat was het blauwtongvaccin, meneer de voorzitter.De voorzitter:We moeten trouwens wel de turbo’s gaan aanzetten, anders gaat detweede termijn van de Kamer eraan. Mevrouw Beckerman, was u eerst?Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb eigenlijk een hele korte vraag. Ik wilde geen twijfel zaaien over dewerkzaamheid van het vaccin. Mijn vraag was meer: monitoren we ook devoortgang van hoeveel er gevaccineerd is? Het is daarbij natuurlijk welinteressant om te weten hoe effectief het is. Maar eigenlijk ging mijnvraag over hoeveel en hoe snel er wordt gevaccineerd.Minister Adema:Ik heb net iets gezegd over de vaccinatiebereidheid. Die is boven de 95%.De voortgang gaat ontzettend goed. Het aantal vaccins dat beschikbaar is,is goed. Het is echt aan de markt om dit verder op te pakken. Het is nietaan ons om hier een intensieve monitoring op te zetten. Wat dat betreftben ik dat ook niet van plan.De voorzitter:Zijn er nog meer vragen over het blauwtongvirus? Mevrouw Beckerman?Mevrouw Beckerman (SP):Wij hebben alleen een klein puntje van orde. Moeten we een hele tweedetermijn doen of is slechts heropening voor een tweeminutendebat ookgoed? We willen natuurlijk wel die laatste woorden, de extra tekst die isaangekondigd. Dat oudtestamentisch ...De voorzitter:Als de leden zich daarin kunnen vinden, vind ik dat prima, hoor. Alsiemand alleen even een tweeminutendebat aanvraagt, dan laten we deMinister voor de laatste keer even zijn gang gaan. Dat is goed. Danhebben we dat gehad. Mevrouw Bromet, u moet mij nog wel evenwaarnemen, want ik heb hier nog iets over te zeggen. Ik heb namelijk ietsanders gevraagd dan nu werd gezegd. Iedereen was akkoord met uwvoorstel, mevrouw Beckerman.Voorzitter: BrometDe voorzitter:Dan is het woord aan de heer Graus.De heer Graus (PVV):Dit luistert heel nauw. Ik heb het ook opgelezen. Het staat hier letterlijk:zoals bacteriënresistentie kan ontstaan door overmatig gebruik vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30245 antibiotica, kunnen er mogelijk snellere virusmutaties plaatsvinden – ikhad het niet over resistentie, maar ik had het over snellere virusmutaties –door overmatig vaccineren of onjuiste vaccins. Dat beweren weten-schappers namelijk ook. De vraag die ik stelde is of dat klopt.Minister Adema:Dit heb ik niet zo scherp, maar volgens mij is dat niet zo. De vraag was: alsje overmatig vaccineert, betekent dat dan dat het virus sneller gaatmuteren door het vaccineren? Nee, dat is niet aan de orde.Voorzitter: GrausDe voorzitter:Dank u wel, mevrouw Bromet. We gaan weer verder. We moeten toch echtde turbo’s aanzetten, want er komen nog drie blokjes en een lange preekvan deze Minister. We gaan dus vlug verder met Q-koorts.Minister Adema:We gaan snel verder. Dan de vragen over het bedrijf in Brakel. Ik heb daarook richting de Kamer iets over gezegd. Het bedrijf heeft nog steeds debesmettingsstatus en alle dieren worden op korte termijn afgevoerd naarde slacht. Dat is de actuele stand van zaken. Voor de rest kan ik hier weleen hele verhandeling over gaan houden, maar dat is de actuele situatiebij het bedrijf in Brakel.Dan een belangrijk punt, dat mevrouw Podt ook aansneed: hoe kun je nouspreken van een incident met betrekking tot Q-koorts als in de praktijkblijkt dat het bij negen van de tien inspecties fout zit? Ik snap die vraagheel goed. Het is niet zo dat er bij negen van de tien bedrijven nietgevaccineerd is. Dat is het grote verschil. Het is misschien te laat gemeldof niet geregistreerd. Vaak klopt er iets niet in de administratie, maar dedieren blijken dan wel gevaccineerd te zijn. Dat is het onderscheid. Maargoed, ook een administratieve fout, een administratieve omissie,registreert de NVWA natuurlijk wel als een fout. Dat is de reden.Overigens is het ook nog wel belangrijk om te melden dat we tweesoorten vaccinaties hebben als het gaat om Q-koorts. We hebbennatuurlijk de professionele bedrijven; dan gaat het bijvoorbeeld om die50 geiten. Maar we hebben ook de publieksgerichte bedrijven enorganisaties. Daarvoor geldt een vaccinatieplicht van 100% en daarcontroleert de NVWA op. De NVWA geeft daar ook voorlichting over zodater bij instanties zoals kinderdagverblijven en kinderboerderijen 100%gevaccineerd wordt. Daar ziet de NVWA ook specifiek op toe. Dat is ergbelangrijk, want daar gaat het juist over het contact tussen mensen endieren.Dan iets over de naleving. Q-koorts heeft natuurlijk een enorme impact.Daarom is de naleving van het allergrootste belang. Jaarlijks krijgen alleschapen- en geitenhouders een bericht van de NVWA over de actuelestand van zaken, de maatregelen die genomen moeten worden en degeldende regelgeving. Ik heb de NVWA gevraagd dat te blijven conti-nueren. Dat is buitengewoon belangrijk. Natuurlijk zullen de resultatenvan deze casus in Brakel ook weer gebruikt worden om eventuele nieuwehandhavingsinstructies aan de mensen van de NVWA mee te geven, zodathet toezicht op de naleving ook geïntensiveerd wordt.Dat was Q-koorts, meneer de voorzitter.De voorzitter:Dan gaan we naar blokje vier, over de zoönosen.Minister Adema:Dan kom ik uit bij zoönosen en diergezondheid. Dat gaat dan bijvoorbeeldover de structuur van de veehouderij. Meneer Holman heeft daar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30246 vraag over gesteld. Ik heb een aantal maatregelen aangekondigd die gaanover het verbeteren van de structuur van de veehouderij in het licht vanzoönosen. Dat zijn veterinaire maatregelen. Het gaat over nieuwevestigingen van pluimveebedrijven, de uitbreiding van pluimveebedrijvenen dat soort zaken. Over verdere structuurmaatregelen, die bijvoorbeeldbetrekking hebben op de intensieve veehouderij in zijn algemeenheid,hebben we andere discussies. Daar gaat het hier niet over. Ik heb algezegd dat er een impactanalyse wordt uitgevoerd enzovoorts. Ik denk datik dat niet verder hoef toe te lichten. De structuurmaatregelen wordenstraks dus ook ingevoerd. Mijn opvolger gaat dat straks in wetgeving naarde Kamer brengen.Dan de monitoring. De vraag van de heer Holman betreft met name devarkenshouderij. In Nederland voert Royal GD, de gezondheidsdienst, debasismonitoring uit. Dat gebeurt al jarenlang. Het is heel breed en het iszeer efficiënt. We doen het al twintig jaar op die manier. Dat gebeurtbijvoorbeeld op basis van klinische symptomen, contact met dierenartsen,monstername, pathologie, bloedonderzoek en dat soort zaken. Op diemanier worden mogelijke veranderingen in de gezondheid van delandbouwhuisdieren vroegtijdig gesignaleerd. Na advies van experts hebik in de afgelopen periode de monitoring van influenzavirussen in devarkenshouderij versterkt. Dat vraagt de heer Holman en dat is dus ookgebeurd in de afgelopen periode.Dan heb ik de vraag van de heer Van Campen over de bioveiligheid. Dat isvan groot belang. In het intensiveringsplan betreffende de vogelgriepstaat ook iets over de bioveiligheid. We willen een verplichting opleggenom de bioveiligheid te versterken. Dat is ook een belangrijke basis omuitbraken te voorkomen. Deze verplichting zou 1 januari 2025 van krachtworden.Dat was het een-na-laatste blokje, meneer de voorzitter.De voorzitter:Dan gaan we naar het blokje overig.Minister Adema:Een paar kleine dingen.De heer Van Campen stelde een vraag over de kwetsbaarheid inzake hetplafondbedrag voor het Diergezondheidsfonds. Het plafondbedrag isgebaseerd op het model dat is aangeleverd door de WUR, maar tweeeffecten zijn daarin niet meegenomen: de aanpassing van het beleid tenaanzien van preventief ruimen en het vaccineren. Op basis van deaanpassing van het beleid ten aanzien van preventief ruimen acht ik hetverantwoord om een correctie toe te passen op de berekening van deWUR tot 35%. Dat er mogelijk gevaccineerd gaat worden en dat dit ookeffect heeft, heb ik in deze berekening nog niet meegenomen. We moeteneerst de vaccinatie afwachten, maar die zal straks ongetwijfeld totaanpassingen leiden.Dan nog een hele mooie: welk plan heeft de Minister om de ziektes IBR enBVD uit te bannen? Nou, ik hoop dat het ons lukt. Ik heb daar net, in hetbegin, iets over gezegd. Het is wel heel goed dat de sector de ambitieheeft om IBR en BVD uit te roeien. Een goede gezondheid is een belangrijkelement voor een goed dierenwelzijn, en daar gaat het hier zeker over. Hetpast ook heel goed binnen de verduurzaming van de veehouderij. In dezuivelkolom, in de zuivelsector, worden deze ziekten privaat al enkelejaren succesvol bestreden, zoals de heer Holman ongetwijfeld zal weten.De sector heeft verzocht om nationale regelgeving op dit gebied, zodatook andere rundveehouders tot de bestrijding daarvan overgaan. Ik werkdus aan regelgeving voor de bestrijding van IBR. Ik heb toegezegd die ookvoor BVD voor te bereiden. De regelgeving voor IBR is inhoudelijk gereeden zal deze zomer ter consultatie worden voorgelegd. Daarna wordt dieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30247 voor de BVD verder voorbereid. Het is dan wel aan mijn opvolger omdaarmee verder te gaan.Dat was mijn laatste vraag, meneer de voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer de Minister. Meneer Holman.De heer Holman (NSC):Dank voor het antwoord van de Minister. Ik ben blij te horen dat actiewordt ondernomen, maar Nederland kan vrij snel gecertificeerd BVD-vrijworden. Elke melkveehouder kan ... Stel, een van de beesten heeft het eenjaar. Als je de dragers opruimt, kun je in principe vrij worden van BVD. Defrustratie in de sector is, denk ik, dat de zuivel die vrijwillig het initiatiefneemt, het laatste zetje niet kan geven. We zullen dus echt het besluitmoeten nemen dat we vrij willen worden van BVD, daarbij moeteninzetten op bijvoorbeeld 1 januari 2026 en daar een programma opmoeten richten. Mijn vraag aan de Minister, en misschien ook wel aan devolgende Minister, is dus: als we het werkelijk willen, kunnen we deambitie dan waarmaken, daar een datum voor vaststellen en daarop eenprogramma richten, zodat we in Nederland op die datum in elk gevalBVD-vrij zijn en op zo kort mogelijk termijn ook IBR-vrij zijn?Minister Adema:Ik ben het zeer eens met de heer Holman. Ik begrijp ook de frustratie vande zuivelsector, maar het is wel aan mijn opvolger om een tijdpad tebepalen. Dat kan ik niet. Ik wil wel toezeggen dat mijn opvolger zo snelmogelijk met de zuivelsector in gesprek gaat om zo snel mogelijk totmaatregelen te komen.De heer Holman (NSC):Dank u wel voor dit antwoord. Wij zullen overwegen om in het tweeminu-tendebat een motie hierover in te dienen, opdat uw opvolger wordtverzocht dit op te pakken.De voorzitter:Dat moet u dadelijk, in de tweede termijn, even officieel opnieuw doen,meneer Holman. Dan mag u het tweeminutendebat aankondigen, en danstoppen we er meteen mee. De preek.Minister Adema:Ik heb nog een korte opmerking. We hebben het net gehad overblauwtong. Gisteren is een geval van blauwtong geconstateerd. Dit isactueel nieuws. Het gaat om een groep van 34 schapen, waarvan 1 schaapblauwtongverschijnselen heeft. Ik heb er net ook iets over gezegd, maar ikzal het even wat duidelijker maken voordat in het nieuws komt dat er weerblauwtong is. Dan kent u de achtergrond. Dit was al een ziek dier. Toen deinentingen plaatsvonden, was dit dier al ziek, en zieke dieren worden nietgeënt. Dat is de reden dat dit dier blauwtongverschijnselen heeft. Maar derest van het koppel is wel geënt en vertoont geen verschijnselen vanblauwtong.De voorzitter:Dank u wel. Dan mag de Minister beginnen aan zijn laatste preek.Minister Adema:Ja, meneer de voorzitter. Er werden al wat woorden gesproken. Ik spreekhierbij de verwachting uit dat we het tweeminutendebat niet meer metelkaar gaan meemaken. Er zijn al wat woorden gezegd, ook door de heerHolman, over deze commissie. Ik wou toch een paar woorden tot urichten, want met dit debat sluiten we eigenlijk de periode van dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30248 bewindspersoon af. Indertijd ben ik in deze functie gestapt. Ik heb dat nietgedaan omdat ik dat zo graag wilde, integendeel, maar omdat de noodhoog was en de partij een beroep op mij deed.Voorzitter. Ik vraag u overigens om in dit laatste debat ook een persoon-lijke noot te mogen neerleggen. Ik ben al mijn hele leven lid van deChristenUnie, omdat ik ook zelf wil leven en werken vanuit de Bijbelsenoties waarop de partij zich baseert. Ik hou van de club. Ik voel me thuisbij het gedachtegoed van deze partij. Ik kan me ook niet voorstellen dat ikpolitiek actief zou worden bij een andere partij.De ChristenUnie kent haar basis namelijk in het werk en het denken vanAugustinus en Groen van Prinsterer. Vooral die laatste heeft mij geïnspi-reerd bij de keuze die ik destijds heb gemaakt, bij een keuze die gaat overgeloof en verantwoordelijkheid. Ik citeer hem: «Laat ons, met het oog naarHem, die wijsheid en kracht geeft, op de breedte van Zijn weldaden achtgeven en op de omvang van onze verantwoordelijkheid bedacht zijn.» Dietekst heeft daar voor mij dus een rol in gespeeld.U als volksvertegenwoordigers en ik als Minister dragen een groteverantwoordelijkheid. Vanuit dat besef hebben wij debatten met elkaargevoerd, ieder vanuit eigen achtergrond en ideologie. Wij hebben keuzesgemaakt en verschillen proberen te overbruggen. Het waren hele goede,inhoudelijke debatten. Wat mij daarbij in het bijzonder opviel, is de goedeonderlinge toon. Laat ik het zo zeggen: uitermate scherp op de inhoud,maar warm in de relatie. Zo heb ik deze commissie leren kennen, over hetalgemeen met respect voor elkaar. Dat heb ik ook persoonlijk zo ervaren.Ongelofelijk dank daarvoor. Ik hoop van harte en vertrouw erop dat deverhoudingen zo zullen blijven, ook met een nieuwe Minister en Staatsse-cretaris. Die gun ik dat ook.Meneer de voorzitter. Het zijn lastige tijden. Er is polarisatie. Er is afkeervan politiek. Heel vaak kan ik een heel end meegaan in de zorgen die erleven in de samenleving, van boeren en vissers die wanhopig zijn of dewanhoop nabij zijn en het gevoel hebben er niet meer te mogen zijn. Hetis belangrijk dat we bij al het beleid en alle debatten daarover hen steedsvoor ogen houden. We moeten ook het belang van dierenwelzijn, onzeleefomgeving en onze natuur voor ogen houden. We hebben het vaakover modellen, spreadsheets en doelbereik, maar het gaat uiteindelijk ommensen, gezinnen, families en gemeenschappen. Ik wens u toe dat u dat,ook in de komende tijd, met de keuzes die gemaakt moeten worden,steeds voor ogen houdt. Ik wens u toe dat het goede, scherpe debat, derespectvolle omgangsvormen en de juiste toon waarop u met elkaaromgaat een voorbeeld mag zijn voor de toonzetting in de samenleving. Uheeft daarin een hele mooie en unieke positie.De samenleving zijn we zelf. Wij bepalen de toon, de omgangsvormen enhet samenleven. Laat uw werk een inspiratie mogen zijn voor velen in desamenleving om het goede te doen. Daarom sluit ik heel graag af metwoorden van Augustinus, die leefde van 354 tot 430 na Christus. Ik citeer:«Het zijn slechte tijden. Het zijn moeilijke tijden. Dat zeggen de mensentenminste. Laten we liever goed leven. Dan worden de tijden vanzelfgoed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.»Het ga u goed!(Geroffel op de bankjes)De voorzitter:Dank u wel, meneer de Minister. We zijn er allemaal getuige van geweesttoen het landbouwdossier zich op een dieptepunt begaf. Ga maar eenseen bewindspersoon vinden die dat wil oppakken, nadat diverse mensenhet min of meer heel zwaar hebben gehad op dat dossier. U hebt datgedaan, vol geloof en overgave. Daar willen we u allemaal heel hartelijkvoor bedanken. U hebt ook altijd eerlijk gezegd: dit kan ik beloven en datkan ik niet beloven. En als u zei «dat kan ik niet beloven», dan deed u datTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30249 ook niet. U bent altijd heel eerlijk en oprecht geweest. Ik wens u namensde hele commissie letterlijk een behouden vaart. Dat geldt ook voor uwvrouw. Ik denk namelijk dat u nog veel gaat varen samen. Geniet ervan!Hopelijk ooit tot ziens. Dank u wel, meneer de Minister.Daarmee zijn we ook gekomen ... O, sorry, nog even. Meneer Holman wileen tweeminutendebat aanvragen. Klopt dat? Of wil mevrouw Podt datdoen?Mevrouw Podt (D66):Ja, ik wil op zich wel een tweeminutendebat aanvragen.De voorzitter:Prima. Dat is dan bij dezen gebeurd. Dat verzoek wordt doorgeleid naar deGriffie plenair. Dat gaan we doen. Dank u wel voor uw collegialiteit,meneer Holman. Zijn er verder nog op- of aanmerkingen of nabranders?Wilt u nog wat zeggen? Dat kan zeker, meneer Van Campen.De heer Van Campen (VVD):Voorzitter, ik heb verzuimd te benoemen dat ik vanavond ook hebgesproken namens mevrouw Vedder van het CDA.De voorzitter:Dan hebt u heel wat goed te maken, als u daar nu pas mee komt.De heer Van Campen (VVD):Dat is het leven, voorzitter.De voorzitter:Precies. Tegen mevrouw Beckerman zeg ik dat de toezegging over dedierenambulances door de Minister niet schriftelijk is. Die toezeggingwordt overgedragen aan de nieuwe Minister. Dat houden we allemaal inde gaten, maar we hebben dit niet echt als een toezegging genoteerd,omdat deze niet op schrift komt.Mevrouw Beckerman (SP):Dan wordt het een motie.De voorzitter:Dan dank ik de mensen op de publieke tribune. Er zit trouwens eendierenarts linksachter, zie ik nu. Die kan mogelijk meehelpen metvaccineren, als meneer Pierik het goedvindt. In ieder geval wens ikiedereen een gezegende avond, ook de mensen die thuis hebben gekekenof geluisterd via het digitale kanaal, en onze trouwe Kamerbode, de DienstVerslag en Redactie en beide Ministers en hun teams. Minister, dank aanuw team en aan uw PA. Die moet ik niet vergeten: uw PA. Die heeft heelveel voor ons betekend. Ook alle leden van de Tweede Kamer derStaten-Generaal en onze griffier: allemaal een hele gezegende avond.Sluiting 21.02 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 30250
Gerelateerde bronnen
- Zoönosen en dierziekten
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 13 juni 2024, over Zoönosen en dierziekten
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.