KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken Villa ExpertCare (II)

10 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 686b4906082d3a9c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 170GehandicaptenbeleidNr. 399 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 april 2026Zoals toegezegd in het debat van 2 april jl. over Villa ExpertCare (VEC)informeer ik uw Kamer hierbij over de actuele stand van zaken. In dezebrief ga ik achtereenvolgens in op (1) de uitkomsten van het overleg dat ikop 8 april jl. met alle betrokken partijen heb gevoerd, (2) het borgen vande kwaliteit van zorg en de lange termijn oplossingen en (3) de continu-ïteit van zorg. De tijdens het debat aangenomen moties en gedanetoezeggingen zijn in de brief verwerkt.1. Uitkomsten overleg 8 april Op 8 april heb ik, samen met vertegenwoordigers van de NederlandseZorgautoriteit (NZa), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ),zorgverzekeraars CZ en Zilveren Kruis, het bestuur van VEC en decliëntenraad gesproken over de situatie bij VEC en mogelijke oplossings-richtingen. Aanleiding waren mijn grote zorgen over de continuïteit enkwaliteit van zorg voor de kinderen die afhankelijk zijn van VEC. In ditoverleg heb ik erop gestuurd om snel tot een gedeeld en eensluidendbeeld te komen tussen alle partijen én om concrete afspraken te makendie de continuïteit van zorg aan deze kinderen daadwerkelijk borgen.Dat heeft ertoe geleid dat op meerdere cruciale punten belangrijkevooruitgang is geboekt. Zo is afgesproken dat er meer regie en transpa-rantie komt in de zorgbemiddeling, dat is het proces voor het vinden vaneen passende plek voor de cliënten. VEC en zorgverzekeraars startengezamenlijk één bel-team dat actief contact opneemt met ouders en perkind inzichtelijk maakt of een passend alternatief beschikbaar is en ook alszodanig wordt ervaren. Hiermee wordt niet alleen de voortgang vanbemiddeling naar een alternatieve plek beter gevolgd, maar worden ookervaringen en behoeften van ouders en kinderen leidend in het proces.Deze informatie wordt gedeeld met NZa, IGJ en VWS, zodat waar nodigtijdig kan worden bijgestuurd. Hiermee geef ik invulling aan de motie vanhet lid Westerveld c.s. (Kamerstuk 24 170, nr. 390). Tegelijkertijd benadruk kst-24170-399ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3991 ik dat veranderingen in de zorgsituatie door het sluiten van VEC onvermij-delijk zijn. De invulling van zorg zal daardoor wellicht anders zijn dan in dehuidige situatie, waarbij wel steeds gekeken moet worden naar watpassend is voor ieder kind.Ook over het behoud van personeel zijn duidelijke afspraken gemaakt omde continuïteit van zorg te waarborgen. Als Minister kan ik niet treden inafspraken tussen werkgever en werknemer, maar ik heb hier in hetoverleg met alle partijen nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. VEC heeftzich gecommitteerd om de bestaande vaststellingsovereenkomsten metmedewerk(st)ers open te breken en deze te verlengen tot ten minste31 december 2026. Medewerk(st)ers beslissen uiteindelijk zelf of zij metdeze aanpassing instemmen. Hiermee is uitvoering gegeven aan de motievan het lid Westerveld c.s. (Kamerstuk 24 170, nr. 391).Ten slotte zijn stappen gezet richting een duurzame oplossing voor detoekomst van de zorg. Het uitgangspunt is dat voor alle kinderen tijdig eenpassend alternatief beschikbaar moet zijn. De zorgbemiddeling wordtdaarom onverminderd voortgezet en waar nodig geïntensiveerd, zodattijdig nieuwe plekken bij andere aanbieders kunnen worden gerealiseerd.Tegelijkertijd wordt onderzocht of (een deel van) de zorg binnen debestaande locaties kan worden voortgezet via een overname door eenandere partij. VEC stelt daartoe samen met zorgverzekeraars en zorgkan-toren een gezamenlijke planning op richting eind 2026, waarbij binnenkortduidelijk moet zijn of een overname haalbaar is. Indien dit niet mogelijkblijkt, wordt vanaf dat moment volledig ingezet op een zorgvuldigvoorbereide overdracht van cliënten naar andere aanbieders, met kwaliteiten veiligheid van zorg als uitgangspunt.Ten aanzien van de vragen van het lid Van Houwelingen over dedoorwerking van stijgende brandstofprijzen in tarieven en contracten, hebik toegezegd dit onderwerp te bespreken met de vervoersbedrijven,zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Daarbij is bevestigd dat het primairaan zorgaanbieders en zorgverzekeraars is om binnen bestaandecontractrelaties afspraken te maken over kostenontwikkelingen. Ik hebdaarin geen rol als Minister, maar heb dit wel bij hen onder de aandachtgebracht.2. Kwaliteit van zorg en lange termijn oplossingen Tijdens het debat is uitgebreid stilgestaan bij de vraag of de zorg al wordtafgeschaald, of er sprake is van risico’s voor de continuïteit en of dekwaliteit van zorg voldoende geborgd blijft. Uit het gesprek van 8 aprilblijkt dat de zorg wordt afgeschaald, onder meer doordat cliënten zijnovergeplaatst en elders zorg ontvangen.De IGJ houdt in deze situatie toezicht op de veiligheid van de zorg diemomenteel wordt geleverd, evenals op mogelijke kwetsbaarheden voorde langere termijn. Daarbij verwacht de IGJ van de bestuurder dat dekwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg voor cliënten, zowel vooraf-gaand aan als gedurende het proces van de voorgenomen sluiting,adequaat worden geborgd.De IGJ heeft tot op heden geen aanleiding gezien voor acuut ingrijpen.Wel blijft de inspectie gedurende het gehele proces van sluiting eneventuele overdracht nauw betrokken. Over de inhoud van lopendtoezicht doet de IGJ in beginsel geen uitspraken. In algemene zin geldt datde IGJ meerdere locaties heeft bezocht en dat haar betrokkenheid nieteindigt bij de publicatie van een rapport. Indien zorgen of verbeterpuntenworden vastgesteld, blijft de IGJ betrokken en zet zij waar nodig inter-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3992 venties in, zoals het vragen om een verbeterplan of het opleggen van eenaanwijzing. De voortgang op het wegnemen van eventuele tekortko-mingen wordt daarbij nauwgezet gevolgd. In deze casus ligt de nadrukvan het toezicht van de IGJ op een zorgvuldige overdracht van de zorg, enniet op het duurzaam verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van zorgdoor deze aanbieder, aangezien de aanbieder voornemens is te stoppen.Meer in algemene zin beschikt de IGJ over een breed palet aan toezicht-en handhavingsinstrumenten om de kwaliteit en veiligheid van zorg teborgen. Afhankelijk van de casus en de ernst van de situatie kan de IGJvariëren van informele interventies tot formele maatregelen1.Tijdens het debat heeft uw Kamer mij gevraagd ook in te gaan op devraag of VEC aansprakelijk kan worden gesteld als er een incident ofcalamiteit zou plaatsvinden. Ik snap de zorgen van de Kamer en alleandere betrokkenen hierover. Betrokken partijen werken er gezamenlijkaan om incidenten te kunnen voorkomen en veiligheid van zorg te kunnenborgen. De vraag wie echter aansprakelijk is voor een dergelijk incident,hangt sterk af van de omstandigheden. Als er sprake is van een calamiteitdie verband houdt met de kwaliteit van zorg, dan is de aanbieder verplichtdit te melden aan de IGJ en dan zal de IGJ daar onderzoek naar doen.Voor de middellange en lange termijn wordt, conform de motie van het lidMaeijer (Kamerstuk 24 170, nr. 394), in overleg met de NZa en branche- enberoepsverenigingen een nadere verkenning uitgevoerd. Deze verkenningheeft tot doel de benodigde vervolgstappen in kaart te brengen voor hetduurzaam borgen van deze specialistische zorg. Daarbij richt ik mij ondermeer op de rol van zorgverzekeraars en zorgkantoren bij het organiserenvan een passend zorgaanbod, de ontwikkeling van passende tarieven,mede in het licht van het lopende kostprijsonderzoek van de NZa, en hetbredere vraagstuk van passende zorg en de aansluiting tussen deverschillende zorgdomeinen. Zo wordt niet alleen gewerkt aan eenoplossing voor de huidige situatie op zo kort mogelijke termijn, maar ookaan duurzame borging van deze zorg in de toekomst. Na de zomer zal uwKamer hierover geïnformeerd worden.3. Continuïteit van zorg Tijdens het debat is gevraagd naar inzicht in vergelijkbare zorgaanbiederswaarbij risico’s bestaan voor de continuïteit, zowel via een toezegging aanals via de motie van het lid Coenradie c.s. (Kamerstuk 24 170, nr. 392). HetMinisterie van VWS, de NZa en IGJ beschikken niet over een lijst vanzorgaanbieders bij wie de continuïteit van zorg in gevaar is. Het toezichtop kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit van zorg is in Nederlandrisicogestuurd ingericht. Toezichthouders wisselen signalen uit binnen dewettelijke taken, waardoor risico’s voor continuïteit van zorg zo veel alsmogelijk tijdig worden gesignaleerd en waar nodig actie wordt onder-nomen. Hiermee wordt de motie van het lid Coenradie c.s. (Kamerstuk24 170, nr. 392) afgedaan.Het continuïteitsbeleid2 functioneert in principe naar behoren. Zorgaan-bieders en zorgverzekeraars/zorgkantoren zijn primair verantwoordelijkvoor de continuïteit van zorg; de NZa houdt toezicht op de zorgplicht ende IGJ op de kwaliteit en veiligheid van de zorg. Als stelselverantwoorde-lijke kan ik partijen aan tafel roepen en op hun verantwoordelijkheid1https://www.igj.nl/documenten/2022/03/17/igj-interventiebeleid2Kamerstukken II 2019/20, 31 016, nr. 288Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3993 wijzen. Deze zogeheten escalatieladder is ook in deze situatie in ganggezet en alle betrokkenen werken intensief samen om tot een oplossing tekomen.Daarnaast heb ik, conform de motie van het lid Coenradie c.s. (Kamerstuk24 170, nr. 393), het gesprek met de NZa opgepakt over de vraag of dehuidige zorgspecifieke concentratie toets bij fusies en overnamesvoldoende waarborgen biedt voor de continuïteit van zorg. De huidigetoets biedt de NZa enkel voor cruciale zorg3 de mogelijkheid om tetoetsen op de continuïteit van zorg en eventueel geen goedkeuring teverlenen. In het lopende wetstraject voor aanscherpingen van dezorgspecifieke fusietoets4 is beoogd om de continuïteitstoets uit tebreiden en te laten gelden voor alle verzekerde zorg vanuit de Zorgverze-keringswet, Wet langdurige zorg en Wet forensische zorg. De NZa heeft bijmij aangegeven dat met de concentratietoets onder meer ex ante, dusvooraf, op de bereikbaarheid van zorg wordt getoetst. Daarbij kan de NZaniet voorkomen dat na concentraties alsnog besluiten worden genomendoor zorgaanbieders die impact hebben op continuïteit van zorg.4. Tot slot De situatie rondom VEC vraagt voortdurende aandacht en zorgvuldighandelen. Voor mij staat voorop dat alle betrokken kinderen tijdigpassende en kwalitatief goede zorg blijven ontvangen.Mijn eerste prioriteit is de continuïteit van zorg voor de cliënten van VEC.Zodra duidelijk is hoe deze continuïteit is geborgd, bijvoorbeeld viaovername en/of overdracht van cliënten, zal ik een onafhankelijkonderzoek laten uitvoeren naar hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan enwelke rol partijen daarin hebben gehad. Ook de rol van B. Braun alseigenaar van VEC wordt hierin meegenomen, waarmee invulling wordtgegeven aan de motie Bikker c.s. (Kamerstuk 24 170, nr. 388).Ik vind het belangrijk dat partijen nu de tijd en ruimte krijgen om tot eenoplossing te komen. Op ambtelijk niveau wordt wekelijks gesproken overde voortgang en ik zal uw Kamer opnieuw informeren zodra er meerduidelijkheid is over een oplossingsrichting of zodra er iets noemens-waardig te melden is. Ik verwacht dit begin mei te kunnen doen.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. Sterk3Kamerstukken II 2011/12, 33 253, nr. 3, p. 8 en de bijlage, onderdeel A, onder 2 behorende bijhet Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.4Kamerstukken II, 2024/25, 31 765, nr. 899Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3994

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 44e6861fab1bffc6

14 okt 2026 · c95f6ae98877b099

12 okt 2026 · 68b3c01406d2bf0d

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.