Gewijzigd amendement van het lid Stultiens ter vervanging van nr. 40 over maximering van de EIA en MIA op de daadwerkelijk gemaakte winst
Brontekst
Versie 9c020e01bb00971b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 50 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID STULTIENS TERVERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 40Ontvangen 24 november 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:INa artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende:ARTIKEL aIIA De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2029als volgt gewijzigd:1. Aan artikel 3.42 worden zes leden toegevoegd, luidende:9. In afwijking van het eerste en derde lid bedraagt het bedrag van deenergie-investeringsaftrek niet meer dan het bedrag van de winst uit deonderneming. Indien toepassing van de eerste zin tot een verlaging vanhet bedrag van de energie-investeringsaftrek leidt, wordt het bedragwaarmee de energie-investeringsaftrek is verlaagd aangemerkt alsniet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek.10. De inspecteur stelt het bedrag van de niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Artikel 3.151,derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dienverstande dat daarbij voor verlies uit werk en woning of ondernemings-verlies wordt gelezen: niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek.11. De niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek wordt in devolgende negen kalenderjaren verrekend door in die jaren een verhogingvan de energie-investeringsaftrek in aanmerking te nemen. Dezeverhoging bedraagt maximaal het bedrag waarmee de winst de energie-investeringsaftrek van dat jaar overtreft. Verrekening vanniet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek vindt plaats in de volgordewaarin deze niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek is ontstaan. kst-36812-50ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 501 12. Het verrekenen van niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek ineen volgend kalenderjaar vindt plaats bij voor bezwaar vatbarebeschikking van de inspecteur. In de beschikking wordt tevens vastgesteldwelk bedrag van de niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek wordtverrekend. De inspecteur geeft de beschikking gelijktijdig met hetvaststellen van de aanslag over het jaar waarin de niet-gerealiseerdeenergie-investeringsaftrek wordt verrekend. Het bedrag van de verrekendeniet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek wordt op het aanslagbiljetafzonderlijk vermeld.13. Rechtsmiddelen tegen de beschikking, bedoeld in het twaalfde lid,kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van het elfde lid.14. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder winst verstaan: hetbedrag van de winst zonder toepassing van dit artikel die de belasting-plichtige als ondernemer uit de onderneming geniet.2. Aan artikel 3.42a worden zes leden toegevoegd, luidende:10. In afwijking van het eerste en derde lid bedraagt het bedrag van demilieu-investeringsaftrek niet meer dan het bedrag van de winst uit deonderneming. Indien toepassing van de eerste zin tot een verlaging vanhet bedrag van de milieu-investeringsaftrek leidt, wordt het bedragwaarmee de milieu-investeringsaftrek is verlaagd aangemerkt alsniet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek.11. De inspecteur stelt het bedrag van de niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Artikel 3.151,derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dienverstande dat daarbij voor verlies uit werk en woning of ondernemings-verlies wordt gelezen: niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek.12. De niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek wordt in de volgendenegen kalenderjaren verrekend door in die jaren een verhoging van demilieu-investeringsaftrek in aanmerking te nemen. Deze verhogingbedraagt maximaal het bedrag waarmee de winst de milieu-investeringsaftrek van dat jaar overtreft. Verrekening vanniet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek vindt plaats in de volgordewaarin deze niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek is ontstaan.13. Het verrekenen van niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek ineen volgend kalenderjaar vindt plaats bij voor bezwaar vatbarebeschikking van de inspecteur. In de beschikking wordt tevens vastgesteldwelk bedrag van de niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek wordtverrekend. De inspecteur geeft de beschikking gelijktijdig met hetvaststellen van de aanslag over het jaar waarin de niet-gerealiseerdemilieu-investeringsaftrek wordt verrekend. Het bedrag van de verrekendeniet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek wordt op het aanslagbiljetafzonderlijk vermeld.14. Rechtsmiddelen tegen de beschikking, bedoeld in het dertiende lid,kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van het twaalfdelid.15. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder winst verstaan: hetbedrag van de winst zonder toepassing van dit artikel die de belasting-plichtige als ondernemer uit de onderneming geniet.IINa artikel IX wordt een artikel ingevoegd, luidende:ARTIKEL IXA In de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt met ingang van1 januari 2029 in artikel 8, eerste lid, «3.31» vervangen door «3.31 tot enmet 3.42, eerste tot en met achtste lid, 3.42a, eerste tot en met negendelid, 3.43».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 502 Toelichting Dit amendement heeft als doel om een fiscale ontwijkingsconstructiedie gebruik maakt van de energie-investeringsaftrek (EIA) en milieu-investeringsaftrek (MIA) tegen te gaan. Daartoe regelt het amendementdat EIA en MIA niet kunnen leiden tot een negatieve winst uit onder-neming in box 1 van de inkomstenbelasting, vergelijkbaar met de werkingvan de zelfstandigenaftrek.EIA en MIA zijn fiscale subsidies met als doel investeringen in energie-zuinige en milieuvriendelijke technieken te bevorderen. Gebruik ervanleidt tot een lagere fiscale winst en dus een lager bedrag aan verschul-digde belasting over die winst, maar niet alle bedrijven die in aanmerkingkomen voor EIA en MIA zijn in staat om deze volledig te verzilveren,omdat zij in sommige gevallen geen of maar beperkt winst maken. Een«grondslag-leenconstructie» stelt hen in staat EIA en MIA te delen metparticulieren met hoge inkomens die hun belastingdruk omlaag willenbrengen. Daarvoor «investeren» deze particulieren, al dan niet deelsgefinancierd met leningen om een hefboomeffect te creëren, in energie-zuinige of milieuvriendelijke technologie, waarna zij de aangekochtebedrijfsmiddelen direct weer leasen aan de verkoper. Dit stelt hen in staatEIA en MIA te benutten zonder dat er daadwerkelijk sprake is van extraduurzame investeringen.Dit amendement beoogt deze constructies in ieder geval deels tegen tegaan door EIA en MIA te maximeren op de daadwerkelijk gemaakte winstvan een ondernemer in de inkomstenbelasting. Daarmee kan deondernemer/belegger niet langer EIA en MIA gebruiken om zijn fiscaleinkomen uit andere bronnen te verlagen.Budgettaire gevolgenDoor deze maatregel valt de budgetuitputting van de EIA en de MIAlager uit. Doordat de EIA en de MIA gebudgetteerde regelingen zijnresulteert dit niet direct in een opbrengst. Hiervoor zou het budget van deEIA en de MIA gelijktijdig met deze maatregel moeten worden verlaagd.De maatregel resulteert in een lagere budgetuitputting van € 7 mln. in2029 aflopend naar een structureel lagere budgetuitputting van € 6 mln.vanaf 2032 in prijspeil 2025. De lagere budgetuitputting komt naarverwachting voor € 4 mln. terecht bij de EIA en voor € 2 mln. bij de MIA.In de raming is ervan uit gegaan dat een beperkt deel van de belasting-plichtigen deze aftrek in latere jaren niet meer kan verzilveren. Daarnaastis een gedragseffect te verwachten waarbij enkele belastingplichtigenbesluiten geen gebruik meer te maken van de EIA of de MIA.Onderdeel I (artikelen 3.42 en 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001)Onderdeel I wijzigt de artikelen 3.42 en 3.42a van de Wet inkomstenbe-lasting 2001 (Wet IB 2001). Deze wijziging regelt dat het bedrag van deenergie-investeringsaftrek (EIA) en milieu-investeringsaftrek (MIA) dat ineen jaar van de winst kan worden afgetrokken, wordt beperkt tot hetbedrag van de winst uit de betreffende onderneming zoals die winstwordt vastgesteld zonder het gebruik van de EIA respectievelijk MIA.Bedragen aan EIA en MIA die in een jaar niet gerealiseerd kunnen worden,kunnen in de volgende negen kalenderjaren alsnog in aanmerking wordengenomen.Ten overvloede wordt opgemerkt dat in de Wet IB 2001 een horizonbe-paling is opgenomen met betrekking tot de EIA en de MIA. Een horizonbe-paling betekent dat een regeling eindig is. Zonder expliciete besluit-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 503 vorming te zijner tijd vervallen de artikelen waarin de EIA en de MIA zijnopgenomen per 1 januari 2029.1Onderdeel II (artikel 8 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969)Onderdeel II wijzigt artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennoot-schapsbelasting 1969. Daardoor werken de voorgestelde aanpassingen inde artikelen 3.42 en 3.42a Wet IB 2001 niet door naar de vennootschapsbe-lasting. De vennootschapsbelasting wordt geheven naar het belastbarebedrag en maakt geen onderscheid tussen inkomenscategorieën zoals inbox 1 van de inkomstenbelasting wel het geval is (daarbinnen vallenonder andere belastbare winst uit onderneming, belastbaar loon en debelastbare inkomsten uit eigen woning).Stultiens1Artikel 10b.1, eerste lid, Wet IB 2001.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 504
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.
Bijlagen
Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.
Bij dit hoofddocument
Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.
Gerelateerde bronnen
- Gewijzigd amendement van het lid Stultiens ter vervanging van nr. 40 over maximering van de EIA en MIA op de daadwerkelijk gemaakte winst
Gewijzigd amendement van het lid Stultiens ter vervanging van nr. 40 over maximering van de EIA en MIA op de daadwerkelijk gemaakte winst
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie