KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg inzake de Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 15 juli 2024 (Kamerstuk 21501-32-1663)

12 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c866bf5a560e2e2f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1664 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 12 juli 2024 De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de brief van 4 juli2024 over de Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 15 juli2024 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1663)De vragen en opmerkingen zijn op 8 juli 2024 aan de Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voorgelegd. Bij brief van12 juli 2024 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,GrausAdjunct-griffier van de commissie,van den Brule-Holtjer kst-21501-32-1664ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16641 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda en de overige stukken van de Landbouw- en Visserijraad (hierna:Raad) en hebben een aantal vragen en opmerkingen.Werkprogramma Hongaars voorzitterschapDe leden van de PVV-fractie zijn benieuwd hoe competitief, crisisbe-stendig, duurzaam, boervriendelijk en kennis-gebaseerd het landbouw-beleid gaat worden ingevuld. In de lidstaten zijn grote verschillen op hetgebied van klimaat en landbouw, waarbij Nederland vooroploopt metkennis, innovatie en ontwikkeling. Nederland is onmisbaar met betrekkingtot voedselzekerheid in het verleden, het heden en de toekomst. Vanuitdat perspectief moet er veel meer rekening worden gehouden met despecifieke teeltomstandigheden in de vruchtbare delta in de lage landen.De hoogwaardige voedselproductie daar verdient, in het licht van deEuropese voedselstrategie, een betere bescherming. Wordt er bijvoor-beeld gedacht om lidstaten met vruchtbare delta aan elkaar te koppelen,waarbij ook rekening gehouden wordt met land specifieke eigen-schappen? Deze leden zijn van mening dat er zo meerdere clusters zijn tebedenken. Deze leden zijn dus benieuwd naar de invulling die eraan wordtgegeven gebaseerd op crisisbestendigheid, boervriendelijkheid en kennis.Doordat Nederland vooroploopt zullen daar grote verschillen in zittenwaardoor een gelijke invulling ingewikkeld dan wel niet realiseerbaar lijkt.Hoe kunnen we waarborgen dat Nederland ruimte krijgt om hier invullingin te geven?AntwoordHet kabinet is voorstander van een Europese voedselstrategie, dieredeneert vanuit het voedselsysteem en aandacht heeft voor thema’s alsweerbaarheid en crisisbestendigheid, verduurzaming, de relatie met derdelanden en de samenwerking met de keten. Het kabinet zal zich richting denieuwe Europese Commissie (hierna: Commissie) inzetten voor eendegelijke strategie en is van mening dat deze strategie recht moet doenaan de situatie in Nederland.Levensvatbaarheid van plattelandsgebieden – generatievernieuwing endemografische aspectenDe leden van de PVV-fractie zijn benieuwd hoe er in andere lidstaten naarde levensvatbaarheid wordt gekeken. Deze leden zijn van mening dathierin in Nederland zeker een koppeling met de woningopgaaf moetworden gemaakt, zodat de jeugd in hun dorp kan blijven en een gezinkunnen stichten, en er daarnaast ruimte voor nieuwe bewoners moet zijn,zodat een kern ook kan blijven beschikken over de noodzakelijke facili-teiten om de leefbaarheid en vitaliteit te kunnen borgen.AntwoordLandelijke gebieden en lidstaten kunnen onderling erg verschillen;geografisch, demografisch, cultuur-historisch, sociaal-cultureel, et cetera.Er is daarom geen eenduidige definitie van levensvatbaarheid vanplattelandsgebieden. Hoe lidstaten hier mee omgaan is dan ookonderwerp van gesprek tijdens de Raad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16642 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda en de overige stukken voor de aankomende Landbouw- enVisserijraad. Deze leden hebben daarbij nog enkele vragen.AlgemeenDe leden van de VVD-fractie herinneren de Minister aan de motie van hetlid Van Campen c.s. (Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 27) die vraagt om eenjaarlijkse Brusselstrategie, «waarin gezamenlijk met het bedrijfsleven,maatschappelijke organisaties en onderzoeksinstituten de prioriteiten,thema’s en ambities worden geformuleerd waarvoor het kabinet zich hardmaakt bij de Europese Commissie (EC) en in de Europese Raad.» In deKamerbrief (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1632) zijn er, in reactie op boven-staande motie, een aantal goede prioriteiten onder elkaar gezet. Is deMinister bereid om bij de eerstvolgende Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur (LVVN)-begroting op papier te zetten wat haar«Brusselstrategie» is?AntwoordIk zet mij ervoor in om de LVVN-inzet in de EU in het najaar naar uwKamer te sturen.Kan de Minister daarbij niet alleen de prioriteiten uiteenzetten, maar ookuitleggen hoe zij zich voor die prioriteiten wil gaan inzetten?AntwoordJa. Ik zal niet alleen de prioriteiten met uw Kamer delen, maar daarbij ookaangeven hoe ik mij voor die prioriteiten ga inzetten.Diversenpunt: Impact van Russische acties in de Oostzee en de EU internemarktDe leden van de VVD-fractie lezen dat Russische schepen zich niet houdenaan de maatregelen omtrent het verbeteren van de visbestanden in deOost- en Baltische zee. Tevens valt te lezen dat enkele lidstaten oproepentot een Europese importstop van Russische vis. Klopt het dat er thansinderdaad geen Europese importstop op Russische vis bestaat? Indien ja,waarom niet, aangezien «visserijproducten» op de Europese sanctielijststaan?1 Deelt het kabinet de opvatting dat het wenselijk zou zijn dat erEuropese sanctionering of een importverbod van Russische visproductenis? Kan de Minister zich hier hard voor maken in de Raad, op gelijke wijzeals de motie van de leden Van Campen en Boswijk (Kamerstuk 21 501-20,nr. 2075) over hogere invoertarieven van Russisch graan? Verder is telezen dat de EC de lidstaten aanmoedigt om op nationaal niveaumaatregelen te nemen ten aanzien van de import van Russische vispro-ducten. Overweegt de Minister dat te doen? Zo ja, welke maatregelenworden er overwogen? Zo niet, waarom niet?AntwoordOnder de huidige EU-sancties inzake Rusland geldt er voor visproductenenkel een importverbod op kaviaar en zeevruchten. Het kabinet weegt bijvoorgestelde nieuwe sanctiemaatregelen steeds of deze ongewensteneveneffecten zouden hebben, waaronder op het gebied van voedselze-kerheid. Op de sancties geldt, zoals bekend, een reeks uitzonderingen,1Europese Raad en de Raad van Europese Unie, «De EU-sancties tegen Rusland uitgelegd»(https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/sanctions-against-russia/sanctions-against-russia-explained/)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16643 juist als extra garantie voor voedselzekerheid en om humanitaire hulp tefaciliteren. Het EU-sanctiebeleid inzake de Russische Federatie wordtgecoördineerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat geldttevens voor de inzet van het kabinet inzake de uitvoering van demotie-Van Campen en Boswijk, waarover de Minister voor BuitenlandseHandel en Ontwikkelingssamenwerking van het vorige kabinet u geïnfor-meerd heeft (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2086). Het is de inzet van hetkabinet om in EU-kader de druk op Rusland op te blijven voeren metaanvullende sanctiemaatregelen, waarbij voor het kabinet alle opties optafel (blijven) liggen. Zwaarwegende humanitaire belangen, zoals dewereldwijde voedselzekerheid, zijn hierbij wel steeds een randvoor-waarde. Het kabinet verstrekt geen informatie over mogelijke toekomstigesanctiemaatregelen, daar het de effectiviteit van het sanctie-instrumentondermijnt. Gezien de complexe handelsstromen heeft mijn voorgangerde Commissie gevraagd om een brede impactstudie naar het voorstel vande lidstaten te doen. Op nationaal niveau heeft de vorige Minister vanInfrastructuur en Waterstaat onlangs in de brief van 17 mei 2024(Kamerstuk 31 409, nr. 451), het besluit genomen om Russisch gevlagdeschepen geen ontheffing meer te verlenen voor toegang tot Nederlandsehavens, wat het transport van visproducten uit Rusland naar Nederlanddirect raakt.Diversenpunt: Stand van zaken verordeningen Plant ReproductiveMaterials (PRM) en Forest Reproductive Materials (FRM)De leden van de VVD-fractie hebben vernomen dat de onderhandelingenover een Raadspositie ten aanzien van het voorstel over nieuwegenomische technieken (NGT’s) zijn uitgesteld door het (toenmalige)Belgische voorzitterschap. Klopt dat en wat is daar de reden voorgeweest?AntwoordHet Belgisch voorzitterschap heeft de afgelopen zes maanden hardgewerkt om een gekwalificeerde meerderheid in de Raad te bereiken ophet NGT-voorstel. De gesprekken onder dit voorzitterschap gingen metname over intellectueel eigendom. Tot op het laatste moment was hetspannend of deze meerderheid zou worden behaald, maar er bleek netniet genoeg steun te zijn. Daarom heeft het Belgisch voorzitterschap hetvoorstel niet in stemming gebracht.Kan de Minister een stand van zaken geven van het voorstel over NGT’s?AntwoordDe onderhandelingen in de Raad over het NGT-voorstel zijn nu ongeveereen jaar aan de gang. Gedurende dit jaar hebben er intensieve bespre-kingen plaatsgevonden, maar een gekwalificeerde meerderheid is tot nutoe niet bereikt. Hierbij heeft Nederland actief en constructief bijgedragenaan de besprekingen aan de hand van het BNC-fiche (Kamerstuk 22 112,nr. 3773) en ingediende moties (Kamerstuk 27 428, nr. 402, Kamerstuk22 112, nr. 3920). Het is nu aan het Hongaars voorzitterschap om ditdossier verder te brengen in de Raad. Het voorstel is echter geenspeerpunt voor Hongarije. Zodoende lijkt een gekwalificeerdemeerderheid in de Raad voorlopig niet in zicht.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de stukken voorde Landbouw- en Visserijraad en hebben nog enkele vragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16644 De leden van de NSC-fractie constateren dat de aanstaande Raad deeerste zal zijn voor deze kersverse Minister. Hoe gaat zij naar deze Raadtoe? Hoe bereidt de Minister zich voor op deze eerste Raad en welkethema’s/onderwerpen zal zij aan de orde stellen?AntwoordIk kijk ernaar uit om in Brussel aan de slag te gaan en kennis te maken metmijn collega’s uit andere lidstaten en leden van de Commissie. Het kabinetheeft in het Hoofdlijnenakkoord een ambitieuze inzet in Brussel geformu-leerd en de komende periode ga ik deze nader uitwerken. Waar mogelijkzal ik de belangrijkste LVVN-onderwerpen uit het Hoofdlijnenakkoordonder de aandacht brengen.Het is evident dat de inspanningen de komende tijd gericht zullen zijn ophet maximaal realiseren van de brede agenda op het gebied vanlandbouw en visserij uit het hoofdlijnenakkoord. Dat vergt een serieuzeinvestering in tijd en moeite in het opbouwen van goede relaties, nietalleen in Brussel maar ook in en met andere lidstaten. Daarbij is hetduidelijk dat Nederland resultaten zal willen veiligstellen en andersom datdaarvoor concrete stappen vanuit Nederland nodig zijn.De leden van de NSC-fractie lezen dat het Hongaarse voorzitterschap ookbijzondere aandacht wil besteden aan de bescherming van de biodiver-siteit. Hierbij zal het voorzitterschap toewerken richting de 16e Biodiversi-teitsconferentie. Wat wordt de inzet van de Minister in de voorbereidingnaar deze conferentie?AntwoordDe 16e Conferentie van Partijen van het VN-Biodiversiteitsverdrag (CBDCOP16) start op 21 oktober 2024 in Colombia. De drie belangrijksteagendapunten voor de top zijn: (1) het vertalen van de mondiale doelen innationale actie; (2) het mobiliseren van voldoende middelen voor deuitvoering van de doelen; en (3) de toegang tot genetische bronnenverbeteren en de bijhorende voordelen eerlijk verdelen. Colombia heeftdaarnaast aangegeven een prioriteit te willen maken van een samenhan-gende aanpak voor klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Omdatde EU als één partij onderhandelt, zal de inzet in EU-verband wordenafgestemd. De Kamer zal voor COP16 nader worden geïnformeerd over deNederlandse inzet.De leden van de NSC-fractie lezen dat het voorzitterschap het debat wilvoeren over de levensvatbaarheid van het platteland. Welke ontwikke-lingen ziet de Minister op dit gebied in Nederland?AntwoordNederland vraagt aandacht voor de diversiteit van plattelandsgebieden ende opgaven waarvoor die gebieden staan. Het Nederlandse landelijkgebied is weliswaar minder afgelegen en dunbevolkt dan elders inEuropa, maar kent evengoed grote uitdagingen, zoals het verdwijnen vanagrarische bedrijvigheid en werkgelegenheid en toegang tot voorzie-ningen. Bij het aangaan van deze uitdagingen wil ik speciale aandachtgeven aan jongeren die binnen deze opgaven een toekomstbestendigekeuze voor de toekomst van het landelijk gebied moeten maken.We hebben nationaal beleid om de verschillen in de regio’s kleiner temaken, hiervoor lopen er reeds nationale programma’s. Daarnaasthebben drie adviesraden in het rapport «Elke Regio Telt!» geconcludeerddat er onwenselijke regionale brede welvaartsverschillen tussen regio’sbestaan en dat voorheen te weinig aandacht is geweest voor regionaleverschillen. Er wordt in dit kader, mede op verzoek van uw Kamer, gewerktTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16645 aan een programmatische aanpak waarover uw Kamer na de zomer nadergeïnformeerd zal worden.Heeft de Minister goede prognoses/cijfers/analyses van de vitaliteit vanhet platteland in Nederland?AntwoordDe regionale monitor brede welvaart brengt in beeld hoe het gaat met debrede welvaart in de verschillende regio’s die Nederland rijk is. Hetrapport «Elke Regio Telt» en verschillende andere onderzoeken, zoals hetrapport Leefbaarheid op het platteland uit 2023, bieden ook inzicht in devitaliteit van het platteland in Nederland. In de afgelopen periode heeft hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties samen metandere departementen gewerkt aan de opvolging hiervan: in tien regio’saan de randen van Nederland worden regiodialogen gevoerd om meerinzicht te krijgen in de opgaven en kansen, en het beoogd toekomstper-spectief in deze regio’s. Het Ministerie van LVVN werkt aan het verder inbeeld brengen en correct interpreteren van gemaakte prognoses encijfers, dit is een standaard onderdeel van beleid.Ziet de Minister soortgelijke ontwikkelingen in andere landen?AntwoordVerschillende lidstaten van de EU onderschrijven dat er aandacht nodig isvoor de diversiteit van plattelandsgebieden. Met de lancering van de«Long Term Vision for Rural Areas» heeft de Commissie een duidelijksignaal afgegeven over het belang van plattelandsbeleid. Deze langeter-mijnvisie zet in op sterke, weerbare, verbonden en welvarende platte-landsgebieden voor alle lidstaten in de EU. Bovendien onderstreept devisie van de Commissie dat plattelandsgebieden een sleutelrol spelen omde Europese ambities te realiseren.Daarnaast wordt er door middel van het Gemeenschappelijk Landbouw-beleid (GLB) ingezet op plattelandsontwikkeling. Elke lidstaat, en zo ookNederland, kan hier via het eigen Nationaal Strategisch Plan invulling aangeven, mits binnen de kaders die wij met elkaar in de EU hebbenafgesproken. Het fonds dat hiervoor beschikbaar is richt zich op, onderandere, kennis, innovatie, samenwerking, investeringen en jonge boeren.Onderdeel van het GLB is ook de LEADER-interventie, waarmee sociaal-economische initiatieven vanuit de maatschappij worden gefinancierd diebijdragen aan plattelandsontwikkeling.Welke grote uitdagingen ziet de Minister als het gaat om de vitaliteit vanhet platteland voor Nederland en hoe neemt zij deze mee in het Europesedebat?AntwoordHet Nederlandse platteland staat voor grote uitdagingen, waaronder hetfaciliteren van een toekomstbestendige agrosector in het zorgdragen voorde vitaliteit van het platteland. Daarnaast spelen er onder anderesociaalmaatschappelijke opgaven, waaronder leefbaarheid en toegang totvoorzieningen, die ook aandacht vragen. Deze uitdagingen vragen om eendoorontwikkeling van het landelijk gebied. Ik zal aandacht vragen voordeze uitdagingen en de diversiteit van de Nederlandse plattelandsge-bieden.Is de Minister het eens met de NSC-fractie dat schaalvergroting op hetplatteland een van de grootste risico’s is voor de leefbaarheid van hetplatteland?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16646 Dit ben ik niet per definitie met de NSC-fractie eens. Het is afhankelijk vande definitie van leefbaarheid die wordt gehanteerd.En dat met het verdwijnen van economische activiteit ook andere functiesop het platteland zoals generatievernieuwing, sociale cohesie en deinfrastructuur verdwijnen?AntwoordJa, dat is een risico. In het Hoofdlijnenakkoord zijn daarom een aantalelementen benoemd die van belang zijn voor plattelandsontwikkeling,zoals het voortzetten van «Elke Regio Telt!», het uitbouwen van RegioDeals tot strategische investeringsagenda’s en het verbeteren vanbereikbaarheid van het landelijk gebied. Tegelijkertijd zien we bijplattelandsontwikkeling ook een belangrijke verbinding met de landbouwen natuur. Hiervoor is tevens aandacht in het programma NOVEX, waarindoor overheden wordt samengewerkt aan de inrichting van Nederland enin het voorontwerp Nota Ruimte.Welke kansen of juist bedreigen ziet de Minister van deze ontwikkelingenten aanzien van natuurbeheer?AntwoordHet landelijk gebied staat voor verschillende complexe opgaven metbetrekking tot natuurontwikkeling, klimaat en biodiversiteitsherstel. Ik vindhet belangrijk aandacht te houden voor de complexiteit van de uitda-gingen, de betaalbaarheid en de uitdaging om de verbinding te leggentussen natuurbeheer en (agrarische) bedrijfsvoering. In het Hoofdlijnenak-koord wordt om deze reden vanaf 2026 € 500 miljoen vrijgemaakt vooragrarisch natuurbeheer.Bijvoorbeeld voor het vergroten van het natuurareaal of extensievevormen van landbouw?AntwoordHet Nederlandse cultuurlandschap is prachtig. Dat landschap wordt doorboeren en tuinders onderhouden. Ik zie kansen voor agrariërs die actiefwillen bijdragen aan de instandhouding van het cultuurlandschap enbijvoorbeeld de achteruitgang van weidevogels willen stoppen. Dit pastbij extensievere vormen van landbouw. Agrariërs die deel willen nemenaan agrarisch natuurbeheer en ecosysteemdiensten worden beloond metlangjarige marktconforme zekerheid. Dat kan via instrumenten zoals hetagrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Met de structurele geldenvoor agrarische natuur zien wij kansen om het ANLb voor meer boerenaantrekkelijk te maken. Daarmee zorgen we dat boeren die extensieverwillen boeren of op een andere manier willen bijdragen aan het ANLb,ook een goede boterham kunnen verdienen en kan het areaal waaropagrarisch natuurbeheer wordt uitgevoerd groeien.Welke mogelijkheden zou dat bieden voor het vergroten van debiodiversiteit?AntwoordBoeren en tuinders zijn professionals op het gebied van bodem, dieren,omgeving en natuur. Door agrariërs in staat te stellen om agrarischnatuurbeheer uit te voeren, compenseren wij agrariërs voor verminderdeopbrengsten ten gunste van de productie van bijvoorbeeld anderegewassen die minder opbrengen maar wel diversiteit toevoegen.Essentieel daarbij is dat boeren met elkaar samenwerken om de goedeomstandigheden te creëren. Met de vakkennis van de agrariërs encollectieven voorop kijken we naar de mogelijkheden van zoveel mogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16647 doelsturing, waarbij de agrariër zelf kan beslissen. Met de structurelegelden voor agrarische natuur maken we dit mogelijk.De leden van de NSC-fractie lezen dat er via een aantal trajecten wordtingezet op multifunctionele landbouw. Om welke trajecten gaat het hier?AntwoordDe rol van multifunctionele landbouw (MFL) wordt gezien als één van dedoorontwikkelingsmogelijkheden in de landbouw. Via verbreding enverdieping worden meer neventakken op het boerenerf uitgevoerd. Zokunnen boeren meerwaarde creëren op het eigen bedrijf en een extraverdienmodel toevoegen. Een meervoudig verdienmodel reduceert deafhankelijkheid van één inkomensbron en daarmee de kwetsbaarheid vande onderneming. Ook leveren MFL-ondernemingen een positieve bijdrageaan de leefbaarheid van en werkgelegenheid op het platteland.Mijn ambtsvoorganger heeft op 19 maart jl. aan de Kamer (Kamerstuk30 252, nr. 154) twee trajecten benoemd op het gebied van MFL die beideop korte termijn starten. In 2023 heeft de Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG) in samenwerking met het Ministerie van LVVN en deLand- en Tuinbouworganisatie (LTO) een handreiking RuimtelijkeOrdening voor de MFL geactualiseerd. Als vervolg hierop worden ditnajaar bijeenkomsten georganiseerd voor (potentiële) MFL-ondernemersen gemeenteambtenaren om deze handreiking bekendheid te geven. Hetdoel van deze bijeenkomsten is om MFL te stimuleren, best practices tedelen over vergunningverlening aan MFL-neventakken en om gezamenlijkknelpunten in kaart te brengen.Daarnaast start binnenkort een verdiepend onderzoek naar wet- enregelgeving op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau op gebiedvan ruimtelijke ordening. Het doel van het onderzoek is om na te gaanwelke juridische knelpunten een ondernemer in de MFL kan ervaren. Alslaatste blijf ik in constante dialoog met MFL gerelateerde stakeholders.In hoeverre dragen deze vormen van multifunctionele landbouw ook bijaan het versterken van de biodiversiteit van het landelijk gebied,bijvoorbeeld via extensievere, natuur-inclusieve vormen van landbouw?AntwoordMultifunctionele landbouw is een verzamelbegrip voor bedrijven die hunagrarische productie en omgeving combineren met het leveren vandiensten aan de samenleving, waaronder ook agrarisch natuurbeheer.Ook andere diensten die onder MFL vallen, kunnen een bijdrage leverenaan de versterking van de biodiversiteit. Zo kan het verbreden van hetverdienmodel de mogelijkheid bieden om de bedrijfsvoering te extensi-veren en versterken de diensten die onder MFL vallen de relatie tussen deboerderij en burgers. Een voorbeeld is het geven van boerderijeducatie,waarbij scholieren in aanraking komen met landbouw, landschap ennatuur. Dit soort diensten kennen veel positieve externe effecten enkunnen bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit van het landelijkgebied.In hoeverre zijn deze trajecten Europees, nationaal en/of regionaal vanaard?AntwoordDe twee eerder genoemde trajecten hebben een sterk nationaal enregionaal karakter. Het sterke regionale karakter is met name terug tevinden bij de bijeenkomsten die op korte termijn worden aangeboden.Deze zullen plaatsvinden op diverse plekken in het landelijk gebied waarregionale context meeweegt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16648 Maar ook wordt langs Europese kaders via het Nationaal Strategisch Plan(NSP) ter invulling van het GLB ingezet op de ontwikkeling van deplattelandseconomie en diversificatie van inkomstenbronnen. Via deGLB-interventie LEADER wordt bijgedragen aan de leefbaarheid vanplatteland door het versterken van (toeristische) bedrijvigheid, zorg aannatuur en landschap en verdere versterking van de agrarische sector.Binnen LEADER wordt er naast de brede maatschappelijke doelen, gerichtop het versterken van de sociale cohesie, ingezet op het behouden van hetvoorzieningenniveau en het vergroten van het toeristische en recreatieveaanbod. Ook richt LEADER zich op klimaat, milieu, water en biodiversiteit.Deze laatstgenoemde thema’s hebben tevens een hoge prioriteit binnenhet GLB-NSP. Via de SABE-regeling kunnen ondernemers adviesvouchers(«GLB-kennisvouchers») verkrijgen. Hier kunnen ondernemers één-op-éénadvies aanvragen bij een erkende adviseur, over bijvoorbeeld MFL.Worden deze trajecten goed benut (en uitgeput)?AntwoordDe MFL-bijeenkomsten en het onderzoek naar wet- en regelgeving in deruimtelijke ordening starten in dit na de zomer. Over de resultaten vandeze trajecten zal ik de Kamer op een later moment informeren zoalsvermeld in mijn brief van 19 maart jl. (Kamerstuk 30 252, nr. 154).Zijn er nog bepaalde projecten die wel zouden bijdragen aan diedoelstelling maar waar op dit moment geen voorzieningen voor zijn?AntwoordEnkele projecten die voortkwamen uit gesprekken met de sector zijn deontwikkeling van een handboek met praktijkvoorbeelden uit de MFL eneen verkennend onderzoek naar nieuwe MFL-diensten. Op dit moment zijner geen voorzieningen om deze projecten vorm te geven.De leden van de NSC-fractie vragen wat vindt de Minister van het bereikteonderhandelingsmandaat in de Raad over de verordening «welzijn vanhonden en katten». In hoeverre komt dit tegemoet aan de inzet van deMinister in de onderhandelingen?AntwoordIk ben tevreden met het bereikte onderhandelingsmandaat in de Raadover de verordening inzake het welzijn en de traceerbaarheid van hondenen katten. De tekst is grotendeels in lijn met de Nederlandse inzet tijdensde onderhandelingen, waarin Nederland heeft ingezet op verduidelijkingvan open normen en betere uitvoerbaarheid (BNC-fiche, Kamerstuk22 112, nr. 3860). Zo zijn veel open normen over algemene welzijnsver-eisten in de oorspronkelijke tekst ingevuld, wat bijdraagt aan een beterehandhaafbaarheid. Daarnaast zijn de passages over een verbod op hetfokken met dieren met schadelijke uiterlijke kenmerken (waaronderbrachycefale kenmerken) verduidelijkt en versterkt. De tekst die nu isgoedgekeurd zet een belangrijke stap in het borgen van een beterebescherming van honden en katten in de EU. Het in de tekst opgenomenverplichte identificatie- en registratiesysteem zal fraude in de handel vanhonden en katten niet volledig kunnen voorkomen, maar zal zekerbijdragen aan meer transparantie bij de handel.De leden van de NSC-fractie constateren dat in december vorig jaar.naonderhandelingen tussen Brussel en Londen, de vangst voor vissers vantong met 60 procent werd beperkt. Nu blijkt dat dat onnodig was: er isveel meer tong in de Noordzee dan toentertijd is berekend. Is de Ministervan plan dit quotum opnieuw op de agenda te zetten in Brussel? Verwachtzij dat hier op korte termijn meer ruimte voor vissers zal ontstaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16649 AntwoordZoals is aangegeven in het Hoofdlijnenakkoord is het kabinet trots op deNederlandse vissers. De Staatssecretaris van Visserij, Voedselzekerheid enNatuur en ik zullen ons dan ook internationaal hard maken voor deNederlandse visserij. Zoals aangegeven in het verslag van de Landbouw-en Visserijraad van 24 juni jl. (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1661), heeft mijnambtsvoorganger over het tongquotum gesproken met EurocommissarisSinkevicˇius. De Eurocommissaris heeft toegezegd het gesprek met hetVerenigd Koninkrijk (VK) over een tussentijdse aanpassing van devangstmogelijkheden voor de Noordzeetong aan te gaan. Op dit momentzijn er op ambtelijk niveau contacten om de Commissie bij te staan waarwij als Nederland dat kunnen. Het is nog niet duidelijk wanneer hetgesprek met het VK zal plaatsvinden.Om een tussentijdse aanpassing van het tongquotum te realiseren, zullener nog een aantal stappen moeten worden doorlopen. Zo moet er eersteen akkoord met het VK over de mogelijkheid tot aanpassen van hetquotum worden gesloten. Daarna is het aan de Internationale Raad vooronderzoek aan de Zee (ICES) om te bepalen of zij de capaciteit hebben omeen verzoek van de Commissie en het VK om een bijgesteld advies voor2024 op te stellen in behandeling te kunnen nemen. Als deze stappensuccesvol worden doorlopen, zal vervolgens met het VK moeten wordenonderhandeld wat de eventuele nieuwe vangstmogelijkheden zullenworden. Eventuele uitkomsten van dit traject kunnen dan ook op zijnvroegst in oktober worden verwacht.De leden van de NSC-fractie lezen «Ook zal ik benadrukken dat wevoorzichtig moeten zijn met extra markttoegang voor producten uit derdelanden in kwetsbare sectoren, zoals pluimveevlees.» Verwijst de Ministerhiermee naar specifieke regels/normen op gebied van dierenwelzijn en/ofproductiemethoden?AntwoordHiermee wordt gedoeld op de preferentiële tarieven die bij handelsver-dragen kunnen worden afgesproken met handelspartners, en het gebruikvan quota en tariefheffingen in dat kader. Uit de diverse EU-studies overde cumulatieve impact van handelsakkoorden op de landbouwsector(2016, 2021 en 2024) komt pluimveevlees naar voren als kwetsbare sectorbij handelsverdragen. Deze kwetsbaarheid heeft te maken met de groteconcurrentiedruk wereldwijd vanuit derde landen met een op exportgerichte pluimveevleessector.Nederland zet er, met inachtneming van de WTO-regels, richting deCommissie op in dat verlagingen van invoertarieven of verruimingen vanmarkttoegang via tariefcontingenten voor ontwikkelde landen enopkomende economieën, voor de kwetsbare sectoren, zoals de producteneieren & ei-producten, varkensvlees en pluimvee- (kippen-)vlees,voorwaardelijk worden gemaakt aan het voldoen aan de EU-normen voordierenwelzijn of gelijkwaardig.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de Landbouw- en Visserijraad van 15 juli 2024.Deze leden hebben daarover geen vragen, maar zijn vooral zeer verheugdmet de laatste paragraaf. Daaruit blijkt duidelijk dat de nieuwe Ministervan LVVN in Brussel tijd en moeite gaat investeren in goede relaties. Dezeleden zien de resultaten van die investering met groot vertrouwentegemoet en wensen de Minister succes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166410

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c9b7429f5ac891ad

14 okt 2026 · a0ad752cd119e793

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.