Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Onderwijsagenda’s voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius (Kamerstuk 36410-VIII-133)
Brontekst
Versie 3c515caef5fe5e58 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2026Nr. 13 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister en Staatsse-cretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief juni 2024over Onderwijsagenda’s voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius (Kamerstuk36 410-VIII, nr. 133), over de brief van 21 februari 2025 over het Ministe-rieel Vierlandenoverleg OCW 2024 (Kamerstuk 36 600-VIII, nr. 164), over debrief van 24 april 2025 inzake Inspectierapport sociale veiligheid SacredHeart School (Kamerstuk 31 293, nr. 799), over de brief van 30 oktober2024 over Aanwijzing wegens wanbeheer Stichting Katholiek OnderwijsSaba (Kamerstuk 31 293, nr. 759), over de brief van 16 december 2024inzake Spoedaanwijzing stichting katholiek onderwijs Saba (Kamerstuk31 293, nr. 776), over de brief van 11 september 2024 over Publicatieinspectierapporten Sacred Heart School en Stichting Katholiek OnderwijsSaba (Kamerstuk 31 293, nr. 746), over de brief van 14 november 2024over Publicatie inspectierapport Saba Educational Foundation (Kamerstuk31 289, nr. 594), over de brief van 7 juni 2024 over de Beleidsreactieonderzoeksrapport «Verkenning problematiek zorgopleidingen hbo/woCaribische studenten» (Kamerstuk 29 282, nr. 577) en over de brief van23 mei 2024 inzake Verslag Kennismissie Caribisch gebied (Kamerstuk36 410-IV, nr. 68).De vragen en opmerkingen zijn op 15 september 2025 aan de Minister enStaatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bijbrief van 5 november 2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Easton kst-36800-VIII-13ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 131 InhoudIVragen en opmerkingen uit de fracties2–Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2–Inbreng van de leden van de VVD-fractie5–Inbreng van de leden van de NSC-fractie5–Inbreng van de leden van de BBB-fractie6IIReactie van de Minister en Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap6 I Vragen en opmerkingen uit de fracties Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van de onderhavige documenten, maar betreuren dat eenKamermeerderheid heeft besloten het geplande commissiedebat om tezetten in een schriftelijk overleg. Wat deze leden betreft spelen er genoegproblemen en leven er genoeg vragen die een mondelinge gedachtewis-seling met de bewindspersonen rechtvaardigen. De demissionaire statusvan het kabinet vormt geen excuus op de problemen maar op hun beloopte laten. In het eerste kwartaal van 2026 komt ook de Onderwijsraadsamen met drie eilandcommissies op Bonaire, Sint Eustatius en Saba meteen verkenning over het onderwijs in Caribisch Nederland. Het zou goedzijn als de Staatssecretaris tegen die tijd ook zelf in kaart heeft watmogelijk en noodzakelijk is vanuit de zijde van het ministerie, zodat eenvoortvarend vervolg gestalte kan krijgen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dringen daarom aan op een snelle reactie op de vragen enopmerkingen vanuit de Kamer bij dit schriftelijk overleg.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien onderwijs als hetfundament van onze samenleving. Het zorgt dat kinderen elkaarontmoeten, dat ze tot bloei kunnen komen en hun talenten kunnenontwikkelen. Deze leden willen investeren in de toekomst van onzekinderen en daarmee in de toekomst van onze maatschappij. Dit betekenttevens dat Nederland moet zorgen dat ons onderwijs van ons allemaal isen blijft. Tegelijkertijd signaleren deze leden met lede ogen dat er te veelmis gaat met het onderwijs in Caribisch Nederland, niet alleen op deCAS-, maar ook op de BES-eilanden: de onderwijskwaliteit is er onvol-doende gewaarborgd, te vaak staan er onvoldoende bevoegde docentenvoor de klas, onderwijzend personeel wordt niet voldoende gestimuleerden in gelegenheid gesteld om kennis en vaardigheden op peil te houdenen leerlingen ervaren te vaak ongelijke kansen. Hoe beoordelen debewindspersonen de ernst van deze problematiek, mede in vergelijkingmet het onderwijs in Europees Nederland? Welke voortgang heeft deStaatssecretaris inmiddels geboekt bij de uitvoering van de motie van hetlid White c.s. van oktober 2024 die de regering een plan van aanpak vraagtom het onderwijs te verbeteren?1De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderkennen dat deCAS-eilanden autonome landen zijn binnen het Koninkrijk der Neder-landen. Dit betekent dat ook hun onderwijsbeleid autonomie kent.Niettemin is de onderlinge betrokkenheid geïnstitutionaliseerd in hetMinisterieel Vierlandenoverleg. Welke aanknopingspunten zien debewindspersonen om via dit Vierlandenoverleg op vrijwillige basis1Kamerstuk 36 600 IV, nr. 14.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 132 verbeteringen en hervormingen te ondersteunen in het onderwijs op deCAS-eilanden?In Caribisch Nederland is Nederlands lang niet in alle huishoudens dethuistaal: vaak is dat Engels, Spaans of Papiamentu. Dit betekent datmensen in Caribisch Nederland ook niet vanzelfsprekend dagelijks met deNederlandse taal in aanraking komt. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie menen dat het Nederlands er daarom vooral waarde heeft alsslechts één van de grotere taalgebieden, waarin men de toekomstperspec-tieven van de inwoners verruimt, bijvoorbeeld als deze willen gaanstuderen in Europees Nederland. Delen de bewindspersonen dezeanalyse?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie waarderen het Papiamentu alsCaribisch cultuurgoed. Het is een creolentaal die zo’n kwart miljoenmensen hanteren als thuistaal. Men ervaart het Papiamentu er ook –ondanks de varianten Papiamentu op Curaçao en Bonaire en Papiamentoop Aruba – als één taalgebied. Klopt het beeld dat het verschil tussenbeide varianten vooral bestaat in een fonetische of etymologischespellingswijze? Wat betekent het handhaven van beide varianten voor detoekomstkansen van deze relatief kleine taal?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten waarde aan deerkenning van minderheidstalen en wijzen op de Wet Gebruik Friese taaldie sinds 2014 bepaalt dat de officiële talen in de provincie Fryslân hetNederlands en het Fries zijn.2 Zou ook een dergelijke bepaling voor hetPapiamentu op Bonaire voorzien in een behoefte bij de lokale bevolking?Zo ja, welke stappen wil de Minister dan daarvoor zetten? Zo nee, waaromdan niet?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen op een amendement datde Kamer in 2024 met algemene stemmen heeft aangenomen enwaarmee zij tenminste één zelfstandige bacheloropleiding regelde om hetwetenschappelijk onderwijs en onderzoek naar de Fryske taal en cultuur teversterken.3 Hoe denkt de Minister erover om ook voor het Papiamentutenminste één bacheloropleiding te waarborgen? Zou ook hiervooreenzelfde structurele bijdrage van het Ministerie van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap van jaarlijks € 340.000,– toereikend zijn, zoals bij hetamendement voor de bacheloropleiding Frysk gebeurde?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien taal niet alleen als één vande vakken binnen het funderend onderwijs, maar ook als een voorwaardevoor alle kennisoverdracht die op scholen plaatsvindt. Welke taal daarvoorhet meest geschikt is, dat willen deze leden pragmatisch beoordelen: hetgaat er vooral om wat werkt voor een goede kennisoverdracht en voor debeste toekomstkansen van kinderen en jongeren in Caribisch Nederland.Dit betekent dat onderdompelen in de Nederlandse taal (immersie) dusook niet per se het wondermiddel vormt, waarmee alle kinderen enjongeren zijn gebaat. De United Nations Educational, Scientific andCultural Organization (UNESCO) heeft in het verleden gepleit voor eenstructurele inzet van de moedertaal in het onderwijs omdat dit kennisver-werving bevordert, het leren van andere talen ondersteunt en bijdraagtaan een positieve identiteitsvorming en de bredere ontwikkeling vanleerlingen.4 Onlangs publiceerde ook de Onderwijsraad een advies over2Wet gebruik Friese taal, artikel 2 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0034047/2024-01-01).3Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 44.4United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (2016). If you don’t under-stand, how can you learn? Policy Paper 24. UNESCO global education monitoring report(http://unesdoc.unesco.org/images/0024/002437/243713E.pdf).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 133 het benutten van talige diversiteit op scholen.5 De Onderwijsraadadviseert om andere thuistalen meer te benutten voor het leren van en inhet Nederlands. Uit onderzoek weten we al langer dat meer ruimte voorandere thuistalen in het onderwijs niet ten koste gaat van de Nederlandsetaalvaardigheid, maar leerlingen juist helpt bij het leren van de Neder-landse taal en bij andere vakken. Delen de bewindspersonen dit oordeel,mede met betrekking tot het Papiamentu?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderkennen dat het Papia-mentu als thuistaal wel een probleem heeft als relatief klein taalgebiedomdat het Papiaments taalaanbod in de vorm van gedrukte en digitaledocumenten wel erg beperkt is. Dit roept de vraag op of men kinderen enjongeren in Caribisch Nederland niet te kort doet als onderwijsoverwegend plaatsvindt in het Papiamentu met enkele uurtjes Nederlandsals vreemde taal. Tijdens het rondetafelgesprek dat de Kamer op4 september 2025 organiseerde over de voertaal en instructietaal in hetCaribisch deel van het Koninkrijk stelde mevrouw dr. Van derElst-Koeiman dat het het beste werkt als Papiamentu en Nederlandsparallel worden gegeven in een verhouding van 50–50 procent. Kunnen debewindspersonen deze visie onderschrijven? Welke consequentiesverbinden zij dan daaraan? Beheersen overigens de medewerkers van deInspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) ook voldoende hetPapiamentu om toezicht te houden op onderwijs in die taal?Op enkele middelbare scholen in Caribisch Nederland wordt inmiddelstweetalig onderwijs Nederlands en Engels aangeboden en bij hetbasisonderwijs zijn initiatieven waarbinnen het Engels fungeert alsprimaire instructietaal. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie keurendit niet af, ook al omdat een deel van de scholieren een Engelstaligevervolgopleiding zal gaan volgen in Europees Nederland of in Angelsak-sische landen. Hoe beziet de Staatssecretaris zulke initiatieven?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie signaleren dat ook de fysiekeomgeving bij het onderwijs in Caribisch Nederland niet altijd op orde is:vaker nog dan bij schoolgebouwen in Europees Nederland is er sprakevan achterstallig onderhoud, lessen vinden soms noodgedwongen plaatsin de buitenlucht, maar worden afgeblazen bij slecht weer, wat ook inCaribisch Nederland wel voorkomt en het internet functioneert aanmer-kelijk minder vanzelfsprekend dan in Europees Nederland. Welke stappenzet de Staatssecretaris om hierin verbetering te brengen en hoeveelmiddelen trekt hij hiervoor uit in meerjarenperspectief? De Staatssecre-taris schreef onlangs in een nota naar aanleiding van het verslag bij hetwetsvoorstel Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting dat met elkvan de eilanden in een convenant afspraken werden gemaakt over deresterende bouw- en renovatieopgave, maar dat voor elk eiland hettijdpad anders is, waarbij momenteel de verwachting is dat de opgave opzijn vroegst is afgerond in 2028.6 Kan de Staatssecretaris nader toelichtenvan welke factoren dit gaat afhangen?Ook de sociale veiligheid vormt een belangrijke voorwaarde voor goedonderwijs. Wat dat betreft zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieverontrust door het bericht dat er een onafhankelijk onderzoek moestkomen naar de sociale veiligheid op de Gwendolyn van Puttenschool op5Onderwijsraad, d.d. 4 september 2025, advies «Talige diversiteit benutten» (https://www.onderwijsraad.nl/documenten/2025/09/04/talige-diversiteit-benutten)6Kamerstuk 36 692, nr. 6, p. 19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 134 Sint-Eustatius.7 Bij deze enige – maar niet openbare – middelbare schoolop het eiland had de inspectie eerder vastgesteld dat het onderwijs opdeze school niet voldeed aan de basiskwaliteit, dat het bestuur onvol-doende had ondernomen om verbeteringen door te voeren en datdocenten, ouders en leerlingen klaagden dat het bestuur al veel langerdisfunctioneerde. Het bestuur wordt daar nu versterkt met eenzogenoemde change manager. Uit de berichtgeving maken deze ledenniet op wat precies allemaal zó is misgegaan met de sociale veiligheid datjuist daarop nu nadruk komt te liggen. Wat kan de Staatssecretarishierover melden?Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brievenomtrent het onderwijs en wetenschap in Caribisch Nederland en hebbendaar nog enkele vragen over.De leden van de VVD-fractie vragen welke positie het Papiaments heeftten opzichte van het Nederlands in het onderwijs. Deze leden vragen of erte behalen doelen zijn vastgelegd voor het Nederlands. Zo niet, waaromniet en zo ja, wat zijn deze? Deze leden vragen tevens wat de positie is vanhet Papiaments en Nederlands in het basisonderwijs. Zij hoorden bij hetrondetafelgesprek over de voertaal en instructietaal in het Caribisch deelvan het Koninkrijk dat er nu ongelijke kansen zijn vanwege het minderbeheersen van de Nederlandse taal. Wat zou er in het onderwijs moetenveranderen om meer gelijke kansen te krijgen?Inbreng van de leden van de NSC-fractieBij het rondetafelgesprek over de voertaal en instructietaal in hetCaribisch deel van het Koninkrijk hebben diverse deskundigen benadruktdat het systeem van primair onderwijs dringend verbetering behoeft. Demeertaligheid op de Cariben speelt daarbij een rol; het gebruik én behoudvan Papiaments als voornaamste taal eveneens.De leden van de NSC-fractie stellen zich op het standpunt dat de taalpo-sitie van het Papiaments actief verbeterd moet worden. Tegelijk staat vastdat het aanbod aan onderwijsmateriaal in het Papiaments tekort schiet.Bovendien is de «omslag» van hetgeen in het Papiaments geleerd wordtnaar enige andere taal (Nederlands, Engels, Spaans) moeizaam.Het baart deze leden zorgen dat de facto de kwaliteit van het primaironderwijs (volgens alle experts) zo achteruit is gegaan. Daarbij lijkt er opbeleidsniveau géén overeenstemming te bestaan over de rol vanonderwijs in het Papiaments parallel aan de rol van een «grote» taal, zoalsNederlands.Bij de beleidsvorming op dit onderwerp is essentieel dat kansenonge-lijkheid wordt voorkomen en/of bestreden. Papiaments verdient als taalvolledige bescherming, maar als kinderen onvoldoende vaardig worden ineen tweede taal naast dat Papiaments dan heeft dat enorme gevolgenvoor hun toekomst: hun kansen op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld, endaarmee integraal hun bestaanszekerheid: een zekerheid derhalve die opelk vlak, en in alle delen van het Koninkrijk, dient toe te nemen.7Dossier Koninkrijksrelaties, 3 september 2025, «Onafhankelijk onderzoek naar sociale veiligheidGVP-school op Sint-Eustatius» (https://dossierkoninkrijksrelaties.nl/2025/09/03/onafhankelijk-onderzoek-naar-sociale-veiligheid-gvp-school-op-sint-eustatius/).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 135 Bij de leden van de NSC-fractie leidt dit tot de volgende vragen: is deStaatssecretaris het met deze leden eens dat budget moet wordenvrijgemaakt voor de verbetering van het aanbod aan lesmateriaal in hetPapiaments? Is de Staatssecretaris het eens dat de kwaliteit van hetprimair onderwijs op de Cariben op Koninkrijksniveau op de agenda moetworden gezet? Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen de ongewenstegevolgen van de huidige inrichting van het primair Caribisch onderwijs?Wat is de Staatssecretaris concreet voornemens aan beleid te ontwikkelenom de voornoemde kansenongelijkheid te voorkomen, met inachtnemingvan de noodzaak tot bescherming van Papiaments als kleine taal? Kunnende bewindspersonen reflecteren op de rol van de inspectie in hetCaribisch deel van het Koninkrijk: in hoeverre schiet de handhaving vanhet onderwijsbeleid thans te kort?Inbreng van de leden van de BBB-fractieDe leden hebben kennisgenomen van de stukken over onderwijs enwetenschap in Caribisch Nederland. De leden hebben geen vragen aan debewindspersonen.II Reactie van de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap Reactie op de vragen van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de bewindspersonende ernst van de onderwijskwaliteitsproblematiek beoordelen, mede invergelijking met het onderwijs in Europees Nederland. Daarnaast vragenze ook welke voortgang de Staatssecretaris inmiddels geboekt heeft bij deuitvoering van de motie van het lid White c.s. van oktober 2024, die deregering een plan van aanpak vraagt om het onderwijs te verbeteren. 8Het is essentieel dat elk kind in Nederland, waar het ook woont, dezelfdekansen krijgt om zich optimaal te ontwikkelen. Ook in Caribisch Nederlandis de kwaliteit van het onderwijs kwetsbaar en hebben niet alle scholen debasiskwaliteit. Daarom is het van belang dat we blijven investeren in dekwaliteit van het onderwijs op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Hoewel erovereenkomsten zijn tussen Europees en Caribisch Nederland, zijn er ookveel verschillen die vragen om een specifieke aanpak vanwege de lokalecontext, schaal en ligging. Maatwerk is essentieel, waarbij gekeken wordtnaar wat echt werkt, en niet automatisch Europees Nederlandse oplos-singen gekopieerd worden naar de eilanden.In de derde onderwijsagenda’s9 zijn de met de openbare lichamen enschoolbesturen gezamenlijk opgestelde prioriteiten en ambitiesopgenomen die met voorrang worden opgepakt, zodat het onderwijsverder verbeterd kan worden. Het gaat hier om de aanpak van, zoals ookdoor de leden van GroenLinks-PvdA benoemde vraagstukken, als hetlerarentekort, de instructietaal en versterking van de schoolbesturen. Dezeagenda’s hebben betrekking op de periode van schooljaar 2023–2024 toten met schooljaar 2026- 2027. Het is de eerste keer dat een Onderwijsa-genda per eiland is vastgesteld, in plaats van één Onderwijsagenda voorCaribisch Nederland. Dit sluit aan bij de verschillende ontwikkelingen inhet onderwijs op de drie eilanden. Het Ministerie van OCW is nauwbetrokken bij de uitvoering van deze agenda’s.8Kamerstuk 36 600 IV, nr. 14.9Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 133.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 136 In de Verzamelbrief kinderopvang in Caribisch Nederland10 heeft deStaatssecretaris Participatie en Integratie de stand van zaken toegelichtten aanzien van de kinderopvang in Caribisch Nederland, alsmede deuitvoering van de motie van het lid White t.a.v. het onderdeel voor- ennaschoolse opvang. Binnen het programma BES(t) 4 Kids wordt sinds2018 gewerkt aan het verbeteren van de kinderopvang op de eilanden. Hetprogramma is een intensieve samenwerking tussen de openbarelichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius en de Ministeries SZW, OCW,VWS en BZK, en richt zich specifiek op het bieden van kwalitatief goede,veilige en toegankelijke dagopvang en buitenschoolse opvang. Dedagopvang neemt in het programma ook een grotere rol in de voorbe-reiding van kinderen richting groep 1. Het programma BES(t) 4 Kids looptin ieder geval tot 2028.De leden vragen welke aanknopingspunten de bewindspersonen zien omvia het Vierlandenoverleg op vrijwillige basis verbeteringen en hervor-mingen te ondersteunen in het onderwijs op de CAS-eilanden.Zoals eerder aangegeven in de beantwoording van Kamervragen van hetlid White11 werkt het Ministerie van OCW op verschillende onderdelensamen met de landen. Hoewel onderwijs een autonome landsaangele-genheid is, is de onderlinge samenwerking belangrijk voor het Koninkrijkals geheel, het Caribische deel van het Koninkrijk en het studiesucces vanscholieren en studenten in het bijzonder. Begin november is de Ministervoornemens met de Ministers van de andere landen hier weer betekenis-volle stappen te zetten tijdens het Ministerieel Vierlandenoverleg.De onderwijsministeries binnen het Koninkrijk werken op de beneden-windse eilanden samen met de onderwijsinstellingen in het kader van«samen opleiden» via het samenwerkingsverband Kibrahacha. Daarnaastwordt binnen het Koninkrijk met het netwerk Nederlands als Vreemde Taalgewerkt aan beter onderwijs in het Nederlands als Vreemde Taal in eenmeertalige omgeving. Ook werken de landen van het Koninkrijk via dewerkgroep Rode Draden Doorlichting waar mogelijk samen aan hetopvolgen van de aanbevelingen uit de doorlichtingen van het onderwijs,uitgevoerd in het kader van de landspakketten.De leden van GroenLinks-PvdA vragen of de bewindspersoon hun analysedeelt dat het Nederlands in Caribisch Nederland vooral waarde heeft alséén van de grotere taalgebieden, waarin men de toekomstperspectievenvan de inwoners verruimt, bijvoorbeeld als deze willen gaan studeren inEuropees Nederland.Het Nederlands bestaat in Caribisch Nederland naast andere veelvoorko-mende talen als het Papiaments, het Engels en het Spaans, en is voor veelleerlingen in het onderwijs een vreemde taal. Een goede beheersing vanhet Nederlands is van groot belang voor álle leerlingen op de eilanden,niet alleen voor degenen die willen gaan studeren in Europees Nederland.Daarom is het overkoepelende doel voor het Nederlandse taalonderwijs inCaribisch Nederland om het taalniveau voldoende op niveau te krijgenom: mee te kunnen komen in de (lokale) samenleving, op een passendniveau door te stromen naar het vervolgonderwijs, en op een geschikteplek in te stromen op de arbeidsmarkt. Hier blijven wij ons voor inzetten.Ook vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie of het beeld kloptdat het verschil tussen de beide varianten van het Papiaments, Papia-mentu op Curaçao en Bonaire en Papiamento op Aruba, vooral bestaat in10Kamerstuk 31 322, nr. 527 (Verzamelbrief kinderopvang in Caribisch Nederland | Kamerstuk |Rijksoverheid.nl)11Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1747Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 137 een fonetische of etymologische spellingswijze. Zij vragen zich af wat hethandhaven van beide varianten voor de toekomstkansen van deze relatiefkleine taal betekent.Mede namens de Minister van BZK informeren wij u dat het klopt dat hetverschil tussen beide varianten van het Papiaments voornamelijkbetrekking heeft op de spelling. Op Curaçao en Bonaire wordt eenfonetische schrijfwijze gehanteerd, terwijl Aruba heeft gekozen voor eenetymologische benadering. Het bestaan van twee varianten vormt geenbedreiging voor de toekomstkansen van het Papiaments. Met passendeondersteuning op het gebied van onderwijs, media en ambtelijk taalge-bruik kan de taal zich verder ontwikkelen. Het hanteren van beidespellingen doet recht aan de eigen identiteit van de eilanden, terwijlsamenwerking binnen het Koninkrijk zorgt voor behoud en versterkingvan Papiamentu/Papiamento als volwaardige bestuurstaal en belangrijkcultureel erfgoed.Verder wijzen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op de Wet GebruikFriese taal die sinds 2014 bepaalt dat de officiële talen in de provincieFryslân het Nederlands en het Fries zijn.12 Zij vragen of een dergelijkebepaling voor het Papiamentu op Bonaire zou voorzien in een behoefte bijde lokale bevolking en zo ja welke stappen wil de Minister daarvoor zettenen zo nee, waarom niet.Namens de Minister van BZK informeren wij u dat de bestuursafspraakPapiaments op Bonaire het Papiaments erkent als een volwaardige enzelfstandige taal op Bonaire naast onder meer het Nederlands, Spaans enEngels. De mogelijkheid om Papiamentu te gebruiken in bestuurlijkverkeer is vastgelegd in de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatiusen Saba (WolBES). Daarmee is het Papiamentu in juridische zin verankerdals bestuurstaal en wordt het gebruikt in onder meer het onderwijs, derechtspraak en de communicatie met inwoners. Een afzonderlijkewettelijke regeling, zoals die specifiek voor het Fries geldt, heeft daaromgeen directe toegevoegde waarde. De bestaande kaders voorzien al in deformele erkenning en bescherming van het Papiamentu. Wel blijven de bijde bestuursafspraak betrokken partijen, waaronder het Ministerie vanOCW, samen met andere betrokken organisaties bezien of aanvullendemaatregelen wenselijk zijn om de positie van het Papiamentu verder teversterken. Daarbij valt te denken aan ondersteuning van onderwijs enambtelijk taalgebruik, zodat de taal ook in de toekomst stevig geworteldblijft in de lokale samenleving.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen er voorts op dat op basisvan een amendement in 2024 tenminste één zelfstandige bachelorop-leiding is om onderwijs en onderzoek naar de Fryske taal en cultuur teversterken.13 Zij vragen hoe de Minister erover denk om ook voor hetPapiaments tenminste één bacheloropleiding te waarborgen en ofhiervoor eenzelfde structurele bijdrage ad jaarlijks € 340.000,– als voor debacheloropleiding Frysk, toereikend zou zijn.Ondanks het feit dat het begrijpelijk is dat de GroenLinks-PvdA-fractie derelatie legt met het amendement voor de bachelor Fries, is het omverschillende redenen niet logisch om deze inzet door te trekken naar hetPapiaments.12Wet gebruik Friese taal, artikel 2 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0034047/2024-01-01).13Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 44.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 138 Er is een verschil in welke artikelen binnen het Europees Handvest voorregionale en minderheidstalen (hierna: Handvest) zijn geratificeerd voorhet hoger onderwijs naar de Friese taal en cultuur respectievelijk voor dePapiamentse taal en cultuur. De Friese taal is erkend onder deel III van hetHandvest en artikel 8.e.ii is geratificeerd voor het hoger onderwijs. Ditbetekent dat de overheid zich heeft verplicht voorzieningen te verschaffenvoor de bestudering van de taal als vak in het universitaire onderwijs. Aandeze verplichting geeft het Ministerie van OCW nu invulling.In navolging van het KNAW-rapport «De toekomst van de Frisistiek»14heeft de GroenLinks-PvdA-fractie in 2024 het amendement ingediend omvanuit het Ministerie van OCW structureel € 340.000,– beschikbaar testellen voor deze bachelor.15 Dit is zeer uitzonderlijk. Universiteiten enhogescholen ontvangen de bijdrage van OCW in de vorm van eenlumpsum en beslissen zelf over hoe zij de middelen inzetten voor hunonderwijs en onderzoek. Naast de bijdrage van OCW, is in de Bestjoersôf-spraak Fryske taal en kultuer 2024–2028 afgesproken dat het Ministerievan BZK en de provincie Fryslân eveneens financieel bijdragen aan dezebachelor.16 De RUG heeft zelf aangegeven bereid te zijn om deze bachelorte ontwikkelen en aan te bieden met de aanvullende middelen die werdengeboden vanuit de overheid. Dit is een belangrijk gegeven gezien het feitdat de autonomie voor het starten van een opleiding wettelijk gezien bijde hogescholen en universiteiten zelf ligt.Voor de Papiamentse taal en cultuur geldt dat de overheid de taal onderhet Handvest heeft erkend in Europees Nederland onder deel II en opBonaire onder deel III. De erkenning in deel II in Europees Nederlandbetekent dat de overheid zich heeft verplicht om geen belemmeringenvoor het gebruik van deze talen in wet- of regelgeving op te nemen. Dit ishet geval. In artikel 7.2 van de Wet op hoger onderwijs en wetenschap isbepaald dat onderwijs dat gegeven wordt in een andere taal dan hetNederlands mogelijk is.Voor de erkenning van deel III op Bonaire heeft het Rijk artikel 8.e.iii enniet artikel 8.e.ii geratificeerd, aangezien het niet mogelijk is om univer-sitair onderwijs te verschaffen op Bonaire omdat daar geen universiteit is.Dit betekent dat het Rijk de bestudering van de taal aanmoedigt en/oftoestaat. De Universiteit van Curaçao biedt een bachelor- en masterlerarenopleiding Papiamentu aan. Deze universiteit valt niet onder hetNederlandse hoger onderwijsstelsel, maar de Nederlandse overheid enhet openbaar lichaam Bonaire hebben aangegeven dat het van belang isdat deze opleiding bestaat.17 Ook bestaan er aan deze universiteitleerstoelen die in het kader van hun leeropdracht het Papiamentsonderzoeken.Alles overziend ziet het Ministerie van OCW, gezien de verschillen in dewijze van erkenning onder het Handvest, het feit dat er geen universiteit isop Bonaire, de wijze van financiering van hogescholen en universiteiten inhet Nederlandse hoger onderwijsstelsel en de autonomie die de instel-lingen kennen in hun opleidingsaanbod, geen reden om in te grijpen inhet Nederlandse hoger onderwijsstelsel en structureel middelen vrij temaken voor een bachelor Papiamentse taal en cultuur. Het Ministerie vanOCW hecht grote waarde aan de autonomie die instellingen hebben tenaanzien van onderwijs, onderzoek en de bestedingsvrijheid op hun14De toekomst van de frisistiek - KNAW.15Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 4416Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer 2024-2028 (Bestuursafspraak Friese taal en cultuur2024-2028) | Convenant | Rijksoverheid.nl.17Kamerstuk 36 467, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 139 middelen. Uiteraard staat het de bekostigde universiteiten en hogescholenin Nederland vrij om onderwijs naar de Papiamentse taal en cultuur teverzorgen vanuit de rijksbijdrage die zij van het Ministerie van OCWontvangen.De leden van GroenLinks-PvdA vragen naar aanleiding van het advies vande Onderwijsraad om andere thuistalen meer te benutten voor het lerenvan en in het Nederlands, hoe met betrekking tot het Papiaments tegen ditadvies aangekeken wordt.In het onderwijs op Aruba, Bonaire en Curaçao bestaan het Nederlands enhet Papiaments naast elkaar. Wanneer een leerling één taal goed envolledig leert spreken, wordt taalgevoel ontwikkeld waardoor de leerlingook andere talen beter leert spreken. Elk land in het Koninkrijk is verant-woordelijk voor het eigen onderwijsbeleid en de (onderwijs)taal, maar demanier waarop andere thuistalen ingezet worden bij het leren van en inhet Nederlands, is aan het onderwijsveld zelf. Vanuit het MinisterieelVierlandenoverleg wordt inzet op meertaligheid gestimuleerd vanuit degedeelde overtuiging dat beide talen niet tegenover elkaar staan, maarelkaar juist kunnen versterken. Uw Kamer ontvangt op een later momentnog een beleidsreactie op het gehele advies van de Onderwijsraad.Daarnaast vragen de leden van GroenLinks-PvdA of de bewindspersonenvan OCW de visie onderschrijven of men kinderen en jongeren inCaribisch Nederland niet te kort doet als onderwijs overwegend plaats-vindt in het Papiaments met enkele uurtjes Nederlands als vreemde taal,en welke consequenties zij hieraan verbinden.Het Ministerie van OCW onderschrijft het principe dat er binnen hetonderwijs in Caribisch Nederland zowel aandacht aan het Papiaments alshet Nederlands dient te worden gegeven. Dit is in de verschillendesectorwetten ook aangegeven. In welke verhouding dit precies wordtgegeven is aan de scholen en dat is inherent aan de vrijheid vanonderwijs als bedoeld in artikel 23 van de Grondwet. Het Ministerie vanOCW heeft voor Bonaire in de Derde Onderwijsagenda afspraken met deschoolbesturen gemaakt om meertaligheid in het onderwijs te verankerenen beleid te ontwikkelen waarmee binnen het onderwijs de resultaten inverschillende talen kunnen toenemen. Alle scholen op Bonaire zijn bezigmet meertaligheid, dat omvat Nederlands, Papiaments, Engels, en alleander thuistalen van de leerlingen.Aanvullend wordt ook gevraagd of de medewerkers van de Inspectie hetPapiaments voldoende beheersen om toezicht te houden op onderwijs indie taal.De Inspectie van het Onderwijs is de onafhankelijke toezichthouder die opgrond van de Wet op het onderwijs toezicht houdt op de scholen inEuropees en Caribisch Nederland. Het toezicht wordt gehouden opbestuursniveau. Het beheersen van een specifieke (bv, Papiaments,Nederlands of Engels) taal of vakgebied door de inspecteur is voor hettoezicht op een taal of zaakvak niet nodig.Verder vragen de leden van de fractie GroenLinks-PvdA hoe de Staatsse-cretaris aankijkt tegen initiatieven om in Caribisch Nederland tweetaligonderwijs in het Engels aan te bieden.De scholen in Caribisch Nederland dienen uitvoering te geven aansectorwetten, WPO BES, WVO 2020. Binnen de grenzen van de wet- enregelgeving is ruimte om maatwerk aan te bieden aan leerlingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1310 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie signaleren dat de fysiekeomgeving bij het onderwijs in Caribisch Nederland niet altijd op orde is envragen de Staatssecretaris welke stappen hij zet om hierin verbetering tebrengen, hoeveel middelen hiervoor beschikbaar zijn en welke factorenvan invloed zijn op het tijdspad.Het Ministerie van OCW werkt samen met de drie openbare lichamen aande bouw en renovatieopgave voor alle bekostigde scholen in CaribischNederland. De afgelopen jaren is het grootste deel van de primaironderwijsscholen al voorzien van nieuwe of gerenoveerde gebouwen.Voor de resterende opgave is momenteel nog ongeveer 76 miljoen dollarbeschikbaar voor bouwprojecten die zich in verschillende fases vanontwikkeling bevinden. De schaal van de eilanden, de daarmee beperkteuitvoeringskracht, en de in afgelopen jaren sterk toegenomen bouwkostenvormen de grootste uitdagingen voor de snelheid waarmee dit gereali-seerd kan worden. Naast bouwen zet het ministerie ook in op hetverbeteren van structureel onderhoud, onder andere door de schoolbe-sturen te ondersteunen bij het actueel houden van de meerjarigeonderhoudsplannen en de openbare lichamen bij het opstellen van eenonderwijshuisvestingsplan dat ook moet anticiperen op de demografischeontwikkelingen zoals beschreven door de Staatscommissie in het rapport«Gerichte Groei».De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de Staatssecretariskan melden over de situatie op de Gwendolyn van Putten school op SintEustatius en waarom de nadruk ligt op de sociale veiligheid.De Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) beoordeelde dekwaliteit van het onderwijs eerder dit jaar als onvoldoende en heeft deschool een aantal herstelopdrachten gegeven. De inspectie heeft deafgelopen periode gesprekken gevoerd met het schoolbestuur en deschool om de voortgang te monitoren en zal dit najaar een herstelon-derzoek doen.Recent zijn er ook zorgen over de sociale veiligheid ontstaan. OCWambtenaren zijn in gesprek met het schoolbestuur om te kijken wat ergedaan kan worden om de situatie – zowel de kwaliteit van het onderwijsals de sociale veiligheid – te verbeteren. Daarvoor is het van belang dathet bestuur op volle sterkte is, daarom is het bestuur aangevuld met tweeinterim-bestuurders. Om een goed en breed gedeeld beeld te krijgen vande situatie, zal een extern bureau onderzoek doen naar de socialeveiligheid. Een verandermanager zal daar samen met de schoolleidinggevolg aan geven.De verwachting is dat met deze stappen de basis op orde wordt gebrachten de rust weer wederkeert zodat de leerlingen van de Gwendoline vanPutten school krijgen waar ze recht op hebben: goed onderwijs.Reactie op de vragen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie vragen welke positie het Papiaments heeftten opzichte van het Nederlands in het onderwijs op Bonaire.Op Bonaire, als onderdeel van Caribisch Nederland, is de instructietaal inhet primair onderwijs Nederlands en Papiaments, zoals vastgelegd in deWPO BES. Hoe de verdeling tussen de twee talen wordt vormgegeven isaan de scholen zelf. In het voortgezet onderwijs is de instructietaalNederlands zoals vastgelegd in de WVO 2020. In het middelbaar beroeps-onderwijs is op grond van artikel 7.1.1 WEB BES de instructietaalNederlands en de examens worden ook in die taal afgenomen. Echter, hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1311 bevoegd gezag van een instelling kan ook voor het Papiaments kiezenvoor zover het een assistentenopleiding of basisberoepsopleiding betreft.Hiervoor moet het bevoegd gezag een aantal aspecten in ogenschouwnemen, dat in artikel 7.1.1, tweede lid, WEB BES omschreven staat.Daarnaast vragen de leden of er te behalen doelen zijn vastgelegd voorhet Nederlands.Voor scholen in Caribisch Nederland gelden dezelfde onderwijsdoelen alsvoor scholen in Europees Nederland. Deze bestaan uit kerndoelen voorhet primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs,eindtermen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en hetreferentiekader taal en rekenen voor het primair en voortgezet onderwijs.In de algehele herziening van het curriculum wordt voor het onderwijs inCaribisch Nederland een aanvullend traject gevolgd waarbij StichtingLeerplan Ontwikkeling (SLO) beoordeelt of de onderwijsdoelen ook vantoepassing zijn op de scholen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, of dat ernog aanpassingen nodig zijn in verband met de Caribische context.Voorts vragen de leden van de VVD-fractie wat er in het onderwijs in hetCaribisch deel van het Koninkrijk zou moeten veranderen t.a.v. het minderbeheersen van de Nederlandse taal om meer gelijke kansen te krijgen.Het is een belangrijke taak voor het onderwijs om iedere leerling enstudent kansen te bieden zich optimaal te ontwikkelen zodat ze meekunnen (blijven) doen in de maatschappij en een stevige positie kunneninnemen op de arbeidsmarkt. In de onderwijsagenda voor CaribischNederland is de inzet op meertaligheid en Nederlands als vreemde taaleen speerpunt Vanzelfsprekend is kansengelijkheid in het Caribisch deelvan het Koninkrijk heel belangrijk. Hierbij moet wel in ogenschouwgenomen worden dat de zelfstandige landen verantwoordelijk zijn voorhun eigen onderwijsbeleid en daarin andere keuzes kunnen maken. Vanuithet Ministerieel Vierlandenoverleg zetten wij ons in voor het creëren vangelijke kansen voor alle leerlingen – ongeacht welke moedertaal zij thuisspreken – en stimuleren we een inzet op meertaligheid. Binnen de wet- enregelgeving specifiek voor Caribisch Nederland krijgen scholen de ruimeom maatwerk te bieden aan leerlingen en studenten die door de onvol-doende beheersing van de Nederlandse taal mogelijk kansen mislopenom zich optimaal te kunnen ontwikkelen. In het kader van doorstroomnaar Europees Nederland is het CAFY programma opgezet, een onderdeelvan dit programma is versterking van de Nederlandse taal.Reactie op de vragen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie vragen of de Staatssecretaris het eens is dater meer budget vrijgemaakt moet worden voor de verbetering van hetaanbod aan lesmateriaal in het Papiaments.Hoewel de verantwoordelijkheid voor het aanbieden van geschiktlesmateriaal Papiaments in principe bij de commerciële uitgeversmarktligt, blijft de vraag naar geschikte lesmethodes groot en heeft hetministerie voor het Papiaments de afgelopen jaren meer dan 1 miljoeneuro geïnvesteerd in het ontwikkelen van lesmateriaal in het primaironderwijs. Hiervan is eind 2024 een methode Papiamentu voor de scholenop Bonaire opgeleverd inclusief bijbehorende methodetoetsen, en wordter op dit moment gewerkt aan het ontwikkelen van aanvullend lees- enschrijfmateriaal. Wanneer het aanbod lesmateriaal Papiaments vanuit demarkt te wensen overlaat, staat het ministerie altijd open om hier met hetonderwijsveld op Bonaire over in gesprek te gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1312 De leden vragen ook of de Staatssecretaris het met hen eens is dat dekwaliteit van het primair onderwijs op de Cariben op Koninkrijksniveau opde agenda moet worden gezet, en hoe de Staatssecretaris aankijkt tegende ongewenste gevolgen van de huidige inrichting van het primairCaribisch onderwijs.De landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn autonome landen binnenhet Koninkrijk, waardoor primair onderwijs een landsaangelegenheid is.Wel wordt via het Ministerieel Vierlandenoverleg op vrijwillige basisgewerkt aan de kwaliteit van het primair onderwijs. Zoals eerder aange-geven in de beantwoording van Kamervragen van het lid White18 wordt inhet kader van «samen opleiden» via het samenwerkingsverbandKibrahacha gewerkt aan de lerarenopleidingen op de benedenwindseeilanden. Daarnaast wordt binnen het Koninkrijk met het netwerkNederlands als Vreemde Taal gewerkt aan beter onderwijs in hetNederlands als Vreemde Taal in een meertalige omgeving. Ook werken delanden van het Koninkrijk via de werkgroep Rode Draden Doorlichtingwaar mogelijk samen aan het opvolgen van de aanbevelingen uit dedoorlichtingen van het onderwijs, uitgevoerd in het kader van delandspakketten.Aanvullend vragen de leden van de NSC-fractie wat de Staatssecretarisconcreet voornemens is aan beleid te ontwikkelen om kansenongelijkheidvoor Papiamentstalige leerlingen te voorkomen, met in achtneming vande noodzaak tot bescherming van Papiaments als kleine taal.De positie van het Papiaments in het onderwijs op Bonaire is op verschil-lende plekken in de wet- en regelgeving geborgd. Echter blijft het borgenvan de positie van het Papiaments in en buiten het onderwijs op Bonaireeen doorlopend proces. Dit is ook vastgelegd in de Bestuursafspraak voorhet Papiaments op Bonaire (2021) en is de reden dat meerdere onderwijs-artikelen onder deel III van het Europees Handvest voor regionale enminderheidstalen op basis van bestaande wet- en regelgeving vantoepassing zijn verklaard op het Papiaments. Als er toch sprake zou zijnvan eventuele belemmeringen voor het gebruik van het Papiaments in hetonderwijs, dan zal daarnaar worden gekeken.De leden van de NSC-fractie vragen of de bewindspersonen kunnenreflecteren op de rol van de inspectie in het Caribisch deel van hetKoninkrijk en in hoeverre de handhaving van het onderwijsbeleid thans tekort schiet.De inspectie houdt in Caribisch Nederland – net als in Europees Nederland– toezicht op de naleving van wet- en regelgeving in het onderwijs. Deinspectie houdt in haar toezicht rekening met verschillen in wet- enregelgeving en met de specifieke context.Het toezicht in Caribisch Nederland is vanwege de uitdagingen intensieverdan in Europees Nederland. Elke twee jaar krijgt elke school een uitge-breid kwaliteitsonderzoek. De uitdagen zijn divers: zo is de aansluiting ophet vervolgonderwijs in Nederland, vanwege de taal, voor veel leerlingenmoeilijk. Voor leerlingen van de bovenwindse eilanden komt daar deoverstap naar een ander onderwijssysteem bij. Ook hebben de eilanden temaken met een toename van kinderen uit de regio die de voertaal opschool en op het eiland (Engels, Nederlands en/of Papiaments) nietspreken. De kleinschaligheid van de eilanden en de uitvoering vaninclusief onderwijs brengt daarnaast met zich mee dat binnen een groepof klas grote verschillen bestaan tussen leerlingen in niveau, maar vooralten aanzien van de (extra) ondersteuningsbehoeften.18Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1747Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1313
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.