Stand van zaken Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR)
Brontekst
Versie 890d3f6633787c22 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 697Gebiedsgerichte economische perspectieven enRegionaal Economisch Beleid32 851Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)Nr. 173 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 september 2025De regio is prachtig, krachtig en vol zelfvertrouwen, een uitspraak tijdenshet Commissiedebat Regio’s en grensoverschrijdende samenwerking van5 februari jongstleden die ik van harte onderschrijf. Tijdens dit debat heeftmijn ambtsvoorganger met een brede afvaardiging van uw Kamergesproken over de onwenselijke achterstanden die inwoners in bepaalderegio’s ervaren op onder andere het gebied van wonen zorg, onderwijs eninkomen en over het belang van het Nationaal Programma Vitale Regio’s(NPVR) om deze achterstanden te verkleinen. Het huidige en hetvoorgaande kabinet en de Kamer hebben deze bevindingen omarmdsinds het verschijnen van het rapport «Elke regio telt!». Samen hebben wijgeconcludeerd dat de elf regio’s die centraal staan in het NPVR iets andersen meer vragen en dat Rijksbeleid en de manier waarop het Rijk inNederland investeert recht moet doen aan de verschillen in het land. Wantook in deze regio’s liggen volop kansen, die benut kunnen worden als Rijken regio samen optrekken. Hier wordt hard aan gewerkt, maar dit vraagtom langjarig commitment. Tijdens het debat van februari jl. is aan uwKamer toegezegd u voor Prinsjesdag te informeren over de plannen voorde elf regio’s vanuit het NPVR, inclusief de bandbreedtes van de plannen.Ik neem u in deze brief onder andere mee in de stand van zaken, recenteontwikkelingen en een aantal praktijkvoorbeelden.Voortvarend aan de slagIn de periode na de lancering van het NPVR in januari jl. heeft mijnambtsvoorganger kennisgemaakt met de bestuurlijk trekkers van de elfregio’s, is er aan elke regio een Rijksvertegenwoordiger gekoppeld1 envond op 3 april jl. een officiële startbijeenkomst plaats. De startbijeen-komst bracht ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers van de elf1Een overzicht van deze verdeling vindt u in de bijlage. kst-29697-173ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 697, nr. 1731 regio’s, regionale stakeholders 2 en ministeries samen. Dit heeft opnieuwgetoond hoe waardevol deze onderlinge contacten en kennisuitwisselingzijn als basis voor de verdere samenwerking.Aan de plannen voor de regio’s wordt op dit moment hard gewerkt tussenregio’s en het Rijk. Deze manier van interbestuurlijke samenwerking steltde regionale context en daarmee de leefwereld van de inwoners centraal.De opgaven die we gezamenlijk willen aanpakken zijn niet in één nachtontstaan en vragen langjarig commitment voor duurzame oplossingenom de leefbaarheid voor inwoners en aantrekkelijkheid van deze regio’s tebehouden en waar nodig te versterken. De plannen voor de regio vormenhet uitgangspunt voor de te ontwikkelen uitvoeringsagenda’s. Dezeuitwerking staat centraal in de komende periode en vraagt om eenzorgvuldig proces, waarvoor draagvlak nodig is in de regio’s en bij deministeries. De regio’s volgen hun eigen tempo. Dat betekent dat deplannen voor de regio’s niet allemaal op hetzelfde moment klaar zijn. Ikvoorzie de plannen voor de regio’s in de periode tussen eind 2025 en heteerste kwartaal van 2026. De daaruit voortkomende uitvoeringsagenda’sverwacht ik in de tweede helft van 2026. In de jaarlijkse voortgangsbriefover het NPVR die ik rondom de jaarwisseling aan uw Kamer zal sturen,zal ik onder andere stilstaan bij de stand van zaken per regio.BandbreedtesDit proces loopt parallel aan en in samenhang met de uitwerking van mijntoezegging over financiële bandbreedtes aan het lid Bikker. Omdat hetproces om tot de plannen van de regio te komen nog volop gaande is, kanik de toegezegde financiële bandbreedtes in deze brief nog niet met udelen. Ik voorzie twee stappen om tot een inschatting van de financiëlebandbreedtes te komen: ik start vanuit de doelstellingen van het NPVR3 enbekijk vanuit dat perspectief wat de belangrijkste opgaven in de elf regio’szijn. Ook al is het proces nog in volle gang, een aantal opgaven wordenwel in alle elf regio’s in meer of mindere mate ervaren. Het gaat hierbijbijvoorbeeld om de mismatch op de woningmarkt, een clustering vankwetsbare inwoners met gezondheidsachterstanden en armoedeproble-matiek, druk op de arbeidsmarkt door vergrijzing en ontgroening en debeschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen. Op basis van deplannen van de regio’s en de opgaven die hierin centraal staan wordtgekeken in welke mate ze in geld uit te drukken zijn of dat er gezocht moetworden naar een andersoortige oplossing, zoals meer ruimte in wet- enregelgeving of maatwerk in beleid. Dit leidt tot een eerste overkoepelendeindicatie van de bandbreedte voor de elf regio’s gezamenlijk op basis vande drie inhoudelijke doelstellingen van het NPVR. Over deze eerste stapzal ik u in de brief rondom de jaarwisseling informeren. De tweede stap isom deze analyse verder te specificeren naar de elf afzonderlijke regio’s. Erzal via het reguliere begrotingsproces budgettaire dekking gevondenmoeten worden als tot besluitvorming per regio wordt gekomen. Ditgebeurt als we de plannen voor de regio’s door vertalen naar uitvoerings-agenda’s in 2026.2Zoals onderwijs- en zorgspartijen en vertegenwoordigers van arbeidsmarkten3Het NPVR heeft drie overkoepelende doelstellingen: 1. Veilige en leefbare regio’s: het verbe-teren van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving in regio’s met onder andere explicieteaandacht voor een passende woningvoorraad, herstructurering en transformatie en verduur-zaming van de gebouwde omgeving en een gezonde groene leefomgeving.; 2. Een duurzaamen bereikbaar voorzieningenniveau dat ondersteunend is aan de vitaliteit en het beoogdetoekomstperspectief van de regio’s en het behoud van de aantrekkelijkheid en leefbaarheid indeze regio’s voor inwoners.; 3. Een gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners in de regio’s,waaronder gezond opgroeien en oud worden, ontwikkelkansen in het onderwijs, perspectief opwerk en regionale economische ontwikkeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 697, nr. 1732 Ik of mijn opvolger zal u rondom het zomerreces van 2026 informerenover de uitvoeringsagenda’s, daaraan gekoppelde afspraken per regio ende doorvertaling in bandbreedtes per regio.Aandacht voor regionale verschillen in RijksbeleidLandelijk beleid past niet altijd één op één bij de realiteit in de regio’s.Daarom wil ik in deze brief een aantal voorbeelden beschrijven dieexemplarisch zijn voor beleid dat net anders uitpakt in deze regio’s.Hierdoor kunnen (op het eerste oog) kleine dingen voor grote verschillenzorgen.Samen met mijn collega van het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening (VRO) heb ik aandacht voor regionale verschillen bijhet opstellen van landelijk beleid. Een voorbeeld hiervan is de Realisaties-timulans, waarover het Ministerie van VRO u onlangs heeft geïnfor-meerd.4 Mijn ministerie heeft in de afgelopen periode nauw samenge-werkt met het Ministerie van VRO en de regio’s om de opgave in kaart tebrengen. Met de komst van de Realisatiestimulans worden de regio’smeer ondersteund voor de woningbouw dan in het verleden. De Realisa-tiestimulans geeft een vaste bijdrage voor elke betaalbare woning, ook dewoningen die gerealiseerd worden in de NPVR-gebieden. Dit geldt nietalleen voor alle nieuw te bouwen woningen maar ook als het gaat omvervangende nieuwbouw. Er is met de regio’s verkend of en hoe dewoningbouwopgave afwijkt van de generieke uitgangspunten achter deregeling. Uit de hieromtrent gevoerde gesprekken met de elf regio’s komtnaar voren dat de huisvestingsopgave in dit type regio inderdaad andersis dan in meer grootstedelijk gebied, maar dat er op dit moment nog eenonvoldoende eenduidig beeld is van een hogere toerekenbare publiekeonrendabele top. Er is in deze regio’s eerder sprake van een herstructure-ringsopgave dan een uitbreidingsopgave en daarmee een leefbaarheids-opgave, met als noodzaak de woningvoorraad aan te laten sluiten op dewoonwensen van de (huidige en toekomstige) inwoners. De fysiekeopgave in dit type regio houdt ook verband met de sociaaleconomischeopgaven; de woningvoorraad bestaat in delen van deze regio’s voor eengroter deel uit relatief goedkope particuliere (koop)woningen. Dit kan insommige wijken een aanzuigende werking op kwetsbare doelgroepenhebben, waardoor in deze wijken een clustering van kwetsbare inwonersontstaat. Nader onderzoek is nodig om te bepalen op welke manier hetRijk bij zou kunnen dragen om deze opgave op te pakken, met aandachtvoor de regionale context.Een tweede belangrijke constatering was dat de ambtelijke capaciteit ookin deze regio’s een aandachtspunt is om de beoogde plannen, die ookbijdragen aan de nationale woningbouwopgave, te realiseren. De Ministervan VRO heeft een programma in wording om de ambtelijke capaciteitenvan gemeenten te versterken. De programmatische aanpak uitvoerings-kracht, die momenteel wordt uitgewerkt, is landsbreed en zo ook relevantvoor de NPVR-gebieden. Onze ministeries trekken hier nauw samen in op,zodat hier voldoende aandacht voor is binnen het programma.Daarnaast bleek dat de invloed van woningbouw op en de samenhangmet de bereikbaarheid van voorzieningen in deze regio’s heel belangrijkis. Dit is echter dermate regiospecifiek dat daarop nadere verdiepingnodig is, zoals ik eerder in deze brief beschreef. Voor die verdieping wordtsamengewerkt tussen mijn departement en het Ministerie van Infra-structuur en Waterstaat (IenW). IenW werkt samen met andere departe-menten en de regio aan het meer centraal stellen van bereikbaarheid vanbanen en voorzieningen en leveringszekerheid van goederen in het beleid.4Kamerstuk 32 847, nr. 1344Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 697, nr. 1733 Dat gaat allereerst over het behoud en versterking van voorzieningen indeze regio’s. In maart jl. bent u geïnformeerd over het KabinetsstandpuntBereikbaarheid op Peil, waarin het bereikbaarheidspeil is geïntroduceerdwaarmee de staat van de bereikbaarheid van voorzieningen in beeldwordt gebracht.5 Voor het notaoverleg MIRT in het najaar 2025 ontvangt ueen plan van aanpak voor de regionale bereikbaarheidsanalyses en-profielen. Hierin wordt ook de koppeling met het NPVR gelegd, aangeziende informatie over bereikbaarheid van banen en voorzieningen die met deregionale bereikbaarheidsanalyses wordt gegenereerd ook van belang isvoor de 11 NPVR-regio’s.Een laatste voorbeeld dat ik graag wil aanhalen is op het terrein van hetMinisterie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).Specifiek voor het landelijk gebied werkt LVVN aan de geschiktheid vanbeleid bij plattelandsgebieden conform motie van der Plas.6 Hiervoorwordt gekeken naar het principe «rural proofing», ofwel «platte-landsproofing». Dit is de praktijk van het kijken naar beleid door een ruralelens, om te zorgen dat beleid aansluit bij de context en opgaven van hetlandelijke gebied. Het Ministerie van LVVN heeft het initiatief genomen omeen Rural Policy Review uit te laten voeren door de Organisatie voorEconomische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Deze Review heeftten eerste het doel om inzichten te krijgen in hoe het gaat in het landelijkgebied, bijvoorbeeld op het gebied van welzijn en de regionale identiteit.Een tweede doel is het evalueren van het huidige beleid voor het landelijkgebied, in nauwe samenwerking met de plattelandsgemeenschap. Eenbelangrijk element hierin is het vertalen van het concept «platte-landsproofen» naar de Nederlandse context. Ik werk nauw samen met hetMinisterie van LVVN op dit thema om een goede samenhang met hetNPVR te waarborgen.Tot slot is Defensie bij uitstek een overheidsorganisatie die in heel hetland locaties en activiteiten heeft. Die activiteiten hebben in veel gevallenimpact op de leefomgeving, maar brengen ook investeringen, werkgele-genheid en draagvlak voor andere voorzieningen met zich mee.Feedback loopHet is belangrijk dat signalen over regiospecifieke knelpunten in landelijkbeleid terugkomen bij de betreffende ministeries. Eerder in deze briefbenoemde ik de aanstelling van Rijksvertegenwoordigers voor de elfNPVR-regio’s. De Rijksvertegenwoordigers hebben inmiddels allemaalkennisgemaakt met hun regio en de bestuurlijke trekker. Zij zijn betrokkenbij de regio’s vanuit de inhoud, zijn eerste aanspreekpunt voor debestuurlijk trekker in de regio, en hebben ook een signaalfunctie naar huncollega’s binnen het eigen ministerie én bij andere ministeries om zakendie knellen onder de aandacht te brengen en daarmee bij te dragen aanverkenning van oplossingsrichtingen. Signalen als deze zijn onderdeel vande feedback loop die wordt gebruikt voor het herijken van de beleids- eninvesteringslogica,7 en die ik vanuit mijn coördinerende rol met collega’svan andere ministeries bespreek. We voeren structureel interdeparte-mentaal het gesprek over maatwerk en zoeken de oplossingsrichtingenniet alleen in geld, maar ook in vaststellen waar het exact knelt (interpre-tatie en implementatie) en zo nodig verkenning van mogelijkheden vooruitzonderingsposities voor regelingen, aanpassing van beleid of andere5Kamerstuk 31 305, nr. 4896Kamerstuk 36 410, nr. 1117Bij beleids- en investeringslogica ligt de focus op het goed organiseren van gebiedsgerichtwerken bij het Rijk, op het verbinden van ministeries en het inbedden van een feedback loopom de signalen vanuit regio’s en medeoverheden structureel mee te kunnen nemen in verderedoorontwikkeling van beleid (Kamerstuk 29 697, nr. 158).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 697, nr. 1734 wijzen om af te wijken van generiek beleid. Hierbij kan het gaan omconcrete instrumenten of juist langjarige trajecten. In het najaar van 2025zal ik opnieuw met de bestuurlijk trekkers van de regio’s en de Rijksverte-genwoordigers bij elkaar komen om eerste ervaringen met elkaar te delenen, vooruitlopend op de plannen van de regio, reeds zichtbare knelpuntenvanuit de regio’s ten aanzien van de beleids- en investeringslogica tebespreken. Ik zal u in mijn jaarlijkse voortgangsbrief over het NPVRinformeren over de voortgang van de doorontwikkeling van de beleids- eninvesteringslogica. Daarnaast benadruk ik hierbij nogmaals dat hetonverminderd belangrijk is en blijft dat de Kamer niet alleen aandachtvraagt bij BZK voor de thema’s die centraal staan in het NPVR, maar ookbij andere ministeries.Belangrijke ontwikkelingenIn een groot deel van de plannen voor de regio wordt expliciet aandachtbesteed aan de bestaande samenwerking met de buurlanden, omdatgrensbelemmeringen vaak onderdeel zijn van de lokale opgaven enervoor zorgen dat kansen niet verzilverd kunnen worden. De aanpak vandeze belemmeringen is voor inwoners in deze regio’s van grote waardevoor de kwaliteit van leven, wonen en werken. Om deze reden is naast destaande gremia8 het afgelopen jaar het Schakelpunt GrensbelemmeringenVlaanderen-Nederland opgericht, dat beziet hoe in specifieke gevallen kanworden afgeweken van bestaande wet- en regelgeving om grensbelem-meringen tussen Nederland en Vlaanderen aan te pakken. Daarnaast staatde aanpak van grensbelemmeringen aan álle EU-binnengrenzen centraalin de op 6 mei jl. in het Europees parlement aangenomen verordeningBRIDGEforEU. Deze verordening roept op tot het oprichten dan welaanwijzen van grensoverschrijdende coördinatiepunten, met als doel hetwegnemen van belemmeringen in grensregio’s. Het kabinet staat positieftegenover deze ontwikkeling. In het kader van BRIDGEforEU zullen dekomende periode gesprekken worden gevoerd met betrokken grensregio’sen buurlanden om de praktische invulling nader vorm te geven. Desamenwerking over de grens is een essentieel element binnen het NPVRom gezamenlijk te werken aan regionale ontwikkeling.Tot slot: dit kabinet gelooft in de kracht van de regio. We investeren instructurele samenwerking en kijken kritisch naar de manieren waarop wede kracht van de regio kunnen stimuleren. Dit vraagt onverminderdevoortzetting van het NPVR in de komende kabinetsperiode. Er is een langeadem nodig om in deze regio’s tot passende oplossingen en daarmeeduurzame ontwikkeling te komen. Daarvoor is van het hele kabinetcommitment nodig op de lange termijn, over kabinetsperiodes heen. Dezeoproep wordt tevens gedeeld door de bestuurlijk trekkers van de elfregio’s in een brief die onlangs aan de verschillende fracties is verzondenten behoeve van de aankomende verkiezingen. Om op de langere termijnde structurele opgaven rondom onder andere wonen, gezondheid,armoede en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen indeze regio’s gezamenlijk op te lossen, zal evenwel meer nodig zijn dan dehuidige samenwerking met inzet van incidentele middelen.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F. Rijkaart8Samenwerkagenda met Nedersaksen, de Grenslandagenda en de grensgovernanceNederland-Vlaanderen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 697, nr. 1735 OVERZICHT RIJKSVERTEGENWOORDIGERSDepartementRijksvertegenwoordigerRegioMinisterie van Volkshuisves-ting en Ruimtelijke OrdeningDG Ruimtelijke OrdeningNoord- FryslânMinisterie van Sociale Zakenen WerkgelegenheidDG Werk aan UitvoeringZuid- Oost DrentheMinisterie van Infrastructuuren WaterstaatDG MobiliteitAchterhoekMinisterie van Volkshuisves-ting en Ruimtelijke OrdeningSG VROMidden-LimburgMinisterie van BinnenlandseZaken en KoninkrijksrelatiesDG Openbaar Bestuur enDemocratische RechtstaatZuid-LimburgMinisterie van Onderwijs,Cultuur en WetenschapSG OCWZeeuws-VlaanderenMinisterie van Justitie enVeiligheidDG Rechtspleging enRechtshandhavingKop van Noord-HollandMinisterie van Volksgezond-heid, Welzijn en SportDG Curatieve ZorgNoord en Oost-GroningenMinisterie van EconomischezakenDG Bedrijfsleven en InnovatieTwenteMinisterie van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid enNatuurDG Realisatie LandelijkGebiedNoord-LimburgMinisterie van Klimaat enGroene GroeiDG Realisatie Groene GroeiZuid- en Oost-Fryslân BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 697, nr. 1736
Gerelateerde bronnen
- De Kamer ontvangt rond de zomer een brief over de voortgang van de plannen voor de elf regio's vanuit het Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR), inclusief d
De Kamer ontvangt rond de zomer een brief over de voortgang van de plannen voor de elf regio's vanuit het Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR), inclusief de bandbreedtes van de plannen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.