Begroting Binnenlandse Zaken (36800-VII) (voortzetting)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
509ecf68-e699-40c4-89cb-5ebee100029c
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Rijkaart: Voorzitter, dank u wel. Dank u wel voor de inbreng van deze Kamer. Het moge duidelijk zijn dat het lokaal bestuur deze Kamer, en natuurlijk ook mij, na aan het hart gaat. We moeten de lokale democratie dan ook zeker versterken. Daarin hebben we belangrijke maatschappelijke opgaven te realiseren. Ik heb in mijn eerste termijn dan ook aangegeven dat ik bereid ben om dit jaar een maatregelenpakket toe te zeggen dat gericht is op het versterken van de lokale democratie. Daarvoor hebben we ook een denkrichting, over hoe dat dan besteed kan worden. Dat kan nog besteed worden in 2026. Het kan echter niet rechtstreeks verstrekt worden aan lokale politieke partijen; ik heb dat ook uitgelegd. Voorbeelden van maatregelen waar we wél op kunnen inzetten, zijn: veilig vergaderen door gemeenteraden, opleiding en trainingen voor volksvertegenwoordigers en lokale bestuurders, het uitbreiden van de inzet van ProDemos in de regio en de ondersteuning van kleine gemeenten op het punt van weerbaarheid. Dat is waar we nu op dit moment aan denken, maar dit vergt nog wel nadere uitwerking. Nogmaals, tegelijkertijd zie ik dat er diverse amendementen zijn ingediend met als dekking de 8,15 miljoen die dit jaar beschikbaar is doordat de Wpp een jaar later wordt ingevoerd. Die heb ik dus ontraden omdat ik die middelen bestemd wil houden voor de versterking van de lokale democratie. Als een of meerdere amendementen worden aangenomen met dezelfde dekkingsbron, dan heeft dat wel tot gevolg dat ik geen of minder middelen beschikbaar heb voor het maatregelenpakket, want het geld kan natuurlijk maar één keer uitgegeven worden. Dat moge duidelijk zijn. Voorzitter. Ik stel voor dat ik dan even de vragen afwerk en dat ik straks begin met het gewijzigde amendement. Hoe werkt nu de subsidie voor ProDemos? Jaarlijks krijgt ProDemos 8,9 miljoen aan subsidie van BZK. Die subsidieregeling loopt dit jaar af. Zoals ik al zei wordt nu gewerkt aan een nieuwe subsidieregeling voor januari 2027. Daarnaast wordt in 2026, dus nog dit jaar, met een aanvullende subsidie van 1 miljoen euro de inzet van ProDemos in de regio verlengd. Dit is de continuering van het amendement-Sneller uit 2025. Het wordt gefinancierd uit de envelop goed bestuur en democratische rechtsstaat. Voor als er nog twijfel bestond over die 1 miljoen: die wordt dus gecontinueerd. De beschikbare ruimte binnen artikel 1, Openbaar bestuur en democratie. In de begroting is aangegeven dat er voor artikel 1 geen vrij te besteden middelen meer zijn. Ik heb in de eerste termijn wel aangegeven dat ik de amendementen van de leden Kröger en Huizenga ga dekken binnen artikel 1. Ik zie zelf ook de toegevoegde waarde ervan. Hoe gaan we dat doen? We gaan binnen artikel 1 herprioriteren om te bekijken hoe het dan toch tot stand kan komen. Het lid Huizenga vroeg ook om een reflectie op de vraag hoe we het gaan doen met de begrotingsbehandeling: mogen er wijzigingen gedaan worden wanneer dat kan? De begrotingsbehandeling is natuurlijk een cruciaal debat; daar zijn we het met z'n allen over eens. Ik heb ervoor gekozen om een aantal zaken al schriftelijk aan u toe te zenden en deze mondeling toe te lichten, net zoals de hele systematiek is bij andere begrotingsbehandelingen. Dat doe ik juist om de focus in het debat aan te brengen en in te kunnen gaan op de punten waarop uw Kamer wijzigingen aan wil brengen. Dit alles gebeurt natuurlijk wel — dat is een beetje vervelend — tegen de achtergrond van de spoedige komst van een nieuw kabinet. We zitten hier gewoon een beetje in een spagaat. Daar zijn we momenteel met z'n allen een beetje slachtoffer van, denk ik. Er was nog een vraag, over de uitvoering van het rapport Elke regio telt!: waar loopt het nu op vast in de doorontwikkeling, waarbij we als Rijk gezamenlijk kijken naar regionale verschillen en brede welvaart en zouden we versnelling aan kunnen brengen in de volgende kabinetsperiode? Het loopt momenteel niet echt ergens op vast. Op meerdere beleidsterreinen zijn we wel die gesprekken aan het voeren. Wat zou u dan kunnen doen? Ik zou met klem adviseren om als Tweede Kamer toch het gesprek te blijven voeren in de commissies die de komende tijd over onder andere dit item gaan. Dan kom ik bij het gewijzigde amendement. Dat ging volgens mij over de wijzigingen van het lid Huizenga, als ik het helemaal goed heb. Voor uw administratie, voorzitter: dat wordt dan het amendement op stuk nr. 51. Het lid Huizenga heeft volgens mij de wijziging gedaan in het artikel zoals wij geadviseerd hebben. Dat klopt, dus wij kunnen dat dan oordeel Kamer geven.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Dan kom ik bij de moties.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Concreet: het proces loopt nog. Het gaat waarschijnlijk niet zo snel als u zou willen. Dat onderken ik ook. Ik denk dat iedereen zegt: het mag wel wat vlotter allemaal. Het loopt niet echt vast op een aanmerkelijk knelpunt dat we nu kunnen beetpakken en kunnen tackelen.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 38, van de leden Kröger en Tseggai, over een nationaal programma tegen discriminatie, is momenteel ontijdig. Op 11 december heb ik uw Kamer geïnformeerd over denkrichtingen met betrekking tot een meerjarenplan. De meerjarenagenda zou samenvallen met de beoogde looptijd van het aankomende kabinet. Ik heb de stellige verwachting dat het kabinet de handschoen op zal pakken en hiermee aan de slag zal gaan. Dan kunt u het debat vervolgen met het nieuwe kabinet.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 39, van het lid Vermeer, over middelen voor de uitvoering van het Nationaal Programma Vitale Regio's, is ontijdig. Er zijn nu geen middelen in de begroting van BZK opgenomen. Het is aan een volgend kabinet om hier al dan niet keuzes in te maken. Derhalve is de motie voor nu ontijdig.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Ik kan me levendig indenken dat je de wens hebt dat een plan uitgevoerd wordt. Het zit 'm er in dit geval in dat het een voorschot neemt op een beslissing van de minister om ruimhartig — wat is ruimhartig? — middelen vrij te maken. Omdat er nog helemaal geen middelen zijn opgenomen in de begroting, is het echt aan een nieuw kabinet om daar een allocatie voor te vinden, in welke vorm en ordegrootte dan ook. Derhalve zeg ik: op dit moment is de motie nog even ontijdig. Wacht even de plannen af. Dan hebben een concreter financieel voorstel vanuit de regio.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Nee, sterker nog, dan wordt uw motie juist veel sterker. Feitelijk gezien committeer ik me dan nu al aan alles wat de regio's gaan vragen. Dan zou ik 'm zelfs ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 40 over de gekozen burgemeester, ook van het lid Vermeer, gaan we ontraden. Gezien de huidige demissionaire status van het kabinet, past het niet om over dit onderwerp verstrekkende uitspraken te doen. In het hoofdlijnenakkoord van het huidige kabinet is afgesproken de huidige aanstellingswijze van de burgemeester dan ook te handhaven.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 41 over een einde aan de subsidie voor politieke partijen gaan wij ontraden. Wij zien namelijk dat politieke partijen een spreekbuis zijn voor opvattingen uit de samenleving. Ze brengen het publiek samen vanuit hun standpunten en in hun programmering. Daarnaast hebben ze ook nog te maken met de rekrutering en selectie van bestuurders en volksvertegenwoordigers, communicatie en mobilisatie. Daarom is het belangrijk om ze te blijven subsidiëren. De motie op stuk nr. 41 is derhalve ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 42 van de heer Van den Brink gaat over het aantal vereiste ondersteuningsverklaringen voor deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen. Dat wordt oordeel Kamer. Een wetsvoorstel gaat voor de zomer in consultatie. Oordeel Kamer dus.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 43 van mevrouw Boelsma-Hoekstra over de subsidiëring van decentrale politieke partijen moet ik ontraden. Het is namelijk niet mogelijk om in een subsidieregeling nadere verantwoordings- en transparantieregels op te stellen. Dit staat haaks op het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen, waarbij een subsidiëring van politieke partijen hand in hand gaat met de verantwoording en transparantie over de financiën en de interne organisatie. De motie op stuk nr. 43 is derhalve ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 44 van het lid Van Baarle over gemeentelijk antidiscriminatiebeleid verplichten is ontijdig. Het huidige kabinet heeft niet de keuze gemaakt om een en ander te laten vallen. Ik heb dat ook schriftelijk in de beantwoording gemeld. Of het volgende kabinet beslist of er nader onderzoek nodig is, laat ik dan ook aan hen. Voorlopig hebben we daar overigens ook geen middelen voor.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 45 van het lid Van Baarle over een landelijk actieplan tegen moslimhaat is overbodig. Op 12 december heeft het kabinet gereageerd op het Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie. Daar zit ook de versterkte aanpak in. Dat is de inzet van dit kabinet. Wat het volgend kabinet wil, is dan ook aan het volgend kabinet.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 46 van het lid Van Baarle gaat over een modelaanpak voor departementaal rapporteren over de aanpak van discriminatie. Deze is overbodig. Er is reeds een raamwerkrapportagemodel vastgesteld door de departementen. Dat wordt verder vormgegeven. Alle departementen hebben al toegezegd een rapportage aan te leveren, dus verplichten is verder niet nodig. De motie op stuk nr. 46 is dus overbodig.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 47 van het lid Van Baarle over de rijksinkoopstrategie. Deze krijgt oordeel Kamer. Dit sluit aan op een brief die ik vanochtend heb gestuurd, waarin ik dezelfde ambitie aangeef.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 48, ook van het lid Van Baarle, gaat over een wetsvoorstel voor landelijke antidiscriminatievoorzieningen. Deze is ontijdig. Het dictum van de motie zegt het al: na beëdiging van het nieuwe kabinet. Alleen daarom al is de motie eigenlijk ontijdig.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 49 van het lid Flach over een aanspreekpunt voor de regio is ontijdig. Naar aanleiding van een eerdere motie heeft het kabinet aangegeven met de regio's in gesprek te gaan over de opgaven en deze te koppelen aan de meest betrokken departementen. De regio mag dan ook verwachten dat het Rijk intern zoekt naar een goede verbinding. Ook zal besproken worden op welke wijze de samenwerking kan plaatsvinden. Of dan altijd en overal een langjarige gebiedsgerichte aanpak plaatsvindt, is wel aan een volgend kabinet. Derhalve is de motie op stuk nr. 49 ontijdig.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Dan de motie op stuk nr. 50 van het lid Flach over de begraafplaats van Moerdijk. Ik begrijp de wens en heb daar volgens mij ook invulling aan gegeven in mijn eerste termijn. Het proces vraagt om een brede, zorgvuldige afwerking, juist om op een zorgvuldige manier met dit soort gevoeligheden om te kunnen gaan. Het lokale bestuur beslist in eerste aanleg. Laten we dat afwachten en pas daarna als Rijk instappen.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 50 wordt daarmee ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 52 is een brede motie, waarin wordt gevraagd om een onderzoek naar de kiesdrempel niet door te laten gaan. Zoals wij de motie hebben gelezen, betreft het een voornemen in het akkoord van het nieuwe kabinet. Derhalve is deze ontijdig.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 53 van mevrouw Bikker over weerbaar bestuur is overbodig. We doen dit al. We investeren al in programma's en steunen het lokale bestuur. Ik zie 'm wel als een aanmoediging om hiermee door te gaan. Dan was er ook nog een vraag over de Monitor Integriteit en Veiligheid. Daar wordt dit in vormgegeven. De cijfers waar u naar vraagt over agressie, intimidatie et cetera komen eind 2026.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Dan de motie op stuk nr. 54 van mevrouw Bikker over financiële onderbouwing van de plannen van de regio's. De regering wordt hierin verzocht om de plannen in de regio's te voorzien van financiële onderbouwing. Zoals eerder gezegd, geef ik deze het oordeel "ontijdig". Eerst moeten de plannen worden uitgewerkt en dan moet er inzicht komen in de uitvoeringskosten. De vraag komt nu nog te vroeg. De motie op stuk nr. 54 is ontijdig.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 55 van mevrouw Beckerman over de nullijn moet ik ontraden. Die is niet conform het kabinetsbeleid, zoals ik vandaag eigenlijk al heb toegelicht.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 56 over openbare toiletten is ontijdig. Ik ga 'm wel bespreken met mijn collega van VWS en ik bericht u over de uitkomst daarvan. Het is even aan de heer Struijs of hij in afwachting van mijn bericht de motie wil aanhouden. Anders krijgt de motie het oordeel "ontijdig".
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Dat zou het mooiste zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Als dat lukt. Ik ga een poging wagen om dat te doen.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: We gaan in deze nadagen een poging wagen.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: We gaan over naar de motie op stuk nr. 57 van het lid Struijs over informatie die gemeenten aan elkaar kunnen doorgeven. Die motie ging over zorgfraude. Deze casuïstiek kan onderzocht worden binnen het programma Interbestuurlijke Datastrategie. De motie krijgt oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 58 van het lid Lammers vraagt mij om de burgemeester de opdracht te geven te handhaven tegen Extinction Rebellion. De inzet rond openbare orde en veiligheid en vooral rond de Wet openbare manifestaties is echt aan de burgemeester zelf; die kan de lokale omstandigheden het beste beoordelen. Ik ga deze motie dan ook ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: De motie op stuk nr. 59, ook van het lid Lammers, gaat over het verplicht referendum. Dat is echt aan het lokale bestuur; dat kan dit het beste beoordelen. Ik ken ook voorbeelden waarbij er ook zonder verplicht referendum het een en ander binnen gemeenten wordt gedestilleerd. Ik wil dit ook echt bij het lokale bestuur laten en derhalve de motie op stuk nr. 59 ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Volgens mij ben ik er dan doorheen, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Minister Rijkaart: Dat is inderdaad de systematiek vanuit het programma dat we hebben. Die 8,15 miljoen gaat dit jaar nog uitgegeven worden. Zelfs als het kan, gaan we het in de uitvoering niet redden voor de gemeenteraadsverkiezingen. Als je het dan wel al doet en je een heel individueel subsidietraject opstelt, dan belast je de gemeenten met een enorm subsidietraject, terwijl de wet waarin alles geregeld wordt op 1 januari 2027 in zou moeten gaan. Dat is de meest vloeiende manier om dit te doen.
Bron, video en gesprek →