Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Brontekst
Versie 325481017937e910 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIVVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en hetDiergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2025Nr. 10 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 18 oktober 2024 De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft deeer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met dedaarop gegeven antwoorden.De vragen zijn op 26 september 2024 voorgelegd aan de Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Bij brief van 11 oktober2024 zijn ze door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,AardemaDe griffier van de commissie,Jansma kst-36600-XIV-10ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 101 1Hoeveel heeft de naamwisseling van het Ministerie van LVVN gekost?Het naamswijzigingstraject van het Ministerie van LVVN is nog nietafgerond. Het doorvoeren van aanpassingen bij een naamswijziging vanhet ministerie beslaat minimaal enkele maanden tot ruim een jaar. Dekosten die voor de naamswijziging zijn gemaakt in 2024, wordenverantwoord in het jaarverslag. De globale kostenraming voor denaamswijziging bedraagt € 3 tot 5 mln.2Hoeveel arbeidsmigranten zijn bij benadering in Nederland werkzaam inde land- en tuinbouwsector? Hoe verhoudt dat zich tot het totaal aantalarbeidsmigranten in Nederland?Volgens de migratiemonitor van het CBS waren er op 31 december 2022635.100 personen geboren in een andere EU-lidstaat werkzaam inNederland als werknemer. Volgens deze monitor waren er ongeveer20.180 mensen werkzaam in de landbouw, bosbouw en visserij.Aandachtspunt is dat dit aantal waarschijnlijk groter is omdat arbeidsmi-granten ook als werknemer via een uitzendbureau kunnen wordengedetacheerd. Het is op basis van de CBS bekende gegevens niet af teleiden in welke sectoren deze werknemers als uitzendkracht werken.Daarnaast worden de arbeidsmigranten van buiten de EU niet meege-nomen in deze monitor.Belangrijk is ook dat de migratiemonitor geen eenduidig beeld geeftomdat in de migratiemonitor iedereen wordt opgenomen die is geborenin het buitenland ongeacht hun verblijfsdoel in Nederland.3Wat is de redenatie achter het drastisch verlagen van de middelen voorCellulaire Agricultuur na 2025?Het project Cellulaire Agricultuur heeft in de tweede ronde een bijdrageuit het Nationaal Groeifonds toegezegd gekregen. De omvang van dezebijdrage is € 60 miljoen en loopt via de LVVN-begroting. Deze bijdrage isincidenteel. Het kasritme laat in 2025 een piek zien vanwege de inves-tering in apparatuur voor de opschaling.4Wat verstaat de regering onder biobased teelt?Onder biobased teelt wordt verstaan de teelt van gewassen die onderandere verwerkt kunnen worden tot bouwmateriaal. In Nederland zijn indat verband de meest gangbare gewassen vezelhennep, vlas enmiscanthus. Ook bijvoorbeeld wilgen en Paulownia kunnen wordenverwerkt tot bouwmateriaal, maar zijn minder gangbaar. Biobasedtoepassingen van biogrondstoffen in brede zin zijn deels al eeuwenoud,zoals textiel uit vlas en hennep, papier en karton uit houtachtig materiaal,isolatiemateriaal van stro (bijproduct van graan). Teelten als vlas envezelhennep passen in een rotatie (bouwplan) van akkerbouwers.Meerjarige gewassen zoals olifantsgras, bamboe en Paulownia biedenuitkomst op gronden die gevoelig zijn voor droogte of uitspoeling, of in denabijheid van Natura2000-gebieden.5Waarom zijn er wel middelen beschikbaar gesteld voor de ontwikkelingvan een natuurherstelplan en een nulmeting, maar niet voor de daadwer-kelijke uitvoering van de natuurherstelmaatregelen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 102 De middelen voor een nulmeting en het opstellen van het natuurher-stelplan worden ingezet om het natuurherstelplan op basis van bestaandeen aanvullende data op te stellen. Aan de hand hiervan kunnen adequatemaatregelen in het Natuurherstelplan opgenomen worden die inovereenstemming zijn met de staat van de natuur. Deze meting en eeneerste inventarisatie van de nodige herstelmaatregelen is vereist onder deverordening. Het concept natuurherstelplan moet in 2026 gereed zijn. Ervindt al wel uitvoering van herstelmaatregelen plaats, op grond vanverschillend beleid en programma’s, zoals Programma Natuur. HetNatuurherstelplan zal inzichtelijk maken welke maatregelen aanvullendnodig zijn om de natuurdoelen te behalen.6Kan de regering garanderen dat de uitvoering van de noodzakelijkenatuurherstelmaatregelen niet zal worden vertraagd of bemoeilijkt doorhet ontbreken van direct beschikbare financiële middelen? Zo ja, op welkewijze?Vanaf het indienen van het Natuurherstelplan is Nederland verplicht om tebeginnen met het treffen van maatregelen die in het plan zijn opgenomen.Vervolgens moeten in 2030, 2040 en 2050 op respectievelijk 30, 60 en 90procent van het terrestrische oppervlakte dat zich in niet goede toestandbevindt, maatregelen worden genomen. Voor andere ecosystemen gaanandere percentages gelden. Dit kan in Nederland leiden tot een hogeredruk op de ruimte. Op dit moment is de druk in Nederland groot en is hetniet makkelijk om ruimte te vinden. Nederland wil de verordening met zomin mogelijk lasten implementeren en zal daarom sober en doelmatigmet de verordening aan de slag gaan, overeenkomstig met de motie VanCampen. Er kan niet vooruitgelopen worden op budgettaire besluit-vorming. Momenteel worden op basis van geldende verplichtingen, zoalsde VHR-richtlijnen en de KRW, al maatregelen genomen om de natuur teherstellen. Zo is in het kader van Programma Natuur gestart metnatuurherstel via een specifieke uitkering.Natuurherstelmaatregelen in Programma Natuur zijn met prioriteit gerichtop beschermde Natura 2000 gebieden, habitatten en soorten waarverslechtering van natuurkwaliteit aan de orde is. De aanpak richt zichvooral op systeemherstel om drukfactoren te verbeteren. Drukfactoren zijnonder andere verdroging, schadelijke exoten en de waterkwaliteit.Daarnaast worden voor het behouden van een gunstige staat vaninstandhouding van beschermde soorten en habitatten ook maatregelengetroffen als verslechtering is geconstateerd.7Waarom worden er geen middelen gereserveerd om alvast no-regretmaatregelen voor natuurherstel (die al vastgesteld zijn in de natuur-doelanalyses door de Ecologische Autoriteit (EA)) te nemen?Prioritaire maatregelen die volgen uit natuurdoelanalyses en advies vande EA maken in belangrijke mate onderdeel uit van Programma Natuurfase 2. Dit met uitzondering van stikstof, daarvoor is gekozen voor eengenerieke bronaanpak.8Wat is de onderuitputting op deze begroting?Op dit moment is er nog geen onderuitputting op de begroting in 2024 of2025. In de 2e suppletoire begroting en/of Slotwet wordt aangegeven of erin 2024 onderuitputting ontstaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 103 9Wat is de volledig vrij besteedbare ruimte op deze begroting?Er is geen volledige vrij besteedbare ruimte op de LVVN-begroting. Allebudgetten zijn juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden of beleidsmatiggereserveerd.10Kan de regering aangeven op welke specifieke artikelen nog vrijbesteedbare ruimte aanwezig is?Er zijn geen artikelen op de LVVN-begroting waarop nog vrij besteedbareruimte aanwezig is. Zie ook het antwoord op vraag 9.11Welke begrotingsartikelen zijn beleidsmatig belegd, maar nog nietjuridisch vastgelegd?Onderstaande tabel laat zien welke mate van budgetflexibiliteit debeleidsartikelen op de LVVN-begroting in 2025 hebben. Op alle beleidsarti-kelen (21, 22, 23 en 24) is een deel van het budget beleidsmatig gereser-veerd. Onder dit deel van het budget zit nog geen juridische verplichting.ArtikelBudget 2025(x € 1.000)JuridischverplichtBestuurlijkgebondenBeleidsmatiggereserveerd212.342.35685,8%10,8%3,3%221.109.37583,6%15,2%1,2%23407.08395,2%3,1%1,6%24614.46697,0%2,2%0,8% 12Op welke begrotingsartikelen zijn bedragen bestuurlijk vastgelegd?Op alle beleidsartikelen (21, 22, 23 en 24) is budget bestuurlijk gebonden.Zie ook het antwoord op vraag 11.13Kan de regering aangeven op welke begrotingsartikelen bezuinigd wordten daarbij ook aangeven op welke specifieke onderwerpen deze bezuini-gingen betrekking hebben?Er zijn vier bezuinigingen uit het Hoofdlijnenakkoord van toepassing op deLVVN begroting.Ten eerste is de subsidietaakstelling verwerkt op artikelen 21, 22 en 23. Inde tabel staat een uitsplitsing van de subsidies waarop een bezuiniginggroter dan € 0,5 mln. is verwerkt in 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 104 Bezuinigingen op het subsidiebudget (bedragen * € 1 mln.)Artikel2025Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties-plus21– 19,9Landelijke beindigingsregeling veehouderijlocaties21– 12,4Projecten mestbeleid21– 2,3Subsidieregeling brongerichte aanpak emissies (klimaat)21– 1,4Missiegedreven Topsectoren23– 1,1Aanvulling budget ECO-regeling21– 0,9Energie-efficientie glastuinbouw21– 0,9Aanvalsplan landschapselementen22– 0,9Onderzoeksprogrammering23– 0,7Verplaatsingsregeling22– 0,5Saneringsregeling Garnalenvisserij22– 0,5Maatwerkoplossingen piekbelasters22– 0,5Overige subsidiesdiv.– 6,0Totaal– 48,0 Ten tweede leidt de taakstelling op het apparaat tot een verlaging vancirca € 8 mln. op artikel 50 Apparaat. De budgetten voor personele enmateriële uitgaven worden naar rato verlaagd, in lijn met de voorzienekrimp van de organisatie. Daarnaast wordt de taakstelling op apparaatdeels ingevuld met een efficiencykorting op alle uitvoeringsorganisatiesvan 0,5% per jaar, oplopend naar 2,5% structureel.De taakstelling op de specifieke uitkeringen (SPUKs) wordt verwerkt opartikel 22 door het budget van drie regelingen te verlagen: ProgrammaNatuur, Legalisatie PAS-melders en Financiering Maatregelpakketten. Dezetaakstelling is van toepassing vanaf het jaar 2026 en heeft dus geenbudgettair effect op de begroting van 2025.De non-ODA taakstelling zorgt voor een verlaging van het budget opartikel 21 voor de bijdrage aan Internationale organisaties, een verlagingvan het budget op artikel 23 voor kennisbasis en een verlaging van hetbudget op artikel 24, met name voor het landbouwattachénetwerk.14Kan de regering aangeven waar de taakstelling op de ambtenaren terechtgaat komen?De taakstelling is budgettair ingevuld door het apparaatsartikel (art. 50) teverlagen. Via een aanstaande reorganisatie wordt vorm gegeven aan hetlagere personeelsbudget. Het resterende deel is ingevuld door middel vaneen efficiencykorting op alle uitvoeringsorganisaties van 0,5% per jaar,oplopend naar 2,5% structureel.15Welke mogelijkheden zijn er voor koploperboeren om financiële onder-steuning vanuit de overheid te krijgen? Hoeveel daarvan komt uit hetKlimaatfonds?De financiële ondersteuning door de overheid kan door elke agrariërworden aangevraagd. Boeren die al stappen hebben gezet naar eentoekomstbestendige bedrijfsvoering kunnen in aanmerking komen voordeze ondersteuning.Voorbeelden van regelingen die interessant kunnen zijn voor deze groepboeren zijn:–de ecoregeling uit het GLB, die onderscheid maakt in mate vanbeloning en de hoeveelheid inspanningen die landbouwers doenrondom vergroening en verduurzaming;–de SABE-regelingen die gericht zijn op het verkrijgen en delen vankennis, bijvoorbeeld in praktijknetwerken of als demobedrijf;–de EIP-regeling die boeren stimuleert om te innoveren in samenwer-kingsverbanden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 105 –Het Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL) stimuleert boerenom de bedrijfsvoering op meerdere fronten blijvend te verduurzamen.Vanuit het Klimaatfonds zijn er middelen beschikbaar voor deGlastuinbouw, weerbare planten en teeltsystemen en voor de stimuleringvan biobased teelten.16Hoeveel middelen zijn er gereserveerd voor pilots om van maatregel- naardoelsturing te gaan?In 2025 is ca. € 10,5 mln beschikbaar voor doelsturing. Met deze middelenworden o.a. wetenschappelijk- en praktijkonderzoek, meten, data enmonitoring en praktijkproeven/pilots uitgevoerd.Binnen het KPI-kernset traject (onderdeel van doelsturing) is ongeveer€ 1 mln. voor praktijkproeven/pilots beschikbaar.17Op welke wijze spelen pilots een rol in de voorbereiding en uitvoering vanhet achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn?Een pilot is een proefproject waarin op basis van een hypothese geëxperi-menteerd wordt met aan- of toepassingen van acties of maatregelen inbedrijfsvoering. Met een pilot wordt innovatie in de sector gestimuleerd.Een pilot is een stap tussen wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe ofeffectievere handelingen en een eventuele bredere uitrol daarvan in deagrarische praktijk. Gedurende de looptijd van het 7e actieprogrammaNitraatrichtlijn wordt ook een aantal pilots uitgevoerd, bijvoorbeeld hetproject Akkerbouw voor waterkwaliteit. De uitkomsten van de lopendepilots zijn inbreng voor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Eveneensis er in het 8e actieprogramma ruimte voor nieuwe proefprojecten ominnovatie en de doorontwikkeling van wetenschappelijke inzichten naartoepassing in de praktijk te ondersteunen. Over het proces om te komentot het 8e actieprogramma is de Tweede Kamer per brief van 26 juni jl.geïnformeerd (Kamerstuk 33 037, nr. 545).18Hoeveel budget is begroot voor gebiedsplannen of samenwerkingsver-banden in het subsidiebudget Natuur en Biodiversiteit op land?Er is voor gebiedsplannen geen budget geraamd in het subsidiebudgetvoor Natuur en Biodiversiteit op land. Budget hiervoor wordt geraamdonder Specifieke uitkeringen. Dit budget voor Specifieke uitkeringenbedraagt € 366,6 mln. in 2025 voor provinciale maatregelpakketten. Voorsamenwerkingsverbanden wordt € 32,0 mln. geraamd voor de samenwer-kingsmaatregel Veenweiden en overgangsgebieden N2000. Voor deveenweiden is de eerste openstelling voorzien in een tegemoetkomingvan met name melkveehouders in de jaarlijkse kosten van geringeredrooglegging (afgemeten aan de afstand tussen het maaiveld en hetslootwaterpeil) met het oog op het terugdringen van CO2-uitstoot.19Is de regering bekend met de onterechte staatsteun en openstaandevordering van ruim 1.2 miljard euro aan een selecte groep natuurorgani-saties, de zogenaamde Terreinbeherende organisaties (TBO’s)(https://www.stal-en-akker.nl/artikel/414839-overheden-verzaken-bij-terugvorderen-staatsteun-natuurorganisaties) en wat is het standpunt vande regering dienaangaande?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 106 De regering is bekend met het bewuste artikel. Er lopen gesprekkentussen VGG, TBO’s en LVVN. Ik zal uw Kamer over de uitkomst van diegesprekken later informeren.20Hoeveel Nederlandse voertuigen rijden op rode diesel?Er rijden sinds het afschaffen van de rode diesel accijnskorting in 2013officieel geen voertuigen meer op rode diesel in Nederland.21Bij hoeveel procent van de varkens in Nederland wordt de staat gecou-peerd ondanks dat dit verboden is?Uit onderzoek van Wageningen UR uit 2022 blijkt dat bij circa 99% van debiggen in de Nederlandse varkenshouderij de staart wordt gecoupeerd.Overigens is er geen absoluut verbod op het couperen van biggen-staarten. Op grond van artikel 2.3 lid b van het Besluit diergeneeskun-digen mag de varkenshouder niet routinematig couperen. Dat betekentdat de houder alleen mag couperen als er schade is aan staarten of orenén de houder voordat hij coupeert maatregelen heeft getroffen om hetrisico op staartbijten te verminderen op het bedrijf.Het couperen van varkensstaarten en de wens van zowel de Kamer om ditniet langer toe te staan heeft mijn aandacht. In het kader van hetconvenanttraject ben ik met de betrokken partijen in gesprek over demanier waarop hierin stappen kunnen worden gezet.22In hoeverre volstaan de middelen die de regering beschikbaar stelt voorhet halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027?Vanuit de LVVN-begroting wordt bijgedragen aan het verbeteren van dewaterkwaliteit. Voor de nutriënten dient te worden voldaan aan de doelenvan de Nitraatrichtlijn en voor gewasbeschermingsmiddelen aan deEuropese verordeningen. Met deze middelen wordt tevens de landbouw-opgave voor de waterkwaliteit ingevuld met oog op het behalen van dedoelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De Minister van Infrastructuuren Waterstaat is systeemverantwoordelijk voor de KRW. In dat kaderverwijs ik u ook naar de begroting van het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat.23Welke maatregelen neemt de regering om te handhaven op het couperenvan staarten bij varkens?Het in het antwoord op vraag 21 genoemde verbod op het routinematigcouperen bevat een aantal open normen (bijvoorbeeld is niet gedefinieerdin de regelgeving wat moet worden verstaan onder schade aan staarten oforen) en is daardoor lastig handhaafbaar. Deze problematiek heeft mijnaandacht en ik ben hierover in gesprek met betrokken partijen.24Hoe wordt de sector betrokken bij de voorgenomen algemene kennis-deling over waardecreatie in ketens en het praktijkgericht onderzoek naarketenafspraken met betrekking tot duurzaamheidsinitiatieven in delandbouw?LVVN ondersteunt Stichting Alliantie Verduurzaming Voedsel met hetProgramma waarde creatie in ketens 2024–2027. Onderdeel van ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 107 programma zijn kennisdelingsactiviteiten met en binnen de sector, zoals«Community building bijeenkomsten» waar ontmoeten en kennisuitwisselen centraal staan.Sectorpartijen nemen ook deel aan praktijkgericht onderzoek. Binnen hetprogramma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen (PPVG) worden tweeonderzoekscalls geopend op het thema waardecreatie in de keten:Opschaling True Price en Ketenafspraken op duurzaamheidsinitiatieven.Groen Kennisnet is een belangrijk instrument voor kennisdeling in hetgroene domein en voor ontsluiting van opbrengsten van praktijkgerichtonderzoek. De thema’s waardecreatie in ketens en duurzaamheidsinitia-tieven zijn onder meer te vinden in de dossiers: Toekomstbestendigelandbouw, Transparantie in de veehouderij, Korte ketens, Waarden vanvoedsel in de keten, Groenblauwe verdienmodellen, BioKennis voorduurzaam ondernemen.Bovengenoemde thema’s sluiten ook aan bij activiteiten van het Marktpro-gramma Verduurzaming Dierlijke Producten en de KennisagendaBiologische Productie en Consumptie.Daarnaast is er Groenpact, het landelijke netwerk waarin de sectorsamenwerkt met (groen)onderwijs en overheid aan onderwijsver-nieuwing, aansluiting onderwijs arbeidsmarkt en praktijkinnovatie.Momenteel worden gesprekken gevoerd met de sectorpartijen over devolgende fase van Groenpact (Groenpact 4.0) waarbinnen Ondernemer-schap een belangrijke plek krijgt.25Welke kosten zijn er precies verbonden aan de naamswijziging van hetMinisterie van LVVN?De globale kostenraming voor de naamswijziging bedraagt € 3 tot 5 mln.De kosten die gemaakt worden voor de naamswijziging van het Ministerievan LVVN betreffen onder andere de volgende aanpassingen:•aanpassingen die betrekking hebben op het ICT-domein, waaronderhet aanpassen van de emailadressen en de daarmee samenhangendetoegangsrechten tot alle applicaties die medewerkers van hetministerie gebruiken.•het wijzigen van sjablonen, zoals in PowerPoint;•het wijzigen van de personeelsadministratie (P-Direkt);•het wijzigen van de boekhouding;•het aanpassen van communicatiemiddelen zoals de bewegwijzering enaanpassing van naambordjes.•Overige, zoals het aanpassen van certificaten en de inschrijving bij deKamer van Koophandel.26Hoeveel budget is er toegewezen voor investeringen in kennis eninnovaties met aanpasbare teelten en plantenrassen die beter bestand zijntegen droogte en verzilting?Via diverse programma’s wordt onderzoek bekostigd naar plantenrassendie beter bestand zijn tegen weersextremen waaronder droogte enverzilting (zogenaamde robuuste rassen) en nieuwe teeltwijzen dieresulteren in meer klimaatbestendige productie. In totaliteit betreft dit in2025 € 7,2 mln.Dit omvat:1.kennisontwikkeling en innovatie voor meer klimaatbestendigeplantaardige teeltwijzen (€ 1,5 mln)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 108 2.de ontwikkeling van robuuste plantenrassen (€ 5,7 mln) via onderandere het Nationaal Groeifondsprogramma CropXR. Voor het NGFprogramma CropXR is tussen 2022–2028 € 21,5 mln beschikbaar op deLVVN-begroting.Naast deze € 7,2 mln investeert LVVN in 2025 nog € 1,4 mln in technolo-gieontwikkeling om veredeling sneller en preciezer te maken. In detoekomst kan dit de ontwikkeling van robuuste plantenrassen versnellen.27Hoeveel subsidie ontvangt de Nederlandse landbouw? Welk deel daarvangaat naar de veehouderij? Welk deel gaat naar verduurzaming? Welk deelgaat naar de biologische landbouw? Welk deel gaat naar de 10 respectie-velijk 20 procent boeren die de meeste subsidie ontvangen en watkarakteriseert die groepen?Voor 2025 heeft het Ministerie van LVVN € 2,48 miljard aan subsidies voorland- en tuinbouw, natuur, visserij, kennis en innovatie geraamd. Hiervangaat € 1,77 miljard naar de veehouderij (incl. Lbv en Lbv-plus). Vanuit hetGemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is in 2025 € 790 miljoenEuropees subsidiebudget beschikbaar. Deze middelen lopen niet via deLVVN-begroting. Uit de GLB aanmelding voor de Gecombineerde Opgave2023 bleek dat van de 44.683 aanvragers voor basisinkomenssteun zich42% heeft ingeschreven als graasdierbedrijf en 4% als biologisch bedrijf.Er zijn geen gegevens beschikbaar over hoeveel van de totaalbedragennaar specifieke categorieën landbouwers, zoals biologische landbouwers,gaat.Binnen de LVVN begroting en het GLB zijn er verschillende subsidiemaat-regelen gericht op verduurzaming. De meest voorname subsidiemaatre-gelen in 2025 zijn de Eco-regeling, ANLb en de SamenwerkingsmaatregelVeenweide en Natura 2000 overgangsgebieden. Ook stellen provinciesmiddelen beschikbaar voor het ANLb. Daarnaast voorziet het NSP insteeds grotere mate een verschuiving van middelen van directeinkomenssteun naar plattelandsontwikkeling. Een aantal van dezemaatregelen ziet op verduurzaming. Tot slot zijn er in 2025 ook binnen deglastuinbouw subsidieregelingen voor verduurzaming beschikbaar, zoalsMEI, EG en SWIG.Cijfers over welk deel naar de boeren gaat die de meeste subsidieontvangen en de karakterisering daarvan zijn niet voorhanden.28Op basis van welk afwegingskader bepaalt de Minister van Financiën ofen hoeveel geld wordt overgemaakt naar de LVVN-begroting? Kan dit zoprecies mogelijk worden omschreven? Als een voorwaarde bijvoorbeeld«doelbereik» is, om welke doelen gaat dat dan en wanneer is datdoelbereik voldoende voor de Minister van Financiën?U vraagt naar een afwegingskader en een opvatting van de Minister vanFinanciën. Ik verzoek u deze vraag aan de Minister van Financiën testellen.29Wat is thans het totale areaal bollenteelt in Nederland? Wat is de jaarlijksetoe- of afname van dit areaal in de afgelopen vijf jaar, onderverdeeld perprovincie?Het huidige areaal bollenteelt is 27.543 hectare. In de tabel is per jaar deverandering t.o.v. 2020 weergeven in procenten. Dit laat zien dat er eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 109 lichte stijging heeft plaatsgevonden in het totale areaal bloembollen en-knollen. Ten opzichte van 2023 is het areaal in 2024 afgenomen.Er zijn grote verschillen tussen provincies. De grootste afname van hetareaal vindt plaats in Gelderland en Utrecht, met beide een halvering tenopzichte van 2020. De sterkste stijgers zijn Zeeland en Overijssel waarbijhet areaal ongeveer verdubbeld, en Limburg met een toename van 28%.Echter gaat het hier om betrekkelijk kleine absolute toenames.20202021202220232024*Nederland26.991(– %)27.260(1%)28.045(3.9%)28.111(4.15%)27.543(2.05%)Groningen349(– %)367(5.05%)310(– 11.37%)357(2.11%)330(– 5.53%)Fryslân571(– %)626(9.49%)653(14.32%)613(7.27%)627(9.79%)Drenthe1.928(– %)2.040(5.8%)2.034(5.51%)2.073(7.51%)2.104(9.12%)Overijssel695(– %)744(7.14%)894(28.72%)951(36.84%)982(41.37%)Flevoland3.921(– %)4.039(3.01%)4.361(11.23%)4.483(14.33%)4.379(11.66%)Gelderland314(– %)338(7.77%)309(– 1.62%)291(– 7.48%)149(– 52.48%)Utrecht9(– %)10(7.07%)8(– 20.36%)2(– 77.22%)5(– 42.19%)Noord-Holland13.673(– %)13.388(– 2.08%)13.415(– 1.89%)13.106(– 4.15%)12.917(– 5.53%)Zuid-Holland3.315(– %)3.232(– 2.49%)3.306(– 0.25%)3.361(1.39%)3.361(1.41%)Zeeland276(– %)293(6.39%)312(13.19%)327(18.53%)427(55.01%)Noord-Brabant837(– %)1.000(19.53%)1.214(45.04%)1.236(47.72%)1.069(27.78%)Limburg1.103(– %)1.182(7.21%)1.228(11.39%)1.313(19.12%)1.192(8.07%)Tabel X Areaal bloembollen en -knollen in hectares, tussen haakjes de procentuele veranderingten opzichte van 2020. De data van het jaar 2024 betreffen voorlopige cijfers. Bron: CBS 30Welk percentage van het totale areaal bollenteelt is thans biologisch of inde transitie naar biologisch?Uit de gecombineerde opgave uit 2024 blijkt dat van het totale bloembol-lenareaal van 27.000 hectare, er op 85 hectare biologische teelt plaats-vindt. Dit is ongeveer 0,3 procent.31Wat is volgens de huidige jurisprudentie de wettelijke verplichting tenaanzien van spuitvrije zones voor woningbouwprojecten in de buurt vanbollenteelt?Gewasbeschermingsmiddelen worden door het Ctgb toegelaten. Dit gaatgepaard met een wettelijk gebruiksvoorschrift, zodat ze veilig te gebruikenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1010 zijn. Op die manier worden mens dier en milieu beschermd. Het Ctgbheeft de mogelijkheid om een bufferzone voor te schrijven als maatregelop het wettelijk gebruiksvoorschrift, maar doet dit alleen als het bewezeneffectief is voor de bescherming van mens, dier en milieu.Er is geen algemene wettelijke verplichting ten aanzien van spuitvrijezones voor woningbouwprojecten in de buurt van bollenteelt. Gemeenteszijn bevoegd gezag waar het gaat om ruimtelijke ordening. In de jurispru-dentie is inmiddels een vuistregel ontstaan waaruit volgt dat een afstandvan 50 meter tussen woningbouw en agrarische percelen waar gewasbe-schermingsmiddelen worden toegepast niet onredelijk is.32Welk percentage van de kalveren worden jaarlijks geïmporteerd uit hetbuitenland? Wat is de jaarlijkse toe- of afname van deze import in deafgelopen vijf jaar, onderverdeeld per land van herkomst?In onderstaande tabel 1 staan de geboortemeldingen van runderen van deafgelopen 5 jaar. Daarnaast staan de aantallen kalveren in de leeftijd tot 1jaar welke in de periode 2019 t/m 2023 in Nederland zijn geïmporteerd. Inde laatste kolom staat het percentage van de geïmporteerde kalveren tenopzichte van het aantal geboren runderen in Nederland voor de periode2019 tot en met 2023. Deze cijfers geven een overzicht van de geboren engeïmporteerde runderen op een bepaald moment in Nederland. In hetcentrale I&R register van RVO wordt niet geregistreerd met welk doelrunderen worden geïmporteerd. In de bijlage staat een onderverdelingvan de aantallen geïmporteerde runderen in de leeftijd tot 1 jaar en delanden van herkomst.Tabel 1JaarAantal geboortemel-dingen runderenAantal importenkalveren tot 1 jaarPercentage importkalveren in leeftijd tot1 jaar t.o.v. aantalgeboortemeldingen rund20191.536.811892.81258,10%20201.539.306786.36351,09%20211.541.645779.45150,56%20221.547.033839.11454,24%20231.521.471798.01252,45% Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1011 BijlageJaar vanimportLand vanHerkomstAantal importenkalveren tot1 jaarGeboortemel-dingen per jaar% import tenopzichten vanaantal geborenrunderen2019BELGIË52.0013,382019DENEMARKEN37.3432,432019DUITSLAND631.43341,092019ESTLAND20.8991,362019FRANKRIJK11.0420,722019GROOT-BRITTANNIË1730,012019IERLAND79.6815,182019ITALIË1210,012019LETLAND22.1331,442019LITOUWEN5.1930,342019LUXEMBURG12.0720,792019OOSTENRIJK90,002019POLEN2.0740,132019SLOWAKIJE2.3730,152019SPANJE330,002019TSJECHIË16.2281,062019ZWEDEN20,002019ZWITSERLAND20,00Totaal2019892.8121.536.81158,102020BELGIË30.4591,982020DENEMARKEN42.4442,762020DUITSLAND590.57138,372020ESTLAND23.6451,542020FRANKRIJK11.2740,732020GROOT-BRITTANNIË3010,022020HONGARIJE20,002020IERLAND47.2433,072020ITALIË3040,022020LETLAND15.1330,982020LUXEMBURG19.4781,272020POLEN4860,032020ROEMENIË3480,022020SLOWAKIJE7830,052020SPANJE1980,012020TSJECHIË3.6920,242020ZWEDEN10,002020ZWITSERLAND10,00Totaal2020786.3631.539.30651,09 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1012 Jaar vanimportLand vanHerkomstAantal importenkalveren tot 1jaarGeboortemeldin-gen per jaar% import tenopzichten vanaantal geborenrunderen2021BELGIË31.8472,072021DENEMARKEN43.0012,792021DUITSLAND575.75237,352021ESTLAND23.9491,552021FRANKRIJK16.5011,072021HONGARIJE1870,012021IERLAND47.9473,112021ITALIË2900,022021LETLAND14.0720,912021LITOUWEN590,002021LUXEMBURG19.6551,272021NOORD-IERLAND10,002021OOSTENRIJK2120,012021POLEN5380,032021ROEMENIË210,002021SLOWAKIJE1.5550,102021SPANJE3360,022021TSJECHIË3.5280,23Totaal2021779.4511.541.64550,562022BELGIË39.1862,532022DENEMARKEN46.5623,012022DUITSLAND575.75637,222022ESTLAND26.3291,702022FRANKRIJK18.1401,172022GROOT-BRITTANNIË160,002022IERLAND96.0236,212022ITALIË5070,032022LETLAND7.1750,462022LITOUWEN1200,012022LUXEMBURG21.9661,422022OOSTENRIJK3340,022022POLEN1.7820,122022ROEMENIË150,002022SLOWAKIJE8440,052022SPANJE2240,012022TSJECHIË4.1280,272022ZWEDEN20,002022ZWITSERLAND50,00Totaal2022839.1141.547.03354,24 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1013 Jaar vanimportLand vanHerkomstAantal importenkalveren tot 1jaarGeboortemeldin-gen per jaar% import tenopzichten vanaantal geborenrunderen2023BELGIË47.2063,102023DENEMARKEN47.2723,112023DUITSLAND542.00835,622023ESTLAND3.8940,262023FRANKRIJK16.6961,102023IERLAND107.5407,072023ITALIË10,002023LETLAND7.7010,512023LITOUWEN2.0560,142023LUXEMBURG21.9661,442023OOSTENRIJK30,002023POLEN1770,012023SLOWAKIJE1490,012023SPANJE450,002023TSJECHIË1.2920,082023ZWEDEN10,002023ZWITSERLAND50,00Totaal2023798.0121.521.47152,45 33Welk percentage van de kalveren die jaarlijks worden geïmporteerd,moeten langer dan acht uur op transport voordat ze in Nederland opbestemming aankomen?Deze gegevens worden niet bijgehouden voor kalveren die wordenverplaatst binnen de EU. Zoals in antwoord op vraag 32 aangeven zijnvanuit landen buiten de EU geen levende kalveren geïmporteerd.34Hoeveel kalveren staan er thans in de Nederlandse kalverhouderij en watis de jaarlijkse toe- of afname van dit aantal sinds het jaar 2000?Dit wordt niet geregistreerd.35Worden er in 2025 gelden vrijgemaakt ten behoeve van de uitvoering vande Nationale Eiwitstrategie? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?Het huidige en vorige kabinet hebben geen extra middelen vrijgemaaktvoor de Nationale Eiwitstrategie (NES). Wel dragen lopende beleidsdos-siers inhoudelijk bij aan de doelen van de NES. Zo zijn er binnen hetbestaande voedselbeleid in kalenderjaar 2025 middelen vrijgemaakt voorde beleidsinzet gericht op de doelstelling van een halvering van devoedselverspilling in 2030 en het aanjagen van het gebruik vanreststromen in veevoer. Deze middelen zijn onderdeel van het subsidie-budget Integraal Voedselbeleid, en waren in gelijke mate beschikbaar inhet jaar 2023 en 2024. Daarnaast ondersteunt het Meerjarig Missiege-dreven Innovatie Programma (MMIP topsector Agri&food) van de Kennis-en Innovatie Agenda de gevraagde ontwikkelingen binnen de NES. Bij deontwikkeling van de Nationale Voedselstrategie wordt bezien hoe deuitvoering van de NES haar vervolg krijgt.36Op welke wijze is het Ministerie van LVVN betrokken bij de City DealVoedsel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1014 Het Ministerie van LVVN is één van de deelnemende partijen aan de CityDeal «Gezonde en Duurzame Voedselomgeving», welke in oktober 2021 isgestart. In de tekst van de City Deal wordt ingegaan op de rol van hetministerie binnen de samenwerking: het Ministerie van LVVN dient alsbelangrijke netwerkpartner en zorgt voor de verbinding tussen Rijk engemeentes op belangrijke dossiers en thema’s, zoals het programma JongLeren Eten, lokaal voedsel uit korte ketens, verduurzaming voedselaanboden de balans in de consumptie van dierlijke en plantaardige eiwitten. Deopgedane kennis binnen de City Deal wordt betrokken in het vormgevenvan beleid. Daarnaast faciliteert LVVN samen met VWS de bijdrage vanhet Voedingscentrum als belangrijke kennispartner binnen de City Deal.37Worden er in 2025 gelden vrijgemaakt ten behoeve van de uitvoering vande City Deal Voedsel? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?Ja, in de begroting van 2025 is € 25.000 vrijgemaakt voor de City Deal,volgens de afspraken in de dealtekst1.38Op welke wijze is het Ministerie van LVVN betrokken bij de Bean Deal?Als onderdeel van de Nationale Eiwitstrategie is in 2022 een Green DealEiwitrijke Gewassen (Bean Deal) opgezet met 56 partijen uit de geheleeiwitketen (Rijksoverheid, regionale overheden en ketenpartijen). Perjanuari 2024 zijn 16 nieuwe partijen toegetreden. Doel van deze deal isopschaling van de Nederlandse teelt en verwerking van eiwitrijkegewassen, primair bestemd voor humane consumptie, met een focus opstikstofbindende vlinderbloemigen. Deelnemende partijen aan de BeanDeal hebben zich gecommitteerd aan verschillende inspanningen op hetgebied van effectieve ketensamenwerking voor onder andere Nederlandseveldbonen, lupinebonen of sojabonen. LVVN is één van de deelnemendepartijen aan de Bean Deal en heeft zich gecommitteerd aan een aantalinspanningen.LVVN is daarnaast vertegenwoordigd in de stuurgroep en kerngroep vande Bean Deal. Verder financiert LVVN tot eind 2024 de ketenregisseur diede deelnemende partijen ondersteunt bij het uitvoeren van hun inzet enacties in het kader van de Bean Deal en financiert LVVN daarnaast ook deondersteuning van de stuurgroep, kerngroep en ketenregisseur door RVO.Eén van de acties voortgekomen uit de Bean Deal is de BeanMeal. Ommeer aandacht te vragen voor de boon organiseren maatschappelijkepartijen, telers, voedselproducenten, supermarkten en cateraars éénpubliekelijke #BEANMEAL-activatieweek rondom Wereldpeulvruchtendag.Met deze actie willen de partijen alle Nederlanders oproepen om in dezeweek minimaal één maaltijd met bonen te eten. LVVN financiert decoördinatie van deze nationale BeanMeal.39Worden er in 2025 gelden vrijgemaakt ten behoeve van de uitvoering vande Bean Deal? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?De Bean Deal eindigt op 1 juli 2025. Tot die datum wordt de begeleidingdoor RVO vanuit LVVN gefinancierd.1https://agendastad.nl/content/uploads/2023/10/Dealtekst-City-Deal-Gezonde-en-Duurzame-Voedselomgeving-nieuw10102023.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1015 Eén van de acties voortgekomen uit de Bean Deal is de BeanMeal. Ommeer aandacht te vragen voor de boon organiseren maatschappelijkepartijen, telers, voedselproducenten, supermarkten en cateraars éénpubliekelijke #BEANMEAL-activatieweek rondom Wereldpeulvruchtendag.Met deze actie willen de partijen alle Nederlanders oproepen om in dezeweek minimaal één maaltijd met bonen eten. LVVN financiert de coördi-natie van deze nationale BeanMeal 2025 die plaats vindt van 10 tot en met16 februari 2025.40Hoeveel gelden worden vrijgemaakt voor het stimuleren van verduur-zaming van de (dierlijke) productie en de consumptie van dierlijke enplantaardige producten door middel van nieuwe vormen van ketensamen-werking en nieuwe marktstrategieën en hoe worden deze ingezet?Huidige beleidsmaatregelen rondom nieuwe vormen van ketensamen-werking en marktstrategieën komen voort uit bestaande budgetten. Vanuitvoorgaande begrotingen is budget gereserveerd voor:Het Actieplan Biologisch; Voor de periode van 2025–2029 is circa € 50 mlngereserveerd. Het grootste deel hiervan is hiervan is bedoeld voor deontwikkeling van de vraag van de consument en markt en wordt ingezetvoor een meerjarige consumenten campagne, de monitoring van debiologische verkopen, de inkoop door de Rijksoverheid, een bredesubsidieregeling voor de ontwikkeling van de markt en het stimuleren vande buitenlandse afzet van biologische producten.Voor het marktprogramma Duurzame Dierlijke Producten (VDP) is voor deperiode 2025 t/m 2027 circa € 2 mln gereserveerd. In het marktpro-gramma (VDP) werken partijen in dierlijke productieketens, de Dierenbe-scherming en het Ministerie van LVVN samen, met als doel om eenverdere verschuiving naar duurzamere productiemethoden te realiserenbinnen het aandeel dierlijke producten van ons voedselsysteem. De marktspeelt daarbij een belangrijke rol, in het bijzonder via ketenconcepten metbovenwettelijke duurzaamheidsprestaties. Het budget is gericht op hetverbinden van ketenpartners, het delen van kennis, het uitvoeren vanpilots en aan beleidsonderzoek naar de mogelijkheden van keteninitiatieven. Voorbeelden zijn het ondersteunen van en knelpuntenoplossen bij de grootschalige omschakeling van vleeskuikenhouders naarBeter Leven keurmerk 1 ster, het faciliteren van het vergroten van hetaantal duurzamere dierlijke producten in bedrijfscatering, en hetverkennen van de mogelijkheden van het verwaarden van de milieu-impact van dierlijke producten. Het programma wordt uitgevoerd insamenhang met Waardecreatie in Ketens (WIK), waarbij naast dierlijke ookplantaardige ketenpartijen zijn betrokken.Bij de uitvoering van het programma WIK draagt LVVN voor circa€ 0,5 mln. aan subsidie bij. In WIK worden verbindingen gelegd tussenpartijen in de keten, om kennis te versterken van en over ketensamenwer-kingen en verdienmodellen binnen het Nederlands agrifoodcluster innationale en internationale context.In de Kamerbrief dierenwelzijn heeft de Minister onlangs gemeld dat zij inde begroting 2025 € 1 mln beschikbaar stelt voor het opzetten van pilotsen ketendeals voor dierwaardige veehouderij.41Kan de regering aangeven waar in de begroting de niet-juridischverplichte ruimte zit?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1016 Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 11.42Hoeveel budget gaat de regering besteden en op welke wijze aan deexport van dierlijke producten?Het Ministerie van LVVN kent geen specifieke subsidieregelingen voor depromotie en export van dierlijke producten in het buitenland. Welfaciliteert de overheid bedrijven om de handel/export van landbouwpro-ducten te bevorderen in de vorm van handelsmissies, beurzen etc. In hetkader van het EU-Promotiebeleid voor landbouwproducten (Verordening1144/2014) kan door marktdeelnemers subsidie worden aangevraagd voorvoorlichtings- en afzetbevorderingsacties van landbouwproducten,waaronder vlees en zuivel. Het Promotiebeleid richt zich zowel op de EUals op derde landen. De EU-Promotieverordening kent een jaarlijksEU-budget van circa € 186 miljoen; voor 2025 is vooralsnog een budgetvan ca. € 92 mln door de EU gereserveerd.43Hoeveel budget gaat de regering besteden en op welke wijze aan depromotie van dierlijke producten?Het Ministerie van LVVN kent geen specifieke subsidieregelingen voor depromotie van dierlijke producten in Nederland. Wel benut Nederland hetEuropees budget voor het verstrekken van schoolmelk. Hiervoor is circa€ 2,1 miljoen voor Nederland door de EU gereserveerd. Nederland put ditbudget de afgelopen jaren niet uit en gebruikt een deel van het budgetvoor het verstrekken van schoolfruit en -groente. In schooljaar 2023/2024werd circa € 0,9 miljoen van het EU-budget uitbetaald voor hetverstrekken van schoolmelk en andere zuivel uit de Schijf van Vijf, medeom gezonde eetgewoontes bij schoolkinderen te bevorderen. Daarnaastkan in het kader van het EU-Promotiebeleid voor landbouwproducten(Verordening 1144/2014) door marktdeelnemers subsidie wordenaangevraagd voor voorlichtings- en afzetbevorderingsacties vanlandbouwproducten, waaronder vlees en zuivel. Het Promotiebeleid richtzich zowel op de EU (inclusief Nederland) als op derde landen. DeEU-Promotieverordening kent een jaarlijks EU-budget van circa€ 186 miljoen; voor 2025 is vooralsnog een budget van ca. € 92 mln doorde EU gereserveerd. Tot slot faciliteert de overheid bedrijven om dehandel/export van landbouwproducten te bevorderen in de vorm vanhandelsmissies, beurzen etc.44Hoeveel geld is er gereserveerd voor de promotie van dierlijke productenin Nederland?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 43.45Hoeveel geld is er gereserveerd voor de promotie van Nederlandsedierlijke producten in het buitenland?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 42.46Waarop wordt concreet gedoeld in het tweede deel van de zin in hetregeerprogramma «Ook kijken we naar de kansen van de export voor hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1017 verdienvermogen, waarbij de Nederlandse export en promotie vandierlijke producten (zoals vlees en zuivelproducten) onze aandachtverdient.»?Nederland is een handelsland, zeker ook op het gebied van landbouwpro-ducten. Het exporteren van agrarische producten in Europa en daarbuitenis van belang voor de voedselvoorziening en biedt kansen voor hetverdienvermogen van de sector. Dit geldt zowel voor plantaardigeproducten als dierlijke producten. Het grootste aandeel van de Neder-landse export van landbouwproducten gaat naar landen binnen de EU. In2023 betrof het aandeel export binnen de EU 71%2. HetEU-Promotiebeleid (Verordening 1144/2014) is een instrument om exportvan agrarische producten te stimuleren. Dit beleid is gericht op promotievan plantaardige producten en dierlijke producten zoals vlees enzuivelproducten. Het regeerprogramma benoemt dat de export enpromotie van dierlijke producten (zoals vlees en zuivelproducten) onzeaandacht verdient. Dat betekent niet dat er geen aandacht meer is voor dekansen van export en promotie van plantaardige producten.47Waarom wordt er, als het gaat om het verdienvermogen, gekeken naarkansen voor de export en promotie van dierlijke producten en niet voorplantaardige producten?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 46.48Op welk onderzoek is gebaseerd dat er voor Nederlandse export enpromotie van plantaardige producten minder aandacht voor de kansennodig is?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 46.49Kan de regering een opsomming geven van de stakeholders die zij vanplan is te betrekken bij het opstellen van de integrale voedselstrategie?In het regeerprogramma is een voedselstrategie toegezegd voor 2025. Deinvulling van die strategie moet nader worden uitgewerkt zowel in inhoudals in proces, waaronder ook de betrokkenheid van stakeholders. Bij dieuitwerking zal ik uw Kamer betrekken.50Hoeveel regiodeals hebben betrekking op voedsel en welke afspraken zijnhierover gemaakt?Er zijn 9 Regio Deals ondertekend in de tranches 2 t/m 4 die onder meergericht zijn op het versterken van de voedselzekerheid. De opgavenbinnen deze deals zijn divers en omvatten zowel aanpak van problematiekin de fysieke leefomgeving, zoals stikstofreductie, bodemdaling enverdroging, als initiatieven die het perspectief van boeren versterken. Ditgebeurt onder andere door de introductie van alternatieve teelten en hetbevorderen van kringlooplandbouw.Met de aanstaande ondertekening van tranche 5 voor eind 2024,verwachten we uiteindelijk in totaal 10 Regio Deals te hebben waarmee er2Kamerstuknummer 2024D07779 – Rapport «De Nederlandse agrarische sector in internationaalverband» | Tweede Kamer der Staten-Generaal)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1018 verdere stappen gezet worden in het versterken van duurzame landbouw-systemen en de weerbaarheid van onze voedselproductie.51Hoeveel inspecties hebben er in 2024 plaatsgevonden bij viskwekerijen,uitgesplitst naar soort? Hoeveel overtredingen zijn hierbij geconstateerd,hoeveel waarschuwingen zijn er gegeven en hoeveel boetes zijn eropgelegd?In 2024 zijn bij 2 bedrijven monsters genomen door inspecteurs. Bij 1bedrijf zijn 2 audits uitgevoerd in 2024, en een derde inspectie staatgepland. In het erkenningsregister wordt niet bijgehouden welkevissoort(en) gekweekt wordt/worden. Wel wordt alleen onderscheidgemaakt tussen viskwekerijen en tweekleppige weekdieren kwekerijen. Ophet bedrijf waar de 2 audits hebben plaats gevonden zijn in totaal3 maatregelen genomen. Het ging hier om 3 officiële waarschuwingen.52Hoeveel aquariumvissen werden er tot nu toe dit jaar in Nederlandgeïmporteerd?Tot en met 31 augustus 2024 zijn ruim 8.800 siervissen uit andereEU-lidstaten naar Nederland verplaatst. Ruim 8 miljoen aquariumvissenwerden geïmporteerd vanuit landen buiten de EU.53Wat gebeurt er met vissen tussen de tijd dat ze uit het water zijn gehaalddoor vissersschepen en dat ze zijn overleden?Na de vangst vindt zo snel mogelijk selectie plaats tussen doelsoorten enbijvangst. Bijvangst gaat waar toegestaan weer zo snel mogelijk terug inzee. Bijgevangen soorten die niet terug mogen worden op ijs gelegd. Voorde gevangen doelsoorten geldt dat bij deze dieren zo spoedig mogelijk nade vangst de organen worden verwijderd waarna de dieren eveneens opijs worden gelegd. In sommige andere visserijen, met name in depelagische visserij, geldt dat de vissen na vangst en selectie wordenvoorgekoeld en daarna ingevroren.54Hoeveel vissersschepen bedwelmen vissen zodra ze uit het water wordengehaald? Op welke manier gebeurt dit?Bedwelming aan boord van schepen vindt op dit moment nog niet plaats.Wel zijn in Nederland initiatieven ontplooid om te onderzoeken of ersoortspecifieke methoden voor bedwelming aan boord ontwikkeld kunnenworden. Hiervoor loopt voor de soorten schol en tarbot op dit momenteen pilot. Het zal echter nog tijd nemen voordat dit specifiek voor dezesoorten resulteert in een bedrijfsmatig toepasbare methode. Pas daarnakan in Europees verband geagendeerd worden of toepassing van debeschikbare bedwelmingsapparatuur kan worden opgepakt. Dit kabinetzet zich daarbij in voor een gelijk speelveld voor de Nederlandse vissers inEU verband en daarom zal dit EU-breed moeten plaatsvinden. Eerste stapis echter om het onderzoek voort te zetten en te komen tot methoden diewetenschappelijk zijn onderbouwd en die ook bedrijfsmatig toepasbaarzijn.55Hoeveel vissersschepen laten vissen langzaam stikken op het droge nadatze uit het water zijn gehaald?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1019 Precieze aantallen schepen zijn niet te geven. In de beantwoording vanvraag 53 is aangegeven hoe in algemene zin de verwerking aan boord vanvissersschepen plaatsvindt.56Hoeveel vissersschepen snijden de vissen, terwijl ze nog bij bewustzijnzijn, onverdoofd open nadat ze uit het water zijn gehaald?Ook hier is geen precieze duiding van aantallen te geven. Voor het overigeverwijs ik naar de vragen 53 en 55.57Hoeveel viskwekerijen zijn er op dit moment in Nederland, uitgesplitstnaar vissoort?Op dit moment hebben 51 bedrijven de erkenningsdefinitie aquacultuur-productiebedrijf. Dit is exclusief bedrijven die tweekleppige weekdierenkweken. Uitsplitsing naar vissoort is niet mogelijk.58Welke definitie van voedselzekerheid hanteert de regering?Het kabinet hanteert de door de Food and Agriculture Organization (FAO)vastgestelde definitie van voedselzekerheid. Deze definitie houdt in datdat er sprake is van voedselzekerheid wanneer mensen altijd fysieke,sociale en economische toegang hebben tot voldoende, veilig en gezondvoedsel.3 Belangrijke uitgangspunten zijn dat voedselproductie plaats-vindt binnen milieugrenzen, het belang van het versterken van de positievan boeren in de voedselketen en voldoende verdienvermogen voorprimaire producenten. Voor de voedselzekerheidsopgaven op zowelmondiaal, Europees als nationaal niveau blijft een belangrijke rol voorzienvoor het Nederlands agro- en visserijcomplex.59Welke gevolgen heeft het uitfaseren van het Groeifonds voor de innovatie-kracht van de agrifoodsector?Het uitfaseren van het Nationaal Groeifonds betekent een ombuiging van€ 6,8 miljard (ronde 4 en 5 vervallen).Hierdoor zijn er ook voor de agrifoodsector minder financiële middelenbeschikbaar voor omvangrijke risicovolle R&D-programma’s t.a.v. deverduurzaming en het vergroten van het verdienvermogen.60Hoeveel geld wordt er uitgetrokken voor de Nationale Eiwitstrategie? Hoestaat dit in verhouding tot de uitgaven afgelopen jaren? Hoe gaat deregering deze middelen inzetten?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 35.61Hoe wordt de effectiviteit geborgd van de subsidieregeling voor emissie-reducerende staltechnieken?De effectiviteit van de subsidieregeling hangt samen met de mate waaropde benodigde natuurvergunningen kunnen worden afgegeven. De meesteveehouders zullen voor een emissiereducerende techniek waarvoor ze3Voedselzekerheid: voldoende, veilig en gezond voedsel voor iedereen - WURTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1020 subsidie kunnen krijgen immers een natuurvergunning nodig hebben.Daarbij is een passende beoordeling nodig waaruit blijkt dat omliggendestikstofgevoelige Natura 2000-gebieden er door de activiteit niet opachteruit gaan.Ik baseer me daarbij op de inzichten van Wageningen University andResearch uit 20224. Daarin komt naar voren dat verschillende typenluchtwassers voldoende reductie kunnen behalen om, bij gelijkblijvendedieraantallen, met zekerheid negatieve effecten uit te kunnen sluiten.Daarom heb ik in de regeling opgenomen dat de dieraantallen vijf jaarlang niet mogen toenemen. Ook is in de regeling opgenomen dat dewerking van luchtwassers real time moet worden gemonitord, zodat eenveehouder kan ingrijpen als daar aanleiding toe is. Hiermee wordt dewerking van de luchtwasser in de praktijk beter geborgd.Voor de langere termijn werk ik samen met de Staatssecretaris voorOpenbaar Vervoer en Milieu (OVM) aan de vernieuwing van het stelselvan de stalbeoordeling. Voor het eind van het jaar ontvangt de Kamer eenbrief over de uitgangspunten voor het nieuwe stelsel. Parallel daaraanwerk ik voor de langere termijn aan een systematiek op basis vandoelvoorschriften in combinatie met bedrijfsspecifiek gemeten emissiesmet sensoren. Ik ben ervan overtuigd dat meten van daadwerkelijkeemissies een belangrijke bijdrage gaat leveren aan het weer op gangkunnen brengen van de toestemmingverlening.62Hoe verhoudt het instrument van de Subsidiemodules brongerichteverduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) zich tot recenteuitspraken van de Raad van State over de tegenvallende effectiviteit vaninnovatieve stalsystemen?De uitspraken5 van de Raad van State van 4 september jl. zijn ergteleurstellend, maar bieden wel een aantal aanknopingspunten om devergunning zekerder te maken. Ik wil graag de provincie Noord-Brabant inhaar rol als bevoegd gezag ondersteunen met mijn kennis en inzicht,zodat tot een aangepaste onderbouwing gekomen kan worden aan dehand van recente inzichten. Daarbij denk ik aan de beantwoording vanvragen door Wageningen University and Research uit 2022, zoalsaangehaald in het antwoord op vraag 61.In de lijst van subsidiabele technieken in de Sbv-regeling die op2 september jl. gepubliceerd is, is rekening gehouden met bovenge-noemde inzichten. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 61 ben ikervan overtuigd dat er zicht is op natuurvergunningverlening bij het gelijkhouden van het aantal dieren. Daarom heb ik in de regeling eenvoorwaarde opgenomen dat de dieraantallen vijf jaar lang niet mogentoenemen. Ook is in de regeling opgenomen dat de werking van lucht-wassers real time moet worden gemonitord, zodat een veehouder kaningrijpen als daar aanleiding toe is. Hiermee wordt de werking van deluchtwassers in de praktijk beter geborgd. Ik ga ook met de bevoegdegezagen in gesprek over de vergunningverlening in het kader van deSbv-regeling om met hen te bespreken wat er eventueel aanvullend nognodig is om tot vergunningverlening te komen.63Kunnen stallen waarbij de emissies worden gereduceerd doordat zeworden ingericht voor minder dieren ook aanspraak doen op hetSbv-instrument? Welke bepalingen maken dit wel/niet mogelijk?4Bijlage bij Kamerstuk 28 973, nr. 2545Raad van State, 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3356, ECLI:NL:RVS:2024:3569 enECLI:NL:RVS:2024:3570.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1021 De Sbv-investeringsmodule is een van de regelingen die binnen deaanpak piekbelasting wordt opengesteld. Deze innovatieregeling ziet opondersteuning van veehouders bij investeringen in een aantal (ammoniak)emissiereducerende technieken. Ook veehouders die hun stal dusdaniginrichten zodat er emissiereductie plaatsvindt door het houden vanminder dieren kunnen, als aan de gestelde voorwaarden van de regelingwordt voldaan, deelnemen aan deze regeling. Er is geen bepaling diedeelname verhinderd. Er wordt echter geen subsidie gegeven voor hethouden van minder dieren als zodanig. Voor subsidie komen uitsluitendde kosten voor technieken uit de in de regeling opgenomen investerings-tabellen in aanmerking. in de regeling is opgenomen dat gedurende vijfjaar het dieraantal niet mag toenemen. Dat zou dan ieder geval geenbelemmering voor deze veehouders moeten zijn.64Welke veranderende eisen bedoelt de regering als het gaat om deveranderende eisen die aan de vloot worden gesteld voor vissers?De visserijsector heeft met diverse uitdagingen te maken: de brandstof-kosten stijgen en milieueisen worden strenger, de ruimte op zee wordtbeperkt door windparken en natuurgebieden en visbestanden zijn – alsonderdeel van een dynamisch ecosysteem alsook onder invloed van eenstijgende watertemperatuur – in beweging. Van vissers vragen destijgende prijzen en strengere eisen dat zij zuiniger met brandstof omgaan. Voor sommige vissers zal inzetbaarheid van hun vaartuig inwindparken belangrijk worden, voor andere vissers zal multi-inzetbaarheid van hun vaartuig bijdragen aan een rendabele bedrijfs-voering. Voor een aantal vissers zal mogelijk het schakelen tussenverschillende typen visserij kunnen bijdragen aan de toekomstbesten-digheid van hun bedrijf.65Wanneer denkt de regering het onderzoek naar de mogelijkheid omvissers te ondersteunen bij het voldoen aan de veranderde eisen die aande vloot worden gesteld te hebben afgerond?De regering gaat de visserijsector ondersteunen in de noodzakelijkedoorontwikkeling naar een toekomstbestendige vloot. Dit is een belang-rijke pijler van de uitvoeringsagenda die ik in overleg met de visserijsectoren bij de visserij betrokken partijen ga opstellen. Ik heb op 5 september jl.een start gemaakt met dit proces in een Bestuurlijk Overleg met devisserijsector en andere betrokken partijen. De uitvoeringsagenda zalonder meer een inzet op het behoud van fysieke ruimte voor de visserij eninnovatie omvatten, maar ook het creëren van draagvlak voor innovatiesin Europa en het werken aan het verminderen van belemmerendeEU-regelgeving. De uitvoeringsagenda zal in het tweede kwartaal van2025 naar de Tweede Kamer worden verstuurd. Ondertussen worden demaatregelen die LVVN reeds inzet voor de ondersteuning van devisserijsector voortgezet, zoals onder andere de subsidieregeling voorvernieuwingen in de visserij- en aquacultuurketen, die open staat tot1 november 2024. Daarnaast wordt voor de garnalenvisserij een vrijwilligesaneringsregeling opgesteld en tegelijkertijd een toekomstvisieontwikkeld. Ook worden het Visserij Innovatie Netwerk en de Communityof Practice voortgezet en in overleg met de sector en andere betrokkenpartijen verdere innovatie- en investeringsregelingen ontwikkeld.Bovendien worden ondernemers ondersteund met het uitvoeren vanpilots en onderzoek naar hoe verschillende belangen op zee te combi-neren zijn. Tot slot zal op 11 oktober het Visserij Ontwikkel Plan wordenondertekend waarmee de uitvoering kan worden gestart. Hiermee wordtde keten ingericht op de toekomstige duurzame visserij en anderzijdsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1022 sociaal-cultureel erfgoed behouden en visserijonderwijs een impulsgegeven. Deze al lopende acties zullen worden ingevoegd in deuitvoeringsagenda.66Welke emissiereducerende staltechnieken kunnen nu worden gesubsi-dieerd en welke effecten hebben die in het reduceren van emissie?Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 63 kunnen veehouders via deSbv-investeringsmodule ondersteund worden bij investeringen in eenaantal (ammoniak)emissiereducrende technieken. Deze technieken zijnopgenomen in de investeringstabellen in bijlage 2 van de regeling6. Welkeeffecten deze emissiereducerende technieken hebben is vastgelegd inbijlage V en VI van de Omgevingsregeling7. Zo zijn er voor varkens- envleeskalverhouders tien verschillende nageschakelde technieken(luchtwassers) beschikbaar. Dit zijn chemische, biologische en combi-wassers. Hiermee worden emissies van ammoniak, geur en fijnstofrespectievelijke met 85–95%, 30–45% en 35–80% verminderd ten opzichtevan een stal zonder emissiebeperkende maatregelen. Voor varkens-houders zijn er ook verschillende brongerichte technieken beschikbaar.Deze technieken reduceren emissies van ammoniak, geur en methaanrespectievelijk 67–84%, 22–40% en 30–80%. De beschikbare brongerichtetechniek voor melkvee reduceert ammoniakemissies met 77%.67Hoe gaat de regering Brussel overtuigen dat Nederland meer mestplaat-singsruimte moet krijgen?Voor de Europese inzet ten aanzien van de aanpak van de problematiek opde mestmarkt verwijs ik u naar mijn Kamerbrief van 13 septemberjongstleden (Kamerstuk 33 037, nr. 559).68Welke middelen zijn er beschikbaar gesteld om de inzet van vezels vangewassen voor biobased bouwmaterialen te stimuleren?In totaal is voor het stimuleren van biobased teelt € 23,3 miljoenbeschikbaar gesteld, over 2024, 2025 en 2026. In 2025 is hiervan€ 10 miljoen beschikbaar. LVVN start in 2024 met deze middelen een pilotdoor boeren een vergoeding te betalen voor de teelt van vezelgewassenbedoeld voor de bouw, via koolstofcertificaten. In 2025 wordt besloten ofen zo ja hoe, deze pilot wordt voorgezet.69Wat zijn precies de juridische gevolgen van het niet voldoen aan hetmestplafond?Als blijkt dat het mestproductieplafond is overschreden kan de EuropeseCommissie op basis van artikel 258 van het Verdrag inzake de werking vande Europese Unie een infractieprocedure starten door een «aanmanings-brief» (ingebrekestelling) te sturen. Als de Europese Commissie dat doetheeft Nederland gelegenheid te reageren en aan te geven welke maatre-gelen genomen worden om de mestproductie onder het plafond tekrijgen. Een generieke korting kan dan in theorie aan de orde zijn. AlsNederland niet naar tevredenheid van de Europese Commissie optreedt,6Staatscourant 2024, 28653 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakin-gen.nl)7wetten.nl - Regeling - Omgevingsregeling - BWBR0045528 (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1023 kan de Europese Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof vanJustitie.70Welke doelstellingen heeft de regering ten aanzien van mestvergisting?Mestvergisting draagt bij aan het halen van de klimaatdoelstellingen, doorhet voorkomen van methaanemissies van dierlijke mest en ook deproductie van groen gas. Het kabinet heeft geen specifieke doelstellingenten aanzien van mestvergisting. Wel heeft het kabinet een streefdoel voorgroen gas productie van twee miljard kuub groen gas in 2030, waarvoormestvergisting één van de mogelijke technieken is. Met de beoogdebijmengverplichting groen gas is het streven een ketenemissiereductiemiddels groen gas invoeding van 3,8 Mton (Kamerstuk 32 813, nr. 1352).71Welke schaal van mestvergisting acht het kabinet haalbaar en wenselijk?Ten behoeve van de klimaatdoelstellingen zet het kabinet in op allevoorkomende schaalgroottes van mestvergisting. De ideale grootte vanmestvergistingsinstallaties verschilt per situatie. Het kabinet heeft geenvoorkeur voor een bepaalde schaal van mestvergisting, dat is een lokaleafweging van het bevoegd gezag bij de vergunningverlening.72Wat zijn de belangrijkste obstakels volgens de regering ten aanzien vanhet opschalen van vergisting?Het kabinet werkt middels het Programma Groen Gas aan het oplossenvan de belangrijkste obstakels voor groen gas productie via onder anderemestvergisting. Binnen dit Programma (Kamerstuk 32 813, nr. 1146) wordtgewerkt aan drie sporen om obstakels te doorbreken:–Het verbeteren van de business case, via bijvoorbeeld de beoogdebijmengverplichting, groen gas en de SDE++.–Het versnellen van ruimtelijke inpassing (en vergunningverlening) vaninstallaties middels onder meer ondersteuning aan medeoverheden.–Het ontsluiten van afdoende duurzame grondstoffen, onder anderedoor de ondersteuning van stalaanpassingen ten behoeve van snelleafvoer van mest en mestverwerkingsinstallaties die het digestaatkunnen verwerken tot onder andere kunstmestvervangers.73Hoeveel levende eenden zijn er in de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naarjaar en naar land, uit het buitenland geïmporteerd voor de slacht?In onderstaande tabel het aantal eenden dat de afgelopen vijf jaar vanuitEU-lidstaten naar Nederland is vervoerd voor de slacht.Tot en met 31 augustus 2024840.00020231,4 miljoen20221,5 miljoen20211,3 miljoen2020880.00020191,5 miljoen Er zijn geen levende eenden geïmporteerd vanuit landen buiten de EU.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1024 74Hoeveel overtredingen zijn er sinds 1 januari 2024 geconstateerd metbetrekking tot vangletsel bij eenden, met welke interventies (mededeling,waarschuwing of boete) zijn deze opgevolgd, en hoe vaak is hiertegen inbezwaar gegaan?In 2024 is bij 1 koppel eenden vangletsel vastgesteld. Hierbij is een boeteopgelegd aan de pluimveehouder en de vangploeg. Beiden zijn inbezwaar gegaan.75Voldoen alle veehouders aan de wettelijke verlichting dat alarmsysteem,alarmplan en noodstroomaggregaat nodig is bij stallen waarbij degezondheid en het welzijn van het dier afhankelijk zijn van kunstmatigeventilatie? Hoe is dit gecontroleerd of hoe gaat dit gecontroleerd worden?Uit de inspecties van de NVWA, uitgevoerd sinds de inwerkingtreding vandeze verplichting, is gebleken dat niet alle veehouders voldoen aan dezevoorschriften. De verplichtingen voor een nood- en alarmsysteem enalarmplan worden gecontroleerd bij een welzijnsinspectie door de NVWA,wanneer wordt geconstateerd dat het welzijn van de dieren afhankelijk isvan een kunstmatig ventilatiesysteem. De inspectie bestaat uit drieonderdelen. Gekeken wordt of een noodstroomaggregaat op het bedrijfaanwezig is, dat voldoet aan de specificaties en op de juiste wijze wordtgetest. Verder wordt gecontroleerd of er een alarmplan is en of dezevoldoet aan de gestelde eisen. Bij de inspectie van het alarmsysteemwordt gecontroleerd of dit systeem aan de technische eisen voldoet en ofde houder het alarmsysteem maandelijks test en de test registreert.76Hoeveel kangoeroevlees en -leer werd er in 2024 in Nederland ingevoerd?Tot en met 31 augustus 2024 is 92.000 kilo kangoeroevlees geïmporteerd.Kangoeroeleer (in gelooide toestand) is niet onderworpen aan officiëleveterinaire controles bij binnenkomst in de EU. Hierover zijn geengegevens bekend.77Hoeveel kangoeroevlees en -leer werd er in 2024 vanuit Nederlanddoorgevoerd naar andere landen?Tot en met 31 augustus 2024 is geen kangoeroevlees doorgevoerd naarandere landen. Over kangoeroeleer zijn geen gegevens bekend.78Hoeveel kikkers bedoeld voor consumptie werden er in 2024 in Nederlandingevoerd?Tot en met 31 augustus 2024 zijn ongeveer 9.000 kilo bevroren kikkerbilleningevoerd.79Hoeveel ander «exotisch vlees» (denk daarbij aan aap, huanaco, python,dolfijn, et cetera) werd er in 2024 in Nederland ingevoerd, uitgesplitst naardiersoort?Tot en met 31 augustus 2024 is ongeveer 4.000 kilo antilopevlees, 4.000kilo rendiervlees, 12.000 kilo krokodillenvlees en 8.000 kilo zebravleesingevoerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1025 80Hoeveel levend geplukt dons en producten die dit bevatten werden er in2024 in Nederland ingevoerd?Tot en met 31 augustus 2024 is één zending dons ingevoerd en daarvan isniet bekend of het levend geplukt is.81Hoeveel haaienvinnen en andere haaiproducten werden er in 2024 inNederland ingevoerd?Tot en met 31 augustus 2024 zijn dertien zendingen met in totaal 15.000kilo haaienvlees ingevoerd van buiten de EU. Er wordt niet apartgeregistreerd welk deel daarvan haaienvinnen zijn.82Hoeveel Antarctische krill (Euphausia superba) en krillproducten werdener in 2023 in Nederland ingevoerd?Tot en met 31 augustus 2024 is geen Antarctische krill en krillproducteningevoerd.83Hoeveel levende kreeften en krabben werden er in 2024 in Nederlandingevoerd? Kan de regering dit uitsplitsen naar soort en herkomst?Tot en met 31 augustus 2024 zijn geen levende krabben of kreeften vanuitandere EU-lidstaten naar Nederland verplaatst. Wel werd 3.000 kilo van desoort Homarus en 35.000 kilo van de soort Homarus Americanusingevoerd vanuit Canada.84Wat is de situatie wettelijke gezien met betrekking tot het aanbinden vanrunderen in Nederland en om hoeveel bedrijven en dieren gaat het?In de Nederlandse wet- en regelgeving zijn er geen specifieke eisen metbetrekking tot het aanbinden van runderen opgenomen. Op peildatum4 augustus 2024 waren er 545 grupstallen voor melkvee in Nederland(Bron: Kwaliteitszorg Onderhoud Melkinstallaties (KOM)). Hoeveelrunderen dit betreft is onbekend. Voor de biologische houderijsystemengeldt, op basis van de Europese Verordening 2018/48, dat het aanbindenvan dieren verboden is.85Hoeveel kilo antibiotica werd er in 2023 en 2024 gebruikt, respectievelijk inde veehouderij, voor huisdieren en in de menselijke gezondheidszorg?De NVWA verzamelt deze gegevens niet. De Stichting Diergeneesmid-delen Autoriteit verzamelt de antibiotica gebruiks- en verkoopgegevensvan een aantal diersoorten in de veehouderij. Deze gegevens zijn tevinden in de SDa-rapporten8 antibioticumgebruik. De cijfers in derapporten worden overigens weergegeven in dierdagdoseringen i.p.v. degevraagde kilogrammen. Gezelschapsdieren vallen hier niet onder. DeStichting werkgroep Antibioticabeleid verzamelt de gegevens over hethumaan antibioticagebruik. Voor deze gegevens verwijs ik u naar deNethMap-MARAN9 rapportage.8SDa-rapporten antibioticumgebruik (autoriteitdiergeneesmiddelen.nl)9Samenvatting NethMap 2023 | SWABTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1026 86Wat is de stand van zaken omtrent de toezegging dat het gemeentelijkebouwtoezicht en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) naeen stalincident worden geïnformeerd, zodat zij een afweging kunnenmaken om de betreffende stal te controleren? Wat is de stand van zakenomtrent het aangekondigde overleg met Brandweer Nederland, deVereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) en de NVWA om tezorgen dat bij dit soort incidenten systematisch melding wordt gedaandoor de brandweer aan het gemeentelijke bouwtoezicht en in geval vanrisico’s voor het welzijn van nog aanwezige dieren bij de NVWA?De voorbereidingen voor dit overleg zijn gestart. Vanwege andereprioriteiten heeft dit helaas enige vertraging opgelopen.87Hoeveel dieren, uitgesplitst naar soort, belandden in 2022 en 2023 in eenbeerput? Hoeveel van hen kwamen om?Op verzoek van de veiligheidsregio’s publiceert het Nederlands InstituutPublieke Veiligheid (NIPV) iedere maand de Kerncijfers Incidenten van debrandweer in een online dashboard10. Incidenten worden niet op hetgevraagde detailniveau geregistreerd.88Hoeveel buffelhouderijen zijn er op dit moment in Nederland en hoeveelbuffels worden daar gehouden?Elk jaar leggen ondernemers in het kader van de Gecombineerde Opgave(GO) diergegevens en locatiegegevens vast. Dit gebeurt elk jaar op 1 april.Op 1 april 2024 zijn door ondernemers in totaal 39 inrichtingen opgegevenwaar in totaal 4912 buffels werden gehouden.89Hoeveel buffels werden er in 2024 tot nu toe in Nederland geslacht?Tot en met 31 augustus 2024 zijn 827 waterbuffels geslacht.90Hoeveel kameelachtigen werden er in 2024 tot nu toe in Nederlandgeslacht?Tot en met 31 augustus 2024 zijn twee kameelachtigen geslacht.91Hoeveel struisvogels werden er in 2024 tot nu toe in Nederland geslacht?Tot en met 31 augustus 2024 zijn 34 struisvogels geslacht.92Hoeveel fazanten werden er in 2024 tot nu toe in Nederland geslacht?De NVWA registreert fazanten niet als aparte diercategorie in het slachtregistratiesysteem.93Hoeveel parelhoenders werden er in 2024 tot nu toe in Nederlandgeslacht?10Kerncijfers Veiligheidsregios, cijfers en statistiek rondom brandweer en brandweerzorg(nipv.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1027 De NVWA registreert parelhoenders niet als aparte diercategorie in hetslacht registratiesysteem.94Hoeveel paarden, uitgesplitst naar grazers en rijpaarden, werden er in2024 tot nu toe in Nederland geslacht?Tot en met 31 augustus 2024 zijn ruim 1700 eenhoevigen geslacht. Ditbetreft zowel paarden als ezels. De NVWA heeft geen nader uitgesplitstegegevens beschikbaar.95Hoeveel schapen werden er in 2024 tot nu toe in Nederland geslacht?Tot en met 31 augustus 2024 zijn bijna 357.000 schapen geslacht (zie ookhet antwoord op vraag 150).96Hoeveel geiten werden er in 2024 tot nu toe in Nederland geslacht?Tot en met 31 augustus 2024 zijn bijna 159.000 geiten geslacht.97Hoeveel herten, uitgesplitst naar soort, werden er in 2024 tot nu toe inNederland geslacht?Tot en met 31 augustus 2024 zijn 502 gekweekte damherten en 27gekweekte edelherten geslacht.98Hoe kan het dat het eendenslachthuis in Ermelo werd gewoon nog open isondanks dat het onlangs werd betrapt op het omkatten van vlees?De NVWA kan geen uitspraak doen over lopende onderzoeken.99Waarom is er geen terugroepactie geweest voor eendenvlees, aangezienhet eendenslachthuis in Ermelo erop is betrapt dat ze vlees omkatten?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 98.100Hoeveel veemarkten zijn er nog in Nederland? Welke zijn dat en met welkefrequentie worden deze gehouden?Het bijeenbrengen van runderen en schapen/geiten is enkel op erkendeverzamelcentra toegestaan. In Nederland zijn 77 erkende verzamelcentra11voor evenhoevigen. De meeste verzamelcentra verzamelen wekelijks.Daarnaast worden er paardenmarkten gehouden in Nederland, waarvande meesten één keer per jaar plaatsvinden. Er bestaat geen centraleregistratie van deze markten.101Is er al een evaluatie van het project Bewust Natuurlijk Luxe?De evaluatie zit in de afrondende fase. Ik informeer uw Kamer later dit jaarover de uitkomsten.11http://www3.vwa.nl/NSL1.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1028 102Hoe staat het met de implementatie van de Diergezondheidsverordeningen de implementatie van de registratieverplichtingen voor dezediersoorten?De diergezondheidsverordening (Verordening (EU) 2016/429) bevatidentificatie- en registratieverplichtingen (I&R) voor landzoogdieren,vogels, bijen en hommels. Deze verplichtingen zijn rechtstreeks werkenden van kracht sinds de inwerkingtreding van de diergezondheidsveror-dening op 21 april 2021. Voor enkele nieuwe diersoorten is de uitvoeringvan deze verplichtingen door Nederland uitgesteld. Er is gewacht op eenderogatieverordening die ruimte geeft om bepaalde houders uit tezonderen van de verplichting tot registratie. Deze derogatieverordening isop 1 augustus 2022 in werking getreden. Sindsdien is in goed overleg metbetrokken sectoren en andere belanghebbenden gewerkt aan deuitvoering. Het is voor de diersoorten kameel- en hertachtigen, bijen enhommels reeds mogelijk te registreren conform de diergezondheidsveror-dening. De registratie voor gevogelte zal naar verwachting begin 2025volgen. Daarna zullen nog aanpassingen volgen voor sectoren die nu algeregistreerd worden. Sectoren worden hierover tijdig geïnformeerd.103Hoeveel parelhoenders, kwartels en struisvogels worden er in Nederlandgehouden voor vlees en welke andere vogelsoorten buiten deze en hetreguliere pluimvee?Dit wordt niet geregistreerd.104Hoeveel grote pluimveeslachterijen gebruikten in 2024 nog het waterbadals bedwelmingsmethode?In 2024 gebruikten drie pluimveeslachthuizen het waterbad als bedwel-mingsmethode. Daarnaast zijn er nog slachterijen die met CAS-systemen(Controlled Atmosphere Stunning) bedwelmen en een waterbadsysteemals back-up hebben. In geval van storingen in het CAS-systeem kan naarhet waterbadsysteem omgeschakeld worden.105Hoeveel middelgrote en kleine pluimveeslachterijen gebruikten in 2024nog het waterbad als bedwelmingsmethode?In 2024 gebruikten twee middelgrote en kleine pluimveeslachthuizen hetwaterbad als bedwelmingsmethode.106Hoeveel kippen, onderverdeeld naar vleeskuikens en leghennen, enhoeveel eenden zijn in 2024 geslacht met het elektrisch waterbad alsbedwelmingsmethode?Tot en met 31 augustus 2024 zijn ruim 41,4 miljoen vleeskuikens en ruim3,2 miljoen eenden geslacht bij slachthuizen die permanent gebruikmaken van een elektrisch waterbad als bedwelmingsmethode. De NVWAhoudt geen cijfers bij van het aantal dieren dat in 2024 met het waterbad-systeem als bedwelmingsmethode is geslacht op slachthuizen die ditsysteem alleen als back-up gebruiken.107Hoeveel slachthuizen gebruikten in 2024 CO2 als bedwelming, uitgesplitstnaar diersoort?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1029 13 pluimveeslachthuizen maken gebruik van CO2-bedwelming alsstandaard bedwelmingsmethode. Dit betreft 11 slachthuizen die vlees-kuikens slachten en 2 slachthuizen die leghennen/moederdieren slachten.In 2023 werd bij vijf slachterijen CO2-bedwelming gebruikt bij varkens.108Hoeveel slachthuizen zijn er in Nederland? Kan de regering per slachthuisaangeven welke diersoort(en) er worden geslacht en welke bedwelmings-methode(n) hiervoor worden gebruikt?Ik beantwoord uw vraag door per diersoort aan te geven op hoeveelslachthuizen deze geslacht wordt. Sommige slachthuizen hebben dubbeleerkenningen en kunnen dus meerdere diergroepen slachten. De infor-matie over de soort erkenning per bedrijf is openbaar12. Op peildatum31 augustus 2024 waren er 23 bedrijven met een actieve erkenningslachthuis voor vlees van pluimvee en konijnen, 127 met de erkenningslachthuis voor vlees van gedomesticeerde hoefdieren, 16 met deerkenning slachthuis voor vlees van gekweekt wild en 12 met deerkenning vrij wildbewerkingsinrichting.De bedwelmingsmethode is niet systematisch per slachthuis geregis-treerd.109Hoeveel dieren zijn er, uitgesplitst naar diersoort, ante mortem en postmortem afgekeurd voor menselijke consumptie in pluimveeslachthuizenin de eerste helft van 2024 en wat waren de redenen daarvoor?De NVWA houdt geen systematische gegevens bij van het pluimvee datbij de ante mortem keuring is afgekeurd voor menselijke consumptie.Alleen de afkeuringen bij de post mortem keuring worden uitgesplitstnaar diersoort bijgehouden. Tot en met 31 augustus 2024 zijn er van de375,6 miljoen post mortem gekeurde dieren 3,4 miljoen dieren (0,9%)afgekeurd voor menselijke consumptie bij de post mortem keuring. Eenspecificatie van de afkeuring voor menselijke consumptie bij de postmortem keuring per diersoort staat in onderstaande tabel.Afkeuringen bij PM-keuring per diersoort20241 jan t/m 31 augEenden17.515Kippen120.486Vleeskuikens3.269.278Totaal3.407.279 Voor vleeskuikens worden als meest voorkomende redenen voor afkeurgenoemd: afwijkende kleur/(geur)/consistentie, uitgebreide huidont-steking, hepatitis, artritis/synovitis en fecale verontreiniging. Bijvolwassen dieren (kippen) treden tumoren en ei-concrementen meer opde voorgrond.110Hoeveel overtredingen zijn er sinds 1 januari 2024 geconstateerd metbetrekking tot vangletsel van pluimvee, uitgesplitst naar vleeskuikens,ouderdieren, leghennen, eenden, kalkoenen, en naar Nederlandse enbuitenlandse vangploegen, met welke interventies (mededeling,12https://www.nvwa.nl/onderwerpen/erkenningen-registraties-en-vergunningen/aanvragen-en-informatie-per-bedrijfstype-product-of-activiteit/slachthuis-erkenning-en-meer/slachthuis-erkende-bedrijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1030 waarschuwing of boete) zijn deze opgevolgd, en hoe vaak is hiertegen inbezwaar gegaan?Sinds 1 januari 2024 treedt de NVWA handhavend op als er bij 1% of meervan de dieren in een koppel pluimvee vangletsel wordt geconstateerd. Tot1 januari 2024 werd een handhavingsgrens van 2% gehanteerd. In 2024zijn tot en met 31 augustus 99 overtredingen met betrekking tot vangletselgeconstateerd. Van deze 99 overtredingen met betrekking tot vangletselzijn er twee vastgesteld bij eenden (een pluimveehouder en eenvangploeg), drie bij moederdieren en 94 bij vleeskuikens. Vijf overtre-dingen zitten nog in het traject van juridische toetsing voorafgaand aanhet opleggen van een bestuurlijke boete. Voor 94 overtredingen is eenbestuurlijke boete opgelegd. Op 30 september 2024 zijn er 20 zaken inbezwaar of beroep geregistreerd.Sinds 1 januari 2024 tot en met 31 augustus zijn 258 meldingen naarbuitenlandse autoriteiten verstuurd na het constateren van meer dan 1%vangletsel bij dieren in een koppel pluimvee. De meldingen betreffenbuitenlandse overtreders, waarbij Nederland de buitenlandse autoriteitverzoekt om te handhaven.111Hoeveel slachthuizen maken gebruik van het elektrisch waterbad voorzowel de rituele slacht als voor de reguliere slacht?In 2024 gebruikten 3 grote pluimveeslachthuizen en 2 middelgrote enkleine pluimveeslachthuizen het waterbad als bedwelmingsmethode. DeNVWA houdt geen gegevens bij of dit voor de rituele slacht of voor dereguliere slacht is.112Hoeveel slachthuizen maken gebruik van het elektrisch waterbad vooralleen de rituele slacht?In 2024 gebruikten 3 grote pluimveeslachthuizen en 2 middelgrote enkleine pluimveeslachthuizen het waterbad als bedwelmingsmethode. DeNVWA houdt geen gegevens bij of dit voor de rituele slacht of voor dereguliere slacht is.113Hoeveel slachthuizen maken gebruik van het elektrisch waterbad vooralleen de reguliere slacht?In 2024 gebruikten 3 grote pluimveeslachthuizen en 2 middelgrote enkleine pluimveeslachthuizen het waterbad als bedwelmingsmethode. DeNVWA houdt geen gegevens bij of dit voor de rituele slacht of voor dereguliere slacht is.114Hoeveel bedrijven hielden in 2023 eenden voor de productie van vlees?Dit wordt niet geregistreerd.115Hoeveel natuurvergunningen zijn er in 2023 en 2024 ingetrokken van«slapende» bedrijven?Voor het verstrekken van de natuurvergunningen waarvoor LVVN hetbevoegde gezag is, zijn in 2023 en 2024 geen vergunningen ingetrokkenvan «slapende» bedrijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1031 Het is mij niet bekend hoeveel natuurvergunningen van «slapende»bedrijven er door andere bevoegde gezagen in deze periode zijningetrokken.116Hoeveel NVWA-controles hebben er in 2024 plaatsgevonden in deeendenhouderij, konijnenhouderij, kalkoenhouderij, geitenhouderij,varkenshouderij, et cetera?Op het onderwerp dierenwelzijn hebben er 299 inspecties plaatsgevondenin de varkenshouderij. Vanuit het onderwerp levende dieren en dierge-zondheid, is er in 2024 op 12 varkensbedrijven een inspectie uitgevoerd.Daarnaast heeft er op 19 bedrijven met geiten een Q-koorts inspectieplaatsgevonden, en op 13 bedrijven met geiten een I&R inspectie. Ook zijner voor het onderwerp dierenwelzijn 79 inspecties geweest in degeitenhouderij. Op het onderwerp dierenwelzijn heeft er één inspectieplaatsgevonden in de eendenhouderij en één in de kalkoenhouderij. Erzijn geen inspecties uitgevoerd op diergezondheid van pluimvee (eendenen kalkoenen). Op het onderwerp dierenwelzijn heeft er één inspectieplaatsgevonden in de konijnenhouderij.117Hoeveel eenden waren «Dead On Arrival» (DOA) bij het eendenslachthuisin 2024?Tot en met 31 augustus 2024 zijn er bijna 5.600 eenden dood aangevoerdop het slachthuis.118Hoeveel eendenvlees is er in 2024 geproduceerd in Nederland en welkdeel van dit vlees is geëxporteerd?De NVWA houdt geen informatie bij over de totale productie vaneendenvlees in Nederland. Tot en met 31 augustus 2024 zijn veterinairecertificaten van de NVWA voor ongeveer 980.000 kilo eendenvleesafgegeven voor export naar derde landen. Voor verplaatsing vaneendenvlees binnen de EU worden geen gegevens bijgehouden.119Hoeveel bedrijven in Nederland kweken op dit moment insecten, welkesoorten zijn dat en welk deel van deze insecten is bestemd als veevoer enwelk deel voor humane consumptie?Dit wordt niet geregistreerd.120Hoeveel bedrijven houden in 2024 kalkoenen voor de productie van vlees?Dit wordt niet geregistreerd in het Identificatie- en Registratiesysteem(I&R). Inrichtingen waar in gevangenschap levende vogels wordengehouden met als doel het verplaatsen van dieren of dierlijke producten,worden per 01-01-2025 geregistreerd.121Hoeveel kalkoenenslachterijen zijn er in Nederland? Welke bedwelmings-methoden worden hier gebruikt?Er is één kalkoenenslachthuis in Nederland, waarbij het elektrischewaterbad de standaard bedwelmingsmethode is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1032 122Welke diersoorten worden in Nederland nog wel eens onverdoofdgeslacht in slachthuizen? Om welke dieraantallen gaat het?Dat zijn runderen, schapen en geiten. Het aantal dieren dat in 2023onbedwelmd is aangesneden is onder te verdelen in 1.594 runderen/kalveren en 39.050 schapen/geiten. Het aantal dieren dat in 2024 tot met31 augustus onbedwelmd is aangesneden is onder te verdelen in 913runderen/kalveren en 16.488 schapen/geiten.123Hoeveel konijnenslachterijen zijn er in Nederland? Welke bedwelmings-methoden worden hier gebruikt?In Nederland zijn geen konijnenslachterijen.124Worden kalkoenen in Nederland onbedwelmd geslacht? Zo ja, om hoeveeldieren gaat het?Kalkoenen worden niet onbedwelmd geslacht in Nederland.125Worden konijnen in Nederland onbedwelmd geslacht? Zo ja, om hoeveeldieren gaat het?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 123.126Hoeveel NVWA-controles hebben er in 2024 plaatsgevonden in dekalkoenenhouderij?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 116.127Hoeveel kalkoenenvlees is er in 2023 geproduceerd in Nederland en welkdeel van dit vlees is geëxporteerd?De NVWA houdt geen informatie bij over de totale productie vankalkoenenvlees in Nederland. In 2023 zijn veterinaire certificaten voorongeveer 2,5 miljoen kilo kalkoenenvlees afgegeven voor export naarderde landen. Dit kan ook om vlees gaan dat eerder vanuit derde landengeïmporteerd is in de EU. Over verplaatsing van kalkoenenvlees binnende EU worden geen gegevens bijgehouden.128Hoeveel kalkoenen zijn in 2023 geslacht in Nederlandse slachthuizen?In 2023 zijn bijna 1.750 kalkoenen geslacht in Nederlandse slachthuizen.129Hoeveel bedrijven houden in 2024 konijnen voor de productie vankonijnenvlees?Elk jaar leggen ondernemers in het kader van de Gecombineerde Opgave(GO) diergegevens en locatiegegevens vast. Dit gebeurt elk jaar op 1 april.Op 1 april 2024 werden er door 28 bedrijven 230.596 konijnen gehoudenvoor de productie van vlees.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1033 130Hoeveel konijnen werden er in de eerste helft van 2024 gefokt voor deproductie van konijnenvlees?Er wordt niet geregistreerd met betrekking tot aantallen van gehoudenkonijnen voor de productie van konijnenvlees.Elk jaar leggen ondernemers in het kader van de Gecombineerde Opgavediergegevens en locatiegegevens vast.Dit gebeurt elk jaar op 1 april. Op 1 april 2024 werden er door 28 bedrijven230.596 konijnen gehouden voor de productie van vlees.131Hoeveel NVWA-controles hebben er in 2024 plaatsgevonden in dekonijnenhouderij?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 116.132Hoeveel konijnen zijn in 2024 geslacht in Nederlandse slachthuizen?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 123.133Hoeveel kippen zijn er in de eerste helft van 2024 gestorven tijdenstransport naar een Nederlands slachthuis?Gegevens van overlijden tijdens transport worden niet specifiek bijge-houden. In 2024 zijn tot en met 31 augustus bijna 330.000 vleeskuikens,vleeskuikenouderdieren en leghennen dood aangevoerd op slachthuizen(dead on arrival). Hierbij kan geen onderscheid gemaakt worden in welkefase in het voorafgaande traject (vangen, laden, transport, wachttijd in deaanvoerhal) dieren doodgegaan zijn.134Hoeveel (kippen)kuikens zijn er in 2024 vanuit Nederland geëxporteerd,naar welke landen en welk deel van deze kuikens is geëxporteerd pervliegtuig?Tot en met 31 augustus 2024 zijn ongeveer 48 miljoen kuikens vanuitNederland naar andere EU-lidstaten verplaatst. Het merendeel naarDuitsland, Polen, België en Italië. Uitsluitend het vervoer naar Malta vindtper vliegtuig plaats (0,1%). Daarnaast zijn ongeveer 8,1 miljoen (kippen-)kuikens geëxporteerd naar derde landen. De grootste ontvangers zijnGhana en Oeganda. Nagenoeg alle zendingen naar derde landen zijn pervliegtuig getransporteerd (99,2%).135Hoeveel kippen zijn er in 2024 geëxporteerd, naar welke landen en metwelk doel?Tot en met 31 augustus 2024 zijn ongeveer 18 miljoen kippen verplaatstnaar andere EU-lidstaten, in het bijzonder naar België, Duitsland en Polen.2/3 hiervan is voor de slacht verplaatst en 1/3 voor verder houden.Daarnaast heeft Nederland 171 levende kippen geëxporteerd naar landenbuiten de EU. De grootste ontvangers zijn Aruba, Jordanië en Senegal.136Hoeveel kippen zijn er in 2024 geïmporteerd en vanuit welke landen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1034 Tot en met 31 augustus 2024 zijn ruim 187 miljoen kippen naar Nederlandverplaatst vanuit andere EU-lidstaten, in het bijzonder uit Duitsland enBelgië. Vanuit landen buiten de EU zijn eendagskuikens geïmporteerd. Ditbetreft ongeveer 12.000 stuks uit Canada, ongeveer 8.000 stuks uit deVerenigde Staten en ongeveer 700.000 stuks uit het Verenigd Koninkrijk.137Hoeveel broedeieren van legkippen zijn er tot nu toe in 2024 geëxpor-teerd, naar welke landen?Tot en met 31 augustus 2024 zijn ruim 435 miljoen broedeieren verplaatstnaar andere EU-lidstaten, in het bijzonder naar Duitsland, België en Polen.Daarnaast zijn 285 miljoen broedeieren geëxporteerd naar landen buitende EU. Irak, Saoedi-Arabië en Oekraïne zijn hierin de grootste ontvangers.138Hoeveel kippen leven in 2024 nog in kooien? Hoeveel daarvan zijn leghen,hoeveel daarvan vleeskuiken, hoeveel daarvan ouderdier bestemd voor deleg en hoeveel daarvan ouderdier bestemd voor vlees? Op hoeveelbedrijven leven deze dieren?Dit wordt niet geregistreerd.139Hoeveel kwartels worden er in Nederland gehouden voor vlees?RVO houdt in het I&R-systeem nog niet het bedrijfstype van de inrichtingen het doel waarmee de dieren worden gehouden bij. Dit betreft imple-mentatie van de Diergezondheidsverordening. Het is op dit moment nogniet mogelijk om de cijfers van deze hier uit te filteren. In de loop van 2025wordt de Kamer geïnformeerd over de implementatie van de aanvullenderegistratieverplichtingen vanuit de Diergezondheidsverordening.140Hoeveel kwartelvlees is er in Nederland ingevoerd in 2023 en 2024?In 2023 en 2024 is geen kwartelvlees ingevoerd.141Op hoeveel locaties wordt in Nederland antiserum voor slangengifgewonnen? Van welke dieren wordt daarvoor gebruik gemaakt? Omhoeveel dieren gaat het?Deze gegevens zijn niet bekend bij het Ministerie van LVVN. Er zijn geenvergunningen voor het winnen van antiserum aangevraagd bij deCentrale Commissie Dierproeven.142Kan de regering het proces van het winnen van antiserum voor slangengifomschrijven?Gegevens hierover zijn niet bekend bij het Ministerie van LVVN.143Worden er in Nederland antilichamen gewonnen uit lama’s en aanver-wanten soorten? Om hoeveel dieren gaat het? Om hoeveel bedrijven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1035 In Nederland worden antilichamen gewonnen uit lama’s. Het gaat om éénbedrijf dat in 2022 in totaal 6 dierproeven hiervoor heeft geregistreerd opbasis van de meest actuele gegevens in de «Zo Doende 2022»13.144Zijn er nog andere dieren waaruit antilichamen worden gewonnen? Zo ja,welke en om hoeveel dieren gaat het?In Nederland wordt ook uit andere dieren antilichamen gewonnen. In 2022zijn in totaal 76 dierproeven met schapen hiervoor geregistreerd op basisvan de meest actuele gegevens in de «Zo Doende 2022».145In hoeveel slachthuizen in Nederland worden schapen geslacht? Heeft deregering hiervan een lijst?Tot en met 31 augustus 2024 zijn op 84 slachthuizen schapen geslacht.Welke diersoorten de slachthuizen onder de actieve erkenning slachtenvalt onder gedetailleerde informatie over bedrijven. De NVWA weegt hetvrijgeven van dergelijke informatie zorgvuldig af aan de hand van deuitgangspunten van de openbaarmaking slachthuizen. De door de Kamergevraagde informatie is momenteel geen informatie die openbaarbeschikbaar is.146In hoeveel slachthuizen in Nederland worden geiten geslacht? Heeft deregering hiervan een lijst?Tot en met 31 augustus 2024 zijn op 53 slachthuizen geiten geslacht.Welke diersoorten de slachthuizen onder de actieve erkenning slachtenvalt onder gedetailleerde informatie over bedrijven. De NVWA weegt hetvrijgeven van dergelijke informatie zorgvuldig af aan de hand van deuitgangspunten van de openbaarmaking slachthuizen. De door de kamergevraagde informatie is momenteel geen informatie die openbaarbeschikbaar is.147In hoeveel slachthuizen in Nederland worden paarden geslacht? Heeft deregering hiervan een lijst?Er zijn tot en met 31 augustus 2024 zijn op 14 slachthuizen eenhoevigen(paarden en ezels) geslacht.148Hoeveel dieren, uitgesplitst naar diersoort, zijn in 2023 en 2024 gestorvenaan blauwtong?In 2023 is op basis van data-analyse op I&R-gegevens gebleken dat ergedurende de BTV-3 uitbraakperiode ruim 55000 schapen, ruim 8000runderen en ruim 3000 geiten meer zijn gestorven ten opzichte vandezelfde periode in de voorgaande jaren. Hierbij dient te wordenaangemerkt dat de aanwezigheid van blauwtongvirus niet in iedergestorven dier is onderzocht. Voor 2024 zijn de data voor sterfte doorblauwtong nog niet beschikbaar omdat de analyse nog loopt.13https://www.nvwa.nl/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2022-jaaroverzichtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1036 149Hoeveel ruimingen vanwege dierziekten, uitgesplitst naar diersoort enreden daarvoor, hebben er in 2023 en 2024 plaatsgevonden?In 2023 zijn er wegens besmetting van Vogelgriep (Aviaire Influenza)195.501 dieren geruimd, wegens besmetting van pluimveeziekteMycoplasma Gallisepticum 34.050 dieren geruimd en wegens BSE (GekkeKoeienziekte) 8 dieren. Vanuit voedselveiligheid zijn in 2023 13.809vermeerderingsdieren geruimd wegens Salmonella Enteritidis vanuit demonitoring op het primaire bedrijf. In 2024 zijn tot nu toe geen dierengeruimd wegens dierziekten.150Hoeveel schapen zijn er tot nu toe in 2024 geslacht?Tot en met 31 augustus 2024 zijn ruim 357.000 schapen geslacht (zie ookantwoord op vraag 95).151Hoeveel varkens kwamen om bij de stalbrand in Beltrum?Voor de monitoring van stalbranden in Nederland wordt uitgegaan van deRisicomonitor Stalbranden van het Verbond van Verzekeraars14. Dit betrefteen generiek overzicht van de stalbranden in Nederland gebaseerd opdata vanuit verschillende instanties. Er bestaat momenteel geen centraleregistratie van stalbranden op plaatsnaam. Gezien de korte reactietermijnis het niet mogelijk om deze specifieke informatie per incident terug tehalen.De Risicomonitor bevat onder andere informatie over het aantalstalbranden in Nederland en het aantal slachtoffers Onderstaande tabelgeeft het aantal stalbranden weer en het aantal daarbij omgekomendieren (uitgesplitst per diersoort) in de jaren 2020–2023. De data voor hetjaar 2024 wordt begin 2025 gepubliceerd.JaarBrandenVarkensPluimveeGeitenRunderenPaardenSchapenTotaal aantal dieren2020541.780106.9001611042108.7942021356.4040253258006.9152022410128.0008803281770129.29520234312.75224.00033017584037.305Totaal31620.936258.9001.46482235152282.309 152Hoeveel varkens kwamen om bij de stalbrand in Boekel?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 151.153Hoeveel varkens kwamen om bij de stalbrand in Landhorst?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 151.154Hoeveel varkens kwamen om bij de stalbrand in Mussel?14https://bipublic.verzekeraars.nl/Home/ShowReport/6a1c3f7b-abe8-47e7-bb05-4a966e9c9ebdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1037 Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 151.155Hoeveel dieren, die vallen onder de uitzondering door artikel 2.10, lid 4van de Wet dieren, zijn in 2023 en 2024, uitgesplitst naar jaar en diersoort,onverdoofd geslacht?Het aantal dieren dat in 2023 onbedwelmd is aangesneden is onder teverdelen in 1.594 runderen/kalveren, 37.814 schapen en 1.236 geiten. Hetaantal dieren dat in 2024 tot met 31 augustus onbedwelmd is aange-sneden is onder te verdelen in 913 runderen/kalveren, 15.993 schapen en495 geiten.156Hoeveel slachthuizen slachten in Nederland voor een halal- of kosher-keurmerk? Hoeveel van deze slachthuizen slachten een deel regulier eneen deel voor een dergelijk keurmerk? Hoeveel van deze slachthuizenslachten volledig voor een dergelijk keurmerk?Deze gegevens worden niet bijgehouden.157Hoeveel dieren zijn in 2023 en 2024 volgens israëlitische ritus inNederland geslacht, uitgesplitst naar diersoort? Welk deel van deze dierenwerd onverdoofd geslacht?Deze gegevens worden niet bijgehouden.158Hoeveel dieren zijn in 2023 en 2024 volgens islamitische ritus inNederland geslacht, uitgesplitst naar diersoort? Welk deel van deze dierenwerd onverdoofd geslacht?Deze gegevens worden niet bijgehouden.159Hoeveel van de slachthuizen die de waterbadmethode gebruiken slachtenvoor een halal- of kosherkeurmerk?Halal-of koshercertificatie betreft uitsluitend private (aanvullende) eisen.Toezicht op de naleving van deze private eisen is geen overheidsaangele-genheid, mits ze niet strijdig zijn met de geldende wet- en regelgeving.Deze gegevens worden dan ook niet bijgehouden.160Hoeveel van de slachthuizen die de waterbadmethode gebruiken slachtenniet voor een halal- of kosherkeurmerk?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 159.161Kan de regering een overzicht geven van alle in Nederland toegestanebedwelmingsmethoden voorafgaand aan de slacht van dieren in deveehouderij? Kan de regering aangeven welke van deze methodenreversibel en welke niet reversibel zijn?De Europese Unie toegestane bedwelmingsmethoden staan vermeld inbijlage I van Verordening (EG) nr. 1099/2009. Deze bedwelmingsmethodenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1038 zijn toegestaan in Nederland. Een aantal methoden is aangemerkt alseenvoudige bedwelming. Deze hebben niet de onmiddellijke dood totgevolg. Na eenvoudige bedwelming moet zo spoedig mogelijk eenmethode toepast worden die de dood garandeert, zoals verbloeden,pithing, elektrocutie of langdurige blootstelling aan zuurstoftekort.Toegestane bedwelmingsmethoden in slachthuizen zijn:Mechanische methoden: penetrerend penschiettoestel (eenvoudigebedwelming), niet-penetrerend penschiettoestel (eenvoudigebedwelming), vuurwapen met vrij projectiel, breken van de nek, percute-rende slag op de kop.Electrische methoden: elektrische bedwelming – uitsluitend kop(eenvoudige bedwelming), elektrische bedwelming – kop tot lichaam(eenvoudige bedwelming bij de slacht), elektrisch waterbad (eenvoudigebedwelming, behalve wanneer de frequentie 50 Hz of minder is).Methoden met atmosfeer beheersing: CO2 in hoge concentratie(eenvoudige bedwelming bij de slacht van varkens), CO2 in twee fasen,CO2 vermengd met inerte gassen (eenvoudige bedwelming voor varkensindien de duur van de blootstelling aan minstens 30% koolstofdioxideminder dan 7 minuten bedraagt en eenvoudige bedwelming voorpluimvee indien de totale duur van de blootstelling aan minstens 30%koolstofdioxide minder dan 3 minuten bedraagt), inerte gassen(eenvoudige bedwelming bij de slacht van varkens en eenvoudigebedwelming voor pluimvee indien de duur van de blootstelling aanzuurstoftekort minder dan 3 minuten bedraagt), bedwelming doorluchtdrukverlaging.162Hoeveel Nederlandse slachthuizen maken gebruik van eenniet-penetrerend penschiettoestel?Deze gegevens worden niet bijgehouden.163Hoeveel dieren zijn het afgelopen jaar met een niet-penetrerendpenschiettoestel bedwelmd voorafgaand aan de slacht, uitgesplitst naardiersoort?Deze gegevens worden niet bijgehouden.164Hoeveel runderen zijn het afgelopen jaar geslacht met heads-onlyelektrische bedwelming? In hoeveel slachthuizen wordt deze bedwel-mingsmethode gebruikt?Deze gegevens worden niet bijgehouden.165Heeft Nederland ooit gebruik gemaakt van artikel 26, derde lid, van deSlachtverordening? Zo ja, wat was in die gevallen de reden om van datartikel gebruik te maken?Het was niet mogelijk binnen de beantwoordingstermijn van dezebegrotingsvragen de gevraagde informatie te achterhalen. Dit vergt onderandere afstemming met de Europese Commissie. Ik zal de Kamer dezeinformatie zo spoedig mogelijk doen toekomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1039 166Hebben andere Europese lidstaten ooit gebruik gemaakt van artikel 26,derde lid van de Slachtverordening? Zo ja, welke lidstaten waren dat enwat was in die gevallen de reden om van dat artikel gebruik te maken?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 165.167Hoeveel verzoeken aan de hand van artikel 26, derde lid van de Slachtver-ordening heeft de Europese Commissie afgewezen sinds de inwerking-treding van deze verordening? Om welke verzoeken ging dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 165.168Hoeveel verzoeken aan de hand van artikel 26, derde lid van de Slachtver-ordening heeft de Europese Commissie geaccordeerd sinds de inwerking-treding van deze verordening? Om welke verzoeken ging dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 165.169In welke lidstaten wordt gebruik gemaakt van het niet-penetrerendpenschiettoestel voor de bedwelming van runderen, uitgesplitst naar kalf,vaars, pink en koe?Het gebruik van een niet-penetrerend penschiettoestel is een toegestanemethode volgens de Europese Verordening nr. 1099/2009 van de Raad,24 september 2009, inzake de bescherming van dieren bij het doden.Welke methoden andere lidstaten gebruiken, is mij niet bekend. Dezegegevens worden niet centraal geregistreerd. Een dergelijk overzicht kanik uw Kamer niet geven.170Kan de regering aangeven hoeveel slachthuizen in de afgelopen twee jaarhun slachtsnelheid hebben verhoogd?In de afgelopen twee jaar zijn er geen slachthuizen geweest die hunslachtsnelheid hebben verhoogd.171Kan de regering aangeven hoeveel slachthuizen in de afgelopen twee jaarhun slachtsnelheid hebben verlaagd?De NVWA houdt hier geen registratie over bij. Slachthuizen zijn vrij om deslachtsnelheid te variëren en aan te passen aan het slachtproces, waarbijde maximaal toegestane slachtsnelheid als bovengrens geldt.172Kan de regering aangeven hoe vaak, in de afgelopen drie jaar, de NVWAheeft opgelegd dat een slachthuis de slachtsnelheid moet verlagen?Wanneer een slachthuis het slachtproces niet op orde heeft en risico’sworden geconstateerd door de aanwezige toezichthouder, worden directmaatregelen opgelegd door de NVWA om de situatie te herstellen. Hettijdelijk verlagen van de slachtsnelheid is één van de interventies die deNVWA inzet, indien het slachthuis het slachtproces niet op orde heeft. DitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1040 is onderdeel van het dagelijks toezicht. De NVWA heeft geen cijfers overhoe vaak dit tijdens het toezicht voorkomt. Daarnaast heeft de NVWA in deafgelopen 3 jaar één keer een structurele verlaging van de slachtsnelheidbij een slachthuis opgelegd.173Wat is de stand van zaken omtrent het aangekondigde wetsvoorstel vooreen verbod op de slacht van hoogzwangere dieren?Volgens de Europese transportverordening (Verordening (EU) Nr. 1/2005)is het niet toegestaan om drachtige dieren te vervoeren als de draagtijdreeds voor 90% of meer is gevorderd. Het ontwerpbesluit tot wijziging vanhet Besluit houders van dieren, voorziet in een aanvullend verbod op hetverhandelen van drachtige runderen en varkens die verder dan 2/3 drachtzijn, met bestemming slachthuis.Op dit moment beraad ik mij op verdere stappen in dit proces.174Wat is de laatste stand van zaken omtrent het convenant onverdoofdeslacht?In juni 2012 is het Convenant «onbedwelmd slachten volgens religieuzeriten» getekend en van kracht geworden en in juli 2017 aangevuld metaanvullende afspraken in het Addendum bij het Convenant. De normen ophet gebied van de rituele onbedwelmde slacht uit het Convenant zijn op1 januari 2018 verankerd in het Besluit houders van dieren, zodat zealgemeen gelden en er op gehandhaafd kan worden. Deloitte ConsultingB.V. concludeerde in haar evaluatie in 2021 dat het Convenant doelmatigen doeltreffend is en goed functioneert in de praktijk en deed tevensenkele technische aanbevelingen over de uitvoering en inrichting van hetConvenant. Hierover bent u destijds geïnformeerd (Kamerstuk 28 286,nr. 1232). Deze zijn opgepakt en daarnaast is er regelmatig overleg met deConvenantpartijen om te borgen dat het Convenant goed blijft functio-neren in de praktijk.175Hoeveel eendagshaantjes zijn er vergast in 2023?Het laatste cijfer dat mij bekend is komt uit het rapport15 «Scenario’s voorhet vraagstuk «het doden van eendagshaantjes van legrassen»» endateert uit 2018. In dat jaar ging het om 44 miljoen eendagshaantjes. Desector werkt aan het verminderen van het aantal eendagshaantjes en zaldit najaar een zogenaamde roadmap uitbrengen over de aanpak daarvan.Onderdeel van deze aanpak is monitoring zodat de komende jaren eenactuele stand kan worden gemeld.176Hoeveel eendagshaantjes zijn er tot nu vergast in 2024?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 175.177Hoeveel bedrijven werken op dit moment met geslachtsbepaling in het ei?Dit wordt niet geregistreerd.15Wageningen Livestock Research 2022, rapport No. 1381Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1041 178Hoeveel mannelijke kuikens zijn in 2023 in ovo uitgeselecteerd inNederland?Dit wordt niet geregistreerd.179Hoeveel leghennen zijn er geëxporteerd naar Duitsland in 2023, 2022,2021 en 2020?In het registratiesysteem wordt niet specifiek vastgelegd het soort ouderekip dat wordt verplaatst.Naar Duitsland zijn de volgende aantallen oudere kippen verplaatst:–2020: ruim 14 miljoen–2021: ruim 14 miljoen–2022: ruim 11 miljoen–2023: ruim 9 miljoen180Hoeveel melkkoeien zijn in 2023 vanuit andere landen naar Nederlandgebracht voor de slacht?In het registratiesysteem wordt geen specifiek overzicht gegeven van hetaantal melkkoeien.In 2023 zijn er ruim 120.000 runderen verplaatst naar Nederland voor deslacht.181Hoeveel Nederlandse melkkoeien zijn er in 2023 geëxporteerd of optransport gegaan naar een slachthuis in het buitenland?In het registratiesysteem wordt geen specifiek overzicht gegeven van hetaantal melkkoeien.In 2023 zijn ruim 154.000 runderen naar EU-lidstaten verplaatst voor deslacht.182Hoeveel Nederlandse melkkoeien zijn er in 2023, 2022 en 2021 geslacht inBelgië?In het registratiesysteem wordt geen specifiek overzicht gegeven van hetaantal melkkoeien.De volgende aantallen runderen zijn naar België verplaatst voor de slacht:–2021: ruim 121.000–2022: ruim 158.000–2023: ruim 139.000183Hoeveel Nederlandse melkkoeien zijn er in 2023, 2022 en 2021 geslacht inPolen?In het registratiesysteem wordt geen specifiek overzicht gegeven van hetaantal melkkoeien.De volgende aantallen runderen zijn naar Polen verplaatst voor de slacht:–2021: ongeveer 180–2022: geen–2023: geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1042 184Hoeveel Nederlandse melkkoeien zijn er in 2023, 2022 en 2021 geslacht inKroatië?In het registratiesysteem wordt geen specifiek overzicht gegeven van hetaantal melkkoeien.De volgende aantallen runderen zijn naar Kroatië verplaatst voor deslacht:–2021: geen–2022: ongeveer 560–2023: ongeveer 1.600185Hoeveel controles heeft de NVWA in 2024 tot nu toe uitgevoerd in demelkveehouderij, waarbij is gekeken naar (bescherming tegen) hitteleed?De NVWA heeft in 2024 zes controles bij melkveehouderijen uitgevoerdwaarbij is gekeken naar bescherming tegen hitteleed.186Hoe vaak heeft de NVWA in 2024 tot nu toe ingegrepen bij hitteleed in demelkveehouderij en voor welke interventies is hierbij gekozen?De NVWA heeft in 2024 drie keer ingegrepen bij hitteleed in de melkvee-houderij. Dit heeft geleid tot twee mededelingen ter plaatse en éénofficiële waarschuwing.187Hoeveel zeugen zijn er geëxporteerd in 2023, indien mogelijk onderver-deeld naar fokzeugen en slachtzeugen?In 2023 zijn er ongeveer 5,9 miljoen varkens verplaatst naar andere EULidstaten voor de fok en ongeveer 1,3 miljoen varkens voor de slacht. In2023 heeft Nederland ongeveer 5.750 levende varkens geëxporteerd naarlanden buiten de EU, voornamelijk naar Albanië en Bosnië en Herzegovinamet de fokkerij en / of gebruik als doel. De NVWA kan geen onderscheidmaken naar zeugen dan beren, dan wel fok en/of slachtzeugen.188Hoeveel zeugen zijn er in 2023 op transport gegaan naar een slachthuis inhet buitenland, onderverdeeld naar land?In het registratie wordt geen onderscheid gemaakt in geslacht en doordatleeftijd niet altijd is ingevuld in het Traces-systeem kan deze vraag alleenalgemeen worden beantwoord.In 2023 zijn er ongeveer 1,3 miljoen varkens verplaatst naar een slachthuisin een andere EU-lidstaat, met name naar naar Duitsland, Kroatië enSpanje.189Hoeveel varkens zijn in 2023 dood aangekomen bij een slachthuis inNederland?In 2023 zijn ruim 4.200 varkens dood aangevoerd bij een slachthuis inNederland.190Welke zorg krijgen vleeskuikens in de Nederlandse vleeskuikensector installen waar kuikens last hebben van pijnlijke voetzoollaesies?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1043 Voetzoollaesies worden vaak veroorzaakt door een slechte kwaliteit vanhet strooisel en zijn een belangrijke indicator voor het welzijn van devleeskuikens. De inzet is veelal preventief. Zo monitoren vleeskuiken-houders de strooiselkwaliteit en de voetzoollaesies in de stal. Dit kanbijvoorbeeld met behulp van de brochure van Wageningen UR LivestockResearch16. In deze brochure zijn ook handvatten opgenomen om desituatie te verbeteren. Voor vleeskuikens die gehouden worden in dehoogste bezettingsgraad (39–42 kg/m2) geldt een verplichte controle ophet slachthuis van de voetzoollaesies. Wanneer de gemiddelde voetzool-laesiescore over een jaar te hoog is moet de houder een verbeterplanopstellen met maatregelen die worden doorgevoerd. De NVWA ziet hierop toe. Wanneer sprake is van een overschrijding van de vastgesteldenorm voor voetzoollaesiescore dient de bezettingsgraad verlaagd worden.Dit alles is vastgelegd in artikel 7b.6 Regeling houders van dieren.191Wordt bij de in de NVWA-inspectieresultaten dierenwelzijn vleeskuikens2023 genoemde inspecties in pluimveeslachterijen voetzoolscore 1 zoalsgenoemd in artikel 7b.5 Regeling houders van dieren ook als ontstekinggeteld, of telt het pas bij voetzoolscore 2, of wordt een andere definitievan ontsteking gehanteerd?Bij de beoordeling van ernstige afwijkingen aan de slachtlijn worden voorwat betreft voetzoollaesies alleen dieren met ernstige voetzoollaesiesmeegeteld. Dit zijn voetzoollaesies die overeenkomen met klasse 2 zoalsgesteld in Artikel 7b.5 lid 2 van de Regeling houders van dieren. Mildevoetzoollaesies overeenkomend met klasse 1 worden in de beoordelingniet meegenomen.192Voor welke diergroepen pluimvee zoals legkippen, kalkoenen, eenden,ouderdieren van vleeskippen en ouderdieren van legkippen, is in depraktijk sinds de inwerkingtreding van de uitbreiding administratievehandhaving bij welzijnsafwijkingen pluimvee sinds 1 januari 2023gecontroleerd op welzijnsafwijkingen in de vorm van voetzoollaesies,hakdermatitis en borstblaren?De nieuwe administratieve handhaving is van toepassing op alle pluimveediergroepen. In praktijk zien we vooral afwijkingen bij de pluimveediergroep vleeskuikens.193Hoeveel koppels pluimvee zijn sinds 1 januari 2023 per diercategoriekwantitatief gecontroleerd en hoe vaak zijn afwijkingen gevonden die tothet sturen van een informerende brief leidde? Kan de regering eendergelijke informerende brief in geanonimiseerde vorm aan de Kamerdoen toekomen?Een koppel wordt bij binnenkomst van het slachthuis gescreend, bij eenvermoeden van welzijnsafwijkingen wordt dit koppel geïnspecteerd doorde toezichthoudend dierenarts. Van alle binnengebrachte koppelsvleeskuikens in het slachthuis zijn 313 koppels na screening verdergeïnspecteerd naar aanleiding van een vermoeden van welzijnsafwij-kingen. Er zijn naar aanleiding van deze inspecties227 informerende brieven gestuurd. De geanonimiseerde vorm van deinformerende brief is bijgevoegd.16https://edepot.wur.nl/211418Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1044 194Indien één van diergroepen pluimvee niet op basis van de uitbreidingadministratieve handhaving wordt gecontroleerd, wordt dan voor dezediergroep op een andere wijze gecontroleerd op welzijnsafwijkingen in devorm van voetzoollaesies, hakdermatitis en borstblaren? Zo ja, welkediergroepen betreft het, hoe wordt dit gecontroleerd en hoe vaak?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 192.195Hoeveel herhalingen van gevonden afwijkingen zijn sinds 1 januari 2023per pluimvee-diercategorie geconstateerd, ten minste 12 weken na deeerste afwijking?Het aantal herhalingen ten minste 12 weken na de eerste gevondenafwijkingen is 82. Voor deze herhalingen worden boeterapporten gestuurdnaar de houders.196Worden, naast het door de regering genoemde artikel 1.8 onder 3 uit hetBesluit houders van dieren over ongeschikte bodembedekking bij dezebovengenoemde controles op welzijnsafwijkingen (voetzoollaesies,hakdermatitis en borstblaren), ook nog overtredingen van anderewetsartikelen ten laste gelegd aan veehouders? Zo ja, in welke situaties enwelke wetsartikelen betreft het?Op basis van artikel 2.53 van het Besluit houders van dieren wordt er alenkele jaren gehandhaafd op welzijnsafwijkingen die ontstaan zijn in destal. Dit artikel is enkel van toepassing op regulier gehouden vleeskuikensvallend onder Paragraaf 6.1.2 van het Besluit houders van dieren.197Heeft de NVWA een beeld van hoe vaak pijnlijke voetzoolontstekingenvoorkomen bij ouderdieren van vleeskuikens, kalkoenen en legkippen inNederland? Zo ja, waarop is dat beeld gebaseerd en wat is het percentagedieren per diergroep dat hieraan lijdt?Nee, daar heeft de NVWA geen beeld van. Het scoren van voetzoollaesiesis bij deze diergroepen niet verplicht. Ook vanuit de waarnemingen dooronze eigen dierenartsen kunnen we hier geen sectorbeeld van vormen.198Worden van de in Nederland vetgemeste kalkoenen die in België wordengeslacht, de bevindingen voor wat betreft de voetzoolscore, in het kadervan artikel 15 van het Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling vande minimumvoorschriften voor de bescherming van kalkoenen, doorge-geven aan de NVWA? Zo ja, gebeurt dat bij alle bevindingen of alleen bijeen hoge voetzoolscore? Indien dit wordt doorgegeven, hoe vaak heeft deNVWA naar aanleiding hiervan aanleiding gezien maatregelen te treffentegen de betreffende kalkoenhouder en in welke situaties wordt dezenoodzaak gezien?De Officiële Dierenarts aan de slachtlijn in België kan bij het tegenkomenvan opmerkelijk veel voetzoolontstekingen een melding laten doorzettennaar de NVWA via Dierenwelzijn Vlaanderen. De NVWA heeft vanuitBelgië geen meldingen wat betreft bevindingen van voetzoollaesie scoresvan kalkoenen afkomstig uit Nederland gekregen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1045 199Op basis van welke wetsartikelen worden maatregelen met betrekking totde voetzoolscore van vetgemeste kalkoenen genomen?Er is voor kalkoenen geen voetzoolscore in de regelgeving opgenomen.Aangezien er in Nederland geen slachthuizen zijn die kalkoenen slachten,kan er ook op basis van Artikel 1.8 van het Besluit houders van dierengeen maatregelen worden opgelegd van bevindingen aan de slachtlijn.200Hoeveel inspecties op het gebied van dierenwelzijn zijn er in totaaluitgevoerd bij primaire bedrijven met kalveren type melkvee in 2021,2022, 2023, 2024?In de tabel hieronder is per jaar weergegeven hoeveel (her)inspecties zijnuitgevoerd bij kalveren op melkveebedrijven.JaarAantal (her)inspecties2021110202215320233382024 (tm 31 augustus)234 201Bij hoeveel procent van de inspecties op het gebied van dierenwelzijn bijprimaire bedrijven met kalveren type melkvee zijn de inspecties nietakkoord bevonden in 2021, 2022, 2023 en 2024 vanwege een hogekalversterfte?Een hoge kalversterfte kan wijzen op onvoldoende zorg voor kalveren,maar is op zichzelf geen overtreding van de Wet dieren. Daarom is niet uitde systemen te achterhalen bij welk deel van de niet akkoord bevondeninspecties hoge kalversterfte een rol speelde.202Wat is het aantal en aandeel mondelinge mededelingen, officiëlewaarschuwingen, rapporten van bevindingen, boetes en/of processen-verbaal die zijn opgelegd aan de bedrijven die in overtreding waren?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 201.203Hoe hoog moet het percentage kalversterfte zijn voordat bedrijven onderverscherpt toezicht worden gezet of worden aangemerkt als risicobedrijf?Hoge kalversterfte is op zichzelf geen criterium om een bedrijf onderverscherpt toezicht te plaatsen.204Hoeveel bedrijven staan er onder verscherpt toezicht of zijn aangemerktals risicobedrijf in 2021, 2022, 2023 en 2024 vanwege een hogekalversterfte?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 203.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1046 205Bij hoeveel bedrijven die onder verscherpt toezicht stonden of zijnaangemerkt als risicobedrijf in 2021, 2022, 2023 en 2024 vanwege eenhoge kalversterfte is een (her)inspectie uitgevoerd?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 203.206Bij hoeveel van de (her)inspecties bij risicobedrijven en bedrijven dieonder verscherpt toezicht staan vanwege een hoog percentage kalver-sterfte zijn de inspecties niet akkoord bevonden in 2021, 2022, 2023 en2024?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 203.207Hoe hoog is de naleving van wet- en regelgeving bij (her)inspectiesprocentueel gezien op risicobedrijven en bedrijven onder verscherpttoezicht met betrekking tot kalversterfte in 2022, 2023 en 2024?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 201.208Wat is het aantal en aandeel mondelinge mededelingen, een officiëlewaarschuwingen, rapporten van bevindingen, boetes en/of processen-verbaal die zijn opgelegd aan de bedrijven die in overtreding waren?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 201.209Welke oorzaken van kalversterfte zijn gemeld in de jaren 2021, 2022, 2023en 2024? Welk percentage van de sterfgevallen was toe te schrijven aandeze oorzaken?Oorzaken van kalversterfte worden niet aan de NVWA gemeld.210Hoeveel bedrijven hebben in de periode van 2020 tot heden gemiddeldmeer dan 20 procent kalversterfte? Bij hoeveel van deze bedrijven heeft deNVWA een inspectie uitgevoerd? Bij hoeveel procent van deze bedrijvenconstateerde de NVWA een overtreding?Een kalf is een rund van ten hoogste zes maanden (art. 2.29 begripsbepa-lingen Besluit houders van dieren). De NVWA heeft geen inzicht in dekalversterfte bij bedrijven over deze periode van 6 maanden. De NVWAheeft derhalve geen overzicht van de genoemde bedrijven en hoeveelinspecties hierbij zijn uitgevoerd.211Wat is het aantal en aandeel mondelinge mededelingen, officiëlewaarschuwingen, rapporten van bevindingen, boetes en/of processen-verbaal die zijn opgelegd aan de bedrijven die in overtreding warenvanwege de te hoge kalversterfte?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 210.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1047 212Hoeveel noodslachtingen/euthanasie van melkkoeien vonden er plaats opmelkveebedrijven (inclusief mobiele slacht) in 2023 en 2024?De NVWA heeft geen gegevens beschikbaar over de aantallen noodslach-tingen op diertype of per bedrijfstype. In 2023 heeft de NVWA ongeveer11.700 noodslachtingen van runderen ouder dan 1 jaar beoordeeld, in2024 zijn dat er tot en met 31 augustus 2024 ongeveer 6.500 geweest.In 2023 en 2024 zijn er geen dieren geslacht middels de MobieleDodingsunit (MDU).De NVWA heeft geen gegevens beschikbaar over de aantallen geëuthana-seerde melkkoeien of runderen op melkveebedrijven. Natuurlijke dood ophet bedrijf en euthanasie op het bedrijf worden in de systematiek van I&Rrund onder dezelfde code genoteerd.213Welke gemiddelde leeftijd behaalden melkkoeien in Nederland voordat zijwerden afgevoerd naar de slacht in 2023 en hoe verhoudt dat zich toteerdere jaren?Dit wordt niet geregistreerd.214Wat was in 2023 de biggensterfte en hoe is deze sterfte gedefinieerd(bijvoorbeeld middels de definitie van het aantal biggen dat binnen vierweken overlijdt, exclusief de doodgeboren biggen)?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 215.215Hoeveel varkens zijn er in 2023 vroegtijdig gestorven, onderverdeeld naardoodgeboren biggen, biggetjes bij de zeug, gespeende biggen, vlees-varkens, kraamzeugen, overige zeugen, en fokberen?Varkens worden niet individueel geïdentificeerd en geregistreerd. Ditbetekent dat er geen geboorten of leeftijden van varkens wordenvastgelegd. Bovenstaande vragen zijn dus niet te beantwoorden. Welwordt de afvoer van dode varkens per diercategorie geregistreerd.Op basis van de RVO-rapportage Dierregistraties over 2023 kan ik uwKamer informeren dat voor 2023 de sterfte is gemeld van 3.692.254biggen (Biggen en biggen bij de zeug worden niet afzonderlijk geregis-treerd), fokberen 193, vleesvarkens 358.595, zeugen en fokgelten 61.885en slachtzeugen 10.224 in het I&R-systeem216Hoeveel hoogdrachtige dieren zijn de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naarjaar en diersoort, aangevoerd bij slachthuizen?In de Transportverordening staat dat drachtige dieren niet vervoerdmogen worden als de draagtijd voor 90% of meer gevorderd is. Tijdensinspecties controleert de NVWA of er hoogdrachtige dieren wordenvervoerd. Zodra de toezichthouder een vermoedelijk hoogdrachtig dier opeen slachthuis aantreft, schrijft deze een rapport van bevindingen. DeNVWA heeft in 2021, 2022 en 2023 in slachthuizen respectievelijk 206, 175en 114 bevindingen gedaan van dieren die vermoedelijk hoogdrachtigwaren (>90% dracht). Dit betreft vrijwel uitsluitend runderen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1048 217Hoeveel hoogdrachtige dieren zijn de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naarjaar en diersoort, geslacht?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 216.218Welke partijen worden op dit moment betrokken bij het convenantdierwaardige veehouderij?In het convenanttraject dierwaardige veehouderij zijn op dit momentbetrokken: Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland, NederlandsAgrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), Producenten Organisatie Varkens-houderij (POV), ZuivelNL, Stichting Brancheorganisatie Kalversector(SBK), Avined (met uitzondering van de Nederlandse Vakbond Pluimvee-houders), Dierenbescherming, Caring Farmers, Centrale Organisatie voorde Vleessector (COV), Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), deFederatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en het Ministerievan Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).219Hoeveel dieren zijn er onbedwelmd geslacht tijdens het offerfeest in 2024,uitgesplitst per diersoort?In 2024 zijn tijdens het Offerfeest in totaal 10.069 dieren onbedwelmdgeslacht (398 runderen en 9.671 schapen/geiten).220Hoeveel dieren zijn er geslacht met voorafgaande bedwelming tijdens hetofferfeest in 2024?In 2024 zijn tijdens het Offerfeest in totaal 18.264 dieren met voorafgaandebedwelming geslacht (1.311 runderen en 16.953 schapen/geiten).221Kan de regering het aantal onbedwelmd aangesneden dieren tijdens hetofferfeest in 2024 per diersoort uitsplitsen naar het aantal dieren dat directna het aansnijden een bedwelming kreeg, het aantal dieren dat kort voorhet verstrijken van de 40 seconden een bedwelming kreeg, het aantaldieren dat geen bedwelming kreeg omdat ze binnen 40 seconden na hetaansnijden het bewustzijn hadden verloren en het aantal dieren dat werdnabedwelmd op aanwijzing van de NVWA?In onderstaande tabel worden de gevraagde cijfers, uitgesplitst perdiersoort, weergegeven.DiersoortTotaalgeslachtTotaalbedwelmdTotaalonbedwelmdDirectnabedwelmd naaansnijdenNabedwelmdvlak voorverstrijken 40secondenNabedwelmdop aanwijzingNVWANietnabedwelmdRundSchaapGeit1.70926.6241.31116.9533989.6712335.559133010314.112Totaal28.33318.26410.0695.79213314.143 222Welk percentage van de varkens wordt gehouden in gangbare houderij-systemen, in een houderijsysteem met één ster van het Beter Leven-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1049 keurmerk van de Dierenbescherming, in een houderijsysteem met tweesterren, met drie sterren en biologisch en om hoeveel varkens gaat dit?Voor een antwoord op het aantal dieren gehouden in biologischehouderijsystemen, baseer ik mij op data van de website De Staat vanLandbouw, Natuur en Voedsel17. De gegevens zijn afkomstig uit deLandbouwtelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). DeLandbouwtelling gebruikt de zogeheten Gecombineerde Opgave (GO) dieboeren jaarlijks invullen. Als het gaat om het aantal dieren dan geven zijhet aantal dieren op dat zij op 1 april van dat jaar houden. Het betreft dediercategorieën fokzeugen, vleesvarkens, melkkoeien, vleeskalveren,vleeskuikens, leghennen en melkgeiten. Voor de categorieën vleeskoeien,schapen, konijnen en kalkoenen zijn geen gegevens beschikbaar. Ik baseerme in mijn antwoord op de gegevens over het jaar 2023, waarbij dient teworden opgemerkt dat dit op basis van voorlopige cijfers is. Hetpercentage dieren in biologische houderijsystemen is bepaald door hetaantal dieren in dat specifieke houderijsysteem te delen op het totaalaantal dieren in dat jaar.DiercategorieAantal dieren in eenbiologisch houderij-systeemAantal dieren inNederland% gehouden in eenbiologisch houderij-systeemFokzeugen8.200753.7551,09%Vleesvarkens58.4144.932.9591,18%Melkkoeien48.6821.573.7873,09%Vleeskalveren2141.024.0800,02%Vleeskuikens195.59240.809.1580,48%Leghennen2.563.87833.155.2807,73%Melkgeiten40.601489.4888,29%Data over 2023, op basis van voorlopige cijfers (Bron: De Staat van Landbouw, Natuur enVoedsel) Voor een antwoord op het aantal dieren gehouden in een houderijsysteemmet één ster, twee sterren en drie sterren van het Beter Leven-keurmerkvan de Dierenbescherming heb ik informatie opgevraagd bij StichtingBeter Leven keurmerk (SBLk). Het Beter Leven-keurmerk betreft eenprivaat keurmerk, en de gegevens over aantallen dieren gehouden onderhet keurmerk worden verzameld, beheerd en gepubliceerd door SBLk.Omdat het om een privaat keurmerk gaat, worden deze getallen niet doorde overheid bijgehouden. Het betreft gegevens over het jaar 2023 en decijfers geven het totaal aantal dieren dat in dat jaar gehouden is aan. Hetis relevant te vermelden dat de gerapporteerde aantallen niet enkel inNederland gehouden dieren betreft; een (klein) deel van de Beter Levenkeurmerkhouders is gevestigd in andere landen. Om die reden is het nietmogelijk om het aantal en percentage in Nederland gehouden dieren metkeurmerk te bepalen.De gegevens van SBLk gaan over het aantal dieren dat in totaal in een jaargehouden is (in gevallen waar er meerdere productieronden per jaar zijn,worden die hier dus bij elkaar opgeteld).17https://www.staatvanlandbouwnatuurenvoedsel.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1050 DiercategorieTotaal aantal dieren (x 1.000) dat over heel 2023 gehouden is in een BeterLeven keurmerk houderijsysteem metÉén sterTwee sterrenDrie sterrenVarkens4.052108Vleesrunderen0270Melkrunderen2001Kalveren3700Vleeskuikens125.2111.97155Leghennen4.717947385Geiten222Schapen222Konijnen14922Kalkoenen4804601 Dit betreft 452,6 dieren, maar door de afronding naar duizendtallen is het afgerond naar 02 Er zijn geen criteria binnen het Beter Leven keurmerk voor geiten, schapen en voor konijnenvoor twee en drie sterren.Totaal aantal dieren (x 1.000) gehouden in het houderijsysteem over heel 2023 (Bron: StichtingBeter Leven keurmerk) Het aantal en percentage dieren in gangbare houderijsystemen is niet opbasis van beschikbare cijfers vast te stellen. De Landbouwtelling regis-treert alleen het totale aantal dieren in Nederland en de dieren die wordengehouden in biologische houderijsystemen. Andere als niet-gangbaar tebeschouwen houderijsystemen worden niet geregistreerd, waardoor dezein de data niet apart te onderscheiden zijn. Het combineren van diversedatabronnen, bijvoorbeeld de data van SBLk met de data van deLandbouwtelling, om tot deze informatie te komen is niet mogelijk, omdatze verschillende gegevens representeren; SBLk registreert aantallen overeen heel jaar (dus meerdere rondes bij elkaar opgesteld), terwijl deLandbouwtelling aantallen dieren op een momentopname geeft.223Welk percentage van de koeien, gehouden voor de productie van vlees,wordt gehouden in gangbare houderijsystemen, in een houderijsysteemmet één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, ineen houderijsysteem met twee sterren, met drie sterren en biologisch enom hoeveel dieren gaat dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 222.224Welk percentage van de koeien, gehouden voor de productie van melk,wordt gehouden in gangbare houderijsystemen, in een houderijsysteemmet één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, ineen houderijsysteem met twee sterren, met drie sterren en biologisch enom hoeveel dieren gaat dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 222.225Welk percentage van de kalfjes wordt gehouden in gangbare houderijsys-temen, in een houderijsysteem met één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, in een houderijsysteem met tweesterren, met drie sterren en biologisch en om hoeveel dieren gaat dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 222.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1051 226Welk percentage van de kippen, gehouden voor de productie van vlees,wordt gehouden in gangbare houderijsystemen, in een houderijsysteemmet één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, ineen houderijsysteem met twee sterren, met drie sterren en biologisch enom hoeveel dieren gaat dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 222.227Welk percentage van de kippen, gehouden voor de productie van eieren,wordt gehouden in gangbare houderijsystemen, in een houderijsysteemmet één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, ineen houderijsysteem met twee sterren, met drie sterren en biologisch enom hoeveel dieren gaat dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 222.228Welk percentage van de geiten wordt gehouden in gangbare houderijsys-temen, in een houderijsysteem met één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, in een houderijsysteem met tweesterren, met drie sterren en biologisch en om hoeveel dieren gaat dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 222.229Welk percentage van de schapen wordt gehouden in gangbare houderij-systemen, in een houderijsysteem met één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, in een houderijsysteem met tweesterren, met drie sterren en biologisch en om hoeveel dieren gaat dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 222.230Welk percentage van de konijnen wordt gehouden in gangbare houderij-systemen, in een houderijsysteem met één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, in een houderijsysteem met tweesterren, met drie sterren en biologisch en om hoeveel dieren gaat dit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 222.231Welk percentage van de kalkoenen wordt gehouden in gangbarehouderijsystemen, in een houderijsysteem met één ster van het BeterLeven-keurmerk van de Dierenbescherming, in een houderijsysteem mettwee sterren, met drie sterren en biologisch en om hoeveel dieren gaatdit?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 222.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1052 232Welk percentage van de varkens is gehuisvest in stallen waar het voeren,de watervoorziening en de luchtventilatie volautomatisch geregeld is, dezogenoemde volautomatische stallen en om hoeveel varkens gaat dit?In de meeste stallen maakt de varkenshouder gebruik van ondersteuningvoor het houden van varkens door geautomatiseerde processen voor eenoptimaal stalklimaat en voor verstrekken van voer en drinkwater. Erworden geen cijfers bijgehouden over hoeveel varkens in dergelijkestallen worden gehouden. Een inschatting is dat meer dan 90% van devarkens in deze stallen wordt gehouden.233Bij hoeveel bedrijven wordt er gebruik gemaakt van een vangmachine,zoals die van Apollo, voor het vangen van kippen?Over het gebruik van deze vangmachines wordt geen gegevens bijge-houden en zijn daarom niet beschikbaar.234Bij hoeveel bedrijven wordt er gebruik gemaakt van een vangmachine,zoals die van Apollo, voor het vangen van eenden?Over het gebruik van deze vangmachines wordt geen gegevens bijge-houden en zijn daarom niet beschikbaar.235Welke wetgeving geldt voor het gebruik van vangmachines, zoals die vanApollo?Het vangen van pluimvee is onderdeel van het transportproces en valtdaarmee onder Europese Verordening (EG) 1/2005 (de Transportveror-dening). In deze verordening zijn geen specifieke voorschriftenopgenomen voor het gebruik van vangmachines, maar gelden wel dealgemene voorschriften (bijvoorbeeld dat de laad- en losvoorzieningenzodanig ontworpen en geconstrueerd zijn, en op zodanige wijze wordenonderhouden en gebruikt dat de dieren letsel en lijden bespaard blijft endat hun veiligheid is gegarandeerd).236Klopt het dat het gebruik van vangmachines leidt tot significant meerbloedingen bij kippen?Wageningen Livestock Research heeft via een Publiek Private Samen-werking (PPS) onderzoek gedaan naar vang- en ketenletsel bij pluimvee.Binnen dit onderzoek is gekeken naar de effecten van verschillendevangmethoden, waaronder vangen met vangmachines. Er is ook gekekennaar de hoeveelheid letsel op verschillende plekken in de keten. Eenconclusie is dat elk van de vangmethoden daarbij kan leiden tot een grotevariatie in de hoeveelheid letsels op verschillende observatiemomenten.Wel geven de vangmethoden gemiddeld genomen verschillende risico’sop het ontstaan van vang- en laadletsels. Machinaal vangen leidt tot meerbloedingen dan regulier handmatig vangen maar niet tot meer vleugel-breuken en/of dislocaties. Dit komt overeen met resultaten uit een eerderestudie, terwijl er ook onderzoeken zijn die laten zien dat machinaal vangenmet hetzelfde merk (Appolo) vangmachine en een alternatieve machine(de Chicken Cat Harvester) juist tot minder letsels leidt dan reguliervangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1053 237Bij hoeveel bedrijven worden kippen rechtop gevangen, bij hoeveel aande poten en bij hoeveel via een vangmachine?Over welke verschillende vangmethoden op een bedrijf worden gehan-teerd worden geen gegevens bijgehouden en zijn daarom nietbeschikbaar.238Hoeveel varkens worden er per jaar naar Nederland geïmporteerd, vanuitwelke landen en met welk doel?Tot en met 31 augustus 2024 zijn er ongeveer 40.500 varkens uit andereEU-lidstaten naar Nederland verplaatst, in het bijzonder uit Duitsland,Denemarken en België. Het merendeel voor het verder houden(fok/gebruik). Vanuit landen buiten de EU zijn er dit jaar 99 varkensgeïmporteerd voor fokdoeleinden, afkomstig uit Noorwegen.239Hoeveel varkens worden er per jaar geëxporteerd, naar welke landen enmet welk doel?Tot en met 31 augustus 2024 zijn ongeveer 5,2 miljoen varkens naarandere EU-lidstaten verplaatst. De belangrijkste landen waren Duitsland,Spanje en België. De bestemming was zowel voor het verder houden vande dieren als voor de slacht.Tot en met 31 augustus 2024 zijn In 2024 zijn 44 varkens geëxporteerdnaar Groot-Brittannië met fokkerij als doel.240Bij hoeveel biggen wordt het staartje afgebrand of afgeknipt?Uit onderzoek van Wageningen UR uit 2022 blijkt dat bij circa 99% van debiggen in de Nederlandse varkenshouderij de staart wordt gecoupeerd.Dat betekent dat van circa 27,5 miljoen biggen per jaar in Nederland destaart wordt gecoupeerd. In het Commissiedebat dieren in de veehouderijvan 25 september 2024 heb ik aangegeven dat ik de Kamer voor 1 juli2025 een concept AMvB dierwaardigheid zal aanbieden. In deze AMvB zalik maatregelen opnemen om het couperen van biggenstaarten uit tefaseren dan wel nader in te perken.241Bij hoeveel biggen worden de tandjes gevijld?Het is mij niet bekend bij hoeveel biggen de tandjes worden gevijld.Gegevens hierover worden niet (centraal) geregistreerd.242Hoeveel biggen worden nog gecastreerd?Volgens de laatste mij bekende gegevens wordt 35% van de beerbiggengecastreerd. Omgerekend betreft dit circa 4,9 miljoen beerbiggen.243Wat was in 2023 het gemiddelde aantal biggen dat een zeug in deNederlandse varkenshouderij per worp krijgt?Op grond van gegevens van Wageningen UR, kan ik aangeven dat hetaantal levend geboren biggen dat een zeug per worp krijgt, in 2023gemiddeld 15,7 bedroeg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1054 244Bij hoeveel melkveehouderijen mogen de kalfjes langer bij de koe blijven?Het is mij niet bekend bij hoeveel melkveehouderijen kalfjes langer bij dekoe blijven.245Bij hoeveel melkveehouderijen worden de hoorns niet verwijderd?Het onthoornen is een toegestane ingreep en wordt vrijwel standaarduitgevoerd bij de vrouwelijke kalveren die op het melkveebedrijf blijven. Ikheb niet inzichtelijk bij hoeveel melkveehouderijen dit niet gebeurt.246Bij hoeveel van de varkenshouderijen worden de staartjes nietverwijderd?Bij bedrijven die leveren onder het Beter Leven Keurmerk 2 en 3 sterrenworden de staarten van biggen niet gecoupeerd. Onder het Beter Levenkeurmerk 3 sterren vallen ook de biologische varkensbedrijven. Naarschatting betreft dit 6% van het aantal varkensbedrijven.247Hoeveel dieren worden er nu jaarlijks hoornloos gefokt en om welkpercentage van de diersoort gaat het?Er wordt door de overheid geen registratie bijgehouden van dieren diehoornloos gefokt worden: dus aantallen en percentages per diersoort zijnmij niet bekend.248Hoeveel kalveren zijn in 2024 vanuit Ierland naar Nederland geïmporteerddoor respectievelijk VanDrie Group, Pali Group, Denkavit en vrije mesters?Deze gegevens worden niet specifiek bijgehouden.249Bij hoeveel ouderdieren (hanen) wordt jaarlijks nog een deel van deachterste teen verwijderd, om welk percentage van deze dieren gaat dit,en op welke wijze wordt dit uitgevoerd?De ingreep van het verwijderen van het achterste deel van de teen bij dehanen in de vermeerderingssector is een nog toegestane ingreep. Deingreep wordt gedaan met behulp van een heet mes of hete draad. Het ismij niet bekend bij welk percentage van de hanen dit wordt uitgevoerd. Erloopt via de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee onderzoek naar het verant-woord uitfaseren van deze ingreep per 1 juli 2025. Uw Kamer is hierovergeïnformeerd op 16 december 2022 (Kamerstuk 28 2874).250Hoeveel kalfjes worden per jaar onthoornd, om welk percentage van hettotaal van deze dieren gaat dit, en op welke wijze wordt dit uitgevoerd?Het onthoornen van kalveren is een toegestane ingreep en wordt vrijwelstandaard uitgevoerd bij de vrouwelijke kalveren die op het melkveebe-drijf blijven. Ik heb geen inzicht in percentages van kalveren die onthoorndworden maar het gaat om het merendeel van de vaarskalveren. Deingreep wordt uitgevoerd onder algehele sedatie en plaatselijkeverdoving. Daarnaast is het vanuit de zuivelkwaliteitssystemen verplichtlangwerkende pijnstilling toe te dienen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1055 251Welke bedwelmingsmethoden voor kippen worden in Nederland gebruikt?In Nederland worden voor kippen de volgende bedwelmingsmethodengebruikt in pluimveeslachthuizen: CO2-bedwelming in 2 fasen, elektrischwaterbad en elektrische bedwelming (uitsluitend kop). Van de volgendeback-up methodes is bekend dat zijn in pluimveeslachthuizen toegepastworden: breken van de nek (tot 5 kg levend gewicht) en percuterende slagop de kop (tot 5 kg levend gewicht). Er worden geen gegevens bijge-houden welke bedwelmingsmethoden op primaire bedrijven als pluim-veehouderijen en broederijen worden toegepast. De NVWA heeft op haarwebsite informatie voor veehouders staan over toegestane dodingsme-thodes per diersoort. Bij de verplichte ruiming van pluimvee in verbandmet aangifteplichtige dierziekten wordt per bedrijf geïnventariseerd welkebedwelmingsmethode het beste toegepast kan worden in de gegevensituatie. Bij grote bedrijven wordt gebruik gemaakt van CO2-bedwelmingin hoge concentratie en bij kleine bedrijven van bedwelming met inertegassen.252Welke bedwelmingsmethoden voor kippen zijn toegestaan door deEuropese Commissie (EC)?Op het doden van productiedieren, waaronder kippen, is de EuropeseVerordening nr. 1099/2009 van de Raad, 24 september 2009, inzake debescherming van dieren bij het doden, van toepassing. Voorgeschreven isdat de dieren uitsluitend worden gedood, nadat zij volgens één van detoegelaten methoden zijn bedwelmd. Deze bedwelmingsmethoden zijnterug te vinden in hoofdstuk 1 van bijlage 1 van deze Europese Veror-dening. Kippen kunnen volgens deze bijlage bedwelmd worden volgensverschillende mechanische-, elektrische- of gasmethoden, alsmede doormiddel van een dodelijke injectie.253Welke bedwelmingsmethoden voor runderen zijn toegestaan door de EC?De door de EC toegestane bedwelmingsmethoden voor runderen staanvermeld in bijlage I van Verordening (EG) nr. 1099/2009. Dit zijn:Mechanische methoden: penetrerend penschiettoestel, niet-penetrerendpenschiettoestel, vuurwapen met vrij projectiel.Elektrische methoden: elektrische bedwelming (uitsluitend kop),elektrische bedwelming (kop tot lichaam).Overige methoden: dodelijke injectie (andere situaties dan slacht).254Bij hoeveel slachthuizen wordt gebruikt gemaakt van kop-kop elektrischebedwelming van kippen?Drie kleine pluimveeslachthuizen maken gebruik van elektrischebedwelming (alleen kop).255Bij hoeveel slachthuizen wordt gebruik gemaakt van het niet-penetrerendpenschiettoestel voor de bedwelming van kippen?Het niet-penetrerend penschiettoestel wordt niet gebruikt als standaardbedwelmingsmethode. Gegevens over de door slachthuizen gebruiktebedwelmingsmethoden als back-up worden niet bijgehouden. Het is nietbekend of het niet-penetrerend penschiettoestel als back-up methodewordt gebruikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1056 256Hoeveel eendagshaantjes zijn de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar jaar,geïmporteerd vanuit Duitsland?In het registratiesysteem wordt geen specifieke gegevens vastgelegd overeendagshaantjes.In de afgelopen vijf jaar zijn de volgende aantallen kuikens verplaatstvanuit Duitsland naar Nederland:–2019: ruim 31 miljoen–2020: ruim 26 miljoen–2021: ruim 39 miljoen–2022: ruim 47 miljoen–2023: ruim 78 miljoen257Hoeveel eendagshaantjes zijn de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar jaar,geëxporteerd naar Duitsland? Voor welke doeleinden?In het registratiesysteem wordt geen specifieke gegevens vastgelegd overeendagshaantjes.In de afgelopen vijf jaar zijn de volgende aantallen kuikens vanuitNederland verplaatst naar Duitsland:–2019: ruim 149 miljoen–2020: ruim 141 miljoen–2021: ruim 126 miljoen–2022: ruim 115 miljoen–2023: ruim 107 miljoen258Hoeveel kruislingvaarskalveren zijn de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naarjaar, geboren?Dit wordt niet geregistreerd.259Hoeveel kruislingvaarskalveren zijn de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naarjaar, geslacht?Er wordt in de cijfers van de slacht geen onderscheid gemaakt tussen stieren vaarskalveren en ook niet in rassen. Het is mij dus niet bekend hoeveelkruisling vaarskalveren zijn geslacht.260Hoeveel melkkoeien zijn de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar jaar,geïnsemineerd met zaad van dikbilrunderen?Dit wordt niet geregistreerd.261Wat is de sterfte van moederdieren bij de geboorte van kruislingvaarskal-veren?Dit wordt niet geregistreerd.262Wat is de kalversterfte bij kruislingvaarskalveren?Dit wordt niet geregistreerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1057 263Wat is de gemiddelde bezettingsgraad van eenden in de eendenhouderij?Voor de gangbare houderij van pekingeenden op stro in Nederland is aanhet einde van de mestperiode de bezettingsdichtheid ongeveer vijf totzeven eenden per m2.264Hoeveel procent van de kalfjes in de vleeskalverhouderij lijdt aanlongaandoeningen, zoals longontsteking en borstvliesontsteking?Er is geen centraal register waarin het aantal long- of borstvliesontste-kingen bij kalveren wordt bijgehouden. In de Pilotstudie implementatiewelzijnsmonitor vleeskalveren (WUR, 2021) heeft 40–60% van degeslachte kalveren matig tot ernstige longveranderingen ten gevolge vaneen doorgemaakte longontsteking en 50–60% verklevingen ten gevolgevan een doorgemaakte borstvliesontsteking. Deze slachthuisdata zijnafkomstig van kalveren die gehouden werden op 44 blankvleesbedrijvenen 21 rosébedrijven in de periode 2013–2016.265Hoeveel kalfjes in de kalverhouderij worden gehouden voor de productievan blank kalfsvlees?In 2023 werden in Nederland 1.201.315 kalveren opgezet voor deproductie van blank kalfsvlees.266Bij welk deel van de ouderdieren van kalkoenen worden nog steeds delenvan de snavels onverdoofd worden afgesneden met een gloeiendheetmes? Om hoeveel dieren gaat het?Om pikkerij tegen te gaan wordt bij kalkoenen de snavel behandeld via deinfraroodmethode. Dit is de methode waarbij het welzijn van het dier hetminst wordt aangetast in vergelijking met andere snavelbehandelingsme-thoden. De snavelbehandeling van kalkoenen is op dit moment nogtoegestaan en er wordt breed gebruik gemaakt van deze vrijstelling. Deingreep bij deze dieren kan helaas nog niet verantwoord wordenuitgefaseerd. Via de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee wordt gewerkt aan hetuitfaseren van deze en anders nog resterend toegestane ingrepen bijpluimvee.Zo bestaat er reeds een verbod op de snavelbehandeling bij vleeskuikens,leghennen, moederdieren van reguliere vleeskuikens en vaderdieren uitde vermeerderingssector. Het houden van deze dieren waarbij dezeingreep is uitgevoerd is verboden. Dit is de veruit de grootste groepdieren, namelijk ruim 90%, die niet meer behandeld mogen worden aande snavel.267Hoe vaak is de NVWA in 2024 gaan controleren bij stallen metlegouderdieren?In 2024 is 1 administratieve risicogerichte salmonella inspectie incombinatie met I&R uitgevoerd bij een legouderdierenbedrijf.268Klopt het dat veel ouderdieren van legkippen en vleeskuikens nog steedsgeen permanente toegang hebben tot drinkwater?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1058 In het besluit houders van dieren is niet geregeld dat ouderdierenpermanent toegang moeten hebben tot drinkwater. Daarmee is voorouderdieren het artikel 1.7 onder f van uit het besluit van toepassing,waarin staat het dat het dier toegang moet hebben tot een toereikendehoeveelheid water.269Bij hoeveel grootouderdieren en ouderdieren van legkippen zijn in 2023en 2024 de snavels onverdoofd afgeknipt met een gloeiendheet mes?Het verstrekken van water aan dieren is in de wetgeving open geformu-leerd. Volgens artikel 1.7 Besluit houders van dieren dient degene die eendier houdt, er zorg voor te dragen dat een dier toegang heeft tot eentoereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit of op een anderewijze aan zijn behoefte aan water kan voldoen. Voor vleeskuikenouder-dieren van reguliere vleeskuikens geldt dat deze in de praktijk nietpermanent toegang hebben tot drinkwater. De sector werkt met een planvan aanpak waarmee wordt beoogd zo optimaal mogelijk aan te sluiten bijde behoefte aan water van vleeskuikenouderdieren. Daarbij is rekeninggehouden met het natuurlijk gedrag en het minimaliseren van negatievebijeffecten, zoals bijvoorbeeld nat strooisel waardoor meer risico ontstaatop voetzoolleasies. In het kader van de AMvB Dierwaardige veehouderij isook aandacht voor dit onderwerp.270Bij hoeveel schapen zijn in 2023 en 2024 hormonen toegediend om ervoorte zorgen dat ze drie keer zwanger kunnen worden in twee jaar tijd, inplaats van één keer per jaar?De ingreep aan de snavels van grootouderdieren en ouderdieren vanlegkippen is een nog toegestane ingreep. De ingreep wordt gedaan metbehulp van de infraroodmethode. Er loopt via de Stuurgroep IngrepenPluimvee onderzoek het verantwoord uitfaseren van deze ingreep. UwKamer is hierover geïnformeerd op 16 december 2022 (Kamerstuk 28 268,nr. 1284). Graag verwijs ik ook naar het antwoord op vraag 266.271Kan de regering een opsomming geven van alle juridische eisen waar dealgemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) voor de dierwaardigeveehouderij aan moeten voldoen op basis van het aangenomenamendement-De Groot/Van Campen (Kamerstuk 35 746, nr. 15)?Met het amendement-De Groot/Van Campen is aan de Wet dieren eenartikel 2.3a (Dierwaardige veehouderij) toegevoegd. Dat artikel is op 1 juli2024 in werking getreden. Dat artikel bevat een concrete opdracht voor deuitwerking van een dierwaardige veehouderij in lagere regelgeving. Deprecieze opsomming waar naar wordt gevraagd is in artikel 2.3a aan tetreffen. De kern ervan is dat de regels gericht moeten zijn op het bewerk-stelligen van een dierwaardige veehouderij in 2040, tenzij en voor zovernoodzakelijk voor bepaalde situaties een langere termijn wordt gesteldmet het oog op een redelijke overgangstermijn gericht op het doorhouders van dieren kunnen terugverdienen van investeringen dienoodzakelijk zijn om aan die regels te voldoen. Het wetsartikel maakteveneens duidelijk wat onder een dierwaardige veehouderij wordtverstaan en geeft daarmee het inhoudelijk kader voor de op te stellenregels. In de toelichting bij de voor te hangen ontwerp-AMvB’s zal steedsworden aangegeven hoe die invulling en uitvoering geeft aan artikel 2.3a.Daarnaast is met het amendement in de wet opgenomen dat eenontwerp-AMvB ter uitwerking van artikel 2.3a uiterlijk een jaar nainwerkingtreding wordt voorgehangen bij het parlement (1 juli 2025). LosTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1059 van artikel 2.3a gelden natuurlijk ook de eisen die aan de totstandkomingvan iedere AMvB gelden, zoals inzicht in de gevolgen, de effecten op deuitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, notificatie en de verhouding tothoger recht.272Welk tijdspad heeft de regering voor ogen voor de dierwaardigeveehouderij?De regering sluit aan bij de termijnen in de Wet dieren. Die is gericht ophet uiterlijk in 2040 bewerkstelligen van een dierwaardige wijze van hethouden van dieren, tenzij en voor zover noodzakelijk voor bepaaldesituaties een langere termijn wordt gesteld (in de AMvB) met het oog opeen redelijke overgangstermijn gericht op het door houders van dierenkunnen terugverdienen van investeringen die noodzakelijk zijn om aan deregels te voldoen.273Wat verstaat de regering onder een realistisch tijdspad voor dedierwaardige veehouderij?Hiermee wordt gedoeld op de samenhang van acties van overheid,financiers, markt- en ketenpartijen en veehouders. Iedere partij zal eenaandeel moeten leveren om dierwaardige veehouderij blijvend mogelijk temaken. Zo zal er bijvoorbeeld voldoende vraag uit de markt nodig zijn, zalde vergunningverlening weer mogelijk moeten worden en zulleninvesteringen in dierwaardige stallen nodig zijn. Het convenanttraject is ervoor bedoeld om de onderlinge samenhang (inhoudelijk en in tijd) tussendeze onderdelen te borgen. Met een dergelijk realistisch tijdspad wordtvoorkomen dat er straks dierinhoudelijke maatregelen in een AMvB zijnopgenomen waar veehouders in de praktijk geen invulling aan kunnengeven.274Kan de regering aangeven welke pilots er gaan komen voor dedierwaardige veehouderij?Nee, dat kan op dit moment nog niet. Dit is nog niet bekend.275Op welke wijze en op welke momenten is de onderzoeksgroep van hetconvenant dierwaardige veehouderij betrokken geweest bij het opstellenvan de AMvB’s?De voormalige onderzoekersgroep uit het convenanttraject is nietbetrokken bij het opstellen van de AMvB’s dierwaardige veehouderij. Welwordt alle beschikbare wetenschappelijke kennis gebruikt, waaronder dedoor de onderzoekersgroep uitgevoerde dierinhoudelijke toets.18 Verderwordt bij het opstellen van de AMvB’s gesproken met diverse weten-schappers en praktijkonderzoekers en wordt hun expertise benut, zowelop het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid als op het gebied vande relatie met bijvoorbeeld emissies en economische aspecten. Hetontwikkelen van de AMvB’s is nog gaande.276Kan de regering bevestigen dat de Quickscan informatieset Convenantdierwaardige veehouderij van de Universiteit van Utrecht nog steeds de18Bijlagen verslag voorzitter van het convenanttraject dierwaardige veehouderij | Publicatie |Rijksoverheid.nl bijlage GTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1060 basis vormt voor de uitwerking van het convenant zoals eerder aange-geven in de Kamerbrief hierover?De quickscan is opgenomen in de informatieset bij de start van hetconvenanttraject dierwaardige veehouderij.19 Daarin wordt uitgegaan vande zes leidende principes voor een dierwaardige veehouderij zoals die vande Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA): erkenning van de intrinsiekewaarde van het dier, goede voeding, een goede omgeving, goedegezondheid, natuurlijk gedrag en een positieve emotionele toestand. Dequickscan geeft een praktische doorkijk van hoe in de praktijk invullingkan worden gegeven aan die principes.Zoals in het verslag van de voorzitter van het convenanttraject vandecember vorig jaar staat, baseren de deelnemers van de hoofdtafel zichop de principes van de RDA, zoals opgenomen in de zienswijze«Dierwaardige veehouderij».20 Overigens zijn die principes middels hetamendement De Groot/Van Campen21 sinds 1 juli jl. in de Wet dierenopgenomen (artikel 1.3) en vormen die ook de basis voor de AMvBdierwaardige veehouderij (artikel 2.3a, derde lid, van de Wet dieren).277Welke wetenschappelijke rapporten zijn gebruikt voor het schrijven van deAMvB’s voor de dierwaardige veehouderij?Alle beschikbare wetenschappelijke kennis wordt benut bij het opstellenvan de AMvB dierwaardige veehouderij. Voorbeelden daarvan zijn dequickscan convenant dierwaardige veehouderij, de in de context van hetconvenanttraject uitgevoerde dierinhoudelijke toets en de meest recenterapporten van EFSA die met het oog op de voorgenomen herziening vande Europese dierenwelzijnsregelgeving zijn opgesteld. In de bijlage bij deKamerbrief «Voorgenomen invulling regelgeving dierwaardige veehou-derij» van 27 februari jl. is onderaan een overzicht van wetenschappelijkebronnen opgenomen.22 Onder meer die bronnen zullen bij het opstellenvan de AMvB’s worden gebruikt.278Kan de regering aangeven wat het proces is geweest sinds 1 juli 2024 tenaanzien van het convenant en welke partijen/organisaties op welkmoment betrokken zijn geweest?Het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet liet zien dat dit kabinetverder wil met dierwaardige veehouderij. In de brief van 20 september202423 is aangegeven dat zal worden toegewerkt naar bestuurlijkeafspraken in de vorm van een convenant. Daar zullen de partijen uit hetconvenanttraject (zie antwoord op vraag 218) onder leiding van devoorzitter van het convenanttraject naar toe werken.279Kan de regering aangeven hoe vaak de convenantspartijen van dedierwaardige veehouderij sinds het wetgevingsoverleg bij elkaar gekomenzijn?Er hebben vier bijeenkomsten van de convenantpartijen plaatsgevondenna de wetsbehandeling in de Eerste Kamer op 21 mei 2024.19Quickscan informatieset Convenant Dierwaardige Veehouderij | Rapport | Rijksoverheid.nl20Zienswijze Dierwaardige Veehouderij | Zienswijze | Raad voor Dierenaangelegenheden (rda.nl)21Kamerstuk 35 746, nr. 15.22Kamerbrief over voorgenomen invulling regelgeving dierwaardige veehouderij | Kamerstuk |Rijksoverheid.nl23Kamerstuk 28 286, nr. 1339Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1061 280Kan de regering de plannen van de sectoren voor de dierwaardigeveehouderij naar de Kamer sturen?Nee, dat kan ik niet. Ik beschik namelijk niet over deze plannen.281Wie zijn er betrokken bij het opstellen van de kennisagenda voor dedierwaardige veehouderij?De kennisagenda zal in de periode eind 2024–medio 2025 wordenopgesteld. Bij het opstellen zullen veel partijen worden geraadpleegd,zoals bijvoorbeeld veehouderijsectoren, NGO’s, ketenpartijen, erfbe-treders, onderwijs en onderzoek. Na oplevering van de kennisagenda kaneen uitgebreidere reactie op deze vraag worden gegeven.282Op welke wijze wil de regering ketendeals gaan sluiten en welke stake-holders worden betrokken bij het opstellen van deze ketendeals?Het idee van ketendeals is nog in ontwikkeling. De gedachte is datsamenwerkingsverbanden in de keten worden opgezet waaraan in iedergeval een of meerdere veehouders deelnemen, evenals een of meerdereafnemers van producten en eventueel andere relevante partijen uit ofrondom de keten. Gezamenlijk kunnen zij afspraken maken over dedierenwelzijnsmaatregelen waarvoor zij de pilot/ketendeal willen opzetten,en over hoe ze de producten willen vermarkten. De overheid kan dezesamenwerkingsverbanden ondersteunen. Het idee van ketendeals wordtop dit moment uitgewerkt. Hierbij worden partijen betrokken die zijnaangesloten bij het convenanttraject dierwaardige veehouderij.283Hoeveel hitte-inspecties heeft de NVWA uitgevoerd bij transport vanvarkens (inclusief bij aankomst in het slachthuis) in 2024? Hoeveel vandeze hitte-inspecties zijn afgedaan als akkoord?Het team vervoer dierenwelzijn heeft tijdens hitte in totaal 70 inspectiesuitgevoerd tijdens het transport van dieren, waarvan er 69 akkoord warenen er in één geval een lichte overtreding is geconstateerd.Controles tijdens hitte bij aankomst van varkens op slachthuizen makenonderdeel uit van het reguliere toezicht op deze locaties. De hitte-inspecties op slachthuizen zijn daarom niet in aantal te kwantificeren. Opdagen dat het warmer is dan 27 graden Celsius en het Nationaal planveetransport bij extreme temperaturen in werking treedt, voert de NVWArisicogericht, extra controles uit. Bij varkensslachthuizen zijn in 2024 tot enmet 31 augustus 4 bevindingen geconstateerd in relatie tot hitte.284Hoeveel individuele meldingen zijn bij de NVWA binnengekomen in 2023en in 2024 over een mogelijke schending van het welzijn van varkensverband houdende met het Nationaal plan voor veetransport bij extremetemperaturen?In 2023 en 2024 heeft de NVWA in totaal 13 meldingen ontvangen metbetrekking tot het welzijn van varkens tijdens transport tijdens hitte.285Wat was in 2023 de gemiddelde verwachte transporttijd van geëxpor-teerde Nederlandse varkens naar Spanje, Italië, Roemenië, Polen enFrankrijk, per land, inclusief eventuele rusttijd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1062 Deze gegevens worden niet bijgehouden.286Wat was in 2023 de maximale verwachte transporttijd van geëxporteerdeNederlandse varkens naar Spanje, Italië, Roemenië, Polen en Frankrijk, perland, inclusief eventuele rusttijd?Deze gegevens worden niet bijgehouden.287Welke gemiddelde leeftijd behaalden zeugen in de Nederlandse varkens-houderij voordat zij werden afgevoerd naar de slacht in 2023 en hoeverhoudt dat zich tot eerdere jaren?Varkens worden in Nederland niet individueel geïdentificeerd en geregis-treerd. Dit betekent dat er geen geboorten of leeftijden van varkensworden vastgelegd. Deze vraag kan niet beantwoord worden.288Wanneer hebben de laatste gesprekken tussen het ministerie enprovincies, gemeenten en dierhouders over het beschermen van dierentegen hitte en andere extreme weersomstandigheden plaatsgevonden?Het Ministerie van LVVN organiseert in de zomerperiode een maandelijksoverleg met de NVWA, Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), deSectorraad Paarden en Platform Kleinschalige Schapen en Geitenhouders(KSG) over de bescherming van dieren tegen hitte en slechte weersom-standigheden. Via dit overleg houden de partijen elkaar op de hoogte vanactualiteiten om daar zo nodig direct acties op in te zetten.Daarnaast is dit jaar het project «Beschutting voor dieren in de weide»binnen het programma Kennis op Maat van start gegaan om praktische enjuridische kennis over beschutting zo goed mogelijk bij provincies,gemeenten en dierhouders te krijgen. Het zwaartepunt ligt in eersteinstantie op het ontwikkelen van informatiemateriaal, richtlijnen enhandvatten voor de verschillende stakeholders. Dit doen onderzoekers insamenwerking met onder meer gemeenten, provincies, dierhouders endierenwelzijnsorganisaties. Onderdeel van dit project zijn ook verschil-lende landelijke bijeenkomsten die in 2025 georganiseerd zullen worden.289Kan de regering aangeven hoeveel dieren dat in 2023 onbedwelmd zijngeslacht, onderverdeeld per diersoort?Het aantal dieren dat in 2023 onbedwelmd is aangesneden is onder teverdelen in 1.594 runderen/kalveren, 37.814 schapen en 1.236 geiten.290Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van deafspraken met het Dolfinarium?In 2022 is aan het lid Wassenberg toegezegd (Aanhangsel Handelingen II2022/23, nr. 337) de Kamer periodiek te informeren over de ontwikkelingenten aanzien van de verbeteringen die het Dolfinarium moet doorvoeren. Injanuari 2024 heeft de Kamer een laatste update hierover ontvangen(Kamerstuk 28 286, nr. 1324). In de eerstvolgende verzamelbrief dieren-welzijn, die voor het commissiedebat over dierenwelzijn buiten deveehouderij van 23 oktober 2024 wordt verstuurd, zal ik een nieuweupdate geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1063 291Wat is de stand van zaken omtrent het aangekondigde onderzoek naar hetverbieden van publieksinteracties met dierentuinen?Ik ben mij momenteel aan het oriënteren op de vormgeving van ditonderzoek.292Wat is de stand van zaken omtrent de verkoop van zeezoogdieren door hetDolfinarium aan een pretpark in China?Het Dolfinarium wil acht dolfijnen, twee walrussen en twee zeeleeuwenverhuizen naar Hainan Ocean Paradise in China. Voordat de dieren kunnenverhuizen moet het Dolfinarium voldoen aan eisen op veterinair gebied,dierenwelzijn en CITES. Dierenwelzijn heeft hierbij volop de aandacht. HetDolfinarium moet aantonen dat het houden, huisvesten en verzorgen vande dieren in China voldoet aan de normen die wij aan Nederlandsedierentuinen stellen. Op basis van de informatie die het Dolfinarium op ditmoment heeft aangeleverd, is dit onvoldoende aangetoond.Wanneer RVO aanvullende informatie over het dierenwelzijn in Chinaontvangt, wordt opnieuw bekeken of de dieren kunnen verhuizen. Als hetDolfinarium aantoont dat het houden, huisvesten en verzorgen van dedieren in China in orde is, moet het Dolfinarium CITES-exportvergunningen aanvragen voor de dolfijnen en walrussen. Voor dezeeleeuwen is geen CITES-exportvergunning nodig. Ten slotte zal vlakvoor het daadwerkelijke transport een veterinaire toets plaatsvinden. Dedieren moeten namelijk gezond zijn voordat ze kunnen vertrekken. Het isechter nu nog niet te voorspellen of het Dolfinarium aan de gestelde eisenbij een overdracht kan voldoen.293Wat is de laatste stand van zaken wat betreft de toets naar de wettigheidvan de verkoop van dolfijnen en andere zeezoogdieren van het Dolfi-narium aan Hainan Ocean Paradise?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 292.294Hoeveel en welke dierentuinvergunningen zijn ingetrokken in hetafgelopen jaar?In 2023 zijn 3 dierentuinvergunningen ingetrokken, te weten vanInfocentre de Noordwester, Het Arsenaal en Omnium Goes.295Hoeveel dierentuinvergunningen heeft de Rijksdienst van OndernemendNederland (RVO) geweigerd in het afgelopen jaar?In 2023 heeft RVO 2 dierentuinvergunningen geweigerd.296Hoeveel en welke dierentuinvergunningen heeft de RVO in het afgelopenjaar verleend?In 2023 heeft RVO geen dierentuinvergunningen verleend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1064 297Hoeveel controles hebben in 2023 plaatsgevonden bij dierentuinen?Hoeveel overtredingen zijn hierbij geconstateerd, hoeveel waarschu-wingen zijn er gegeven en hoeveel boetes zijn er opgelegd?In 2023 zijn 8 inspecties uitgevoerd bij dierentuinen. Daarbij zijn 3overtredingen geconstateerd, waarop RVO tweemaal een last onderdwangsom heeft opgelegd en eenmaal een last onder bestuursdwang.298Wat is de stand van zaken omtrent de controles bij Mondo Verde?Na de maatschappelijke en politieke aandacht voor Mondo Verde heeftRVO in overleg met LVVN eind juni jl. besloten een traject te starten omdeze dierentuin in zijn geheel uitgebreid te controleren. Dit traject wordtmomenteel uitgewerkt. Als eerste stap zet RVO in oktober 2024 eeninspectie uit naar dierenwelzijn en de vergunde situaties.299In welke mate komen de bevindingen uit het rapport «Tralies en Tranen,onderzoek naar Mondo Verde» overeen met de meest recente inspecties?De bevindingen bij 2 inspecties bij Mondo Verde op dierenwelzijn injanuari 2024 komen niet overeen met de bevindingen uit het rapport«Tralies en Tranen». Geconstateerd werd 1 overtreding op dierenwelzijnbij schapen; deze overtreding is hersteld. De zaken die in het rapport staanzijn niet aangetroffen; daar is niet specifiek naar gezocht aangezien deinspecties uitgevoerd zijn voor publicatie van het rapport. Bij vervolgin-specties wordt hier wel aandacht aan besteed.300Hoeveel inspecties hebben in het afgelopen jaar plaatsgevonden bijdierenpark Mondo Verde? Wat waren de bevindingen?In 2023 zijn geen inspecties uitgevoerd bij dierenpark Mondo Verde. Zieook het antwoord op vraag 299.301Wat is de stand van zaken omtrent het terugdringen van het aantal invoorraad gedode proefdieren?Ik heb een werkgroep binnen de Nederlandse proefdierkunde vereniging(DALSAS) gevraagd om advies uit te brengen over het terugdringen vanhet aantal gedode dieren zonder voorafgaande handeling. Het rapport vandit advies wordt in de volgende kamerbrief dierproeven – die voorzien isin november dit jaar – aan de Kamer aangeboden.302Wat is de laatste stand van zaken omtrent de aangenomen motie-Wassenberg c.s. (Kamerstuk (32 336, nr. 145) over het beter implemen-teren van de structurele toepassing van systematic reviews?Als uitvoering van de motie heb ik ZonMw de opdracht gegeven subsidiesaan onderzoekers beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van systematicreviews als onderdeel van het nieuwe meer kennis met minder dieren-programma (april 2024 tot april 2028). Vanwege de groeiende vraag naardeze subsidies heb ik het budget hiervoor verhoogd naar 1 miljoen euroen heb ik ZonMw gevraagd waar nodig aanpassingen te doen om dezepraktijk nog verder te verspreiden binnen de wetenschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1065 303Wat is de laatste stand van zaken omtrent de aangenomen motie-Wassenberg/Beckerman (Kamerstuk (32 336, nr. 146) over onderzoekenhoe kennis over systematic reviews een vast onderdeel kan worden vanmedisch-biologische opleidingen?Het is aan universiteiten en umc’s zelf om systematic reviews waarmogelijk te implementeren in opleidingen. De hogescholen en universi-teiten zijn verantwoordelijk voor het vormgeven en de kwaliteit van hetonderwijs en onderzoek. OCW stuurt in principe niet inhoudelijk op hetcurriculum van opleidingen of trainingen in het hoger onderwijs, ook metoog op de academische vrijheid en de onderwijsvrijheid in Nederland. HetMinisterie van OCW is wel in gesprek met Nederlandse Federatie vanUniversitair Medische Centra (NFU) en Universiteiten van Nederland(UNL) over de mogelijkheden die kennis- en onderwijsinstellingen zienvoor uitvoering van deze motie. Zij geven aan hier voortvarend mee bezigte zijn. Er is daarnaast een streefbeeld onderwijs ontwikkeld door deonderwijsinstellingen zelf waarin de mogelijkheden benoemd staan om detransitie naar proefdiervrije innovatie te versnellen. Het Ministerie vanOCW is ook met de trekkers van dat streefbeeld in gesprek om demogelijkheden te verkennen hoe de praktijk van systematic reviewsbredere inbedding kan krijgen in het curriculum.304Wat is de laatste stand van zaken omtrent open science en het publicerenvan de resultaten van dierproeven, ook bij negatieve uitkomsten?Het kabinet zet in op Open science en heeft de ambitie om wetenschappe-lijke resultaten van (publiek gefinancierd) onderzoek zo vrij toegankelijk enherbruikbaar te maken voor de samenleving, zoals is toegelicht in deKamerbrief van 29 maart 2023. In aanvulling hierop worden er specifiekeacties ondernomen in relatie tot dierproeven. ZonMw zet via het MeerKennis met Minder Dieren programma onder andere subsidies uit voorhet publiceren van negatieve uitkomsten van dierproeven. Ook voor denieuwe opdracht aan het MKMD-programma in de periode 2024–2028neemt ZonMw dit mee in het programma. Daarnaast heb ik preclinicaltri-als.eu een vervolgopdracht gegeven voor de periode oktober 2023 totoktober 2026, om de toegevoegde waarde van het platform verder in kaartte brengen en aansluiting te zoeken met vergelijkbare initiatieven. Op ditplatform kunnen protocollen voor dierproeven gepreregistreerd worden.Dit zorgt voor meer transparantie en informatie over (resultaten van)dierproeven, waarmee onnodige duplicatie vermeden kan worden.ZonMw werkt daarnaast aan het meer stimuleren van transparantieme-thoden, waar Open Science en negatieve uitkomsten onder vallen, naaraanleiding van het rapport «Better Science through More Transparency»dat in opdracht van de Minister van OCW is geschreven. In mijn brief aande Kamer vooraf aan het commissiedebat dierproeven zal ik hier dieperop in gaan.305Wat is de stand van zaken van het onderzoek of de bestaande infra-structuur voor onderzoek naar hoe alternatieven voor Foetaal kalfserum(FCS) kan worden ondersteund, wat zou worden ondersteund met intotaal 100.000 euro?Met een subsidie van 100.000 euro geef ik een impuls voor 2 jaar aan eeninitiatief van het 3R centre Utrecht samen met de Hogeschool Utrecht.Deze bijdrage maakt het mogelijk om op een heel praktische manieronderzoekers te ondersteunen in hun voornemen om hun in vitrokweeksysteem gebaseerd op FCS om te zetten naar een kweekmethodeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1066 zonder FCS. Dit vraag per soort cel om maatwerk en dus een flinketijdsinvestering en budget om de diverse FCS vrije alternatieven aan teschaffen. Met dit bedrag kunnen zij een initiatief onderhouden enuitbreiden waarin het testen van FCS-vrije alternatieven voor serum o.a. inhet Life Sciences onderwijscurriculum wordt geïntegreerd. Op dezemanier wordt aan twee doelen tegelijkertijd gewerkt, studenten (toekom-stige onderzoekers) leren dat serumvrij kweken mogelijk is, en voorbestaande modellen wordt er gewerkt aan FCS- vrije kweekmethoden.Er zijn inmiddels eerste resultaten. Er is een bibliotheek voor vervangings-mogelijkheden voor FCS aangelegd. Daarnaast zijn er twee groepenstudenten met totaal drie verschillende cellijnen aan de slag gegaan. Desubsidie is begin dit jaar verstrekt dus dit zijn de eerste voorlopigeresultaten. Zodra het project begin 2026 is afgerond, zal ik de Kamer overde resultaten informeren.306Hoe staat het met de uitvoering van de motie van de leden Tjeerd deGroot en Wassenberg (Kamerstuk 32 336, nr. 147) over zich hardmakenvoor nieuwe technieken bij de herziening van de REACH-verordening?De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoeren Milieu is verantwoordelijk voor het chemische stoffenbeleid en deNederlandse inbreng in de herziening van de REACH-verordening. Er isnog geen voorstel voor een herziening en het is nog onbekend wanneerde Europese Commissie deze zal publiceren.Wel hebben de lidstaten op voorstel van Nederland de EuropeseCommissie uitgenodigd een Europese Test Methode en Validatiestrategiete ontwikkelen24. Het doel van deze strategie is om te zorgen dat hetontwikkelen en beproeven van nieuwe testmethodes efficiënter gebeurt.Daarbij zal ook aandacht zijn voor het ontwikkelen en kunnen toepassenvan alternatieven voor dierproeven.307Hoeveel vergunningen zijn het afgelopen jaar afgewezen door de CentraleCommissie Dierproeven (CCD)?In 2023 heeft de CCD twee aanvragen voor een projectvergunningafgewezen. De cijfers over 2024 zijn nog niet beschikbaar. Deze wordennaar verwachting in maart 2025 gepubliceerd in het Jaarverslag van deCCD.308Welk percentage van de gevallen wijst het besluit van de CCD af van hetadvies van een Dierexperimentencommissie (DEC)?In 2023 heeft de CCD 92 procent van de DEC-adviezen opgevolgd en heeftin 8 procent daarvan afgeweken. De cijfers over 2024 zijn nog nietbeschikbaar. Deze worden naar verwachting in maart 2025 gepubliceerd inhet Jaarverslag van de CCD.309Wat is het totale budget voor proefdiervrije innovatie op de geheleRijksbegroting, uitgesplitst per ministerie?Het totale budget van de Rijksbegroting dat beschikbaar is voor proefdier-vrije innovaties is niet in absolute cijfers weer te geven, omdat het een24Conclusies van de Milieuraad van 17 juni 2024 over de Mid-Term Review van het 8steMilieuactieprogramma, EU 11326/24Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1067 variatie aan innovaties betreft en niet systematisch wordt gemonitord. HetMinisterie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)heeft voor 2025 voor dierproevenbeleid, alternatieven voor dierproevenen proefdiervrije innovaties het volgende totaalbudget gereserveerd:€ 5.9 miljoen.Voor de Centrale Commissie Dierproeven (vergunningen dierproeven) isvoor 2025 € 3,3 miljoen gereserveerd.Daarnaast is er door het kabinet vanuit het Nationaal Groeifonds€ 55 miljoen onvoorwaardelijk toegekend voor het groeifonds initiatiefCentrum Proefdiervrije Biomedische Translatie (CPBT). (Het totale bedragvoor dit groeifonds is € 124,5 miljoen).Andere ministeries dragen individueel, maar ook geregeld gezamenlijk, bijaan proefdiervrije innovaties (TPI) via incidentele gezamenlijke projecten(in mijn Kamerbrief TPI dit najaar ga ik op die gezamenlijke projecten in),ik heb geen zicht op hun individuele begrotingen.310Wat is de hoeveelheid extra depositie in 2025 op stikstofgevoelig Natura2000-gebied waar de kritische depositiewaarde is overschreden als gevolgvan het verkleinen van de straal van de derogatievrije zone van 250 naar100 meter? Kan de regering dat opsplitsen per Natura 2000-gebied?In de kamerbrief aanpak mestmarkt (Kamerstuk 33 037, nr. 559) wordtvoorgesteld de omvang derogatievrije zones naar 100 meter terug tebrengen, waarbij deze zones met ingang van 2025 enkel voor topogra-fische percelen geldt die voor de helft of meer binnen de zone van100 meter liggen. Wageningen Environmental Research25 heeft in deexpertbeoordeling «Breedte van een zone rondom Natura 2000-gebiedenwaar vanaf 2024 geen mestderogatie wordt toegestaan» berekeningengedaan naar het effect van wel of geen derogatie voor een gemiddeldesituatie op de depositie op de rand van het Natura 2000-gebied26. Er zijngeen berekeningen gemaakt per individueel Natura 2000-gebied. Geenderogatie leidt ten opzichte van een situatie waarin wel derogatie wordttoegekend in de berekende situatie gemiddeld tot een vermindering vande emissies van ammoniak bij aanwending van dierlijke mest vanmaximaal 4 kg NH3 per hectare per jaar in 2024 en 2 kg NH3 per hectareper jaar in 2025.Het effect op de depositie op een specifiek N2000-gebied is afhankelijk vande omvang en ligging van het perceel.311Hoe groot is het gat tussen de maatregelen uit de aanpak mestmarkt ende nationale plafonds uit de derogatiebeschikking in 2025?De aanpak van de problematiek op de mestmarkt, die op 13 september jl.is gestuurd naar de Tweede Kamer (Kamerstuk 33 037, nr. 559), richt zichop alle aspecten van de mestmarkt en bevat verschillende maatregelen.Een aantal maatregelen, zoals de beëindigingsregelingen, het afromenvan productierechten bij overdracht en het voerspoor dragen bij aan hetverlagen van de mestproductie uitgedrukt in stikstof en fosfaat, endaarmee aan het voldoen aan de plafonds uit de derogatiebeschikking.Er zijn veel factoren die een rol spelen in de mestproductie, zoalsdieraantallen, veevoer, en bedrijfsmanagement. Daarom kan geenprecieze inschatting gemaakt worden. Om een vinger aan de pols te25Expertbeoordeling «Breedte van een zone rondom Natura 2000-gebieden waar vanaf 2024geen mestderogatie wordt toegestaan» Piet Groenendijk, Hans Kros Wageningen Environ-mental Research 7 november 2023 https://edepot.wur.nl/64344826Berekend voor een graslandperceel op kleigrond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1068 houden zijn er ook weegmomenten om te kijken waar we staan en ofmeer inspanningen nodig zijn.312Hoeveel politiepaarden zijn er in Nederland? Hoe zijn die verdeeld overhet land en over de verschillende inzetsdoelen?Naar schatting zijn er 85 politiepaarden inzetbaar in Nederland, waarvancirca 55 inzetbaar voor ME-taken en 30 inzetbaar voor lichtere inzettenzoals horecatoezicht en bij evenementen. Het is niet bekend hoe dezepaarden zijn verdeeld over het land.313Hoeveel politiehonden zijn er in Nederland? Hoe zijn die verdeeld over hetland en over de verschillende inzetsdoelen?Naar schatting zijn er 523 politiehonden inzetbaar in Nederland. Hetprecieze aantal is niet bekend omdat het bestand politiehonden voort-durend in beweging is. De verdeling van honden is als volgt:•Eenheid Landelijke expertise en operaties: circa 140 speurhonden•Eenheid Landelijke opsporing en interventies: circa 10 surveillancehon-den•Eenheid Noord-Nederland: circa 31 surveillancehonden•Eenheid Oost-Nederland: circa 87 surveillancehonden•Eenheid Midden-Nederland: circa 42 surveillancehonden•Eenheid Noord-Holland: circa 24 surveillancehonden•Eenheid Amsterdam: circa 28 surveillancehonden•Eenheid Den Haag: circa 30 surveillancehonden•Eenheid Rotterdam: circa 39 surveillancehonden•Eenheid Zeeland-West-Brabant: circa 35 surveillancehonden•Eenheid Oost-Brabant: circa 31 surveillancehonden•Eenheid Limburg: circa 26 surveillancehonden314Wat is de stand van zaken ten aanzien van het houdverbod voor dierenmet schadelijke, uiterlijke kenmerken?In 2023 is een voornemen tot een houd- en vertoningsverbod voorgezelschapsdieren met schadelijke uiterlijke kenmerken aangekondigd.Het invoeren van een houdverbod is complex. Er moet objectief beoor-deeld kunnen worden of een uiterlijk kenmerk lijden veroorzaakt. Zoalsaangegeven in de Kamerbrief (Kamerstuk 28 286 nr. 1288) begint deze lijstklein en zal deze worden aangevuld naarmate verder onderzoek plaats-vindt en daardoor steeds meer schadelijke kenmerken objectief vastge-steld kunnen worden. Er is gestart met het opstellen van een houdverbodvoor katten met de schadelijke, uiterlijke kenmerken, te weten: katten metvouworen en naaktkatten, omdat het al verboden is om katten met dezekenmerken te fokken. Er is een algemene maatregel van bestuuropgesteld en deze is geconsulteerd. Op dit moment bekijk ik hoe ikhiermee verder ga.315Kan de regering een overzicht van lopende of toekomstige onderzoekengeven op het gebied van fokkerij voor gezelschapsdieren?In 2023 is gestart met een onderzoek om te komen tot een systematiekvoor een nadere invulling voor het verbod op het fokken met gezelschaps-dieren op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van hetouderdier of de nakomelingen wordt benadeeld (art 3.4 Besluit houdersvan dieren). Hierbij wordt ook gekeken hoe de reeds ontwikkeldeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1069 kenmerken voor kortsnuitige honden geïntegreerd kunnen worden. Ditproject loopt door in 2024 en 2025.In 2024 is een onderzoek uitgezet naar de keuzes en gedrag van kopersrondom het aanschaffen en houden van kortsnuitige rassen.In 2024 is een onderzoek gestart waarbij in kaart wordt gebracht welkepotentieel schadelijke kenmerken voorkomen bij honden en katten en wathet risico is van elk kenmerk op welzijnsaantasting.Er wordt een onderzoek gedaan naar een definitie voor doorgefoktegezelschapsdieren.De term «doorgefokt» gezelschapsdier wordt in het maatschappelijk debatregelmatig gebruikt. Omdat hier verschillende invullingen aan gegevenkunnen worden, is het van belang om hiervoor een zorgvuldige definitiete hebben.316Wat is de stand van zaken van het onderzoek naar dieronvriendelijke hulp-en trainingsmiddelen?Dit onderzoek is onlangs afgerond. Ik bestudeer nu de resultaten en zal deKamer daarover informeren.317Wat is de stand van zaken omtrent het aangekondigde verbod optentoonstellingen van dieren met ernstige gebreken?Het in de Kamerbrief (Kamerstuk 28 286, nr. 1288) voorgenomen verto-ningsverbod ziet op beelduitingen in reclame, advertenties en socialmedia van gezelschapsdieren met schadelijke uiterlijke kenmerken diealtijd lijden, of een verhoogd risico hebben op lijden (te beginnen methonden en katten). Zoals aangegeven in de beantwoording van defeitelijke begrotingsvragen in januari 2024 (Kamerstuk 36 410 XIV) valtdeelname aan tentoonstellingen, wedstrijden en keuringen van dezedieren vooralsnog niet onder het voorgenomen vertoningsverbod. Hetinvoeren van een vertoningsverbod voor reclame en social media isonontgonnen terrein waar nog geen grondslag voor bestaat in de wet. Ikberaad mij momenteel hoe ik vervolg hier aan geef.Daarnaast wordt een houdverbod opgesteld voor vouwoorkatten ennaaktkatten (zie vraag 314). Zoals benoemd in de Verzamelbrief Dieren-welzijn (Kamerstuk 28 286, nr. 1337) wordt hierbij ook een verbod opdeelname aan wedstrijden, keuringen en tentoonstellingen overwogenvoor katten die onder het overgangsrecht vallen. Ik bekijk momenteel hoeik hiermee verder ga.318Wat is de stand van zaken van het aangekondigde houdverbod voorkortsnuitige honden en katten?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 314.319Wat is de stand van zaken van de aangekondigde chipplicht voor katten?Zoals is toegezegd in de verzamelbrief van 19 januari 2023 (Kamerstuk28 286, nr. 1287) wordt er gewerkt aan een landelijke chip- en registratie-plicht voor katten. Momenteel wordt de chip- en registratieplichtuitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Dit gebeurt inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1070 samenwerking met een groot aantal partijen uit de sector, zoals dieren-welzijnsorganisaties, dierenartsen, databanken en vertegenwoordigersvan minima om draagvlak en acceptatie te waarborgen. Verwacht wordtdat de AMvB in het tweede kwartaal van 2025 ter consultatie aangebodenkan worden.320Hoe wordt opvolging gegeven aan het afgeronde onderzoek naarreptielenbeurzen?Uit het onderzoek is gebleken dat het zoönoserisico op reptielenbeurzenzeer laag is. Ook was de huisvesting van de meeste reptielen toereikendvoor een relatief kortstondige situatie als een beurs. Wel zijn enkeleonwenselijke situaties aangetroffen. Daarom komen er meer handvattenom te kunnen handhaven als de huisvesting en verzorging niet op orde istijdens een reptielenbeurs. In samenspraak met de NVWA en de LandelijkeInspectiedienst Dierenwelzijn (LID) werk ik aan een beleidsregel om deopen normen voor het huisvesten en verzorgen van reptielen tijdensbeurzen in te vullen. Ik verwacht dat deze beleidsregel in de eerste helftvan 2025 gereed is.321Hoeveel reptielen- en vogelbeurzen zijn er in 2024 geweest? Wat was detoezichtintensiteit? Hoeveel overtredingen zijn hierbij geconstateerd,hoeveel waarschuwingen zijn er gegeven en hoeveel boetes zijn eropgelegd?In 2024 tot op heden zijn 3 controles uitgevoerd bij vogelbeurzen. Bij eenbeurs zijn 3 Officiële Waarschuwingen, 5 Processen-verbaal vanInbeslagname en 2 processen verbaal opgemaakt. Bij een tweede beurszijn twee officiële waarschuwingen gegeven. De derde beurscontrole wasakkoord. Er is een controle op een reptielenbeurs uitgevoerd. Deze wasook akkoord. Helaas is de registratiedata van de beurzen nog nietraadpleegbaar en kan geen toezichts-intensiteit worden bepaalt.322Hoeveel fte werkt er op het Ministerie van LVVN aan de uitwerking van deWet Dieren in regelgeving zoals een algemene maatregel van bestuur(AMvB)?Meerdere beleidsmedewerkers dierenwelzijn werken aan de uitwerkingvan de AMvB dierwaardige veehouderij. Daarnaast is nog een aanzienlijkaantal andere medewerkers van LVVN betrokken bij de AMvB, onder meervanwege de integrale, juridische en economische aspecten van dezeregelgeving. Daarnaast zijn medewerkers van de NVWA betrokken om teborgen dat aspecten van handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid wordenmeegenomen. Naast de AMVB dierwaardige veehouderij wordt ookgewerkt aan een aantal andere AMvB’s en ministeriële regelingen teruitwerking van de Wet dieren.323Is er een overzicht van alle partijen die worden betrokken bij de uitwerkingvan de Wet dieren in regelgeving?Zoals aangegeven in vraag 232 wordt gewerkt aan meerdere AMvB’sonder de Wet dieren. Bij de uitwerking worden alle relevante partijenbetrokken, waaronder sectorpartijen, brancheorganisaties, NGO’s zoals deDierenbescherming en Dierencoalitie en diverse wetenschappers.Daarnaast zijn de NVWA – en bij regelgeving voor gezelschapsdieren –Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1071 ook de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) en politie nauwbetrokken vanwege toezichtaspecten.324Wat is het verschil tussen een dierwaardige en een dierwaardigerveehouderij?De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) benoemt zes leidendeprincipes waaraan moet worden voldaan om van een dierwaardigeveehouderij te kunnen spreken. In de definitie van de RDA is derhalvegeen ruimte voor het begrip dierwaardiger. Een veehouderij isdierwaardig of niet. In het Hoofdlijnenakkoord van dit kabinet wordtgesproken over het zetten van concrete stappen naar een toekomstbe-stendige, nog meer dierwaardige veehouderij. Deze bewoordingen zijngekozen om aan te geven dat er sprake is van een doorontwikkeling vandierenwelzijn in de veehouderij. Dit kabinet vindt dat gesproken moetworden van het werken naar een dierwaardiger veehouderij, omdat hetniveau van dierenwelzijn in Nederland op dit moment al relatief hoog isen wordt veel gedaan om dat verder te verbeteren.325In hoeverre is de implementatie van de chipplicht voor katten meege-nomen in de begroting van LVVN voor het jaar 2025?Er is rekening gehouden met de implementatie van de chipplicht voorkatten in de begroting van LVVN voor het jaar 2025. Hiervoor is€ 250.000 begroot.326In hoeverre is een financiële bijdrage aan de Stichting Dieren in Rampenmeegenomen om tegemoet te komen aan de motie-Wassenberg overdieren een vaste plaats geven in crisisdraaiboeken (Kamerstuk 29 517,nr. 218) en de motie van het lid Wassenberg over landelijke richtlijnenopstellen met betrekking tot de hulp aan dieren bij rampen (Kamerstuk29 517, nr. 244)?De twee moties van het lid Wassenberg worden uitgevoerd door hetMinisterie van Justitie en Veiligheid. De Minister van JenV heeft uwKamer hier eerder over geïnformeerd27. De Stichting Dieren in Rampenvoert op dit moment gezamenlijk met de veiligheidsregio’s een traject uit,ter uitwerking van de moties van het lid Wassenberg. De realisatie vaneen eenduidig kader voor samenwerking, dat in alle 25 veiligheidsregio’sbenut kan worden door zowel dierenhulporganisaties als de betrokkenveiligheidsregio, is één van de resultaten waaraan wordt gewerkt. HetMinisterie van Justitie en Veiligheid heeft hier incidentele middelenbeschikbaar voor gesteld.327Wat is het tijdpad voor de besluitvorming van de EU over RENURE?De verwachting is dat het RENURE-voorstel tijdens het volgendeNitraatcomité van december aanstaande wordt geagendeerd. Het is echterniet geheel uitgesloten dat de Europese Commissie besluit eerder totstemming over te gaan wanneer duidelijk is dat er een gekwalificeerdemeerderheid van de lidstaten voor het voorstel zal stemmen. Dit is ook deinzet van Nederland. Zodra de Europese Commissie het besluit heeftgenomen, hebben het Europees Parlement en de Raad doorgaans tweemaanden om eventuele bezwaren te uiten als zij van mening zijn dat de27Kamerstuk 29 517, nr. 251.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1072 bevoegdheden van de Europese Commissie worden overschreden. DeEuropese Commissie moet in dat geval overwegen of ze haar voorstelhandhaaft, wijzigt of intrekt.328Wanneer verwacht de regering dat de nationale regelgeving voor hettoepassen van RENURE in werking kan treden?Uiteraard ben ik momenteel reeds bezig met het voorbereiden van deteksten voor de benodigde aanpassingen van de nationale regelgeving.Omdat het hier gaat om directe implementatie van EU-regelgevingverwacht ik dat de regelgevingsprocedure, na het van kracht gaan van deEU-wetgeving, kort zou kunnen zijn (ongeveer twee maanden).329Wat zijn de belangrijkste praktische en economische obstakels voorgrootschalige inzet op RENURE en welke plannen heeft de regering omdie weg te nemen of beperken?Het is van belang om een degelijke maar ook praktisch uitvoerbare maniervan handhaving en controle op de kwaliteit van de RENURE-producten teontwikkelen. In de Kamerbrief van 24 april 2024 (Kamerstuk 33 037,nr. 535) is aangegeven dat onder leiding van het Nederlands Centrumvoor Mestverwaarding (NCM) door KIWA wordt gewerkt aan eenkwaliteitssysteem voor RENURE. Met dit kwaliteitssysteem wordenverschillende aspecten van het productieproces getoetst door eenonafhankelijke certificerende instantie. Met de NVWA, RVO en privatepartijen (kwaliteitssysteemeigenaren en certificerende instanties) wordtmomenteel bezien op welke wijze een kwaliteitssysteem voor RENUREkan bijdragen van de borging van de kwaliteit en veiligheid van RENUREin aanvulling op het publieke toezicht.Wat betreft de economische aspecten zijn met name de investerings-kosten in de installaties een aandachtspunt. De subsidieregelinghoogwaardige mestverwerking staat dit najaar open voor 7 mln. euro. Deregeling ziet op grootschalige installaties, bij intermediairs voor hethoogwaardig verwerken (RENURE-waardig maken) van mest. Ik benvoornemens de investering in de verwerkingscapaciteit vanaf 2026, ookop boerderijniveau, verder te faciliteren indien RENURE wordt goedge-keurd, bijvoorbeeld via uitbreiding van de bestaande subsidieregelinghoogwaardige mestverwerking.Een ander aspect is de vergunningverlening. Zoals aangegeven in de briefvan 13 september 2024 (Kamerstuk 33 037, nr. 559) wil ik de verwerkingvan mest, naast de al bestaande subsidieregeling voor HoogwaardigeMestverwerking, verder stimuleren. Dat wil ik onder andere doen door tekijken waar mogelijke knelpunten in de vergunningverlening voormestverwerking(en -vergisting) op korte termijn kunnen worden opgelost.Daarvoor zal ik op korte termijn een bestuurlijk boegbeeld (een«versneller») aanstellen, die ten dienste van de bevoegde gezagen/provincies aan de slag gaat om doorbraken te realiseren ten aanzien vanvergunningverlening. Ik voorzie dat hij of zij in deze opdracht ook devergunningverlening omtrent RENURE adresseert.330Kan de regering een overzicht geven van de hoogte van vergoedingenvoor het leveren van ecosysteemdiensten en agrarisch natuurbeheer in2025 en 2026, uiteengezet in het puntensysteem duurzame landbouw?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1073 De vergoedingen in het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb)verschillen per beheerpakket en zijn gebaseerd op een forfaitaireberekening van gemaakte kosten en gederfde inkomsten. Ook de hoogtevan de vergoeding in de ecoregeling (op brons, zilver, of goud) wordtgebaseerd op de optelsom van (forfaitaire) berekening van gemaaktekosten en gederfde inkomsten per hectare voor de uitgevoerdeeco-activiteiten. Het in de vraag genoemde puntensysteem duurzamelandbouw is daar geen onderdeel van.331Wanneer is de voorbereiding van de uitbreiding van de subsidie vooragrarisch natuur en landschapsbeheer (ANLb) afgerond?In het regeerprogramma staat vermeld dat het kabinet een stevigestructurele financiële impuls gaat geven aan agrarisch natuurbeheer omzodoende boeren en andere beheerders langjarig en marktconform tevergoeden voor hun bijdrage aan het landschap en behoud en versterkingvan de biodiversiteit. Om dit goed voor te bereiden, zowel nationaal als inafstemming met de Europese Commissie, zijn er in 2025 meerdere actiesnodig met als doel om vanaf 2026 een start te kunnen maken met hetuitbreiden van Agrarisch natuurbeheer. Voor het kerstreces stuurt hetkabinet namens Minister Wiersma hierover een contourenbrief naar deKamer.332Wanneer moeten de verbeterde Natuurdoelanalyses (NDA’s) wordenaangeleverd door provincies?Ik ben op dit moment bezig om met provincies en andere rijkspartijenafspraken te maken over de vervolgcycli van de natuurdoelanalyses. Hetverbeteren van de natuurdoelanalyses, hiervoor te hanteren uiterste dataen de verbreding naar alle drukfactoren maken hier onderdeel van uit.333Welke provincies zijn al bezig met het verbeteren van de NDA’s aan dehand van de adviezen van de EA?Provincies zijn er zelf verantwoordelijk voor dat zij beschikken over juisteNatuurdoelanalyses. Meerdere provincies zijn al aan de slag met hetverwerken van toetsingsadviezen van de Ecologische Autoriteit als zij diereeds ontvangen hebben. Ik ben op dit moment bezig om met provinciesen andere rijkspartijen afspraken te maken over de vervolgcycli van denatuurdoelanalyses. Het verbeteren van de natuurdoelanalyses en deverbreding naar alle drukfactoren, maken hier onderdeel van uit.334Zijn er al verbeterde NDA» s beschikbaar die nog niet openbaar zijngemaakt? Zo ja welke zijn dat?Op dit moment werkt de Ecologische Autoriteit aan de toetsing van delaatste natuurdoelanalyses die vorig jaar zijn gereed zijn gekomen, detoetsingsadviezen van de Ecologische Autoriteit zijn een belangrijkebouwsteen voor de verbetering van de natuurdoelanalyses.Tegelijkertijd worden er al wel verschillende stappen gezet om totverbeterde versies van natuurdoelanalyses te komen. Zo zijn provincies alaan de slag met het verwerken van toetsingsadviezen van de EcologischeAutoriteit als zij die reeds ontvangen hebben en zijn Rijk en provinciesgezamenlijk gestart met de totstandkoming van een uniform beoorde-lingskader voor habitatkwaliteit. Voor zo ver bekend, zijn er nog geenverbeterde versies van de natuurdoelanalyses achter de schermenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1074 beschikbaar. Ik ben namelijk op dit moment bezig om met provincies enandere rijkspartijen afspraken te maken over de vervolgcycli van denatuurdoelanalyses. Het verbeteren van de natuurdoelanalyses en deverbreding naar alle drukfactoren maken hier onderdeel van uit.335Wanneer is de eerste adviesronde van de EA afgerond?Op dit moment werkt de Ecologische Autoriteit aan de toetsing van delaatste natuurdoelanalyses die vorig jaar zijn aangeleverd en deverwachting is dat ze eind 2024 afgerond zullen zijn.336Hoeveel mol stikstof per hectare per jaar wordt, op basis van de meestactuele informatie, voor eind 2025 van de structurele aanpak stikstofverwacht?Op verzoek van LVVN rapporteert een onafhankelijk consortium vankennisinstellingen (PBL WUR en RIVM) over de voortgang en verwachteeffecten van de maatregelen die in het kader van de structurele aanpakstikstof zijn genomen. Het consortium berekent verwachte effecten voorhet jaar 2030 en niet voor het jaar 2025. De reden hiervoor is dat nog nietalle bronmaatregelen in uitvoering zijn, waardoor het consortium geengoede aannames kon doen. Voor 2030 gaat het consortium ervan uit datalle maatregelen uitgevoerd zijn. Wel laat het de door RIVM recentgepubliceerde «Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2024»zien dat de verwachting is dat de stikstofdepositie verder daalt metgemiddeld circa 55 mol/ha/jaar (4 procent) tussen 2020 en 2025, dezeprognoses gaan uit van emissieramingen van het scenario met vastge-steld beleid uit de KEV 2022.337Hoeveel mol stikstof per hectare per jaar wordt, op basis van de meestactuele informatie, voor eind 2030 van de structurele aanpak stikstofverwacht?Op verzoek van LVVN rapporteert een onafhankelijk consortium vankennisinstellingen (PBL WUR en RIVM) over de voortgang en verwachteeffecten van de maatregelen die in het kader van de structurele aanpakstikstof zijn genomen. De recente rapportages van februari 2024 geveneen zo actueel mogelijk beeld van de verwachte daling van stikstof-emissies en -depositie. De afname van depositie in 2030 voortkomend uithet structurele pakket bedraagt circa 25–31 mol/ha/jr. De door RIVM recentgepubliceerde «Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2024»maakt inzichtelijk dat de verwachting is dat de stikstofdepositie verderdaalt met ongeveer 150 mol/ha/jaar (10 procent) tussen 2020 en 2030,deze prognoses gaan uit van emissieramingen van het scenario metvastgesteld beleid uit de KEV 2022.338Is de regering voornemens om aanvullende stappen te zetten om deomgevingswaarde 2025 uit de Wet stikstofreductie en natuurverbetering(Wsn) te bereiken? Zo ja, op welke manier en op welke termijn?In juni van dit jaar heeft mijn ambtsvoorganger de Kamer geïnformeerddat het realiseren van de omgevingswaarde voor 2025 binnen de tijd niethaalbaar is (Kamerstuk 35 334, nr. 377). Dit is voor een groot deel hetgevolg van de bijgestelde kritische depositiewaarden (KDW). Het kabinetwerkt aan een voorstel om de huidige omgevingswaarden voor stikstofde-positie uit de wet te vervangen. Bewegende doelen moeten wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1075 voorkomen. Deze geven immers geen zekerheid of realistische richtingom op te sturen. De aanpassing van de doelen neemt niet weg dat hetkabinet, zoals aangegeven in het regeerprogramma, er zorg voor zaldragen om de stikstofuitstoot structureel te laten dalen. Het kabinet achtzich immers gehouden aan de bovenliggende verplichtingen zoals dievoortkomen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In het regeerprogrammastaan verschillende aanvullende maatregelen genoemd die hier aan bijzullen dragen, waaronder een versterkte inzet op innovatie, een bredebeëindigingsregeling en een uitvoeringsgerichte en een gebied specifiekeaanpak die in plaats komt van het NPLG. Conform de toezegging in hetcommissiedebat van 4 september 2024 zal de Minister van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor het einde van 2024 een briefaan de Tweede Kamer sturen waarin nader wordt ingegaan hoe hetkabinet vorm geeft aan reductie van de stikstofuitstoot.339Welke generieke maatregelen kan de regering inzetten om alsnog dewettelijke omgevingswaarde voor 2025 te behalen?In diverse rapporten zijn er verschillende opties in kaart gebracht diekunnen bijdragen aan het verder terugdringen van de stikstofuitstoot. UwKamer is hier onder meer afgelopen januari door mijn ambtsvoorgangerover geïnformeerd. In deze brief (Kamerstuk 33 576, nr. 365) zat als bijlageeen overzicht van de mogelijke aanvullende sporen voor beleidsoptiesgericht op de reductie van stikstofemissies. Voor diverse van de hieringenoemde sporen, zoals het stimuleren van innovatieve staltechnieken enhet belonen voor ecosysteemdiensten, is in het hoofdlijnenakkoord ookeen aanvullende inzet afgesproken. Zoals in het antwoord op vraag 338reeds is vermeld, is eerder met uw Kamer gecommuniceerd dat hetrealiseren van de omgevingswaarde voor 2025 binnen de tijd niethaalbaar is. Dit is voor een groot deel het gevolg van de bijgesteldekritische depositiewaarden (KDW).340Is de regering voornemens om aan de slag te gaan met «normeren enbeprijzen» van de sector? Zo ja, op welke termijn gaat de regeringdaarmee aan de slag?In aanvulling op diverse reeds bestaande normen binnen de agrarischesector is in het regeerprogramma aangekondigd dat dit kabinet inzet opeen systematiek waarmee via haalbare bedrijfsspecifieke doelen ofnormen op klimaat- en stikstofemissies gestuurd kan worden. Het stellenvan heldere normen draagt bij aan duidelijkheid voor de boer en draagtbij aan een geborgde, significante daling van emissies. Op dit momentwordt een systematiek uitgewerkt en eind 2024 zal ik de Kamer infor-meren over de contouren hiervan.341Wanneer komt er weer een Kwartaalrapportage Implementatiebronmaatregelen?De laatste voortgangsrapportage Bronmaatregelen is op 17 september2024 met de Tweede Kamer gedeeld en is meegestuurd met de kamerbriefStand van zaken van een aantal moties en toezeggingen in het domeinlandelijk gebied & stikstof (Kamerstuk 35 334, nr. 302). De volgenderapportage wordt naar verwachting voor het eind van 2024 met deTweede Kamer gedeeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1076 342Welke specifieke actieprogramma’s voor klimaatadaptatie in landbouw ennatuur worden momenteel uitgevoerd?Het Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw (AP KAL) is in 2020 aanuw Kamer gezonden en wordt sindsdien tot 2030 uitgevoerd. Medio 2022bent u via een Kamerbrief (Kamerstuk 35 925 XIV, nr. 159) geïnformeerdover de stand van zaken en de vervolgaanpak van dit actieprogramma.Het doel van dit programma is ervoor te zorgen dat in 2030 alle onder-nemers in de land- en tuinbouw voorbereid zijn om te kunnen omgaanmet de veranderingen in het klimaat. Acties van dit programma zijnbijvoorbeeld gericht op water beter vasthouden in landbouwbodems viabodem- en watermaatregelen, verminderen van hittestress bij vee enaanpassen van teelt- en veehouderijsystemen. Hiervoor wordt via hetactieprogramma gewerkt met de vijf pijlers Watersysteem, Bodem-systeem, Gewassen en teeltsystemen, Veehouderij en Ondersteunendeinstrumenten gericht op Kennis en innovatie, Regionale aanpak enRisicomanagement.Het Actieprogramma Klimaatadaptatie Natuur (AP KAN) wordt in hetnajaar van 2024 opgeleverd, zal begin 2025 in uitvoering gaan en loopt toten met 2030. Het doel van dit programma is om in 2030 het Rijk, mede-overheden en terreinverantwoordelijken toegerust te hebben om te gaanmet de effecten van de grootste klimaatrisico’s voor de natuur en debiodiversiteit en deze, waar mogelijk, in te perken, natuur inclusieveoplossingen in te zetten voor klimaatadaptatie in de fysieke leefomgeving,en klimaatadaptatie van en met de natuur kade stellend voor beleid enuitvoering in de fysieke leefomgeving te maken.343Hoeveel budget is er toegewezen voor investeringen in kennis eninnovaties met aanpasbare teelten en plantenrassen die beter bestand zijntegen droogte en verzilting?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 26.344Hoe wordt het emissiebeleid vormgegeven?In het Regeerprogramma is onder andere aangegeven dat dit kabinet inzetop een systematiek waarmee via haalbare bedrijfsspecifieke doelen ofnormen op emissies gestuurd gaat worden in de agrarische sector. Dewijze waarop reductie plaatsvindt, zal in aanvulling op diverse reedsbestaande regelingen, uit verschillende sporen blijven bestaan. Daarbijgaat het onder meer om ondersteuning van boeren om met stal- enmanagementmaatregelen emissies te verlagen, een vrijwillige beëindi-gingsregeling en haalbare bedrijfsspecifieke normen voor klimaat enstikstof. De komende tijd worden deze sporen in samenhang verderuitgewerkt.345Welke specifieke actieprogramma’s voor klimaatadaptatie in landbouw ennatuur worden momenteel uitgevoerd?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 342.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1077 346Hoeveel budget is er toegewezen voor investeringen in kennis eninnovaties met aanpasbare teelten en plantenrassen die beter bestand zijntegen droogte en verzilting?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 26.347Waaruit bestaat het bestaande maatregelenpakket om aan de klimaat-opgave in de landbouw te voldoen? Wat is de geschatte effectiviteit vandit pakket om aan de klimaatopgave te voldoen?Om aan de klimaatopgave in de landbouw te voldoen zet het kabinet zichin om boeren, tuinders, overheden en landbeheerders te ondersteunen bijhun inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.Maatregelen die bijdragen aan het realiseren van de klimaatopgave zijnonder andere innovatieve maatregelen op het gebied van stal,mest(opslag), dier en voer, het faciliteren van de opschaling van mestver-gisting, de aangekondigde vrijwillige beëindigingsmaatregelen, en hettoewerken naar doelsturing met bedrijfsspecifieke doelen voor broeikas-gassen. In samenwerking met sector- en ketenpartijen wordt er een (optermijn afrekenbare) stoffenbalans ontwikkeld, gericht op onder andere dereductie van de uitstoot van broeikasgassen. Verder is in het glastuin-bouwconvenant een samenhangend pakket van beprijzende-,normerende- en subsidiemaatregelen afgesproken, inclusief eenindividuele CO2-heffing vanaf 2025.In de Klimaat en Energieverkenning (KEV) rapporteert het PBL jaarlijkshoeveel broeikasgassen Nederland het afgelopen jaar heeft uitgestoten enhoeveel uitstoot het PBL in de komende jaren verwacht, op basis vanvastgesteld, voorgenomen en geagendeerd beleid. In 2023 stootte delandbouw 24,9 Mton CO2 eq. uit en was de verwachtte uitstoot in 2030tussen de 19 en 22 Mton CO2 eq. Daarmee lag het klimaatdoel voor delandbouw voor 2030 (17,9 Mton CO2 eq.) nog niet binnen bereik.348Hoeveel stallen bevinden zich op een afstand van 250, respectievelijk500 meter tot een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied?De beste benadering, die ik u op dit moment kan geven, is een tellingwaarbij per gebouw op basis van de uiterlijke kenmerken in de 3D BAG28bepaald wordt of het een stal is. Daarbij is het mogelijk dat een stal nietals zodanig herkend is of dat een gebouw de uiterlijke kenmerken van eenstal heeft, maar niet (meer) als stal gebruikt wordt. Deze telling laat ziendat zich ongeveer 13.600 stallen binnen een straal van 500 meter rondstikstofgevoelige Natura 2000-gebieden bevinden, waarvan ongeveer7.700 binnen een straal van 250 meter.349Welke programma’s richten zich nu specifiek op reductie van ammoniakdoor bedrijven op een afstand van 250 tot 500 meter?In de stikstofaanpak speelt naast emissie de afstand van bedrijven totoverbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden een rol. Er zijn geenprogramma’s die zich specifiek richten op de reductie van ammoniak doorbedrijven op een afstand van 250 tot 500 meter tot Natura 2000-gebieden.Overigens wil dit kabinet inzetten op emissie- in plaats van depositie-28https://3dbag.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1078 beleid, en willen zowel kabinet als Kamer af van de term piekbelaster,conform de motie Holman c.s. (Kamerstuk 30 252, nr. 134).350Hoe verhoudt het budget voor ruimhartige stoppersregelingen zich tot devraag ernaar in de sector enerzijds en de noodzaak voor stikstofreductieanderzijds?Ik verwacht met het huidige budget voor de Lbv van € 1.090 miljoen envoor de Lbv-plus van € 1.800 miljoen alle aanvragen van veehouders diezijn ingediend en die aan de voorwaarden voldoen te kunnen toewijzen.Daarnaast ben ik voornemens in het kader van de aanpak mestmarkt tekomen met een nieuwe brede beëindigingsregeling in aanvulling op debestaande regelingen. De beëindigingsregelingen zijn een belangrijkonderdeel van de aanpak voor reductie van stikstof op stikstofgevoeligenatuur in Natura-2000-gebieden. De regelingen zorgen er voor dat deveestapel blijvend krimpt en dat de noodzakelijke reductie in ammoniak-emissie en in stikstofdepositie blijvend is. Daarnaast dragen de regelingenbij aan de realisatie van de klimaatopgave en de opgave om de druk op demestmarkt te verlichten.351Welke gevolgen heeft het schrappen van het NPLG voor het betrekken vande provincies?De komende periode zal ik duidelijk maken hoe ik gebiedsspecifiek enuitvoeringsgericht aan de slag ga met de doorontwikkeling van de aanpaklandelijk gebied. Dat doe ik vanzelfsprekend samen met mijn collega-bewindslieden in het kabinet, de provincies evenals de waterschappen ende gemeenten. Omwille van een samenhangende aanpak van de opgavenop de boerenerven en in de gebieden zal ik het voortouw nemen in deafstemming van taken, rollen en verantwoordelijkheden.352Welke gevolgen heeft intensivering van de veehouderij voor eensociaaleconomisch vitaal landelijk gebied?De Kamer vraagt naar de gevolgen van de intensieve veehouderij vooreen sociaaleconomisch vitaal landelijk gebied. In het Regeerprogrammaheeft het kabinet aangegeven dat zij een leefbaar, sociaaleconomischvitaal landelijk gebied, waar het goed wonen, werken, recreëren enondernemen is, belangrijk vindt. Hoe dit er nu en in de toekomst uitziet,verschilt per gebied.In diverse gebieden speelt de intensieve veehouderij een rol bij desociaaleconomische vitaliteit, zowel in positieve als negatieve zin. Hetzorgt voor werkgelegenheid en bedrijvigheid in de primaire landbouw enbij aanleverende en afnemende partijen, ook voorziet het Nederland en dewereld van kwalitatief goed voedsel. Tegelijkertijd legt de intensieveveehouderij druk op thema’s als milieu, luchtkwaliteit en de biodiversiteit.De toekomstige impact van de intensieve veehouderij op de sociaalecono-mische vitaal landelijk gebied is afhankelijk van de ontwikkeling van deintensieve veehouderij. Omdat deze ontwikkeling erg dynamisch is, is hetlastig nu aan te geven wat de gevolgen zijn voor de sociaaleconomischvitaliteit van het landelijk gebied. Wel vind ik het van belang dat er bij detoekomstige ontwikkeling van de agrarische sector, en dus ook deintensieve veehouderij, oog is voor de sociaaleconomische effecten en devitaliteit van het landelijk gebied. In het Regeerprogramma heb ik eenconcretisering van de aanpak van mijn ministerie aangekondigd. Het ismijn ambitie om ervoor te zorgen dat het overal in het landelijk gebied fijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1079 en gezond wonen, werken, recreëren en ondernemen is, nu en in detoekomst.353Wat is de tijdlijn voor het (ontwikkelen van het) alternatief voor hetNationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)?Op dit moment ben ik bezig met het ontwikkelen van de nieuwe aanpak.Vóór het commissiedebat van 4 december 2024 stuur ik uw Kamer eenbrief waarin ik de contouren van de hiervan uiteen zet. Ondertussen benen blijf ik in gesprek met belanghebbenden over de nieuwe aanpak. Na deKamerbrief en het gesprek met uw Kamer hierover, werk ik de aanpakverder uit in de eerste helft van 2025. Overigens gaat de uitvoering van deeerder toegekende maatregelpakketten door provincies, pas net van start.Dit loopt de komende jaren door. Ook op die manier wordt een bijdragegeleverd aan het bereiken van de doelen.354Wat zijn de wettelijke doelen waaraan het NPLG moest bijdragen? Welkevan deze doelen zijn op dit moment binnen bereik?Het NPLG was gericht op het toekomstbestendig ontwikkelen van hetlandelijk gebied. Dit mede met het oog op het voldoen aan internationaleverplichtingen op het gebied van natuur (de Vogel- en Habitatrichtlijn,waarbij voorgesorteerd werd op de Natuurherstelverordening), water(Kaderichtlijn Water) en klimaat (Klimaatakkoord van Parijs en GlobalMethane Pledge). Voor een deel zijn deze internationale verplichtingenvertaald naar nationale doelen die in de wet- en regelgeving verankerdzijn: zoals tegengaan van verslechtering van natuur, de omgevings-waarden in de Omgevingswet voor stikstofdepositie (ten behoeve van deVogel- en Habitatrichtlijn) en voor waterkwaliteit en -kwantiteit en dehydrologische condities van Natura 2000-gebieden (ten behoeve van deKaderrichtlijn Water). De klimaatdoelen voor landbouw en landgebruik diehet NPLG bevatte zijn verankerd in de Voorjaarsnota van 2023 en gevenuitwerking aan de doelen uit de Klimaatwet. Het NPLG bevatte daarnaastook doelen die een verdere uitwerking geven aan de bovengenoemdewettelijke doelen. Een voorbeeld hiervan is de Bossenstrategie die o.a.bijdraagt aan de klimaatdoelen en de VHR en Natuurherstelverordening.Begin dit jaar concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)in de ex ante analyse Nationaal Programma Landelijk Gebied dat met deuitwerking van de Provinciale plannen landelijk gebied (PPLG’s) zoals dieer op 1 juli 2023 lagen, het volledig doelbereik van de natuur, water enklimaatdoelen binnen grofweg een decennium niet plausibel is. De PPLG’swaren voornamelijk op hoofdlijnen geformuleerd en er moest nog veelworden uitgewerkt. In algemene zin geldt dat de voortgang van deverschillende doelen wordt gemonitord. Zo wordt klimaatbeleidgemonitord via de Klimaat- en Energieverkenning van het PBL. Dezeverschijnt eind oktober en zal zicht geven op de voortgang van desectoren landbouw en landgebruik. De tussenevaluatie van de Kader-richtlijn Water die in december van dit jaar gereedkomt, zal meer inzichtgeven in de stand van zaken en welk handelingsperspectief er is om totdoelbereik te komen.Voor het commissiedebat van 4 december 2024 stuur ik uw Kamer eenbrief waarin ik de contouren van de gebiedsspecifieke en uitvoeringsge-richte aanpak in plaats van het NPLG uiteenzet.355Is door het vervallen van het NPLG een oplossing voor PAS-meldersdichterbij gekomen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1080 De inzet van het NPLG was om gebiedsgericht een transitie voorlandbouw en natuur te realiseren, waardoor PAS-melders mogelijkkonden worden gelegaliseerd.Ik zal de komende tijd inzetten op een gebiedsgerichte aanpak, dieaangrijpt op de gebieden waar de natuur er slecht voor staat.We zetten tegelijkertijd vol in op het oplossen van de PAS-melders. Wekiezen daarbij voor een verbrede aanpak. Als laatste hoop ik een juridischhoudbare ondergrens in te kunnen stellen. PAS-melders hoeven dan geenvergunning meer voor hun PAS-melding aan te vragen.356Op welke punten wilt de regering wijzigingen voorstellen voor regels rondbiotechnologie?Daar waar het nieuwe producten betreft die met biotechnologie geprodu-ceerd zijn is de novel foods regulation van kracht, op basis waarvan deEuropese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA nieuwe voedselproductentoetst op voedselveiligheid. Het Ministerie van VWS is verantwoordelijkvoor de voedselveiligheid van levensmiddelen, novel foods inbegrepen.We zullen uw vraag bij hen onder de aandacht brengen.357Op wat voor punten wil het kabinet wijzigingen voorstellen voor regelsrond biotechnologie?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 356.358Wat gaat het kabinet doen om dit gelijk speelveld rondom biotechnologiete creëren, gelet op het gegeven dat plantveredelingstechnieken,producten via fermentatie en kweekvlees worden gebruikt, goedgekeurden gelanceerd buiten Nederland en buiten de EU?Het kabinet werkt momenteel aan een visie op biotechnologie, waarplantenveredeling, precisiefermentatie en kweekvlees belangrijkeonderdelen van zijn. In het kader van deze visie worden gesprekkengevoerd met bedrijven over welke drempels zij ervaren als het gaat omeen gelijk speelveld. Deze visie wordt voorbereid door de Ministeries vanEZ en I&W in samenwerking met de Ministeries van OCW, VWS en LVVNen wordt begin volgend jaar verwacht (Kamerstuk 27 428, nr. 404 van25 september 2024), gevolgd door een actieprogramma. Dat programmazal ook ingaan op mogelijke maatregelen voor het creëren van eeninternationaal gelijk speelvel.359Op welke punten wil het kabinet de Europese wet- en regelgeving omtrentnatuur, mest, pulsvisserij en biotechnologie aanpassen?Het kabinet zet in de EU onder andere in op een toekomstbestendigvoedselsysteem met perspectief voor onze boeren, tuinders en vissers enhun verdienvermogen. De inzet van het kabinet bij beoogde wijzigingen inbestaande (en toekomstige) EU-wet- en regelgeving is erop gericht om dedoelen in het Hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma te bereiken.Het kabinet heeft hierbij bijzondere aandacht voor het mestdossier. Overde specifieke inzet van het kabinet op individuele dossiers wordt deKamer via de gebruikelijke weg geïnformeerd, zoals recent over de inzetop het mestdossier (Kamerstuk 33 037, nr. 559).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1081 360Wat wordt bedoeld met de woorden «onder andere» in de zin «Het kabinetwil daar op een aantal punten wijzigingen in voorstellen, onder anderevoor regels rond natuur, mest, pulsvisserij en biotechnologie»? Op welkeonderwerpen wil de regering nog meer wijzigingen voorstellen?Het kabinet bekijkt de inzet op individuele EU-dossiers vanuit de doelenvan het Hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma en zal inzetten opeen toekomstbestendig voedselsysteem met perspectief voor boeren,tuinders en vissers en hun verdienvermogen. Over de overkoepelendeinzet in de EU op de LVVN-onderwerpen wordt de Kamer dit najaar nadergeïnformeerd.361Hoe vaak hebben provincies tot dusver gebruik gemaakt van de NationaleGrondbank? Waarvoor precies?Inmiddels zijn er negen casussen op verzoek van de provincie, waarvooropdracht is, of binnenkort wordt, verleend aan het Rijksvastgoedbedrijfom namens de Nationale Grondbank het aankoopproces uit te voeren. Hetgaat hierbij om een totale omvang van circa 870 hectare agrarische grond(met twee agrarische bedrijfslocaties). Daarnaast zitten er nog drieconcrete casussen in de pijplijn met een totale omvang van circa 90hectare agrarische grond en zijn een aantal casussen afgesloten (omdatbijvoorbeeld geen overeenstemming kon worden bereikt).De Nationale Grondbank zorgt voor een betere grondmobiliteit diebijdraagt aan het halen van de doelen uit het Regeerprogramma, zoalsbeschikbaarheid van landbouwgrond voor perspectief (jonge)boeren (o.a.via ruil van grond, verplaatsen, omvormen), een gezonde natuur,voldoende en schoon water en schone lucht. Dit mede in relatie tot deaanpak stikstof, de toekomst van de landbouw en het sturen op herverka-veling. De Nationale Grondbank is een ondersteunend instrument aan debeleidsdoelen.362Geldt het verbod van nationale koppen op Europees beleid voor zoweldoelen als middelen?In het regeerprogramma is aangegeven dat er geen nieuwe nationalekoppen op Europees beleid komen en bestaande koppen waar mogelijkworden geschrapt. Daarbij kijkt het kabinet – naast landbouw – ook naarwelke andere nationale koppen kunnen worden geschrapt, uiteraard metbehoud van doelbereik en met oog voor de consequenties daarvan. Definanciële consequenties maken onderdeel van uit van de verdereuitwerking. Doel is immers naast het creëren van een gelijk speelveld, ookde vermindering van lasten en regeldruk voor agrarische ondernemers.Ook wordt op dat moment bij de verdere uitwerking gekeken naar de(eventuele) gevolgen voor de financiële middelen van de overheid.363Waar moet aan gedacht worden wanneer gesproken wordt over hetrealiseren van vraaggestuurde experimenteerlocaties? Kan er eenoverzicht gegeven worden van experimentonderwerpen waar tot opheden om gevraagd wordt?Experimenteerlocaties zijn fysieke praktijkomgevingen waar boeren,kennisinstellingen, ketenpartijen en overheid samenwerken aan hetexperimenteren, uittesten en valideren van kennis en innovaties zodatdeze beter aansluiten bij de dagelijkse praktijk van het boerenerf.Agrarische ondernemers kunnen zelf problemen, of potentiële oplos-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1082 singen, aandragen waar ze op een experimenteerlocatie aan willenwerken (vandaar vraag gestuurd). Deze locaties kenmerken zich doordatze niet aan individuele problematiek werken, maar juist kijken naar hetgehele bedrijfssysteem en dus naar integrale oplossingen. In voorbe-reiding op de nationale regeling voor experimenteerlocaties die in 2025start zijn er op dit moment 4 pilot experimenteerlocaties en 15 experimen-teerlocaties in de ontwerpfase. Zij werken aan onderwerpen zoals stikstof-en methaanreductie uit mest bij melkveehouders in het Groene Hart,maatregelen tegen verdroging en verzilting voor vollegrondsgroentetelersin Noord-Holland, verminderen gewasbeschermingsmiddelen in defruitteelt in de Betuwe en in de akkerbouw in Flevoland, stalinnovaties inFriesland en korte ketens in Noord-Brabant.364Hoe wordt het noodzakelijke overleg met de sector vormgegeven?Het kabinet is voornemens om ieder kwartaal een breed bestuurlijkoverleg te organiseren. De werkwijze wil ik graag met de deelnemersvormgeven. Het eerste overleg wordt in november ingepland.Over tal van onderwerpen vindt al overleg plaats met sector- en anderepartijen, zowel op technisch als op bestuurlijk niveau. U kunt daarbijdenken aan bestaande overlegstructuren zoals het Noordzeeoverleg of hetBestuurlijk overleg mest.In aanvulling daarop wil ik ook een dialoog voeren over de toekomst vande landbouw en het voedselsysteem. Hoe kunnen we gestelde doelenbereiken met innovatieve oplossingen op zo’n manier dat voedselze-kerheid voor de lange termijn gegarandeerd is én er voldoende verdienca-paciteit is voor primaire producenten en partijen in de keten? Daarvoorrichten we een overlegtafel in die regelmatig bij elkaar komt en waaraanvertegenwoordigers van (in ieder geval) primaire producten, ketenpartijenen maatschappelijke organisaties deelnemen.365Is de verwachting dat het budget voor de Landelijke beëindigingsregelingveehouderijlocaties (Lbv) en Landelijke beëindigingsregeling veehoude-rijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) regelingen volledig zal wordenbenut, en had in deze verwachting de ruim 43 miljoen euro die ertaakstellend op bezuinigd wordt ook kunnen worden uitgegeven?Momenteel worden de laatste aanvragen in het kader van de Lbvbeoordeeld en beschikt. Voor de Lbv-plus geldt dat deze nog openstaat toten met 20 december 2024. Voor de beide regelingen kan op basis van hethuidige verloop worden geconcludeerd dat het budgetplafond vooralsnogvoldoende is. De komende maanden kan dit beeld echter nog wijzigen.Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de bezuiniging van € 43 miljoen deuitvoering van de regelingen niet in de weg staat. Ik informeer uw Kamerregelmatig over de voortgang van de uitvoering van deze regelingen.366Hoeveel fte wordt er wegbezuinigd met de bezuiniging van11.498.000 euro en op welke taken?De taakstelling van circa € 11,5 mln. is verwerkt in de Ontwerpbegroting2025 van LVVN. De taakstelling is budgettair ingevuld door het apparaats-artikel (art. 50) te verlagen. Via een aanstaande reorganisatie wordt vormgegeven aan het lagere personeelsbudget. Het resterende deel is ingevulddoor middel van een efficiencykorting op alle uitvoeringsorganisaties van0,5% per jaar, oplopend naar 2,5% structureel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1083 367Geldt de Rijksbrede bezuiniging op de apparaatsuitgaven ook voor deNVWA? Zo ja, hoeveel fte wordt daar bezuinigd en welke taken en/ofcontroles kunnen daarmee niet meer worden uitgevoerd?Ja, de NVWA draagt bij in de taakstelling met 0,5% per jaar, oplopend tot2,5% vanaf 2029. De invulling is nog niet geheel uitgewerkt, maar in iedergeval in de eerste jaren vult NVWA dit in middels efficiencyverbeteringen.Voor de eerste jaren is nog geen sprake van bezuinigingen op FTE’s. Hetniet uitvoeren van taken en/of controles wordt ook in de uitwerkingbezien.368Op welke exacte subsidies zal worden bezuinigd met de bezuiniging opsubsidies van 48 miljoen euro?In de tabel staat een uitsplitsing van de subsidies waarop een bezuiniginggroter dan € 0,5 mln. is verwerkt in 2025.Bezuinigingen op het subsidiebudget (bedragen * € 1 mln.)Artikel2025Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties-plus21– 19,9Landelijke beindigingsregeling veehouderijlocaties21– 12,4Projecten mestbeleid21– 2,3Subsidieregeling brongerichte aanpak emissies (klimaat)21– 1,4Missiegedreven Topsectoren23– 1,1Aanvulling budget ECO-regeling21– 0,9Energie-efficientie glastuinbouw21– 0,9Aanvalsplan landschapselementen22– 0,9Onderzoeksprogrammering23– 0,7Verplaatsingsregeling22– 0,5Saneringsregeling Garnalenvisserij22– 0,5Maatwerkoplossingen piekbelasters22– 0,5Overige subsidiesdiv.– 6,0Totaal– 48,0 369Welke gevolgen heeft de verlaging van 1,1 miljoen euro op de subsidiesvoor topsectoren voor innovatie en samenwerking met de praktijk?Dit heeft tot gevolg dat de investeringen in de Kennis- en InnovatieagendaLandbouw-Water-Voedsel met eenzelfde bedrag afnemen. Dit betekent dater minder (onderzoeks)projecten kunnen starten en minder hefboomeffect optreedt door lagere private bijdrage.370Wat zijn de oorzaken van de onderuitputting van 110 miljoen euro voor demaatregel gerichte beëindiging (MBG)?De MGB bevat elementen met staatssteun en vergde goedkeuring door deEuropese Commissie. Dit traject is voor de zomer in gang gezet. Omdatonzeker was hoe veel tijd de goedkeuringsprocedure zou kunnen gaanvergen en of de daarvoor beschikbare middelen op de begroting voor2024 nog dit jaar tot uitbesteding zouden kunnen komen, is uit voorzorgbesloten om de middelen middels een kasschuif toe te voegen aan debegroting voor 2025. Inmiddels heeft de Europese Commissie metbetrekking tot staatssteun ingestemd met de MGB. Publicatie enopenstelling voor provincies is dit najaar voorzien. Specifieke uitkeringenaan provincies kunnen dan vanaf begin 2025 aan provincies wordenverstrekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1084 371Welke gevolgen heeft de kasschuif voor schadevergoeding PAS-meldersvoor het oplossen van de PAS-problematiek?De kasschuif heeft geen gevolgen voor het bieden van oplossingen aanPAS-melders. Door de kasschuif wordt geborgd dat vergoedingen ookover enkele jaren nog uitgekeerd kunnen worden.372Hoeveel bedrijven hadden zich in 2024 respectievelijk aangemeld voor deregeling Lbv en Lbv-plus? Hoeveel daarvan zijn daadwerkelijk opgekocht?Het totaal aantal aanvragen voor de Lbv en de Lbv-plus bedraagt tot opheden 1448. Voor de Lbv zijn alle 669 aanvragen in 2023 gedaan,aangezien de regeling op 1 december 2023 is gesloten. Voor de Lbv-pluszijn er 774 aanvragen in 2023 en 2024 gedaan, dit aantal loopt nog op.Voor vijf aanvragen geldt dat nog niet duidelijk is onder welke regeling zijvallen. Op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordtde actuele stand van het aantal aanvragen en beschikkingen bijge-houden29. Nog geen van deze bedrijven heeft aan alle vereisten voldaandie zijn verbonden aan de subsidie en die moeten resulteren in dedefinitieve en onherroepelijke beëindiging van de veehouderijlocatieovergegaan. Ondernemers hebben tijd nodig om dit proces te doorlopen.De verwachting is dat de eerste aanvragers hun locatie in de eerste helftvan 2025 zullen beëindigen.373Hoeveel is er in 2024 uitgegeven aan respectievelijk de Lbv en Lbv-plus?Op 25 september 2024 was er 197.747.386 euro betaald aan boeren diemeedoen aan de Lbv en de Lbv-plus. De rest van het jaar zullen er nogmeer betalingen volgen. Dit is echter lastig in te schatten wanneer dezebetalingen zullen plaatsvinden. De termijnen die boeren krijgen om aan devoorwaarden te voldoen lopen vak over de jaargrens heen dus het ismoeilijk in te schatten in welk jaar welk deel van de regeling uitbetaaldword aan de boer.374Hoeveel stikstofruimte hebben respectievelijk de Lbv en Lbv-plusopgeleverd? Hoe verhoudt dit zich tot het mestplafond?Op dit moment is nog niet wat de resultaten van deze beëindigingsrege-lingen zullen zijn, aangezien deze nog lopen. Voor de inschatting van dereductie van de stikstofproductie die gehanteerd is in het kader van hetwetsvoorstel mestproductieplafonds verwijs ik u naar de memorie vantoelichting bij dat wetsvoorstel.375Hoeveel bedrijven hadden zich in 2024 aangemeld voor de MGB? Hoeveeldaarvan zijn er daadwerkelijk opgekocht?De Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties(MGB) is in de eindfase van de voorbereiding. In oktober 2024 vindt depublicatie plaats en de openstelling voor provincies is op 2 december a.s.De MGB is geen opkoopregeling. Het is een vrijwillige beëindigingsre-geling voor veehouderijlocaties, die liggen binnen de geografischeafbakening van de regeling (veenweide, beekdalen, zandgronden enovergangsgebieden N2000). Subsidiabel is de gehele of gedeeltelijke29Lbv en Lbv-plus actueel (rvo.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1085 sluiting van veehouderijlocaties. De veehouderijondernemingen wordengecompenseerd voor het waardeverlies van hun productiecapaciteit, voorhet doorhalen van dierrechten en voor het slopen en afvoeren van deproductiecapaciteit, en ook voor de kosten van leges en planologischeprocedures en advies, die verband houden met de uitvoering van deduurzame beëindiging van de bedrijfslocatie, alsmede de kosten voordeskundige advisering.376Hoeveel heeft de MGB in 2024 gekost?2024 is het jaar van de voorbereiding van de MGB. Voor voorbereidings-kosten, met name inhuur en kosten van RVO, is voor 2024 € 0,7 mln.begroot. Er wordt binnen dat budget gebleven.377Hoeveel stikstofruimte heeft de MGB opgeleverd in 2024?Op 14 augustus jl. heeft de Europese Commissie ingestemd met deRegeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties(MGB). Het is mijn inzet de MGB zo snel mogelijk te publiceren in deStaatscourant en daarmee voor provincies open te stellen. Zodatprovincies – naast het kunnen aanvragen van de MGB-subsidie – ookeerder aan hen verstrekte middelen via hun provinciale instrumenten inovereenstemming met de vereisten van de MGB kunnen inzetten terondersteuning van de provinciale gebiedsgerichte aanpak. Deopenstelling van de regeling staat gepland voor eind dit jaar. Er zijn noggeen vergunningen ingetrokken en de maatregel heeft daarom nog geenstikstofruimte kunnen leveren.De voorganger van de MGB was de Maatregel gerichte aankoop enbeëindiging (MGA-1). Deze maatregel stond open tot 1 december 2022. Deaankopen van de MGA 1 zijn nog niet volledig afgerond. Het PBL heeftberekend dat de verwachte reductie in stikstofdepositie als gevolg vandeze maatregel in 2030 circa 2,4 mol/ha/jaar gemiddeld is op stikstofge-voelige Natura 2000-gebieden.378Welke opkoopregelingen staan ervoor respectievelijk 2025 en 2026gepland? Hoeveel budget is er respectievelijk in 2025 en 2026 beschikbaarvoor de opkoopregelingen? Wat is de verwachte stikstofruimte die ditoplevert?Dit jaar nog zal de Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging veehouderijlo-caties (MGB) worden opengesteld. Dit is een SPUK op basis waarvanprovincies middelen aan kunnen vragen om in te zetten voor eigenprovinciale beëindigingsregelingen. De MGB zal de komende drie jaaropen staan. Het budget bedraagt € 140 miljoen.Daarnaast wordt een brede beëindigingsregeling voorbereid, waarvan deuitgangspunten voor het eind van dit jaar aan uw Kamer wordenverzonden. Er vinden nog besprekingen plaats over het budget uit deHLA-middelen dat voor deze regeling vanaf 2026 beschikbaar zal zijn.Zoals door de Minister van LVVN in eerder genoemd Commissiedebat isaangegeven, is het naar versnellen van beleid en procedures ingewikkeld.De toezegging is daarbij gedaan dat een poging gewaagd zal worden,onder de voorwaarde dat de regeling tijdig gereed is en de goedkeuringheeft van de Europese Commissie. Mocht eerdere openstelling (in 2025)mogelijk blijken en er eerder middelen nodig zijn dan zal daar in hetvoorjaar besluitvorming plaatsvinden over het naar voren halen van demiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1086 Een verwachte stikstofopbrengst is voor deze regelingen nog niet tegeven.379Hoe ziet de besteding van 8 miljoen euro voor natuurmonitoring erprecies uit?Van de € 8,0 mln. extra middelen voor natuurmonitoring in 2025 wordt€ 7,5 mln. besteed aan het Verbeterprogramma VHR-monitoring en deintensivering van de uitvoering van de monitoring. Het Verbeterpro-gramma heeft als doel een verbeterde, landelijk uniforme, gebiedsge-richte monitoringsystematiek voor de implementatie van de Vogel- enHabitatrichtlijn. Onderdeel van het programma zijn onder andere hetontwikkelen van uniforme beoordelingskaders voor de kwaliteit vanhabitattypen en leefgebieden van soorten, het ontwikkelen van eenuniforme monitoringsystematiek voor omgevingscondities, en hetontwikkelen van een systeem voor het centraal vastleggen van voortgangen effectiviteit van natuurmaatregelen. Daarnaast wordt € 0,5 mln. extrabesteed aan het openstellen van de Nationale Databank Flora en Fauna(NDFF).380Worden de middelen ook voor «Hoofdlijnenakkoord: mest» ook ingezetvoor verlaging van de mestproductie?De 5 miljard uit het Hoofdlijnenakkoord voor de agrarische sector is vanaf2026 onder andere bestemd voor mest en daarnaast voor een bredebeëindigingsregeling. Specifiek voor 2025 is 15 miljoen euro vrijgemaaktvoor de maatregelen uit de brief aanpak mestmarkt (Kamerstuk 33 037,nr. 559), daaronder valt in elk geval één maatregel die bijdraagt aan deverlaging van de productie van stikstof in de mest: het voerspoor.381Waar komen de benodigde middelen van 72 miljoen euro vandaan voorhet «aankoopbudget Nationale Grondbank»? Waar is dit bedrag opgebaseerd?De 72 miljoen wordt vanuit de aanvullende post bij Ministerie vanFinanciën toegevoegd aan de LVVN-begroting met de afspraak dat naverkoop van de gronden dit budget weer teruggaat naar het Ministerievan Financiën. Daarmee is voor de jaren 2025–2027 – samen met het aleerdere beschikbare budget van € 100 miljoen – totaal € 172 miljoenbeschikbaar voor het aankopen door de Nationale Grondbank, waarvan€ 65 miljoen in 2025.Dit bedrag is gebaseerd op een inschatting van de vraag van provinciesen inschatting van LVVN hoeveel agrariërs op vrijwillige basis grondaanbieden als zij gebruikmaken van een beëindigingsregeling van deoverheid.382Zullen de meerdere aankoopprojecten, die momenteel worden uitgevoerddoor de Nationale Grondbank, de beschikbare 100 miljoen euro, die meteen kasschuif naar 2025 en 2026 worden verschoven, volledig benutten?Zo nee, waarom worden er dan aanvullende middelen aangewend voorhet aankoopbudget?De huidige inzichten geven aan dat de middelen van € 172 miljoen (tot enmet 2027) nodig zullen zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1087 383Hoeveel hectare grond zal er met de lopende aankooptrajecten wordenaangekocht in 2025 en 2026, met hierbij een onderverdeling in hetbeoogde doel (zoals verplaatsing, extensivering en natuuruitbreiding)?Bij de lopende casussen én die nu in de pijplijn zitten gaat het om eentotale omvang van bijna 1.000 ha agrarische grond. Een onderverdelingnaar het beoogde doel is vooraf niet te maken maar wordt duidelijk opmoment van verkoop op basis van de ruimtelijke bestemming.384Wat is het gevolg van de korting op de Lbv- en Lbv-plusregelingen opgegarandeerde betalingen aan boeren in 2025?Ondernemers die in het kader van de Lbv en de Lbv-plus een verlenings-beschikking hebben ontvangen hoeven zicht geen zorgen te maken overuitbetaling van de subsidie. Gaan zij daadwerkelijk over tot beëindiging envoldoen zijn aan de vereisten, dan ontvangen zij subsidie.385Hoe verhoudt enerzijds de bezuiniging op het mestbeleid van2,3 miljoen euro binnen de subsidietaakstelling zich tot het beschikbaarstellen van gelden voor onder andere een subsidieregeling om mestver-werking te stimuleren?Het Hoofdlijnenakkoord bevat een taakstelling voor de subsidies in 2025die Rijksbreed geldt. Dit raakt alle subsidie-instrumenten van deLVVN-begroting. Tegelijkertijd wordt 15 miljoen euro vrijgemaakt voor deaanpak mestmarkt in 2025, daaronder valt ook voor een nieuwe subsidie-regeling mestverwerking. Deze middelen zijn uitgezonderd van detaakstelling en zijn noodzakelijk om de urgente problematiek aan tepakken.386Zijn er bedrijven die zich in hadden getekend voor de Lbv en/of deLbv-plus die zich inmiddels weer hebben afgemeld? Zo ja, hoeveel?Op 25 september jongstleden waren 40 subsidieaanvragen ingetrokkendoor de ondernemer. Op de site zoals genoemd bij het antwoord opvraag 372 wordt de actuele stand bijgehouden van onder meer het aantalingetrokken aanvragen.387Welk percentage van het aantal aanmeldingen zal naar verwachtingdaadwerkelijk deelnemen en hoeveel mol stikstof per hectare per jaar zaldit naar verwachting opbrengen in 2025 en 2030?De Lbv en de Lbv-plus zijn vrijwillige regelingen. Uiteindelijke deelname isafhankelijk van verschillende factoren en de uiteindelijke individueleafweging die ondernemers maken. Momenteel wordt op mijn depar-tement gewerkt aan een analyse van de potentiële opbrengst van de Lbven de Lbv-plus. Zodra deze gereed is, zal ik deze met uw Kamer delen.388Is de animo voor deelname aan deze regelingen naar verwachting groterof kleiner geworden door de plannen uit het Hoofdlijnenakkoord?De trend in het aantal aanmeldingen voor de Lbv-plus is al geruime tijdstabiel. Net als in de periode voorafgaande aan de presentatie van hetHoofdlijnenakkoord worden door RVO nog enkele aanmeldingen per weekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1088 ontvangen. De openstellingstermijn voor de Lbv was reeds verstreken ophet moment van presenteren van het Hoofdlijnenakkoord. Er is geenaanwijzing dat de plannen uit het Hoofdlijnenakkoord invloed hebben ophet aantal aanmeldingen voor deze regelingen. Op dit moment is het nietmogelijk aan te geven of de plannen uit het Hoofdlijnenakkoord het HLAinvloed hebben op het aantal daadwerkelijke deelnamen door bedrijven.389Wat is de argumentatie voor de korting in het budget voor het Collegevoor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)vanaf 2025?In tabel 9 van de begroting 2025 staat de bijdrage voor het College voorde toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Hetbedrag voor de jaren 2025 tot en met 2029 is het budget dat op ditmoment binnen het Ministerie van LVVN is gereserveerd voor het Ctgb.Het bedrag voor het jaar 2023 is het bedrag dat in dat jaar daadwerkelijk isuitgekeerd aan het Ctgb. Dit is dus inclusief de bijdragen van de Minis-teries van IenW, SZW en VWS. In 2024 moet een deel van deze bijdragennog door LVVN worden ontvangen, dat zal bij Najaarsnota 2024 gebeuren.Het budget dat LVVN gereserveerd heeft voor de bijdrage aan het Ctgbwordt dan opgehoogd met de ontvangen bijdragen van de genoemdeministeries. Komende jaren zal dit op dezelfde manier worden verwerkt.390Wat is de onderbouwing van het relatief lage budget in het mestbeleidvoor 2026 ten opzichte van 2025?De middelen voor het mestbeleid zijn in grote mate gerelateerd aan deactieprogramma’s. Het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn en de finan-ciering daarvan loopt tot en met 2025. Momenteel wordt gewerkt aan devormgeving van het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn dat vanaf 2026 zalgelden. Indien daarvoor extra middelen nodig zijn, zal de begroting voor2026 daarvoor te zijner tijd worden aangepast.391Zijn er middelen beschikbaar gesteld om brandstofkosten voor agrarischeondernemers te verlagen? Zo ja, welke?In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat de rode diesel met ingangvan het jaar 2027 wordt heringevoerd voor de landbouwsector. Er is geenbudget voor deze maatregel opgenomen in de LVVN begroting, aangezienfiscale maatregelen primair de verantwoordelijkheid zijn van het Minis-terie van Financiën. Het kabinet is voornemens om de benodigdewetswijziging voor rode diesel op te nemen in het pakket Belastingplan2026, dat in het derde kwartaal van 2025 aan uw Kamer zal wordenaangeboden.392Kan er gespecificeerd worden waarvoor de begroting op artikel 21 voor3,3 procent beleidsmatig gereserveerd is?Dit betreft in totaal € 78 miljoen voor meerdere doeleinden. De grootsteposten zijn de volgende:•Opdrachten – Handhaving en monitoring mestbeleid, € 13,2 miljoen•Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken – Diergezondheidsfonds,€ 12,2 miljoen•Subsidies – Projecten mestbeleid, € 10,3 miljoen•Opdrachten – Vitaliteit agrarische sector1, € 9,1 miljoen•Bijdragen aan ZBO’s – meerdere ZBO’s, € 7,2 miljoenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1089 •Opdrachten – Risicomanagement Voedselproductie, € 5,0 miljoen•Opdrachten – In beslaggenomen goederen, € 4,4 miljoen•Subsidies – Emmisiearm Veevoer, € 3,2 miljoen•Subsidies – Verbeteren welzijn gezelschapsdieren, € 2,8 miljoen393Op welke manier is er bij het subsidiebudget «Sociaal economischepositie boeren» rekening gehouden met de economische positie enramingen omtrent het economische vooruitzicht van enerzijds akker-bouwers en anderzijds veehouders?De gebudgetteerde subsidiemiddelen worden ingezet om de ontwikkelingnaar een toekomstig bestendige agrarische sector te ondersteunen meteen focus op de sociaal economische positie van de boeren. Het ingezetteinstrumentarium wordt breed toegepast en in zijn algemeenheid nietspecifiek gericht op de akkerbouw of de veehouderij. Uitzondering geldtvoor de tegemoetkoming voor de Brede Weersverzekering die gericht isop landbouwers met openteelten (voor een deel zijn dit ook voederge-wassen van veehouders) en voor de sloop- en ombouwregeling alsflankerende maatregel voor het verbod op pelsdierhouderij. De overigeinstrumenten zijn algemeen toegankelijk en staan ten dienste om hetverdienvermogen van alle agrarisch ondernemers te versterken.394Hoeveel jonge boeren hebben tot nu toe dit jaar gebruik gemaakt van deregeling Vestigingssteun jonge landbouwers?Op vrijdag 2 augustus 2024 is de aanvraagperiode voor de eersteopenstelling van de Subsidie voor de Vestiging van Jonge Landbouwersgesloten. In totaal heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland(RVO) 871 unieke aanvragen ontvangen. De RVO is momenteel nog bezigmet het beoordelen van alle aanvragen. Daarom is nog onduidelijkhoeveel jonge landbouwers daadwerkelijk een subsidie ontvangen.395Tot welke vergoeding per jonge boer leidt de regeling Vestigingssteunjonge landbouwers in 2025, 2026 en 2027?Momenteel evalueer ik de eerste openstelling van deze regeling. Mijnvoornemen is om de subsidie jaarlijks open te stellen voor een subsidie-bedrag van 80.000 euro per jonge landbouwer.396In hoeverre zal de beschikbare 5,9 miljoen euro in het Nationaal Strate-gisch Plan (NSP) zorgen voor een lagere premie die landbouwers betalenaan de Brede Weersverzekering?In het NSP is voor de jaren 2023 t/m 2027 een budget van87,5 miljoen euro gereserveerd voor de maatregel Brede weersverze-kering (GLB-middelen plus nationale cofinanciering), wat neer komt op17,5 miljoen euro per jaar. In onderstaande tabel is te zien dat depremiesubsidieregeling Brede weersverzekering in de periode 2020–2023als ook in de prognose voor 2024 leidt tot een substantieel lagerenetto-premie (>50%) die de agrarische ondernemer aan de verzekeraarbetaalt voor een verzekeringspolis voor schade door extreme weersom-standigheden in open teelten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1090 Totaal door alle verze-kerden betaalde premiesBrede weersverzekering(€ x 1 mln.)SubsidiepercentageTotaal door RVO uitbe-taalde premiesubsidie (€ x1 mln.)Gerealiseerd202025,263,70%16,1202129,160,40%17,5202232,254,50%17,5202333,053,20%17,5Prognose202431,256,10%17,5 397Hoeveel mol stikstofreductie per hectare per jaar wordt voor eind 2025van de Lbv kleine sectoren verwacht?Op dit moment valt niet te voorspellen hoeveel stikstofreductie er voor heteind van 2025 met de Lbv kleinere sectoren wordt gerealiseerd. Dit isonder andere afhankelijk van de interesse in de regeling. Doordatopenstelling van de regeling nog plaats moet vinden, is hier geeninschatting van te geven. Er is ook geen prognose beschikbaar.398Hoeveel mol stikstofreductie per hectare per jaar wordt voor eind 2030van de Lbv kleine sectoren verwacht?Op dit moment valt niet te voorspellen hoeveel stikstofreductie er voor heteind van 2030 met de Lbv kleinere sectoren wordt gerealiseerd. Dit isonder andere afhankelijk van de interesse in de regeling. Doordatopenstelling van de regeling nog plaats moet vinden, is hier geeninschatting van te geven. Er is ook geen prognose beschikbaar.399Hoeveel mol stikstofreductie per hectare per jaar wordt voor eind 2025van de Sbv verwacht?Op dit moment valt niet te voorspellen hoeveel stikstofreductie er voor heteind van 2025 met de Sbv wordt gerealiseerd. Dit is onder andereafhankelijk van de interesse in de regeling. Doordat openstelling van deregeling nog plaats moet vinden, is hier geen inschatting van te geven. Eris ook geen prognose beschikbaar.400Hoeveel mol stikstofreductie per hectare per jaar wordt voor eind 2030van de Sbv verwacht?Op dit moment valt niet te voorspellen hoeveel stikstofreductie er voor heteind van 2030 met de Sbv wordt gerealiseerd. Dit is onder andereafhankelijk van de interesse in de regeling. Doordat openstelling van deregeling nog plaats moet vinden, is hier geen inschatting van te geven. Eris ook geen prognose beschikbaar.401Wat is de bandbreedte van het aantal bedrijven wat met het budget van44,2 miljoen euro kan worden geholpen?Gegeven het bedrag neem ik aan dat de vraag ziet op de Landelijkeverplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp). De Lvvpbestaat uit twee separate modules die los van elkaar kunnen wordenaangevraagd. Voor de eerste module (haalbaarheidsonderzoek) geldt eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1091 subsidieplafond van € 15 miljoen. Een bedrijf kan tot maximaal € 50.000subsidie ontvangen voor deze eerste module. De tweede module(bedrijfsverplaatsing) kent een subsidieplafond van € 90 miljoen. Er zalnaar verwachting gemiddeld € 1,5 miljoen subsidie per bedrijf wordenverleend. Hierdoor kunnen gedurende de looptijd ongeveer 60 bedrijvendaadwerkelijk met steun van de van de Lvvp verplaatsen. In 2025 zullen ernog geen bedrijven daadwerkelijk verplaatst zijn met behulp van de LVVP,de doorlooptermijn van het verplaatsingsproces is daarvoor te lang.402Hoeveel bedrijven hebben al interesse getoond in deelname aan deLandelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp)?De Landelijke verplaatsingsregeling voor veehouderijen met piekbelasting(Lvvp) is op 2 september jl. gepubliceerd. Aangezien de regeling nog nietis opengesteld is het vooralsnog onbekend hoeveel bedrijven interessehebben in deelname aan de Lvvp. Wel zijn er bij RVO reeds vragen overde regeling binnengekomen.403Welke regio’s in Nederland zouden in aanmerking komen om de betref-fende bedrijven naartoe te verplaatsen?In principe kan er verplaatst worden naar alle regio’s in Nederland.Logischerwijs zal een ondernemer daarbij vooral kijken naar gebiedenwaar hij/zij de beste toekomstperspectieven voor zich ziet voor zijn/haarveehouderijbedrijf en het gezin. Daarbij gaat het niet alleen om denabijheid van natura2000 gebieden, maar ook om andere factoren. Naastverplaatsen binnen Nederland is het overigens ook mogelijk om teverplaatsen naar een andere EU-lidstaat mits voldaan wordt aan de lokalewet- en regelgeving404Waar gaat de 5,4 miljoen euro voor subsidies op het gebied van plantge-zondheid en gewasbescherming precies naartoe? Is dit bestemd vooralternatieve, biologische gewasbescherming?Van het in 2025 beschikbare bedrag à € 5,4 miljoen is € 2,4 miljoenbestemd voor het uitvoeren van een meerjarig gezondheidsonderzoeknaar de blootstelling van omwonenden en aan gewasbeschermingsmid-delen en het onderzoek naar een mogelijk verband tussen de ziekte vanParkinson en glyfosaat (Kamerstuk 27 858, nr. 653) en is € 1,7 miljoenbestemd voor meerjarige subsidies voor het praktijkprogramma plantge-zondheid en andere acties uit het Uitvoeringsprogramma ToekomstvisieGewasbescherming 2030 (Kamerstuk 27 858, nr. 569). Van het resterendebedrag à € 1,3 miljoen is € 0,7 miljoen bestemd voor een bijdrage aan hetFonds Kleine Toepassingen, methodologieontwikkeling voor de beoor-deling van gewasbeschermingsmiddelen, monitoring en digitalisering envoor evaluatie van wet- en regelgevingIn het praktijkprogramma wordtgeëxperimenteerd met alternatieve gewasbeschermingspraktijken, zo ookbiologische, om gewassen te beschermen tegen ziekten, plagen enonkruiden.Daarnaast is € 0,6 miljoen beschikbaar voor diverse kleinere projecten ophet gebied van plantgezondheid.405Hoe is het bedrag van 3,2 miljoen euro voor emissiearm veevoer tot standgekomen en tot welke resultaten zal de inzet van deze middelen leiden intermen van daadwerkelijke emissiereductie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1092 Het bedrag van € 3,2 miljoen voor emissiearm veevoer is bedoeld voordiverse onderzoeken rondom emissiearm veevoer. Het grootstecomponent van dit bedrag staat voor 2025 gereserveerd voor een pilotrondom het verlagen van het ruw eiwitgehalte in voer voor varkens enkippen. Nu de pilot Koe & Eiwit goede resultaten laat zien voor melkvee,wordt via een pilot bij varkens en kippen onderzocht of soortgelijkeresultaten kunnen worden bereikt. Het bedrag van € 3,2 is vergelijkbaaraan de begroting van Koe & Eiwit. Naast deze € 3,2 is ook nog een deelvan de € 15 van het mestpakket gereserveerd voor o.a. het verlagen vanhet ruw eiwitgehalte van het rantsoen van melkvee door een landelijkeuitrol van Koe & Eiwit. Met de sector zullen gesprekken worden gevoerdover de zinvolle inzet in relatie tot het reductiepotentieel. De daadwerke-lijke inzet van middelen is afhankelijk van deze gesprekken.Het is niet mogelijk nationaal wettelijke eisen stellen aan het ruw eiwitgehalte in het voer. Wetgeving rondom de samenstelling van diervoederis in een Europese verordening vastgelegd en bepaalt uitputtend waaraandiervoeders moeten voldoen. Daar is geen ruimte om, vanuit Nederland,aanvullende eisen te stellen aan het gehalte van ruw eiwit in het voer. Hettotale effect van het verlagen van het ruw eiwitgehalte in het rantsoenhangt dus af van de inspanningen van veehouders en de sector zelf.406Betreffen de onder de post «Glastuinbouw en weerbare planten enteeltsystemen» gereserveerde 5,4 miljoen euro voor plantgezondheid engewasbescherming bestaande subsidies? Zo ja, welke? Welkevoorwaarden bestaan er om in aanmerking te komen voor deze subsidies?Zie ook het antwoord op vraag 404. Van de gereserveerde € 5,4 miljoen is€ 1,7 miljoen bestemd voor meerjarige subsidies voor het praktijkpro-gramma plantgezondheid en andere acties uit het UitvoeringsprogrammaToekomstvisie Gewasbescherming 2030 (Kamerstuk 27 858, nr. 569). Ditbetreffen subsidieprojecten die eerder zijn verplicht en in 2025 wordenafgerond.407Hoeveel procent van de beschikbare 15 miljoen euro voor verlichting vande mestmarkt is beschikbaar voor subsidies voor het stimuleren vanmestverwerking?Circa de helft van de beschikbare middelen is voorzien voor het stimu-leren van investeringen in mestverwerkingsinstallaties.408Hoe verhouden de kortetermijnmaatregelen voor de mestmarkt à15 miljoen euro zich tot de Regeling kunstmestvervanging en mestver-werking à 6 miljoen euro?In de brief van 13 september jl. is de aanpak van de regering van de crisisop de mestmarkt naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstuk 33 037,nr. 559). Hierin wordt voor 2025 € 15 miljoen uitgetrokken voor maatre-gelen op de korte termijn, waaronder het ondersteunen van export-missies, het aanstellen van een gezant en ook het stimuleren vanmestverwerkingsinstallaties (korrelen en hygiëniseren) ten behoeve vanmeststoffen die beter geëxporteerd kunnen worden. De regeling kunst-mestvervanging en mestverwerking is een subsidieregeling ter stimu-lering van investeringen in mestverwerkingsinstallaties die RENURE-meststoffen kunnen maken, waarvoor in 2025 € 6 miljoen beschikbaar is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1093 409Hoe verhoudt de subsidieregeling behoud grasland à 104,3 miljoen eurozich tot de beschikbare gelden in het kader van de Ecoregeling voorlangjarig grasland? Is er sprake van stapeling op dit gebied?De subsidiemodule Behoud graslandareaal richt zich op het stimulerenvan het behoud van het areaal grasland ten behoeve van de waterkwa-liteit. De subsidie voorziet in een tijdelijke tegemoetkoming (2023, 2024 en2025) voor een gedeelte van de extra kosten die derogatiebedrijvenmoeten maken als gevolg van de versnelde afbouw van de derogatie.Hiermee wordt voorkomen dat deze bedrijven ervoor kiezen hun graslandom te zetten in bouwland om daarmee het inkomensverlies te compen-seren (akkerbouwgewassen leveren meer rendement op dan gras) of doorhoge mestafzetkosten noodgedwongen het bedrijf moeten beëindigen,waardoor het grasland op deze bedrijven alsnog omgezet wordt inbouwland voor de teelt van uitspoelingsgevoelige gewassen. Deeco-activiteit «langjarig grasland» stimuleert bedrijven om op een perceelblijvend grasland meerdere jaren achtereen grasland te telen en dit niet teploegen met ingang van 2023. Deze regeling richt zich nadrukkelijk op hetniet ploegen en het langjarig telen van het grasland en onderscheidt zichdaarmee van de subsidiemodule Behoud graslandareaal.410Wordt de «Regeling kunstmestvervanging en mestverwerking» à6 miljoen euro volledig ingezet voor het stimuleren van de productie vanRENURE-meststoffen indien de Europese Commissie de Nitraatrichtlijnaanpast?Ja, dit wordt volledig ingezet voor het stimuleren van investeringen inmestverwerkingsinstallaties die RENURE-meststoffen maken, die voldoenaan de criteria uit het voorstel van de Europese Commissie voor detoelating van deze RENURE-meststoffen.411Welke middelen trekt de regering specifiek uit om de voorgenomen inzetop het verlichten van de mestmarkt via het gebruik van RENURE mogelijkte maken?De regeling kunstmestvervanging en mestverwerking, waarvoor in 2025€ 6 miljoen beschikbaar is, is gericht op het stimuleren van investeringenin mestverwerkingsinstallaties die RENURE-meststoffen maken.412Welke middelen zijn er in 2025 beschikbaar voor de uitvoering van het 7eActieprogramma Nitraatrichtlijn, hoe zijn de middelen binnen ditprogramma verdeeld en hoe verhouden de middelen binnen ditprogramma zich tot andere vrijgemaakte middelen ter bescherming vande waterkwaliteit?Voor de uitvoering van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn is in 2025€ 51,6 miljoen beschikbaar. Dit budget is gereserveerd voor de uitvoeringvan mestwetgeving door RVO (€ 4,1 miljoen), het toezicht en handhavingdoor de NVWA (€ 15,3 miljoen) en overige projecten mestbeleid(€ 32,2 miljoen). De bijdrage aan uitvoering is nog niet definitief en wordtlater in 2024 vastgesteld. Voor andere vrijgemaakte middelen terbescherming van de waterkwaliteit verwijs ik u naar het antwoord opvraag 478.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1094 413Welk deel van het budget voor Integraal Voedselbeleid betreft eenbijdrage aan het Voedingscentrum?Van de € 7,4 miljoen die beschikbaar is voor subsidies integraal voedsel-beleid in 2025, is € 4,4 miljoen bestemd voor het Voedingscentrum. Dit isbijna 60% van het totale subsidiebudget voor integraal voedselbeleid.414Wat wordt verstaan onder biobased teelt? Om welk soort gewassen gaathet precies?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 4.415Hoe vaak is het in de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar jaar, voorge-komen dat Nederlandse onderzoeksinstellingen proefdierapen van anderegekwalificeerde leveranciers hebben betrokken, omdat het BiomedicalPrimate Research Center (BPRC) niet aan de vraag kon voldoen(Beslisnota bij Kamerstuk 28 286, nr. 1338 over de brief van Animal Rightsen anderen over import en euthanasie apen met tbc)? Om hoeveel dierenvan welke soort gaat het?Het is in de afgelopen vijf jaar niet voorgekomen dat Nederlandseonderzoeksinstellingen proefdierapen van andere gekwalificeerdeleveranciers hebben betrokken omdat het BPRC niet aan de vraag konvoldoen.416Zijn er in de periode 2023 tot heden dierproeven uitgevoerd ten behoevevan defensie? Zo ja, om welke zogeheten Onderzoekssamenvattingen-nummers (NTS-nummers) gaat het?De dierproeven ten behoeve van defensie worden opgenomen in dejaarregistratie dierproeven en proefdieren «Zo Doende 2023» welkemomenteel wordt gemaakt, maar waarvan de cijfers en inhoud nog nietdefinitief zijn vastgesteld. De meest actuele gegevens staan in de «ZoDoende 2022»30.De registratiegegevens over 2024 worden pas in 2025 aangeleverd doorde instellingsvergunninghouders. De NVWA heeft geen overzicht van deNTS-nummers gekoppeld aan het onderzoek.Alle NTS-en zijn openbaar en te raadplegen via de website van deCentrale Commissie Dierproeven31.417Hoeveel pyrogeniciteitstesten met konijnen zijn er nog lopende inNederland?Er worden al een aantal jaren geen pyrogeniciteitstesten met konijnenmeer geregistreerd en uitgevoerd in Nederland.418Hoe zal de overheid erop toezien dat er daadwerkelijk geen pyrogenici-teitstests met konijnen meer plaatsvinden vanaf 1 juli 2025?30https://www.nvwa.nl/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2022-jaaroverzicht31https://www.centralecommissiedierproeven.nl/onderwerpen/niet-technische-samenvattingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1095 De Centrale Commissie Dierproeven (CCD) is een zelfstandig bestuurs-orgaan en mag als enige in Nederland vergunningen verlenen. De CCDtoetst aan de kaders van de Wet op de Dierproeven (Wod) en hanteert het«nee, tenzij...» principe. Vanaf tenminste 2020 heeft de CCD op basis vanhaar toetsingskader geen pyrogeniciteitstests meer vergund.Vanaf juli 2025 gaat de pyrogenitetitstest naar alle waarschijnlijkheid nietmeer voorgeschreven worden in de European Pharmacopoeia, maarwordt verwezen naar het alternatief. Dit betekent dat artikel 13 van derichtlijn in werking treedt, en betekent dat lidstaten de dierproef niet meermogen vergunnen.419Hoeveel dierproeven zijn er in 2023 tot heden uitgevoerd voor deproductie, controle of op de markt brengen van huishoudelijke chemischestoffen?De jaarregistratie dierproeven, conform artikel 15 Wet op de Dierproeven(Wod), voorziet niet in deze specifieke vraag. In de «Zo Doende» is wel ophoofd- en subdoelen een indeling gemaakt van aantallen uitgevoerdedierproeven, waaronder verschillende toxiciteitstesten. De meest actuelegegevens staan in de «Zo Doende 2022».420Hoeveel dierproeven zijn er in 2023 tot heden uitgevoerd voor deproductie, controle of op de markt brengen van vaccinaties, medicijnen ofmedische hulpmiddelen voor landbouwdieren?De jaarregistratie dierproeven, conform artikel 15 Wod, voorziet niet indeze specifieke vraag. In de «Zo Doende» is wel op hoofd- en subdoeleneen indeling gemaakt van aantallen uitgevoerde dierproeven, waaronder«Toegepast en omzettingsgericht onderzoek ten behoeve van dieren-welzijn en dierziekten». De meest actuele gegevens staan in de «ZoDoende 2022».421Hoeveel macaca fascicularis, macaca mulatta en callithrix jacchusafkomstig van het BPRC zijn er van 2023 tot heden uitgevoerd buitenNederland?In het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)kan ik over individuele bedrijven geen specifieke bedrijfsinformatieverschaffen.422Hoeveel macaca fascicularis, macaca mulatta en callithrix jacchusafkomstig van een Nederlandse apenfokker (dus geen apenhandelaar) zijner van 2023 tot heden uitgevoerd buiten Nederland?In het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)kan ik over individuele bedrijven geen specifieke bedrijfsinformatieverschaffen.423Hoeveel primaten mag het BPRC maximaal houden, uitgesplitst naarsoort?Het BPRC heeft op verzoek van de Minister van OCW en met instemmingvan de Tweede Kamer een ambitieplan opgesteld voor de periode2019–2025, met als doel de vermindering van het aantal dierproeven metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1096 40%. In dit ambitieplan heeft het BPRC aangegeven het aantal apen terugte brengen van 1437 naar ongeveer 1000 dieren.424Hoeveel jonge apen werden er in 2023 en 2024 geboren in het BPRC,uitgesplitst naar soort?In 2023 zijn er 23 macaca fascicularis en 93 macaca mulatta geboren in hetBPRC. Van 1 januari 2024 tot en met 27 september 2024 zijn er 18 macacafascicularis, 87 macaca mulatta en 2 callithrix jacchus geboren in hetBPRC.425Geldt voor de apensoorten bij het BPRC dat het gaat om «self-sustainingcolonies»?Ja, voor alle 3 de soorten heeft BPRC zelf-voorzienende (self-sustaining)kolonies.426Hoeveel macaca fascicularis zijn er in 2024 tot nu toe in Nederlandingevoerd?Handel in proefdieren is toegestaan conform de Wet op de dierproeven(Wod). In het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens enartikel 68 van de Grondwet kan ik over individuele bedrijven geenspecifieke bedrijfsinformatie verschaffen. Wat ik kan aangeven is dat allebedrijven die handelen in apen moeten voldoen aan verordening 2016/429(Diergezondheidsverordening). Bedrijven die fokker of leverancier zijn vanproefdieren dienen een instellingsvergunning te hebben volgens de Wodartikel 11a. Conform deze vergunning dient een bedrijf te voldoen aan devereisten van de Wod. De NVWA houdt toezicht op dit soort bedrijven envoert periodieke inspecties uit.427Kan de regering toelichten op welke manier de 1,3 miljoen euro, die isgereserveerd voor de regie van het programma Transitie ProefdiervrijeInnovatie en projecten in het kader van dierproeven en alternatieven,bijdraagt aan stimulering van de ontwikkeling en toepassing vaninnovaties die dierproeven voorkomt of vervangt?Het gezamenlijke budget voor Dierproeven en TPI van circa 1,3 miljoenwordt ingezet om uitvoering te geven aan zowel het TPI-beleid als hetdierproevenbeleid. Dit budget wordt onder andere ingezet voor decoördinerende taken van het TPI-bureau. De Kamer wordt regelmatiggeïnformeerd over de voortgang van dit beleid. Ik zal de Kamer voor hetgeplande commissiedebat over dierproeven en TPI op 14 novemberaanstaande weer informeren over de laatste stand van zaken. Vanuit ditbudget worden ook incidentele subsidies en opdrachten verleend, onderandere ter uitvoering van aangenomen moties en toezeggingen van deKamer,zoals een toezegging aan voormalig Kamerlid Wassenberg omoverstap naar FCS vrije kweek sera te bevorderen (opdracht aan het 3Rcentre Utrecht), of het beter ontsluiten en verspreiden van expertise overproefdiervrije innovaties om knelpunten rondom vindbaarheid van dieinnovatieste helpen verminderen en de financiering van het werk vandestichting YoungTPI die via hun netwerk de jongere generatiesbewustmaakt van de mogelijkheden die proefdiervrije innovaties bieden.Er is een werkgroep opgericht voor het terugdringen van dieren gedoodzonder voorafgaande handeling (dieren in voorraad gedood) en zijn erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1097 diverse subsidies verleend aan: DALAS voor MyDALAS. Dat is eenplatform voor een betere samenwerking en kennisuitwisseling tussenprofessionals op gebied van proefdierkunde. Stichting ProefdierkundigeInformatie (SPI) heeft budget gekregen voor een initiatief dat transpa-rantie over dierproeven bevordert en het Netherlands Heart Institute voorde doorontwikkeling van een platform voor preregistratie van dierstudiesdat kwaliteit en transparantie van dierproeven ten goede komt endaarmee onnodige proeven kan voorkomen.428Wat is de opbouw van het beschikbare budget voor het Ctgb en vanuitwelk (reserve)budget kan mogelijk geput worden bij een tekort?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 389.429Welke beleidsruimte krijgen de provincies voor de invulling van het MGBà 110,4 miljoen euro in 2025?Binnen de geografische afbakening van de regeling (veenweide,beekdalen, zandgronden en overgangsgebieden N2000) kunnen deprovincies een nadere afbakening maken, voor, bijvoorbeeld, eenspecifiek beekdal. De provincies ontvangen een voorschot van 100%. Zijkunnen vervolgens zelf regelen hoe zij de bevoorschotting van veehoude-rijondernemingen inrichten.430Hoe komt de verwachte stand van de begrotingsreserve Landbouw per31 december 2025 uit op 12,8 miljoen euro terwijl de verwachte stand per1 januari 2025 0,6 miljoen euro bedraagt en de verwachte toevoegingen12,8 miljoen euro bedragen, zonder verwachte onttrekkingen?De verwachte stand van de begrotingsreserve per 1 januari 2025 is€ 12,8 miljoen. Omdat LVVN verwacht dit jaar niks te onttrekken uit dereserve zal deze blijven staan op € 12,8 miljoen aan het einde van 2025.De € 0,6 miljoen is de onttrekking die is gedaan uit de begrotingsreservelandbouw in 2024.431Waar komen de benodigde middelen van 50 miljoen euro vandaan voorde vrijwillige saneringsregeling garnalenvisserij? Waar is dit bedrag opgebaseerd?De middelen komen uit de aanvullende post voor het voormaligeTransitiefonds. Het bedrag van € 50 miljoen euro was een schattinggebaseerd op de opgave, ervaringen met eerdere saneringen en inputvanuit de sector over animo.432Waartoe dienen de resterende middelen voor het Natuurherstelplan à43,8 miljoen euro na de uitgaven van 17,5 miljoen euro in 2025 voor denulmeting van habitattypen?Het Natuurherstelplan levert de komende jaren extra werkzaamheden enkosten op en vraagt om een nulmeting naar de eisen van de NHV, hetmaken van interdepartementale en interbestuurlijke afspraken en hetopstellen een Natuurherstelplan met herstelmaatregelen. De middelenvoor het Natuurherstelplan worden ingezet voor de nulmeting, capaciteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1098 en overige materiele kosten. Voor het einde van het jaar volgt een briefdie hier verder op in gaat.433Waar komen de benodigde middelen van 43,8 miljoen euro vandaan voorhet concept-natuurherstelplan? Waar is dit bedrag op gebaseerd?De middelen zijn afkomstig van de Aanvullende Post van het Ministerievan Financiën. Om tot de inschatting te komen hebben we perecosysteem een inschatting van de kosten gemaakt in samenspraak metde uitvoeringspartners. In overleg met alle partners is gekomen tot eentotaalpakket van € 43,8 miljoen. Voor het einde van het jaar volgt een briefdie in zal gaan op de verdeling van de middelen.434Kan er gespecificeerd worden waarvoor de begroting op artikel 22 voor1,2 procent beleidsmatig gereserveerd is?Dit betreft in totaal € 13 miljoen voor meerdere doeleinden. De grootsteposten zijn de volgende:•Opdrachten – Ondersteuning visserijsector, € 3,5 miljoen•Bijdrage aan Baten-lastendiensten – Rijksrederij, € 2,8 miljoen•Opdrachten – Bossenstrategie € 1,0 miljoen•Opdrachten – Internationaal Duurzaam Landgebruik, € 0,8 miljoen435Welk budget is er binnen het subsidiebudget «Natuur en Biodiversiteit»begroot voor de voorbereiding van een gebiedsplan of samenwerkings-verband?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 18.436Op welke uitgaven in het kader van het Aanvalsplan Grutto wordt hiergedoeld?De uitgaven voor aanvalsplan grutto hebben betrekking op subsidies voorprocesondersteuning bij de uitvoering van het aanvalsplan grutto dooro.a. BoerenNatuur en de Friese Milieufederatie.437Hoe ziet de verdeling eruit van de 0,9 miljoen euro tussen enerzijds deonderzoeken en monitoring met betrekking tot akker- en weidevogels enanderzijds de uitgaven in het kader van het Aanvalsplan Grutto?Voor onderzoek en monitoring met betrekking tot akker- en weidevogels isin 2025 € 670.000 begroot en reeds verplicht. De resterende middelen zijnbeschikbaar voor o.a. uitvoeringskosten van het Aanvalsplan Grutto doorde betrokken partners bij de uitvoering van het Aanvalsplan Grutto.438Staat het Rijk garant voor financieren van maatregelen door boeren tenbehoeve van het Actieplan Grutto voor ten minste 12 jaar?In het regeerprogramma is opgenomen dat voor de besteding van demiddelen voor Agrarisch Natuurbeheer, de Rijksoverheid de regie neemten daarbij samenwerkt met medeoverheden en andere spelers. Ik heb deKamer toegezegd dat voor het einde van het jaar het kabinet eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 1099 contourenbrief over de besteding van de extra middelen agrarischnatuurbeheer (€ 500 miljoen) aan de Kamer zal toesturen.439Kan de regering aangeven hoe men tot het bedrag van 4,5 miljoen eurovoor een saneringsregeling voor de garnalenvisserij is gekomen en hoezich dat verhoudt tot de opgave?De vrijwillige saneringsregeling voor de garnalenvisserij is opgenomen inhet regeerprogramma. Hiervoor is ca. € 50 miljoen voor beschikbaar. Naarverwachting, maar dit is afhankelijk van de goedkeuring van de EuropeseCommissie, wordt de regeling in de zomer van 2025 opengesteld. Omdatvissers pas betaald krijgen na het slopen van hun vaartuig, staat het grosvan de middelen daarom ingeboekt voor 2026 en 2027. De regeling wordtop dit moment opgesteld en het is het voornemen om een voorschot uitte keren aan de vissers. Het is de verwachting dat circa € 4,5 miljoendaarvoor vooralsnog toereikend is. Daarnaast zijn ook de uitvoerings-kosten voorzien in 2025, van naar verwachting circa € 1 miljoen.440Welke precieze maatregelen worden genomen met de 0,8 miljoen eurobeschikbaar gesteld aan het Kroondomein voor het natuurbeheer?De beheermaatregelen die worden genomen met het geld dat beschikbaarwordt gesteld aan het Kroondomein voor (agrarisch) natuurbeheer zijnconform hetgeen het natuurbeheerplan 2022 van de provincie Gelderlandter plekke aangeeft.441Wordt de 0,8 miljoen euro die beschikbaar wordt gesteld aan hetKroondomein ook ingezet voor recreatieve doeleinden zoals het plaatsenvan banken en picknicktafels?Het Kroondomein ontvangt in het kader van de lump sum-subsidie2022–2027 een zogenaamde «voorzieningenbijdrage». Deze bijdrage isbedoeld voor het toegankelijk houden van de (vaar)wegen- en paden-structuur en het plaatsen van recreatieve voorzieningen, (zoals bankjes).Ook moet in voorkomend geval meegewerkt worden aan het markeren enbeheer van landelijke wandel- en fietsroutes.442Hoe verhouden de uitgaven van 8,1 miljoen euro voor AERIUS zich tot hetvoornemen in het regeerprogramma om een alternatief voor AERIUS teontwikkelen? Wordt deze 8,1 miljoen euro ook ingezet voor het zoekennaar een alternatief voor AERIUS?Uit het budget van € 8,1 miljoen voor AERIUS wordt het RIVM gefinan-cierd voor het beheer en onderhoud van AERIUS. Daarnaast wordt hieruitde actualisatie van de onderliggende verspreidingsmodellen met nieuwewetenschappelijke inzichten en actuele gegevens en de voor stikstofrelevante adviesvragen die aan het RIVM worden gesteld, betaald. Hetbetreft de bekostiging van softwareontwikkeling, wetenschappelijk werken beheer en hosting van het AERIUS-instrumentarium.Het kabinet wil onderzoeken hoe AERIUS Calculator kan wordenvervangen. Op dit moment is er niet direct een alternatief beschikbaar.Totdat er een alternatief is zal het huidige instrumentarium nodig blijven,inclusief de bijbehorende kosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10100 Toelichting verplichting AERIUSIn de Omgevingswet worden drie AERIUS-instrumenten voorgeschreven:AERIUS Calculator, AERIUS Monitor en AERIUS Register. Calculator is hetvoorgeschreven instrument om te berekenen of projecten met hetveroorzaken van stikstofdepositie op stikstof gevoelige habitattensignificante gevolgen kunnen hebben voor dat gebied. Monitor heeft eenwettelijke verankering voor de monitoring van de resultaatverplichtingvoor de omgevingswaarde voor stikstofdepositie. Register is opgenomenals het instrument om stikstofbanken te kunnen gebruiken.443Hoeveel eendenkooien zijn er nog in Nederland?Eendenkooien zijn in Nederland vanaf de 14e eeuw in gebruik. Naarschatting heeft Nederland ca 1500 eendenkooien gekend. Op dit momentzijn er nog ruim 100 vangklaar. Eendenkooien zijn van cultuurhistorischewaarde en dragen bij aan een hogere natuur- en landschapskwaliteit. Hetmerendeel is in eigendom bij natuurbeheerorganisaties en een kleinerdeel is in particulier bezit.444Mogen eendenkooien alleen nog voor wetenschappelijk onderzoekgebruikt worden? Zo nee, voor welke doelen worden ze nog gebruikt?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 446.445Is het toegestaan wilde eenden te vangen in eendenkooien en de dieren tedoden voor consumptie? Zo ja, hoeveel eenden zijn via deze vangme-thode gedood?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 446.446Hoeveel eenden zijn het afgelopen jaar gevangen door middel vaneendenkooien?Het merendeel van de eendenkooien wordt gebruikt voor natuureducatie,voor ringonderzoek en voor andere vormen van wetenschappelijkonderzoek, zoals bijvoorbeeld naar vogelgriep. Eendenkooien zijn volgensde Omgevingswet een wettelijk toegelaten jachtmiddel (artikel 11.71,eerste lid onder d, Besluit Activiteiten Leefomgeving). In het BesluitKwaliteit Leefomgeving is geen verplicht voorschrift voorgeschreven overhet doel (onderzoek, of anders) waarvoor de eendenkooi mag wordeningezet. Met een eendenkooi die voldoet aan de wettelijke vereisten(Artikel 11.86 Besluit Activiteiten Leefomgeving) mogen wilde eendenworden gevangen en gedood. Dat gebeurt in nog in een beperkt aantalvan de resterende eendenkooien. Naar schatting gaat het om 2.500–3.000gedode wilde eenden; dat is ongeveer 2% van de jaarlijks geschoten wildeeenden. Deze cijfers zijn afkomstig van de kooikervereniging. Mijnministerie beschikt niet over de aantallen eenden die gevangen zijn.447Wat zijn de begrotingen van de verschillende faunabeheereenheden voordit jaar? Welk deel bestaat uit personeelskosten?Faunabeheereenheden hebben de rechtsvorm van een vereniging, ofstichting en worden hoofdzakelijk gefinancierd door de provincies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10101 Verantwoording van de kosten wordt gegeven in de jaarverslagen van defaunabeheereenheden. Voor de meeste faunabeheereenheden dateert hetmeest recente jaarverslag uit 2022. Mijn ministerie heeft informatie overde budgetten van de faunabeheereenheden bij de provincies opgevraagden zal de Kamer daar voor het einde van 2024 nader over informeren.448Hoeveel jachtwild is er geschoten in 2023 en de eerste helft van 2024uitgesplitst naar soort en provincie?De registratie van afschotcijfers gebeurt in registratiesystemen van defaunabeheereenheden. Hier is geen landelijk overzicht van. Na registratievindt een validatie plaats, waarna de cijfers openbaar worden gemaakt inde jaarverslagen van de faunabeheereenheden. Mijn ministerie heeft deprovincies gevraagd de afschotcijfers van 2023 met mij te delen. Ik zal uwKamer daarover voor het einde van 2024 te informeren.449Kan de regering de afschotgegevens van wilde dieren publiceren perprovincie per soort?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 448.450Hoeveel bevers zijn er in Nederland?De schattingen van beverpopulaties worden gepubliceerd op de websitevan de Zoogdiervereniging. De populatie bevers in Nederland wordt doorde Zoogdiervereniging geschat op 5600 individuen van minimaal 1 jaar.451Hoeveel bevers zijn er in 2022 tot heden gedood door Faunabeheereen-heden (FBE’s), en om welke redenen?Drie provincies hebben vergunningen afgegeven voor het doden vanbevers: Gelderland, Limburg en Noord-Brabant. Ik heb bij deze provinciesnavraag gedaan over het aantal gedode bevers van 2022 tot heden.Daaruit blijkt dat in 2022 in Gelderland 2 bevers zijn gedood en in Limburg107 (in totaal 109). In 2023 zijn in Gelderland 5 bevers gedood en inLimburg 144 (in totaal 149). Cijfers over 2024 zijn nog niet beschikbaar. InNoord-Brabant is de vergunning pas dit jaar verleend, in 2024 zijn daar totnu toe twee bevers gedood.Bevers worden uitsluitend gedood in het belang van:–Volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingenderedenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen vansociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieuwezenlijke gunstige effecten;–Ter voorkoming van ernstige schade aan wateren;–In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in hetbelang van de instandhouding van de natuurlijke habitats.452Op hoeveel ecoducten in Nederland wordt het vrije verkeer van voorna-melijk grotere zoogdieren ingeperkt? Op welke wijze en waarom?Ik beschik niet over een overzicht van het aantal ecoducten waar het vrijeverkeer van grote zoogdieren wordt ingeperkt. Het is aan provincies omhet natuurbeleid vorm te geven en uit te voeren, ook ten aanzien vanverbindingen en faunapassages. Mij is in ieder geval de casus bekend vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10102 het ecoduct Oud Reemst nabij het Nationale Park de Hoge Veluwe. Overdeze casus heeft de toenmalig Minister voor Natuur en stikstof in februari2023 schriftelijke vragen beantwoord (Aanhangsel Handelingen, verga-derjaar 2022–2023, nr. 1627). Zij heeft in die beantwoording gesteld datecoducten belangrijke verbindingspunten voor de Nederlandse natuur endat ecoducten alleen zouden mogen worden afgesloten wanneer erdwingende redenen zijn om dat te doen. Ik sluit mij bij dit standpunt aan.Ecoducten zijn immers bedoeld om doorsnijdingen en belemmeringenvan het leefgebied van planten en dieren op te heffen en verbindingen tehelpen realiseren.453Hoeveel van de gemeten en uitgekeerde gewasschade was schade aangewassen die direct bestemd waren voor menselijke consumptie enhoeveel van de schade was aan voor diervoeder bestemde gewassen,uitgesplitst naar gemeten en uitgekeerd, per bestemming en in euro’s?In 2023, het meest recente jaar waarvoor cijfers over faunaschade aanlandbouwgewassen beschikbaar zijn, is door BIJ12 voor € 55 miljoen aantegemoetkomingen uitgekeerd. 78% van die schade betreft schade aangrasland, bestemd als diervoer. Voor de overige gewassen is geenuitsplitsing naar menselijke en dierlijke consumptie mogelijk.454Wat is de stand van zaken omtrent de vrijstelling om kauwen, houtduivenen konijnen te bejagen?Zoals aan uw Kamer gemeld (Kamerstuk 36 410 XIV, nummer 96) wordt deintrekking meegenomen met de stelselwijziging jacht en faunabeheer,waarover uw Kamer in het eerste kwartaal van 2025 nader geïnformeerdzal worden. Op deze wijze geeft het kabinet uitvoering aan twee motiesdie uw Kamer heeft aangenomen: de motie Akerboom (Kamerstuk36 410 XIV, nr. 9, 11 oktober 2023), die de regering oproept om per directdie soorten die in hun voortbestaan worden bedreigd van de landelijkevrijstellingslijst af te halen, en de motie Pierik/Van der Plas (Kamerstuk33 576, nr. 380, 20 juni 2024), die de regering oproept de uitvoering van demotie Akerboom te betrekken bij de stelselwijziging.455Hoeveel katten zijn er in 2023 en 2024 geschoten in Nederland, uitgesplitstper provincie?Fryslân is de enige provincie die vergunning heeft verleend voor hetafschieten van katten. In 2023 zijn daar 328 katten geschoten. Cijfers uitFriesland over 2024 zijn nog niet beschikbaar.456Hoeveel landbouwhuisdieren zijn er in 2023 en 2024 gedood doorhonden? Hoeveel van deze dieren stonden achter een bewezenwolfwerend raster?Het aantal landbouwhuisdieren dat door honden wordt gedood, wordtniet structureel bijgehouden. Wel worden er cijfers afgeleid uit meldingenaan BIJ12 van vermoedelijke wolvenaanvallen. Uit DNA-onderzoek blijktsoms dat er geen sprake was van een wolvenaanval op vee, maar van eenaanval door een hond. Het betrof in 2023 tot en met 26 september 2024 85landbouwhuisdieren die door honden werden gedood. Geen van dezedieren stond achter een raster dat voldeed aan de wolfwerende advies-norm van de provincies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10103 457Hoeveel dieren van welke soort zijn er in 2024 gedood in de Oostvaarders-plassen en hoeveel hiervan zijn gebruikt of waren geschikt voor mense-lijke consumptie?De aantallen grote grazers in de Oostvaardersplassen dienen op hetvastgestelde niveau van het Faunabeheerplan 2024–2028 van de Faunabe-heereenheid Flevoland en het provinciale Beleidskader Beheer Oostvaar-dersplassen te worden gehouden. Staatsbosbeheer is verantwoordelijkvoor het reguliere jaarlijkse beheer, net als dat in andere Nederlandsenatuurgebieden gebeurt. Ieder najaar wordt door middel van tellingenbepaald met hoeveel dieren de populaties verminderd moeten worden.Het afschot vindt daarna plaats in de herfst- en windermaanden (en looptvoor de edelherten door tot 1 mei) en moet dus nog grotendeels plaatsgaan vinden voor het seizoen 2024–2025.EdelhertenIn het afschotseizoen 2023–2024 bedroeg het afschot van de edelhertencirca 460. Een groot deel is geschikt voor consumptie en gaat via eenpoelier naar consumenten of horeca. Een deel van de herten blijft in hetgebied liggen als voedsel voor insecten en aaseters als raven, zeearendenen vossen.HeckrunderenIn het seizoen 2023–2024 is het aantal Heckrunderen met circa 45 dierenverkleind. Het vlees van Heckrunderen komt niet ter beschikking voorconsumptie.KonikpaardenEr zijn in 2024 circa 80 paarden uit het kerngebied naar het slachthuisgebracht die geschikt waren voor consumptie.458Hoeveel landbouwhuisdieren zijn er in 2023 en 2024 gedood door vossen?Hoeveel van deze dieren stonden achter een bewezen wolfwerend raster?Het aantal landbouwhuisdieren dat door vossen wordt gedood, wordt nietstructureel bijgehouden. Wel worden er cijfers afgeleid uit meldingen aanBIJ12 van vermoedelijke wolvenaanvallen. Uit DNA-onderzoek blijkt somsdat er geen sprake was van een wolvenaanval op vee, maar van eenaanval door een vos. Het betrof in 2023 tot en met 26 september 20249 landbouwhuisdieren die door vossen werden gedood. Geen van dezedieren stond achter een raster dat voldeed aan de wolfwerende advie-snorm van de provincies.459Hoeveel landbouwhuisdieren zijn er in 2023 en 2024 gedood doorgoudjakhalzen? Hoeveel van deze dieren stonden achter een bewezenwolfwerend raster?Het aantal landbouwhuisdieren dat door goudjakhalzen wordt gedood,wordt niet structureel bijgehouden. Wel worden er cijfers afgeleid uitmeldingen aan BIJ12 van vermoedelijke wolvenaanvallen. UitDNA-onderzoek blijkt soms dat er geen sprake was van een wolvenaanvalop vee, maar van een aanval door een goudjakhals. Het betrof in 2023 toten met 26 september 2024 6 landbouwhuisdieren die door goudjakhalzenwerden gedood. Van geen van deze dieren voldeden de rasters aan dewolfwerende adviesnorm van de provincies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10104 460Hoeveel landbouwhuisdieren zijn er in 2023 en 2024 gedood door wolven?Hoeveel van deze dieren stonden achter een bewezen wolfwerend raster?Het betrof in 2023 tot en met 26 september 2024 1172 landbouwhuis-dieren die door wolven werden gedood. Bij 65 van deze dieren voldedende rasters volledig aan de wolfwerende adviesnorm van de provincies.461Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van deaangenomen motie van de leden Beckerman en Kostic´ over structurelefinanciering voor dierenhulporganisaties bij het opruimen van kadaversvan wilde vogels en de opvang van mogelijk besmette dieren (Kamerstuk29 683, nr. 300)?Zowel in het Landelijk platform vogelgriep in wilde dieren, als tijdens dekwartaaloverleggen met dierenambulances en de wildopvang overleggenis een eventuele structurele financiële steun verkend. Het vogelgriepvirusis nog niet weg en is nog steeds endemisch onder wilde vogels, maar inNederland is het een stuk rustiger dan in de voorgaande jaren. Dieren-hulporganisaties hebben geen formele taak bij het opruimen van dodewilde vogels. Op dit moment vraagt de vogelgriepsituatie in wilde vogelsniet om een substantiële inzet van dierenhulporganisaties. Een structurelefinanciële strategie acht ik daarom niet noodzakelijk. Daarom heb ik voor2025 geen budget opgenomen in de begroting. Mocht de vogelgriepsi-tuatie verergeren en weer een substantiële inzet vragen van dierenhulpor-ganisaties, dan zal ik de situatie opnieuw beoordelen en dan tevens bezienof een financiële ondersteuning op dat moment nodig is. Op deze wijzegeef ik uitvoering aan de motie van de leden Beckerman (SP) en Kostic´(PvdD) (Kamerstuk 29 683, nr. 300).462Hoever is de regering gevorderd in het overleg met dierenhulporgani-saties over een structurele financiële strategie?Er is structureel en goed contact met de dierenhulporganisaties overallerlei zaken, waaronder knelpunten waar zij tegenaan lopen. Er wordtgezocht naar oplossingen voor de knelpunten, maar LVVN zet zich ook inom gesprekken met diverse partijen te faciliteren of om duidelijkheid teverschaffen waar nodig. Ondanks dat het Rijk geen structurele finan-ciering voor dierenhulporganisaties kan bieden, wordt wel bekeken ofdierenhulporganisaties op een andere manier kunnen worden onder-steund. Bijvoorbeeld door ondersteuning te bieden bij de ontwikkelingvan een opleiding voor medewerkers op de dierenambulances, zodat dekwaliteit van de hulpverlening verder toeneemt.463Welk bedrag is conform de aangenomen motie Beckerman en Kostic(Kamerstuk 29 683, nr. 300) opgenomen in de begroting 2025 voor destructurele vergoeding voor dierenhulporganisaties ten behoeve van hetopruimen van kadavers van wilde vogels en de opvang van mogelijk metvogelgriep besmette dieren? Is dit bedrag toereikend, of wordt overwogenom extra budget vrij te maken?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 461.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10105 464Hoe worden de kosten voor het opruimen van kadavers en de opvang vanbesmette wilde vogels structureel gefinancierd binnen de begroting vanhet Ministerie van LVVN?Het opruimen van dode wilde vogels met vogelgriep is een aangele-genheid van de grondeigenaar of beheerder van het terrein, inclusief debijbehorende kosten. Het is de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheidom te zorgen voor een structuur waarbinnen de regionale en lokalepartijen het opruimen van kadavers en de omgang met zieke wilde vogelszelf goed kunnen organiseren en uitvoeren. Hiervoor is het Landelijkplatform vogelgriep in wilde dieren opgericht, een leidraad opgesteld, eenvogelgriep app voor het melden van dode wilde vogels ontwikkeld en eentelefoonnummer voor informatie ingesteld. De Kamer heeft in september2023 een motie van de leden De Groot (D66) en Beckerman (SP)(Kamerstuk 29 683, nr. 282) aangenomen, die de regering verzoekt om eenadequate financiële strategie die vrijwilligers en terreinbeherendeorganisaties ondersteunt in hun maatschappelijk werk. Mijn ambtsvoor-ganger heeft in reactie op die motie toegezegd dat zal worden bezien hoebijgedragen kan worden aan knelpunten in situaties met grote aantallendode wilde vogels in een gebied, die opgeruimd moeten worden vanuitpotentieel zoönotische risico’s, en/of waar het belangrijk is voor desoortenbescherming. Deze verkenning is bijna afgerond, en zal voor hetCommissiedebat Dierziekten en Zoönosen van 28 november 2024 aan deKamer worden gestuurd.465Is er al een tijdspad opgesteld voor de ontwikkeling en implementatie vande structurele financiering van dierenhulpverleners in de lijn van hoe hetDiergezondheidsfonds werkt voor boeren, zoals is voorgesteld in hetcommissiedebat Zoönosen en dierziekten van 13 juni 2024 voor hetopruimen van kadavers van wilde vogels en de opvang van mogelijkbesmette dieren? Zo ja, wanneer wordt verwacht dat deze strategiedefinitief is en in werking treedt?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 461.466Kan de regering een overzicht geven van de stakeholders die wordenbetrokken bij de herziening van het faunastelsel?Bij de stelselwijziging worden de volgende stakeholders betrokken:Provincies, faunabeheereenheden, landbouworganisaties, jagersvereni-gingen, dierenwelzijnsorganisaties, onderzoekers en terreinbeherendeorganisaties. Uw Kamer zal begin 2025 over de voortgang van destelselwijziging worden geïnformeerd.467Wat is de stand van zaken omtrent de gesprekken met wildopvangorgani-saties en decentrale overheden om te kijken of het mogelijk is om tot eenbetere geharmoniseerde aanpak te komen?Het is lastig gebleken om met gemeenten en provincies tot een geharmo-niseerde aanpak komen rondom financiering en verantwoordelijkheden.In de praktijk hangt de bereidheid voor ondersteuning vanuit decentraleoverheden onder andere af van de politieke samenstelling van eengemeentelijk of provinciaal bestuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10106 468Waaruit bestaat de extra aandacht voor de verbeterde aanpak vaninvasieve exoten? Welke middelen zijn hiervoor beschikbaar?Momenteel geeft LVVN prioriteit aan het opstellen van een landelijkaanvalsplan invasieve exoten dat in het eerste kwartaal van 2025 aan deKamer zal worden aangeboden. Het landelijk aanvalsplan geeft verdereuitwerking aan hoe het Nederlandse beleid en de uitvoering van deExotenverordening kan worden doorontwikkeld en verstevigd. Op ditmoment zijn geen extra middelen beschikbaar voor het beoogde landelijkaanvalsplan.469Hoeveel middelen zijn er gereserveerd per jaar in de periode 2025–2029voor de ontwikkeling van medegebruik door visserij en voedselproductiein windparken?De middelen die nodig zijn voor onderzoek naar medegebruik inwindparken komen uit de middelen die in het kader van Wind op Zee(WOZ) beschikbaar zijn gesteld voor de aanpassingen van de visserij.De WOZ-middelen worden breed ingezet voor innovatie in de vloot,nieuwe vormen van voedselwinning in windparken en voor de keten engemeenschappen. Dit is een totaalbedrag van 199 miljoen voor de periodevan 2022–2027.De ontwikkeling van medegebruik vanuit deze middelen is overigens al involle gang. Zo zijn er bijvoorbeeld in 2023 en 2024 reeds tuigentestenuitgevoerd met vier verschillende passieve vistuigen, in windparkBorssele en Hollandse Kust Zuid.470Op welke wijze wil het kabinet de gereserveerde 4,5 miljoen euro, volgenduit het Hoofdlijnenakkoord, voor het stimuleren van nieuwe innovaties inde visserij en de doorontwikkeling daarvan inzetten?De visserijsector wordt ondersteuning geboden in de noodzakelijkedoorontwikkeling naar een toekomstbestendige vloot. Dit is een belang-rijke pijler van de uitvoeringsagenda die ik in overleg met de visserijsectoren bij de visserij betrokken partijen ga opstellen. Er wordt gestreefd naareen economisch rendabele, duurzame en flexibele vloot die vist binnen deecologische randvoorwaarden en toekomstperspectief heeft. Dit vraagtverstevigde inzet op innovatie en het daarmee mogelijk maken vangewenste vistechnieken, waaronder bijvoorbeeld pulsvisserij, maar ookinnovaties op andere gebieden. Bijvoorbeeld innovaties op het gebied vanpassieve visserij of de doorontwikkeling van de kiwikuil waardoor deoverleving van teruggegooide bijvangst wordt vergroot.De inzet bestaat daarmee uit het opstellen en beschikbaar maken vanopdrachten en subsidies voor de (door)ontwikkeling van nieuwe enbestaande innovaties en waar nodig het mogelijk maken van hiervoornoodzakelijk onderzoek en samenwerking. Om de toepassing vaninnovaties mogelijk te maken zal een verstevigde inzet nodig zijn omdraagvlak te creëren in Europa door samenwerking en het schrappen vanbelemmerende EU-regelgeving.Een deel van het budget wordt aangewend voor de uitwerking van demogelijke invulling van visakkers. Dit vanuit het streven om ook in detoekomst voldoende fysieke ruimte voor de visserij te behouden, zodateen visser zijn werk op zee kan blijven uitvoeren. Uitwerking zal in overlegmet de sector en belanghebbenden plaatsvinden waarbij mogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10107 aanvullend onderzoek nodig is en ook afstemming met Europese partnerswordt gezocht. Als de invulling van visakkers ruimtelijke impact op deNoordzee heeft, dan zal dit in het volgende Programma Noordzee(2028–2033) een plek krijgen.Voor de kustwateren werk ik samen met de sector en natuurorganisatiesaan een toekomstvisie garnalenvisserij, in dat kader zal ook eenmeerjarige onderzoeksagenda worden opgesteld. Het onderzoek is nodigom de te nemen maatregelen te kunnen beoordelen op hun effectiviteit.471Welk budget is er beschikbaar voor afwaardering van grond bij deNationale Grondbank?Er is momenteel een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar op debegroting van LVVN voor afwaardering van grond bij de NationaleGrondbank. Dit bedrag is beschikbaar vanaf 2026 tot en met 2028.472Hoeveel mol stikstofreductie per hectare per jaar wordt, op basis van demeest actuele informatie, voor eind 2025 van de aanpak piekbelastingverwacht?Voor de gehele aanpak is nog geen inschatting te geven van de verwachtestikstofreductie voor eind 2025. Nog niet alle regelingen staan openwaardoor er nog geen zicht is op de interesse in die regelingen. Voor deLbv-plus wordt op dit moment een analyse uitgevoerd naar de potentiëlestikstofreductie. De Minister van LVVN zal de uitkomsten van deze analyseop korte termijn met uw Kamer delen.473Hoeveel mol stikstofreductie per hectare per jaar wordt, op basis van demeest actuele informatie, voor eind 2030 van de aanpak piekbelastingverwacht?Voor de gehele aanpak is nog geen inschatting te geven van de verwachtestikstofreductie voor eind 2030. Nog niet alle regelingen staan openwaardoor er nog geen zicht is op de interesse in die regelingen. Voor deLbv-plus wordt op dit moment een analyse uitgevoerd naar de potentiëlestikstofreductie. De Minister van LVVN zal de uitkomsten van deze analyseop korte termijn met uw Kamer delen.474Neemt de regering de inspanningsverplichting van het vorige kabinet overom met de gehele piekbelastersaanpak een reductie van gemiddeld100 mol stikstofreductie per hectare per jaar te bereiken?De aanpak piekbelasting heeft als doel om in korte tijd een forse reductievan stikstofuitstoot te realiseren. De streefwaarde van 100 mol waaraanwordt gerefereerd ging uit van een verplicht spoor, waarvan het vorigekabinet al heeft aangegeven dat niet door te zetten. Het kabinet handhaaftde inzet op het treffen van maatregelen die leiden tot vermindering vanstikstofuitstoot.475Waar is de verwachte daling van ontvangsten vanuit kennisontwikkelingen innovatie op gebaseerd?Het klopt dat de ontvangsten in 2025 lager zijn dan de realisatie 2023 enverwachte realisatie 2024. Dit verschil wordt verklaard door de sectorbij-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10108 drage aan de High Containment Unit (HCU). Deze bijdrage wordt lopendehet jaar toegevoegd aan de ontvangsten en de uitgaven.476Kan worden gespecificeerd waarvoor de begroting op artikel 23 voor 1,6procent beleidsmatig gereserveerd is?Dit betreft in totaal € 6,7 miljoen voor meerdere doeleinden. De grootsteposten zijn de volgende:•Subsidies – Missiegedreven topsectoren, € 3,0 miljoen•Bijdragen aan ZBO/RWT, Wettelijke taken Wageningen Research,€ 1,6 miljoen•Opdrachten – Ontwikkelen kennisbeleid, € 0,9 miljoen•Subsidies – Aanvullende onderwijssubsidies € 0,9 miljoen.477Wat is de reden van het onderbrengen van de Sociaal EconomischeBegeleiding (SEB) onder «Subsidies» in artikel 23, in plaats van onder«Sociaal economische positie boeren» bij «Opdrachten» onder artikel 21?De middelen op artikel 23 voor Sociaal Economische Begeleiding (SEB)hebben als doel boeren in staat te stellen om met actuele kennis aan deslag te gaan met sociaal economische vraagstukken. Deze middelen zijndaarmee meer randvoorwaardelijk van aard. De middelen onder het kopje«Sociaal economische positie boeren» op artikel 21. Land- en tuinbouwzijn over het algemeen middelen voor subsidies en opdrachten de sociaaleconomische positie, lees: verdienvermogen, direct ondersteunen.478Welk budget is er naast de 2 miljoen euro voor het ontwikkelen van eenmeetsysteem beschikbaar ter bevordering van de waterkwaliteit?Vanuit het onderzoeksbudget op artikel 23 is er voor 2025 ongeveer€ 11 miljoen begroot aan mestbeleid dat bijdraagt aan de verbeteringwaterkwaliteit. Daarnaast is er vanuit het gewasbeschermingsmiddelen-beleid € 10 miljoen beschikbaar voor de verbetering van waterkwaliteit.479Wat is de opbouw van het begrote bedrag van 2 miljoen euro voor hetontwikkelen van een meetsysteem van waterkwaliteit in de landbouw?In 2025 is € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van eenmeetsysteem voor waterkwaliteit in de akkerbouw. Deze middelen zijnafkomstig uit het Hoofdlijnenakkoord. De voorbereiding voor de ontwik-keling van dit meetsysteem is onlangs gestart, in afstemming metbetrokken sectoren. Met dit meetsysteem wordt een eerste start gemaaktom doelsturing op het gebied van waterkwaliteit op te zetten. Er is op ditmoment nog geen uitwerking en nadere opbouw van het begrote bedragvan de hiervoor beschikbare middelen.480Kan de regering toelichten op welke manier de 5,6 miljoen euro isgereserveerd voor het meerjarige programma «Meer kennis met minderdieren» (MKMD) bijdraagt aan stimulering van de ontwikkeling entoepassing van alternatieven voor dierproeven?Binnen het MKMD-programma wordt daar op verschillende manieren aanbijgedragen. Ten eerste wordt er een internationale call in samenwerkingmet Duitsland opgezet voor het valideren van proefdiervrije innovaties opzo’n manier dat deze kunnen worden opgenomen in internationaleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10109 richtlijnen, bijvoorbeeld van de OESO. Ten tweede is er gezamenlijk metde Samenwerkende Gezondheidsfondsen en Health-Holland de derdesubsidieronde Humane Meetmodellen opgezet. Deze subsidieoproep richtzich op doorontwikkeling van veelbelovende modellen met humaanmateriaal. Daarnaast stelt het programma financiering beschikbaar voorproefdiervrije benaderingen specifiek gericht op jonge onderzoekers en opsamenwerking tussen onderzoeksgroepen, zodat zij hun expertise overhet toepassen van proefdiervrije innovaties kunnen delen met anderen diedeze methodes nog niet hebben gebruikt. Hierdoor neemt de ervaring enhet vertrouwen in deze methodes toe, en daardoor het gebruik.481Kan worden gespecificeerd waarvoor de begroting op artikel 24 voor0,8 procent beleidsmatig gereserveerd is?Het gaat om in totaal € 4,9 miljoen bestemd voor bijdragen aan agent-schappen en verdeeld in twee delen: € 2,3 miljoen maakt deel uit van debijdrage aan het agentschap NVWA, € 2,6 miljoen is onderdeel van debijdrage aan het agentschap RVO. De bijdragen zijn ter dekking vanuitvoeringskosten van opdrachten van LVVN aan de agentschappen.482Welke middelen binnen het budget voor de NVWA in 2025 wordenbeschikbaar gesteld om instroom van nieuw personeel te bevorderen?De NVWA heeft voor het bevorderen van de instroom van nieuwemedewerkers in een krappe arbeidsmarkt jaarlijks een budget beschikbaarvan afgerond € 2 miljoen voor onder meer recruitment en arbeidsmarkt-communicatie.483Hoe is de beschreven apparaat-taakstelling verdeeld over de directies ophet kerndepartement?Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beant-woording van vraag 366.484Welk budget is er beschikbaar voor de directie Strategie, Kennis enInnovatie (SKI)?Er zijn twee soorten budget beschikbaar voor de directie Strategie, Kennisen Innovatie (SKI). Ten eerste het programmatische budget voor uitgavenop het gebied van innovatie en kennis. Deze middelen zijn in de begrotingopgenomen op artikel 23. Daarnaast is er budget beschikbaar voorpersoneelskosten. Het budget voor de personeelskosten van de directieSKI voor het jaar 2025 bedraagt € 10,3 miljoen.485Met welke verdeelsystematiek wordt de nader te verdelen taakstellingvoor 2025 ingevuld?Via een aanstaande reorganisatie wordt vorm gegeven aan het lagerepersoneelsbudget. Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik unaar de beantwoording van vraag 14.486Is het correct dat de NVWA helemaal geen taakstelling kent? Zo niet, watbetreft de taakstelling en hoe is deze verdeeld?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10110 Nee dat is niet correct. NVWA draagt bij in de apparaatstaakstelling met0,5% per jaar, oplopend tot 2,5% vanaf 2029. De invulling is nog nietgeheel uitgewerkt, maar in ieder geval in de eerste jaren vult NVWA dit inmiddels efficiencyverbeteringen.487Is er een overzicht beschikbaar hoe de 3.914 fte bij de NVWA zijningevuld?In haar jaarplannen en -beelden schetst de NVWA op hoofdlijnen deontwikkeling van het personeelsbestand. De NVWA stelt de invulling vande fte voor het aankomende jaar aan het einde van het lopende jaar vast.Deze invulling van fte is met in achtneming van de jaarlijkse pakkettentoezichtopdrachten van LVVN respectievelijk VWS en de verwachte vraagvan het bedrijfsleven aan retribueerbare toezichtwerkzaamheden NVWA.Een inschatting van de invulling van de 3.914 fte 2025 bij de NVWA op hetniveau van de vijf directies van de NVWA valt wel te geven (afgerond opvijftigtallen fte). De directie Handhaven 1.850 fte, de directie Slachttoezicht750 fte (inclusief de KDS-medewerkers die per 1 januari 2025 overgaannaar de NVWA), de directie Handelstoezicht 550 fte, de directie Interneorganisatie 450 fte en de directie Strategie 350 fte.488Welke garanties vanuit de EU liggen ten grondslag aan de stijging vanontvangsten vanuit Brussel in het kader van het Diergezondheidsfonds in2025?De stijging heeft vooral een budgettaire oorzaak: In 2025 ontvangt hetDGF voor de monitoringsprogramma AI, TSE en Salmonella de afrekeningvan het programma 2022–2024 en het voorschot voor het programma2025–2027. In totaal begroot op € 1,2 miljoen. Doordat de EU heeftbesloten te gaan werken met voorschotten en eindafrekeningen voorperiodes van 3 jaar ontstaan er pieken en dalen in de ontvangsten voordeze monitoringsprogramma’s. Hiervan is in de begroting voor 2025 enverder een zo goed mogelijke inschatting gegeven. Het betreft eenbegroting, geen garanties.489Op welke termijn is er zicht op daling in uitgaven voor de bewaking vanBSE, zonder de volksgezondheidsrisico’s daarbij uit het oog te verliezen?Het monitoringsprogramma op BSE volgt uit Europese regelgeving, en deuitvoering is daarmee geen nationale keuze. Met de huidige monitorings-frequentie ligt het niet voor de hand dat de uitvoeringskosten dalen. Er isNederlands onderzoek in voorbereiding dat uitgevoerd wordt in 2025,waarbij onderzocht wordt of de bescherming van mensen en dieren ookgeborgd kan worden met een aangescherpte definitie van te testenrunderen. Met de resultaten wordt nagegaan welke kostenbesparendemaatregelen mogelijk en haalbaar zijn. De resultaten daarvan zullenworden besproken met de Europese Commissie. Nadat dit is afgerond zalduidelijk worden of dergelijke maatregelen kunnen worden ingezet.490Uit welk budget of reserve wordt er geput bij de zelfstandige bestuursor-ganen (ZBO’s) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s) tenaanzien waarvan er geen begrotingsramingen voor 2025 zijn opgenomen?Wanneer ZBO’s en/of RWT’s geen bijdrage ontvangen vanuit de begrotingvan LVVN dan is in veel gevallen sprake van financiering door derden. InTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10111 veel beperktere mate kan sprake zijn van financiering uit andere hoofd-stukken uit de Rijksbegroting of andere medeoverheden of begrotings-fonds.491Welk deel van het budget voor de legalisatie van PAS-melders is bestemdvoor het creëren van stikstofruimte?Er zijn de afgelopen jaren veel bronmaatregelen genomen en middelenbesteed aan stikstofreductie. Stikstofruimte uit de Srv, MGA, Lbv en Lbv+kan worden ingezet voor PAS-melders als die ruimte niet nodig is voor denatuur. Ook de middelen van de Rpmp 2023 en Rpmp 2024 kunnen hieronder voorwaarden aan worden besteed. Samen was voor deze maatre-gelen in totaal € 3,3 miljard. beschikbaar. Onder meer vanwege degenoemde voorwaarde dat de ruimte niet nodig mag zijn voor de natuur,is weinig stikstofruimte die is verkregen met maatregelen die uit ditbudget gefinancierd zijn ook daadwerkelijk ingezet voor de legalisatie vanPAS-melders.492is er al een verdeling gemaakt voor de middelen voor agrarisch natuur- enlandschapsbeheer?Het Kabinet heeft in het regeerprogramma toegezegd om voor hetkerstreces aan de Kamer een contourenbrief over het agrarisch natuur-beheer te sturen. Deze brief bevat meer instrumenten dan alleen hetagrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Immers, om het ANLb teversterken zijn bijvoorbeeld ook investeringen nodig in de aanleg vanhoutopstanden, kruidenrijk grasland of plasdrassen. In de contourenbriefzal meer inzicht worden gegeven over de verdeling van middelen.493Welk deel van de onderuitputting op provinciale maatregelpakketten,welke nu teruggeboekt zijn op de Aanvullende Post bij Financiën, kaningezet worden om de korting op specifieke uitkeringen ten behoeve vanhet Legalisatieprogramma PAS-melders te compenseren?De onderuitputting op de provinciale maatregelpakketten is teruggeboektnaar de Aanvullende Post bij Financiën en zijn in de ontwerpbegroting2025 weer opnieuw aan de LVVN-begroting toegevoegd. Ze wordengrotendeels beschikbaar gesteld aan provincies om extra maatregelen inhet landelijk gebied uit te voeren die bijdragen aan de opgaven voorlandbouw, natuur, water en klimaat (€ 45,5 miljoen). Daarnaast wordenmiddelen ingezet voor het opvangen van de budgettaire taakstelling op despecifieke uitkering provinciale maatregelpakketten (€ 29,5 miljoen), zodatde middelen beschikbaar blijven voor doorontwikkeling van het landelijkgebied. De resterende middelen worden ingezet voor het opstellen vanhet natuurherstelplan (€ 3 miljoen).494Wat is het afbouwpad van de toepassing van de korting van 10 procent ophet Legalisatieprogramma PAS-melders?In het HLA staat dat er per 2026 een taakstelling is van 10% is op alleSPUK’s. In 2026 was voor de Regeling provinciale maatregelenPAS-melders oorspronkelijk € 50 miljoen geraamd, maar na detaakstelling is er dus nog € 45 miljoen beschikbaar. Het feit dat er nogmaar € 45 miljoen beschikbaar is in 2026 is meegenomen in het plafondvan de Regeling provinciale maatregelen PAS-melders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10112 495Kan de regering aangeven op welke manier (vertegenwoordigers van)bedrijven die innovaties ontwikkelen die dierproeven voorkomen ofvervangen betrokken worden bij het identificeren van acties die eraanbijdragen dat de knelpunten op de route van lab naar praktijk wordenweggenomen?Bij zowel de opzet als uitvoering van het Centrum voor ProefdiervrijeBiomedische Translatie (CPBT), dat vanuit het Nationale Groeifonds wordtgefinancierd, zijn diverse private partijen betrokken. Er is daardoor directebetrokkenheid bij en cofinanciering van het CPBT door private partijen.Het betrekken van alle ketenpartijen is belangrijk om in het gehele kennis-en ontwikkeltraject van bv. geneesmiddelen te voorzien en staat daaromcentraal. Zo kunnen knelpunten in de doorgeleiding van bijvoorbeeldgeneesmiddelenontwikkeling worden weggenomen. Het creëren vanbedrijvigheid is echter ook een belangrijk doel voor het groeifonds. Ditgeldt ook voor twee andere groeifondsprojecten ONCODE-Accelerator enRegMedXB, waar ook dergelijke innovaties ontwikkeld worden voorverschillende ziektebeelden.In juni heeft TPI in samenwerking met 3 andere veldpartijen een internati-onaal symposium «3Rs & NAMs all inclusive?» georganiseerd, waargesprekken met private partijen zijn gevoerd. Binnen de NationaleWeten-schapsagenda (NWA) zal een nieuwe subsidieoproep worden gefinan-cierd, samen met de Ministeries van IenW en OCW. Deze oproep zal netals de vorige ruimte bieden voor samenwerking met bedrijven. Daarnaastis binnen mijn opdracht aan het Meer Kennis met Minder Dierenprogramma samenwerking tussen bedrijven en onderzoekers een vastonderdeel, om zo het gebruik en de toepassing van proefdiervrijeinnovaties te stimuleren.496Erkent de regering dat het voor het uitfaseren van dierproeven belangrijkis de ontwikkeling en toepassing van proefdiervrije innovaties testimuleren? Op welke manier gaat de regering daaraan bijdragen?De regering erkent dat het stimuleren en ontwikkelen van proefdiervrijeinnovatie (infaseren) belangrijk is om op termijn dierproeven te kunnenafbouwen. Daar zet de regering op in via het (partner)programmaTransitie naar Proefdiervrije Innovatie (TPI). Dit programma is vollediggericht op opbouw van proefdiervrije innovaties door met verschillendepartners in het veld acties te ondernemen die daaraan bijdragen. Ook is erstructurele financiering voor het Meer Kennis met Minder Dierenprogramma van ZonMw gericht op het (door)ontwikkelen van proefdier-vrije innovaties.De Ministeries LVVN, IenW en OCW investeren samen bijvoorbeeld via deNationale Wetenschapsagenda (NWA) in een tweede subsidieoproep (deprojecten uit de eerste oproep zijn in uitvoering) voor proefdiervrijeinnovaties en er is de € 124,5 miljoen voor het centrum voor proefdier-vrije biomedische translatie (CPBT), uit het nationale groeifonds.497Hoeveel dierenartsenpraktijken in Nederland zijn momenteel in handenvan private-equitybedrijven? Hoeveel procent is dit van het totaal aantalpraktijken?Er zijn geen formele data van het aantal en soorten dierenklinieken inNederland beschikbaar. Ook zijn geen betrouwbare acquisitiedata vanovernamen van dierenklinieken bekend. Verschillende schattingen gaanervan uit dat er in Nederland ongeveer 1250 dierenartspraktijken voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10113 gezelschapsdieren zijn. In de beantwoording van eerdere Kamervragen uitaugustus 2023 (TK2023Z09414) heb ik u gemeld dat uit informatie vanEvidensia is gebleken dat in Nederland iets meer dan 300 dierenartsenkli-nieken (-locaties) en 8 dierenziekenhuizen onderdeel zijn van IVCEvidensia. Uit de websites van diverse andere ketens blijkt dat in 2023118 klinieken onderdeel zijn van AniCura, 26 klinieken onderdeel zijn vanCVS, en 45 klinieken onderdeel van zijn van Vetpartners.498Kan de regering een overzicht geven van het aantal overgenomendierenartsenpraktijken door private-equitybedrijven in de afgelopen5 jaar?Er zijn geen acquisitiedata van overnamen van dierenklinieken bekend enhet is niet mogelijk hiervan een overzicht te geven van de laatste vijf jaar.499Hoeveel kost het om het Btw-tarief op alle diergeneeskundige behande-lingen en medicatie te verlagen naar 9 procent?Het is niet mogelijk om te berekenen wat de financiële gevolgen zijn vanhet verlagen van het toepasselijke BTW-tarief, omdat niet bekend is watde jaarlijkse btw-opbrengst van diergeneeskundige handelingen voorgezelschapsdieren is.500Wat zijn de vervolgstappen in de uitvoering van de motie-Meulenkampc.s. (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 43)?De Minister van Economische Zaken werkt momenteel aan de herbeoor-deling Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie, dat zijn grondslagvindt in de Wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (WetVifo). Invulling van de motie Meulenkamp waarin het kabinet wordtverzocht om de Nederlandse groente- en zaadveredeling onder dereikwijdte te laten vallen wordt meegenomen in dit traject. De herzienewet zal ter voorhang worden aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamerin het eerste kwartaal van 2025.501Is er een schatting te maken van het aantal hectare landbouwgrond datwordt bespoten met glyfosaat?Het areaal landbouwgrond, waarop glyfosaat houdende middelen wordengebruikt, varieert in de jaren 2020 tot en met 2022 volgens inschattingenvan WUR. De reden hiervoor is het variëren van de weersomstandighedentussen en binnen de verschillende jaren. De bandbreedte is ongeveer500.000 tot 800.000 hectare [bron: Gebruik van glyfosaat in de Neder-landse land- en tuinbouw en inventarisatie van alternatieven voorglyfosaattoepassingen – in voorbereiding].502Welke stappen heeft de regering ondernomen om middelen met dewerkzame stof glyfosaat zo veel mogelijk van de markt te halen totdatonomstotelijk is bewezen dat ze geen risico vormen voor de gezondheid?Hoeveel procent is dat van het totaal hectare landbouwgrond?Uw Kamer heeft op 23 mei 2024 een motie van het lid Kostic´ (PvdD)aangenomen waarin de regering wordt verzocht om middelen met dewerkzame stof glyfosaat zo veel mogelijk van de markt te halen totdatonomstotelijk bewezen is dat ze geen risico vormen voor de gezondheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10114 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1648). De toelating van gewasbeschermings-middelen is binnen de EU wettelijk vastgelegd binnen de Verordening(EG) nr. 1107/2009. Hierbij worden werkzame stoffen Europees goedge-keurd en gewasbeschermingsmiddelen nationaal toegelaten wanneer opgrond van het wettelijk kader wetenschappelijk is aangetoond dat dezeveilig gebruikt kunnen worden. Het Ctgb is bij wet aangewezen als debevoegde autoriteit in Nederland die beslist over de nationale toelatingvan gewasbeschermingsmiddelen. Met het oog op de voor de uitvoeringvan zijn taak noodzakelijke onafhankelijke oordeelsvorming heeft het Ctgbde status van een zelfstandig bestuursorgaan. Op dit moment is glyfosaateen goedgekeurde stof en dienen middelen op basis van glyfosaattoegelaten te worden mits deze aan de toelatingscriteria voldoen.Mochten er echter aanwijzingen zijn dat het gebruik van glyfosaat eenrisico vormt voor de gezondheid, dan zal het Ctgb ingrijpen op detoelatingen van glyfosaat. In dat geval vertrouw ik het oordeel van hetCtgb, in lijn met de aangenomen motie van de leden Van Campen enGrinwis die de regering vraagt om de adviezen en besluiten van daartoeaangewezen onafhankelijk en deskundige instanties te respecteren(Kamerstuk 27 858, nr. 665) en het regeerprogramma.Naar aanleiding van de motie van de leden Bromet en De Groot waarin deregering wordt verzocht om het doodspuiten van graslanden en vangge-wassen te verbieden (Kamerstuk 27 858, nr. 662) zal uw Kamer binnenkortworden geïnformeerd over een voorstel om via het Besluit gewasbescher-mingsmiddelen en biociden, bij ministeriële regeling alternatieven voorglyfosaat te kunnen verplichten. Deze AMvB is door mijn ambtsvoor-ganger ter openbare consultatie voorgelegd. Daarnaast heeft de WURrecentelijk een analyse afgerond waarbij is gekeken voor welke teelten hetgebruik van glyfosaat noodzakelijk is in het kader van de voedselproductieen waarvoor geen alternatieven zijn, en waar het gebruik van glyfosaatkan worden gereduceerd. Uw Kamer zal hier binnenkort over wordengeïnformeerd.503Biedt de begroting voor ANLb voldoende zekerheid voor boeren om in detoekomst deel te nemen aan subsidies in het kader van het ANLb?In het regeerprogramma staat vermeld dat de opgave voor natuur niet loswordt gezien van de opgaven in de landbouw. Juist door landbouw ennatuur te verbinden, ontstaat er meer ruimte voor beide. Het kabinet geeftdaartoe een stevige structurele financiële impuls aan agrarisch natuur-beheer om zodoende boeren en andere beheerders langjarig en markt-conform te vergoeden voor hun bijdrage aan het landschap en behoud enversterking van de biodiversiteit. Een doelstelling is om daarmeevoldoende zekerheid voor boeren te geven om deel te nemen bij hetANLb. Voor het kerstreces stuurt het kabinet hierover een contourenbriefaan de Kamer.504Kan de regering toelichten op welke manier het Centrum voor Proefdier-vrije Biomedische Translatie (CPBT) nieuwe bedrijvigheid creëert rondomdierproefvrije technologie en biomedische translatie?De verbetering van biomedische translatie die het CPBT faciliteert, zorgtervoor dat nieuwe en bestaande bedrijvigheid wordt betrokken bij hetcentrum en dat deze partijen met dezelfde middelen nu meer productenkunnen ontwikkelen, vanwege de snelle en doelmatige kennis- enontwikkelketen op basis van proefdiervrije innovaties. Ook zullen ernieuwe innovatieve oplossingen voor behandelingen die voorheen nietmogelijk waren (bijvoorbeeld voor spierziekte Amyotrofische LateraleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10115 Sclerose (ALS)) komen die voor nieuwe bedrijvigheid zorgen. Productendie succesvol de markt halen kunnen vervolgens wereldwijd wordenverkocht. De omzet uit de verkoop van deze nieuwe innovatieve biome-dische producten vergroot het verdienvermogen van Nederland.Tegelijkertijd starten er nieuwe commerciële product-ontwikkeltrajecten(innovatieve geneesmiddelen, medische technologieën en voedingsingre-diënten) in samenwerking met of ondersteund door de ontwikkeltrajectenvan het CPBT. Daarbij zullen de partijen – die deze (door)ontwikkeling voorhun rekening nemen – activiteiten of zelfs hun bedrijf vestigen rondom hetCPBT, waarmee zij samenwerken.505Welke maatregelen worden concreet genomen om het bosareaal met 10procent te vergroten? In hoeverre is dat met het huidige beleid in zicht?In 2021 is gestart met de uitvoering van de landelijke bossenstrategie(Kamerstuk 33 576, nr. 186). Rijk en provincies hebben deze strategie in2020 opgesteld. Met onder andere 10% (37.400 hectare) bosuitbreidingper 2030 geven rijk en provincies invulling aan klimaatdoelstellingendoormiddel van CO2 vastlegging in bossen. Ook draagt de bossenstra-tegie bij aan het herstel van de biodiversiteit en de Vogel HabitatRichtlijnen in het bijzonder.Om de doelen te realiseren zijn met de provincies afspraken gemaakt overde realisatie van bos binnen het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Ookzijn afspraken gemaakt over het compenseren van ontbossing die heeftplaatsgevonden in het kader van Natura 2000 beheerplannen. Middelenhiervoor zijn beschikbaar via het Programma Natuur. Voor inrichting vanRijksgronden zijn middelen beschikbaar gesteld vanuit het Klimaatak-koord. Verder zijn in juni 2024 middelen toegekend aan de door deprovincies reeds ingediende maatregelpakketten in het kader van hetNationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). In deze pakketten zittenook maatregelen voor nieuw bos en revitalisering.Voor de realisatie van bos buiten het NNN wordt met verschillendepartijen gekeken hoe de ambitie van 19.000 hectare gerealiseerd kanworden. Er liggen kansen in de buurt van dichtbevolkte gebieden (incombinatie met woningbouw), bij steden en dorpen en in overgangszonestussen natuur- en landbouwgebieden. Ook wordt gekeken naar mogelijk-heden in uiterwaarden en beekdalen.In de Voortgangsrapportage natuur wordt jaarlijks gerapporteerd over devoortgang van de bossenstrategie. Deze wordt in december naar uwkamer gestuurd met de meest actuele gegevens over de gerealiseerdehectares. Uit de voorgaande rapportage en actuele prognoses wordtduidelijk dat het tempo van realisatie nog laag ligt. Daarmee staat hetbehalen van de doelen onder druk.506In hoeverre is het voltooien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) inzicht? Welke concrete maatregelen worden genomen om dit te voltooien?De provincies zijn verantwoordelijk voor de realisatie van het Natuurne-twerk Nederland. In de jaarlijkse Voortgangsrapportage Natuur (VRN)geven de provincies de realisatie aan van de opgave van minimaal 80.000ha nieuwe natuur, die volgens de afspraken in het Natuurpact in 2027gerealiseerd moet zijn. Uit de negende VRN (33 576, nr. 362) blijkt dat per1 januari 2023 ca. 48.500 ha is ingericht. Na 2027 resteert naarverwachting nog een te realiseren opgave van ca. 7.000 ha. Elke provincieheeft een realisatiestrategie opgesteld met aandacht voor concrete actiestot versnelling. Hierbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld hetversterken van de samenwerking met derden (waterschappen, particu-lieren, gemeenten, TBO’s), het opzetten van een provinciale grondbank,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10116 afkoop van pacht of aankoop van gronden tegen volledige schadeloos-stelling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 10117
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.