KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 maart 2026, over Landbouw- en Visserijraad (maart)

18 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c66e16547106f425 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1794 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 18 mei 2026 De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuuren de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 25 maart 2026overleg gevoerd met de heer Erkens, Staatssecretaris van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en de heer Van Essen, Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, over:−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 18 maart 2026 inzake geannoteerdeagenda Landbouw- en Visserijraad van 30 maart 2026,voortgang omtrent GMO-verordening en definitieve GLB-tarieven (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1766);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 4 maart 2026 inzake verslag van deLandbouw- en Visserijraad van 23 februari 2026 (Kamerstuk21 501-32, nr. 1765);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 10 februari 2026 inzake uitvoering van degewijzigde motie van de leden Podt en Bromet over bij deEuropese Commissie pleiten voor voorstellen die de toelatingvan laagrisicomiddelen bevorderen (Kamerstuk 21 501-32,nr. 1744) (Kamerstuk 27 858, nr. 742);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 febru-ari 2026 inzake fiche: Wijziging Verordening biologischeproductie en etikettering (Kamerstuk 22 112, nr. 4276);−de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur d.d. 9 maart 2026 inzakeSCoPAFF-vergadering gewasbeschermingsmiddelen maart2026 (Kamerstuk 27 858, nr. 744). kst-21501-32-1794ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17941 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur,SteenDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van MeetelenDe griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur,JansmaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17942 Voorzitter: SteenGriffier: De KeijzerAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bromet, Van Duijven-voorde, Den Hollander, Chris Jansen, Kostic´, Lohman, Van der Plas, Steenen Vellinga-Beemsterboer,en de heer Erkens, Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur, en de heer Van Essen, Minister van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Beste mensen, het is 14.00 uur. Dat betekent dat wij gaan beginnen, duswilt u allen uw plaats innemen? Ik heet u allen van harte welkom bij hetcommissiedebat LVVN. Hartelijk welkom aan de mensen op de publieketribune en de mensen die via de livestream met ons meekijken. Van hartewelkom aan de Minister en de Staatssecretaris en hun ondersteuning, enook aan de leden van deze commissie. Dat zijn meneer Lohman van hetCDA, mevrouw Den Hollander van de VVD, het lid Kostic´ van de Partijvoor de Dieren, mevrouw Vellinga-Beemsterboer van D66 en mevrouwBromet van GroenLinks-PvdA. Twee collega’s hebben aangegeven later tekomen; dat zijn de heer Jansen van de PVV en de heer Van Duijvenvoordevan Forum voor Democratie. Die komen zo meteen binnen.Dit commissiedebat duurt drie uur en we hebben een spreektijd van vierminuten per fractie. Ik stel voor om in de eerste termijn vier interruptiestoe te staan. Zoals u allen weet, of misschien niet weet, tellen we deinterrupties onder de 30 seconden niet mee, dus die zijn gratis. Maak daardankbaar gebruik van, zou ik u zeggen. Laten we interrupties welongeveer in drieën doen, zeker als u die onder de 30 seconden houdt,zodat het debat ook door kan gaan. Houdt u daar vooral rekening mee.Dan geef ik het woord aan de eerste spreker van vandaag, en dat is deheer Lohman van de fractie van het CDA.De heer Lohman (CDA):Dank u wel, voorzitter, en gefeliciteerd met uw verkiezing.Vandaag gaan we het hebben over de Europese visie op landbouw envoedsel. Als Amsterdammer in de landbouwwereld is het laveren tussenwereldbeelden van de boerenbelangen – hoe voeden we de wereld vanuitNederland? – en de idealen van wat weleens gekscherend de «havermel-kelite» wordt genoemd – hoe doen we dat binnen de draagkracht van deplaneet? – niet vreemd. De komende jaren staat de Europese landbouw,visserij en voedselketen voor precies dit spanningsveld. Met toenemendeonzekerheid op het wereldtoneel moet de Europese voedselvoorzieningzich de komende jaren voor de zoveelste keer in de geschiedenis gaanheruitvinden. Deze transitie moet worden vormgegeven met respect enwaardering voor de voedselmakers van ons continent: de boeren envissers. Tegelijkertijd leeft het besef dat investeren in een goede bodem,het verbeteren van de natuur en het halen van klimaatdoelen geen luxemaar een noodzaak is voor een gezond en welvarend Europa. Dekomende jaren staan in het teken van de zoektocht naar dit evenwicht,met als voorwaarde de grote verantwoordelijkheid die we dragen richtingde minst koopkrachtigen in onze samenleving om het dagelijks brood ookbetaalbaar te houden.Voorzitter. Dit is het geluid dat ik namens het CDA wil laten horen, met éénbeen in de stad en het ander op het platteland en in het weekendregelmatig met de blik op de Noordzee. In dat perspectief heb ik enkelevragen, opgeknipt in de blokjes generatievernieuwing, eiwittransitie envisserijbeleid. Ik leer snel over de blokjes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17943 Generatievernieuwing. In de voorstellen voor het nieuwe GLB benadruktde Europese Commissie het belang van jonge boeren en generatiever-nieuwing, maar tegelijkertijd wordt er meer ruimte gelaten aan delidstaten voor de invulling en financiering hiervan. Kan de Minister in ditgeval toelichten hoe hij deze Europese voorstellen beoordeelt vanuitNederlands perspectief? Welke kansen en risico’s ziet hij voor jongeboeren en tuinders? Hoe wil hij ervoor zorgen dat generatievernieuwingdaadwerkelijk een stevige plek krijgt in de Nederlandse inzet richtingBrussel?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):We zijn natuurlijk beland in een periode waarin grote veranderingen voorde Nederlandse landbouw aanstaande zijn. Het is goed om de jongeboeren daarbij in ogenschouw te nemen, maar ik wil van het CDA nietalleen horen welke vragen het heeft aan de Minister, maar ook hoe hetCDA zelf ziet hoe dat vorm te geven met de jonge boeren.De heer Lohman (CDA):Ik zou graag willen reageren, maar ik snap niet helemaal precies de vraag.Wat zou vormgegeven moeten worden met de jonge boeren?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):De heer Lohman stelt allemaal vragen aan de Minister, maar de vragendie hij stelt aan de Minister wil ik eigenlijk aan hemzelf stellen. Het CDAheeft daar ook een opvatting over, neem ik aan.De heer Lohman (CDA):Helder. Volgens mij blijkt dat voor een deel uit de vraagstelling. Wijdenken dat het belangrijk is dat jonge boeren een belangrijke rol aan tafelkrijgen in Europa. Ik denk dat we in Nederland hebben gezien dat de strijdvan de afgelopen jaren rondom de stikstofcrisis heel erg op de schoudersis gekomen van de jonge boeren, die zich vanuit het NAJK stevig hebbeningezet voor het niet gelukte landbouwakkoord. Ik denk dat we eigenlijkalles moeten doen om ruimte te bieden aan de jonge boeren om eentoekomst te hebben binnen Europa.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik vind het nog niet erg concreet, maar dat komt dan misschien later wel.Is het CDA dan ook bereid om afstand te nemen van andere partijen in deagrarische sector, die soms heel andere dingen vinden dan de jongeboeren?De heer Lohman (CDA):Ook dit vind ik geen heel concrete vraag wat betreft de partijen waaropgedoeld wordt en waar we afstand van moeten nemen. Ik denk dat umisschien doelt op het belangenspeelveld in Nederland van welke partijeneen stem hebben richting de politiek. Het is voor het CDA duidelijk dat wede stem van onder andere NAJK – er zijn natuurlijk veel meer groepen diezich georganiseerd hebben – belangrijk vinden. We hebben daar ookgoede contacten mee. Ik ben ook bekend met allerlei andere netwerken,zoals Caring Farmers, waar u zelf ook vaak mee in contact bent. Ik denkdat het belangrijk is dat we in het versplinterde boerenbelangenspeelveldmet alle partijen spreken, dus uiteraard LTO, NAJK en ook vernieuwendenetwerken en agro-ecologische boeren. Ik denk dat dat ook bij deze tijdpast. We moeten luisteren naar verschillende ideeën over de aankomendelandbouwtransitie. Dat wil ik namens het CDA heel graag doen.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Tot slot. Ik denk dat de tijd van luisteren grotendeels geweest is. We wetenwaar iedereen staat. Het gaat nu om het nemen van beslissingen. Ik weetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17944 nog niet waar het CDA staat als het gaat over het maken van keuzes, wantals je kiest voor het een, dan betekent dat soms ook dat je afscheid neemtvan het ander.De heer Lohman (CDA):Dat ben ik met u eens. Het is tijd dat we keuzes gaan maken. Ik herken hetbeeld nu niet dat er verschillende groepen zijn die totaal andere vormenvan landbouw zouden hebben. Er zijn verschillende vormen vanlandbouw. Je hebt de biologische landbouw. Je hebt boeren die metregeneratieve landbouw aan het experimenteren zijn. Die zijn allemaalook onderdeel van de netwerken. Ook bij LTO en NAJK zitten verschil-lende soorten boeren, en dan hebben we het nog niet over tuindersgehad. Het is dus volgens mij niet zo dat we afscheid gaan nemen van eenbepaalde groep boeren. In die tegenstelling herken ik me niet zo.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Lohman (CDA):Volgens mij had ik het blokje generatie gehad. Dan kom ik bij de eiwittran-sitie. De vraag naar eiwitten blijft wereldwijd stijgen. De toekomst vaneiwitten zou bestaan uit dierlijk en plantaardig, van het land en vanuit dezee. Vleesvervangers en in de toekomst wellicht kweekvlees zijnonderdeel van de oplossing. Er ligt al een Europese inzet op eiwitvoor-ziening, maar die is versnipperd en onvoldoende gericht op strategischeautonomie. Hoe gaat de Minister in de Raad sturen op een samenhan-gende Europese eiwitstrategie die onze afhankelijkheid van importdaadwerkelijk vermindert en die niet alleen inzet op teelt, maar die ookindustrie-innovatie en consumptie meeneemt?Dan het visserijbeleid. Steeds meer organisaties pleiten ervoor om hetgemeenschappelijk visserijbeleid niet open te breken, maar beter teimplementeren. Tegelijkertijd horen wij van vissers uit de praktijk dat hetnog te vaak vastloopt in regels die niet werken. Gaat de Staatssecretariszich in Europa inzetten voor implementatie van het GVB, zodat dit zowelleidt tot het herstel van visbestanden als tot een reëel verdienmodel voorvissers? Ik lees dat de Staatssecretaris zich wil inzetten voor versnellingvan de brandstoftransitie in de visserij. Hoe zorgt de Staatssecretariservoor dat deze energietransitie breder wordt opgepakt door ookverduurzaming van vistuig en vistechniek mee te nemen?Voorzitter, ik rond af. De vraag is niet of ons voedselsysteem verandert,zoals mevrouw Bromet ook aangeeft, maar wie die veranderingvormgeeft. We moeten ons niet laten verleiden om een valse tegenstellingop te werpen in die zin dat we moeten kiezen tussen economie enecologie of tussen koemelk en havermelk. Laten we omarmen dat het gaatover en-en en niet over of-of. Ik doe een oproep aan ons, de politiek, omgezamenlijk op te trekken en het voedselsysteem te hervormen, zodat hetwerkt voor boeren, vissers en consumenten.Dank u wel.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Een mooi verhaal waar wij als Partij voor de Dieren ook veel mee kunnen.Ik heb een concrete vraag. We hebben afgelopen week gezien datbiologische boeren er last van hebben dat hun buren met landbouwgifspuiten en dus met verschillende pesticiden of bestrijdingsmiddelen; hoeje het ook wilt noemen. Mijn vraag aan collega Lohman is welke oplossinghet CDA hiervoor ziet.De heer Lohman (CDA):Ik denk dat het noodzakelijk is dat we het gebruik van gewasbeschermingover de hele linie gaan veranderen. Wij denken dat synthetische gewasbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17945 schermingsmiddelen daar nog een onderdeel van kan zijn, maar we willenecht heel stevig erop inzetten dat die steeds minder invloed gaan hebbenop het hele milieu, dus op de bodem en zeker ook op de omwonenden.Dat wordt ook in het regeerakkoord gezegd. Ik denk dat biologischeboeren het voorbeeld geven, namelijk dat je ook zonder synthetischegewasbescherming hele goede oogsten kunt behalen. De vraag hoe jebijvoorbeeld in de zonering meer ruimte creëert voor de biologischelandbouw, zal misschien uiteindelijk een ruimtelijkeordeningsvraagstukworden. Daardoor zit je ook minder dicht op elkaar. Volgens mij kun je ermet technologische innovaties, zoals het gebruik van een Wingssprayer,voor zorgen dat synthetische gewasbeschermingsmiddelen niet op hetbiologische land terechtkomen. Dat zijn oplossingsrichtingen waar wenaar zouden kunnen kijken.De voorzitter:Een vervolgvraag van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dit klinkt natuurlijk als iets voor de langere termijn, maar het probleem isdat biologische boeren nu moeten stoppen omdat ze eigenlijk gewoonniet meer kunnen opereren omdat het gif op hun gewassen belandt en zesowieso opdraaien voor de kosten die dat met zich meebrengt. Dat is duseen acuut probleem. Partij voor de Dieren heeft daar in de vorigekabinetsperiode vragen over gesteld. De vorige Minister vond het deverantwoordelijkheid van de biologische boeren zelf om het maar op telossen. Ik hoop toch niet dat dat de richting is die het CDA op wil. Is hetCDA bereid om met ons mee te denken over hoe we hier een concretekortetermijnoplossing voor kunnen vinden voor de biologische boeren?De heer Lohman (CDA):Ik kan in ieder geval ...De voorzitter:De heer Lohman.De heer Lohman (CDA):Sorry, voorzitter. Ik kan in ieder geval benadrukken dat wij als CDA debiologische landbouw heel belangrijk vinden. Ik wil dus zeker meedenkenover hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de ambitie die de overheidheeft om het biologische areaal te vergroten ook daadwerkelijk mogelijkgaan maken. Daar hebben we afgelopen week natuurlijk ook op meege-stemd. Dit is volgens mij niet zozeer een probleem van de biologischeboer of de gangbare boer an sich. Er zijn veel biologische boeren diestoppen; dat hoor ik ook. Dat heeft helaas ook vaak met marktomstandig-heden te maken. Ik zie eigenlijk daar ook meer een rol voor de overheid,om te kijken hoe we meer aan die vraagkant kunnen gaan werken. Ik kannu dus niet heel specifiek antwoord geven op dit beeldvraagstuk, maar ikwil zeker met u nadenken over wat we daar extra in zouden kunnenbetekenen, want nogmaals, ik vind de biologische landbouw een heelbelangrijk onderdeel van de transitie.De voorzitter:Dank u wel, meneer Lohman. Dan kijk ik naar mevrouw Den Hollandervoor haar inbreng in de eerste termijn.Mevrouw Den Hollander (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant uiteraard felicitaties voor uwbenoeming.Voorzitter. Wij zouden als VVD-fractie enkele aandachtspunten willenmeegeven aan het kabinet voor de Landbouw- en Visserijraad dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17946 binnenkort plaatsvindt. We zouden willen starten met een blokje over deNederlandse vissers. In de Raad zal gesproken worden over de oneerlijkeconcurrentie bij de makreelvangst tussen EU-vissers en vissers uit andereEuropese, niet-EU-landen. Als VVD vinden wij dat visserij duurzaam moetzijn, bij voorkeur gebaseerd op wetenschappelijk advies. Tegelijkertijdmag dit er niet toe leiden dat Nederlandse vissers worden benadeeld dooroneerlijke concurrentie. De huidige afspraken lijken erop neer te komendat niet-EU-landen meer ruimte krijgen en Nederlandse vissers juist temaken hebben met strengere regels, terwijl Nederlandse vissers juistbereidheid tonen om te verduurzamen, bijvoorbeeld via innovaties zoalspulsvisserij. Deze ontwikkelingen worden al bemoeilijkt door Brusselseregelgeving. Extra beperkingen maken het voor hen nog lastiger. Het isdaarom van belang dat Brussel ervoor zorgt dat duurzaamheid en eerlijkeconcurrentie hand in hand gaan. Ik zou daarom de volgende vragen willenstellen aan de Staatssecretaris. Hoe gaat u de Europese plannen beoor-delen om de visserijsector uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te maken? Watbetekent het concreet voor de Nederlandse kottervloot?De VVD is voorstander van emissievrije en emissiearme technologieën.Wij denken dat hiermee een bijdrage kan worden geleverd aan eensterkere concurrentiepositie ten opzichte van visserij buiten de EU. Mijnvervolgvraag aan de Staatssecretaris is dan ook hoe we ervoor kunnenzorgen dat deze innovaties op korte termijn beschikbaar, realistisch enfinancieel haalbaar worden voor de Nederlandse vissers.Voorzitter. Het tweede onderwerp dat we willen belichten is de toekomstvan de landbouw en het GLB. Voor de VVD is het essentieel dat boerenkunnen rekenen op een stabiel en toekomstbestendig inkomen. Hoewel erstappen worden gezet, onder andere via gemeenschappelijk landbouw-beleid en maatregelen tegen oneerlijke handelspraktijken, blijkt de praktijknog altijd weerbarstig. Boeren hebben te maken met grote inkomens-schommelingen en een ongelijk speelveld binnen de keten. Daarom zou ikde Minister willen vragen hoe hij de eerste resultaten van de Europesevisie voor landbouw en voedsel ziet en op welke onderdelen hij vindt dater versnelling nodig is.Er wordt ingezet op nieuwe verdienmodellen en op de generatiewisseling.Dat is cruciaal, want zonder jonge boeren is er geen toekomst voor desector. Tegelijkertijd blijven toegang tot land, kapitaal en innovatiebelangrijke knelpunten. Hoe gaat de Minister zich binnen Europa inzettenom deze barrières daadwerkelijk te verkleinen en het ondernemerschap inde landbouw te versterken? Gaat de Minister ervoor pleiten dat er in hetGLB meer ruimte komt voor de eco-regeling? Dat laat zien dat dezeregeling ervoor zorgt dat maatschappelijk gewenste ontwikkelingengestimuleerd worden, zoals kruidenrijk grasland en minder inzet vangewasbescherming en kunstmest. Naast de eco-regeling moet er ookaandacht komen voor het inzetten van innovatieve technieken op het landom de bedrijfsvoering te moderniseren. Is de Staatssecretaris bereid omin Brussel te pleiten voor bevordering van deze ontwikkelingen?Gezien de tijd ga ik eerst eventjes naar de Food and Feed Safety Omnibus,want morgen vindt over dit onderwerp een rondetafelgesprek plaats. Dezienswijzen die onze fractie bereiken over dit onderwerp lopen sterkuiteen. Sommige partijen zien het als beleid dat het makkelijk maakt omschadelijke en chemische bestrijdingsmiddelen op de markt te brengen ente houden, terwijl andere partijen het voorstel juist zien als een methodeom risicogestuurd te kunnen beoordelen en als iets dat kansen biedt opsnellere toelating van nieuwe middelen met minder milieu-impact. Kan deStaatssecretaris zijn eerste indruk van de Food and Feed Safety Omnibusdelen met de Kamer? Is de Minister bereid om zich in Europees verband inte zetten voor een risicogebaseerde herbeoordeling mits het bescher-mingsniveau voor mens, dier en milieu gelijk blijft?Ten aanzien van de handel zien wij dat er recent op Europees niveaustappen zijn gezet om de positie van boeren in de voedselketen teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17947 versterken, onder meer via afspraken over contracten en strengere regelstegen oneerlijke handelspraktijken. Dit sluit aan bij de inzet van de VVDom boeren een eerlijker aandeel in de keten te geven. Tegelijkertijd blijftde vraag hoe deze maatregelen in de praktijk zullen uitpakken. Hoebeoordeelt de Minister deze ontwikkelingen en wat zijn naar verwachtingde concrete gevolgen voor Nederlandse boeren?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Den Hollander. Dan is het woord aan het lid Kostic´van de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank, voorzitter, en ook felicitaties vanuit mijn kant.Ik begin met het Omnibusvoorstel van de Europese Commissie, waarmeede wetgeving ten aanzien van landbouwgif ernstig wordt afgezwakt. Ditterwijl er steeds meer zorgen zijn over landbouwgif en we zo snelmogelijk naar een gifvrije landbouw toe willen gaan, omdat dat in hetbelang is van de gezondheid van mens, dier, natuur en milieu, maar ookzeker van de boeren.Daarom is het stuitend dat juist de biologische boeren, die al het goedevoorbeeld geven, er de dupe van zijn dat er nog zo veel chemisch gifwordt gespoten. Zojuist vroeg ik het CDA om samen tot een oplossing tekomen voor biologische boeren die nu moeten betalen voor het feit dat erveel landbouwgif van de buren op hun erf terechtkomt. Biologischeboeren dragen nu de lasten. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Daaromvraag ik de Staatssecretaris of hij kan aangeven hoe hij dit gaat oplossenen de biologische boeren beter gaat beschermen.Vorig jaar nam de Kamer nog een hele duidelijke motie aan om met klemte pleiten tegen voorstellen die de status quo wat betreft de toelating vanchemische en risicovolle middelen verzwakken. Erkent de Staatssecretarisdat hij, in lijn met deze motie, moet pleiten tegen het Omnibusvoorstel?Kan hij aangeven hoe hij dit aanpakt?Mevrouw Den Hollander (VVD):Dit punt sluit aan op wat het lid Kostic´ net zei. Ziet het lid Kostic´ hetrisicogestuurd herbeoordelen ook als een kans om middelen die negatiefin de aandacht komen, juist eerder te kunnen herbeoordelen?Kamerlid Kostic´ (PvdD):De discussie over bestrijdingsmiddelen en landbouwgif is natuurlijk al eenlanglopende discussie. We lopen er steeds tegenaan dat het altijd eenbeetje rommelen in de marges blijft, terwijl we allemaal weten dat heteigenlijk absurd is dat we gif spuiten op ons eten en dat dit uiteindelijkoveral in onze omgeving terechtkomt. We moeten dus toe naar een anderlandbouwsysteem. Dat is onze prioriteit. Ik begrijp dat de VVD daarin eenandere prioriteit heeft, maar volgens mij moeten we onze kostbarepublieke middelen juist inzetten om de transitie in de landbouw tebewerkstelligen; dat moet dus zonder chemisch gif.De voorzitter:Mevrouw Den Hollander heeft een vervolgvraag.Mevrouw Den Hollander (VVD):Ik bestrijd dat wij een ander einddoel in beeld hebben. Vooralsnog heb ikdat niet kunnen ontdekken, misschien alleen ten aanzien van demarsroute. Wij willen juist de snellere toelating van groene middelenmogelijk maken. Daar is die Food and Feed Safety Omnibus een prachtiginstrument voor. Deelt lid Kostic´ dat met ons?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17948 Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nee, dat deel ik zeker niet. Het Omnibusvoorstel is op dit moment eenafzwakking van de bescherming van gezondheid en milieu. We weten ook– dat heeft het Ctgb ook aangegeven – dat de huidige manier van toelatingonvoldoende is om het milieu goed te beschermen. De stapelings- encocktaileffecten en allerlei andere risico’s worden onvoldoende meege-nomen. Het is dus echt niet aan de orde om nu verder de kant vanafzwakking en versoepeling op te gaan, zeker als je kijkt naar hoe dit nu inhet land leeft; mensen maken zich ernstige zorgen. Volgens mij hebbenwij hierin een verantwoordelijkheid als Kamer. Zoals ik net al zei tegen deStaatssecretaris, ligt er gewoon een aangenomen motie die vraagt omtegen het Omnibusvoorstel in deze vorm te pleiten.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Onder andere FNV en de Parkinsonalliantie Nederland waarschuwen voorde schadelijke gevolgen van het Omnibuspakket voor de volksgezondheiden de natuur. Deelt de Staatssecretaris deze zorgen?Bij de herbeoordeling van landbouwgif zien we dat producentendoelbewust onvolledige dossiers aanleveren, waardoor proceduresworden vertraagd of compleet vastlopen. Ondertussen blijft het gifgewoon op de markt. Het Europese Hof van Justitie is daar helder over: ermoet worden gecontroleerd of producenten dit soort vertragingenveroorzaken door bewust onvolledige dossiers in te dienen. Kan deStaatssecretaris aangeven hoe deze uitspraak van het Europese Hof wordtverwerkt in het Omnibusvoorstel?Vertragingen bij EFSA en het Ctgb ontstaan mede doordat de producentenhalf werk aanleveren. Dat kost veel geld. Deelt de Staatssecretaris dat derekening moet worden neergelegd waar die hoort, namelijk bij degifproducenten? Welke maatregelen overweegt de Staatssecretaris om ditstructureel aan te pakken? Is de Staatssecretaris bereid om het beoorde-lingsproces meteen stop te zetten zonder kans op verlenging als eendossier niet op orde is? Want waarom zouden we blijven meebewegenmet partijen die de regels niet serieus nemen?Over gif gesproken: er wordt volop schadelijke pfas in landbouwgifverwerkt. De schade is enorm en daar betaalt de belastingbetaler nu voor.Gezien het feit dat dit kabinet de gevaren van pfas erkent en een verbodop pfas wil, zou het logisch zijn dat de Staatssecretaris zich ook inzet vooreen nationaal en Europees verbod op pfas in bestrijdingsmiddelen, anderskomt het alsnog overal terecht.De heer Lohman (CDA):We hadden een discussie over wat voor soort landbouwsysteem we, of inieder geval het CDA en in dit geval de Partij voor de Dieren, voor ons zien.Ik denk dat we het erover eens zijn dat er heel grote veranderingen nodigzijn. Er is iets waar we het wellicht niet helemaal over eens zijn en ik benbenieuwd hoe u daarnaar kijkt. U heeft het een aantal keer gehad over eenlandbouwsysteem zonder het gebruik van gif. Ik wil vragen wat uwtoekomstbeeld dan is. Hoe ziet een landbouwsysteem zonder chemisch gif– dat is volgens u iets anders dan niet-chemisch gif – eruit? Kunt u daaropreflecteren?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Zeker. Ik denk dat we daar heel veel ervaring mee hebben in Nederlandmaar zeker ook buiten Nederland, namelijk in de biologische landbouw.Die laat het goede voorbeeld zien. Ik denk dan: we hebben zo veel jaarervaring hiermee, dus waarom zou je die niet veel meer kunnenopschalen en uiteindelijk ook als standaard willen inzetten? Er wordt teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17949 veel gedacht in onmogelijkheden. Het zou allemaal te marginaal zijn en erzou onvoldoende balans in zitten. Maar dat komt ook doordat we heteerlijke verhaal niet vertellen. We zeggen niet: jongens, eigenlijk is het nietheel goed voor de omgeving dat we zo veel chemisch gif gebruiken;eigenlijk is biologisch gewoon veel beter. We zeggen: we hebben de bestelandbouw ter wereld; eigenlijk is alles goed genoeg. Dan is er heel weinigprikkel, ook voor een consument met voldoende geld, om te kiezen voorbiologisch. Het begint ook in de communicatie. Je verwacht ook van deStaatssecretaris en de Minister dat ze heel duidelijk aangeven datbiologisch de richting is die we op zouden willen. Het gangbare systeemop dit moment – met de beste bedoelingen van de boeren, want diekunnen er niks aan doen dat ze daarin vastzitten – is eigenlijk gewoon niethoudbaar.De heer Lohman (CDA):Twee korte vervolgvragen. Begrijp ik goed dat u zegt dat een biologischelandbouw het haalbare en wenselijke eindbeeld is voor de Partij voor deDieren? Dat is vraag een. Vraag twee is ... Mag dat, voorzitter? Omdat wevan dezelfde partij zijn? Nee, grapje. Omdat ik nieuw ben! Wij zien eenontwikkeling naar minder impact op het milieu, op het gebied vanmilieugebruikspunten, waarbij het onderscheid tussen synthetisch enniet-synthetisch minder van belang is, maar het gaat om de vraag: watdoet dit voor de staat van de natuur? Zou u daarover willen meedenken,even als teruguitnodiging na het gesprek van hiervoor?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik denk heel graag overal over mee, maar onze ervaring door de jarenheen is dat biologische landbouw gewoon goed werkt voor de omgeving.Daarin kun je ook nog veel verbeteringen inzetten, maar dat is wel ietswaarmee we al superveel ervaring hebben opgedaan en wat al depositieve resultaten oplevert die we nodig hebben. Tegelijkertijd hebbenwe ook een beweging gezien van allemaal vage greenwashingbegrippenals «natuurinclusief», «On the way to PlanetProof» en dat soort dingen,die veel te veel vaagheid met zich meebrengen en dus de kans opgreenwashing geven. Daar willen we voor waken. Wij denken: als je weetdat je een sterk merk hebt, biologisch, dat ook internationaal wordterkend, waarom zou je dan niet daarop doorontwikkelen? Dat zijn we aldie biologische boeren volgens mij ook allang verschuldigd. Ik zou, als hetdaarover gaat, willen meedenken en me niet zo willen laten afleiden doorandere manieren, waarvan ik denk dat het risico is dat we toch weer in diegroep van greenwashing gaan zitten, met alle respect.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Kan de Staatssecretaris toezeggen in Europa te pleiten voor een verbodop pfas, ook in bestrijdingsmiddelen, en daarvoor bondgenoten te zoeken,bijvoorbeeld in Denemarken?Voorzitter. Dan over de dieren. Nederland heeft gelukkig de vreselijkebontindustrie verboden, net zoals bijna elk ander land in de EU. Zo zie jeook dat een maatregel die wij in Nederland doorvoeren, ertoe kan leidendat meer landen volgen – zeg ik ook even tegen de VVD. Maar nu staanwe voor een beslissend moment in de EU. De Europese Commissie is methet onzalige plan gekomen om geen verbod in te stellen maar metdierenwelzijnsaanpassingen te komen, terwijl we uit onderzoek weten datde bontindustrie op geen enkele manier diervriendelijk kan zijn en er ookgeen draagvlak is in Europa. Is de Staatssecretaris bereid om de EuropeseCommissaris op zeer korte termijn op te roepen om niet met aanpas-singen, maar met een verbod te komen? Is hij bereid om Oostenrijk teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179410 steunen, dat een officieel verzoek wil indienen bij de Europese Commissieom met een Europees bontverbod te komen, maar daarvoor steun vanandere lidstaten nodig heeft?Voorzitter, tot slot. De Europese Commissie kwam met de belofte om in2023 met wetgeving te komen om eindelijk te verbieden dat dieren inkooien worden gehouden, maar die belofte is niet nagekomen. Nog altijdleven meer dan 300 miljoen dieren per jaar een kort en ellendig leventussen stalen stangen of in krappe kooien. Is de Staatssecretaris bereidom zich actief in te zetten, zodat hier eindelijk een einde aan komt, en omzijn inzet zo snel mogelijk per brief terug te koppelen aan de Kamer?Dank u wel.De voorzitter:Ik dank het lid Kostic´. Ik maak direct even van de gelegenheid gebruik omde heer Jansen van de PVV welkom te heten, net als mevrouw Van derPlas van de BBB en de heer Van Duijvenvoorde van Forum voorDemocratie. De heer Van Duijvenvoorde is geen officieel lid van dezecommissie. Staat u het hem toe om het woord te voeren hier? Ik zie geenonoverkomelijke bezwaren, dus welkom aan hem. Dan geef ik het woordaan de heer Jansen.De heer Chris Jansen (PVV):Dank, voorzitter. Natuurlijk ook van mijn zijde felicitaties met uw eervollebenoeming, zeg ik dan.Voorzitter. De agrarische sector is de hoeksteen van onze Nederlandsevoedselzekerheid en een sector waar we als land absoluut trots op mogenen moeten zijn. Voor de PVV staat één ding voorop: onze boeren envissers moeten kunnen blijven produceren zonder verstikt te worden doorBrusselse regelzucht, resulterend in een kabinetsbeleid gebaseerd opvolkomen onrealistische klimaatideologieën. We bespreken vandaag devoortgang van de Europese visie op landbouw en voedsel, een jaar na depresentatie. De Europese Commissie schermt met termen als «eerlijkebeloning» en «minder regeldruk». Maar wat merkt de boer daar in depraktijk van? Wat de PVV betreft is het een jaar vol loze beloften. We ziendat de sector nog steeds worstelt met complexe regelgeving en eenrelatief laag inkomen. Mijn vraag aan de Minister is dan ook: hoe kan hijbeweren dat er sprake is van vereenvoudiging, terwijl boeren dagelijksuren kwijt zijn aan administratieve verplichtingen die enkel bedoeld lijkenom hen te controleren en te straffen in plaats van te faciliteren?Daarnaast maakt de PVV zich grote zorgen over de geluiden vanuit deWetenschappelijke EU-Klimaatraad. Er wordt gepleit voor het belasten vanlandbouwemissies en het dwingen van burgers om minder vlees te eten.Dat is voor ons onacceptabel. Keuzevrijheid staat wat ons betreft voorop.Mijn vraag is: kan de Minister garanderen dat hij zich in Brussel met handen tand zal verzetten tegen elke vorm van een vleestaks of extra lastenver-zwaring voor onze veehouders en, zo nee, waarom niet?Voorzitter. Er wordt gesproken door het Europees Parlement over eenverhoging van het gemeenschappelijk landbouwbeleidbudget naar427 miljard euro, om de inflatie op te vangen. Hoewel steun voor boerenessentieel is om de klappen op te vangen, vraagt de PVV zich wel afhoeveel van dit geld daadwerkelijk bij de boer op het erf terechtkomt enhoeveel er blijft hangen in de Brusselse bureaucratie en groenetransitie-projecten. We weten allemaal dat de ngo’s altijd prima raad weten met hetverbrassen van dit soort bedragen. Wat de PVV betreft mag onzevoedselzekerheid niet worden opgeofferd aan de digitale en groenetransities waar de Commissie zo op hamert. Kijkend naar onze visserijkunnen we wel stellen dat de energietransitie bij onze vissers als eenmolensteen om de nek hangt. De PVV kijkt met argusogen naar deplannen voor een klimaatneutrale visserij in 2050. De kottervloot is al totop het bot gesaneerd en in dit tempo is het de vraag of we in 2050Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179411 überhaupt nog wel een visserijsector hebben in Nederland. De techno-logie voor emissievrije schepen is nog lang niet uitontwikkeld en deinvesteringsrisico’s zijn gigantisch. Is de Minister het met de PVV eens datwe onze vissers niet de afgrond in moeten duwen met onhaalbareroutekaarten en klimaatdoelen en hoe gaat hij dit voorkomen? Daarnaastvragen we ons af hoe de Minister de concurrentiepositie van onze vissersbeschermt tegenover landen buiten de EU die maling hebben aan dezedure Europese hobby’s. Positief is het voorlopige akkoord dat bepaaldevleesbenamingen uitsluitend voor echt vlees mogen worden gebruikt. DePVV heeft altijd gepleit voor eerlijkheid. Een burger is van vlees en nietvan soja.Afrondend, voorzitter.De voorzitter:Ja, rondt u af. Dan ga ik daarna het woord geven aan mevrouwVellinga-Beemsterboer.De heer Chris Jansen (PVV):Afrondend. De PVV kiest voor de boer en de visser. Geen extra belas-tingen op uitstoot, geen gedwongen krimp van de veestapel en geenonrealistische klimaatdoelen voor de visserij. Wij verwachten van dezeMinister een harde vuist in Brussel voor onze eigen Nederlandsevoedselproducenten.Dank u wel.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Er is onduidelijkheid bij mij naar aanleiding van wat ik de heer Janseneerder in zijn betoog hoorde zeggen, namelijk dat we minder regels nodighebben vanuit Brussel. Nu hoorde ik hem daarnet toch ook zeggen dat wemeer regels nodig hebben als het gaat om namen voor vlees. Ik snap niethelemaal hoe ik die twee met elkaar moet rijmen. Zijn dat nou niet juistextra betuttelende regels?De heer Chris Jansen (PVV):Ik dank mijn collega voor deze vraag. Het gaat niet om regels maar omduidelijkheid. Vlees is vlees. Soja is geen vlees. Zo simpel is het. Wat onsbetreft gaan we met de benamingen op deze wijze daarmee om.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van mevrouw Den Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):Ik vraag me af of de heer Jansen het niet vreselijk betuttelend vindt omhier zo ingewikkeld over te doen. Ik denk: wat maakt het mij nou uit of datding een burger heet, want ik weet als consument toch wel wat ik koop?Vindt de heer Jansen het niet erg neerbuigend richting de Nederlandseconsument om hier zo’n punt van te maken?De heer Chris Jansen (PVV):Nee, integendeel. Ik ben afgelopen maandag samen met andere collega’sop werkbezoek geweest bij De Vegetarische Slager. Daar hebben we hierook over gesproken. Daar werd ook voorgesteld om de producten nu nietgescheiden in de schappen van de supermarkt te leggen. Voorgesteldwerd om die producten juist door elkaar heen neer te zetten. Dan loop jedus het risico dat mensen die niet goed opletten of die, zoals in mijngeval, hun bril niet op hebben, een product pakken dat achteraf gezienniet dierlijk maar plantaardig blijkt te zijn. Ik vind het dus niet betuttelend,maar juist hulpvaardig naar de mensen toe.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179412 Er is een vervolgvraag van mevrouw Den Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):Hoe erg zou het dan zijn als zo’n consument per ongeluk een sojaburgereet in plaats van een vleesburger? Is dat dan een groot probleem voor dieconsument? Wat denkt u, meneer Jansen?De heer Chris Jansen (PVV):Ik mag hopen dat het geen probleem is voor de consumenten. Ik denkalleen dat de consument datgene wenst te ontvangen wat hij graag wil.Als een klant kiest voor dierlijk, dan kiest hij voor een stuk vlees. Kiest hijvoor plantaardig, dan gaat hij voor de variant.De voorzitter:Heeft u nog een vervolgvraag, mevrouw Vellinga-Beemsterboer?Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Zonder het al te ingewikkeld te willen maken, heb ik toch nog een vraagaan de heer Jansen. Wat nou als het half om half is?De voorzitter:We zijn in de percentages beland, meneer Jansen.De heer Chris Jansen (PVV):Percentages zijn altijd goed. Het gaat mij heel simpel om het volgende.Zolang de klant de keuze heeft, de vrije keuze, tussen dierlijk, plantaardigof een tussenvorm, hoeveel procent dan ook, vind ik het prima. Alleen,wees daar eerlijk over! Communiceer er duidelijk over! Ik loop nu alvastvooruit op een eventuele andere vraag: ga ook niet met de prijs lopenspelen, in die zin dat je dierlijke producten duurder gaat maken omplantaardige producten interessanter te maken. Op het moment dat je eengelijk speelveld wilt, moet je aan andere knoppen draaien, maar niet aandie knop.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Vindt de PVV dat we ook pindakaas moeten verbieden, als naam, omdatdaar geen kaas in zit?De heer Chris Jansen (PVV):Ik zou het niet durven om de naam van zo’n oud-Hollands product alspindakaas te willen veranderen. Die naam is gekozen; dat is pindakaas.Dat is voor iedereen een begrip. Sommige mensen, zoals sporters, zijn erheel groot van geworden.De voorzitter:Volgens mij zijn we toe aan de termijn van mevrouw Vellinga-Beemsterboer.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Dank u wel, voorzitter. Bij de Landbouw- en Visserijraad staan veelthema’s op de agenda. Ik kan ze nooit allemaal langsgaan, maar ik heb ertwee uit gepakt. Ik maak het gelijk heel ingewikkeld, want ik ga de Ministereen tegenovergestelde opdracht meegeven. Afgelopen december is ereen motie aangenomen van onder andere D66 over de benaming vanvegetarische producten. Die motie draagt het kabinet op om zich teverzetten tegen het wetsvoorstel van de Commissie om vleesachtigeproductnamen te verbieden. Ik wil deze aangenomen motie graag nogeven extra onder de aandacht van de Minister brengen, omdat we op ditmoment links en rechts bezig zijn met allerlei vereenvoudigingen vanEuropese regels. Dat benadrukt eigenlijk nog meer hoe onnodig,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179413 ondoelmatig en neerbuigend dit wetsvoorstel is. Mijn vraag aan deMinister is dus of hij een meerderheid voor het tegenhouden van hetwetsvoorstel ziet ontstaan. Ik wens de Minister heel veel succes in dediscussie hierover.Dan de visserij. De visserij is een betekenisvolle sector voor Nederland,zowel in maatschappelijk en cultuurhistorisch opzicht als voor devoedselvoorziening. We hebben in Nederland niet één soort visserij, maarheel veel verschillende ondernemers die op hun eigen manier het waterop of in gaan. Dat is niet zonder uitdagingen. De Noordzee wordt drukker,de natuur is kwetsbaar en de bedrijfsvoering kan onzeker zijn, door heelveel verschillende factoren. Daarom is het belangrijk dat Europeesvisserijbeleid en nationaal visserijbeleid goed aansluiten bij de uitda-gingen van deze sector. Daarvoor zijn drie dingen cruciaal: een gezondenatuur, koppelkansen in het ruimtegebruik en een langetermijnper-spectief. Zonder een gezonde natuur hebben we überhaupt geen vis.Zonder juridische zekerheid kan geen visser investeringen doen. Daarommoeten we beschermde natuur echt beschermen, door de bodem zo veelmogelijk met rust te laten en goede afspraken te maken over waar wel enniet gevist kan worden. We moeten kansen koppelen. Bij de begroting hadik het er al over dat medegebruik van bijvoorbeeld windparken veelkansen biedt voor nieuwere methodes van voedselproductie. Als we metde sector en belangenorganisaties afspraken maken voor de langetermijn, biedt dat perspectief voor de toekomst.Voorzitter. Dat brengt mij – het kwam al eerder voorbij – bij het gemeen-schappelijk visserijbeleid, het GVB. Net als bij het landbouwbeleid is hetop zich logisch dat het eens in de zoveel tijd wordt geëvalueerd en dat hetwaar nodig een update krijgt. Maar wat D66 betreft is het nadrukkelijk nietde bedoeling dat het GVB wordt afgezwakt of afgewaardeerd. Juist hetgoed implementeren van het GVB is volgens het Europees Milieuagent-schap cruciaal om onze visstanden weer op orde te brengen. Kan deStaatssecretaris dus toezeggen dat hij niet meegaat in het afzwakken vanhet GVB? Kan hij toelichten welke stappen hij gaat zetten om het GVB inNederland en met onze Europese buren volledig te implementeren? Kande Staatssecretaris ook toelichten wat zijn inzet wordt op het bevorderenvan de aquacultuurinitiatieven die we in Nederland hebben? Wat hoopt hijhiervan terug te zien in de 2040-visie voor visserij en aquacultuur, die inhet derde kwartaal van dit jaar uitkomt?Voorzitter. Ten slotte het Ocean Pact, waar het GVB onderdeel van is. Datkomt in het vierde kwartaal. Daarom wordt heel veel beleid dat te makenheeft met de zee, visserij en de kust, gebundeld. Daardoor kunnen we dezee en alles wat daarmee samenhangt beter beschermen en versterken.Wat D66 betreft is het Ocean Pact een uitgelezen kans om niet alleenEuropees maar ook nationaal samenhangend beleid te voeren dat inzet opnatuurherstel, het bevorderen van duurzame visserij en aquacultuur, enhet versterken van kust- en eilandgemeenschappen. Met welke ambitiegaan de Staatssecretaris en de Minister maandag het gesprek over hetOcean Pact aan? Welke input zal er vanuit Nederland in worden gebracht?En kan daarbij specifiek worden ingegaan op het versterken van kust- eneilandgemeenschappen en het inperken van bodemberoerende visserij?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Vellinga-Beemsterboer. U heeft een interruptie vande heer Jansen.De heer Chris Jansen (PVV):Als ik het CDA zo hoor, ben ik benieuwd naar het volgende. Excuus, ikbedoel D66. Is D66 van mening dat wij boven op Europees beleid, ofeventueel zelfs boven op wereldafspraken, ook nog een nationale kopmoeten zetten die het lastiger maakt voor onze boeren en onze visserij? OfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179414 zegt D66: laten we vooral in de pas blijven lopen en geen extra stappenzetten die niet noodzakelijk zijn?Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Het is goed dat de heer Jansen dit even vraagt. Het is goed om dat, als hetonduidelijk was, even toe te lichten. U heeft mij niet horen pleiten voornationale koppen. Waar u mij voor hoort pleiten, is dat wij ons houdenaan de afspraken. Het is namelijk aan alle kanten duidelijk dat het vollediguitvoeren van de afspraken die er nu al staan, niet méér maar zeker ookniet minder, in ieders voordeel gaat werken. Als wij dat gemeenschappe-lijke visserijbeleid goed gaan uitvoeren – aan alle kanten is duidelijk datdat tot nu toe nog niet is gebeurd – hebben we daar allemaal voordeelvan. Dan gaat de visstand omhoog en wordt de bedrijfsvoering aantrekke-lijker. Dit werkt dus. Dat wordt aan alle kanten bewezen. Daar pleiten wijdus voor. Laten wij dit volledig uitvoeren, laten we ons houden aan dieafspraken en laten we daar volledig onze schouders onder zetten.De heer Chris Jansen (PVV):Mijn collega zegt: het werkt. Maar het werkt dus niet. We moeten ook noggeduld hebben. Hoelang hebben we dan nog geduld, als het aan D66 ligt?Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):«Het werkt niet.» Dat is niet te zeggen en is ook niet waar. Het werkt niet,omdat we het nog niet hebben uitgevoerd. We hebben ons hier tot nu toenog niet volledig aan gehouden. Als wij ons er wel aan gaan houden, gaathet wel werken; alle onderzoeken wijzen dat uit en iedereen adviseert dat.Laten we daar dus mee beginnen. Laten we beginnen de afspraken uit tevoeren zoals we die op goede gronden hebben gemaakt. Dan gaat hetwerken.De voorzitter:Meneer Jansen, een korte vervolgvraag.De heer Chris Jansen (PVV):Het nadeel van de EU is natuurlijk dat er heel veel landen bij zijn aange-sloten en dat elk land zijn eigen tempo hanteert of het gewoon klakkeloosnaast zich neerlegt. Mijn vraagt aan D66 blijft dus: hoe gaan we daarmeeom op het moment dat Nederlandse boeren of vissers worden geconfron-teerd met een ongelijk speelveld omdat men er in andere landen latermee komt of het gewoon niet doet?Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Dat is het mooie van Europese samenwerking: die afspraken gelden voorons en ook voor hen. Precies om die reden vroeg ik de Minister daarnetom onze buren ook aan die afspraken te houden, want het is samen uit,samen thuis in de Europese Unie.De voorzitter:Veel dank. U heeft nog een vraag, van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Hoeveel interrupties heb ik nog?De voorzitter:U heeft er nog twee.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Oké, top. Waar ik bij D66 een beetje van in de war raak, is het volgende.Aan de ene kant staat in het coalitieakkoord: we omarmen al de Omnibus-voorstellen. In onze ogen vormen die Omnibusvoorstellen echt een enormTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179415 gevaar voor ons milieu en onze gezondheid. Aan de andere kant is er eenmotie van onder andere D66, die zegt: ga niet mee in dit Omnibusvoorstelrondom de afzwakking van de regels voor landbouwgif. Herhaalt D66vandaag de boodschap «verzet je tegen deze vorm van het Omnibus-voorstel, bescherm onze gezondheid en ons milieu, en zorg ervoor dat ergeen afzwakking komt van de regels rondom landbouwgif en de toelatingdaarvan» richting de Staatssecretaris?Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Wij staan voor een vereenvoudiging. Veel van de Omnibusvoorstellenhebben dat als basisdoelstelling. We gaan heel veel ingewikkelderegelgeving, die elkaar soms tegenwerkt, vereenvoudigen. Maar ik benhet met het lid Kostic´ eens dat dat natuurlijk niet moet leiden totafzwakking. Dat is iets om heel scherp op te letten. Daarom geef ikvandaag aan de Staatssecretaris en de Minister mee: «Wees hier heelscherp op. Vereenvoudiging: ja, hartstikke fijn. Afzwakking: nee.»De voorzitter:Dan ga ik naar mevrouw Bromet. O, sorry. Er is nog een korte vervolg-vraag van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik ben dan wel benieuwd hoe D66 daarop gaat toetsen en er uiteindelijkvoor gaat zorgen dat het er niet komt als we wel te ver gaan.Dan mijn laatste vraag, over de bontindustrie. Is D66 het met ons eens datwe ons er in Europa echt voor moeten blijven inzetten om een einde temaken aan de bontindustrie in plaats van dat we inzetten op slapperegelgeving rondom zogenaamd dierenwelzijn?Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Ja.De voorzitter:Dat is mooi kort! Er is nog een interruptie, van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Nog even over de motie over de Omnibus, die ik met een collega vanmevrouw Vellinga-Beemsterboer, mevrouw Podt, heb ingediend. Daarinhebben wij de regering verzocht om met een kopgroep van andereEU-lidstaten in Brussel te pleiten voor voorstellen die de toelating vanlaagrisicomiddelen bevorderen en met klem te pleiten tegen voorstellendie de status quo op de toelating van chemische en risicovolle middelenverzwakken. Is dat iets waar D66 nog steeds voor staat? Of is datstandpunt verlaten?Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Daar staan we nog steeds voor. U zegt terecht: het was de motie-Podt/Bromet. Ik was bang dat ik qua tijd niet uit zou komen, dus ik had het ietsingekort, maar die was inderdaad van ons beiden. Daar staan we voor.De voorzitter:Mevrouw Bromet, volgens mij bent u toe aan uw eerste termijn.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het is goed om hier een keer met elkaar het debatte voeren. Dit is de eerste keer dat we met het nieuwe kabinet de inbrengvoor de Landbouw- en Visserijraad bespreken. Meestal doen we datschriftelijk, maar er gebeurt van alles op zee en in Brussel, dus het is goedom het ook eens live te bespreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179416 GroenLinks-PvdA verwacht dat dit kabinet een sterke groene stempel zetop de Europese onderhandeling. Immers, zonder gezonde zee is er geenvis en zonder gezonde bodem en goede waterkwaliteit heeft de landbouwgeen toekomst. Maar ik kijk wel met een schuin oog naar wat er nu inBrussel gebeurt. Er liggen allemaal Omnibuswetten voor ons klaar,zogenaamd om de regeldruk te verlagen. Wij maken ons daar wel zorgenover. We staan allemaal voor duidelijke regels, maar regels slopen die nietvoor niets zijn ingevoerd, is geen doel op zich. Sterker nog, het maaktsoms meer kapot dan het ons waard is. Het maakt van onze Europeseafspraken een schietschijf waar iedereen, samen met de lobby, zijn plasjeover wil doen. Kwetsbaar dus en een reden voor GroenLinks-PvdA vooreen heleboel vragen.Welke prioriteiten stelt dit nieuwe kabinet in de onderhandelingen overhet gemeenschappelijk landbouwbeleid? Zijn die anders dan de priori-teiten van het vorige kabinet? Hoe kijkt de Minister naar de herziening vanhet gemeenschappelijk landbouwbeleid? Is hij het met mij eens datpubliek geld altijd ten goede moet komen aan publieke en juridischbindende doelen? Hoe trekken de Minister en de Staatssecretaris op methet Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat voor een gezondebodem en waterkwaliteit moet zorgen? Hoe is IenW bij de voorbereidingvan deze Raad betrokken geweest? Hoe kijkt het nieuwe kabinet naar hetgemeenschappelijk visserijbeleid?Een vraag over de Omnibus over voedsel: kunt u heel concreet maken hoeu met het nieuwe kabinet de motie-Podt/Bromet, waar het net al even overging, gaat uitvoeren? Die motie vraagt dus om tegen voorstellen te zijndie meer chemische stoffen toelaten.]Voorzitter. De opa van mijn man was visser in Katwijk, Krijn van der Plas –vast familie van mevrouw Van der Plas – dus ook nog wat opmerkingenover visserijonderwerpen, te beginnen met het briefje van de voorgangervan de Minister, Rummenie, die in zijn laatste week het polderoverleg inde vuilnisbak gooide, terwijl afgesproken is dat het kabinet samen met hetNoordzeeoverleg bepaalt welke gebieden in de zee moeten wordengevrijwaard van bodemberoerende visserij. In 2030 moet dat 15% van deNoordzee zijn, maar 1,2% van dit gebied is nog niet ingevuld. De heerRummenie sloeg het advies van het Noordzeeoverleg af en schaarde zichachter het voorstel van de vissers. Dat is niet hoe wij de omgang met depolder voor ons zien. Het kabinet moet de polder serieus nemen. Kan deMinister laten weten of hij het advies uit oktober van het Noordzeeoverlegsteunt? Is hij van plan om het besluit van zijn voorganger terug tedraaien? Wanneer horen we dat?Voorzitter. Over de actualiteit van visserijonderwerpen: een heleboelvissers varen nu niet uit vanwege de brandstofprijzen. Slechts enkelekotters in Nederland zijn verduurzaamd, maar er is wel een subsidie van40% beschikbaar: € 550.000 per vaartuig. Hoe staat het met die subsi-diepot?Dan de visfraude door Rusland. In Het Financieele Dagblad lazen we beginmaart dat er sprake is van visfraude door de Russische vloot. Met behulpvan de Nederlandse reder Seatrade zou illegaal gevangen vis uitoverbeviste regio’s alsnog op de Europese markt belanden. Dat vinden wijonacceptabel. Hierdoor spekken we als Europese consumenten deoorlogskas van Poetin. GroenLinks-PvdA verwacht een heldere veroor-deling door dit kabinet. Hoe reageert het kabinet op het bericht van HetFinancieele Dagblad? Zijn de bewindspersonen bereid om deze vorm vanvisfraude te veroordelen? Hoe gaan zij dit aanpakken? Kunnen zij in deLandbouw- en Visserijraad pleiten voor het dichten van dit geitenpaadje,zodat de Russische Federatie de zee niet meer kan overbevissen en hunillegaal gevangen vis niet meer in onze schappen ligt?Tot zover.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179417 Ik dank mevrouw Bromet en ik zie dat mevrouw Van der Plas van de BBBeen vraag heeft.Mevrouw Van der Plas (BBB):Vorige week werd ik al mevrouw Bromet genoemd in een debat en nuhoor ik dat we misschien, weliswaar aangetrouwd, DNA delen. Het wordtbest een beetje eng, moet ik zeggen ... Ik deel al DNA met Martien Meiland– 1%, zo is een keer uitgezocht – en daar komt misschien de familieBromet nog bij. Mijn stamboom wordt dus heel bijzonder. Maar daar gaatdeze interruptie natuurlijk niet over. Mevrouw Bromet zei in het begin vanhaar betoog dat publiek geld ook naar publieke doelen moet. Vindtmevrouw Bromet dat voedselproductie een publiek doel is?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Als je kijkt naar de geschiedenis van het gemeenschappelijk landbouw-beleid, dan moet je vaststellen dat na de Tweede Wereldoorlog devoedselvoorziening een van de primaire doelen is geweest bij hetverstrekken van landbouwsubsidies. Vandaag de dag is de aardappelprijsinmiddels onder de nul euro gedaald en is er een overschot aan voedsel,terwijl we hele grote milieuproblemen hebben. Ik vind dat voedselvoor-ziening zeker prioriteit moet krijgen, maar wel altijd binnen de milieu-grenzen, dus zonder de natuur aan te tasten, met respect voor deafspraken die in Parijs zijn gemaakt over klimaatverandering en metrespect voor de afspraken die in Europa gemaakt zijn over waterkwaliteit.Dat gaat nog niet helemaal goed. Daar kunnen wij als overheid best bijhelpen en dat doen we wat GroenLinks-PvdA betreft met de Europeselandbouwsubsidies, maar wel altijd in die combinatie, dus voedselpro-ductie met bescherming van het milieu.Mevrouw Van der Plas (BBB):Een lang antwoord, maar ik mag hier hopelijk uit opmaken dat voedsel-productie een publiek doel is. We kunnen zo veel natuur hebben als wewillen, maar met een lege maag gaat niemand wandelen in de natuur.Dan ga je op zoek naar voedsel. Even over de landbouwsubsidies.Nederland betaalt jaarlijks ongeveer 7,5 miljard euro aan de EU-begrotingen ongeveer 30% daarvan gaat naar het landbouwbeleid. Dat betekent datNederland grofweg 2 tot 2,5 miljard per jaar bijdraagt, terwijl Nederlandseboeren ongeveer 870 miljoen per jaar ontvangen. Er wordt altijd gedaanalsof boeren zo veel steun krijgen, maar eigenlijk valt dat wel mee, ook ...De voorzitter:Komt u tot een vraag.Mevrouw Van der Plas (BBB):Sorry. In de staatjes staat Nederland qua inkomenssteun helemaalonderaan ten opzichte van andere landen. Weet mevrouw Bromet dat?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik mag hopen dat mevrouw Van der Plas ook inziet dat het juist voor delandbouw van groot belang is dat wij samenwerken in de Europese Unieen dat wij het niet op eigen houtje doen als het kleine Nederland. Als daaranders over gedacht wordt, dan verschillen wij daarover van mening. Ikvind het best dat publiek geld, geld van u en mij, van ons allemaal,uitgegeven wordt aan inkomensondersteuning, maar als het een inkomenwordt, is het een ander verhaal. Dat heb ik niet zelf bedacht. Mijn verrevoorganger, Frank Futselaar van SP, zei altijd: € 80.000 per jaar inkomens-steun is geen inkomenssteun maar een inkomen. Als daar tegenover staatdat er een heleboel maatschappelijke doelen worden bereikt op hetgebied van natuur, water en klimaat, dan wil ik daar best voor openstaan.Ik ben niet bereid om nu met een meetlint te gaan kijken hoeveel wijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179418 afdragen als Nederland en hoeveel wij daarvoor terugkrijgen. Dat pastniet bij de solidaire gedachte die GroenLinks-PvdA altijd hoog in hetvaandel heeft.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van der Plas, nog een korte vervolgvraag.Mevrouw Van der Plas (BBB):Nou ja, een korte constatering. Nederlandse boeren krijgen 10% van huninkomen uit subsidies, dus dat is geen inkomen. Dat kun je nauwelijks eeninkomen noemen.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dat is een gemiddelde. Voor sommige boeren is het veel meer en voorandere veel minder. Er zijn heel veel bedrijfsgroepen in Nederland diehelemaal geen subsidie krijgen en ook maatschappelijke doelennastreven, dus ik zou zeggen: tel je zegeningen.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga naar de heer Jansen van de PVV.De heer Chris Jansen (PVV):Mijn vraag aan mevrouw Bromet van GroenLinks-PvdA gaat over depulskorvisserij, die een innovatieve ontwikkeling was. Nederland namdaarin het voortouw. Pulskorvisserij is goed als je kijkt naar de bodembe-roering en het brandstofverbruik. Ik hoorde mevrouw Bromet net zeggendat veel vissers niet kunnen uitvaren vanwege de gestegen brandstof-prijzen. Staat mevrouw Bromet dan ook achter het pleidooi dat wij hebbengehouden tijdens de begroting vorige week om pulskorvisserij weer hoogop de agenda te zetten bij de Europese Unie?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Pulskorvisserij is ook zo’n dossier waar Nederland gewoon een potje vanheeft gemaakt. Wij hebben afspraken gemaakt met Europa over proevendaarmee. Nederland is alle grenzen van die afspraken te buiten gegaan.Dat heeft geleid tot heel veel irritatie bij andere landen. Uiteindelijk is dehele pulskorvisserij daarmee de nek omgedraaid. Het gaat erom dat je alsNederland niet de brutaliteit hebt om alle afspraken naast je neer teleggen en gewoon maar te doen wat goed is voor jou, maar dat je kijktnaar wat goed is voor het geheel. Daarmee heb je ook respect voorbijvoorbeeld de kleine vissers in Frankrijk, die zich hier het slachtoffer vanvoelden. Het is dus niet altijd alleen maar eigen belang eerst. Ik vind hetjammer dat dit experiment daarmee helemaal van tafel is gegooid. Dat isdus te wijten aan voorgaande kabinetten die meer ruimte hebbengenomen dan nodig was. Als dat niet was gebeurd, was er misschien nunog een gangbare vorm van visserij geweest, niet alleen voor Nederland,maar misschien ook wel voor andere landen.De heer Chris Jansen (PVV):Ik ben blij dat mevrouw Bromet zegt dat ze gehoopt had dat het anderswas. Dat deel ik met mevrouw Bromet. De waarheid ligt natuurlijk wel ietsanders. Frankrijk had namelijk helemaal geen geld om te investeren in eeneigen vloot gebaseerd op pulskor. Zij hebben toentertijd de deal geslotenmet een aantal Oost-Europese landen dat Frankrijk die zou steunen op hetgebied van landbouw op het moment dat die landen tegen de pulskorvis-serij zouden stemmen. Dat is de waarheid. Ik denk dat mevrouw Brometnog even goed moet nalezen hoe zij dat heeft beleefd, want dat is volgensmij precies de officiële manier geweest waarop de pulskorvisserij op datmoment de nek is omgedraaid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179419 Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Je kan wijzen naar andere landen. Die zullen ook heus weleens wat doenwat je niet bevalt, maar ik vind dat je altijd allereerst moet wijzen naarjezelf. Nederland heeft hier gewoon een hele slechte beurt gemaakt. Daarhebben wij invloed op. Het is ontzettend jammer dat het zo gegaan is.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Mevrouw Bromet heeft natuurlijk gelijk dat Nederland er een potje vanheeft gemaakt. We hebben dat helemaal verkeerd aangepakt. We zijn veelte enthousiast gaan vissen. Dat is het verleden. Is mevrouw Bromet vanmening dat we ons moeten inzetten om in de toekomst opnieuw zo’ninnovatieve technologie te implementeren in de visserij, ook al hebben wedat in het verleden verkeerd aangepakt?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik vind dat je daar best gesprekken over kan voeren in Europa, maar dat jeallereerst hand in eigen boezem moet steken, ook om te laten zien dat hetje spijt, zodat je weer de gunfactor krijgt. Dat geldt niet alleen voor ditdossier, maar ook voor een heleboel andere dossiers in Nederland waarbijer altijd heel makkelijk is geroepen: we doen het gewoon of we slaan metde vuist op tafel. Daardoor ontvangt Europa Nederland toch niet heelenthousiast. Het is een mooie taak voor de nieuwe Minister om daar derelaties te herstellen en ook weer vertrouwen te geven. Dat is dus nietalleen nemen, maar dat is soms ook iets geven. Dat is de solidairegedachte waar ik het net over had.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik onderschrijf deze nieuwe taak voor de Minister om het in Europa weergoed te maken voor de pulsvisserij.De voorzitter:Akkoord. Dan ga ik naar mevrouw Van der Plas voor haar eerste termijn.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. We leven in enorm onzekere tijden. Oorlog laat onsop dit moment zien wat afhankelijkheid betekent. Aan de pomp en op deenergierekening schieten prijzen omhoog, zonder dat we hier grip ophebben. Dat risico moeten we niet willen voor voedsel. Het is onbegrij-pelijk dat onze voedselproductie in Nederland wordt afgeschaald.Voorzitter. Ik zal het mestprobleem nog een keer helder uitleggen. Boerenmogen per hectare een vaste hoeveelheid stikstof gebruiken. Dat zijn degebruiksnormen. Die liggen al onder het niveau van de optimaleopbrengst. Die normen veranderen niet zonder derogatie. Intussenverschralen de bodems massaal. De bron van stikstof verandert wel. Datis minder dierlijke mest, maar meer kunstmest. Ik heb het over kunstmestgemaakt met gas, dat we importeren. We ruilen hier in Nederland onzeeigen waardevolle grondstoffen in voor de afhankelijkheid van hetbuitenland. Ik kan het niet uitleggen en niemand in Nederland snapt dit. Erwordt gezegd dat dit nodig is voor de waterkwaliteit, maar het beeld isveel genuanceerder. In grote delen van Nederland zijn er nauwelijksoverschrijdingen en problemen zijn vaak lokaal en oppervlakkig. Tochwordt Nederland over één kam geschoren.Waarom wijst de Minister geen gebieden aan waar wel met meer dierlijkemest gewerkt kan worden? Kan de Minister voor de eerstvolgendeLandbouw- en Visserijraad een diversepunt, een agendapunt aan heteinde van een vergadering dat niet op de formele agenda stond,aandragen over onze Europese afhankelijkheid van kunstmest door degedwongen beperking van het gebruik van dierlijke mest? Kan de Ministertot slot vol inzetten op het terugkrijgen van derogatie, zodat we minderafhankelijk gaan worden van kunstmest en dus van gas? Wat kan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179420 Minister nog meer doen om onze agrarische sectoren te helpen nu doorde oorlog in het Midden-Oosten alle kosten oplopen?In Europa zien we nu gelukkig een andere beweging dan in Nederland.Het Europees Parlement kiest voor innovatie, kringlopen en het benuttenvan dierlijke mest en niet voor gedwongen krimp. Afgelopen week heefthet Europees Parlement een rapport aangenomen dat deze koersbevestigt. Dat rapport komt mede van de hand van Jessika van Leeuwen,Europarlementariër van de BBB. Tegelijkertijd investeren landen alsRoemenië miljoenen euro’s Europees belastinggeld om hun veestapel uitte breiden en hun voedselproductie te versterken. Waar Nederland krimpt,wordt er in Oost-Europa op kosten van de Nederlandse belastingbetaleruitgebreid. Kan de Minister dit verklaren? Kan de Minister in Europa hetgesprek aangaan over de opschaling van de productie in Oost-Europa tenkoste van onze eigen boeren?Voorzitter, ik kom bij de visserij. Europa zet in op een klimaatneutralevisserijsector in 2050, maar als we doorgaan met het afbreken van onzeeigen sector, blijft er straks alleen nog maar importvis over; die is echt nietduurzamer dan onze eigen vis. De helft van onze vissers ligt nu al aan dekant vanwege de sterk gestegen brandstofprijzen. Als de pulsvisserij nietonterecht was verboden, dan hadden deze vissers nog gewoon kunnenblijven vissen. Waar blijft de steun voor onze vissers vanwege de sterkgestegen brandstofprijzen? Onze eigen nationale voedselvoorzieningkomt zo in gevaar.Ik ben bijna klaar. Zou ik het even mogen afmaken?De voorzitter:Als u nog twee, drie zinnen heeft, mag dat. Daarna gaan we naarmevrouw Bromet.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik heb nog een halve pagina met grote, 18 punts-, letters.Voorzitter. We hebben hier een prachtige visserijsector en een duurzaamproduct, maar door beleid eten we straks alleen nog maar vis van deandere kant van de wereld en zijn onze visserijgemeenschappen naeeuwen verdwenen. Dat is echt niet uit te leggen. Waar blijft onzestrategische voedselautonomie? Wat gaat de Staatssecretaris specifiekdoen om onze vissers te helpen, zeker nu de diesel zo duur is geworden?Gaat hij in Europa pleiten voor noodmaatregelen? En, tot slot, gaat deStaatssecretaris zich er ook zo snel mogelijk voor inzetten om hetpulsverbod terug te draaien? Wil de Staatssecretaris dan de toezeggingdoen om álles in het werk te stellen om onze visserij te steunen metnoodmaatregelen?De voorzitter:Ik dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Bromet, voor haar vraag aanmevrouw Van der Plas.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Als je nu een elektrische auto en zonnepanelen hebt, dan rijd je gratis. Alsje een visserskotter hebt die je helemaal hebt aangepast aan de klimaat-doelen, dan heb je helemaal geen probleem met de gestegen brandstof-prijzen. Hoe kijkt mevrouw Van der Plas in het licht van de afhankelijkheidvan fossiele brandstoffen van andere landen naar die verduurzaming?Zolang je afhankelijk blijft van olie voor je schip, blijf je namelijk ookafhankelijk van dit soort fluctuaties op de wereldmarkt.Mevrouw Van der Plas (BBB):Begrijp ik nou goed dat mevrouw Bromet pleit voor elektrische kotters? Ikben dan benieuwd waar op zee die laadpalen staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179421 Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Er zijn voorbeelden van gedeeltelijk elektrische kotters die 90% minderbrandstofverbruik hebben. Dat zijn echt de koplopers in de sector. Ik hebnet ook al verteld dat er subsidies beschikbaar zijn tot 40%, € 550.000, vande financiering. Dat zou mevrouw Van der Plas toch moeten aanspreken?Dit is de tweede energiecrisis en er zullen misschien nog wel vele volgen.Waarom zou je je afhankelijk maken van regimes in het Midden-Oosten,van Amerika en van Rusland als je het gewoon zelf kan opwekken met zonen wind?Mevrouw Van der Plas (BBB):Wij gaan Nederland niet volplempen met zonnepanelen en windmolen-parken. Dat lijkt mij geen goed idee. Ik hoor mevrouw Bromet ook zeggendat het gratis is om elektrisch te rijden, maar volgens mij moet je daargewoon voor betalen. Dat is volgens mij niet gratis. Wat betreft hetafhankelijk maken, zou ik willen vragen aan mevrouw Bromet, die, net alsik, zo’n fan is van je onafhankelijk maken, waarom we ons dan afhankelijklaten maken van kunstmest? Waarom heeft iedereen hier in de Kamer,met uitzondering van een paar partijen, gezegd dat het echt geen goedidee is om derogatie af te schaffen en dat we er keihard voor moetenstrijden om die derogatie te behouden? Wij ruilen nu een volledigorganisch product, namelijk dierlijke mest, in voor kunstmest. Ik zoumevrouw Bromet graag aan mijn zijde vinden om ervoor te zorgen dat wijweer meer stikstof uit dierlijke mest op ons land kunnen brengen. Ik hebnet al gezegd dat de bodems op dit moment massaal verschralen.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, mevrouw Bromet. Helaas. We zullen hetdus nooit weten, of misschien wel, maar dan een andere keer of in detweede termijn.Mevrouw Van der Plas (BBB):We gaan naar de familieverjaardag binnenkort. Dan hebben we het er nogwel over.De voorzitter:Nou, ik wou net zeggen: dat wordt nog gezellig. Ondertussen ga ik naar delaatste spreker van deze middag, in ieder geval in deze termijn. Dat is deheer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie. Ga uw gang.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Het is een beetje wennen om in dezelfde rij te zitten. Ik weet niet goedwaar ik naartoe moet kijken terwijl ik praat, maar dat komt vast goed.Voorzitter. Nederland is een land van de zee. Aan het einde van dezeventiende eeuw zijn we daar misschien iets te veel op gericht geweest,maar over het algemeen was het onze kracht. Van het verkennen van dewereld, langs de Kaap naar Indië om handel te drijven, tot de Urker,Volendammer en Katwijker die vis ving om onze bevolking te voeden enom ermee te handelen. Die traditie staat vandaag onder druk. Waar deEuropese Unie de pulsvisserij slechts een kort bestaan heeft gegund – datwordt in de toekomst beter, hopen we – staat nu ook de visserij in bredezin onder druk, met name de makreelvissers.Voorzitter. In een periode van sterke groei van de makreelpopulatie – ikgeef even een korte geschiedenis – verschoof ook het leefgebied van demakreel. De vis trok naar wateren waar hij voorheen nauwelijksvoorkwam, dicht bij de kusten van Noorwegen, IJsland en verder. Dat zijdus op makreel gingen vissen, werd geaccepteerd, maar die populatiedaalde weer en trok zich terug. Voor deze landen was hij inmiddels eenbelangrijke inkomstenbron geworden die zij niet zomaar gewonnengaven. Daar ligt de kern van het conflict dat ik nu even ter sprake wilTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179422 brengen. Om die spanning te beheersen worden er internationaleafspraken gemaakt over hoeveel er gevangen mag worden. Het weten-schappelijk instituut ICES adviseert daarbij over de totale toegestanevangst, het zogeheten TAC. ICES werkt daarbij met bandbreedtes enonzekerheidsmarges in de populatieschatting. Binnen die bandbreedtekun je conservatiever of minder conservatief rekenen.Voorzitter. In de huidige situatie heeft de ICES voor meerdere scenario’sde totale toegestane vangst van makreel uitgewerkt. De EU kiest daarbijvoor het negatiefste scenario, wat neerkomt op een krimp van de TAC vanongeveer 70%. Tegelijkertijd hanteren Noorwegen, het VerenigdKoninkrijk, IJsland en verder een minder negatief scenario, met een krimpvan 48%. Voor de Nederlandse vissers betekent dit concreet een quotum-beperking van circa 69%. Daarmee ontstaat een fundamenteel ongelijkspeelveld. Kotters, vissers, de verwerkende industrie, de scheepsbouw enhele kustgemeenschappen worden hierdoor geraakt. De Europese visserijwordt aanzienlijk zwaarder beperkt dan de concurrentie buiten de Unie.Het probleem zit ’m echter niet alleen in de omvang van de vangst, wanttegelijkertijd staat de verdeling onder druk. Deze verdeling vanvangstrechten is historisch gegroeid. Op basis daarvan heeft de EU eenaandeel van ongeveer 23% in de makreelvangst. Wat zien we nu?Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en de Faeröer hebben inonderlinge afspraak inmiddels 80% van de vangst naar zich toe getrokken.Daarmee blijft nog slechts 20% over voor onder andere de EU, Groenlanden Rusland, dat natuurlijk ook veel meer vist dan is afgesproken. De EUheeft dus recht op 23% voor zichzelf en moet nu 20% delen met anderelanden. De EU daalt feitelijk onder haar historische aandeel, terwijl anderelanden daar ruim boven gaan zitten. De visserij wordt niet alleen zwaarderbeperkt, maar krijgt ook nog eens een kleiner deel van de overgeblevenvangst. Als vissers en bedrijven jarenlang hebben geïnvesteerd op basisvan die historische rechten, als complete kustgemeenschappen daaropzijn ingericht, mag je verwachten dat de EU die positie ook verdedigt.Maar op 5 en 6 maart is er opnieuw overleg geweest, voorgezeten door deEU, en wederom was dat zonder resultaat.Ik ga afronden. Er zijn drie dingen nodig, maar ik ga gewoon gelijk naarmijn vragen toe, want die zijn het belangrijkst. Is de Staatssecretarisbereid zich in Brussel in te zetten voor bijstelling naar het mindernegatieve scenario? Is hij bereid vast te houden aan het historischeaandeel van 23%? Is hij bereid, als andere landen dat blijven blokkeren,om ook zwaardere maatregelen te overwegen? Zo ja, welke? Zo nee,waarom niet? Nederlandse vissers hebben de afgelopen jaren al meer dangenoeg moeten inleveren. Nu is het moment om hun positie daadwer-kelijk te verdedigen. Handhaaf dat historische aandeel, zorg voor eengelijk speelveld en voorkom dat de Europese visserij opnieuw eenzijdig derekening betaalt.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Duijvenvoorde. Ik kijk even naar mevrouwDen Hollander, want zij had een vraag aan u.Mevrouw Den Hollander (VVD):Ik was benieuwd of de heer Van Duijvenvoorde deelt met de VVD dat hetbelangrijk is dat we als EU-landen gezamenlijk optrekken tegen debelangen van andere landen.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik denk dat dat niet universeel is, maar in sommige concrete gevallen kandat belangrijk zijn. Ik denk dat het nu belangrijk is dat wij onze belangenverdedigen in de EU en dat de EU onze belangen verdedigt tegenoverlanden die niet bij de EU horen. Dat kan soms noodzakelijk zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179423 Mevrouw Den Hollander (VVD):Klopt dan mijn veronderstelling niet dat de partij van de heer Van Duijven-voorde eigenlijk überhaupt tegen de EU als instituut is en daarom hier ookvraagtekens bij zou moeten zetten?De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik denk dat er nu twee discussies door elkaar gaan lopen. We hebben eenpolitiek-filosofische discussie over het fundament van de EU en wat wedaarvan vinden. Ik ga daar heel graag met mevrouw Den Hollander overin discussie, maar voor nu is dit gewoon het speelveld dat er is. Dit is dewerkelijkheid en de politieke situatie waar we mee te maken hebben.Daarbinnen maken we op dit moment gebruik van de mogelijkheden vande EU om de Nederlandse rederijen te verdedigen.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Den Hollander, over de Visserijraad en niet over depolitieke filosofie van de partijen hier aan tafel.Mevrouw Den Hollander (VVD):Ik wilde juist constateren dat het goed is om te horen dat het belang vande EU hier gedeeld wordt, ondanks een andere politiek-filosofische inzet.Dank u wel.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Vooral het belang van onze rederijen wordt gedeeld.De voorzitter:Goed. Ik kijk nog even de kring rond. Er zijn geen verdere interrupties. O,toch nog eentje van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Nou, ik heb geen interruptie op de heer Van Duijvenvoorde. Ik ben u inmijn inbreng vergeten te feliciteren met het voorzitterschap. Ik vind dataltijd wel zo netjes om te doen. Het kwam een beetje doordat ik wat laterbinnenkwam, maar bij dezen.De voorzitter:Heel hartelijk dank.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Nu kom ik natuurlijk enorm onaardig over, maar dit is ook de eerste keerdat ik een nieuwe voorzitter heb. Van harte gefeliciteerd met hetvoorzitterschap.De voorzitter:Ik dacht al: waar blijft de felicitatie van de heer Van Duijvenvoorde? Neehoor, het is u vergeven. Van harte welkom. Ik kijk even naar de bewinds-personen. U heeft heel wat gehoord: een uur en tien minuten spreekteksten een heel aantal vragen. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Eenhalfuur? Ja? 15.35 uur it is. Ik zie u graag om 15.35 uur terug voor debeantwoording van de eerste termijn van de zijde van de regering.De vergadering wordt van 15.11 uur tot 15.35 uur geschorst.De voorzitter:Beste mensen, het is 15.37 uur, dus we gaan rap beginnen aan de eerstetermijn van de Minister. Ik ga beide bewindspersonen vragen de inleidingbeknopt te houden en zo snel mogelijk over te gaan tot de beantwoordingvan de vragen. Ik vraag u ook om mij even te vertellen met hoeveel enwelke blokjes u werkt, zodat de leden van de commissie dat mee kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179424 krijgen, weten waar we zo ongeveer zitten in de routeplanning en kunnenbepalen of ze een interruptie moeten plegen of niet.Ik kijk even naar de leden van de commissie. U heeft wederom vierinterrupties. Interrupties korter dan 30 seconden gelden niet en inter-rupties langer dan 30 seconden tellen dubbel. Volgens mij hebben we hetscoreboekje dan weer compleet. U heeft straks een minuut en twintigseconden, maar dat is pas voor zo meteen.Ik kijk eerst naar de Minister.De heer Chris Jansen (PVV):Voorzitter, mag ik één vraag stellen?De voorzitter:Zeker.De heer Chris Jansen (PVV):Gaat het bij die interruptie om één interruptie van 30 seconden in ééntermijn of gaat het om de drie termijnen bij elkaar opgeteld?De voorzitter:Nee, bij elke vraag die u stelt, laten we een timer meelopen. Als het korterdan 30 seconden is, telt het niet en als het langer is, telt het dubbel. Ophet moment dat u de microfoon aanzet, of dat nou bij een vervolgvraag isof niet, gaat de teller lopen en hou ik u strak in de gaten, meneer Jansen.Akkoord? Goed.Dan gaan we naar de Minister.Minister Van Essen:Het lijkt zo bijna een spelshow, voorzitter. Ik heb vier blokjes. Ik heb eenheel korte inleidende spreektekst waarin ik wat inga op het GLB engeneratievernieuwing, waar wat vragen over zijn gesteld. Dan ga ik in opde vragen over de visie op landbouw en voedsel van de EuropeseCommissie. Daarna heb ik nog een blokje met wat overige vragen.Staatssecretaris Erkens:Om het compleet te maken: ik heb een nog kortere inleiding dan deMinister, het blokje gewasbescherming, het blokje visserij en dan eenblokje overig, waar onder andere de eiwitstrategie en de vleesbena-mingen in zitten.Minister Van Essen:Voorzitter, gaan we timen wie de kortste inleiding heeft? Door een aantalcommissieleden werd het al gezegd, maar de aanstaande Landbouw- enVisserijraad, op 30 maart, is voor de Staatssecretaris en voor mijzelf deeerste kennismaking met Brussel. Wij willen als kabinet ook graag weereen constructieve en leidende rol gaan spelen in de EU, om zo samen totbestendige oplossingen en keuzes te komen voor de landbouwsector, devisserijsector en de natuur. Op een aantal Europese dossiers, met namewaar ze op het snijvlak zitten van landbouw, natuur en ruimtelijkeordening, heeft Nederland de laatste jaren onvoldoende de stappengenomen die het moest nemen. De Europese Commissie heeft ookmeermaals aangegeven van Nederland te verwachten dat het zich aanafspraken en wettelijke verplichtingen zal houden.Daarom zie ik het ook als belangrijke opgave voor mij om de relaties metde Europese Commissie te verbeteren. Ik zie er enorm naar uit omzondagavond al met de Staatssecretaris richting Brussel te gaan en kenniste maken met onze collega-ministers van de EU-lidstaten. We gaan ookkennismaken met Eurocommissaris Roswall en Eurocommissaris Hansenvoor Landbouw. We zetten in de EU in op een toekomstbestendigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179425 landbouw-, tuinbouw- en visserijsector, een sterke natuur en biodiversiteiten een innovatief voedselsysteem.Voorzitter. Het is positief dat de landbouwvisie op de agenda van dezeRaad staat. Daar werd al een paar keer naar gevraagd. De visie biedt watons betreft verdere kansen voor het versterken van de positie van de boer,voor het stimuleren van jonge boeren – daaraan werd ook al gerefereerd –en het borgen van voedselzekerheid. Om op deze onderwerpen ookstappen te kunnen zetten, is innovatie essentieel. Dat geeft de Commissieook aan in deze visie. Ik zie het als mijn taak om bruggen te bouwentussen lidstaten die ver uit elkaar liggen, zodat we samen tot een mooiEuropees landbouw- en natuurbeleid komen. We gaan dan ook coalitiessmeden met andere lidstaten en we gaan, zoals ik zei, in gesprek metEurocommissarissen, met de rapporteurs van LVVN-dossiers in hetEuropees Parlement en met relevante Europarlementariërs.Voorzitter, dat was mijn blokje inleiding. Dan ga ik nu verder met devragen over het GLB en generatievernieuwing.De voorzitter:Maar niet dan nadat u een aantal vragen beantwoord heeft. Ik begin bijmevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):De oude mantra is weer terug: Brussel is boos op ons omdat we ons nietaan de afspraken houden. Dat hebben we hier in de afgelopen jaren heelvaak gehoord, behalve in de periode dat we zelf in het kabinet zaten. Wijmaken gewoon zelf afspraken die boven Europese wetgeving uitgaan endie gewoon onhaalbaar en onuitvoerbaar zijn. Dan zegt Brussel: ja, julliehebben zelf gezegd dat je dat zou doen en nou doe je het niet, dus zoekhet nu maar lekker uit. Ik zeg het even plat. Weet de Minister dat?Minister Van Essen:Dat is een manier waarop je het neer kunt zetten. Ik heb bedoeld tezeggen: als je geeft, kun je ook af en toe wat nemen. Ik denk datNederland daar een andere houding en een andere rol in zal moetenaannemen. Als we laten zien wat onze plannen zijn – daar hebben wevorige week een lang debat over gehad – kunnen we van Brussel ook watvragen. Dan kunnen we van Brussel vragen om af en toe flexibiliteit tetonen en bij voorstellen af en toe meer met Nederland mee te denken. Datzie ik als mijn rol.Mevrouw Van der Plas (BBB):Vindt de Minister niet dat wij onszelf gewoon wurgen met onze eigenregel- en wetgeving en dat wij het onszelf dus moeilijk maken?Minister Van Essen:Nee, ik denk dat we niet voor niets gezamenlijke regels en visies hebbenin Brussel. Ik zie dat als een versterking, ook voor Nederland.Mevrouw Den Hollander (VVD):Er stond van de week in het nieuws iets over Eurocommissaris Hansen diede mestregelgeving wil aanpakken. Is de Minister daarvan op de hoogteen gaat hij daar ook over in gesprek met de Eurocommissaris?Minister Van Essen:Eurocommissaris Hansen is een van de belangrijkste figuren die ik wilontmoeten, waar ik kennis mee wil maken. Ik wil daar uitstralen dat wijplannen hebben om de waterkwaliteit en dergelijke te verbeteren. Ik wildus wat laten zien van Nederland. Ik zal dan ook vragen hoe hij dit artikelinschat en hoe hij naar Nederland kijkt als we ons weer van die goedekant laten zien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179426 De heer Chris Jansen (PVV):Dan is de vervolgvraag natuurlijk: gaat de Minister dan ook weer pleitenvoor een derogatiemaatregel, die ons enorm kan helpen?Minister Van Essen:Dat is inderdaad een discussie die de heer Jansen en ik vorige week ookhebben gehad. Mevrouw Van der Plas heeft er net ook nog naar gevraagd.Daar kom ik zo dus nog even op terug.Dan ga ik verder met het GLB en generatievernieuwing. De heer Lohmanstelde een aantal vragen over het nieuwe GLB, generatievernieuwing ende ruimte die we hebben voor invulling. In algemene zin beoordeel ik deplannen van de Commissie, ook die voor generatievernieuwing, alspositief. Ik zie ook dat zij dat een belangrijke prioriteit vinden. Ook ik zetmij in voor een toekomstig GLB waarin juist bedrijfsopvolging engeneratievernieuwing een topprioriteit zijn. Ik verwelkom de strategie vande Europese Commissie op dit punt, omdat generatievernieuwing ook devoedselzekerheid en de vitaliteit van het platteland op de lange termijngarandeert. Daarom steun ik de oproep om voldoende GLB-budget vrij temaken voor jonge boeren en te streven naar die 6%. Daar is het in hetbegrotingsdebat ook over gegaan. We geven daar zelf ook echt positieveinvulling aan met vestigingssteun. Bij mijn werkbezoek in Ommen heb ikgehoord dat jonge boeren daar echt wat hebben aan die € 80.000.Er werd ook gevraagd naar de risico’s. Risico’s zijn hoge overna-mesommen en hoge kosten voor jonge boeren in het eerste jaar nabedrijfsovername. Dat zie ik wel echt als een drempel. Het streven naardie 6% en wat we daarvoor doen, moeten we daarin dus meenemen. Datmoeten we ook onderdeel maken van onze regionale partnerschaps-plannen.Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Den Hollander over de ruimte voorde eco-regeling. Ik wil het toekomstig GLB zo veel mogelijk doelgerichtinzetten. Dat is deels ook een antwoord op andere vragen, denk ik. Daarwaar Europese middelen het verschil kunnen maken, wil ik ze daar ookvoor gebruiken. Dan denk ik ook aan de eco-regeling. Ik noem ook nogeven de motie-Holman, die in de Kamer is ingediend, over het meenemenen meekrijgen van collega’s in Europa in het uitgeven van een groter deelvan het GLB aan bijvoorbeeld zo’n eco-regeling. Die breng ik graag nogeven in herinnering. Dat is juist omdat we boeren beter willen kunnenbelonen voor de diensten die zij leveren voor natuur, milieu, klimaat enondersteuning bij de grote opgaven die we hebben.Dan kom ik bij de vraag van de heer Jansen over het toekomstig GLB. Devraag was hoeveel geld er daadwerkelijk bij de boeren terechtkomt. Het isgeen geheim dat wij ons in willen zetten voor een efficiënte en zo goedmogelijke inzet van die Europese middelen. Het streven van dit kabinet,maar ook dat van voorgaande kabinetten, is altijd geweest om deuitvoeringskosten die daarmee gepaard gaan zo laag mogelijk te houden,zodat het geld uiteindelijk echt kan landen op het boerenerf en zodat eenzo groot mogelijk deel daarvan terechtkomt bij boeren en anderebegunstigden, zoals terreinbeherende organisaties en andere groepen ophet platteland.De heer Chris Jansen (PVV):Een hele korte interruptie. Heeft de Minister dan ook een streefbedrag?Welk deel van die totale 427 miljard wil hij binnenhalen namensNederland?Minister Van Essen:Ik heb geen streefbedrag, maar ik heb tijdens mijn werkbezoek van dezeweek gezien dat bijvoorbeeld BoerenNatuur dit soort gelden ontzettendefficiënt weg kan zetten. Dat doen zij met een eigen systeem. Ik vind hetheel erg mooi om de ervaringen van collectieven, die dit soort ontwikke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179427 lingen blijkbaar heel efficiënt kunnen uitvoeren, mee te nemen en die alsze geschikt zijn ook aan mijn collega’s in Brussel te laten zien.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Jansen.De heer Chris Jansen (PVV):Dat snap ik, maar wij zijn nettobetaler. Een van de grootste klachten isaltijd dat wij meer wegbrengen dan terughalen. Hoe gaat de Minister ditanders doen dan zijn voorgangers, waardoor we uiteindelijk netto meeroverhouden voor onze sector?Minister Van Essen:Dat is geen streven van dit kabinet. Het streven van dit kabinet is om tezorgen voor een modern MFK en dus ook een moderne vormgeving vande regionale partnerschapsplannen, waarbij er oog is voor modernisering.Het is niet het doel van het kabinet om zo veel mogelijk geld naarNederland te halen en ontevreden te zijn met hoe we het nu doen. Wat ditkabinet wil, is de manier waarop de gelden nu naar ons toe komen,moderniseren en ook scherp zijn op onze afdracht.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording, Minister.Minister Van Essen:Dan kom ik op de vraag van mevrouw Bromet over de prioriteiten van ditnieuwe kabinet in de onderhandelingen over het nieuwe GLB. Ze vroeg ofdie anders zijn dan die van het vorige kabinet. We blijven van mening dathet GLB moet bijdragen aan een weerbare en economisch toekomstbe-stendige sector en dat we publieke gelden daar moeten inzetten waar zehet meeste verschil kunnen maken. Wat mij betreft is dat bij zaken diedoor de markt onvoldoende worden beloond. Dan denk ik aan natuur enmilieu. De Kamer en de commissie zullen zien dat ik daar meer op in zalzetten om in lijn met de motie-Holman, zoals ik net aangaf, meer doelen tebelonen die natuur en milieu ondersteunen.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):De discussie gaat dan heel vaak over de hectarepremie, dus gewoon geldomdat je grond hebt, of een tegenprestatie. Ik begrijp uit het antwoordvan de Minister dat het om dat laatste zal gaan.Minister Van Essen:Ja, dat is mijn focus, maar ik wil ook de balans bewaren met hoe anderelidstaten dat doen. Als zij daar heel veel aandacht voor hebben en heelveel geld inzetten voor inkomenssteun, moeten we daar gewag vanmaken. Maar mijn doel is om Europese collega’s ervan te overtuigen datjuist het belonen van doelen die niet door de markt worden beloond,maximale prioriteit heeft.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp dat voor de inzet van de Minister in Brussel, maar voor hetnationaal plan in Nederland, dat gemaakt en geïmplementeerd zal moetenworden, gelden dus wel die milieudoelen?Minister Van Essen:Dat is inderdaad mijn focus. Daarbij wil ik in het achterhoofd houden hoeandere landen het doen, maar mijn focus is om de prestaties die door deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179428 markt onvoldoende worden beloond, in ons eigen programma zo veelmogelijk terug te laten komen.Dan nog een vraag van mevrouw Bromet. Ze vroeg hoe we kijken naar deherziening van het GLB en of ik het met haar eens ben dat publiek geldaltijd ten goede moet komen aan publieke doelen. Daar heb ik net alenigszins op proberen te antwoorden. Wat mij betreft is dat zo en moetenpublieke gelden ook voor publieke doelen in aanmerking komen.Dan ga ik naar het blokje visie op landbouw en voedsel. Mevrouw DenHollander vroeg wat de eerste resultaten zijn van de Europese visie opvoedsel en landbouw en op welke onderwerpen ik vind dat versnellingnodig is. Ik had net al aangegeven dat ik de eerste resultaten van die visiepositief vind. Ik heb ook begrepen uit de verslagen van vorige schriftelijkeLVR-rondes hier dat ook de commissie daar positief over is. Het is wat mijbetreft belangrijk om de ogen op de bal te houden en ervoor te zorgen dater voldoende aandacht blijft voor innovatie als onderliggende pijler vande visie. Het is wat mij betreft essentieel voor een weerbare en toekomst-bestendige agrofoodsector.Er werd net ook al even genoemd dat generatievernieuwing een belang-rijke pijler is. Daar blijf ik ook oog voor houden. Het vraagt een forse inzetom de bedrijven en het platteland toekomstbestendig te houden. Er is ookaandacht voor het versterken van de positie van de boer in de keten. Daarhebben we vorige week ook het een en ander over gewisseld in hetbegrotingsdebat. Dat blijft van groot belang. Ik zie dat de EuropeseCommissie richting deze zomer nog met een herziening komt van deRichtlijn oneerlijke handelspraktijken. Mevrouw Den Hollander vroeg mijom aandacht daarvoor te hebben en dat neem ik mee.Mevrouw Den Hollander vroeg hoe we binnen die visie barrières voor detoegang tot kapitaal, grond en innovatie verkleinen om ondernemerschapte kunnen versterken. Ik denk dat onze land- en tuinbouw bekendstaat omzijn sterke en innovatieve ondernemerschap. Ik ben het met mevrouw DenHollander eens dat de beschikbaarheid van kapitaal en het kunnentoepassen van innovaties van groot belang zijn en blijven. Ik kijk in Europanadrukkelijk naar innovatieregelingen bij de uitvoering van deze visie. Ikzet me ervoor in dat ondernemers gestimuleerd worden om totvernieuwing en ontwikkeling van hun bedrijf te blijven komen. Ik vind hetbelangrijk dat we binnen het GLB niet alleen kijken naar subsidies, maarjuist ook naar financieringsmogelijkheden voor de punten die mevrouwDen Hollander noemt, zoals de toegang tot kapitaal en grond. We doendat nationaal al met het Groenfonds. Ik vind het belangrijk om dat binnenhet GLB een duidelijke plek te geven.Dan kom ik bij het blokje overige vragen. Mevrouw Van der Plas vroegnaar de gebieden met dierlijke mest. Het is eenieder bekend dat we vanuitde Nitraatrichtlijn een norm hebben van 170 kilo stikstof per hectare. InNederland zijn alle gebieden aangewezen. De Commissie van Deskun-digen Meststoffenwet heeft een advies uitgebracht over hoe we dat in hetvolgende actieprogramma zouden moeten meenemen. Daar ging hetvorige week ook al heel even over. Daar treffen we op dit moment devoorbereidingen voor. Dat wil ik zorgvuldig doen en daarbij betrek ik juistde aanbeveling om in specifieke gebieden of het gehele grondgebied tekijken naar aanwijzingen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik zou de Minister graag willen vragen of hij de historie wil lezen van detotstandkoming van die 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest perhectare. Even kort gezegd: dat aantal kilo’s is ooit in Frankrijk bedacht.Daar zit helemaal geen wetenschap achter. Ik zou de Minister willenvragen om dat even te lezen en om daar ofwel in de tweede termijn ofwelin een volgend debat over stikstof en mestbeleid op terug te komen.Minister Van Essen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179429 Ik wil daar in een volgend debat gerust op terugkomen, zeker alsmevrouw Van der Plas interessante stukken of lectuur voor mij heeft. Ik ziedat andere landen andere normen hebben en dat wij die eerder ookhadden. Ik wil nogmaals benadrukken dat die andere landen aan deEuropese Commissie hebben laten zien dat ze vooruitgang hebbengeboekt op het gebied van waterkwaliteit en dergelijke. Maar als mevrouwVan der Plas voor mij bepaalde lectuur heeft, dan wil ik die graagmeenemen en dan zal ik daar in het volgende debat op terugkomen bijhaar.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik hoorde de Minister belangrijke Eurocommissarissen noemen, maar ikmis er eentje: de Eurocommissaris voor Dierenwelzijn, de heer Várhelyi.Wordt er ook met hem gesproken? Want dat is wel belangrijk.Minister Van Essen:Het antwoord is: ja, maar niet door mij. Daar zal de Staatssecretaris zomisschien verder op ingaan. Ik begrijp dat u dat belang aanstipt.Ik ga nog even verder met de vragen van mevrouw Van der Plas over deafhankelijkheid van kunstmest. Ik zie, net als mevrouw Van der Plas, datkunstmest een groot negatief effect heeft rondom het gebruik van fossielebrandstoffen. Ik vind het belangrijk om stevig in te zetten op devooruitgang en het kunnen gebruiken van gerecyclede of circulairemeststoffen, bijvoorbeeld via de opschaling van RENURE. Dat heeft mijnvoorganger ook gedaan. Nederland heeft net de notificatie uitgestuurdwaardoor het op korte termijn gebruikt kan worden, zodat de mest die ernu is en afgevoerd moet worden, weer gebruikt kan worden en alsvervanging kan dienen voor kunstmest. Ik vind het belangrijk om ook opdie innovatie in te zetten, om op die manier minder afhankelijk te wordenvan het gebruik van kunstmest.Mevrouw Van der Plas (BBB):Kunstmest is ook vervuilender voor de waterkwaliteit dan het gebruik vandierlijke mest. Mijn vraag aan de Minister is: kent hij het rapport vanHerman de Boer van de Wageningen Universiteit?Minister Van Essen:Ja, dat rapport kennen we. Ik hoor wat mevrouw Van der Plas zegt overwat kunstmest doet voor het gebruik van fossiele brandstoffen en voor dewaterkwaliteit, wat juist een hele grote opgave is. Ik benadruk nogmaalsdat het heel goed is dat ook het vorige kabinet vol heeft ingezet op hetmogen gebruiken van circulaire principes, zoals bij RENURE. Dat vind ikbelangrijk en daar gaan wij ook volop mee door.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Landen die goud, lithium, olie of andere grondstoffen hebben waar dewereld om vraagt, zullen daar nooit afstand van doen. Wij hebben inNederland een hele waardevolle grondstof, namelijk dierlijke mest. Vindtde Minister het niet raar dat wij onze waardevolle grondstoffen verkwan-selen ten behoeve van kunstmest? Wat wil de Minister gaan doen omRENURE hier zo snel mogelijk geïmplementeerd te krijgen?Minister Van Essen:Wat betreft dat laatste: nadat de notificatie is goedgekeurd, gaan we snelnationale wetgeving invoeren, juist omdat dat een grote prioriteit is. Ikhoor mevrouw Van der Plas zeggen dat dierlijke mest versus kunstmestvoor- en nadelen heeft. Maar ik wil ook benadrukken dat we als NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179430 echt een grote opgave hebben om de negatieve gevolgen van die grotehoeveelheid dierlijke mest te verminderen. Dat is een belangrijke opgavevoor mij.Er wordt strak getimed, hoor ik.De voorzitter:Time flies when you are having fun!Minister Van Essen:We hebben nog kansen genoeg om elkaar te bevragen in de komendedebatten.De voorzitter:Zo is het. De Minister gaat gauw door.Minister Van Essen:Bij het begrotingsdebat was ik lang aan de beurt, dus de heer Erkens en ikwisselen het een beetje af.Ik ga verder met de vraag van mevrouw Bromet over de bodembe-scherming binnen het Noordzeeakkoord en over de overleggen diehebben plaatsgevonden over de 1,2%. In mijn kennismakingsronde metalle mensen die bij het Noordzeeakkoord betrokken zijn, ben ik ernadrukkelijk op gewezen dat dit een gevoelig punt is. Ik heb met henafgesproken dat ik mij hierin ga verdiepen en dat ik het besluit wilbekijken om te zien of ik me daarin kan vinden. Ik ben het met mevrouwBromet eens dat juist zo’n Noordzeeoverleg ontzettend waardevol is. Alsik het goed zeg, heeft u op 16 juni een debat over de visserij. Ik zal hierdan op terugkomen met een antwoord. Dat was een concrete vraag.Voorzitter. Er is nog gevraagd hoe ik samenwerk met IenW. Ik heb mijneerste overleg in week een of aan het begin van week twee gehad met deheer Karremans, de Minister van IenW. Dat was het bestuurlijk overlegover de Kaderrichtlijn Water, met de provincies en de waterschappen. Wekregen complimenten van de medeoverheden over hoe we samenoptrekken, zowel in wat we zeggen als in hoe we de boel voorbereiden. Ikkan dus in algemene zin zeggen dat er nauw wordt samengewerkt met hetMinisterie van IenW, zeker op het gebied van de waterkwaliteit. Dat geldtook voor het achtste ap. Dat staat ook centraal in dat overleg.De voorzitter:Mevrouw Bromet wil daar meer over weten.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Zijn de Minister en zijn collega Karremans nog steeds van plan om dedoelen van de Kaderrichtlijn Water te gaan halen?Minister Van Essen:Ja, die motie is door uw Kamer aangenomen bij het niet aannemen vanhet achtste ap eind vorig jaar. Dat waren volgens mij de moties van het lidKostic´ en de heer Grinwis. Die beide moties betrekken we bij het opstellenvan het achtste actieprogramma. Die moties zijn wat mij betreft duidelijk.Ik ben nog iets vergeten te zeggen wat ook interessant is. De heerKarremans en ik willen Eurocommissaris Roswall beiden ontvangen als zijnaar Nederland komt, juist om een signaal af te geven. Dat was volgensmij de laatste vraag. O nee, ik heb hier nog een nieuw mapje. Het is geenapart blokje, voorzitter. De vraag was of ik me kan verzetten tegen devleestaks. De Europese Commissie bereidt in Brussel zowel een eiwitstra-tegie als een veeteeltstrategie voor. Dat wijst op het belang van dezesectoren voor de autonomie en voedselvoorziening in de EU.Naast de vleestaks vroeg de heer Jansen of er een extra lastenverzwaringkomt voor onze veehouders. Lastenverzwaring is niet het uitgangspunt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179431 Innovatie en vernieuwing zullen het uitgangspunt zijn, zoals ik net ook alaangaf. Dat wordt mijn inzet. Op dit moment liggen er ook geen concretevoorstellen in Brussel voor een EU-brede vleestaks. Het zijn ook primairnationale bevoegdheden.De heer Chris Jansen (PVV):Dan toch een kleine vraag. Lastenverzwaring is niet de intentie – dat snapik – maar hoe gaat de Minister het dan voorkomen op het moment dat hettoch op tafel komt?Minister Van Essen:Het zijn onze eigen bevoegdheden. Zowel de Staatssecretarissen als ikhebben het op dit moment niet op onze bureaus liggen. Dan is het op ditmoment ook niet aan de orde.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Chris Jansen (PVV):Dan toch de daaropvolgende vraag. Welk belang gaat dan voor, hetEU-belang of het Nederlandse belang?Minister Van Essen:Zowel in Brussel als bij ons ligt dit niet op tafel. Ik zie dus geen tegen-stelling tussen ons belang en het EU-belang. Als we er zelf over gaan,maakt dat het ook mooi makkelijk.De heer Lohman (CDA):Een duidelijk verhaal over vleestaks. Er wordt ook weleens gesprokenover een bredere vorm van prijsprikkels om gewenste consumptie tesupporten. Bent u bereid om in de EU te pleiten voor pilots of samenwer-kingen rondom bijvoorbeeld true pricing?Minister Van Essen:True value en true pricing zijn een taal die ik ook bij maatschappelijke encommerciële partijen zie. Het is een initiatief om breder te steunen. Waardat kan, wil ik dat ook inbrengen. Qua ketenaansprakelijkheid maakt ditvoor anderen namelijk heel veel duidelijk. Ik wil het dus gerustmeenemen. Ik moet nog even kijken of het op deze agenda past. Andersdoe ik het op een ander gezet tijdstip.De voorzitter:Volgens mij kunnen we dan over naar de beantwoording door deStaatssecretaris. Aan u het woord, Staatssecretaris.Staatssecretaris Erkens:Dank u, voorzitter. Ook namens mij gefeliciteerd met uw voorzitterschap.Ik begreep dat het een Noord-Koreaanse uitslag was! Dat kan alleen maarveel goeds beloven voor deze periode. Ik snap ook dat de portefeuillever-deling door al het geswitch tussen de Minister en mij verwarrend kan zijnvoor de Kamerleden. We zullen dus proberen om niet elk debat met z’ntweeën te doen. Dan wordt het een stuk eenvoudiger, denk ik – vooralvoor mij!Zoals de Minister al aangaf, zullen we tijdens de LVR in Brusselgezamenlijk kennismaken met een aantal Eurocommissarissen encollega-ministers. We hebben ook een aantal losse afspraken. Het lidKostic´ vroeg daar net naar. We hebben onder anderen een afspraak metVárhelyi, van Gezondheid en Dierenwelzijn, en Kadis, van Visserij enOceanen. Die zal ik ook nog spreken in mijn bezoek aan Brussel. Ik kijk erguit naar de samenwerking met de collega’s uit andere landen. Ook ik wilTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179432 werken aan een goede relatie, om de Nederlandse belangen en priori-teiten te realiseren, onder andere op het gebied van gewasbescherming,innovatie, dierenwelzijn en visserij.In het bijzonder wordt er bij deze Raad gesproken over de energietransitiein de visserij en de agricultuursector. Dat is een kans om te werken aaneen toekomstbestendige sector. Tegelijkertijd zullen we de discussie ookvoeren in het licht van de hoge energieprijzen. Ik zal in het blokje visserijnog ingaan op het standpunt van het kabinet daarover.De blokjes zijn gewasbescherming, visserij en overig. Ik zal beginnen metgewasbescherming, want dat is het grootste mapje. Het is nog goed om teweten dat er over het BNC-fiche een schriftelijk overleg is gevoerd. Dat zalop korte termijn naar de Kamer gestuurd worden. Het vergt veelafstemming met andere departementen en het gaat richting de40 pagina’s aan beantwoording. Op die manier krijgt u nog veel vragenterug.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Heb ik nou niet opgelet of is er geen blokje dierenwelzijn?Staatssecretaris Erkens:In het blokje overig zitten de vragen over dierenwelzijn. Die vragenkwamen alleen van u, lid Kostic´. Het was geen volledig blokje, maar het iswel het prominente onderwerp in dat blokje. Bewaar vooral een aantalinterrupties voor het einde, zou ik zeggen! De voorzitter is daar heelstreng op.Over de Omnibuswetten – ik noem de Food and Feed Omnibus – zijn eenpaar vragen gesteld, onder anderen door de leden Kostic´ en Bromet,alsook andere Kamerleden. Bij mijn inzet op het voorstel leg ik prioriteitop het versimpelen van regelgeving waar dat kan. Daarbij moet deveiligheid voor mens, dier en milieu behouden blijven. Dat is ook conformhet BNC-fiche dat we naar uw Kamer gestuurd hebben. Het Omnibus-voorstel voor de veiligheid van voedsel en diervoeder is een breedvoorstel. Er zit veel in. De nadruk ligt wel op gewasbescherming.Hierover heeft de Kamer inderdaad een motie aangenomen. Die is ookmeegenomen in het BNC-fiche. De genoemde motie, de motie-Podt/Bromet, verzoekt de regering om met een kopgroep in Brussel te pleitenvoor voorstellen die de toelating van laagrisicomiddelen bevorderen,maar met klem te pleiten tegen voorstellen die de status quo op detoelating van chemische middelen, en met name risicovolle middelen,verzwakken. Heel concreet voeren we deze motie uit door actief tekstvoor-stellen aan te dragen die de toelating van laagrisicomiddelen bevorderen.Aan de andere kant dragen we op dit moment voorstellen aan die deveiligheid van het nieuwe herbeoordelingssysteem voor werkzame stoffenwaarborgen en die daarmee tenminste de status quo van het bescher-mingsniveau zouden moeten behouden. Op die manier voeren we demotie uit.Daarmee pleiten we niet tegen het complete voorstel, maar proberen wein het proces met andere lidstaten en verbondjes op dat vlak het voorstelte verbeteren. Daarnaast hebben we hierover contact met anderelidstaten. Dat zal ik in de komende Landbouw- en Visserijraad wederomoppakken met collega-lidstaten die ik daar spreek.De voorzitter:Ik ga eerst naar het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De cruciale vraag is hoe de Staatssecretaris en het kabinet borgen dat erinderdaad geen extra schade van milieu en gezondheid optreedt. Hoewordt dat getoetst?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179433 Staatssecretaris Erkens:Ik heb een heel blokje met beantwoordingen. Ik zou daar eerst doorheenkunnen lopen. Hopelijk zijn een aantal van de interrupties daarmeebeantwoord en als dat niet zo is ... Zo bent u ook niet uw interrupties kwijt.Voorzitter, ik ga er snel doorheen. Er zijn een aantal vragen gesteld.De voorzitter:Ik ga toch eerst even naar mevrouw Bromet, want zij had ook nog eenvraag.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik hou hem onder de 30 seconden. Ik vind het tot nu toe een schimmigverhaal, dus ik hoop dat er zo meteen inderdaad wat concretereantwoorden komen.De voorzitter:Dan gaat de Staatssecretaris vooral verder.Staatssecretaris Erkens:Dat gaan we zien, mevrouw Bromet. Er komt sowieso een schriftelijkoverleg met heel veel detail, van bijna 40 pagina’s. Dan wordt het hopelijkeen stuk minder schimmig voor de Kamerleden.Voorzitter. Ik kreeg een vraag van mevrouw Den Hollander over de eersteindruk. We zijn blij met het initiatief om regelgeving te versimpelen. Dat isook hard nodig om competitief te blijven. Tegelijkertijd willen we daarbijwel het belang van de veiligheid van mens, dier en milieu waarborgen.Mevrouw Den Hollander had ook een vraag over het zich op Europeesniveau inzetten voor een risicogebaseerde herbeoordeling, mits hetbeschermingsniveau gelijk blijft. Ik begrijp goed dat de Commissie heeftgekeken naar het opnieuw inrichten van de herbeoordelingen vanwerkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen. Het huidige systeemis gewoon vastgelopen en zorgt voor enorm lange wachttijden. Het remtdaarmee ook innovatie in de toelating van nieuwe werkzame stoffen, ookde duurzame variant. De voorgestelde risicogestuurde herbeoordeling isdus een mooie eerste aanzet. Er zijn wel nog aanvullende waarborgennodig, om het systeem transparanter, uitvoerbaar en veiliger te kunnenmaken. Daarover gaan de tekstvoorstellen die we nu aan het doen zijn endie ik net noemde ook. Een risicogestuurd systeem kan er namelijk voorzorgen dat zaken inderdaad sneller goedgekeurd worden. De inrichtingvan het risicogestuurde systeem bepaalt natuurlijk wel of er voldoendewaarborgen in zitten. Hoe vaak herbeoordeel je het? Wat voor eisen stel jebij het systeem? Waar baseer je de risicosturing op?Mevrouw Den Hollander (VVD):Hartelijk dank voor uw antwoord over de herbeoordeling, Staatssecretaris.In aansluiting daarop: hoe kijkt de Staatssecretaris naar het uitfaseren vanstoffen die niet meer toegelaten zijn?Staatssecretaris Erkens:Dat gebeurt op dit moment op basis van de wetenschap. Een heleboelstoffen worden van tijd tot tijd opnieuw getoetst op basis van het huidigewetenschappelijke onderzoek dat bekend is. Dat doen we vooral vanuitEuropa. Op het gebied van middelen kijken we daar in Nederland naarvanuit de Ctgb. Het is op dit moment ook niet een van de inzetten die webij het Omnibusvoorstel hebben. Het gaat nu echt om het herbeoorde-lingssysteem dat we hebben, om het risicogestuurd zijn en om de vraaghoe we ervoor zorgen dat de waarborgen ingebouwd worden.Mevrouw Den Hollander (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179434 Aanvullend. Erkent de Staatssecretaris enerzijds dat het heel belangrijk isom die uitfasering door te zetten? Je wil stoffen die niet veilig zijn,natuurlijk niet gebruiken. Erkent hij anderzijds dat er ook een risico aankleeft dat je bepaalde ziekten niet meer kunt bestrijden? Hoe weegt u dat,Staatssecretaris?Staatssecretaris Erkens:Nogmaals, een groot deel wordt gewogen op Europees niveau. Daarbrengen we onze inbreng op. Daarbij kunnen we zeggen dat het bescher-mingsniveau in het risicogestuurde herbeoordelingssysteem behoudenmoet blijven. Dat is ook de inzet met die tekstvoorstellen. Daarnaast willenwe het bijhouden op basis van de laatste stand van de wetenschap. Wezien namelijk dat de wetenschap voortschrijdt en nieuwe risico’sidentificeert. In die voorstellen wordt dan ook gewogen hoeveel tijd er isvoor de overgangsperiode om van een stof te kunnen overstappen op watanders. Dat is inderdaad een spanningsveld in dit dossier. Aan de ene kantis gewasbescherming noodzakelijk om de oogst en de teelt tebeschermen. Dan moet er iets in het middelenpakket zitten om de stof tekunnen vervangen. Tegelijkertijd willen we nadelige effecten de komendejaren wel met elkaar verminderen.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Den Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):Tot slot. We zijn in Nederland druk bezig met een convenant. De Staatsse-cretaris is ook hard aan het werk om dat nog voor de zomer enige vormen inhoud te geven. Wordt in Europa ook besproken hoe we dat inNederland gaan doen? Gaan andere landen dat op een soortgelijke wijzeaanvliegen?Staatssecretaris Erkens:Op dit moment hebben we het nog niet meegenomen in Europa. Ik vindhet wel een goed voorstel, dus we kunnen het in die gesprekkenmeenemen. Dat is het mooie van het convenant en het Ctgb op dit vlak.Europa beoordeelt met name de stoffen. Op dat vlak proberen we hetvoorstel dus zo goed als mogelijk te versterken. Tegelijkertijd zouden we,als het voorstel aangenomen zou worden en als we ontevreden zijn metde resultaten die op dat vlak uit Europa komen, met het Ctgb, maar ookmet het nationale convenant, natuurlijk nog aanvullende waarborgen inNederland kunnen kiezen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Erkens:Ja, voorzitter. Een aantal vragen heb ik al beantwoord. Specifieke vragenvan het lid Kostic´ gingen nog over maatregelen die we nemen om eenaantal zorgen serieus en structureel op te pakken, onder andere vanuitmilieuorganisaties. Een draaide daarbij om aanvragers die zelf verant-woordelijk blijven voor herbeoordelingen van dossiers. Dat blijft zo. Datvinden we van belang.Voorzitter. Dan zijn er nog een aantal vragen over pfas.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mijn concrete vraag hierover is nog niet beantwoord. Misschien kan deStaatssecretaris kijken of daar iets meer over staat in zijn papieren.Staatssecretaris Erkens:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179435 Ik heb nog vragen van het lid Kostic´ over vertragingen door halfwerkpro-ducenten en waar de rekening neergelegd wordt. Die komt er nog aan. Ikheb nog vragen over gewasbeschermingsmiddelen en drift naar biolo-gische boeren. Eigenlijk alle vragen die ik nog heb, zijn van het lid Kostic´.De voorzitter:Ik hoor dat er nog een hele hoop antwoorden aankomen.Staatssecretaris Erkens:Dit hele stapeltje is nog voor het lid Kostic´.De voorzitter:Kijkt u eens aan!Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik had nog een vraag over het Europees Hof: hoe wordt de uitspraakdaarvan meegenomen in het Omnibusvoorstel?De voorzitter:Wellicht kan de Staatssecretaris dat meenemen.Staatssecretaris Erkens:Ja, voorzitter. Het zit er allemaal in. Zal ik ze gewoon even doorlopen?De voorzitter:Het zit er allemaal in. De Staatssecretaris gaat heel gauw verder met debeantwoording van de vragen.Staatssecretaris Erkens:Het is een flinke stapel, voorzitter.De vraag over halfwerkproducenten. «Deelt de Staatssecretaris de meningdat de rekening moet worden neergelegd waar dat hoort?». Daar staat bij:«gifproducenten». Ik zou zeggen: gewasbeschermingsmiddelproducenten.Ik vind het wat dat betreft in dit dossier van belang dat we toewerken naarhetzelfde doel, namelijk het laten afnemen van de schadelijke effecten.Tegelijkertijd moeten we de gewasbeschermingsmiddelen die wel nodigzijn en die steeds minder schadelijk worden, met elkaar blijven uitleggen.Ik vind het hierbij belangrijk dat herbeoordelingen van werkzame stoffengoed en tijdig worden afgerond. Dat aanvragers wellicht doelbewustdossiers traineren, kan niet. Ik ben blij dat de Europese Commissie heeftaangekondigd om hier meer aandacht aan te geven en geen tijdelijkeverlenging van de goedkeuring aan lidstaten voor te leggen wanneer eenaanvrager niet levert wat verwacht mag worden.Voorzitter. Dan de vragen over drift, het overwaaien van chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen naar een biologisch areaal.Welke maatregelen gaan wij nemen om dat te voorkomen? Het probleemis bekend. We nemen het ook serieus. We zijn in gesprek met diversepartijen om er een oplossing voor te vinden. Het is lastig om dit op heelkorte termijn in één keer te kunnen oplossen, maar het heeft zekeraandacht. We zullen het daarom ook in het convenant betrekken. Wezullen daarover in de brief van voor de zomer misschien de eersterichtingen delen richting de Kamer. Zo weet u naar welke oplossings-richting we kijken.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat laatste is goed, maar de boeren zitten nu al met de problemen, onderandere door hoge kosten. Het lijkt me dus goed dat het kabinet hier eenprioriteit van maakt. Ik zou een richting willen geven. Misschien kunnenwe kijken of we de gifproducenten wat meer kunnen laten meebetalen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179436 om de biologische boeren te vergoeden voor de schade, in ieder geval opde korte termijn.Staatssecretaris Erkens:Ik ben bereid om hier met prioriteit naar te kijken. Ik snap dat het voor debiologische boeren en sector heel moeilijk uitlegbaar is. Je moet namelijkvoldoen aan een aantal voorwaarden. Dan krijg je dit nieuws. Dat isallesbehalve wenselijk. Ik ga in de komende twee weken bij het Ctgblangs. Ik zal het daar ook bespreekbaar maken en kijken wat de oplos-singen kunnen zijn. Ik kom er dan op terug in de Kamerbrief over hetconvenant.De voorzitter:Een korte vervolgvraag van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik snap even niet waarom het Ctgb hierbij betrokken moet worden. Hetgaat erom dat landbouwgif terechtkomt bij biologische boeren. Diemoeten voor de schade betalen. Volgens mij moet de Minister deoplossing dus zoeken in het voorkomen ervan dan wel het vergoeden vanbiologische boeren. Dat over het Ctgb snap ik nog niet.Staatssecretaris Erkens:Het Ctgb gaat over de verschillende oplossingsrichtingen die mogelijkzouden kunnen zijn in welke gewasbescherming ingezet wordt naast depercelen, over wat voor driftreducerende technieken er mogelijk zijn etcetera. Het is dus wel een onderdeel van de puzzel, zou ik zeggen.Dan ga ik door, voorzitter. We zien dat producenten bij herbeoordelingdoelbewust onvolledige dossiers aanleveren, waardoor proceduresworden vertraagd. Het Europese Hof van Justitie heeft daar een uitspraakover gedaan, zoals lid Kostic´ aangaf. Er moet worden gecontroleerd of ditis gebeurd. De vraag was: kan de Staatssecretaris aangeven hoe deuitspraak van het Europese Hof wordt gebruikt in het Omnibusvoorstel? Ikvind het belangrijk dat herbeoordelingsdossiers goed en tijdig wordenafgehandeld. Zoals ik al eerder zei, vind ik het niet kunnen dat er wat datbetreft getraineerd wordt. De Europese Commissie heeft dus toegezegdom hierop toe te zien en dus inderdaad geen tijdelijke verlengingen voorstoffen te geven als aanvragers niet hebben gedaan wat van hen verwachtmag worden. Dat nemen zij dus ook mee in de voorstellen die besprokenworden. Hierin steunen wij de Europese Commissie. Dit betreft deEuropese beoordeling van dossiers. Het is daarmee een Europeseaangelegenheid, maar de Commissie heeft daarvoor wat ons betreft eengoed voorstel gedaan. Binnen het Omnibusvoorstel zijn wij voorstandervan heldere verplichtingen voor aanvragers, zodat de partijen ook wetenwat er van hen verwacht mag worden.Voorzitter, de laatste vraag gaat over pfas in bestrijdingsmiddelen: kan deStaatssecretaris toezeggen te pleiten voor een verbod op pfas in bestrij-dingsmiddelen en daarvoor bondgenoten zoeken, bijvoorbeeldDenemarken? Het verbod op pfas-houdende stoffen is in het coalitieak-koord breed bedoeld. Daar zetten we ook op in. We zijn al begonnen metkijken naar het verminderen van de impact bij gewasbeschermingsmid-delen, omdat daar ook wetenschappelijke aanleiding voor is. We vindenhet belangrijk dat gewasbeschermingsmiddelen alleen mogen wordentoegepast wanneer dat veilig kan. Dit geldt voor alle stoffen die onder depfas-definitie vallen. Iedere stof wordt individueel bekeken. Nederlandheeft hier in Europa ook nadrukkelijk voor gepleit. We pleiten nu niet vooreen algeheel verbod in gewasbescherming – dat pakken we in den bredeop; vooral de collega vanuit IenW gaat daarmee aan de slag – maar bijtwijfels zal het Ctgb elke stof of elk middel opnieuw bekijken. Zo heeft hetCtgb aangekondigd om 46 pfas-middelen opnieuw te beoordelen op basisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179437 van de wetenschappelijke informatie uit Denemarken, die ons ook bekendis. De Kamer is hierover geïnformeerd. Ik zal uw Kamer ook informerenover de uitkomsten van de herbeoordeling zodra die bekend zijn.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):De pfas, die overal zit en waardoor je geen eitjes meer van je eigen kippenkan eten, is zeer zorgelijk. Op welke termijn kunnen we hier besluiten oververwachten? Elke dag dat we langer wachten, wordt er namelijk meer pfasover ons land uitgestrooid en verspreid.Staatssecretaris Erkens:Ik stel voor dat ik in tweede termijn terugkom op de tijdlijn, want dit ligt bijde collega van IenW. Die planning heb ik nu niet scherp. Ik heb welaangegeven dat we vanuit LVVN niet stil gaan zitten, dus bij wetenschap-pelijk bewijs voor de schadelijkheid kijkt het Ctgb ernaar. Daarover zullenwe u informeren. We zullen kijken of we voor de tweede termijn vanuitIenW te horen krijgen wat ongeveer de tijdlijnen zijn.De voorzitter:Als we een tweede termijn willen, moeten we wel een klein beetjeopschieten, zowel aan de vragenkant als wat betreft de compactheid vande antwoorden van de Staatssecretaris.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het gaat erom dat het kabinet een uitgebreid pfas-verbod wil, omdat hetper definitie niet goed is. Het mankement is dat het verbod op pfas inbestrijdingsmiddelen mist. Mijn concrete vraag is dus of het kabinetbereid is om met bijvoorbeeld Denemarken op te trekken om daar eenverbod voor in te stellen?Staatssecretaris Erkens:We zetten ons dus in op een breder verbod in Europa op het gebied vanpfas. Dat ligt bij de collega van IenW, maar ik probeerde net aan te gevendat de situatie in Denemarken ook vanuit Nederland gevolgd wordt, datwe contact hebben met de collega’s en dat aan de hand daarvan46 stoffen die mogelijk schadelijk zijn, al herbeoordeeld worden. We gaaner dus mee aan de slag, maar het bredere traject ligt bij IenW.De voorzitter:Volgens mij kunt u beginnen aan het blokje visserij.Staatssecretaris Erkens:Het blokje visserij is ook vrij uitgebreid.De voorzitter:Wellicht kunt u het herhalen van de vragen overslaan.Staatssecretaris Erkens:De helft van de vragen overslaan? Dan krijg ik die via interrupties terug,voorzitter.De voorzitter:Het herhalen, niet de helft.Staatssecretaris Erkens:Dat zal ik voorkomen, voorzitter.Er waren een aantal vragen over het gemeenschappelijk visserijbeleid,onder anderen van de heer Lohman. Gaat de Minister zich inzetten voorde implementatie, zodat die leidt tot zowel herstel als een reëel verdien-model? Van alle aspecten vormen duurzaamheid en sociaaleconomischeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179438 aspecten de pijlers van het GVB. Duurzaam beheer van visbestanden isgebaseerd op de zogeheten maximum sustainable yield, waardoor er inprincipe voldoende vissen overblijven om als bestand voor de lange duurte overleven. Alleen het surplus kan worden bevist. Tegelijkertijd is er oogvoor het economische verdienvermogen van vissers en het sociale belangvan die gemeenschappen. Wij gaan ons dus ook inzetten voor die pijlersvan het gemeenschappelijk visserijbeleid.De heer Lohman (CDA):Ik heb een korte vraag ter verduidelijking. Kan ik daaruit opmaken dat uzich inzet voor het versterken en het behoud van het GVB, en dat u nietmeegaat in eventuele versoepelingen daarin, zoals door sommige partijenwordt voorgesteld?Staatssecretaris Erkens:Het GVB bestaat nu al een heel tijdje. Er is nu inderdaad een ronde waarinlidstaten kunnen aangeven wat er mogelijk verbeterd kan worden. Aan dehand daarvan zal de Commissie in mei dit jaar, volgens mij, beslissen ofer een herziening aankomt. Nederland staat open voor een herziening,maar dat zou zijn vanuit de insteek om het te verbeteren, omdat we eenaantal knelpunten hebben gezien in de praktijk. We zien ook op het gebiedvan verduurzaming dat bijvoorbeeld schepen die langer dan 24 meter zijn,niet mogen meedoen met verduurzamingsmaatregelen. Er zitten dus ookgewoon een aantal zaken in die we als Nederland verbeterd zouden willenzien. Als de Europese Commissie besluit tot herziening, zullen we uwKamer uiteraard tijdig informeren met een BNC-fiche, zodat we over deinzet van Nederland van gedachten kunnen wisselen.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Erkens:De heer Lohman vroeg ook naar de brandstoftransitie in de visserij. Zoalsgesteld in het coalitieakkoord zet het kabinet in op het toekomstbestendigmaken van de visserij. Een belangrijk onderdeel hiervan is het inperkenvan het brandstofverbruik van de vaartuigen en het inzetten op innovatie.Hiervoor zullen we in 2026 twee subsidieregelingen openstellen, waarmeede visserij- en de schepdiersector energie-efficiënte investeringen kunnendoen in vissersvaartuigen. Het doel van de regelingen is het verbeterenvan de energie-efficiëntie en het verminderen van de uitstoot vanbroeikasgassen. Hierbij zetten we ons ook in om in de komende jareninnovatiesubsidies voor de visserij open te stellen. Met die regelingenkunnen ook innovaties en onderzoeken gericht op verduurzaming vanvistuigen en -technieken worden ondersteund, waaronder netinnovaties.Dat valt daar dus onder.Voorzitter. Mevrouw Den Hollander vroeg naar de Europese plannen voorklimaatneutraliteit op dit vlak en wat die betekenen voor de kottervloot. Destijgende brandstofprijzen hebben nu al een enorme impact op devisserijsector. Ik zal daar dadelijk nog wat langer op terugkomen. Deenergietransitie is op dit vlak van belang om het brandstofverbruik telaten afnemen. De Europese Commissie is voornemens een roadmap voorde energietransitie van de visserij en aquacultuur te publiceren, samenmet een visie voor 2040. Zodra deze plannen er zijn, zullen we deappreciatie daarvan wederom met de Kamer delen. Daarnaast werk ikeraan de Nederlandse situatie onder de aandacht te brengen bij deEuropese Commissie. Hierbij vragen we bijvoorbeeld ook aandacht voorde belemmeringen in het huidige steunkader, mocht Nederland inderdaaddie stap zetten. Dat ga ik maandag en dinsdag dus ook bij mijn collega’ster sprake brengen. Daarnaast werken we aan twee subsidieregelingen,waarover ik al heb verteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179439 Het is misschien nog handig om hierbij het volgende te zeggen overklimaatneutraliteit. De heer Jansen had daar inderdaad ook nog vragenover. Hebben we dan nog een visserijsector in 2050 en moet de focus nietmeer liggen op de korte termijn? Er is op dit moment nog geen volledigklimaatneutraal vaartuig voor de visserij. De sporen waarop we op datvlak inzetten, zijn aan de ene kant die van Europese innovatie om tekomen tot klimaatneutrale oplossingen. Aan de andere kant zal de focusvan dit kabinet in de komende jaren heel erg liggen op de energie-efficiëntie, om het brandstofverbruik omlaag te kunnen brengen. Dat helptmet verduurzaming, maar helpt ook om ervoor te zorgen dat we in dekomende jaren steeds minder kwetsbaar worden voor hoge energie-prijzen.Voorzitter. Mevrouw Den Hollander had nog meer vragen over innovaties.Die heb ik volgens mij net allemaal beantwoord bij de vragen van de heerLohman, dus die sla ik over. De vraag van de heer Jansen heb ik net ookbeantwoord.De heer Jansen had nog een vraag over de concurrentiepositie. Ik vind hetgelijke speelveld van de Nederlandse en Europese vissers hierin van grootbelang, ook richting derde landen. In de verschillende relevante interna-tionale en Europese gremia, van de Landbouw- en Visserijraad tot dewerkgroepen, zet het kabinet zich hiervoor in. Hierbij wil ik specifiekaandacht vragen voor de rol die de Russische Federatie speelt, ook bijoverbevissing op sommige vlakken. Ik kom daar dadelijk bij hetonderwerp makreel ook op terug. De inzet van het kabinet is erop gerichtom aan de ene kant het verdienvermogen van de Nederlandse visserij-vloot te beschermen en aan de andere kant te kijken wat voor acties er opdat vlak mogelijk zouden zijn. Dat is best wel complex – daar zullen wedadelijk op ingaan – maar dat is iets wat ik zal meenemen naar dediscussies die maandag en dinsdag in Brussel plaatsvinden.Dan de vragen van het lid Vellinga over het GVB. Daar heb ik inderdaadhet een en ander over verteld. Onze inzet zal daarbij niet zijn om het GVBaf te zwakken op dit vlak, maar inderdaad wel om te kijken naar verbete-ringen. Dat gaat over de aanlandplicht, die Nederland heeft geagendeerd,maar ook over verduurzaming. Ik noemde net de scheepslengte van24 meter. Wat dat betreft is er ook het niet kunnen subsidiëren vannieuwbouw om echt te komen tot een nieuwe vloot. Er zijn dus een aantalzaken die zouden kunnen helpen met de verduurzamingsagenda op datvlak. Mocht er een voorstel komen, dan komt er een BNC-fiche.Voorzitter. Er zijn ook vragen gesteld over het implementeren van hethuidige GVB. Daar werken we samen met andere lidstaten aan. Mijnvoorganger heeft samen met andere lidstaten diverse punten ingebrachtbij de Landbouw- en Visserijraad van 27 november 2025. Daarbij zijn ookaandachtspunten met de Europese Commissie gedeeld.Voorzitter. Dan waren er vragen van het lid Vellinga over aquacultuur enmooie initiatieven op dat vlak, die zij hoopt terug te zien in de visie voor2040 voor visserij en aquacultuur. Die komt in het derde kwartaal van ditjaar uit. Dat gaf het lid Vellinga ook aan. De aquacultuursector inNederland is belangrijk voor duurzame aquatische voedselproductie. Ookbestaat aquacultuur in Nederland uit verschillende typen, zoals de kweekvan schelpdieren in open water en de viskweek in recirculatiesystemen.Voor het bevorderen van aquacultuurinitiatieven zijn eerder al succesvolmeerdere subsidieregelingen opengesteld. Deze zomer zullen we eennieuwe regeling daarvoor openstellen. Daarnaast vind ik het belangrijk dataquacultuur een goede plek krijgt in de visie van 2040. Hiervoor hebbenwe inderdaad ook aandacht in de uitvoeringsagenda die we samen met desector ontwikkelen, geheten De Nederlandse visie op voedsel uit zee engrote wateren. Spoedig, zodra die agenda rond is, hoop ik u die te doentoekomen, zodat we daarover met elkaar in debat kunnen gaan. Dat is eenagenda die is opgesteld door de sector, samen met maatschappelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179440 partijen en onder leiding van de heer Bisschop, van de SGP. Daar staanheel veel mooie initiatieven op dit vlak in.De heer Chris Jansen (PVV):Ik heb een hele korte vraag. De Staatssecretaris zegt: we gaan met nameinzetten op brandstofbesparing. Dat snap ik. Dan is de vraag natuurlijk ofde Staatssecretaris in Brussel dan ook volle bak gaat op de pulskorvisserij,aangezien brandstofbesparing daarbij ook een grote rol speelt.Staatssecretaris Erkens:Dat is een goed punt van de heer Jansen. Ik heb bij de begroting gezegddat ik bereid ben me daarvoor in te zetten. Ik denk sowieso, horende hetdebat hier in de Kamer, dat dit een dossier is waarvan iedereen devoordelen zou kunnen zien. Pulskorvisserij zorgt voor minder bodembe-roering en zorgt ervoor dat het brandstofverbruik van de kottervisserijbijna kan halveren. Ik ben dus zeker bereid om dat te agenderen, maar ikdenk dat het lid Bromet terecht aangaf dat we dat op een diplomatiekemanier moeten doen. Ik zou namelijk echt willen dat we hiervoor concreetdeuren open kunnen krijgen. Ik zal het ook proberen te agenderen in mijnbilaterale gesprekken met de collega’s daar.De voorzitter:Een korte vervolgvraag van de heer Jansen.De heer Chris Jansen (PVV):Waarop het mis is gegaan in het verleden, is dat wij Frankrijk zelfs tienkotters hebben aangeboden, maar dat Frankrijk gewoon geen geld hadom zijn vloot te moderniseren. Dus hoe gaan we nou voorkomen dat wein dezelfde valkuil terechtkomen?Staatssecretaris Erkens:Dat betekent in dit geval dat ik het hierover moet hebben in het gesprekmet de Franse collega. Ik denk dat de Minister het net goed zei; het zal ookin het dossier van visserij een kwestie van geven en nemen moeten zijn.Als wij ruimte gaan vragen van een aantal lidstaten die hier volledig tegenwaren, zullen ze andersom ook naar Nederland kunnen kijken bij dossiersdie voor hen van groter belang zijn. Op die manier zal ik proberen de deurweer op een kiertje te krijgen. Er ligt hier een goede motie van mevrouwVan der Plas en mevrouw Den Hollander met het verzoek om in iedergeval met experimenten te kunnen beginnen. Daarmee starten zou heteerste houvast zijn voor mij in die gesprekken. Daarbij wil ik welbenadrukken dat pulskorvisserij, ook gezien de huidige energieprijzen, eenhele mooie oplossing kan zijn voor de sector in de komende jaren. Daarwil ik me dus zeker voor inzetten.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording. O, u vervolgt niet uw beantwoording, wanter is nog een korte interruptie van mevrouw Vellinga.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Ik kom heel kort nog even terug op de implementatie van het GVB. U zegtterecht dat u dat onder de aandacht gaat brengen, maar dat is voor mijnog wel wat vaag. Kunt u nog iets meer uitweiden over hoe u dat gaatimplementeren, ook met uw Europese partners, meer dan het er alleenmet elkaar over hebben?Staatssecretaris Erkens:Op dit moment roepen we dus op tot herziening van het GVB. Er zijn eenaantal knelpunten die volledige implementatie lastig maken. We haddenhet net over de aanlandplicht op dat vlak en er is nog een aantal andereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179441 knelpunten. Die hebben andere lidstaten ook. Daarop leveren we nu dusgezamenlijk input. Tegelijkertijd zijn we natuurlijk doorlopend met elkaarin gesprek over hoe we zo goed mogelijk kunnen voldoen aan de gesteldevoorwaarden.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Het is mij toch nog wel iets vaag. Zegt de Staatssecretaris nu: «Wij gaandit volledig implementeren; we gaan hier gewoon voor en we houden derest daaraan»? Of zegt hij: we streven ernaar?Staatssecretaris Erkens:Het GVB bestaat uit heel veel onderdelen. Het zou mij dan wel helpen omspecifiek te horen op welke onderdelen de zorgen op dit moment zitten,maar we streven er uiteraard naar om het GVB te implementeren inNederland. Nu loopt de mogelijkheid tot het leveren van input voor wat erin de herziening mogelijk zou zijn, om het daarmee ook beter implemen-teerbaar te maken. Ik heb net al de aanlandplicht genoemd. Het is gewooncomplex voor de visserij om daaraan te voldoen. Daar zitten ook nadelenaan. Tegelijkertijd is er ook een aantal zaken dat andere lidstaten moeilijkvinden bij de implementatie hiervan. Dat proberen we op die manier dusgewoon te verbeteren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dit baart me zorgen. De Staatssecretaris heeft het namelijk vooral over desector, terwijl het hierbij ook heel erg gaat over de belangen van denatuur. Er is jarenlang structureel sprake van overbevissing. Nederlandspeelt daar een grote rol in. De Europese Unie heeft ons op de vingersgetikt over de naleving van regels en het niet voldoen aan voldoendeviscontroles. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus: welke rol ziet hijzelf in het borgen van de belangen van de natuur hierbij? Dat geldt ookvoor dierenwelzijn, want vissen zijn helemaal niet beschermd, ondanksdat het ook gewoon dieren zijn met gevoelens. Op welke manier gaat hijdie borgen?Staatssecretaris Erkens:Op twee manieren. De eerste gaf ik net aan. Er zit een aantal zaken in hetgemeenschappelijk visserijbeleid dat gewoon heel moeilijk uitvoerbaar isin de praktijk. We leveren nu dus input aan om het voorstel te verbeteren.Tegelijkertijd heeft het lid Kostic´ gelijk: natuurbelangen spelen hier ookeen rol in. Daarom trek ik ook samen op met de Minister om daar dekomende periode stappen op te kunnen zetten met elkaar.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Kan de Staatssecretaris misschien met een brief komen waarin hij ingaatop de staat van de overbevissing, de rol van Nederland, deNVWA-signalen over fraude in de sector, de tik op de vingers vanuit deEuropese Commissie wat betreft de naleving van viscontroles vanuitNederland, en vooral ook wat de inzet van deze Staatssecretaris zalworden voor natuur- en vissenwelzijn in combinatie met de anderebelangen?Staatssecretaris Erkens:Ik kan toezeggen dat we in de brief voor het commissiedebat Visserij opdeze punten zullen ingaan. Dat zal ik dan uiteraard ook afstemmen metmijn collega, de Minister die hier zit op het gebied van Natuur.De voorzitter:Goed. Gaat u verder met de beantwoording.Staatssecretaris Erkens:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179442 Voorzitter. Heel veel vragen hebben we nu al gehad. Dan waren er nogvragen van het lid Bromet over de subsidiepot van € 550.000 voorduurzame vaartuigen, die niet optimaal wordt benut. De beschrevensubsidie is beschikbaar voor de verduurzaming van binnenvaartschepenen niet voor visserijschepen. Er zal dit jaar dus wel een nieuwe innovatie-regeling opengesteld worden met nationale middelen, om het gat deels tedichten. Er komt dus hopelijk grotendeels een oplossingsrichting vooraan. Met die regeling kunnen onder meer visserijondernemers innovatie-projecten uitvoeren op dit vlak. Daarnaast komen er investeringsrege-lingen voor energie-efficiëntie die worden opengesteld.Voorzitter. Het lid Bromet had een vraag gesteld over het artikel in HetFinancieele Dagblad over het veroordelen van visfraude, hoe we dataanpakken en hoe we het geitenpaadje dichten. Laat ik beginnen met tebenoemen dat wij inderdaad tegen elke vorm van illegale visserij zijn endat ons beleid erop is gericht dat te bestrijden. Ook als ik het lees in dekrant, voelt het gewoon heel ongemakkelijk, en dan druk ik me nogzachtjes uit. Illegale visserijactiviteiten worden vastgesteld op basis vande Europese visserijwetgeving. Er wordt dus op Europees of internati-onaal niveau besloten wanneer er sprake is van illegale visserij. Er zijnhierbij duidelijke kaders die wij als Nederland moeten hanteren om deillegale visserij tegen te gaan en te controleren.De situatie met Rusland op dit vlak en in dit specifieke dossier is heelcomplex. Vermeende illegale activiteiten en sanctiemaatregelen en watdaar wel of niet onder valt, lopen hier namelijk door elkaar. Er is dus eenheel grijs schemergebied in dit dossier. Dat brengt ongemak met zichmee, omdat meer doen niet altijd effectief is of ook andere gevolgen kanhebben. Er zijn dus op dit moment meerdere sancties en andere maatre-gelen actief die de handel in Russische visserijproducten aan bandenleggen. We hebben een importverbod op het gebied van kaviaar enschelpdieren. Luxeproducten vallen dus onder de sancties. Russischeschepen mogen ook niet in Nederlandse havens aanmeren. Sinds deperiode die wordt beschreven in het artikel van Het Financieele Dagbladhebben we aanvullende maatregelen getroffen die de visserij hierbijtreffen, ook in het kader van vermeende hybride dreigingen vanuitRusland op dit vlak, onder andere rondom de windparken op zee.Ten aanzien van witvis geldt in verband met de wereldwijde voedselze-kerheid geen algeheel handelsverbod vanuit de Europese Unie. Hetkabinet zet zich binnen de EU in voor effectieve sancties en het tegengaanvan de omzeiling van die maatregelen. Uitbreiding van die sancties kandus alleen maar in Europees verband worden besloten. We nemen welook de activiteiten van die Russische vaartuigen mee in de risicobeoor-deling van de NVWA. Die producten controleren we ook altijd extra. Maarhet blijft gewoon complex, omdat voedselzekerheid niet onder hetsanctieregime valt in Brussel.De voorzitter:Dat maakt wat los bij mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Een lang antwoord. Ik had eigenlijk gevraagd om een heldere veroor-deling, maar misschien is dit antwoord een heldere veroordeling.Staatssecretaris Erkens:Ik gaf volgens mij aan het begin inderdaad aan dat we elke vorm vanillegaliteit hierin veroordelen. Als dat niet helder genoeg was, doe ik datbij dezen ook nog in de bewoording van mevrouw Bromet.De voorzitter:Heel goed. Vervolgt u uw betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179443 Staatssecretaris Erkens:Voorzitter. Dan had het lid Van der Plas vragen over steun voor de vissers.We hebben ook vernomen dat de helft van de Nederlandse boomkor-vissers niet de zee op is gegaan omdat het niet rendabel is. Ik ga zelfvrijdag ook op bezoek bij een aantal van deze boomkorvissers, om vanhen te horen wat de impact ervan is op hun bedrijf. Het is begrijpelijk datdeze omstandigheden voor vissers grote zorgen en onzekerheid met zichmeebrengen. Die signalen trekken we ons nadrukkelijk aan. We brengenop dit moment de situatie in kaart en we bezien wat de impact is op dekorte en lange termijn. Er is nu ook een plenair debat gaande over dekabinetsbrede verkenning, met mogelijke gerichte steunmaatregelen.Daarbij nemen we uiteraard ook specifiek de maatregelen voor de visserijmee. Dat zijn wel lastige afwegingen, met name op juridisch vlak, omdater natuurlijk heel veel in Europese kaders vastligt. Mevrouw Van der Plasheeft daarbij wel eerder aangegeven, ook bij de begroting – dat heb iktoegezegd – om dat maandag en dinsdag in Brussel bespreekbaar temaken, en om aan de hand daarvan in de terugkoppeling van deLandbouw- en Visserijraad de Kamer daarover te informeren, zodat u ookover de aangehouden motie een besluit kan nemen.De heer Chris Jansen (PVV):Uiteindelijk zijn belastingen en accijnzen een Nederlandse aangele-genheid. Wij kunnen daar wel degelijk als Nederlandse overheid anders inbewegen, zonder dat Europa ons op de vingers gaat tikken. Kan deStaatssecretaris daar dan op reflecteren?Staatssecretaris Erkens:Veel van het visserijbeleid is vastgelegd op Europees niveau. Er zijngewoon heel veel regels op het gebied van staatssteun op dat vlak. Er zijninderdaad wel manieren om daar ruimte voor te creëren. Ik zie dit alsvolgt. Ik moet mijn huiswerk doen richting Brussel en dat gesprekaangaan met de collega’s. Het voelt natuurlijk ook heel wrang dat wij gaanpraten over de energietransitie en verduurzaming terwijl de helft van dekottervisserij gewoon aan wal ligt.De heer Chris Jansen (PVV):Heel kort. Wij gaan toch zelf over accijnzen? Daar gaat de EU toch nietover? Daar gaan wij over.Staatssecretaris Erkens:Nee, op het vlak van visserij is in ieder geval de diesel vrijgesteld. Datgeeft ook aan dat er niet één oplossing is om verschillende sectoren diegeraakt worden door de hoge energieprijzen te helpen. De routes die erzouden kunnen zijn voor de visserij, lopen op dit moment grotendeels viaBrussel. Vandaar dat ik ook zeg: laat mij dit gesprek aangaan; daninformeer ik de Kamer over de mogelijkheden die er zouden kunnen zijn.Ik kan me niet voorstellen dat andere collega’s op dit moment niet methetzelfde probleem zitten. Ik ga er dus ook niet van uit dat alleenNederland die vraag zal stellen in Brussel.De voorzitter:Akkoord. Gaat u verder.Staatssecretaris Erkens:Voorzitter. Ik ben al ingegaan op de pulskor. Mevrouw Van der Plas had erook vragen over. Dat wil ik inderdaad zeker agenderen. Ook gezien debredere energieprijsvraagstukken is er aanleiding om dit te agenderen bijde Europese collega’s. Het kan namelijk voor zowel onze vloot alsbuitenlandse vloten een deel van de oplossing zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179444 Voorzitter. Dan gaan we in op de vraag van de heer Van Duijvenvoordeover makreel. Die gaf een mooie lofzang op de geschiedenis van demakreel en de scholen en de verplaatsing. Heel specifiek ging het overeen serieus onderwerp, een vraagstuk, namelijk de oneerlijke verdeling ende omvang van de visserij en de makreelvangst in de Europese Unie. Devragen gingen over of ik bereid ben om in Brussel in te zetten opbijsturing naar niet het minst negatieve scenario, conform de anderestaten die vissen op makreel, en op het vasthouden aan het historischeaandeel van 23%, zoals hij noemde. De andere kuststaten hebbeninderdaad de totale vangstmogelijkheden in hun akkoord hoger vastge-steld dan het niveau waarop de zogeheten TAC, Total Allowable Catch,van de EU was gebaseerd. Hierdoor was er geen gelijk speelveld meervoor onze rederijen.Er ligt nu een voorstel op tafel, ook vanuit Europa, waarmee de EU zichaansluit bij die TAC-hoogte van de andere kuststaten. Dat is onder andereook op verzoek van Nederland gebeurd. Dat is ook heel recent. Bij dezen.Daarmee steunen we dus ook het voorstel voor een gelijk speelveld.Tegelijkertijd blijf ik het wel van belang vinden dat de Commissie blijftinzetten op een alomvattend akkoord met die kuststaten, waarbij ookafspraken over die verdeelsleutel gemaakt kunnen worden. Het histo-rische aandeel in het bestand zal daarbij voor mij ook centraal staan.Tijdens de aankomende Landbouw- en Visserijraad zal ik dus ookaandacht vragen voor de situatie van de makreel specifiek. Dit speelt bijeen aantal andere lidstaten ook heel duidelijk. Daarbij wil ik het volgendeook benadrukken. We hebben het eerder gehad over de rol van deRussische vloot hierin. Een van de redenen waarom het slecht gaat metde makreelstand is inderdaad dat Rusland hierin ver boven zijn aandeelgaat. Ook dat zal ik agenderen in Brussel, om te kijken of daar stappen opmogelijk zijn, in het belang van onze visserij en dat van de anderekuststaten die hierdoor getroffen worden.Voorzitter. Dan is dit mijn mapje overig. Ik denk dat dat vrij snel gaat, maarhet lid Kostic´ heeft nog interrupties en dierenwelzijn zit in dit kopje, dus iklaat het aan u, voorzitter.De voorzitter:Ik maak even van de gelegenheid gebruik om te zeggen dat we echt totmaximaal 17.00 uur hebben. Dat betekent dus dat ik enige discipline van uallen verwacht.Staatssecretaris Erkens:Ik zal proberen het bondig te houden, voorzitter. Ik praat gewoon maarheel snel om voor u binnen de tijd te blijven dit debat.De heer Lohman vroeg: hoe gaat de Minister in de Raad sturen op eeneiwitstrategie die onze afhankelijkheid van import vermindert en nietalleen inzet op teelt maar ook op industriële innovatie en consumptie? DeEuropese Commissie is voornemens om later dit jaar met een voorstel tekomen voor de Europese eiwitstrategie. Dat voorstel gaan we nogbeoordelen. We zullen de Kamer informeren over onze inzet hierop, maarmijn inzet zou in den brede inderdaad zijn zoals de heer Lohman voorstelt.De heer Lohman (CDA):Kan ik daaruit opmaken dat het gaat over een aparte Europese eiwitstra-tegie, die dus samenhangend is en waarbij al die dingen wordenmeegenomen in plaats van dat ze worden opgeknipt in stukjes? Daar gaatu voor pleiten?Staatssecretaris Erkens:Ik zal daarvoor pleiten zodra de Europese eiwitstrategie eraan komt. Erkomt dus een nieuwe Europese eiwitstrategie, waarbij ik ervan uitga datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179445 die in den brede zal zijn. Zo niet, dan zal de Nederlandse inzet nogmeegenomen kunnen worden.Voorzitter. Dan de positie van de Raad inzake de vleesbenamingen, waarnet ook een leuk debat over gaande was. De stemming in de Raad over dewijzigingsverordening gemeenschappelijke marktordening heeftafgelopen maandag al plaatsgevonden. Onderdeel daarvan zijn de nieuweregels over vleesbenamingen. Een gekwalificeerde meerderheid van deRaad heeft dus al steun uitgesproken voor deze wijziging, waarmee die isaangenomen. Anderzijds dient het Parlement de uitkomst van de triloognog te bevestigen. Zoals in de geannoteerde agenda staat, heb ikaangegeven dat Nederland tegen heeft gestemd, omdat wij geentoegevoegde waarde zien in het stellen van regels over welk woordgebruikt mag worden. Consumentenonderzoek toont ook aan datconsumenten hiervan niet in de war raken.Voorzitter. Dan hebben we nog het verbod op bont. Dat was een punt vanhet lid Kostic´. Ja, we blijven ons inzetten voor een verbod op de productieen verkoop van bont van pelsdieren. We zijn nog in afwachting van dereactie van de Commissie hierop. Ik hoop dat de Commissie ook overgaattot een verbod, want de tijd is er Europees echt rijp voor. Veel lidstatenhebben er inderdaad al een verbod op, dus het is goed om dat Europeeste kunnen doen. Daarbij ben ik ook bereid om het in mijn gesprek met deEurocommissaris op te brengen. Ik wil nog een kleine slag om de armhouden over of ik de route van Oostenrijk hierin steun, omdat dat eenroute is die mogelijk behoorlijk zwaar is om in te zetten. Aangezien we neteen discussie met elkaar gehad hebben over dat Brussel geven en nemenis en dat relaties van belang zijn, hoop ik dat het lid Kostic´ mij de ruimtewil geven om daar ook de wegingen te maken, omdat we als Nederlandnatuurlijk een heel wensenlijstje hebben op dierenwelzijn. Ik wil deinschatting kunnen maken of ik het hierop wil inzetten of dat ik hetbilateraal met de Commissaris bespreekbaar maak in mijn gesprekvolgende week. Ik ga het hoe dan ook agenderen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik snap wat de Staatssecretaris bedoelt. Je kunt het ook zien als een soortescalatieladder voor als de Eurocommissaris niet meebeweegt. Hij staatniet bepaald bekend als een groot dierenwelzijnsvoorstander, dus ikverwacht daar een stevig verhaal van de Staatssecretaris. Ik wil wel dat deStaatssecretaris echt goed kijkt naar deze optie van Oostenrijk, want1,5 miljoen Europeanen hebben getekend voor een bontverbod in Europa.Hier wachten we al jarenlang op. Europa laat te lang op zich wachten bijdierenwelzijnsvraagstukken, dus ik zou zeggen: zet stevig in en ga meemet Oostenrijk als de Eurocommissaris niet beweegt.Staatssecretaris Erkens:Ik ben ertoe bereid daar serieus naar te kijken. Ik hield net die slag om dearm omdat we onder andere ook zitten met die Transportverordening, deverlaging van de maximumtemperaturen voor transport en een aantalandere zaken die op de korte termijn ook zullen spelen. Ik wil dus even deweging maken wat we op dat vlak als Nederland zo snel mogelijk binnenkunnen krijgen en daar de inzet op richten. Maar het verbod op bontsteunen wij sowieso. Daar zullen we ons voor inzetten en dat zal ikvolgende week ook meenemen in Brussel.Voorzitter. Ik heb nog de laatste vraag. Die stelt: is de Staatssecretarisbereid zich actief in te zetten voor een einde aan de kleine kooien voorkippen en zijn inzet zo snel mogelijk per brief terug te koppelen? In hetkader van dierwaardige veehouderij is onze inzet inderdaad gericht op hetuitfaseren van die kooihuisvesting voor kippen. Rond de zomer gaatinderdaad de AMvB in voorhang. We steunen vanuit Nederland dan ookhet End the Cage Age-initiatief. We zullen dit ook onderschrijven eninbrengen vanuit Nederland in reactie op de publieke consultatie van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179446 Europese Commissie van eind afgelopen jaar. Wij gaan in Nederlandsowieso naar uitfasering, via de AMvB. Tegelijkertijd betekent dat dat alsEuropa daar ook op inzet, we zowel iets doen voor dierenwelzijn als voorhet gelijke speelveld van onze eigen pluimveehouders.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat is heel goed om te horen. Zou de Staatssecretaris ook per brief actiefwillen terugkoppelen over de inzet als hij naar Europa is gegaan?Hetzelfde geldt eigenlijk als het gaat over bont. Ik ben heel benieuwd naarde resultaten van het gesprek met de Eurocommissaris. Daar wil ik graagzo kort mogelijk na het gesprek een actieve terugkoppeling over.Staatssecretaris Erkens:Dat lijkt me logisch.De voorzitter:Wat is voor de Staatssecretaris dan «zo kort mogelijk na het gesprek»?Staatssecretaris Erkens:Zodra we de terugkoppeling van de LVR naar de Kamer sturen. Dat ismeestal vrij recent en snel na het debat.De voorzitter:Mooi zo. Dan dank ik de Minister en de Staatssecretaris voor de beant-woording in eerste termijn. O, u heeft nog een vraag van mevrouwBromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, ik heb een punt van orde. We hebben nog een kwartier. Ik zoueigenlijk willen voorstellen dat we een tweeminutendebat inplannen en detweede termijn nu laten zitten, als mijn collega’s dat ook willen. Ik vind hetbest als de heer Lohman dan de eerste spreker is. De antwoorden die wenog verwacht hadden in de tweede termijn zouden we dan schriftelijkkunnen krijgen.De voorzitter:U bent mij net voor, want ik wilde net inventariseren wie van u behoefteheeft aan een korte tweede termijn.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Deze opmerking had ik eigenlijk bewaard voor de tweede termijn. Ik wilnog één vraag stellen over de Omnibus. De Staatssecretaris zou dieeigenlijk nog beantwoorden. In het begin had ik gevraagd hoe deStaatssecretaris toetst dat die Omnibus geen schade aanricht aan natuur,milieu en gezondheid. Daar heb ik nog geen antwoord op gekregen.Staatssecretaris Erkens:Dat is omdat we nog de schriftelijke beantwoording gaan sturen over hetOmnibusvoorstel en we er daar vrij gedetailleerd op ingaan. Mijn voorstelzou zijn dat ik u daarop in die korte schriftelijke beantwoording ophoofdlijnen een antwoord stuur, en dat we daar in de schriftelijkebeantwoording van het schriftelijk overleg uitgebreider op terugkomen.Daar kom ik dus in tweevoud op terug.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Ik wil het voorstel van collega Bromet graag ondersteunen, maar ik hebeen vraag gesteld over het Ocean Pact. Daar heb ik nog geen antwoord opgekregen. Misschien heeft de Staatssecretaris dat antwoord nog liggen;anders kan hij daar wellicht nog even schriftelijk op terugkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179447 De voorzitter:Is dat zo? Kunt u dat direct doen?Staatssecretaris Erkens:Dat kan ik direct doen. Het Ocean Pact staat nu niet op de agenda van deLandbouw- en Visserijraad. Dat ligt bij de collega van IenW, dus wevoorzien geen discussie daarover op dit moment.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik heb nog een onbeantwoorde vraag aan de Minister. Mijn vraag was:kan de Minister vóór de eerstvolgende Landbouw- en Visserijraad eendiversenpunt aandragen over onze Europese afhankelijkheid vankunstmest door de afgedwongen beperking van het gebruik van dierlijkemest? Die vraag is volgens mij nog niet beantwoord.De voorzitter:Ik kijk tijdens dit geïmproviseerde veegrondje nog even naar de Ministerom te zien of hij daar nu antwoord op kan geven of dat dat op een latermoment komt.Minister Van Essen:Daar kom ik nog even op terug. Ik wil even van de gelegenheid gebruik-maken om iets te zeggen over de Omnibusvoorstellen. Wij hebben in hetschriftelijk overleg voor de Milieuraad aangegeven dat we niet wensen datOmnibusvoorstellen op het gebied van milieu, gezondheid en dergelijkeverslechteringen inhouden. Op het moment dat u daarop een standpuntwil waar ook LVVN bij betrokken is geweest, kunt u kijken naar deschriftelijke antwoorden op de vragen over de recente Milieuraad.De voorzitter:Dat is een tip. Als laatste ga ik nog even naar het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Wij lezen uiteraard heel goed de stukken. Het probleem is dat er nietwordt getoetst. Je wil misschien willen dat het geen schade aanricht,maar bij ons weten wil Europa daar geen toets op doen. Dus hoe gaatNederland ervoor zorgen dat er daadwerkelijk geen schade wordtaangericht door het Omnibusvoorstel? Alle seinen staan nu de verkeerderichting op volgens de experts.De voorzitter:Met die vraag gaan we straks richting een tweeminutendebat. Volgens mijkunnen we die conclusie trekken. Ik zag mevrouw Bromet daar als eerstehet initiatief toe nemen en ...Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, volgens mij is het de gewoonte dat de eerste spreker dataanvraagt. Als dat de heer Lohman is, vind ik dat prima.De voorzitter:Ik kijk even naar de heer Lohman om te zien of hij inderdaad behoefteheeft aan een tweeminutendebat. No pressure!De heer Lohman (CDA):Ik word opgevoed. Maar ik wil inderdaad graag een tweeminutendebataanvragen.De voorzitter:Hartstikke goed. Dat betekent dat wij een tweeminutendebat gaaninplannen. Het tweeminutendebat wordt morgen gehouden, hoor ik. WatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179448 wilt u nog meer? U kunt dus morgen gezellig met elkaar verder ingesprek.Voordat wij dit debat afsluiten, loop ik nog even de toezeggingen langs.−De Minister van LVVN zal zich verdiepen in het besluit inzake de 1,2%bodembescherming. Dat volgt uit het Noordzeeakkoord. Hij zal deKamer voor het commissiedebat Visserij informeren of hij zich hierinkan vinden. Dat is een toezegging aan mevrouw Bromet vanGroenLinks-PvdA.−De Kamer zal in de brief over het convenant gewasbeschermingsmid-delen, dat voor de zomer aan de Kamer wordt gestuurd, terugkomenop het onderwerp «drift» en ingaan op eventuele oplossingsrichtingenvoor biologische boeren. Dat is een toezegging aan het lid Kostic´.−De Staatssecretaris van LVVN zal in de brief die voor het commissiede-bat Visserij aan de Kamer wordt gestuurd, ingaan op overbevissing,signalen van de NVWA over fraude in de sector, naleving, viscontrolesen de inzet op natuur- en vissenwelzijn in relatie tot andere belangen.Dat is bijna een hele brief!−De Staatssecretaris van LVVN zal de Kamer bij het verslag van de LVRinformeren over het gesprek met de Eurocommissaris.Dat zijn de toezeggingen die ik heb opgeschreven. Mevrouw Kostic´ mistnog iets.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik zou dat laatste specifieker willen toespitsen met: «het gesprek met deEurocommissaris voor Dierenwelzijn over het verbod op bont en de kooi.»De voorzitter:Dat wordt toegevoegd en dat scheelt dan alweer. Hartstikke goed. Ik danku allen voor het goede gesprek en ik dank in het bijzonder de bewindsper-sonen voor hun aanwezigheid en de beantwoording. Ik wens u verder eenhele fijne middag en avond.Sluiting 16.51 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 179449

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 381a409e4b7c3b1e

14 okt 2026 · b4a631d75476570f

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingLandbouw- en Visserijraad (maart)
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 maart 2026, over Landbouw- en Visserijraad (maart)

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.