Jeugdbeleid
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PVV (2023-12-06–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Met het risico op een lang antwoord, ga ik toch een vraag stellen. U spreekt ook namens de SGP. U heeft het over een wat formeler karakter van de gezinszorg en de jeugdzorg samen. Mag ik vragen hoe u dat ziet?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Dank u, voorzitter. We spreken vandaag over een enorme stapel stukken, over jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering, kwetsbare gezinnen, seksueel geweld, uitbuiting en misbruik. De onderwerpen gaan werkelijk alle kanten op. Gelukkig hebben we binnenkort ook nog de begroting en het WGO Jeugd. We kunnen het hier niet vaak genoeg over hebben, maar het is ook te veel om het allemaal aan te raken. Voorzitter. Achter al die rapporten, voortgangsbrieven en beleidstrajecten zitten kinderen en gezinnen. Voor de PVV staat eigenlijk één vraag centraal: krijgen de kinderen die onze hulp het hardst nodig hebben, die hulp ook daadwerkelijk op tijd en op de juiste plek? Want er gaat toch vaak wat mis. Kinderen worden te laat op de juiste plek geholpen, gezinnen krijgen te maken met verschillende instanties en hulpverleners, meldingen over onveiligheid blijven soms te lang liggen en wanneer het misgaat, wijzen organisaties te gemakkelijk naar elkaar. Voorzitter. Ik ga niet meer vragen waar de verantwoordelijkheid ligt, want die ligt bij de minister. De minister zal ongetwijfeld wijzen op de Hervormingsagenda, op het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet en op het voornemen van de lokale teams die de gemeenten een grotere rol moeten geven. Maar daarmee is het probleem niet zomaar opgelost. We moeten tegelijkertijd ook een andere ongemakkelijke discussie durven voeren, namelijk over de omvang van de jeugdhulp. In 2025 kregen ongeveer 469.000 jongeren jeugdhulp. Bij minderjarigen gaat het ongeveer om een op de zeven. Dat is een ongekend aantal. Maar niet iedere tegenslag in het leven is een zorgprobleem. Opgroeien betekent ook teleurstellingen meemaken, verdriet hebben, onzeker zijn, een keertje vastlopen, ruziemaken, ergens niet bij horen, een onvoldoende halen of meemaken dat het leven gewoon even tegenzit. Dat kan vervelend en soms behoorlijk moeilijk zijn, maar het hoort ook bij opgroeien. Kinderen moeten leren omgaan met tegenslag en weerbaar worden. Niet ieder probleem moet onmiddellijk een diagnose, een behandeltraject of professionele hulpverlening opleveren. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de ouders en de familie, en een stukje verantwoordelijkheid bij de school en de rest van de samenleving. Voorzitter. Er moet echt een cultuuromslag gemaakt worden. Ziet de minister dat ook? En als dat het geval is, hoe zou zij dit dan aanpakken? Als we normale problemen steeds vaker tot zorgproblemen maken, raakt de jeugdzorg verder verstopt en zijn juist de kinderen met ernstige psychiatrische problemen, in een onveilige thuissituatie of met andere complexe problematiek de dupe, want die kinderen moeten wel snel professionele hulp krijgen. De PVV heeft een belangrijke zorg bij de plannen rondom de reikwijdte van de Jeugdwet en de grote rol voor lokale teams. Wij willen voorkomen dat een kind dat volgens de huisarts of een andere bevoegde verwijzer echt specialistische jeugdhulp nodig heeft, vervolgens bij een gemeentelijk team terechtkomt dat kan gaan zeggen: probeert u eerst maar eens iets anders. Als een arts vaststelt dat specialistische hulp noodzakelijk is, dan moet zo'n verwijzing betekenis hebben. Daarom vraag ik de minister: kan zij garanderen dat de nieuwe inrichting van de jeugdhulp er niet toe leidt dat noodzakelijke verwijzingen van huisartsen of andere bevoegde verwijzers feitelijk worden geblokkeerd door gemeentelijke toegangsteams? Kan een huisarts rechtstreeks blijven verwijzen naar de specialistische jeugdhulp als die arts dat medisch noodzakelijk vindt? Wie heeft uiteindelijk het laatste woord als een huisarts zegt dat specialistische zorg nodig is, maar het lokale team dat niet vindt? Voorzitter. Dan de kinderen die vanuit de Nederlandse jeugdzorg naar het buitenland zijn gestuurd. Juist daar zien we wat er gebeurt wanneer verantwoordelijkheid en toezicht versnipperd raken. Verschillende collega's hebben daar al wat over gezegd. Er bestaat geen volledig centraal overzicht van buitenlandse verplaatsingen die niet volgens de voorgeschreven procedure zijn verlopen. Dat is natuurlijk onacceptabel. Als een kind onder de verantwoordelijkheid van onze jeugdzorg naar het buitenland wordt gestuurd, moet de overheid weten waar dit kind is, waarom het er zit, wie er toezicht op houdt en of het veilig is. Ik sluit me aan bij alle vragen die hier al over zijn gesteld. Ik vraag de minister: hoeveel kinderen verblijven op dit moment vanuit de Nederlandse jeugdzorg in het buitenland, in welke landen en is van ieder van deze kinderen bekend waarom het daar verblijft en wie er verantwoordelijk is voor de veiligheid? En kan de minister garanderen dat er op dit moment geen kind in het buitenland verblijft waarvan haar ministerie niet weet dat het daar zit? Voorzitter. We zien steeds hetzelfde patroon. Er gaat iets mis en vervolgens komen er gesprekken, overlegtafels, pilots, evaluaties en nieuwe plannen, maar een kwetsbaar kind heeft niets aan zo'n overlegtafel. De PVV wil minder bureaucratie en meer vakmensen die daadwerkelijk die kinderen en gezinnen gaan helpen. We willen niet voor iedere tegenslag een hulpverleningstraject, maar wel onmiddellijk goede hulp wanneer een kind dat écht nodig heeft. Uiteindelijk kan de minister die verantwoordelijkheid niet doorschuiven naar een gemeente, een regio, een instelling of een lokaal team, want de minister is verantwoordelijk voor het stelsel. Dus vertel ons vandaag alsjeblieft niet welke trajecten er lopen, maar wel wat er nou concreet gaat veranderen om de kinderen die hulp nodig hebben, te helpen. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Ik heb dat natuurlijk ook gelezen. Ik ben het ook wel met u eens. Maar als je de lokale teams erover laat beslissen, kan het ook betekenen dat specialistische hulp daar op die manier niet meer terechtkomt. Het is ook duurder, dus het wordt een financiële afweging; die incentive is er. Ik heb het in mijn tekst ook gehad over een cultuuromslag. Ik denk dat het belangrijk is dat we er met z'n allen — daar reken ik eigenlijk ook de huisartsen en alle mensen in het veld en in de gehele samenleving onder — op een andere manier naar gaan kijken. Niet elk dingetje is inderdaad een zorgvraag en je hebt niet voor elk wissewasje zware zorg nodig, maar het kan niet zo zijn dat als een huisarts echt duidelijk maakt dat er specialistische hulp nodig is, een lokaal team gaat zeggen: nou, wij vinden van niet, dus zoek het maar eerst even ergens anders uit. Dan ben ik toch wel bang dat we ergens verkeerd terecht gaan komen en dat kinderen dan misschien juist niet de hulp krijgen die ze nodig hebben.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Nee, dat is niet wat ik heb gezegd. Ik heb duidelijk gezegd dat de minister verantwoordelijk is voor het stelsel, dus niet per casus.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): In het laatste stukje van het betoog van mevrouw Westerveld vinden wij elkaar natuurlijk. Ik denk dan dat u het ook eens was, mevrouw Westerveld, met het gedeelte van mijn inbreng over de cultuuromslag die we moeten maken. Ik denk dat dat misschien nog wel het allerbelangrijkste is om dingen voor elkaar te krijgen met elkaar, om het te veranderen. Dat betekent niet dat we minder moeten kijken naar waar de echte problematiek zit en naar specialistische hulp. We moeten ons gewoon met z'n allen, als maatschappij, weer weerbaarder maken. Inderdaad, we moeten minder naar de juf stappen als het rapport niet aanstaat of wat dan ook. Het is totaal niet erg als je kind een lager niveau heeft dan je in je hoofd had dat het zou moeten hebben. Dat kind is namelijk net zo waardevol als al die anderen. Als je het niet kunt bijbenen in de sportschool of in een voetbalwedstrijd, is dat niet erg. Dit vraag ik eigenlijk nooit, maar ik heb het gevoel dat ik PRO aan mijn zijde vind. Dat is zeldzaam!
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Het gaat om het vinden van de cultuuromslag en de vraag aan de minister om daar wat mee te doen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Met het risico dat er misschien nog wat komt in de beantwoording, ga ik toch een vraag stellen over de huisarts. Ik heb twee weken geleden uitgebreid met een huisarts en een moeder gesproken over een bepaalde casus. Die merken dat er eigenlijk nu al een beetje op die manier wordt gewerkt. Het is een beetje van het kastje naar de muur, zo van: is het wel nodig? Ik sta voor mijn betoog en vind dat heel veel hulp misschien helemaal geen zorg is en dat we het op een andere manier moeten gaan bekijken. Dat is de cultuuromslag, die in mijn optiek nog veel breder moet zijn dan pedagogisch iets neer kunnen leggen. Ik denk dat iedereen gewoon weer tegen een stootje moet kunnen. Maar het gebeurt dus al een beetje. Er wordt dus al een beetje op vooruit gewerkt. Ik hoor u zeggen dat u ernaar kijkt, maar bent u het wel met me eens dat dit echt gewoon niet kan, zeker nu het nog niet eens in wetgeving staat?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Ik wil even voortborduren op wat mevrouw Dobbe zei. Ze heeft natuurlijk helemaal gelijk. Je krijgt zorgmijding door een eigen bijdrage. Ik vind het net zo kwalijk als mevrouw Dobbe. U zegt dat minder ouders met kinderen hier dan aanspraak op gaan maken. Alle argumenten die de PVV, de SP en andere partijen aandragen over de eigen bijdrage en het eigen risico zijn bij dezen bevestigd. De minister bevestigt dat dat zo is, want daar gaat ze van uit. Wij willen dit absoluut niet. Alles wat mevrouw Dobbe zegt, wil ik ondersteunen. Neem de argumenten van alle mensen die daarop hebben gereageerd alsjeblieft serieus en doe dit gewoon niet. Als u nog bezig bent die wet te maken, zou ik adviseren: laat het eruit.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Daar ga ik natuurlijk wel op reageren. Dan heeft u mij verkeerd begrepen, minister. Ik heb vooral gevraagd om naar die cultuuromslag te kijken. We moeten op een andere manier ... We moeten met z'n allen, als samenleving, als ouders, als scholen en als mensen die doorverwijzen, gewoon eens niet naar een zorgantwoord kijken. Dat betekent niet dat we dan dus geld voor die zorg gaan vragen. We mogen ook weleens nadenken over de vraag: "Is dit überhaupt zorg? Is dit niet gewoon jouw verantwoording?" Kinderen moeten namelijk ook leren om te gaan met teleurstellingen. Dat is wat ik betoog. Ik ben het ermee eens dat er bij jeugdzorg te veel wat daar misschien helemaal niet hoort door de voordeur wordt geduwd. Maar om dan te zeggen "we gaan een eigen bijdrage heffen, want dan komen er minder mensen, want dan wordt het gemeden", is natuurlijk het slechtste wat er bestaat. Dat geldt zeker voor mensen die het misschien niet kunnen of willen betalen. Dan krijgen we exact wat we niet willen: de mensen die de zorg het hardste nodig hebben, krijgen die dan niet.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Ik weet dat het ook mijn laatste interruptie is. De minister zegt dat de procedures niet zijn gevolgd, maar zij heeft geen idee waarom. Dat is natuurlijk al best wel vreemd. Maar wat zijn nu de consequenties voor de instellingen en de gemeenten die dit hebben gedaan? Laten we alles maar gewoon passeren omdat we niet weten wat er is gebeurd? "O, de procedures zijn niet gevolgd? O, nou ja, dan gaan we maar eens kijken." Daar moet toch iets achteraan komen? Er moeten toch consequenties zijn, op wat voor manier dan ook, voor een gemeente, voor een instelling of voor wie dan ook die dit op deze manier heeft gedaan omdat daarbij de procedures niet zijn gevolgd? Ik vind dat onuitlegbaar.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Voorzitter, dank. Allereerst dank aan de minister en de staatssecretaris voor de beantwoording van onze vragen. Ik heb nog één vraag aan de minister, over de procedures die niet zijn gevolgd bij de kinderen die naar het buitenland zijn gegaan. Daarbij werd gezegd: geen idee. Ik vroeg wat de consequenties zijn voor de instellingen c.q. gemeenten. De minister antwoordde dat dat nu wordt onderzocht. Maar dat was eigenlijk niet de vraag. De vraag is: en dan? Wat dan? We weten al dat die procedures niet gevolgd zijn. We hebben al geconstateerd dat dat niet goed is gegaan. Dus wat dan? Het wordt vastgesteld. We weten dat het zo is. Wat zijn de consequenties?
Bron, video en gesprek →