KamerkringInloggen
Kamerbrief

Antwoorden op vragen commissie van de V-100 inzake de mentale gezondheid van jongeren

1 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6e871ce1db78ad3a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 793Preventief gezondheidsbeleid31 839JeugdzorgNr. 914 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2026Hierbij zend ik de antwoorden op de vragen van V-100 over de mentalegezondheid van jongeren.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. Sterk kst-32793-914ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 9141 Vraag 1De decentralisatie van de jeugdzorg is ruim tien jaar bezig. Meerdererapporten laten al jaren zien dat dit niet heeft geleid tot de gestelde doelenen gewenste kwaliteitsverbetering. Sterker, de kwaliteit is aantoonbaarverslechterd en de wachtlijsten zijn opgelopen. Oorspronkelijke doelenzijn niet behaald, dit geldt zowel voor de specialistische zorg als de anderevormen van hulp. Welke motivatie heeft u verder nog nodig om foutekeuze van de decentralisatie en het gebrek aan langetermijnvisie op zorgen in het bijzonder jeugdzorg terug te draaien? Kunt u een stappenplanvoor de komende tien jaar geven?Antwoord 1Er bestaat al langere tijd een breed gedragen visie voor jeugdigen inNederland: door veilig en gezond op te groeien, goed onderwijs tegenieten, vrienden te maken, onbekommerd buiten te spelen en tebewegen en sporten krijgen jeugdigen de goede start die zo belangrijk is.Het vertalen van deze visie naar de praktijk, vraagt gezamenlijke acties eneen lange adem vergen. Ik deel uw zorgen over de knelpunten in depraktijk. De stijging in de laatste tien jaar van het aantal kinderen datgebruik maakt van jeugdhulp, de beperkte capaciteit die beschikbaar enhet niet altijd kunnen bieden van passende zorg voor de meest kwetsbarekinderen zijn zorgelijke ontwikkelingen.Tegelijkertijd zie ik lichtpuntjes: mooie voorbeelden in het land waarpartijen op lokaal niveau intensief samenwerken. Ik zie ook eenvoorzichtige daling van het aantal jeugdigen dat ambulante jeugdhulpkrijgt. Met de betrokken partijen (cliënt- en jongerenvertegenwoordigders,gemeenten, professionals en aanbieders) werk ik hard aan verbetering inde praktijk. Dat doe ik door uitvoering te geven aan de Hervormingsa-genda Jeugd waarin we onder anderen werken aan stevige lokale teamsdie met een brede blik kijken naar hulpvragen, het verbeteren van dekwaliteit van de jeugdhulp en het verminderen van uithuisplaatsingen.Daarnaast wordt er in het Toekomstscenario gewerkt aan integraleondersteuning van gezinnen en huishoudens waar onveiligheid speelt.Tegelijkertijd is er meer nodig dan alleen veranderingen in de jeugdsector,zoals de deskundigencommissie Van Ark in hun rapport Groeipijn(31 januari 2025) schreef. Het terugdringen van de jeugdzorgvraag kanniet zonder inzet op de aanpalende domeinen zoals wonen, bestaansze-kerheid, veiligheid en onderwijs. Het kabinet zet daarom ook in op eengoed samenhangend en toekomstbestendig beleid voor het sociaaldomein met de Sociale Agenda Nederland. Zo werken verschillendeministeries (VWS, SZW, OCW, BZK en JenV) vanuit de agenda bijvoor-beeld samen aan een brede aanpak voor het versterken van de integraleondersteuning aan gezinnen waar problemen spelen zoals werkloosheid,gezondheidsproblemen en opvoedproblemen.Vraag 2Door de marktwerking en de decentralisatie is het aantal zorgaanbiedersvertigvoudigd en verschilt de kwaliteit per gemeente. De zorg is enormversnipperd. Jongeren krijgen met zeer veel verschillende hulpverlenerste maken. Waarom kiest u voor het belang van de markt boven het belangvan de jeugd?Antwoord 2Sinds de decentralisatie zijn de gemeenten verantwoordelijk voor deorganisatie en uitvoering van de Jeugdwet. De Jeugdwet is een kaderweten binnen de kaders van de wet hebben gemeenten beleidsruimte om zelfinvulling te geven aan hoe zij de uitvoering organiseren. Dit kanbetekenen dat de organisatie en uitvoering tot op zekere hoogte lokaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 9142 verschillen kent. Voor alle gemeenten geldt echter dat zij verantwoordelijkzijn voor een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod.Binnen het huidige stelsel is sprake van gereguleerde marktwerkingvanuit de veronderstelling dat dit leidt tot leidt tot prikkels voor meerkwaliteit, efficiency en innovatie. In de praktijk zien we helaas ooknegatieve effecten van marktwerking. Ik vind het belangrijk dat we waarnodig aanpassingen doen aan het stelsel om deze negatieve effecten tebeperken. De afgelopen periode zijn daarom al diverse maatregeleningezet. Er zijn verplichtingen opgelegd aan aanbieders gericht op detransparantie van de financiële bedrijfsvoering en de aanwezigheid vanintern toezicht. Binnenkort wordt u ook geïnformeerd over de aanscher-pingen in het wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorg en jeugdhulpaan-bieders waarin onder anderen normen voor winstuitkering zijnopgenomen. Hiernaast is besloten dat er een vergunningplicht voorjeugdhulpaanbieders wordt ingericht.Naast deze wetsvoorstellen is het van belang dat gemeenten in inkoop-procedures nu al goede kwaliteitseisen stellen en tariefdifferentiatietoepassen. Gemeenten zijn niet verplicht jeugdzorg via een aanbestedingof open house in te kopen. Zij kunnen ook andere instrumenten inzettenen jeugdhulp subsidiëren of in eigen beheer uitvoeren. Gemeentenhebben dus invloed op het aantal aanbieders dat zij contracteren ofsubsidiëren.Vraag 3De problemen van jongeren worden aanzienlijk erger zolang zij op eenwachtlijst staan. Ondertussen worden er steeds minder professionalsopgeleid. Waarom wordt er elk jaar bezuinigd op opleidingsplaatsen enzij-instroommogelijkheden voor de GZ? Hoe gaat u ervoor zorgen datjongeren die zorg nodig hebben maximaal twee hulpverleners krijgen(bekend gezicht)?Antwoord 3De beschikbaarheid van jeugdhulp is een belangrijk aandachtspunt. Vorigjaar is de wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg aangenomen. Dezewet pakt knelpunten bij contractering van specialistische jeugdzorg aan,om jongeren met complexe problematiek sneller passende zorg te bieden.Ook zijn gemeenten, in navolging van deze wet, verplicht een regiovisieop te stellen en hierin in te gaan op de aanpak van wachttijden.Jeugdhulpverleners hebben diverse achtergronden en expertises,waaronder bijvoorbeeld GZ-psycholoog, Social Work of pedagoog. Zolanger gewerkt wordt via de norm van verantwoorde werktoedeling, kunnenverschillende professionals jeugdhulp verlenen of ondersteuning bieden.Wanneer het aantal opleidingsplaatsen voor de GZ-psychologen daalt,betekent dit dus niet dat er daardoor minder jeugdhulpprofessionalsbeschikbaar zijn om jeugdhulp te bieden.Als er meerdere hulpverleners nodig zijn binnen één gezin, bijvoorbeeldomdat verschillende soorten expertise nodig zijn, is het belangrijk dat zijdit in samenhang doen. In de Jeugdwet staat dat er gewerkt moet wordenmet één gezin, één plan, één regisseur. Dit is ook opgenomen in deprofessionele richtlijnen zoals de richtlijn Gezinsplan1. Professionalsmoeten hiermee werken. Ook in het recent ondertekende ConvenantLokale teams2 is hier aandacht voor.Vraag 41https:// www.richtlijnenjeugdhulp.nl/gezinnen-met-meervoudige-en-complexe-problemen/aanpak-en-interventies/gezinsplan2https://vng.nl/sites/default/files/2026-03/convenant-stevige-lokale-teams.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 9143 Jongeren worden elke dag blootgesteld aan alle ellende en narigheid inde wereld, van oorlogen tot armoede in de wijken om je heen. Ze wordenook de hele dag blootgesteld aan perverse prikkels vanuit commerciëlebelangen en prestatiedruk vanuit de samenleving. Dit vergt heel erg veelweerbaarheid en veerkracht van jongeren. Ouderen kunnen zich geenvoorstelling maken van de dagelijkse negatieve impact die dit heeft. Watgaat u doen om de weerbaarheid en veerkracht van jongeren tevergroten?Antwoord 4Er zijn veel factoren die van invloed kunnen zijn op de mentalegezondheid van jongeren, zoals bijvoorbeeld de sociaal-economischestatus of sociale media. Deze factoren kunnen we niet altijd eenvoudigbeïnvloeden. Het kabinet zet daarom in op het versterken van de mentaleveerkracht in het algemeen. Jongeren moeten over de mogelijkheden envaardigheden beschikken om mentaal gezond te zijn en te blijven, metname tijdens belangrijke levensgebeurtenissen of overgangen in hetleven. De inzet is o.a. gericht op:•het bespreekbaar blijven maken van mentale gezondheid dooropvolging te geven aan de aanbevelingen van jongeren vanuitPraatpower en de Nationale Jeugdstrategie. Bijvoorbeeld door hetversterken van laagdrempelige ondersteuning.•Bestaande tools die helpen bij het vergroten van kennis en het voerenvan het open gesprek, zoals www.in je bol.nl en de Checkers, brederonder de aandacht te brengen en waar nodig door te ontwikkelen.•Vroegtijdig ondersteunen van ouders via het programma Kansrijkestart en het versterken van de rol van de jeugdgezondheidszorg oppreventie en opvoedondersteuning.Hiernaast zijn in het Aanvullend zorg en welzijnsakkoord (Azwa) afsprakengemaakt over een goede structuur en basis in de wijk waaronder deaanwezigheid van laagdrempelige inloopvoorzieningen.Vraag 5De prikkels voor jongeren vanuit commerciële belangen zijn alleen maartoegenomen en het einde is niet in zicht. Welke ontwikkelingen u die weop tijd moeten stoppen om het tij te keren?Antwoord 5Uit onderzoek blijkt dat kinderen op veel plekken in aanraking komen met(marketing voor) ongezonde producten. Het kabinet blijft daarom inzettenvoor de al eerder aangekondigde wettelijke beperkingen voor marketingvan ongezonde voeding gericht op kinderen tot 18 jaar.3 Het kabinetverwacht binnenkort de internetconsultatie te kunnen starten zodat in hetvoorjaar 2027 het wetsvoorstel aan de Kamer kan worden voorgelegd.Ook zetten we in op influencers. Samen met JOGG worden afsprakengemaakt met een groep content creators en influencers om tot meergezonde content op sociale media te komen. MIND Us heeft, metgedeeltelijke financiering van VWS, een influencertraining ontwikkeld.Deze training leert influencers over het belang van de eigen mentalegezondheid, maar ook die van hun volgers. En geeft influencershandvatten hoe zij goed kunnen reageren op directe berichten (DM’s) vanjongeren.Aanvullend hierop vind ik het ook zorgelijk dat jongeren in toenemendemate worden blootgesteld aan onjuiste informatie, bijvoorbeeld overgezondheidsonderwerpen. Dit kan hen aanzetten tot keuzes die zij andersniet zouden maken, met negatieve gevolgen als resultaat. Door deopkomst van influencers kan het onderscheid tussen reclame, sponsoring3Kamerstukken II 2022/23, 32 793, nr. 647.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 9144 en productplaatsing vervagen. Op dit moment is het niet altijd duidelijkwelke regels van toepassing zijn. Daarom heeft het kabinet de EuropeseCommissie opgeroepen om regels voor influencers hierover teverduidelijken.De online omgeving moet een veilige en gezonde omgeving zijn, zekervoor kinderen/jongeren. Wat wij offline niet accepteren, moet ook onlineniet de standaard zijn. Niet alle sociale media platforms nemen op ditmoment voldoende maatregelen om minderjarigen te beschermen. Hetkabinet zet daarom in op een handhaafbare minimumleeftijd voor socialemedia, zolang sociale media onvoldoende veilig zijn. Na het zomerreceswordt u door de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteitgeïnformeerd over de Europese aanpak voor deze minimumleeftijd.Ik vind het belangrijk dat jongeren structureel worden betrokken bij beleiden uitvoering. Juist ook om zicht te krijgen op nieuwe ontwikkelingen. Ikben aan het uitwerken hoe het ontwerp Nationale Jeugdstrategiepassende opvolging en inbedding kan krijgen. Centraal hierbij staat datjongeren structureel worden betrokken bij beleid en thema’s die henraken.Vraag 6Hoe gaat u ervoor zorgen dat mentaal welzijn binnen drie jaar op elkemiddelbare school en in groep 7 en 8 van de basisschool op het curri-culum komt? En hoe worden ouders geholpen om hun kinderen weerbaarte maken?Antwoord 6De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijkvoor het onderwijscurriculum. In het vernieuwde curriculum krijgenmentale gezondheid en sociale-emotionele ontwikkeling nu een plekbinnen de verschillende leergebieden. Niet als losse kerndoelen, maaraltijd in context van de vakinhoud. Ook worden scholen gestimuleerdvanuit de Gezonde School-aanpak en Welbevinden op School omintegraal te werken aan de (mentale) gezondheid van jongeren in het po,vo en mbo.In het Aanvullend Zorg- en Welzijns Akkoord (AZWA) is afgesproken datgemeenten, in samenwerking met de GGD, bijdragen aan de aanpakgezonde school. Hiervoor zijn ook extra middelen beschikbaar gesteld.Hiernaast vind ik het belangrijk dat ouders vroegtijdig ondersteundworden. Dit doen we bijvoorbeeld via het programma Kansrijke start, hetversterken van de preventieve rol van de jeugdgezondheidszorg en deinterdepartementale aanpak gezinnen in een kwetsbare situatie. Ook zijnwe met diverse partijen aan het verkennen op welke wijze we oudershandvatten en kennis kunnen geven om het gesprek met hun kinderen tevoeren over o.a. sociale vaardigheden, emoties en stress.Vraag 7Wat gaat u doen om de prestatiedruk die jongeren ervaren teverminderen?Antwoord 7Prestatiedruk is één van de factoren die van invloed kan zijn op dementale gezondheid van jongeren. Uit de Gezondheidsmonitor jeugd4blijkt dat 34,5% vaak of regelmatig prestatiedruk ervaart. Onlangs heeftook de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) het rapport «Op4https:// www.rivm.nl/gezondheidsmonitors/jeugd/2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 9145 de Rem; voorbij de hypernerveuze samenleving5» uitgracht waarin zijoproept om op de rem te trappen en samen te werken aan een meerontspannen samenleving.De inzet van het kabinet is gericht op het versterken van de mentaleveerkracht in het algemeen. Zie voor specifieke acties ook het antwoordop vraag 4. Voor een echte verandering is niet alleen het rijk, maar ook hetmaatschappelijk middenveld en de samenleving zelf aan zet om hierin denodige stappen te zetten. Om die verandering te faciliteren ga ik ingesprek met partijen uit verschillende domeinen over de bevindingen vande RVS.Hiernaast ondersteunt OCW scholen bij het verlagen van toetsdruk dooreen meerjarig project van het LAKS en de VO-raad te financieren. Binnendit project worden activiteiten en materialen aangeboden om een(cultuur)verandering op scholen op gang te brengen om toetsdruk teverminderen. Ook informeert OCW scholen over de wet- en regelgevingmet bijvoorbeeld de handreiking Ruimte in regels en de website van derijksoverheid.5https:// open.overheid.nl/documenten/53e0043e-94c0–44e4–8cdb-f2fc9ebc3094/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 9146

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 30fa8f4a4a5f336a

14 okt 2026 · 24e24cfbe661ad94

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.