KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsbrief Industrie en Omwonenden

14 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 13c18c4449979738 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 089Gezondheid en milieuNr. 335 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 april 2025Met deze brief wordt u geïnformeerd over de voortgang op het dossierIndustrie en Omwonenden. Daarbij wordt ook ingegaan op thema’s diehieraan raken zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)en het voorzorgsbeginsel. De brief gaat in op de volgende onderwerpen:1.Een nadere uitwerking van de planning van de Actieagenda Industrieen Omwonenden;2.Een update over het in de Actieagenda Industrie en Omwonendentoegezegde gezondheidsonderzoek rondom Chemelot;3.De conclusies uit het juridisch onderzoek naar gezondheid in deOmgevingswet en het voorzorgbeginsel;4.Een kabinetsreactie op het ILT-onderzoek «VTH – Scherpere vergun-ningverlening bij uitstoot naar de lucht».1. Actieagenda Industrie en Omwonenden In maart 2024 is, naar aanleiding van het rapport Industrie enOmwonenden van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), de Actie-agenda Industrie en Omwonenden1 aan de Kamer gezonden. Deactieagenda bestaat uit een aantal acties en een aantal onderzoeken,bedoeld om beleidsopties in kaart brengen. Het doel van de actieagendais de gezondheid van omwonenden van industrie beter mee te wegen inbeleid en wet- en regelgeving rondom industrie en omwonenden. Wewillen de eerste stappen zetten om op relatief korte termijn relatief groteimpact te maken. Dit zodat gezondheid goed meegenomen wordt rondomoverheidsbeslissingen met betrekking tot de industrie. Zo verbetert degezondheid van omwonenden.Daarbij moet beleid in balans zijn voor het waarborgen van een gezondeleefomgeving én het Nederlandse vestigingsklimaat. De industrie inNederland en Europa is van groot belang: zij zorgt voor strategische1Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 273 kst-28089-335ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3351 autonomie, (hoogwaardige) banen, welvaart en de spullen die wij iederedag gebruiken. Bescherming van omwonenden voor de risico’s vanindustriële emissies kan het maatschappelijk draagvlak voor industriëlebedrijven vergroten. De eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfslevenen adequate wet- en regelgeving zijn hierbij van belang. Het uitgangspuntis om dit zoveel mogelijk te realiseren door een verbeterde uitvoering eneen verduidelijking van regels en niet door nationale koppen op Europesewetgeving te zetten.Hieronder wordt de voortgang en een tijdlijn geschetst voor het verderuitwerken van de Actieagenda Industrie en Omwonenden.Dialoog tussen omwonenden, industrie en overheid (Actie 1 Actieagenda)Het Overlegorgaan Fysieke leefomgeving (OFL) werkt aan haar adviesover een dialoog tussen industrie, omwonenden en wetenschap. Ditadvies verschijnt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2025. Zoalstoegezegd in het commissiedebat Externe Veiligheid van 4 maart 2025,volgt in principe voor de zomer een kabinetsreactie met vervolgstappen2.In deze reactie zal ook worden ingegaan op de zorgen van deelnemendeomwonenden over het proces. Deze zorgen hebben zij kortgeleden met deKamer en het ministerie gedeeld.Onderzoek naar verdere maatregelenInmiddels zijn plannen van aanpak opgesteld voor de andere onderzoekenuit de actieagenda. Het is van belang dat de onderzoeken zorgvuldigworden uitgevoerd. Daarom zijn deze plannen van aanpak getoetst bijmedeoverheden, zoals provincies en gemeenten, uitvoeringsdiensten,zoals omgevingsdiensten en GGD’en, maatschappelijke organisaties,koepels die de industrie vertegenwoordigen, zoals VNO-NCW en VNCI, enomwonenden.Naar aanleiding van vragen van omwonenden is de ExpertgroepGezondheid IJmond gevraagd om te reflecteren op de plannen vanaanpak voor de onderzoeken. In deze bijeenkomst gaf de expertgroepaandachtspunten mee en gaven zij aan de richting en de werkwijze van dehuidige onderzoeken te ondersteunen. Zo gaf de expertgroep aan dat hetgoed is dat de urgentie op dit moment bij luchtemissies ligt en dat hetbelangrijk is om aandacht te besteden aan transparantie van meetdata enincidentmanagement.De plannen van aanpak zijn op basis van het advies van de expertgroepen input van de betrokken partijen aangescherpt. De onderzoeksresultatenzullen wederom aan de betrokken partijen worden voorgelegd. Dezeafstemming kost tijd en dit heeft tot enige vertraging geleid. Het kabinethecht er desondanks veel waarde aan om uiteindelijk tot zo goedmogelijke maatregelen te komen.Veel acties hangen samen en beïnvloeden elkaar. Dit maakt het onderzoeknaar en de afweging van de maatregelen complex. Daarom is besloten dathet kabinet eind 2025 op basis van de onderzoeksresultaten een integraleen zorgvuldige afweging maakt over vervolgstappen. De effectiviteit enuitvoerbaarheid zijn daarbij belangrijke aandachtspunten. De Kamer zalhierover eind 2025 worden geïnformeerd. Daarbij zal ook het tijdspad vanmogelijke acties die hieruit voortvloeien worden weergegeven. Ook zullen2Commissiedebat Externe Veiligheid, 4 maart 2025, (https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2024A07475)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3352 op dat moment alle voorhanden zijnde onderzoeksresultaten met deKamer worden gedeeld.Dit betekent dat de toezegging dat er een methode wordt ontwikkeld omzorgkosten te berekenen rondom industrie3 niet medio 2025 kan wordenafgedaan, maar eind 2025. Ook zal rond die tijd uitvoering wordengegeven aan de toezegging aan het lid Kostic´ in het debat ExterneVeiligheid van 4 maart 20254 en de aangenomen motie Kostic´5, die vraagtom medio 2025 een nadere uitwerking van de actieagenda Industrie enOmwonenden te geven.Als er voorafgaand aan dit moment van weging onderzoeksresultaten zijndie laten zien dat er al eerder actie ondernomen kan worden, zonder datdit de integrale afweging belemmert, dan wordt hiermee aan de slaggegaan, zoals ook aangegeven in reactie op de motie Kostic´.De volgende moties en toezeggingen worden wel met deze briefafgedaan: de toezegging aan de Kamer6 dat zij periodiek geïnformeerdwordt over de Actieagenda Industrie en Omwonenden, een toezeggingaan het lid Buijsse7 dat de Kamer in het eerste kwartaal van 2025geïnformeerd wordt over de resultaten van de acties uit de Actieagendaen de motie Grinwis8, die de regering verzoekt de actieagenda aan tevullen met een tijdlijn en streefdata voor afronding van de acties en deKamer vervolgens hier regelmatig over te informeren.2. Onderzoeken rondom Chemelot Verkennend gezondheidsonderzoek Chemelot (Actie 11 uit de Actie-agenda)Op 6 februari 2024 heeft het college van Gedeputeerde Staten vanLimburg de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) perbrief verzocht een onderzoek te doen naar de gezondheidseffecten vanChemelot. In de Actieagenda Industrie en Omwonenden is daaroptoegezegd een verkenning op te starten naar de gezondheidseffecten vanChemelot, in navolging van het RIVM-onderzoek in de IJmond en degestarte verkenning naar een eventuele meerwaarde van onderzoek bijChemours en Westerschelde. Het RIVM is gevraagd om de verkenningnader in te vullen en uit te voeren9. RIVM is hiermee gestart en de aanpakis besproken met (lokale) stakeholders.Een gezondheidsrisico-onderzoek rondom Chemelot is complex. Er zijnveel factoren die hier invloed kunnen hebben op de gezondheid. Dezeverkenning zal nog geen definitieve conclusies bevatten over de gezond-heidskundige betekenis en duiding van alle opgehaalde gegevens. Hetdoel van deze verkenning is om:1.inzicht te krijgen in de gegevens die reeds zijn verzameld over debron-effectketen in relatie tot gezondheid van chemiecluster Chemelot;2.de mogelijkheden en beperkingen van deze gegevens(verzameling) tekennen;3Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202409-072.4Commissiedebat Externe Veiligheid, 4 maart 2025, (https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2024A07475)5Kamerstukken II, 2024–2025, 28 089, nr. 321.6Kamerstukken II, 2024–2025, 28 089, nr. 3197Kamerstukken II, 2024–2024, TZ202501-0708Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 2859RIVM (2025) Verkenning Gezondheid Omwonenden van Chemelot (https://www.rivm.nl/industrie/onderzoeken/verkenning-gezondheid-omwonenden-van-chemelot)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3353 3.een overzicht te krijgen van de inzichten die daaruit kunnen volgen metbetrekking tot de gezondheid van omwonenden; en4.inzicht te krijgen in mogelijke vervolgstappen om (de inzichten over deeffecten op) de gezondheid te verbeteren.RIVM-kennisnotitie risicobeoordeling mengsels van stoffen bij deindustriële uitstoot naar lucht: casus ChemelotHet RIVM voert in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat naar aanleiding van de motie Grinwis een onderzoek uit hoecumulatie bij emissies van zeer zorgwekkende stoffen meegenomen kanworden in de vergunningverlening10. Onderdeel van het onderzoek is hetopstellen van diverse kennisnotities. Hierbij bied ik de kennisnotitie«Risicobeoordeling mengsels van stoffen bij de industriële uitstoot naarlucht: casus Chemelot» aan. In januari 2025 zijn een tweetal casussen ophet gebied van water aan uw Kamer aangeboden11 en in februari 2024 éénop het gebied van lucht12.In al deze casussen is onderzocht of een specifieke methode (HI methode)toepasbaar is in de al bestaande immissietoets die onderdeel is van devergunningverlening van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Voor dezecasus zijn de jaargemiddelde meetgegevens gebruikt van drie ZZS. DeZZS zijn gemeten in de lucht op een industrieterrein nabij Chemelot, opmeetpunt Vouershof. De Omgevingsdienst Zuid Limburg beheert dezemeetlocatie en leverde deze meetgegevens aan. Deze locatie is gekozenomdat hier veel meetdata beschikbaar is. In de eerdere casus op hetgebied van lucht werd geen cumulatief effect gevonden, in deze casuswel. Dat betekent dat, wanneer de effecten van deze drie stoffen bij elkaarworden opgeteld, ze de norm die nu voor één enkele stof is vastgesteld,overschrijden. Dit onderzoek kan echter niets zeggen over de actuelegezondheidseffecten voor omwonenden. Hiervoor is nader onderzoeknodig.Aangezien het hier emissies betreffen van ZZS, gelden voor deze emissiesal een minimalisatieverplichting. Deze informatie kan daarom wordengezien als een extra stimulans voor het bedrijf en het bevoegd gezag omvoor deze stoffen, waarvoor een cumulatief effect aan de orde kan zijn,aandacht te blijven geven in het vermijdings- en reductieplan.De kennisnotitie is door het RIVM ook aangeboden aan de provincieLimburg als het bevoegd gezag van Chemelot. De resultaten zijntoegelicht aan Chemelot, de omliggende gemeenten, de GGD en deOmgevingsdienst Zuid-Limburg.Naar aanleiding van de notitie heeft de Provincie Limburg een eersteschriftelijke reactie op de uitkomsten van de notitie aan IenW gestuurd.Deze is als bijlage bij deze Kamerbrief toegevoegd. De provincie maaktzich zorgen over de toepassing van deze nieuwe benadering op hetgebied van cumulatie en vraagt naar de vervolgstappen die zullen wordenondernomen. Het antwoord op deze brief wordt met deze brief ook aanuw Kamer aangeboden.De inzichten uit de RIVM-notitie zullen worden meegenomen in deeerdergenoemde, al lopende verkenning naar de gezondheid vanomwonenden bij Chemelot. De resultaten van deze onderzoeken volgeneind dit jaar.10Kamerstukken II, 2021–2022, 32 813, nr. 83311Kamerstukken II, 2024–2025, 22 343, nr. 40812Kamerstukken II, 2023–2024, 22 343, nr. 392Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3354 Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zal hiernaast verdergaan met verkennen hoe om te gaan met cumulatie. Eind dit jaar stuurthet RIVM een syntheserapport met een advies aan IenW. In 2026 zalworden bepaald of en hoe een aanpassing van het beleid aan de orde is,waarbij een Europese aanpak op dit moment de voorkeur heeft.Juridisch onderzoek: Omgaan met vergunningen en onzekererisico’sDe Kamer heeft een aantal moties aangenomen over het mogelijkaanpassen van wet- en regelgeving om de gezondheid van omwonendente beschermen, onder andere via een wettelijke verankering van hetvoorzorgsbeginsel. Er zijn over dit thema ook verschillende toezeggingengedaan. Inmiddels is het juridisch onderzoek Omgaan met vergunningenen onzekere risico’s uitgevoerd. Dit onderzoek heeft in kaart gebrachtwelke knelpunten bevoegde gezagen ervaren bij vergunningverleningvoor onder andere chemische stoffen met onzekere risico’s. De focus vanhet onderzoek lag op milieubelastende activiteiten. Met deze briefontvangt de Kamer het juridisch onderzoek (bijlage) en wordt hierondereen voorstel gedaan voor vervolgstappen voor het beter toepasbaarmaken van het voorzorgsbeginsel.Hiermee zijn de volgende moties en toezeggingen afgedaan. Het betreftde aangenomen motie13 van het lid De Hoop tijdens het commissiedebatLeefomgeving van 26 oktober 2023, waarin de regering wordt opgeroepenmet een voorstel te komen om het voorzorgsbeginsel beter in wet- enregelgeving te verankeren. Daarnaast de motie van de leden Bamenga enKostic´ met het verzoek om bij de provincies op te halen welke hulpmid-delen ze van het Rijk nodig hebben en de Kamer voor het einde van heteerste kwartaal van 2025 te laten weten hoe het Rijk de provinciestegemoet kan komen14. Het betreft ook de toezeggingen aan het lidGabriëls tijdens het commissiedebat leefomgeving van 11 september202415 en het commissiedebat VTH van 10 december 202416 om de Kamerte informeren over de uitkomsten van het juridische onderzoek naar hoehet voorzorgsbeginsel in de wet- en regelgeving kan worden verankerd.Daarnaast beslaat het onderzoek de motie van het lid Beckerman c.s. overhet aanpassen van wet- en regelgeving om de gezondheid vanomwonenden beter te garanderen.17 Ook worden de toezeggingen om deKamer te informeren over de uitkomsten van het juridisch onderzoekgezondheid in de Omgevingswet met dit onderzoek ingevuld.18Het onderzoek is uitgevoerd door het wettelijk kader en de jurisprudentiete bespreken en te verifiëren met wetenschap, advocatuur en consultancy.De uitkomsten zijn vervolgens besproken met de uitvoeringspraktijk, zoalsomgevingsdiensten.Het onderzoek heeft een zestal bevindingen opgeleverd. (1) De wettelijkebepalingen op grond waarvan het bevoegd gezag bij een bedrijf infor-matie kan opvragen die als onderbouwing van zijn besluiten moet dienen,lijken niet de informatie op te leveren die dat bevoegd gezag daarvoornodig heeft. (2) Wettelijke verankering van het voorzorgbeginsel zonderverbetering van de informatiepositie van het bevoegd gezag leidt niet tot13Kamerstukken II, 2023–2024, 33 118, nr. 27114Kamerstukken II, 2024–2025, 28 089, nr. 32815Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202409-07616Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202501-06717Kamerstukken II, 2023–2024, 33 118, nr. 26818Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202501-050 en de toezeggingen uit de voortgangsbrief van5 september 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3355 een betere beheersing van emissies. (3) Bevoegde gezagen hebbenbehoefte aan een instrument waarmee een integrale herbeoordeling vangeldende vergunningen mogelijk is. Bevoegde gezagen hebben eenvoorkeur voor regulering via algemene regels van (4) verouderdeinstallaties, van (5) installaties waarvoor geen Best BeschikbareTechnieken-conclusies (BBT-conclusies) bestaan en van (6) stoffen metonzekere en mogelijk ernstige risico’s (immissie-aanpak).VoorzorgsbeginselUit het juridisch onderzoek komt naar voren dat een wettelijke verankeringvan het voorzorgsbeginsel het knelpunt van de informatiepositie nietoplost. Een informatietekort levert in potentie bij ieder overheidsbesluiteen knelpunt op, omdat overheidsbesluiten deugdelijk moeten wordengemotiveerd en de rechter hier ook op toetst. Ook voor een besluit opbasis van het voorzorgsbeginsel is goede informatie nodig voor demotivering van dat besluit. Als die informatie er niet is, leidt wettelijkeverankering van het voorzorgsbeginsel niet tot een verbetering van demogelijkheden van het bevoegd gezag om bijvoorbeeld scherper tevergunnen.Het voorzorgbeginsel kan ook nu al worden toegepast, maar er wordenstrenge eisen gesteld aan de onderbouwing van de toepassing, waaraanop dit moment juist door het knelpunt rondom de informatiepositie lastigvoldaan kan worden door de bevoegde gezagen.Langs verschillende sporen wordt gewerkt aan ondersteuning bij detoepassing van het voorzorgsbeginsel:1.Onder het Impulsprogramma Chemische Stoffen (IenW) wordt eenRoutekaart Voorzorgsbeginsel Beter Toepassen bij emissies vanchemische stoffen ontwikkeld. Deze routekaart is een hulpmiddel voorhet bevoegd gezag over het stapsgewijs toepassen van het voorzorgs-beginsel bij chemische stoffen met onzekere risico’s. De Kamer zal inhet najaar van 2025 nader geïnformeerd worden over de routekaart.2.Daarnaast wordt de lijst van potentieel zeer zorgwekkende stoffen(pZZS) hernoemd en herzien. Deze wordt hernoemd tot de Lijst vanstoffen in Europees onderzoek en indien mogelijk herzien door meerinzicht te geven in welk Europees proces gaande is en wat dit betekentvoor de toekomstige status van een stof. Het RIVM onderzoektmomenteel deze opties. Deze herziene lijst krijgt ook een plek binnende Routekaart Voorzorgsbeginsel Beter Toepassen. Zo wordt hetduidelijker wat de toepassingen zijn van deze lijst binnen het brederekader van het Voorzorgsbeginsel toepassen.3.Over de routekaart en de omvorming van de Lijst van stoffen inEuropees onderzoek worden met de bevoegde gezagen en hetbedrijfsleven praktijksessies georganiseerd om deze zo goed mogelijkaan te laten sluiten op de uitvoering. De verwachting is dat deresultaten hiervan in begin 2026 met de Kamer gedeeld worden.4.Er wordt bezien op welke wijze de versterking van de informatiepositievan het bevoegd gezag onderdeel kan zijn van de versterking van hetVTH-stelsel, juist omdat dit punt breder speelt dan alleen bij chemischestoffen.Tijdelijke vergunningenIn de brief met de kabinetsreactie op het OVV-rapport is op 10 oktober2023 aangeven dat samen met bevoegde gezagen in kaart zal wordengebracht wat de mogelijkheden zijn voor tijdelijke en/of voorwaardelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3356 vergunningen met eisen voor verbetering.19 Met dit juridisch onderzoek ishieraan invulling gegeven.In het kader van het juridisch onderzoek wordt als voordeel genoemd vantijdelijke vergunningen of vergunningvoorschriften, dat het bedrijf naverloop van tijd een nieuwe vergunning zou moeten aanvragen. Aange-geven wordt echter ook dat nu al tijdelijke voorschriften aan vergun-ningen kunnen worden verbonden en dat er een actualiseringsplicht isvoor bepaalde vergunningen. Het is in verband daarmee mogelijk nietevenredig om voorschriften uit een geldende vergunning voor eenbestaand bedrijf tijdelijk te maken. Ook wordt als nadeel genoemd hetcapaciteitsbeslag voor omgevingsdiensten bij tijdelijke voorschriften envergunningen en in verband daarmee de mogelijke noodzaak om tegedogen.Actieagenda Industrie en OmwonendenIn de Actieagenda Industrie en Omwonenden wordt reeds uitvoeringgegeven aan een aantal bevindingen uit het juridisch onderzoek, zoals hetonderzoeken van de mogelijkheden om BBT voor verouderde installatiesvast te leggen in algemene regels. Uit het juridisch onderzoek volgt datbevoegde gezagen de voorkeur hebben voor regulering van verouderdeinstallaties via algemene regels. Het spoor van vergunningen legt eengroot beslag op de beschikbare capaciteit. De uitkomsten van het juridischonderzoek zullen worden meegenomen in de lopende onderzoeken in hetkader van de uitwerking van de actieagenda.Implementatie herziene Richtlijn industriële emissiesHet is de verwachting dat de implementatie van de herziene Richtlijnindustriële emissies (herziene Rie) de informatiepositie van het bevoegdgezag zal verbeteren. Dit omdat de herziene Rie aangeeft dat het bevoegdgezag voor IPPC-installaties aan de onderkant van de BBT-range van eenBBT-conclusiedocument moet vergunnen. Bedrijven moeten aan hetbevoegde gezag een analyse van de hele BBT-range leveren ten behoevevan een vergunning. Als een bedrijf vindt dat het gegronde redenen heeftwaarom het niet kan voldoen aan de onderkant van de BBT-range, danmoet het daarvoor de bewijzen aanleveren aan het bevoegde gezag. Hetbevoegde gezag kan als het de benodigde informatie heeft gekregen eenbesluit nemen over een vergunning.Mogelijke vervolgstappenEen bevinding van het juridisch onderzoek die om verdere uitwerkingvraagt, is de behoefte van bevoegde gezagen aan een integrale herbeoor-deling van geldende vergunningen voor bestaande bedrijven na verloopvan tijd. Er wordt nu gekeken naar de doorvertaling van de bevindingenvan het onderzoek. De verbetering van de informatiepositie van hetbevoegd gezag zou uiteindelijk kunnen vragen om aanpassingen vanbeleid en regelgeving, die niet alleen met de bevoegde gezagen, maar ookmet het bedrijfsleven en het Adviescollege toetsing regeldruk besprokenzullen worden. Hier moet een goede balans worden gevonden tussenenerzijds het belang van de gezondheid van omwonenden en anderzijdshet belang van het Nederlandse bedrijfsleven en de regeldruk. De Kamerzal over de verdere uitwerking hiervan worden geïnformeerd.19Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 267Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3357 3. ILT-onderzoek VTH: Scherpere vergunningverlening bij uitstootnaar de lucht De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft in 2024 een onderzoeknaar het VTH-stelsel milieu afgerond20. Dit betreft een onderzoek naarscherpere vergunningverlening bij uitstoot naar de lucht, in samen-werking met een aantal omgevingsdiensten. Het onderzoek is met deVTH-voortgangsbrief van 5 december 2024 reeds naar de Kamergezonden21. In die brief is aangegeven dat er begin 2025 een inhoudelijkereactie op het onderzoek wordt gestuurd. Met deze reactie wordt aan dezetoezegging voldaan.In het onderzoek zijn vijf bedrijven met risicovolle uitstoot naar de luchtonderzocht om in kaart te brengen hoe de milieuvergunning verbeterdkan worden, waar striktere regels nodig zijn en wat daarvoor nodig is. Hetgaat hierbij vooral om ZZS.De ILT brengt met dit rapport een aantal knelpunten rondom scherpervergunnen in kaart. Deze problematiek is bij IenW in beeld. Dit rapportbevat daarmee een ondersteuning van het beleid dat IenW op dit momentuitzet. Dit rapport bevat bovendien veel voorbeelden uit de praktijk. Hetbiedt hierdoor ook alle omgevingsdiensten de mogelijkheid om, waar datbinnen het huidige wettelijk kader nu al kan, met de resultaten aan de slagte gaan. Tenslotte komen veel van de conclusies overeen met het eerderin deze brief genoemde juridisch onderzoek Omgaan met vergunningenen onzekere risico’s. De daar genoemde vervolgstappen zijn dus ook inhet kader van dit ILT-rapport relevant.De ILT is in haar rapport tot een dertiental conclusies gekomen met daarinenkele aanbevelingen aan het Rijk. Deze worden in de bijlage besproken.Tot slotHet kabinet zet zich blijvend in voor een schone en veilige leefomgevingvoor omwonenden van industrie én een goed vestigingsklimaat voorindustrie in Nederland. Met de Actieagenda Industrie en Omwonendenstreven we ernaar om op relatief korte termijn een aantal stappen tezetten die relatief veel impact hebben. Op die manier kan de gezondheiden leefomgeving van omwonenden binnen afzienbare tijd verbeteren. Ookna de actieagenda zullen er verbeteringen mogelijk zijn. Met de actie-agenda geven we een impuls aan het denken en handelen. De Kamerontvangt eind 2025 een brief met de verdere uitwerking van de actie-agenda. Als er tussentijds ontwikkelingen zijn, wordt de Kamer daarovergeïnformeerd.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. Jansen20ILT (2024) Voor de gezondheid: scherpere vergunningverlening bij uitstoot naar de lucht.https://www.ilent.nl/documenten/organisatie/over-de-ilt/onderzoeken-naar-het-vth-stelsel/rapporten/voor-de-gezondheid-scherpere-vergunningverlening-bij-uitstoot-naar-de-lucht21Kamerstukken II, 2024–2025, 22 343, nr. 405Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3358

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f0bc5f97f1726898

14 okt 2026 · 26b84385d411c8f3

13 okt 2026 · 30854480c5b6d418

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.