KamerkringInloggen
Kamerbrief

Mediabegroting 2025

20 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1669df8f2e420afd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2025Nr. 53 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 november 2024Voor u ligt de jaarlijkse mediabegrotingsbrief. Deze brief bevat de nadereuitwerking van en aanvulling op artikel 15 (media) uit de begroting 2025van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW).Verder wil ik de Kamer met deze brief informeren over de stand van zakenvan het mediabeleid.Publieke en private media zijn essentieel voor een gezonde en goedfunctionerende democratische rechtsstaat. Zij zorgen ervoor dat je altijdtoegang hebt tot onafhankelijke en gebalanceerde nieuwsvoorziening. Zedragen bij aan een bruisend cultureel leven. En ze zijn onmisbaar voor eenmaatschappij waarin mensen weten wat er speelt en waarin ze meekunnen doen. Het mediabeleid is altijd volop in beweging, ook hetafgelopen jaar.Zo mocht ik onlangs het advies van de Wetenschappelijke Raad voor hetRegeringsbeleid (WRR) Aandacht voor media in ontvangst nemen.1Twintig jaar na het WRR-rapport Focus op functies ligt er een nieuw,veelomvattend advies over het mediabeleid.De WRR beschrijft de platformisering en de groeiende macht van de groteplatformen. Deze ontwikkelingen hebben de markt voor informatie ennieuws radicaal veranderd. Dit zet verdienmodellen onder druk en heeftde aandacht van de consument enorm veranderd. De implicaties voor dedemocratische opdracht van media zijn dan ook groot. Door de platformi-sering staat de vindbaarheid van journalistieke content onder druk.Journalistieke media worden nog wel goed vertrouwd en hebbendaarmee een goede uitgangspositie, maar er is volgens de WRR wel actie1Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024) Aandacht voor media. Naar nieuwewaarborgen voor hun democratische functies. WRR-rapport 111. Den Haag: WRR. kst-36600-VIII-53ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 531 vereist om de risico’s in te dammen en verdere erosie van het proces vandemocratische meningsvorming te stoppen.De drie uitgangspunten die de WRR formuleert voor een hedendaagsmediabeleid zijn: democratische functies van het mediasysteem zijnleidend, om de adequate invulling van de democratische functie van hetmediasysteem te garanderen is overheidsinterventie noodzakelijk enmediabeleid richt zich op meer dan de traditionele spelers en behelst hethele spectrum aan relevante partijen binnen het mediasysteem.De WRR doet vier aanbevelingen:–zet in op de Europese wet- en regelgeving om een betrouwbare enveilige informatieomgeving te realiseren,–maak voor de democratie belangrijke informatie prominent zichtbaaren goed vindbaar,–versterk de lokale en regionale journalistiek, en–stimuleer dat gebruikers («gewone» gebruikers, maar ook zeker deinstitutionele zoals politici en de overheid zelf) hun verantwoordelijk-heid nemen voor hun rol en positie in het mediasysteem.Ik wil de WRR danken voor het doorwrochte advies. Ik ben blij met defocus op rechtsstaat en democratie. Media hebben een belangrijke rol bijhet beschermen van de rechtsstaat en dit rapport helpt daar bij. Deaanbevelingen van de WRR kan ik goed plaatsen en met sommige – zoalsde versterking van de lokale en regionale journalistiek – ben ik al bezig.Ook werk ik aan een modernisering van het landelijke publieke omroep-bestel en een uitgebreide kabinetsreactie op het advies de WRR. Eengoede inhoudelijke reactie vereist eerst een dialoog met de sector eninterdepartementale afstemming. Ik verwacht de kabinetsreactie voor dezomer aan de Kamer te kunnen sturen.In dezelfde week dat het WRR-rapport verscheen presenteerde hetCommissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) een onderzoekover nieuwsgebruik door jongeren.2 Het Commissariaat concludeert opbasis van uitgebreid enquêteonderzoek naar nieuwsgebruik, perceptie enbelangstelling onder jongeren, dat jongeren over het algemeen bestgeïnteresseerd zijn in nieuws maar dat het nieuws vaak niet is op deplekken waar zij zijn. Ook deze uitkomsten onderstrepen het belang vaneen brede blik op het mediabeleid. Het is goed dat het Commissariaatdeze ontwikkelingen in kaart heeft gebracht. Deze aanbevelingen krijgeneen belangrijke plek in de inrichting van het mediabeleid.Opzet briefDeze brief is opgedeeld in verschillende hoofdstukken. Het eerstehoofdstuk gaat in op de mediabegroting. Hoofdstuk twee gaat in op delandelijke publieke omroep, waaronder de NPO begroting 2025 en dejaarlijkse terugblik van de NPO. In het derde hoofdstuk van de brief komtde Regionale Publieke Omroep (RPO) aan bod. In het vierde hoofdstukwordt aandacht besteed aan de lokale publieke omroepen, waaronder deplanning voor het wetsvoorstel. Vervolgens gaat de brief in hoofdstuk vijfin op verschillende journalistieke thema’s zoals onderzoeksjournalistiek,persvrijheid en persveiligheid, alsmede mediawijsheid. Hoofdstuk zesbevat ten slotte enkele losstaande onderwerpen.2Onderzoeksrapport «Jongeren, nieuws en sociale media. Een blik op de toekomst van hetnieuws» - Commissariaat voor de Media (cvdm.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 532 1. Mediabegroting 1.1. Inleiding Dit hoofdstuk bevat de jaarlijkse actualisatie van het beschikbare budgetop de Mediabegroting (artikel 15 van de OCW-begroting) ten opzichte vande Ontwerpbegroting 2025. De oorzaak hiervoor is de jaarlijkse actuali-satie van de verwachte Ster-inkomsten die de Ster na het verschijnen vande Ontwerpbegroting afgeeft. Ook wordt de verwachte stand van deAlgemene Mediareserve (hierna: AMr) toegelicht. De wijzigingen in debegrotingsstand die voortvloeien uit deze actualisatie worden verwerkt bijVoorjaarsnota 2025.1.2. Toelichting beschikbaar budget Artikel 15 van de OCW-begroting gaat over de uitgaven, verplichtingen enontvangsten op de Mediabegroting. De Mediabegroting wordt gevoedmet OCW-middelen en de ontvangsten vanuit de Ster-reclames op deaanbodkanalen van de landelijke publieke omroep.3Onderstaande tabel maakt de aansluiting inzichtelijk tussen het totaalbeschikbare budget voor de Mediabegroting zoals gepresenteerd in deOntwerpbegroting 2025 en het totaal beschikbare budget op de Mediabe-groting voor 2025 aangepast met de geactualiseerde raming van deSter-afdrachten. Voor het begrotingsjaar 2025 is hiermee een totaalbedragvan € 1.264,7 miljoen beschikbaar voor de bekostiging van het media-beleid. De voorgenomen uitgaven en de resulterende mutatie in deAlgemene Mediareserve worden toegelicht in paragraaf 1.5.Bedraqen x € 1.0002025Totaal beschikbaar budget conform Ontwerpbegroting 20251.272.025Waarvan OCW-middelen1.099.625Waarvan Ster-afdrachten172.400Totaal Mutaties totaal beschikbaar budget– 7.300Waarvan actualisatie raming Ster-inkomsten– 7.300Actualisatie budget voor 20251.264.725Waarvan OCW-middelen1.099.625Waarvan Ster-afdrachten165.100 1.3. Ster-afdrachten Ramingen SterDe Ster doet conform artikel 2.105, eerste lid van de Mediawet 2008jaarlijks vóór 15 september een opgave van de verwachte Ster-afdrachtenin het lopende en in het volgende kalenderjaar. Op basis van deze ramingwordt bij Voorjaarsnota 2025 de ontvangstenraming voor begrotingsjaar2025 met € 7,3 miljoen verlaagd tot € 165,1 miljoen.3Het gaat hier om de afdrachten Ster-inkomsten. Afdracht is bepaald als omzet Ster minuskosten van de organisatie Ster.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 533 Ramingen van de verwachte Ster-inkomsten zijn gebaseerd op tweeparameters, namelijk de verwachte omvang van de markt voorspotzendtijd en het verwachte aandeel van de Ster daarin. Dit laatstewordt onder andere bepaald door het zogenoemde kijktijdaandeel van depublieke omroep.De raming van de Ster-afdrachten zijn door de Ster gebaseerd op hetvoornemen om het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen pertelevisieprogrammakanaal van de landelijke publieke omroep in 2025 nietverder te verlagen dan 8%. Dat voornemen vloeit voort uit de besluit-vorming van het vorige kabinet bij Voorjaarsnota 2023 en was bedoeld omde toenmalige bezuiniging van € 24,3 vanaf 2025 te compenseren. HetMediabesluit waarin onder andere wordt geregeld dat het percentage van8% niet verder wordt verlaagd is bij uw Kamer voorgehangen en daar isschriftelijk overleg over gevoerd. Het verslag van dit schriftelijk overleg isop 7 november 2024 door uw Kamer ter kennisgeving aangenomen.4Zoals ik in het verslag van het schriftelijk overleg ook heb aangegeven, wilik het bredere vraagstuk rondom reclame op de landelijke publiekeomroep meenemen in de voorgenomen hervorming van de landelijkepublieke omroep. Om een goed onderbouwd besluit te kunnen nemen zalik hierbij ook een analyse naar de impact van mogelijke uitbreiding vanreclame bij de landelijke publieke omroep op de private mediapartijenmeenemen. Uw Kamer zal hier begin 2025 nader over worden geïnfor-meerd.1.4. Uitgaven Ten opzichte van de voorgenomen uitgaven uit de Ontwerpbegroting 2025bevat deze brief één wijziging. Dit betreft de overboeking vanuit de postdotatie/onttrekking AMr naar de bekostiging van de landelijke publiekeomroep ten behoeve van superevenementen (€ 2,3 miljoen). Deze€ 2,3 miljoen is onderdeel van de meerkosten voor de aankoop vanrechten van grote sportevenementen die voor deze erkenningperiode intotaal zijn geraamd op € 87 miljoen. Het gaat hier om de (niet gedekte)rechtenkosten van de kwalificatiewedstrijden van het Nederlands elftal.Omdat de kosten voor de aankoop van deze rechten onregelmatig enonvoorspelbaar zijn, doet de NPO hiervoor per jaar een aanvraag in debegroting die jaarlijks voor 15 september wordt ingediend. Dezeoverboeking ben ik voornemens te muteren bij de Voorjaarsnota 2025.Bedraqen x € 1.0002025Totaal beschikbaar budget conform Ontwerpbegroting 20251.272.025Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve conform Ontwerpbegroting 202518.047Totaal uitgaven conform Ontwerpbegroting 20251.253.978Totaal uitgavenmutaties2.329Waarvan superevenementen2.329Totaal uitgaven 20251.256.307Totaal beschikbaar budget 20251.264.725Mutatie Algemene Mediareserve8.418 4Kamerstuk 32 827, nr. 328.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 534 1.5. Algemene Mediareserve De AMr kan op grond van artikel 2.166, eerste lid van de Mediawet 2008gebruikt worden voor de opvang van dalende Ster-inkomsten, voorbijdragen in reorganisatiekosten als gevolg van overheidsbesluiten envoorfinanciering van de door het Commissariaat aan te houden rekening-courantverhouding voor betalingen aan de instellingen. De AMr vervulthiermee een belangrijke rol in de bekostigingssystematiek van deMediabegroting. De Algemene Mediareserve is eerst en vooral een buffervoor de opvang van onverwachte tegenvallers in inkomsten en uitgaven.De buffer in de AMr kan worden ingezet voor uitgaven, mits deze uitgavenvoortvloeien uit de mediawettelijke taken en incidenteel van aard zijn.Onderstaande tabel laat de verwachte ontwikkeling van de AMr zien voor2024 en 2025. Te zien is dat de AMr in zowel 2024 als 2025 naarverwachting toeneemt, tot € 238,7 miljoen ultimo 2025.Bedragen x € 1.000Saldo liquide middelen AMr ultimo 2023189.053Dotatie/onttrekking AMr 2024 conform de Ontwerpbegroting 202531.659Voorgenomen mutaties AMr in 2024 via de Mediabegroting2.400waarvan Actualisatie Ster-raming2.400Directe uitgaven en inkomsten AMr7.142Saldo liquide middelen AMr ultimo 2024230.254Dotatie/onttrekking AMr 2025 conform de Ontwerpbegroting 202518.047Voorgenomen mutaties AMr in 2025 via de Mediabegroting– 9.629waarvan Actualisatie Ster-raming– 7.300waarvan Superevenementen– 2.329Directe uitgaven en inkomsten AMr0Saldo liquide middelen AMr ultimo 2025238.672 1.6. Budget landelijke publieke omroep MinimumbudgetOp grond van Artikel 2.148a, eerste lid van de Mediawet 2008 kan delandelijke publieke omroep een beroep doen op het zogenaamdeminimumbudget dat voorafgaand aan het begin van iedere erkenningpe-riode wordt vastgesteld. Aan de landelijke publieke omroep moetminimaal het minimumbudget worden verstrekt. Het minimumbudgetvoor 2025 bedraagt € 888,6 miljoen. Dit bedrag is exclusief deCPI-indexatietranche 2025.Budget 2025 landelijke publieke omroepOnderstaande tabel laat het totale budget zien dat aan de landelijkepublieke omroep wordt verstrekt in 2025. Conform de Mediawet 2008moet het budget voor 1 december voorafgaand aan het bekostigingsjaarworden vastgesteld. Het totaal vastgestelde budget aan de landelijkepublieke omroep voor 2025, inclusief het budget aan de Stichting OmroepMuziek (SOM), het budget aan coproductiefonds Binnenlandse OmroepTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 535 (CoBO) en de meerkosten superevenementen, bedraagt € 981,8 miljoen.Dit bedrag wordt in het lopende jaar nog bijgesteld met de wettelijkverplichte indexatie met de CPI 2025. Het totaalbedrag dat aan delandelijke publieke omroep wordt toegekend is hoger dan het wettelijkverplichte minimumbudget. Het verschil wordt met name verklaarddoordat over 2022 de niet wettelijk verplichte indexatie aan het budget istoegevoegd. Conform Artikel 2.148a van de Mediawet 2008 moet hetminimumbudget voor een nieuwe erkenningperiode inclusief indexatieéén jaar voorafgaand aan die periode zijn vastgesteld. Daardoor is hetnoodzakelijk om voor het eerste jaar van de erkenningperiode eeninschatting van de indexatie voor dat jaar te gebruiken. Het gevolgdaarvan is dat er in het eerste jaar van een erkenningperiode altijd eenverschil ontstaat tussen het budget zoals dat via de reguliere begrotings-systematiek wordt geïndexeerd en het wettelijke minimumbudgetwanneer de ingeschatte indexatie afwijkt van de werkelijke indexatie. Datverschil is normaal gesproken relatief klein, maar door de hoge inflatie ende extra compensatie voor de energielasten die in 2022 (het eerste jaarvan de huidige erkenningperiode) zijn toegekend is het verschil dezeperiode ruim € 63 miljoen.Bedragen x € 1.0002025Budget landelijke publieke omroep inclusief CoBO conform Ontwerpbegroting2025958.093Superevenementen2.329Stichting Omroep Muziek (SOM)21.425Totaal vast te stellen budget landelijke publieke omroep981.847 Advies Commissariaat voor de Media op de NPO-begroting 2025Het Commissariaat heeft conform artikel 2.148, eerste lid van de Mediawet2008 zijn opmerkingen bij de NPO-begroting aan de verantwoordelijkebewindspersoon gestuurd. De volledige beoordeling van de begroting isals bijlage bij deze brief gevoegd. Het Commissariaat ziet dat de NPO deverbeterslag van vorig jaar heeft doorgezet naar 2025. Keuzes zijn beteronderbouwd en de vorig jaar toegevoegde ijkpunten en normen makeninzichtelijk wat de NPO wil bereiken komend begrotingsjaar. Het Commis-sariaat merkt daarbij, net als in voorgaande jaren, op dat deze ijkpuntenmeer «smart» en ambitieuzer kunnen worden geformuleerd, zodat debegroting nog beter kan dienen als sturingsinstrument voor de publiekemediaopdracht. Ik ben het eens met deze constateringen en ga concreteafspraken maken met de NPO over hoe ze hier voor de begroting 2026opvolging aan gaan geven.1.7 Budget regionale publieke omroep Op basis van artikel 2.170, tweede lid van de Mediawet 2008 en artikel 4avan het Mediabesluit wordt de regionale publieke omroep bekostigd uitde Mediabegroting. Ook het budget voor de regionale publieke omroepwordt jaarlijks voor 1 december vastgesteld. In 2025 is voor de StichtingRegionale Publieke Omroep (hierna: RPO) en de dertien regionalepublieke omroepen een bedrag van € 191,4 miljoen beschikbaar. Inonderstaande tabel staat weergegeven hoe dat bedrag is opgebouwd enwordt verdeeld over de Stichting RPO en de regionale publieke omroepen.De onderlinge verdeling van het budget tussen omroepen is conformartikel 4a van het Mediabesluit 2008.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 536 De RPO heeft een sluitende begroting ingediend voor zijn werkzaamhedenals stichting in 2025. De begroting van de regionale omroepen bestaatnaast de bijdrage van OCW van € 182,4 miljoen ook uit eigen inkomstenvan € 25,9 miljoen, waarvan de reclame-inkomsten de belangrijkste zijn.De reclame-inkomsten staan onder druk maar laten een stabiel beeld zienten opzichte van 2024. In 2024 is de gezamenlijke verkoop van reclamevoor de lineaire aanbodkanalen ondergebracht bij de Ster. Naarverwachting wordt dit in 2025 aangevuld met de online aanbodkanalen.Bedragen x € 1.0002025Totaal beschikbaar budget conform Ontwerpbegroting 2025191.401Waarvan Stichting RPO inclusief WaU-middelen8.998Waarvan regionale publieke omroepen182.403 Advies Commissariaat voor de Media op de RPO-begroting 2025Het Commissariaat heeft op basis van artikel 2.169b, tweede lid van deMediawet 2008, zijn opmerkingen bij de RPO-begroting aan de verant-woordelijke bewindspersoon gestuurd. De volledige beoordeling van debegroting is als bijlage bij deze brief gevoegd. Het Commissariaatconcludeert dat in de begroting 2025 ruim aandacht is voor de plannendie de RPO en de Regionale publieke media instellingen voor 2025 hebbenopgesteld. De begroting geeft een goed beeld van hun prioriteiten. HetCommissariaat merkt hierbij op dat het van belang is dat duidelijk iswanneer doelstellingen zijn bereikt en welke middelen hiervoor nodig zijn.Voor de volgende concessieperiode (2026–2030) verwacht het Commissa-riaat hiervoor ambitieuze en meetbaar geformuleerde doelstellingeninclusief een concreet tijdpad. Ik ben het eens met deze constateringen enneem deze mee in gesprekken met de RPO.1.8 Financiële gevolgen Hoofdlijnenakkoord In het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat «de Nederlandse PubliekeOmroep wordt hervormd, zodat de journalistiek – inclusief het veelzijdigeaanbod – kwalitatief hoogwaardig vormgegeven en gewaarborgd wordt».Ook is afgesproken dat de rijksbijdrage voor de NPO vanaf 2027 struc-tureel met € 100 miljoen wordt verlaagd. Daarnaast is in het hoofdlijnen-akkoord rijksbreed een generieke taakstelling op subsidies afgesproken.Over de voorgenomen invulling van die taakstelling is uw Kamer onlangsgeïnformeerd.5 Als onderdeel van die invulling wordt de rijksmediabij-drage voor de landelijke publieke omroep (€ 6,673 miljoen), regionalepublieke omroep (€ 1,744 miljoen) en lokale publieke omroep(€ 0,184 miljoen) vanaf 2027 structureel in totaal met € 8,6 miljoenverlaagd.Tot slot is uw Kamer in de Ontwerpbegroting 2025 geïnformeerd over deuitwerking van de maatregel uit het Hoofdlijnenakkoord om de groei vanhet apparaat van de Rijksoverheid terug te draaien. Deze maatregel heeftook impact op de zbo’s die via de mediabegroting worden gefinancierd.Voor 2027 betekent dit in ieder geval een korting van in totaal € 65.000,verdeeld over de landelijke publieke omroep (€ 12.000), regionalepublieke omroep (€ 11.000), Stimuleringsfonds voor de Journalistiek(€ 7.000) en Commissariaat voor de Media (€ 35.000). Over de structureleuitwerking van deze maatregel vindt op een later moment besluitvormingplaats.5Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 537 Met name voor de landelijke publieke omroep ligt er een forse opgave. Dewijze waarop invulling wordt gegeven aan deze bezuiniging is aan de NPOen omroepen, zij zijn hierover in gesprek. Over de voortgang van dezegesprekken word ik periodiek geïnformeerd. Ik vind het van belang dat deNPO nadrukkelijk de omroepen betrekt bij de invulling van dezetaakstelling. De NPO is eindverantwoordelijk maar ik vind het wenselijkdat de NPO en het College van Omroepen (CvO) tot een gezamenlijkgedragen voorstel komen dat kan rekenen op zoveel mogelijk draagvlakonder de omroepen. Deze bezuiniging vindt overigens plaats binnen hethuidige bestel. De bezuiniging is ingeboekt vanaf 2027. Dat betekent dat in2026 door NPO en omroepen al zoveel mogelijk moet worden voorgesor-teerd op de besparing. Een hervorming waarbij het publieke omroep-bestel wordt aangepast kan op zijn vroegst op 1 januari 2029 ingaan (zieook hoofdstuk 2 van deze brief).De minimale hoogte van de rijksmediabijdrage is vastgelegd in deMediawet 2008. Alle hierboven genoemde verlagingen van de rijksmedia-bijdrage worden dan ook in de Mediawet verwerkt. De rijksmediabijdragezal voor 2027 middels de benodigde wetswijziging worden verlaagd. Methet oog op artikel 2.148a lid 4 van de Mediawet 2008 kondig ik hierbij aandat dit ook betekent dat het minimumbudget vanaf 2027 naar benedenwordt bijgesteld.2. Landelijke publieke omroep 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk ga ik in op een aantal thema’s met betrekking tot delandelijke publieke omroep. Dit hoofdstuk gaat allereerst in op deterugblik van de NPO over 2023 en naleving van de prestatieovereen-komst 2022–2026. Vervolgens ga ik in op de voorgenomen hervormingvan de publieke omroep en de daarvoor nodige verlenging van deconcessie- en erkenningperiode. Tot slot sta ik nog stil bij het onderwerpaudiodescriptie.2.2 Terugblik 2023 NPO In de terugblik over 2023 maken de NPO en de omroepen inzichtelijk watzij het afgelopen jaar hebben gedaan om de doelen uit het concessiebe-leidsplan, de begroting en de prestatieovereenkomst te realiseren. Depublieke omroep laat zien hoe ze de publieke mediaopdracht afgelopenjaar heeft uitgevoerd en welke resultaten dat heeft opgeleverd. Voor eenuitgebreide toelichting op al deze onderdelen verwijs ik naar de terugblikzelf, die is bijgevoegd bij deze brief.De terugblik laat onder andere zien dat het publiek het aanbod van delandelijke publieke omroep hoog waardeert als het gaat om publiekewaarde (8,2 gemiddeld) en kwaliteit (8,7 gemiddeld). Gemiddeld bereiktede publieke omroep in 2023 op weekbasis 81% van de Nederlanders (13+).Deze cijfers laten zien dat de landelijke publieke omroep in het leven vanveel Nederlanders een belangrijke rol vervult met kwalitatief en waardevolaanbod.2.3 Naleving Prestatieovereenkomst NPO 2022–2026 Als bijlage bij de terugblik 2023, zijn de afspraken uit de prestatieovereen-komst 2022–2026, inclusief realisatie, opgenomen. Voor een uitgebreidetoelichting verwijs ik naar die bijlage. Uit de terugblik blijkt dat alle 32afspraken uit de prestatieovereenkomst in 2023 zijn nagekomen. Dat stemtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 538 mij tevreden en ik spreek de hoop uit dat deze lijn ook in de rest van delooptijd van de prestatieovereenkomst kan worden doorgezet.2.4 Status hervorming landelijke publieke omroep In het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma is afgesproken dat delandelijke publieke omroep wordt hervormd. De publieke omroep staatvoor grote uitdagingen die een hervorming noodzakelijk maken. Ik benbezig met de uitwerking van de afspraken uit het regeerprogramma enverwacht uw Kamer daarover begin 2025 te informeren. Daarbij ga ikuiteraard in op de hervorming van het bestel, maar ook op de anderethema’s uit het regeerprogramma zoals due prominence, journalistiek entoezicht.Overigens zal deze Kamerbrief niet in de vorm van een bouwstenenbriefzijn. Dat was een toezegging van mijn ambtsvoorganger in een demissio-naire periode. Inmiddels zijn afspraken gemaakt in het hoofdlijnenakkoorden het regeerprogramma en zijn concrete voorstellen in voorbereiding.Over die voorstellen vindt overleg plaats met de relevante spelers binnende publieke omroep en daarbuiten.2.5 Erkenningperiode landelijke publieke omroep Het hervormen van de publieke omroep is urgent en tegelijkertijdcomplex. Het ontwikkelen van voorstellen voor die hervorming vraagt omde nodige vaart maar moet ook zorgvuldig gebeuren, met voldoendeimplementatietijd voor de partijen die het betreft. Er spelen bij dehervorming veel verschillende thema’s die in samenhang bekeken moetenworden, zoals de inrichting van het bestel en de gevolgen die dit heeftvoor het duidelijker beleggen van interne en externe toezichtstaken.Afhankelijk van de aard van de hervorming zal mogelijkerwijs ookgekeken moeten worden hoe dit zich verhoudt tot Europese staatssteun-regels. Vanwege de complexiteit van een inhoudelijke hervorming is inhet regeerprogramma afgesproken dat de concessie- en erkenningperiodewordt verlengd. Die verlenging vraagt een wetswijziging.Ik ben tot de conclusie gekomen dat verlengen met één jaar6 niet genoegtijd geeft om het bestel te hervormen voordat de huidige erkenningpe-riode afloopt. Om deze reden heb ik, onder meer vanuit het oogpunt vanzorgvuldigheid en goed bestuur, gekozen voor een verlenging van tweejaar.Ook met een verlenging van twee jaar is het tijdpad om te komen tot eenherziening van het bestel, én de landelijke publieke omroep voldoende tijdte geven dit bestel te implementeren, krap. Daarnaast is het zaak dat er zosnel mogelijk duidelijkheid komt over deze verlenging zodat alle betrok-kenen binnen de landelijke publieke omroep weten waar ze aan toe zijn.Dat is vooral ook van belang omdat, in het geval dat er toch niet verlengdzou worden, de voorbereidingen voor een nieuwe concessie- en erken-ningperiode in razend tempo opgestart moeten worden, bijvoorbeeld alshet gaat om het moment van peilen van de ledenaantallen van omroepen.Ik zou de Kamer via deze weg dan ook op het hart willen drukken ditvoorstel, zodra het is aangemeld, met urgentie te behandelen.6Kamerstuk 32 827, nr. 318 (t.v.v. Kamerstuk 32 827, nr. 303).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 539 2.6 Audiodescriptie Ik vind het belangrijk dat programma’s van de publieke omroep toegan-kelijk zijn voor iedereen. Toegang tot media is van groot belang voor eengoede informatiepositie en een volwaardige deelname aan demaatschappij. Over de toegankelijkheid van het aanbod van de NPO voormensen met een beperking, staan afspraken in de prestatieovereenkomsttussen OCW en de NPO. Hierin staan ook afspraken over het aanbod datde NPO voorziet van audiodescriptie. De NPO haalt de doelen die daarinzijn gesteld en heeft al mooie stappen gezet om het aanbod toegankelijkerte maken. In 2023 zijn meer dan 80 titels (waaronder nieuwe seizoenen)met audiodescriptie uitgezonden op alle zenders van de NPO. Hierondervallen ook producties van het NPO Fonds en het coproductiefondsBinnenlandse Omroep. De NPO heeft voor de jaren 2023 tot en met 2026extra middelen ontvangen voor het verzorgen van audiodescriptie.Hiervan zijn inmiddels (tot en met oktober 2024) zo’n 150 nieuwe titelsgemaakt, waaronder verschillende live-events. Hierbij geeft de NPO aandat audiodescriptie een instrument is dat technische uitdagingen kent engepaard gaat met hoge kosten.De motie-Krul/Ceder verzoekt de Minister om vooruitlopend op eenwijziging van de mediawet afspraken te maken met de NPO over eenminimaal aantal programma’s met audiodescriptie op jaarbasis.7 Hetkabinet zet zich blijvend in voor een toegankelijke samenleving en ik bendaarom van plan om in overleg met de NPO tot nieuwe afspraken tekomen over een toegankelijk aanbod en een haalbaar streefdoel voorprogramma’s met audiodescriptie, voorafgaand aan de ingang van eennieuwe concessieperiode. Daarnaast ben ik voornemens om in de lijn vanhet amendement van het lid Werner8 de extra middelen die de NPO tot enmet 2026 ontvangt voor het verzorgen van audiodescriptie, te verlengenvoor een periode van twee jaar zodat die middelen de gehele huidigeerkenningperiode beschikbaar zijn. Net als bij het oorspronkelijkeamendement zal ik de middelen beschikbaar stellen vanuit de post«dotatie/onttrekkingen Algemene media reserve (AMr)». Hiermee doe ikde eerdergenoemde motie en de bijbehorende toezegging af.93. Regionale publieke omroep 3.1 Inleiding De regionale publieke omroepen spelen, als tweede laag in het publiekeomroepbestel, een belangrijke rol in het verstrekken van informatie(nieuws), cultuur en educatie. De omroepen zorgen voor binding en(regionaal) cultuurdragerschap. De RPO draagt hier als samenwerkings-en coördinatieorgaan zorg voor. 2025 is het laatste begrotingsjaar voor deRPO en de regionale publieke omroepen binnen de huidige concessiepe-riode (2020–2025). Begin 2025 wordt de aanwijzingsprocedure voor denieuwe concessieperiode 2026–2030 opengesteld.3.2 Naleving prestatieovereenkomst RPO Op basis van de Mediawet 2008 is voor de huidige concessieperiode(2020–2025) een prestatieovereenkomst afgesloten tussen de Minister vanOCW en de RPO. Deze overeenkomst bevat afspraken over de doelen voorhet media-aanbod en publieksbereik van de regionale publieke omroepenen maatregelen bij niet-naleving van deze doelen. De overeenkomst heeft7Kamerstuk 32 827, nr. 306.8Kamerstuk 32 827, nr. 3199Toezegging TZ202405-017 gedaan tijdens het mediadebat op 11 april 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5310 geen betrekking op de inhoud van het media-aanbod van de regionalepublieke omroepen. Het Commissariaat ziet toe op de naleving van deprestatieovereenkomst en rapporteert hierover.Het Commissariaat concludeerde dat de RPO in 2023 volgens afspraakheeft gerapporteerd en aan alle 14 prestatieafspraken heeft voldaan. Debrief van het Commissariaat is als bijlage bij deze brief gevoegd.3.3 Ondertiteling bij de regionale publieke omroepen De regionale publieke omroepen streven ernaar om het media-aanbodtoegankelijk te maken voor zoveel mogelijk doelgroepen. Omroepengebruiken bijvoorbeeld een voorleesfunctie, ondertiteling of een vertaal-functie bij de content. De omroepen experimenteren ook met het inzettenvan kunstmatige intelligentie om content toe te snijden op verschillendeplatforms voor verschillende doelgroepen.De mate van toegankelijkheid van de programmering van de regionaleomroepen voor doven en slechthorenden verschilt per omroep. Hiertoemaken de omroepen zelf keuzes omtrent het al dan niet ondertitelen vanNederlandstalige programmering op televisie. Ondertiteling is dan ookgeen vereiste. Het organiseren van ondertiteling is technisch mogelijk,maar met hoge kwaliteit van ondertiteling zijn meer kosten gemoeid. Ingesprek met de RPO en de regionale publieke omroepen wil ik nagaanhoe hier voor de nieuwe concessieperiode 2026–2030 invulling aan kanworden gegeven.3.4 Wettelijke borging van het Friestalig media-aanbod De motie van het lid Bikker c.s. gaat over wettelijke borging van hetFriestalige media-aanbod en subsidiëring van Friestalige productiesvanuit het Filmfonds en de NPO.10 Onder deel III van het EuropeesHandvest voor regionale talen zijn op een aantal gebieden debescherming en bevordering van het Fries vastgelegd; waaronder voormedia. Op nationaal niveau is dat geregeld in de Mediawet 2008, hetMediabesluit 2008 en de Mediaregeling 2008. Zo vereist de Mediawet2008 dat ten minste 50% van het programma-aanbod op landelijke ofregionale zenders oorspronkelijk Nederlands- of Friestalig is.Omrop Fryslân heeft een belangrijke rol in het behoud, de bevordering enzichtbaarheid van het Fries door uit te zenden in de taal. De NPOondersteunt, als landelijke publieke omroep, Friestalige programmavoor-stellen en financiert zo bijvoorbeeld documentaires van Omrop Fryslân viaFryslân DOK. Per 1 januari 2024 geldt voor grote streamingdiensten deverplichting om 5% van hun omzet te investeren in Nederlandse ofFriestalige producties, waarvan minstens de helft naar films, series endocumentaires moet gaan. Eveneens zijn er geen beperkingen voor hetaanvragen van financiering voor Friestalige producties via het Filmfonds.Gelet op bovenstaande concludeer ik met het oog op de motie dat er opdit moment al voldoende wettelijke borging van het Friestalig media-aanbod in de Mediawet- en regelgeving zit en dat voldoende aanspraakgemaakt kan worden op subsidiëring van Friestalige producties vanuit hetFilmfonds en/of de NPO.10Kamerstuk 36 410 VII, nr. 98.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5311 4. Lokale publieke omroepen 4.1 Inleiding De lokale publieke omroepen zijn van vitaal belang voor de lokaledemocratie en samenleving. Zoals ik schreef in mijn Kamerbrief overlokale journalistiek van 25 oktober 2024 verstevigt dit kabinet met eenpakket aan maatregelen het fundament onder de lokale publiekeomroepen.11 Dit is een veelbelovende en belangrijke herziening van hetstelsel. In dit hoofdstuk ga ik hier nader op in, evenals op de financieringvan de NLPO en de investeringen die ik in 2025 voorzie in de sector.4.2 Financiering NLPO Vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid voor de lokale publieke omroepenfinancier ik de NLPO. Dat betreft in 2025 een bedrag van € 1,9 miljoen. DeNLPO fungeert als het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor delokale publieke omroepen in Nederland. De NLPO treedt daarbij op alsbelangenbehartiger en vertegenwoordiger van de sector naar overhedenen overige stakeholders. Daarnaast voert de NLPO collectieve taken uit diede randvoorwaarden scheppen voor een goed functionerende lokaleomroepsector en een structurele bijdrage leveren aan de kwaliteit encontinuïteit van de lokale omroepen.4.3 Stelselherziening en wetsvoorstel lokale publieke omroepen Het kabinet ziet het belang van professionele lokale publieke omroepenals onmisbaar onderdeel van een gezonde democratische rechtsstaat. Ikben dan ook vastberaden de reeds ingezette versterking van het stelselvan lokale omroepen voort te zetten. Ik werk met het oog daarop hard aanhet bijbehorende wetsvoorstel en streef ernaar om dit eind 2024 tepubliceren voor internetconsultatie. Dat gebeurt met betrokkenheid vanhet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de NLPO, deVereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Commissariaat.Het wetsvoorstel bevat het volgende pakket aan maatregelen:–overheveling van de financiering van lokale omroepen van Gemeente-fonds naar het Rijk;–voortzetten van de investering van het vorige kabinet van circa€ 16 miljoen per jaar;–de mogelijkheid voor gemeenten om in het nieuwe stelsel lokaleomroepen aanvullend te blijven bekostigen indien ze dat willen;–meer robuustheid door schaalvergroting;–een coördinerende rol voor de NLPO; en–een aangescherpte aanwijzingsprocedure waarmee partijen wordenaangewezen als lokale publieke omroep voor een verzorgingsgebied.Mijn ambtsvoorganger informeerde u in december 2023 over de verdereplanning van het wetsvoorstel en de stelselherziening. De inwerking-treding van het wetsvoorstel was destijds, bij akkoord van het parlement,voorzien per 1 januari 2026. De feitelijke start van het nieuwe stelsel was,na één overgangsjaar, voorzien per 1 januari 2027.Actuele inzichten en ontwikkelingen rond het wetsvoorstel maken dat ikde start van het stelsel per 1 januari 2027 niet meer haalbaar acht. Teneerste omdat er meer tijd nodig is voor afstemming met de EuropeseCommissie. Dit is noodzakelijk om (juridisch) vast te stellen dat hetnieuwe stelsel voor lokale omroepen voldoet aan de Europese staats-11Kamerstuk 32 827, nr. 326.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5312 steunregels. Tijdens de afstemming met de Europese Commissie geldt dezogeheten stand still-regel; dit betekent dat maatregelen niet mogenworden uitgevoerd voordat er goedkeuring is van de EuropeseCommissie. Ten tweede moet ná inwerkingtreding van het wetsvoorstel,maar vóór de start van het nieuwe stelsel, de aanwijzingsprocedure vooralle maximaal 80 toekomstige lokale verzorgingsgebieden gelijktijdigdoorlopen worden. Dit is een zeer omvangrijke operatie voor allebetrokken partijen, waaronder het Commissariaat. Gezien het belang vaneen zorgvuldige uitvoering hiervan acht ik één overgangsjaar te kort.Daarom streef ik naar inwerkingtreding van dit wetsvoorstel per 1 juli2026. De feitelijke start van het stelsel voorzie ik vervolgens, na anderhalfovergangsjaar, per 1 januari 2028. Zo borgen we dat er ruimte voorzorgvuldigheid in de uitvoering van dit alles is, en zorgen we ervoor dat ereen solide basis ligt voor een robuust en toekomstbestendig stelsel voorde lokale omroepen.Deze nieuwe planning blijft tot aan de start van het nieuwe stelsel omactieve betrokkenheid van gemeenten vragen. Zij zijn tot dat momentverantwoordelijk voor de bekostiging van lokale omroepen, en ontvangendaar geld voor via het Gemeentefonds. In veel gevallen ondersteunengemeenten lokale omroepen daarnaast ook bij de transitie naar hetnieuwe stelsel. Dat waardeer ik; gemeenten spelen op die manier alspartner een cruciale rol richting de start van het nieuwe stelsel, en ik hoopdat ze deze rol ook in 2026 en 2027 blijven pakken.Daarnaast ga ik in het wetsvoorstel regelen dat gemeenten ook in hetnieuwe stelsel, vanaf 2028, de mogelijkheid behouden om financieelaanvullend bij te dragen aan hun lokale omroep, indien daar lokaalbehoefte aan is. Hiermee wil ik ruimte bieden voor maatwerk, zodatgemeenten ook in het nieuwe stelsel kunnen blijven inspelen op speci-fieke lokale omstandigheden en wensen.Lokale omroepen werken al op veel plekken in heel Nederland hard aanprofessionalisering en de voorbereidingen op het nieuwe stelsel. Ik vindhet van onverminderd groot belang om de sector te blijven ondersteunenhierbij – ieder jaar richting de start van het nieuwe stelsel. Ook nu dat per1 januari 2028 is. Er blijven daarom jaarlijks middelen vanuit OCWvoorzien voor professionalisering, begeleiding en voorbereiding. Dieblijven voorzien tot aan de start van het nieuwe stelsel. In 2025 is hiervooreen bedrag voorzien van € 15,7 miljoen.Eén van de belangrijkste instrumenten hierbij is de Regeling Professionali-sering Lokale Omroepen van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.Deze is specifiek voor lokale publieke omroepen bedoeld en met uitge-breid advies van de NLPO ontwikkeld. De regeling biedt deelnemendeomroepen de mogelijkheid zich te professionaliseren. In 2024 deden24 samenwerkingsverbanden en 14 individuele omroepen mee in dezeregeling. In 2025 worden dat 30 samenwerkingsverbanden en 21 indivi-duele omroepen. Het is mijn inzet dat ieder jaar steeds meer lokaleomroepen deel gaan nemen aan deze regeling, tot aan het moment dathet nieuwe stelsel van start gaat.Daarnaast blijven er voor de NLPO tot aan de start van het nieuwe stelselmiddelen beschikbaar voor een aanvullend ondersteunings- en begelei-dingsprogramma voor lokale omroepen, en ter voorbereiding op deinvulling van haar toekomstige rol als samenwerkings- en coördinatie-orgaan. Belangrijk onderdeel is de inzet door de NLPO van kwartier-makers. Zij begeleiden lokale omroepen bij het realiseren van duurzameafspraken en randvoorwaarden voor samenwerkingen en zij helpen bij hetverbeteren van condities voor bestuurlijke en journalistieke kwaliteit,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5313 governance en bovenlokale samenwerking, ter voorbereiding op desituatie na de stelselwijziging.SamenwerkingDe kwaliteit en professionaliteit van de lokale journalistiek verbetert indienlokale omroepen en regionale omroepen samenwerken. Het komende jaarstel ik daarom eenmalig € 3 miljoen beschikbaar om het gezamenlijkeproject Bureau Lokaal van de NOS, RPO en NLPO te continueren. Met ditproject gaan de NOS, RPO en NLPO aan de slag met het opzetten van«Bureaus Lokaal» op verschillende plekken in het land. Het doel hiervan isom de samenwerking en contentuitwisseling tussen lokale, regionale enlandelijke omroepen op al die plekken steviger en effectiever te maken. Ditnaar analogie van Bureau Regio; de regionale redactie op de redactievloervan de NOS. Ik zie dat de partijen de samenwerking voortvarend enenthousiast oppakken.5. Journalistiek 5.1 Inleiding Een vrije, onafhankelijke journalistiek is cruciaal voor de democratischerechtsstaat. Journalisten controleren de macht, stellen maatschappelijkethema’s aan de kaak en laten mensen aan het woord. Zo dragen zij bij aaneen open maatschappelijk debat dat gevoerd wordt op basis van feiten.Vanuit de overheid maken wij ons hard voor een sterke journalistiekesector, waarbij de overheid afstand bewaakt en zich nooit mengt in deinhoud.In dit hoofdstuk ga ik in op het versterken van de (onderzoeks)journa-listiek, daarbij betrek ik ook het werk van de journalistieke fondsen.Vervolgens beschrijf ik kort mijn inzet op persvrijheid en persveiligheid,waarover u nog separaat geïnformeerd wordt voorafgaand aan het WGOMedia. Ik ga daarna in op mijn inzet voor mediawijsheid en het versterkenvan mediawijze vaardigheden, specifiek zal ik daarbij aandacht schenkenaan het project DichterBijNieuws van Netwerk Mediawijsheid. Ten slottebeschrijf ik mijn inzet voor de versterking van de journalistiek in CaribischNederland.5.2 Onderzoeksjournalistiek en journalistieke fondsen Het belang van journalistiek, in het bijzonder onderzoeksjournalistiek,wordt steeds groter in een wereld waar de hoeveelheid informatie eninformatiestromen toenemen. Daarbij zijn feiten en meningen niet altijdvan elkaar te onderscheiden en kan informatie grote maatschappelijkeinvloed hebben. Dit vraagt dan ook om duiding, achtergronden enonderzoek.Journalistiek speelt een cruciale rol in onze democratische rechtsstaat.Een sterke en pluriforme pers is daarbij essentieel. Journalisten moetenveilig, onafhankelijk en kritisch hun werk kunnen doen. Ruimte voor(diepgaand) onderzoek is belangrijk.Sinds 2018 zet het kabinet in op het versterken van de journalistiek en deonderzoeksjournalistiek in het bijzonder en daarom worden de journalis-tieke middelen ontzien bij de taakstelling. Ik zet deze koers in volleomvang voort. Dit houdt in het versterken van zowel de journalistiekeinfrastructuur als de positie van de journalist zelf. Dit doe ik via tweebeproefde instrumenten: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek(SvdJ) en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (FBJP).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5314 Voor het SvdJ markeert het begrotingsjaar 2025 de opbouw richting eenkenniscentrum. Naast de bestaande regelingen en programma’s om dejournalistieke sector met kennis, begeleiding en subsidie te ondersteunenricht het fonds zich op het stimuleren van een gedeelde infrastructuurvoor de journalistiek. Deze nieuwe koers richt zich op de kennis,producten en diensten waar een groot aantal, zo niet alle, organisaties inde journalistiek gebruik van kunnen maken. Dit betekent niet datbestaande succesvolle regelingen zullen verdwijnen. Zo blijft het fonds deactiviteiten op het vlak van private media, zoals het coachingstraject of hetincubatorprogramma, voortzetten. Er wordt komend jaar gewerkt aan devorming van een publiek-private agenda voor de lokale- en regionalejournalistiek, het SvdJ is hier bij betrokken.12 Inzet is om samen metprivate en publieke partijen in de lokale en regionale journalistiek eenagenda vorm te geven met daarin concrete acties om de journalistiek teversterken. Voor het SvdJ zelf wordt eind 2024 de zbo-evaluatieopgeleverd. De rapportage wordt in het nieuwe jaar met uw Kamergedeeld.Waar het SvdJ zich met name richt op de journalistieke sector en deopbouw richting een kenniscentrum, ondersteunt het FBJP specifiekejournalistieke onderzoeksprojecten en stimuleert het talentontwikkeling.Middels verschillende regelingen, journalistieke residency’s, lokale enregionale traineeplekken draagt het FBJP bij aan het versterken van de(onderzoeks)journalistiek. De opbrengsten van het fonds zitten in derealisatie van journalistieke publicaties en de ontwikkeling die journalistendankzij een subsidie of beurs doormaken en het effect ervan in het veld.Door nauw in contact te staan met de journalistieke sector werkt het fondsreactief; het is mogelijk om in een relatief kort tijdsbestek nieuweregelingen of programma’s op te zetten. Dit geldt ook voor het SvdJ waarhet om subsidieregelingen of programma’s gaat. In 2025 worden deresultaten over de opbrengsten van de inzet van de journalistiekemiddelen gepresenteerd.5.3 Persvrijheid en Persveiligheid Het project PersVeilig functioneert als meldpunt voor journalisten diebedreigd worden, voorziet journalisten van advies, geeft trainingen enadviseert over de nodige (beleids)inzet. PersVeilig is een belangrijkonderdeel van de beleidsaanpak om de veiligheid van journalisten teverbeteren.In het afgelopen jaar is PersVeilig positief geëvalueerd door onderzoeks-bureau Cebeon. Uit de evaluatie blijkt dat PersVeilig goed functioneert eneen positieve bijdrage levert aan de het verbeteren van de positie vanjournalisten tegen agressie en geweld. Bovendien is de organisatie «leanand mean»: de doelen worden behaald tegen lage kosten. In de brief overpersvrijheid en persveiligheid wordt uw Kamer hierover uitgebreidergeïnformeerd.Vanaf 2025 wordt PersVeilig als structurele organisatie voortgezet alsstichting PersVeilig. De stichting heeft een bestuur waarin werkgevers, deNederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en een vertegenwoor-diger van de freelancers zitting hebben. De voorzitter is onafhankelijk. Hetbestuur is verantwoordelijk voor het financiële beheer en de kwalitatievetoetsing van de resultaten. De inhoudelijke aansturing en het opstellenvan een jaarplan wordt gedelegeerd aan een stuurgroep, waarvan de NVJ,het Genootschap van Hoofdredacteuren, het OM en de politie onderdeeluitmaken.12Kamerstuk 32 827, nr. 326Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5315 5.4 Mediawijsheid Mediawijsheid blijft een belangrijk onderdeel binnen het mediabeleid. Hetgaat om het in staat stellen van de gebruikers van media om te kunnenprofiteren van alle kansen die (digitale) media ons bieden, maar ook datwe voldoende weerbaar zijn tegen eventuele risico’s. «Iedereenmediawijs» is dan ook de passende missie van Netwerk Mediawijsheid.Het Netwerk, bestaande uit vijf kernpartners en meer dan 1.200 partners,vierde vorig jaar het vijftienjarig bestaan.Ook merk ik dat het thema meer is gaan leven bij andere departementen,zoals bijvoorbeeld BZK, VWS en SZW. Dit is een positieve ontwikkeling,omdat mediawijsheid uiteindelijk aan een veelheid aan onderwerpenraakt. In de Kamer is ook de Vaste Kamercommissie Digitale Zakenaangehaakt op dit thema.Nieuw meerjarenplan van startHet afgelopen jaar is er voor het eerst gewerkt met het nieuwe meerja-renplan. Daarin staan vier maatschappelijke opgaven centraal: (1) plezier,grip en profijt bij een leven in media, (2) digitale balans, (3) samen sociaalonline, en (4) weerbaarheid tegen desinformatie. De activiteiten van hetNetwerk worden georganiseerd rond deze opgaven.De onlangs georganiseerde Week van de Mediawijsheid stond dit jaar inhet teken van «digitale balans». Daarbij is gekozen voor het thema«gezond schermgebruik». De week was een succes te noemen: nog nooithebben zoveel klassen in het primair onderwijs meegedaan aan deserious game MediaMasters. Ook in 2025 en 2026 zal de Week van deMediawijsheid nog in het teken staan van digitale balans.Activiteiten van het Netwerk in 2025Het komend jaar wordt verder gewerkt aan de (verdere) vorming vandeelnetwerken rond de genoemde vier maatschappelijke opgaven. Doelvan die deelnetwerken is om de grote groep netwerkpartners nog nauweren meer gericht te verbinden aan deze opgaven, om de impact verder tevergroten en de verbinding met de achterban verder te bestendigen. Dedeelnetwerken hebben tot doel om bestaande initiatieven te bundelen ente versterken en ook leemtes bloot te leggen. Ook wordt er actief kennisgedeeld om zo gezamenlijk een bijdrage te leveren aan de genoemdemaatschappelijke opgaves. Er zijn nu deelnetwerken gevormd rondeducatie, digitale balans, samen sociaal online en weerbaarheid tegendesinformatie.De activiteiten worden vooral door het programmabureau georganiseerdmaar altijd in samenwerking met de vele partners. Met de vorming van dedeelnetwerken wordt dat laatste onderdeel verder benadrukt. In hetactiviteitenplan zijn er geen grote wijzigingen, zo blijven de campagnesWeek van de Mediawijsheid, de Media Ukkie-dagen, MediaMasters en deinformatieve websites overeind staan alsmede onderzoek zoals dejaarlijkse Iene Miene Media monitor onder gezinnen met kinderen van0–6 jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5316 DichterBijNieuwsHet project DichterBijNieuws, onder de vlag van Netwerk Mediawijsheid,is in volledige uitvoering.13 Het doel van het project is om mensen meerbewust te maken van de werking en invloed van nieuws op de samen-leving. Met het project DichterBijNieuws werkt Netwerk Mediawijsheidsamen met tal van partners – van bibliotheken tot omroepen, en vanwetenschappers tot educatieve ontwikkelaars – om burgers en journa-listen dichter bij elkaar te brengen en zo een positieve bijdrage te leverenaan persveiligheid en persvrijheid. Het project zet zich in voor hetbevorderen van aandacht voor nieuwswijsheid in het onderwijs en bijbibliotheken. Tevens zorgt het voor verbinding en kennisdeling door hetstimuleren van een dialoog tussen burgers en journalisten. De aanpak diewordt gebruikt is gelijk aan de aanpak die Netwerk Mediawijsheid al jarensuccesvol hanteert: het verbinden van partijen aan elkaar zodat ze samenmeer bereiken.Voor de jaren 2023 en 2024 heeft de toenmalig Staatssecretaris van OCWhier geld voor beschikbaar gesteld, in totaal € 945.000. Omdat het projectmet een relatief kleine verlenging meer resultaat kan bereiken, heb ikbesloten om het project met nog een jaar te verlengen. Ik heb demiddelen hiervoor, € 450.000, gevonden binnen de middelen vooronderzoeksjournalistiek in het jaar 2025. Door deze verlenging kunnen debehaalde resultaten bestendigd worden. Het doel is om de bereikteresultaten te verduurzamen en te borgen binnen bestaande initiatieven enbij partijen te beleggen die al bezig zijn met deze thematiek.Het afgelopen jaar zijn door DichterBijNieuws verschillende onderzoekenuitgevoerd. Onder meer naar de perceptie van burgers op journalistiek.Hieruit komt naar voren dat ook burgers zich zorgen maken om de (online)veiligheid van journalisten. Zo vreest een grote groep burgers dat hetnieuws waar ze toegang toe hebben minder onafhankelijk wordt doordatjournalisten rekening houden met agressie of bedreiging. Uit hetonderzoek blijkt ook dat een grote groep burgers geïnteresseerd is ommeer te leren over de werking van nieuwsmedia. Bijvoorbeeld in de vormvan een gesprek.Dat zo’n gesprek waardevol kan zijn, blijkt uit een reeks gevoerdeburgerdialogen, voor zowel volwassenen als jongeren. Voor zoweljournalist als publiek waren dit inzichtvolle ontmoetingen: het publiekweet beter hoe nieuws tot stand komt en kan gemaakte keuzes betervolgen, de journalist kan beter inschatten hoe mensen het beste bediendworden.Ook is het bestaande project Journalist in de Klas van NDP Nieuwsmediaverder ondersteund. Journalisten kwamen naar de klas toe, of klassenbezochten een nieuwsredactie. Er zijn in totaal 90 workshops en rondlei-dingen gehouden bij of door zo’n vijftig publieke en private journalistieketitels. Met een bijdrage vanuit DichterBijNieuws kon het project verderopgeschaald worden. Er zijn ook tips en tricks opgeleverd voor journa-listen die met een klas in gesprek willen gaan.14Het doel van de activiteiten binnen het educatief programma van hetproject DichterBijNieuws is om journalisten en jongeren dichter tot elkaarte brengen en door het vergroten van de aandacht voor nieuwswijsheiden pro-sociaal gedrag in het onderwijs de persvrijheid en persveiligheid te13Zie www.dichterbijnieuws.nl14Zie https://netwerkmediawijsheid.nl/wp-content/uploads/2024/04/DBN-tipstricks-journalisten-DEF-2.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5317 ondersteunen. Voor het onderwijs is niet het hoofddoel om nieuwelesprogramma’s of -pakketten te ontwikkelen, er is namelijk al veel aanbodbeschikbaar op het gebied van mediawijsheid, burgerschap en digitalegeletterdheid. In het project DichterBijNieuws is relevant aanbodgebundeld om het zo voor scholen en leraren eenvoudig vindbaar temaken.15Wel is er een lacune ontdekt in het aanbod voor het vmbo. Hiervoor is eenles en een docententraining ontwikkeld. Onderdeel van de les is eenbezoek van een journalist aan een klas. Dit onderdeel van het educatiefprogramma zal landelijk worden uitgevoerd door Beeld en Geluid. Deeffecten van de les en de docententraining worden gevolgd om zo meerinzicht te kunnen krijgen in deze weinig bediende, maar wel belangrijkedoelgroep. Het onderzoek hiernaar wordt uitgevoerd door de RadboudUniversiteit en Wageningen University and Research. Hierbij wordenzowel de leerlingen, docenten als journalisten ondervraagd. Uit de reedsgevoerde jongerendialogen is al wel gebleken dat een bezoek van eenjournalist aan een klas in algemene zin een grote impact heeft.Ook bibliotheken spelen een belangrijke rol. Binnen het project wordt metde Koninklijke Bibliotheek (KB) gewerkt aan een inspiratiegids, die beginvolgend jaar verspreid zal worden. Bibliotheken kunnen deze inspira-tiegids gebruiken bij het maken van hun programmering. Ook gaat eenonderzoek van start naar de kennis en behoeften op het gebied vannieuwswijsheid voor lees- en mediaconsulenten.Netwerk Mediawijsheid heeft met het project DichterBijNieuws ingezet opeen belangrijk onderwerp binnen de samenleving. Voor het project zijn talvan nieuwe partners aangeboord. Daarmee kan ook in de toekomst eenduurzame band worden onderhouden.5.5 Versterking journalistiek Caribisch gebied De verkenner Journalistiek Caribisch Gebied is recent gestart met als doelde journalistiek in het Caribisch gebied te versterken. Binnen eentijdsbestek van twee jaar zal hij de behoeften van lokale journalisten opmet name Bonaire, Saba en Sint Eustatius in kaart brengen, met een focusop scholing en netwerkvorming. De verkenner zal bijeenkomstenorganiseren om deze kwesties te bespreken en praktische oplossingenvoor de versterking van de journalistieke infrastructuur te ontwikkelen.Hierbij fungeert hij als bruggenbouwer tussen lokale journalisten,stakeholders en overheden. De verkenner staat eveneens open voorsamenwerking met Aruba, Curaçao en Sint Maarten, met inachtnemingvan hun eigenstandige positie als land binnen het Koninkrijk.6. Overige onderwerpen 6.1. Evaluatie Evenementenlijst In de Mediawet is geregeld dat sport- en cultuurevenementen vanaanzienlijk belang voor de samenleving op een open televisieprogramma-kanaal moeten worden uitgezonden. Evenals andere EU-lidstaten kentNederland een lijst met evenementen van aanzienlijk belang voor desamenleving, de zogenoemde evenementenlijst. In deze evaluatie is ookhet punt van de toegankelijkheid meegenomen en de vraag of de definitievan het «open net» in deze tijd nog passend is.15Educatieve toolkit van DichterBijNieuws: https://netwerkmediawijsheid.nl/wp-content/uploads/2024/04/DBN-toolkit-scholen-3.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5318 Het belangrijkste effect van de evenementenlijst is dat evenementen dievoorkomen op de lijst beschermd worden tegen plaatsing achterbetaalsystemen. De lijst voorkomt daarmee een exclusieve en daardoorbeperkte verspreiding van die evenementen. De evenementenlijst heeftechter ook een prijsdempend effect op de vergoeding voor de uitzend-rechten en daardoor voor de inkomsten van sportorganisaties. Dialogicconcludeert dat het merendeel van de gesproken partijen aangeeft dat deevenementenlijst in de afgelopen jaren doeltreffend is geweest. Het(voort)bestaan van de evenementenlijst wordt door partijen niet terdiscussie gesteld. Wel is er behoefte aan een herziening van de lijst, zowelqua inhoud als qua lengte, aldus Dialogic.Ten aanzien van de definitie van het «open net» beveelt Dialogic aan dataanpassing hiervan in de rede ligt, omdat de definitie niet meer aansluitbij de huidige stand van de technologie, marktontwikkelingen en hetveranderd kijkgedrag van de consument. Dialogic draagt hiervoor eenaantal opties aan waarbij in ieder geval een grotere rol is weggelegd voorhet «online kijken» naast het traditionele tv-abonnement.Mijn voorganger heeft de vervolgstappen van deze evaluatie overgelatenaan het nieuwe kabinet. Ik ben mij op dit moment aan het beraden wat devervolgstappen zullen zijn. Ik zal uw Kamer daarover begin 2025 naderinformeren.6.2 Due prominence In de EU Audiovisuele Mediadiensten Richtlijn (EU 2018/1808) isopgenomen dat lidstaten maatregelen kunnen nemen om passendeprominentie voor audiovisuele mediadiensten van algemeen belang tewaarborgen. De mogelijkheden hiertoe worden de laatste jaren verkenddoor verschillende EU-lidstaten waarbij een aantal EU-lidstaten recentelijk(in concept) nationale wetgeving heeft geïntroduceerd om dit te borgen.Het begrip prominentie gaat over de mate waarin bepaald media-aanbodopvalt, op basis van vindbaarheid (het relatieve gemak voor de gebruikerom wanneer de gebruiker zoekt toegang te krijgen tot media-aanbod) enzichtbaarheid (de mate waarin de gebruiker het aanbod in beeld krijgtzonder actief te zoeken).Ook hier in Nederland worden de mogelijkheden voor due prominenceonderzocht, een aantal jaar terug heeft Dialogic een eerste verkenninguitgevoerd naar dit onderwerp.16 Recentelijk heeft het onderwerphernieuwde aandacht gekregen door het WRR-rapport Aandacht voorMedia. Een van de vier aanbevelingen betreft het goed vindbaar enprominent zichtbaar maken van informatie die van belang is voor dedemocratie. Ook het regeerprogramma spreekt van het onderzoeken vanhet wettelijk verankeren van due prominence in het kader van dehervorming van de landelijke publieke omroep om de digitalevindbaarheid en zichtbaarheid van de publieke omroep te versterken. Dekomende tijd zal ik de mogelijkheden voor het wettelijk verankeren vandue prominence verder onderzoeken, daarbij gebruikmakend van ervaringdie is opgedaan door een klein aantal andere EU-lidstaten op dit vlak. Ikwil zowel publieke als commerciële mediaorganisaties betrekken bij hetverder onderzoeken van mogelijke maatregelen. Ik zal dit onderwerpmeenemen in de uitwerkingsbrief over de hervorming van de landelijkepublieke omroep.16Kamerstuk 32 827, nr. 233.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5319 Tot slotMet deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de uitwerking vanartikel 15 uit de OCW-begroting 2025 en de stand van het mediabeleid. Ikkijk uit naar de bespreking ervan met uw Kamer.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. BruinsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 5320

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 41fd47932a998b5e

14 okt 2026 · f23ab462113a1202

13 okt 2026 · b5378a4718092c57

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.