KamerkringInloggen
Eppo Bruins

Officieel Kamerprofiel

Eppo Bruins

35debatten
1.139bijdragen
7interrupties
221.832woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
1 jul 2025 · Kamerstuk

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36725-VIII)

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat ik vandaag in dit huis de inzet van dit inmiddels demissionaire kabinet mag verdedigen wat betreft de veranderingen die zijn ontstaan door de Voorjaarsnota op het gebied van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Veel dank aan uw leden voor de inbreng en voor de passie en betrokkenheid die ik in de eerste termijn mocht aanschouwen. Ik ben opnieuw onder de indruk van de pleidooien vanuit alle politieke richtingen over het belang van goed onderwijs en de waarde van wetenschap. Ik onderschrijf die. Voor mij zijn kennis en innovatie de kurk waar Nederland op drijft, ook voor de toekomst. Goed onderwijs gaat ook over onze talenten, die we willen voorbereiden om bij te dragen aan onze samenleving. Daarbij zijn brede toegankelijkheid en gelijke kansen voor iedereen principes die deze Kamer en ook mij heel na aan het hart liggen. Maar uw leden, onder anderen de leden Rooderkerk, Stultiens en Ceder, vroegen mij naar het proces en naar mijn reflectie. Daar wil ik dan ook even kort bij stilstaan. Wanneer we specifiek kijken naar mijn eerste suppletoire begroting, dan leek het — het klinkt misschien raar — in eerste instantie best een normaal en overzichtelijk voorjaar voor de OCW-begroting te worden. Er was per saldo een beperkte tegenvaller op de ramingen. Een tegenvaller op de ramingen betekent dat er meer studenten zijn. Dat kost OCW dus meer geld en dat moeten we binnen de eigen begroting oplossen. Er waren ook wat investeringen nodig. Er waren ook wat beleidsmatige problemen en wensen die moesten worden ingepast. Conform de begrotingsregels hebben we dat allemaal opgelost binnen de OCW-begroting, deels met inzet van meevallers, deels met middelen die relatief probleemloos konden worden vrijgemaakt en deels met bezuinigingen. Maar helemaal aan het einde van het proces bleek dat er van OCW helaas toch nog een bijdrage aan de rijksbrede problematiek werd verwacht in de vorm van de 50% korting op de prijsbijstelling. Toen kwam ook de door uw leden zeer vaak genoemde afschaffing van de onderwijskansenregeling. Dit is bij elkaar circa 350 miljoen. Wij zien ook dat de financiële opgaven groot zijn. We hebben als kabinet toch echt een paar grote maatschappelijke problemen moeten oplossen. Daarnaast moeten we niet vergeten — de heer Uppelschoten noemde het al — dat in deze eerste suppletoire begroting ook ruim 2 miljard aan loon- en prijsbijstelling aan de begroting is toegevoegd. Het per-saldo-effect van de voorjaarsbesluitvorming op de OCW-begroting is daarom wel wat negatiever dan we gehoopt hadden, maar altijd nog ruimschoots positief. Voorzitter. Normaal komt dan het moment dat ik mijn blokjes aankondig, maar ik heb geen blokjes. Ik zal gewoon een aantal losse vragen beantwoorden. Na mij zal de staatssecretaris ingaan op de aan haar gestelde vragen, waaronder de vragen over de onderwijskansenregeling, waar uw leden naar gevraagd hebben. Voorzitter. Met deze eerste suppletoire begroting wordt — ik zei het al — de OCW-begroting met structureel 2 miljard verhoogd, vooral door loonbijstelling. We hebben een aantal problemen en tegenvallers binnen de begroting opgelost zoals de begrotingsregels dat voorschrijven. Al met al verdedig ik hier een aanpassing van een Onderwijsbegroting waarmee we ons nog steeds kunnen blijven inzetten voor onze beleidsdoelstelling; daar ben ik van overtuigd. Mevrouw Rooderkerk en de heer Ceder vroegen mij: kan de minister in beeld brengen wat nou de effecten zijn van de veranderingen op de begroting, met name wat betreft de bezuinigingen op het vervolgonderwijs? Hoeveel instellingen raakt dit? Wat zijn de financiële effecten? Als ik daar zo goed mogelijk op reflecteer, denk ik dat ik moet beginnen te zeggen dat het kabinet vindt dat er met deze Voorjaarsnota wel een afgewogen pakket aan maatregelen staat. De ombuigingen op het vervolgonderwijs zijn generiek van aard. De bezuiniging wordt namelijk doorgevoerd op het totale budget van de bekostiging en wordt via het verdeelmodel verdeeld over alle instellingen. Alle instellingen worden dus evenveel geraakt. Maar hoe dit uitpakt, is per instelling verschillend, aangezien een instelling bestedingsvrijheid heeft. Het is dus niet op voorhand te zeggen wat de effecten per instelling zijn en wat de effecten hiervan zullen zijn op de instroom van studenten in het vervolgonderwijs. Ten aanzien van het voorbereiden van het vervolgonderwijs op de toekomst heb ik uw Kamer in het voorjaar mijn beleidsbrief Vervolgonderwijs en wetenschap gestuurd. Ik geef onverminderd uitvoering aan de lijnen die ik daarin geschetst heb, bijvoorbeeld het werken aan toekomstbestendige en stabiele financiering voor het vervolgonderwijs, omdat we in de toekomst een grote demografische krimp zien aankomen, die ook het mbo, het hbo en het wo zal treffen. De heer Ceder vroeg mij specifiek of ik wilde ingaan op de gevolgen van de bezuinigingen op de loon- en prijsbijstellingen en op de vraag welke onderwijssoorten en regelingen dit raakt. Hij vroeg mij om dat meer concreet en duidelijk te maken. Ten eerste maak ik duidelijk dat er geen korting is op de loonbijstelling. Die is volledig uitgekeerd aan OCW. In totaal is hiermee circa 2 miljard aan loonbijstelling toegevoegd aan de OCW-begroting. Rijksbreed is wel besloten om 50% van de prijsbijstelling niet uit te keren, maar in te zetten voor andere opgaven waar het kabinet zich voor gesteld ziet. Op de OCW-begroting gaat het om circa 172 miljoen per jaar structureel, opgeteld over alle sectoren. Binnen de OCW-begroting is met deze gehalveerde loon- en prijsbijstelling eerst alle wettelijk verplichte prijsbijstelling uitgekeerd, bijvoorbeeld in het primair onderwijs. Het primair onderwijs heeft dus een volledige loon- en prijsbijstelling gekregen. Dat geldt ook voor de studiefinanciering. De studenten hebben dus ook een volledige loon- en prijsbijstelling gekregen, eigenlijk een inflatiecorrectie. Hetzelfde geldt ook voor de landelijke publieke omroep, want dat is vastgelegd in de Mediawet. Daarna resteerde er een zeer beperkte prijsbijstelling voor de overige budgetten, dus voor de overige sectoren op de OCW-begroting. Om geen verschil tussen het primair en het voortgezet onderwijs te laten ontstaan, is met herprioritering alsnog de volledige prijsbijstelling aan het voortgezet onderwijs uitgekeerd. De herprioriteringen zijn binnen de begrotingsartikelen voor het funderend onderwijs gedaan. De staatssecretaris kan u daarover meer vertellen in haar bijdrage.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Ik hoor een initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks aankomen. Alles is mogelijk in deze wereld, maar op dit moment is de situatie dat het alleen voor het primair onderwijs, voor studiefinanciering en voor media vastligt. We gaan er met z'n allen over hoe de wet er in de toekomst uitziet.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Omdat de wet zo is. Dat is op dit moment de werkelijkheid. Zelfs als je voor alle sectoren wettelijk zou vastleggen dat de loon- en prijsbijstelling volledig moet worden uitgekeerd, dan heb je nog steeds een probleem, want uiteindelijk moet je het gewoon doen met het geld dat je hebt. Om te zeggen dat je de volledige lpo uitkeert, zou je dus moeten bezuinigen op de lumpsum. Dat lijkt me een heel gekunstelde situatie. Voorzitter. Mevrouw Beckerman vroeg mij waarom ik nou niet gewoon een gat in de begroting sla, zoals ook is gebeurd met de huurbevriezing. Ze noemde daar de naam van mijn collega Keijzer. Laat ik beginnen door te zeggen dat ik hier niet ben om collega's te recenseren. Ook is de situatie niet vergelijkbaar, onvergelijkelijk. Rondom de huurbevriezing moest het kabinet eigenlijk kiezen tussen een gat dat geslagen werd of een veel groter gat dat geslagen werd als gevolg van de onderhandelingen die in de bewuste nacht hadden plaatsgevonden tussen de fractievoorzitters. Het kabinet heeft dus noodgedwongen moeten kiezen voor het kleinst mogelijke gat. Daarom komt de huurbevriezing er niet. Als u vraagt naar mijn begroting, dan zie ik geen aanleiding om nu een gat in mijn begroting of in de hele rijksbegroting te slaan. Dat vind ik niet verantwoord. Volgens de begrotingsregels zou ik dat immers zelf moeten dekken en die ruimte heb ik gewoonweg niet.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Ik heb eerder gezegd dat de onderwijskansenregeling mij ook buikpijn heeft bezorgd. Ja, dat is gewoon heel lelijk.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Zoals ik zei zijn de situaties onvergelijkbaar. Het kabinet — dit was trouwens niet mevrouw Keijzer, maar het hele kabinet — zag zich geconfronteerd met een onvoorzien gat in de begroting, als gevolg van de onderhandelingsuitkomst van die nacht. Het was het gevolg van een meevaller die niet zou komen. Er zou dus sowieso een gat geslagen worden. Doorgaan met de maatregel zou een nog veel groter gat, een miljardengat, slaan. Het niet laten doorgaan van de huurbevriezing was een kleiner gat. Dar heeft dit kabinet uit moeten kiezen. Ik kan nog verder in details treden, maar dit gaat eigenlijk over een andere begroting.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Met het onderhandelingsresultaat heeft het kabinet een etmaal later ingestemd. Daarmee is het ook de verantwoordelijkheid van het kabinet en ook die van mij. Ik sta er dus ook voor. Ik verdedig hier dus een begroting waarvoor ik sta. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat we waardevolle dingen kunnen doen. Tegelijkertijd vind ik de bezuiniging op de onderwijskansenregeling, die we allemaal niet zagen aankomen, inderdaad een lelijke. Maar nog steeds sta ik voor mijn begroting en kan ik dit dragen.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Dat is inmiddels één vraag. Verder heb ik de appreciatie van de amendementen. Die ene vraag was van mevrouw Beckerman. Hij ging over aardwetenschappen aan de VU. Hoe kan ik er nou toch voor zijn dat daar de aardwetenschappen verdwijnen? Ik ben daar niet per se voor. Instellingen hebben een grote mate van autonomie. Zij geven zelf invulling aan hoe zij hun budgetten besteden. De situatie bij aardwetenschappen was al meerdere jaren financieel ingewikkeld, met name door dalende studentenaantallen. Al sinds 2022 was de VU bezig met nadenken over wat ze moesten doen met aardwetenschappen en de dalende studententallen daar. Het is jarenlang gelukt om die opleiding toch op poten te houden door hem te financieren met middelen die eigenlijk voor andere opleidingen bedoeld waren. Daar kwamen inderdaad de bezuinigingen bij, maar het kan niet een-op-een gerelateerd worden aan de bezuinigingen. Ik vertrouw erop dat de VU weloverwogen keuzes maakt, in afstemming met de medezeggenschap en de andere instellingen. Specifiek wat betreft isotopenonderzoek zie ik ook het GeoLab aan de Universiteit Utrecht, dat buitengewoon goed geëquipeerd is. Ik ben me er overigens van bewust dat er nog Kamervragen hierover liggen. Ik zal die spoedig naar uw Kamer sturen, zodat we er in detail verder over van gedachten kunnen wisselen. Dat geldt zeker voor mevrouw Beckerman, want wij delen een passie voor isotopenonderzoek. Jazeker! Voorzitter. Dan de amendementen. De meeste amendementen zijn al door de minister van Financiën geapprecieerd. Het amendement van het lid Dassen zal ook door de minister van Financiën van een appreciatie worden voorzien. Dat zal zo snel mogelijk na dit debat schriftelijk gebeuren. Dan blijft er nog één amendement over, van het lid Kostić, over de vermindering van proeven op niet-humane primaten. Mijn appreciatie daarvan is: ontraden. Dat was het, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Dit is wat ik heb meegekregen, dus ik ga ervan uit dat de rest bij de staatssecretaris ligt.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Ik zal de heer Stultiens, denk ik, toch teleurstellen met mijn antwoord. Dat is natuurlijk dat ik hier uiteindelijk als minister van OCW sta. Dat betekent dat ik ieder voorstel om ofwel geld van een begroting van een collega te halen, ofwel de inkomsten-uitgavenscheiding te schenden eigenlijk per definitie zal moeten ontraden.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Laat ik beginnen met melden dat we de dukaten van de zeebodem niet konden oprapen omdat we het beleid hebben om archeologische vondsten op de zeebodem vooral in situ te beheren. Dat betekent dat we ze niet van de zeebodem halen, maar daar zo goed mogelijk bewaren. Dat is de reden waarom de dukaten niet zijn meegekomen naar Den Haag. Bovendien zou dat illegaal zijn, want ik ben geen gediplomeerd archeoloog. Maar alle gekheid op een stokje, de echte vraag van de heer Krul is buitengewoon relevant. Als de staatssecretaris en ik een brede oproep vanuit de Kamer zien om toch nog eens heel goed te bekijken hoe we deze problematiek met elkaar kunnen oplossen, dan is dat in ieder geval iets wat ik in de processen van de komende weken en maanden wel weer vol verve, energie en overtuiging wil oppakken, om te bekijken of daar steun en draagvlak voor zou zijn.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Zoals ik al zei: als ik zo'n brede oproep zou zien, dan begrijp ik ook dat daar natuurlijk de boodschap van de Kamer bij zit om niet iets anders kwetsbaars op de Onderwijsbegroting te raken. Eerlijk gezegd zijn de plooien binnen de Hoftoren wel zo'n beetje leeg. Ik zou ook niet heel goed weten waar ik de dekking dan vandaan zou moeten halen. Dat is dus buitengewoon lastig. Tegelijkertijd weet ik dat ik niet zomaar andere collega's hiermee kan lastigvallen. De rijksbegroting is sowieso een buitengewoon precair plaatje. Het moet ook allemaal met elkaar kloppen en daar moeten we het ook over eens zijn. Tegelijkertijd zie ik mijzelf ook wel weer in november of december een begroting staan te verdedigen die eind augustus wordt uitonderhandeld. Ook daar moet dan weer een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer voor zijn. Ik begrijp dus ook dat het geen geloofwaardig verhaal is wanneer we alleen maar vestzak-broekzak doen en we iets gaan weghalen bij kwetsbare leerlingen om het aan kwetsbare leerlingen te geven. Ik begrijp dat ik daar niet zomaar mee kan aankomen in de Kamer.

Bron, video en gesprek →
1 jul 2025 · Spreekbeurt

Minister Bruins: Voorzitter. In de tweede termijn van uw Kamer is er één motie ingediend die ik zal behandelen; dat is de motie op stuk nr. 21. De moties op de stukken nrs. 20 en 22 zullen door de staatssecretaris worden behandeld. Ik heb ook nog een vraag gekregen over aardwetenschappen. Nee, sorry, de motie gaat over aardwetenschappen! Ik heb een vraag over de Taalunie gekregen van de heer Krul. Ik zal met die vraag beginnen. Die ging om de 1 miljoen euro die destijds, in 2022, bij motie van de heer Van der Molen en mevrouw Van der Woude is geregeld door uw Kamer. Die 1 miljoen bestaat nog steeds. 7 april jongstleden heb ik uw Kamer een brief gestuurd waarin ik schreef dat de Taalunie en de IVN samen voor het eerst de toegezegde extra middelen voor de versterking van de internationale neerlandistiek kunnen besteden. Vanaf dit jaar is die 1 miljoen beschikbaar. Die komt dus terecht bij de Taalunie en de IVN. Eind dit jaar stuur ik u de eerste voortgangsbrief. Dan kan ik u ook vertellen wat er met die miljoen is gebeurd. Dan de motie op stuk nr. 21 van mevrouw Beckerman over aardwetenschappen. Ik kan haar zeggen dat we het opleidingsaanbod in zijn totaliteit bezien, dus over het hele land. Het is aan de sector om keuzes te maken en het aanbod vorm te geven. Op dit moment is de Vrije Universiteit met meerdere partijen in gesprek om dat totaalplaatje te maken. Dat doet mij deugd. Mevrouw Beckerman zal begrijpen dat het voor mij als minister van OCW niet passend is om mij met individuele opleidingen te bemoeien, maar het is juist aan de instellingen om ervoor te zorgen dat er een landelijk dekkend aanbod is. Dus dat betekent dat ik deze motie zal ontraden.

Bron, video en gesprek →