Stand van zaken en vooruitblik ontwikkelingen OV & Taxi
Brontekst
Versie 34a1548ef5dbd406 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202523 645Openbaar vervoer31 521TaxibeleidNr. 834 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 februari 2025Middels deze verzamelbrief OV en Taxi wordt de Kamer over een aantalontwikkelingen op het gebied van OV en Taxi geïnformeerd. Deze briefgaat tevens in op het onderwerp wisselverwarming naar aanleiding vaneen toezegging daarover in het Tweeminutendebat Spoorveiligheid enERTMS op 19 december.Stand van zaken sociale veiligheid in het ovSociaal veilig openbaar vervoer is essentieel voor goed en aantrekkelijkOV. Het regeerprogramma onderstreept dit belang met diverse ambitiesen maatregelen. OV-bedrijven zijn primair verantwoordelijk voor deveiligheid van hun reizigers en personeel. Toch vraagt de ambitie uit hetregeerprogramma om extra inspanningen en samenwerking tussen debetrokken partijen, zodat werknemers en reizigers ontspannen van het OVgebruik kunnen maken.In het kader van een goede samenwerking, gezamenlijke innovatie enkennisuitwisseling tussen de betrokken partijen, loopt momenteel deevaluatie van het bestuurlijk convenant Sociale Veiligheid in het OV2020–2025. Vervoerders, ProRail, politie, decentrale overheden en deMinisteries van JenV en IenW voeren een evaluatie uit naar het convenantwaarbij de resultaten van de gezamenlijke inspanningen van partijen inkaart worden gebracht en wordt gekeken naar een mogelijk vervolginclusief manieren om de effectiviteit van de samenwerking te vergroten.De uitkomsten van de evaluatie en het daarbij horende gezamenlijke planvoor veilig OV worden naar verwachting in de loop van 2025 met deKamer gedeeld.Voortgang ingezette maatregelenVervoerders en ProRail volgen de ontwikkelingen en incidentendata op devoet en nemen verschillende maatregelen. De benodigde maatregelen kst-23645-834ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8341 voor veilig OV kunnen sterk verschillen per regio of modaliteit. Bijvoor-beeld door tijdelijk extra cameratoezicht, een nachtsluiting of eenuitbreiding van de inzet van handhaving en controles. Bij de inrichting vanstations wordt op lokaal niveau continue gekeken welke maatregelenkunnen helpen bij het vergroten van de veiligheid of het veiligheids-gevoel. Bijvoorbeeld door constructieve aanpassingen om zichtlijnen teverbeteren en het verruimen van de openingstijden van de commerciëleruimtes, zodat ook in de avonduren sprake is van sociale controle opstations. Zo wordt door de OV-sector vanuit de eigen verantwoorde-lijkheid doorlopend gewerkt aan het verbeteren van de sociale veiligheid.Onder het convenant Sociale Veiligheid in het OV 2020–2025 trekken debetrokken partijen gezamenlijk op in het nemen van extra maatregelen. In2024 zijn verschillende maatregelen genomen waaronder het verkortenvan de wachttijden bij boa-certificering, het mogelijk maken van deinzetbaarheid van boa’s over concessiegrenzen heen en de borging vansociale veiligheid in regelgeving voor het ontwerp van stations. Ook zijner goede stappen gezet om te komen tot pilots voor een regionale variantvan de NS whatsapp-alert. Het Ministerie van IenW heeft onderzoek latendoen naar zwartrijden en in november 2024 hebben vervoerders concreteaanbevelingen gekregen in het verhogen van de betaalmoraal onderreizigers. Dit is een waardevol onderzoek omdat betalingsconflicten degrootste aanleiding vormen voor agressiviteit richting OV-personeel. Hetonderzoeksrapport is bijgevoegd (bijlage 1). Ook is er in opdracht van degezamenlijke vervoerders onderzoek gedaan naar de juridische kaders bijgegevensdeling in en met de OV-sector ten behoeve van de handhaving.1Tijdens het commissiedebat Spoor van 15 januari jl. heb ik een gezamen-lijke reactie met JenV toegezegd2 op dit rapport, waarbij wordt gestreefdnaar een brief in het eerste kwartaal van dit jaar.De in 2024 genomen maatregelen lijken daarbij effect te hebben. In devoorgaande jaren was er steeds sprake van een stijging in het aantal A(aangiftewaardige)-incidenten. Het huidige beeld is dat er in 2024 eenkleinere stijging is geweest van het aantal A-incidenten. De daadwerkelijkecijfers worden door vervoerders openbaar gemaakt met publicaties vanafjanuari 2025. Over de specifieke veiligheidssituatie op station Maarheezeis de Kamer op 23 januari jl. per brief geïnformeerd.3 Tijdens het tweemi-nutendebat Spoor van 23 januari jl. is toegezegd NS met € 2,1 miljoen tecompenseren voor de extra beveiliging rondom station Maarheeze in hetafgelopen jaar.ReisverbodenOp basis van de inzichten uit het OV-NL-rapport en in combinatie met dein de sector gedeelde lessen uit de pilot met een regionaal reisverbod,opgelegd vanuit de regio, kunnen regio’s ook zelfstandig aan de slag metregionale reisverboden. Het rapport stelt dat de mogelijkheid totgegevensuitwisseling er is, maar partijen zijn gehouden aan de AlgemeneVerordening Gegevensbescherming (AVG). Daarmee is tevens de motieVeltman c.s.4 en zijn de toezeggingen op dit onderwerp ingevuld.5 Het1Het onderzoeksrapport «Handhaving in het OV» uitgevoerd door Lex Digitalis in opdracht vanOV-NL:https://www.ov-nl.nl/wp-content/uploads/2025/01/20250110-OV-NL-Handhaven-in-het-openbaar-vervoer.pdf2Toezeggingennummer nog onbekend.3Kamerstukken II 2024/25, 28 642, nr. 1134Kamerstukken II 2023/24, 23 645, nr. 8235Toezegging TZ202209, nr. 062 in Kamerstuk II 2022/23, 23 645, nr. 780, Toezegging in deKamerbrief «Stand van zaken en vooruitblik ontwikkelingen OV & Taxi» van 2 september 2022en een toezegging in de schriftelijke beantwoording bij de begrotingsbehandeling Infra-structuur en Waterstaat van 23 januari 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8342 initiatief voor regionale reisverboden ligt in de regio. Verschillende regio’shebben aangegeven geen gebruik te zullen maken van dit instrument,vanwege het beperkte effect versus de benodigde investering. Zoalstoegezegd aan de Kamer is bij vervoerders aangedrongen op hetopleggen van regionale reisverboden.6Meer in algemene zin behoort het opleggen van reis- en verblijfsver-boden, opgelegd door de vervoerder, al sinds 2001 tot de veiligheidsin-strumenten van de OV-sector. Vervoerders maken al vaak gebruik van ditinstrument. Het OM heeft bepaald dat een verbod altijd bepaaldebeperkingen moet kennen, zoals in tijd of gebied. Een landelijk ofpermanent verbod is daarom uitgesloten. Over andere aanbevelingen tenaanzien van reisverboden wordt ingegaan in de toegezegde brief7 in heteerste kwartaal van dit jaar. Vervoerders kunnen op deze manier notoireoverlastgevers weren uit het OV. Hiermee wordt tevens invulling gegevenaan de motie Heutink c.s.8 Sinds 2012 is het overtreden van een reis- enverblijfsverbod ook strafbaar.Toegang tot identificatiemogelijkhedenDe Ministeries van JenV en IenW werken samen aan het openstellen vanhet rijbewijzenregister voor (OV-)boa’s. De Kamer is op 27 november jl.geïnformeerd over de voorgenomen versnelling, waardoor boa’s in hetOV-domein eerder toegang krijgen tot de pasfoto’s uit het rijbewijzenre-gister en aan de hand daarvan een zelfstandigere identiteitscontrolekunnen uitvoeren.9 Toegang verlenen tot bijzondere persoonsgegevensvergt tijdrovende processen omdat wetgeving op het gebied van privacyhoge eisen stelt. Tijdens het CD Spoor van 15 januari jl. heb ik aan hetKamerlid Veltman toegezegd10 haar motie over de ID-check en deRotterdamse werkwijze niet als afgedaan te beschouwen en daarschriftelijk op terug te komen in de reactiebrief van JenV en IenW op heteerdergenoemde OV-NL rapport.11 De Minister van JenV en de Staatsse-cretaris van IenW hebben, naast de specifieke inzet om (OV-)boa’s meeridentificatiemogelijkheden te bieden, op 15 november gesproken over hetbelang van veilig OV. Daarbij werd de kabinetsambitie herhaald, deonderlinge verantwoordelijkheden besproken en het belang van bredesamenwerking benadrukt. Ook is het Ministerie van JenV gestart met eenpubliekscampagne om geweld en agressie tegen hulpverleners tegen tegaan.DoorkijkVanwege het belang van sociaal veilig OV is NS door IenW als concessie-verlener gevraagd in 2025 extra inspanningen te leveren op dit thema. Indat kader wordt NS gevraagd inzicht te bieden in preventieve acties,samen met andere vervoerders in te zetten op een actuele, landelijke eneenduidige manier van incidentenregistratie, handhavingscapaciteit oporde te krijgen en de reis- en verblijfsverboden te evalueren. NS zalgedurende 2025 invulling geven aan deze beleidsprioriteiten, naast degebruikelijke en geplande inzet voor veilig OV. In 2025 zal NS ook6Toezegging TZ202404-167 in Kamerstuk II 2023/24, 23 645, nr. 8277Toezeggingnummer nog onbekend.8Kamerstukken II 2024/25, 29 984, nr. 12209Kamerstukken II 2024/25, 28 642, nr. 11210Toezeggingnummer nog onbekend.11Kamerstuk 36 600 XII, nr. 38. In deze motie wordt de regering verzocht om verzoekt deregering om te komen voor een versnelde uitrol van de identiteitscheck door gekwalificeerdeboa’s in het ov waarin de werkwijze en resultaten van de pilot in Rotterdam worden meege-nomen, en de Kamer over de voortgang te informeren voor het einde van het jaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8343 besluiten over het naast de boa’s ook andere medewerkers van de NS tevoorzien van bodycams. Het is aan NS om dit besluit te nemen.In 2025 ontvangt ProRail een subsidie in het kader van de Stationsagenda,de toekomstvisie op stations. ProRail zorgt voor extra camera’s enmaatwerk maatregelen voor de 58 stations die op sociale veiligheidonvoldoende scoren, zoals het plaatsen van groen, hekwerken en hetverbeteren van zichtlijnen. Daarnaast wordt vanuit bestaande operationeleprocessen bijgestuurd op deze stations, namelijk door inzet van bevei-liging, door inzet van schoonmaak, het bijwerken van groen, het ’s nachtsopenen/sluiten van stations, het verruimen van openingstijden commer-ciële ruimtes en snel herstel van defecten op stations.Update OVpaySinds de zomer van 2023 is het mogelijk om in heel Nederland met debankkaart, creditcard of mobiel te betalen in het OV.12 Het gebruik vandeze nieuwe betaalmiddelen neemt toe; ondertussen wordt meer dan 40%van de saldoreizen gemaakt met de betaalpas. Het is sinds juli 2024 ookmogelijk om leeftijdskorting (zoals voor kinderen van 4 t/m 11 jaar en65-plussers) te koppelen aan de betaalpas en verschillende vervoerdersbieden ook andere kortingsproducten daarop aan. OVpay heeft in juni2024 een prijs gewonnen voor het gebruiksgemak van de app en hetklantenoordeel is positief.Afgelopen zomer hebben Translink en Bunq besloten om de samen-werking voor de uitgifte van de nieuwe OV-pas (binnen OVpay) tebeëindigen. Dit heeft tot gevolg dat de overstap naar de nieuwe OV-paslanger duurt en dat de twee systemen (ov-chipkaart en OVpay) langernaast elkaar blijven bestaan. Dat brengt extra kosten met zich mee, enleidt ook tot ongemak die sommige reizigers raakt, zoals de afname vanhet aantal oplaadpunten voor de ov-chipkaart. Terwijl het gebruik van debetaalpas iedere maand toeneemt, is het aandeel in het gebruik en deverkoop van de anonieme ov-chipkaarten fors aan het dalen. Dit heeft totgevolg dat er minder transacties plaatsvinden bij de oplaadpunten en hetvoor commerciële exploitanten niet meer rendabel is om die te exploi-teren. De gele oplaadpunten die nu nog te vinden zijn in bijvoorbeeldsupermarkten, en waar ongeveer 4% van het aantal laadtransactiesplaatsvindt, zullen daarom vanaf januari 2025 stap voor stap gaanverdwijnen. Er wordt per concessiegebied door opdrachtgevers envervoerders bekeken of er voldoende oplaadpunten blijven bestaan, zodater waar mogelijk maatwerk kan worden toegepast. Bij de inrichting van deOV-pas wordt een landelijk dekkend oplaadnetwerk voorzien en zal hetook mogelijk zijn online producten te laden of saldotegoed toe te voegen.De verwachting is dat het aantal fysieke transacties een stuk lager zal zijnbinnen OVpay.Tijdens het Commissiedebat Openbaar Vervoer en Taxi van april 2024 istoegezegd om een overstapservice voor bepaalde doelgroepen tebespreken met de vervoerders.13 Sommige reizigers zullen op een andersoort abonnement overgaan, anderen gaan reizen met een betaalpas enveel abonnementhouders zullen vanuit een vervoerder een OV-pasontvangen. De overstap is anders voor verschillende reizigers en hier isaandacht voor bij de vervoerders. Binnen het programma OVpay iscontact met verschillende belangenorganisaties zoals seniorenvereni-gingen en met de Alliantie Digitaal Samenleven. Zij worden betrokken bijde overstap en het doel is om de producten digitaal toegankelijk en zo12Kamerstuk 23 645, nr. 80313Toezegging TZ202404, nr. 163Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8344 simpel mogelijk te maken. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan detoezegging.Nationaal OV BeraadEnkelvoudig in- en uitcheckenWanneer reizigers tijdens hun treinreis gebruikmaken van meerderespoorvervoerders dienen zij bij een overstap in en uit te checken om hunreis te vervolgen. Er valt tijdswinst te behalen en kosten te besparenwanneer dit niet meer nodig is en het zogenoemde enkelvoudig in- enuitchecken wordt ingevoerd. De Kamer is in 2019 geïnformeerd14 datinvoering van enkelvoudig in- en uitchecken met de huidige ov-chipkaartmeer kosten dan baten oplevert en dat het NOVB er daarom voor heeftgekozen om dit niet in te voeren binnen het huidige systeem. De Kamerheeft sindsdien meerdere moties15 aangenomen waarin werd opgeroepenom het enkelvoudig in- en uitchecken in te voeren op het spoor.In de brief over het tariefonderzoek nieuwe HRN-concessie16 is aange-geven dat het enkelvoudig in- en uitchecken geen onderdeel uitmaakt vande invoering van de nieuwe betaalmiddelen (OVpay), maar dat dit nieuwebetaalsysteem wel nieuwe technische mogelijkheden daartoe geeft. Metdeze technische uitwerking wordt begonnen zodra OVpay volledig isgeïmplementeerd. In het bestuurlijk overleg NOVB van 25 september 2024is nogmaals aangegeven dat het NOVB wil dat enkelvoudig in- enuitchecken een realiteit wordt en dat vervoerders en Translink hiermeeoperationeel starten zodra OVpay is ingevoerd en de ov-chipkaart isuitgefaseerd. Om dit mogelijk te maken worden zijn de noodzakelijkevoorbereidende werkzaamheden qua planning, beleidskeuzen, bekos-tiging en besluitvorming al genomen voor de invoering van OVpay. Deconsumentenorganisaties adviseren positief op het invoeren vanenkelvoudig in- en uitchecken en juichen toe dat het NOVB al start met devoorbereidende werkzaamheden.Financiële situatie openbaar vervoerIn het NOVB zijn zorgen geuit over het functioneren van het OV-systeemals geheel door de financiële situatie waarin de sector zich verkeert. Debekostiging van het openbaar vervoer vindt plaats uit drie bronnen: dereizigersopbrengsten, de exploitatiebijdrage vanuit de concessieverle-nende overheid en de vergoeding die het Ministerie van OCW betaalt voorhet reizen met de ov-studentenkaart. De decentrale overheden envervoerders geven in het NOVB aan dat de doelstellingen uit hetregeerprogramma – toekomstbestendig, betrouwbaar, veilig, betaalbaaren toegankelijk openbaar vervoer – door een cumulatie van financiëleontwikkelingen onder druk kan komen te staan. Hierover blijvengesprekken lopen met de NOVB-partijen en de ontwikkelingen in de(regionale) concessies worden nauwlettend gevolgd. Zoals eerder istoegezegd, wordt uw Kamer in het voorjaar van 2025 geïnformeerd overde keuzes die decentrale overheden maken voor hun vervoersplannen ende impact hiervan op de doelstellingen voor het openbaar vervoer.1714Kamerstuk 23 645, nr. 684.15Kamerstuk 29 984, nr. 1058, Kamerstuk 29 984, nr. 1148 en Kamerstuk 29 984, nr. 115316Kamerstuk 29 984, nr. 1125.17Toezegging TZ202404, nr. 168Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8345 Vervolg NL-ticketOp 3 oktober jl. is uw Kamer geïnformeerd over het NL-ticket en eventuelealternatieven.18 Eén van de meer kansrijke alternatieven bleek deontwikkeling van een regionaal ticket met gratis reizen binnen de regio enkorting daarbuiten. Tijdens de begrotingsbehandeling is vastgesteld datbinnen de Rijksbegroting op dit moment geen middelen beschikbaar zijnom een dergelijk, landelijk ticket te financieren. Er is toen ook aangegevendat er een vervolgonderzoek zou plaatsvinden waarbij gekeken zouworden naar beperking van het ticket voor bepaalde doelgroepen. Naaraanleiding daarvan wordt komende periode toegewerkt naar een voorstelom middelen te kunnen ontvangen vanuit het Europese Social ClimateFund (SCF).19 Hierbij worden de ervaringen met reeds bestaande(regionale) initiatieven voor gratis en/of goedkoop OV voor reizigers metlagere inkomens betrokken. Het NOVB werkt daarom in samenwerkingmet het Ministerie van IenW een concrete propositie uit, die kan wordenmeegenomen in de consultatie van de Nederlandse maatregelen dieworden ingediend bij de Europese Commissie. Nederland moet voor 1 juli2025 een voorstel indienen bij de Europese Commissie. Het kabinet zaldaarvoor een besluit nemen welke maatregelen vanuit Nederlandhiervoor in aanmerking komen. Het ov-ticket is één van de maatregelendie in aanloop naar besluitvorming wordt uitgewerkt. Het Ministerie vanSZW informeert de Kamer begin 2025 over het SCF.Stand van zaken Toegankelijkheid OVBestuursakkoord Toegankelijkheid OV 2022–2032Zoals op 8 november 2022 is toegezegd, zal de voortgang op hetBestuursakkoord Toegankelijkheid OV nauwlettend worden gevolgd en zalde Kamer daarover periodiek worden geïnformeerd. In de brief van8 maart 202420 is de stand van zaken over de toegankelijkheid van hetopenbaar vervoer voor het laatst gedeeld met de Kamer. Inmiddelshebben de decentrale OV-autoriteiten hun uitvoeringsprogramma’sopgesteld en zijn de Rijksmiddelen aan de provincies uitgekeerd via hetProvinciefonds. In 2025 worden die aan de twee metropoolregio’s VRA enMRDH uitbetaald via de Brede Doeluitkering. De Kamer is door hetMinisterie van BZK via de aanbieding van de Septembercirculaire 2024geïnformeerd over de exacte verdeling van de middelen over deprovincies.21Regionale uitvoeringsprogramma’sDe decentrale ov-autoriteiten stellen tot 2032 elke vier jaar een uitvoe-ringsprogramma op. Hierin staat hoe zij de afspraken invullen. Ook delenzij hun vooruitgang. Hierbij wordt een overzicht van de meest relevantebevindingen in de ingediende uitvoeringsprogramma’s gedeeld.In alle provincies waar regionale treinen rijden, is werk gemaakt vanverwezenlijking van reisassistentie per eind 2025. De decentraleOV-autoriteiten delen in hun plannen verschillende indicatoren waarmeezij prioriteit geven aan de haltes die als eerste toegankelijk wordengemaakt. Op het gebied van het borgen van ervaringsdeskundigheidbestaan er nog merkbare verschillen tussen de decentrale OV-autoriteiten.Waar het goed loopt, zijn er verschillende structurele overlegschema’s18Kamerstuk 23 645, nr. 82819Bedoeld om energie- en vervoerarmoede tegen te gaan20Kamerstuk 23 645, nr. 81921Septembercirculaire gemeentefonds 2024, 17 september 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8346 genoemd. Bij sommige decentrale OV-autoriteiten is de vertegenwoor-diging van ervaringsdeskundigen aan tafels zoals de Reizigers OverlegConsumentenbelangen Openbaar Vervoer (ROCOV) nog niet altijdvoldoende geborgd. Op het gebied van de toegankelijkheid vanOV-knooppunten centreren de maatregelen zich vooral rondom het inkaart brengen van de opgave, het uitvoeren van acties en het bieden vanaanvullende ondersteuning. De vervanging van de laatste treinen met eenniet-toegankelijk of geen toilet is voorzien voor december 2028. Innagenoeg alle uitvoeringsprogramma’s is er aandacht voor bejegening,onder andere door middel hier rekening mee te houden bij aanbeste-dingen, regulier overleg van decentrale OV-autoriteiten met vervoerders,oplevering van instructiemateriaal en toetsing in de praktijk viamystery-guests.Toegankelijkheid op stationsDe Kamer is in de vorige verzamelbrief ook geïnformeerd over hetgemiddelde aantal liften die langer dan een week in storing waren.Sindsdien is het gemiddelde aantal liften dat in storing is voor een weekof langer verder gedaald van 10 liften aan het eind van 2023 naarongeveer 7 liften in de herfst van 2024. Ook is er sindsdien een motieaangenomen van Kamerlid Grinwis (ChristenUnie) om afspraken te makenmet ProRail hierover.22 Om invulling te geven aan deze motie heeft IenWProRail gevraagd om vanaf 2025 in de halfjaarverantwoording terapporteren over de werking van liften. De Kamer wordt op deze manierperiodiek geïnformeerd.Open data reizigersstromen OVVoor de ontwikkeling van OV-beleid is het van belang dat OV-autoriteitenkunnen beschikken over gegevens over reizigersstromen in het OV. Omdie gegevens beschikbaar te krijgen, is in het eerste kwartaal van 2018 deInformatiehuishouding OV opgericht. Vervoerders en OV-autoriteitenhebben hiermee een basis gelegd om met elkaar onder voorwaardengegevens te delen ten behoeve van beleidsontwikkeling. Dit vond tot nutoe plaats via open data23 of aan de hand van een informatieverzoek aande Informatiehuishouding OV (vraaggestuurd). Wat nog ontbrak, wasaanbodgerichte informatievoorziening voor OV-autoriteiten.Het belang van beschikbaarheid van data over reizigersstromen wordtonderschreven. Het is belangrijk dat vervoerders data ter beschikkingstellen aan OV-autoriteiten. Daartoe heeft de vorige Staatssecretaris vanIenW regelgeving aangekondigd.24 In dit kader vindt ook onderzoek plaatsnaar de wijziging van de Wp2000. Ondertussen zijn er ook nieuweontwikkelingen waarbij de Informatiehuishouding OV het aanbod aan dataheeft uitgebreid door ook aanbodgerichte gegevenssets beschikbaar testellen aan OV-autoriteiten. Deze aanbodgerichte gegevenssets zullen nogverder worden ontwikkeld om zoveel mogelijk aan de informatiebehoeftevan OV-autoriteiten te voldoen.Beleidsverkenning taxiwet- en regelgeving25Nadat de taxiwet- en regelgeving in de Wet Personenvervoer 2000(Wp2000) is geëvalueerd en de Kamer daarover is geïnformeerd, verkent22Kamerstuk 29 984, nr. 119523https://translink.nl/open-data/24Verzamelbrief 2 september 2022: «Stand van zaken en vooruitblik ontwikkelingen OV & Taxi».Kamerstuk 23 645, nr. 76925Zoals toegezegd in Bijlage bij Kamerstuk 31 521, nr. 137 (2024D09055)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8347 het Ministerie van IenW nu samen met betrokken partijen hoe de kwaliteitvan het taxivervoer in Nederland geborgd kan worden in een snelveranderende taximarkt.26 Het evaluatierapport concludeert dat de wet- enregelgeving over het algemeen naar behoren werkt en dat taxivervoerover het algemeen veilig, betrouwbaar, beschikbaar, en betaalbaar is. Ookwordt geconcludeerd dat er verbeteringen mogelijk zijn, onder ander in dehandhaving. Samen met betrokken partijen, zoals de Inspectie Leefom-geving en Transport (ILT), taxiondernemers en -chauffeurs, gemeenten,ondernemersorganisatie Koninklijk Vervoer Nederland, en platforms,verkent het Ministerie van IenW of het taxibeleid aanpassing behoeft. Hetis belangrijk dat eventuele wijzigingen van beleid goed uitvoerbaar enhandhaafbaar zijn en dat ze niet leiden tot hogere lasten voor de onder-nemers in de sector. Ook is het van belang dat beleidswijzigingen dewerving van personeel niet bemoeilijken aangezien in veel delen van desector wordt gezocht naar nieuwe chauffeurs, onder andere voor hetvervoer van ouderen, zieken, en leerlingen.Voortgang Centrale Database TaxivervoerOp 8 maart 2024 is de Kamer per brief27 geïnformeerd over de stand vanzaken rond de opvolger van de Boordcomputer Taxi (BCT): de CentraleDatabase Taxivervoer (CDT). Zoals toen is aangegeven, is er bij dezenieuwe systematiek sprake van voortdurende aanlevering van taxivervoer-gegevens (waaronder persoonsgegevens van de chauffeur) bij eencentrale database van ILT. Privacybescherming is daarom eenaandachtspunt bij het wetgevingstraject van de aangepaste Bp2000 en deministeriële regeling CDT. Als onderdeel van deze aanpassing is een toetsdoor Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op het besluit uitgevoerd. Dehoofdlijnen van het advies van AP zien op het onderkennen van risico’s enhet beter onderbouwen van de noodzakelijkheid van een aantal gegevens.Onder andere op het verzamelen van de locatie van vertrek en aankomstper rit. Bij subsidiariteit en proportionaliteit wordt volgens AP onvol-doende rekening gehouden met het risico op «function creep»28 en hetrisico dat de centraal opgeslagen gegevens onverhoopt in verkeerdehanden vallen. Daarnaast mist AP in het conceptvoorstel een bewaar-termijn voor de gegevens die worden verzameld in de Centrale DatabankTaxitoezicht.ILT en het Ministerie van IenW zijn met deze punten aan de slag gegaan.Eén van de aanpassingen na het advies van AP is dat de aankomstlocatievan een taxirit niet meer zal worden geregistreerd. De startlocatie enafgelegde afstand in kilometers is echter wel nodig, om te kunnencontroleren of aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Dit zal in de notavan toelichting behorende bij het besluit beter worden onderbouwd. Dezogenaamde «function creep» zal worden erkend en de bestaandebeheersmaatregelen zullen worden omschreven. Daarnaast zullen debewaartermijnen een duidelijkere plek krijgen in het besluit. Na dezeaanpassingen zal de voorgestelde wetgeving worden aangeboden vooradvisering aan Raad van State. De streefdatum voor inwerkintreding vande CDT is 1 juli 2025.Periodieke Rapportage Art. 16 Openbaar Vervoer en SpoorIn de procedurevergadering van de vaste commissie voor Infrastructuuren Waterstaat van 23 oktober 2024 is gesproken over de opzet van de26Kamerstuk 31 521, nr. 13727Bijlage bij Kamerstuk 23 645, nr. 819; 2024D0901728Er is sprake van «function creep» als gegevens ergens anders voor gebruikt worden dan zeoorspronkelijk zijn bedoeldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8348 Periodieke rapportage artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor. Decommissie heeft tijdens dit overleg verzocht om in de opzet van deperiodieke rapportage rekening te houden met een tweetal aandachts-punten; de commissie ondersteunt het uitvoeren van additioneelevaluatieonderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van deBVOV en TVOV. Daarnaast acht de commissie blijvende aandacht vooradequate doelformulering, betekenisvolle indicatoren en een goedeevaluatieprogrammering zinvol. Het Ministerie van IenW zal dezeaandachtspunten meenemen in het vervolg van de Periodieke Evaluatievan Art. 16 Openbaar Vervoer en SpoorProgramma Toekomstige Marktordening SpoorIn het Regeerprogramma heeft het kabinet zijn streven aangekondigd omin 2026 een principebesluit te nemen over de marktordening op het spoorna 2033, als de concessie voor het hoofdrailnet afloopt. In het ProgrammaToekomstige Marktordening Spoor is gestart met het identificeren vanmogelijke studievarianten van marktordening. Per variant zal met expertsvan ProRail en de sector onderzoek worden gedaan naar wat de effectenzijn van die variant voor onder andere de reizigers, de infrastructuur,sturing en coördinatie, en technische en juridische maakbaarheid. Dedecentrale overheden worden, als opdrachtgevers van decentraletreinconcessies, hier nauw bij betrokken. Ook is er regelmatig overleg metde stakeholders en worden ervaringen uit andere Europese landen hierbijbetrokken. De Kamer wordt in het voorjaar van 2025 verder geïnformeerdover de gekozen studievarianten en het vervolgproces.Sturing op open toegang in het personenvervoerEind 2023 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de Kamereen onderzoeksrapport toegestuurd over de verschillen in reguleringtussen open toegang- en concessievervoer. In navolging van dit rapport,en mede om uitvoering te geven aan de moties van de leden Minhas29 enDe Hoop30, heeft IenW de afgelopen periode overlegd met de sector overmogelijke aanvullende instrumenten om bij (meer) open toegang effectiefte kunnen blijven sturen op de borging van publieke belangen. Naarverwachting wordt de Kamer in het voorjaar van 2025 geïnformeerd overde beleidsinstrumenten die nader worden uitgewerkt.Aanmerken Waddenveren als openbaar vervoerIn de aangenomen motie van de Kamerleden Tjeerd de Groot, Vedder enDe Hoop31 verzoeken zij de regering om te onderzoeken wat er nodig isom de Friese Waddenveren aan te merken als openbaar vervoer. Detoenmalige Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft daaroptoegezegd alle voor- en nadelen van het aanmerken van de Waddenverenals openbaar vervoer in kaart te zullen brengen. Onderzoeksbureau APPMis gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. Het eindrapport is op17 januari 2025 opgeleverd. In de bijlage is het rapport opgenomen. In heteerstvolgende reguliere Bestuurlijk Overleg Wadden zullen de uitkomstenvan het rapport worden besproken met de betrokken bestuurders. DeKamer wordt over de uitkomsten van dit overleg geïnformeerd.29Kamerstuk 29 984, nr. 102230Kamerstuk 29 984, nr. 114131Kamerstuk 29 684, nr. 264Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8349 WisselverwarmingenIn het Tweeminutendebat Spoorveiligheid en ERTMS op 19 december2024 is aan het lid Van Dijk (NSC) toegezegd32 om in januari nadereinformatie te geven over de maatregelen die ProRail gaat nemen op hetgebied van wisselverwarming.Het verminderd inzetten van wisselverwarming is onderdeel van hetbasiskwaliteitsniveau spoor dat samen met ProRail is uitgewerkt33. Hetbasiskwaliteitsniveau is een stabiel, langjarig en robuust instandhoudings-niveau van de Nederlandse spoorinfrastructuur vanaf 2026, dat haalbaaren maakbaar is en waarbij een constructief veilig en betrouwbaarspoornetwerk onverminderd wordt geborgd. Het uitgangspunt voor demaatregel bij wisselverwarming is het kunnen voortzetten van de huidigesituatie waarbij de reguliere dienstregeling ook onder winterse omstan-digheden gereden kan worden en waarin bij vooraf bepaalde criteria (metbetrekking tot weersomstandigheden) een Landelijk Uitgedunde Dienstre-geling (LUD) wordt gereden. De maatregel betekent dat de wisselver-warming niet meer vervangen wordt op plekken waar wissels in dereguliere dienstregeling of de LUD niet of erg weinig gebruikt worden.In het Nederlandse spoor liggen ongeveer 4.500 wissels met wisselver-warming. Deze wisselverwarming gaat aan als de weersvoorspellingeneen kans aangeven van meer dan 10 procent op winters weer (sneeuwvalof ijzel). ProRail heeft geanalyseerd dat het mogelijk moet zijn om vanafwinterseizoen 2025/2026 ongeveer de helft van de wisselverwarmingsin-stallaties in Nederland uit te schakelen en op termijn te verwijderen.Op dit moment is het reeds de praktijk dat wissels die slechts incidenteelgebruikt worden, bijvoorbeeld in de bijsturing, bij winters weer door deverkeersleiding in een groot aantal gevallen vastgelegd worden inéén stand, waardoor ze niet kunnen storen. Bij die wissels is verwarmingeigenlijk niet nodig. Daarnaast hebben de milder wordende Nederlandsewinters de noodzaak voor uitgebreide wisselverwarming verminderd. Deafgelopen decennia is het aantal sneeuwuren met harde wind gehalveerd.Ook ziet ProRail dat wisselverwarming niet overal effectief is. Bij extremewinters zijn het volgens ProRail vaak andere factoren in de infrastructuurdie voor verstoringen zorgen. De toegevoegde waarde van uitgebreidewisselverwarming weegt daarom in veel gevallen niet langer op tegen deinstandhoudingskosten (zowel gasverbruik als onderhouds- envervangingskosten).Wisselverwarming zal dus alleen toegepast blijven worden waar dit netals nu nodig is om bij winters weer een normale of uitgedunde dienstre-geling te kunnen rijden. Dat betekent dat de bestaande installaties op dehoofdbaan behouden blijven. Op emplacementen blijven de belangrijksteroutes naar opstelsporen voorzien. Er is een risico dat in sommigeomstandigheden toch niet alle treinen tijdig hun opstelplek kunnenbereiken of verlaten. Dat risico wordt (grotendeels) gemitigeerd doorstoringsploegen van aannemers gerichter in te zetten op de wisselver-warming die nodig is voor de reguliere dienstregeling en/of de LUD.ProRail verwacht daarnaast dat de prestaties van de wisselverwarming dieblijft liggen zal verbeteren, omdat gasgestookte verwarmingen vervangenworden door elektrische verwarmingen die betrouwbaarder zijn. Bijextreme winterse omstandigheden verwacht ProRail per saldo geenverbetering of verslechtering van de prestaties.32Toezeggingnummer nog onbekend.33Kamerstukken 29 984, nrs. 1202 en 1184.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 83410 Burgerinitiatief Publiek, toegankelijk en gratis OVOp 1 oktober 2024 is het burgerinitiatief «publiek, toegankelijk en gratisOV» aangeboden aan de commissie voor de Verzoekschriften en deBurgerinitiatieven. Meer dan 46.000 mensen hebben dit initiatiefgesteund. Het kabinet heeft kennisgenomen van het burgerinitiatief en ikvind het mooi om te zien dat er zoveel betrokkenheid is bij het OV en dater wordt meegedacht hoe het nog beter kan. Zoals door de Kamer isverzocht, stuurt het kabinet voor het te plannen plenair debat over hetburgerinitiatief een aparte brief met een reactie op het initiatief.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 83411
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe het voorstel van Olger van Dijk, om een gratis service aan te bieden waarbij reizigers hun oude OV-kaart kosteloos kunnen inwissele
De staatssecretaris zegt toe het voorstel van Olger van Dijk, om een gratis service aan te bieden waarbij reizigers hun oude OV-kaart kosteloos kunnen inwisselen voor een nieuwe OVpay-kaart, te bespreken met de betrokken OV-bedrijven.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.