KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op het IBO Bedrijfsfinanciering

6 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b9dae73d774f7580 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 637BedrijfslevenbeleidNr. 658 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 december 2024«Veel bedrijven kunnen financiering krijgen, maar er zijn nog een aantalknelpunten waardoor dit niet altijd goed lukt.» Een heldere boodschap uithet interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) bedrijfsfinanciering. Hetkabinet neemt deze boodschap ter harte. Via deze brief informeren wij uwKamer over hoe we met de resultaten van het IBO om willen gaan, omeen optimaal financieringsklimaat te creëren waarin ondernemers kunnenfloreren en daarmee maximaal bijdragen aan de maatschappij.Ondernemerschap vormt het fundament van onze economie, drijftinnovatie en creëert werkgelegenheid. Veelbelovende ideeën en onderne-mingen kunnen alleen tot bloei komen als hier financiële middelen voorgevonden kunnen worden. Het is daarom van essentieel belang datfinanciering voor ondernemers in voldoende mate toegankelijk is. Zokunnen de kansen voor de economie van de toekomst benut worden enblijft Nederland innovatief en concurrerend. De financieringsmarkt komtniet in alle gevallen vanzelf goed tot stand. De overheid investeert daaromin een breed scala aan financieringsinstrumenten, van micro-kredieten totdurfkapitaal en van het reguliere mkb tot de innovatieve scale-up.We danken de werkgroep, haar voorzitter en het secretariaat van dit IBO.Het doel van het IBO Bedrijfsfinanciering «Kies voor Baten» was om tebeoordelen of het bedrijfsfinancieringsbeleid doelmatig en doeltreffend isen om mogelijkheden voor verbetering te identificeren. Hiertoe is hetfinancieringslandschap en het overheidsinstrumentarium geanalyseerd,zijn knelpunten geïdentificeerd en zijn intensiveringen en bezuinigingenaangedragen. Daarbij is er ook aandacht besteed aan de samenhang vanen wisselwerking tussen de verschillende instrumenten.De primaire focus van het IBO lag bij instrumenten die direct toezien ophet oplossen van marktfalen in de financieringsmarkt. Dit zijn garanties,verzekeringen, vreemd vermogen, durfkapitaal, en fund-of-funds.Subsidies en fiscale regelingen bieden bedrijven ook financiële ruimte. Zezien echter niet op een specifiek marktfalen op de financieringsmarkt maar kst-32637-658ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6581 hebben andere beleidsdoelen. Hoewel deze wel zijn beschreven vormenze niet de primaire focus. Bij de beleidsopties van het IBO is gefocust ophet effect op de bedrijfsfinancieringsmarkt en niet op andere maatschap-pelijke en strategische doelen.Hoofdconclusie van het IBO is dat de financieringsmarkt en het huidigefinancieringsinstrumentarium op hoofdlijnen goed functioneert. Demeeste bedrijven hebben goede toegang tot financiering1 en over hetalgemeen sluit het financieringsinstrumentarium van de overheid goedaan bij het marktfalen op de bedrijfsfinancieringsmarkt. Wel zijn er tweebelangrijke knelpunten. Ten eerste is er een tekort aan durfkapitaal voorlatere groeifases van innovatieve scale-ups die belangrijk zijn voor eentoekomstig en duurzaam verdienvermogen. Dit speelt vanaf 10 miljoeneuro en in het bijzonder bij financieringsrondes boven de 50 miljoen euro.Hoewel Nederland een relatief goed ontwikkeld aanbod van durfkapitaalvoor de vroege fase kent is dit voor latere fases maar beperkt aanwezig.De doorgroei van startups naar scale-ups blijft daarom achter inNederland. Het tweede knelpunt betreft de beperkte toegang vanmkb-bedrijven tot kleine kredietverlening, aangezien banken zich intoenemende mate uit dit segment terugtrekken. Vooral onder de 1 miljoeneuro is het relatief lastig en duur om aan financiering te komen. Ditbeperkt deze bedrijven om te groeien en bij te dragen aan de economie.Het kabinet pakt deze knelpunten met name aan door de slagkracht vanInvest-NL te vergroten met 900 miljoen euro. Daarnaast zet het kabinet inop een versterking van de private financieringsmarkt door te werken aaneen versteviging van de kapitaalmarktunie en een betere toegang totfinanciering voor ondernemers. Dat laatste doet het kabinet via deFinancieringsGids en een verkenning van een verruiming van degarantstelling op financiering via de BMKB; met name voor de financie-ringsmarkt tot 1 miljoen euro, zodat het mkb makkelijker aan financieringkan komen. Later in deze brief wordt uitgebreider ingegaan op demanieren waarop het kabinet invulling geeft aan de beleidsopties die inhet IBO worden geschetst. In de kabinetsreactie kijkt het kabinet ookbreder dan marktfalen, en neemt het ook andere maatschappelijke enstrategische doelen mee.Het kabinet kiest er daarnaast voor om focus aan te brengen in hetinstrumentarium. Het kabinet heeft besloten om de Groeifaciliteit tebeëindigen, onder meer vanwege de uitkomsten van het IBO, het lagegebruik van de regeling en de lage kosten-baten verhouding.Het IBO bedrijfsfinanciering staat niet op zichzelf. Beleidsinstrumentenworden iedere vijf jaar geëvalueerd, waarbij de instrumenten wordenbeoordeeld op doelmatigheid en doeltreffendheid. Dit jaar zijn er diverseevaluaties opgeleverd evenals een meta-evaluatie van het risicokapitaal-instrumentarium, welke met uw Kamer zijn gedeeld2. Uw Kamer ontvangtin een later stadium een reactie op de bevindingen en aanbevelingen vandeze evaluaties. Daarnaast wordt in deze brief, waar relevant, gereageerdop de bevindingen van de Gezant MKB-Financiering en zijn rapport«Aanbevelingen ter verbetering van de MKB-Financiering tot 1 miljoeneuro».31Met financiering wordt zowel het verstrekken van leningen als het nemen van een aandelen-belang bedoeld. Het traditioneel mkb is doorgaans gefinancierd met (bancaire) leningen,startups en scale-ups zijn voor een belangrijk deel gefinancierd middels risicokapitaal in devorm van een aandelenbelang.2Meta-evaluatie: Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 100. Evaluaties risicokapitaal instrumenten:Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 973Kamerstuk 32 637, nr. 650Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6582 Het vervolg van deze brief gaat eerst nader in op de belangrijksteconclusies uit het IBO. Vervolgens wordt uiteengezet hoe invulling wordtgegeven aan de beleidsopties uit het IBO.Belangrijkste conclusies uit het IBOHet IBO concludeert dat de financieringsmarkt goed functioneert en hethuidige financieringsinstrumentarium goed in elkaar zit. Nederlandsebedrijven geven relatief weinig aan financiering als een obstakel te zien,ook in vergelijking met andere Europese landen. De financieringsmarkt isdaarbij ook in beweging. De bank is nog steeds een belangrijk kanaal,maar de non-bancaire sector is sterk in opkomst. Het IBO stelt verder datbedrijven en financiers hun weg goed weten te vinden. Dit komt mededoordat veel instrumenten indirect ingrijpen op de financieringsmarkt,bijvoorbeeld via garanties of via fund-in-funds-investeringen. Bedrijvenlijken daarmee weinig last te hebben van de verscheidenheid vaninstrumenten. Daarnaast is gebleken dat het overheidsinstrumentariumop hoofdlijnen goed aansluit bij marktfalen en hier ook op ingrijpt, maardat er twee segmenten zijn waar nog knelpunten worden ervaren. Heteerste knelpunt betreft de doorgroei van innovatieve bedrijven en hettweede knelpunt betreft mkb financiering tot 1 miljoen euro. Het IBO geeftinzicht in de oorzaken van de twee resterende knelpunten.Voor het eerste knelpunt geldt dat door fragmentatie van de Europesemarkt zowel in Nederland als de Europese Unie (EU) weinig fondsen metvoldoende omvang bestaan om scale-ups in een latere fase te financieren.Nederlandse startups en scale-ups halen relatief snel financiering op in devroege fase maar halen minder vaak vervolgfinanciering op en doen hierook langer over. Nederland heeft één van de laagste opschalingsratio’svan de EU. In latere fases zijn bedrijven in grotere mate afhankelijk vanbuitenlandse investeerders.Bij het tweede knelpunt (financiering tot 1 miljoen euro) ligt dat aanverschillende factoren; de doelgroep heeft een beperkt trackrecord(starters), onderpand of moeite met oriënteren op financiering. Verderdrukken administratieve lasten relatief gezien zwaarder op het rendementvan deze kredieten, wat automatisering van het kredietverleningsprocesstimuleert, maar waarmee maatwerk soms in het gedrang komt. Volgenshet IBO is het niet duidelijk wat het effect is van wet- en regelgeving op(bancaire) kredietverlening, zoals bijvoorbeeld de kosten volgend uit deverplichtingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financierenvan terrorisme (Wwft).Verder speelt dat banken nog steeds de belangrijkste financier zijn van hettraditioneel mkb maar dat deze bancaire kredietverlening terugloopt. Denon-bancaire sector laat daarentegen een sterke groei zien. Hierondervallen financiers zoals bijvoorbeeld crowdfunding, leasing en factoring.Dit maakt het financieringslandschap gevarieerder, maar ook complexerom te navigeren. Hoewel het IBO aantoont dat het mkb er qua solvabiliteitgoed voor staat, en vaker uit eigen middelen kan financieren, bestaat hetrisico op onderinvestering bij marktfalen op de financieringsmarkt. Ditverdient aandacht gezien de noodzakelijke investeringen in arbeidspro-ductiviteit en transities.Tegelijkertijd stelt het IBO dat niet ten aanzien van elke categorieondernemers marktfalen evident aanwezig is. In de huidige arbeidsmarkten gelet op de ruimtelijke krapte gaat het stimuleren van één type bedrijften koste van andere bedrijvigheid met mogelijk meer toegevoegdewaarde voor de Nederlandse samenleving. Het IBO geeft beleidsopties diemeer focus aanbrengen in het overheidsinstrumentarium, dit kan doorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6583 regelingen af te schalen die zonder goede reden (marktfalen) bedrijfs-financiering stimuleren of die onvoldoende toezien op de groep bedrijvenwaar de grootste toegevoegde waarde te behalen is. Het IBO stelt dat ditmet name speelt ten aanzien van het grootbedrijf (m.u.v. grote export-transacties) en de agrarische sector. Dat er geen marktfalen wordtaangepakt op de financieringsmarkt betekent niet direct dat er geen ratioachter een instrument zit, hier kunnen andere (beleidsmatige) overwe-gingen achter zitten, zoals maatschappelijke doelen als de energietran-sitie, strategische autonomie en voedselzekerheid.Het IBO gaat daarnaast in op de institutionele vormgeving van hetoverheidsinstrumentarium. Het overheidsinstrumentarium in Nederland isverspreid over verschillende organisaties. Dit komt enerzijds door deverschillende ontstaansgeschiedenissen van de instrumenten. Anderzijdsspeelt mee dat de uitvoering van sommige instrumenten beter passen bijeen agentschap, zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,(RVO), terwijl andere beter passen bij een private deelneming, zoalsInvest-NL.Het IBO geeft verschillende mogelijkheden om tot een betere institu-tionele vormgeving van het overheidsinstrumentarium te komen. Deeenvoudigste manier is door verbeterde samenwerking tussen deverschillende organisaties. Deze betere samenwerking kan onder meerleiden tot synergievoordelen. Een verdergaande vorm is het samen-voegen van instrumenten onder één organisatie, waarbij het IBOtegelijkertijd concludeert dat het samenvoegen van instrumenten geendirecte oplossing is voor de belangrijkste knelpunten en (significante)reorganisatiekosten kent.Het IBO gaat ook in op de consequenties van een publiek-privateinvesteringsinstelling en een mkb-bank maar raadt beide opties af. Meteen mkb-bank wordt een publieke bank bedoeld die direct kredietenverstrekt aan het mkb. Hiermee wordt het marktfalen niet opgelost, maarworden risico’s overgeheveld van de private naar de publieke sector. Eenmkb-bank heeft immers te maken met dezelfde transactiekosten eninformatieasymmetrie als private financiers en moet aan dezelfde wet- enregelgeving voldoen als private financiers. Ook bestaat het risico dat demkb-bank bestaande en non-bancaire financiering uit de markt drijft.Met een publiek-private investeringsinstelling wordt een instellingbedoeld die zelfstandig privaat eigen en vreemd vermogen kanaantrekken. Een belangrijk nadeel hiervan is dat de instelling een hoger(verwacht) rendement moet behalen om ervoor te zorgen dat privatevermogensverstrekkers bereid zijn om te investeren. Dit is onwenselijkomdat dit minder ruimte biedt voor investeringen met hoge maatschappe-lijke baten maar lage of onzekere financiële baten zoals onder anderevoorkomt bij deep- en cleantech.Naast het IBO heeft PwC in opdracht van het Ministerie van EconomischeZaken aanvullend een internationale vergelijking gemaakt tussenverschillende internationale financieringsinstellingen in omringendelanden. Met de bevindingen uit het IBO en PwC4 wordt voldaan aan hetverzoek uit de motie van de leden Slootweg en Bontenbal5 en de motievan de leden Dassen en Van der Lee6 om te onderzoeken hoe hetinstrumentarium in Nederland op één centrale plek vormgegeven kanworden. Daarmee worden beide moties afgedaan.4Kamerstuk 32 637, nr. 6425Kamerstuk 32 013, nr. 2706Kamerstuk 36 550, nr. 19Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6584 Het IBO is daarnaast ook uitgevoerd in lijn met moties van de leden VanHouwelingen7 en Inge van Dijk c.s.8. Het kabinet doet de moties middelsdeze brief af. Eerstgenoemde verzoekt het kabinet te onderzoeken hoemkb-kredietverlening verbeterd kan worden. Motie Van Dijk c.s. roept opom, flankerend aan de FinancieringsGids, overheidsregelingen teonderzoeken die kunnen bijdragen aan het succes van de hub (deze stondvoorheen bekend als de Financieringshub). Hierbij zou ook naar fiscaleregelingen en buitenlandse voorbeelden gekeken moeten worden. HetIBO omvat zowel maatregelen ter ontwikkeling van de FinancieringsGidsalsmede regelingen die toegang tot mkb- en startupfinanciering verbe-teren. Hierbij is ook gekeken naar voorbeelden uit het VK, Duitsland,België en Frankrijk. Fiscale regelingen voor zowel het innovatieve als hetbrede mkb worden onderzocht in een apart onderzoek n.a.v. de motieRomke de Jong9. Een reactie op dit onderzoek wordt in het eerstekwartaal van 2025 verwacht.Daarnaast heeft het kabinet toegezegd nader toe te lichten of anti-witwasregels Europees zijn, en zo ja of deze in Nederland strenger geïmplemen-teerd en toegepast worden dan in andere landen (door banken entoezichthouders). Zo niet, of er vergelijkbare anti-witwas regels zijn in hetbuitenland en hoe streng de toepassing daar is ten opzichte vanNederland. Op deze vragen wordt ingegaan in de bijlage van deze brief.Hiermee wordt deze toezegging afgedaan.Op basis van de belangrijkste conclusies schetst het IBO beleidsoptieslangs vier richtingen. De eerste richting is het verbeteren van de werkingvan de financieringsmarkt, waarbij het ontwikkelen van de EuropeseKapitaalmarktunie, een betere werking van de private financieringsmarkten een betere samenwerking tussen publieke financieringsinstrumentencentraal staan. De tweede richting betreft intensiveringen, waarbij degeïdentificeerde knelpunten worden aangepakt met extra steun. De derderichting spitst toe op het terugdringen van overheidsingrijpen door meerfocus aan te brengen. Ten slotte is er aandacht voor fiscale optimalisaties.Inhoudelijke reactie op conclusies en beleidsoptiesHet kabinet onderschrijft de conclusie uit het IBO dat de financierings-markt op hoofdlijnen goed functioneert, maar dat er nog twee knelpuntenresteren. Het kabinet benadrukt dan ook het belang om deze knelpuntenaan te pakken.Doordat er maar beperkt financiering aanwezig is voor latere groeifasesstokt de doorgroei van innovatieve bedrijven. Dit is zorgelijk omdat hunpotentieel daardoor niet ten volle wordt benut. Ook kan dit ertoe leidendat deze bedrijven verhuizen naar landen buiten de EU waar financieringbeter beschikbaar is, zoals de Verenigde Staten. Dit is niet alleen eenverlies aan economische waarde, maar ook aan innovatiekracht en talent.Dit straalt uit naar de rest van de keten en kan nadelig zijn voor zowel destrategische autonomie van ons land en de EU, als voor het realiseren vangroene groei.Ook vindt het kabinet het zorgwekkend dat het voor kleine ondernemersmoeilijk is om financiering aan te trekken. Het mkb is cruciaal voor dewerkgelegenheid en de economische ontwikkeling. Zo is het mkbverantwoordelijk voor 73% van de werkgelegenheid en 62% van de7Kamerstuk 32 637, nr. 6318Kamerstuk 36 410 IX, nr. 129Kamerstuk 32 637, nr. 580Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6585 toegevoegde waarde10 11. Deze ondernemers houden de regionaleeconomie draaiende en zorgen voor een gediversifieerde economie.Verder heeft het mkb een cruciale rol als toeleverancier en afnemer vanhoogwaardige industrie en is daarom onmisbaar voor onze ecosystemen.Het kabinet vindt het dan ook belangrijk dat zij in voldoende mate toeganghebben tot passende financiering. Hiermee kan groei en innovatie wordengefinancierd. Een gebrek aan passende financiering leidt tot onderinveste-ringen waardoor het toekomstig verdienvermogen wordt geschaad.Het kabinet verwelkomt de beleidsopties om verbeteringen in definancieringsmarkt aan te brengen. Hiermee worden beide knelpuntenvoor een belangrijk deel geadresseerd. Deze beleidsopties zijn aanvullendop bestaand beleid, zoals eerder met uw Kamer is gedeeld in de Kamer-brief MKB Financiering12. Het kabinet kiest ook voor focus in het instru-mentarium, daarom wordt op basis van het minder evidente marktfalen inde doelgroep de Groeifaciliteit beëindigd. Het kabinet zal ten tijde van devoorjaarsbesluitvorming bezien hoe deze middelen ingezet kunnenworden voor andere doeleinden, zoals mogelijk het geïdentificeerdeknelpunt voor (kleine) kredietverlening aan het mkb.Knelpunt doorgroeiDe belangrijkste stap die dit kabinet zet om het knelpunt rondomdoorgroei te verhelpen is het vergroten van de slagkracht van Invest-NL.Hierdoor heeft Invest-NL meer mogelijkheden om te investeren in dedoorgroei van startups naar scale-ups. Dit kan via directe investeringen ofvia fondsinvesteringen. In totaal is er 900 miljoen euro extra beschikbaarvoor Invest-NL, deels voor een verhoging van het kernkapitaal vanInvest-NL (600 miljoen euro), en deels voor een Blended Finance faciliteit(250 miljoen euro). Blended finance is een vorm van financiering waarbijprivaat en publiek kapitaal wordt gecombineerd en waarbij de financie-ringsvorm doorgaans tussen subsidies en harde financiering in ligt. Metblended finance kan Invest-NL meer risico nemen. Hierdoor kan Invest-NLmeer bijdragen aan het opschalen van projecten met grote maatschappe-lijke waarde maar lage of onzekere financiële baten. Dit biedt daarommogelijkheden om meer privaat kapitaal aan te trekken. Verder wordenrisico’s voor de nationale veiligheid ondervangen door de Beschermings-voorziening Economische Veiligheid te verhogen met 50 miljoen euro.Om de doorgroei van innovatieve bedrijven te bevorderen is hetbelangrijk dat ook in de vroege fase voldoende financiering beschikbaaris. Het kabinet blijft daarom met het bestaande instrumentarium voorinnovatieve bedrijven inzetten op de ontwikkeling en doorgroei vanbelangrijke innovaties, onder meer via de TTT-regeling, Vroegefasefinan-ciering, de SEED-regeling, de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen(ROM’s) en het Innovatiekrediet. Deze instrumenten zijn voor eenbelangrijk deel revolverend, waardoor de lening of investering ookterugvloeit, in tegenstelling tot subsidies.Daarnaast heeft het kabinet met interesse gekeken naar hoe de institu-tionele vormgeving van het instrumentarium kan bijdragen aan hetverhelpen van dit knelpunt. Het kabinet kiest er nu eerst voor om desamenwerking tussen het bestaande instrumentarium te versterken.Daarom zal het kabinet op korte termijn samenwerkingsafspraken tussenInvest-NL, RVO en de ROM’s faciliteren. Door de samenwerking te10De maatschappelijke waarde van het mkb: Een onderzoek onder het mkb, 2023. (Panteia enMKB Nederland)11Staat van het MKB: Economisch belang, 2021. (CBS)12Kamerstuk 32 637, nr. 578Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6586 vergroten kan de doelmatigheid van het instrumentarium wordenvergroot en kunnen transactiekosten afnemen en synergievoordelenworden behaald. Daarnaast schetst het IBO een aantal andere verder-gaande opties om het instrumentarium in te richten. In een later stadiumwordt bekeken of het wenselijk is om deze opties te verkennen.Naast deze maatregelen is ook de Europese kapitaalmarktunie van belangin het adresseren van dit knelpunt. Het kabinet deelt de conclusie van hetIBO dat verdieping en integratie van de Europese kapitaalmarkt cruciaal isvoor het versterken van het concurrentievermogen van de Europeseeconomie. Een verdere versterking hiervan neemt barrières weg voor hetvrije verkeer van kapitaal in de EU. Een goed functionerende, diepe engeïntegreerde Europese kapitaalmarkt is daarmee essentieel voorgroeiende en innovatieve bedrijven. Het kan bijdragen aan (private)investeringen in onder meer duurzaamheid, digitalisering, voedselze-kerheid, (economische) veiligheid en defensie. Het kabinet zet in opambitieuze voortgang bij de ontwikkeling van de kapitaalmarktunie enverkent hierbij samenwerking met gelijkgestemde lidstaten, in lijn met demoties Van der Lee/Van Weyenberg13 en Dassen c.s.14. Daarnaast is hetbelangrijk om Europese middelen beter te benutten ter versterking vanonze nationale financieringsinstrumenten.Knelpunt mkb financieringNet als de versterking van de kapitaalmarktunie en het beter benutten vanEuropese financieringsmogelijkheden, verbreedt ook het versterken vande non-bancaire financieringsmarkt de financieringsmogelijkheden vanhet mkb. Non-bancaire financiering, zoals factoring, leasing, direct-lending, crowdfunding en kredietunies, speelt een steeds belangrijkere rolen kan daarmee een verrijking bieden van het financieringslandschap.Voor het knelpunt in de financieringsmarkt tot 1 miljoen euro kiest hetkabinet voor een aantal beleidsopties die de private financieringsmarktverbeteren en wordt verkend of wijzigingen in het instrumentariumkunnen zorgen voor betere toegang tot financiering. Het kabinet heefthierbij ook met interesse gekeken naar de aanbeveling van Menno Snelals gezant MKB-financiering.Betere werking private financieringsmarktHet doorvoeren van verbeteringen in de toegang tot betrouwbarefinanciers en intermediairs, evenals een versterking van financieringsaan-vragers, ziet het kabinet als een belangrijke stap om het knelpunt van mkbfinanciering (tot 1 miljoen euro) aan te pakken. Dit zorgt voor een meerdynamische en diverse financieringsmarkt, waardoor meer ondernemerstoegang kunnen krijgen tot passende financiering. Dit is belangrijk voorondernemers die moeilijk bij traditionele banken terecht kunnen. Verderkan de opkomst van de non-bancaire sector de concurrentie in definancieringsmarkt vergroten, wat kan leiden tot lagere kosten en beterevoorwaarden voor ondernemers. De opkomst van non-bancaire finan-ciers, aanvullend op traditionele banken, heeft geleid tot meer maatwerk-oplossingen voor ondernemers. Om deze ontwikkelingen goed te kunnenduiden is het Ministerie van Economische Zaken met DNB en financiers(bancair en non-bancair) een pilot gestart om de datavoorziening over demkb-financieringsmarkt te verbeteren. Rond de zomer van 2025 ontvangtuw Kamer de eerste resultaten.13Kamerstuk 21 501-07, nr. 192814Kamerstuk 21 501-20, nr. 2112Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6587 In de afgelopen jaren is de private financieringsmarkt verrijkt, maardaarmee ook gefragmenteerd. Met name het micro- en kleinbedrijf ervaartuitdagingen bij de zoektocht naar externe financiering. Het kabinet heeftdaarom invulling gegeven aan de beleidsopties ter verbetering van detransparantie van het financieringslandschap met de lancering van deFinancieringsGids, waar ondernemers op één centrale plek een rijkaanbod van betrouwbare financiers en intermediairs kunnen vinden.Hiermee doet zij ook de motie van Dijk c.s. af15 Deze FinancieringsGids is,in samenwerking met betrokken stakeholders en de GezantMKB-Financiering, ondergebracht bij de Kamer van Koophandel. Voor deFinancieringsGids zijn dit jaar en voor 2025 middelen beschikbaar gesteld.Tijdens de integrale weging in het voorjaar zal de continuering endoorontwikkeling van de FinancieringsGids worden bezien. Hierbij zal ookmeegenomen worden hoe, in het verlengde van de FinancieringsGids, dekwaliteit van potentiële financieringsaanvragen verbeterd kan worden viaeducatieve programma’s, vouchers voor begeleiding door financierings-adviseurs, en een (re)checkloket voor afgewezen aanvragen (aanvankelijkvia pilots). Het kabinet ondersteunt daarnaast de inspanning van de sectoren gezant MKB-Financiering, Menno Snel, om in 2025 tot een vrijwilligafsprakenstelsel omtrent doorverwijzing en toelatingseisen te komen inrelatie tot de FinancieringsGids16.Het kabinet heeft met interesse kennisgenomen van de beleidsoptie voorhet proportioneel delen van zekerheden onder financiers om de toegangtot krediet voor ondernemers te verbeteren. Hoewel dit in potentie kanbijdragen aan betere financieringsmogelijkheden, is niet gegarandeerddat het altijd leidt tot daadwerkelijk meer en/of verbeterde kredietver-lening. Het proportioneel delen van zekerheden brengt extra kosten metzich mee, omdat financiers onderzoek moeten doen naar de waarde enrisico’s van de zekerheden. Eventuele wettelijke aanpassingen kunnenbovendien de juridische positie van financiers verzwakken en hetverstrekken van mkb-kredieten minder aantrekkelijk maken.In aanvulling hierop overweegt de Staatssecretaris Rechtsbeschermingom het pandrecht op enkele punten verder te actualiseren, waaronder hetwettel(k faciliteren van de digitalisering van de registratie van een stilpandrecht17. Daarmee worden lasten voor het bedrijfsleven verlaagd en isde verwachting dat kredietverlening aan met name het MKB wordtgestimuleerd. Het kabinet overweegt verder om meer in het algemeen teonderzoeken of meer modernisering van het zekerhedenrecht kanbijdragen aan behoud en vergroting van kredietruimte voor het MKB.Daarnaast zal gekeken worden naar de wijze waarop MKB-ondernemingenin financiële moeilijkheden kunnen herstructureren onder de Wethomologatie onderhands akkoord (WHOA). De WHOA voorziet in demogelijkheid om een onderhands akkoord door de rechter te latengoedkeuren («homologeren»), waardoor aan dat akkoord ook schuldeisersen/of aandeelhouders zijn gebonden die niet met het aangeboden akkoordhebben ingestemd, en waarbij zij bijvoorbeeld afstand moeten doen vaneen deel van hun vordering. Het is daarom van belang om zorgvuldig tebeoordelen of er voldoende aanleiding is voor nader onderzoek naaruitdagingen rond het proportioneel delen van zekerheden. Daarbij moetook worden afgewogen of overheidsmaatregelen noodzakelijk en effectiefzijn, rekening houdend met de kosten en gevolgen voor alle betrokkenpartijen.15Kamerstuk 32 637, nr. 60816Kamerstuk 32 637, nr. 57817Kamerstuk 36 600 VI, nr. 9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6588 Tot slot heeft het IBO aanbevolen om het effect van de Wwft of deuitvoering daarvan op de kredietverlening verder in kaart te brengen. Demogelijkheden hiertoe zijn verkend. Dit bleek echter onhaalbaar. Om eenvertekend beeld van de kostenopbouw te voorkomen, dient voor eendergelijk onderzoek onderscheid gemaakt te worden tussen kosten diedirect voortvloeien uit de uitvoering van de regelgeving en kosten diebanken sowieso moeten maken in hun reguliere (krediet)processen.Daarnaast dienen de kosten die voortvloeien uit eventuele hersteltrajectenvanwege tekortkomingen in de naleving van de Wwft te wordengescheiden. De Nederlandse Vereniging van Banken geeft aan dat in depraktijk de gegevens met het benodigd onderscheid, attributie en detailom een adequaat en algeheel beeld te vormen voor de onderzoeksvraagniet voor handen zijn. De Minister van Financiën en de Minister vanJustitie en Veiligheid zullen in 2025 een uitwerking delen van hetregeerprogramma op het terrein van het voorkomen van witwassen.Hierin zal ook worden ingegaan op de wijze waarop in den brede wordtingezet op een meer effectieve uitvoering van de Wwft.Aanvullend op het IBO beveelt de sector, via het mkb-financierings-convenant, aan om financiers te stimuleren zich aan te sluiten bij het BKR.Momenteel onderzoekt het kabinet wat een vrijwillige aansluiting bij BKRbetekent voor de registratie van zakelijke kredieten. Indien aansluitingslechts mogelijk blijkt op grond van een wettelijke verplichting daartoe,dient deze verplichting vanzelfsprekend voorafgegaan te worden door eenbelangenafweging, waarbij ook oog is voor regeldruk en privacy.Daarnaast adviseert de sector om het voor non-bancaire partijen weermogelijk te maken om in het Kadaster op naam te mogen zoeken. Dit isbelangrijk zowel voor kredietbeoordelingen als KYC-verplichtingen onderde Wwft. Momenteel is het vanwege een rechterlijke uitspraak weermogelijk om op naam te zoeken. Het kabinet neemt de oproep mee in hetlopende afwegingsproces, waar het uw Kamer spoedig over informeert.Tenslotte roept de sector op om de deponeringsplicht in het Handelsre-gister voor kleine mkb’ers uit te breiden. Het kabinet begrijpt de mogelijkevoordelen voor financiers ten aanzien van kredietbeoordeling en beheer,maar wil voorkomen dat ondernemers teveel administratieve lastenondervinden. Het kabinet neemt deze aanbevelingen en beleidsopties alsvertrekpunt voor verdere gesprekken met de sector en GezantMKB-Financiering.Stimulering van kredietverlening via bestaande instrumentenHet kabinet blijft inzetten op het vergroten van de beschikbaarheid vanfinanciering middels de garantstellingen op financiering, de Borgstellingmkb-kredieten (BMKB/BL) en het Dutch Alternative Credit Instrument(DACI) voor de non-bancaire financiersmarkt. Met dit instrumentariumwordt de toegang tot financiering verbeterd. Het IBO schetst een aantalopties om de werking van de instrumenten te verbeteren. De eerste is omde provisie van de BMKB te verlagen zodat de kosten voor ondernemersdalen. Dit maakt de regeling aantrekkelijker en betaalbaarder. Wel heeftdeze optie een budgettair effect, omdat de inkomsten vanuit de regelingzullen dalen. De tweede optie is een fundamentele aanpassing door deregeling om te vormen tot een portefeuillegarantie. De regeling kan dangemakkelijker toegepast worden door financiers, zowel bancair alsnon-bancair. Momenteel lopen hierover gesprekken met financiers, desector en de gezant MKB-Financiering. Hierover zal de Kamer rond dezomer van 2025 worden geïnformeerd. De integrale weging vanvoorstellen vindt plaats tijdens de voorjaarsbesluitvorming.Non-bancaire financiering speelt een steeds belangrijkere rol voor hetmkb, maar funding blijft een knelpunt voor non-bancaire partijen. DaaromTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6589 ondersteunt het kabinet de Gezant MKB-Financiering in het samenstellenvan een werkgroep om met de sector deze fundingproblematiek, endaarvoor geschikte oplossingen, te onderzoeken. Hierbij worden lessengetrokken uit de werking van het huidige DACI instrument.Ook blijft Qredits (met als huidige financiële overheidsondersteuning; eenlanglopende lening van 45 miljoen euro tot 2045), onveranderd essentieelvoor voldoende toegang tot financiering voor kleine kredieten tot 250.000euro voor het mkb. Zo is Qredits gestart met het aanbieden vanduurzaamheidsleningen met een verlaagd rentetarief om bedrijven tehelpen verduurzamen.Het kabinet is van mening dat er bij de kredietverstrekking vanuit Qreditseen goede balans is gevonden en zet Qredits daarom in huidige vormvoort.Aanvullend concludeert het kabinet dat exporterende bedrijven eenbelangrijke rol spelen bij het huidige en toekomstige verdienvermogenvan Nederland. Exporterende bedrijven zijn gemiddeld productiever danniet-exporterende bedrijven18. Een derde van ons bbp wordt directverdiend met de export. Daarom vindt het kabinet dat Nederlandsebedrijven moeten kunnen blijven exporteren en investeren in hetbuitenland. Hiervoor is een passend financierings-en verzekeringsaanbodessentieel. Ter ondersteuning van de financiering van het internationaleNederlandse bedrijfsleven heeft het kabinet 100 miljoen euro vrijgemaaktvoor Invest International uit de gereserveerde middelen voor Invest-NL.Het kabinet onderzoekt tegelijkertijd hoe de continuïteit van InvestInternational voor de toekomst kan worden geborgd, onder andere doorte bezien of en zo ja onder welke voorwaarden een integratie van beideorganisaties mogelijk is op zodanige wijze dat de beleidsdoelen van beideorganisaties worden versterkt (binnen de geldende budgettaireafspraken).ExtensiveringenHet kabinet kiest ervoor om de Groeifaciliteit te beëindigen. Hoewel deGroeifaciliteit volgens de evaluatie (afgerond in 2024) goed functioneertconcluderen wij dat de kosten en baten van de regeling momenteel niet inbalans zijn. Door het lage gebruik zijn de uitvoeringskosten van deregeling hoog, terwijl de economische impact op dit moment laag is. Ditresulteert er ook in dat de regeling op dit moment niet kostendekkend is.Door een combinatie van deze factoren is besloten om de Groeifaciliteit afte schaffen.Innovatief en breed mkbHet kabinet kiest op dit moment niet voor verdere afschaling van hetinstrumentarium voor het innovatieve en het brede mkb. Het IBOconcludeert dat het instrumentarium op hoofdlijnen goed in elkaar zit eneffectief aangrijpt op het marktfalen. Voor het innovatief mkb lijkt hetoverheidsingrijpen doeltreffend doordat het zich richt op alle fases en dusde gehele klantreis van deze bedrijven. Alléén ingrijpen in de vroege fasevan startups kan ertoe leiden dat deze bedrijven alsnog vastlopen in delatere fases. Tegelijkertijd kan het alleen ingrijpen in de latere fases ertoeleiden dat er minder startups de scale-up fase bereiken. De individueleevaluaties van de innovatieve instrumenten waren positief19. De evalu-aties tonen aan dat bedrijven door overheidssteun makkelijker vervolg-financiering krijgen, meer R&D-activiteiten uitvoeren, meer octrooien18Exporteren maakt bedrijven productiever, 2022. (CBS)19Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 100 en Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 65810 aanvragen, langer overleven en beter doorgroeien. Het bestaandefinancieringsgat in de vroege fase wordt nu goed opgevuld door hethuidige instrumentarium. Dit instrumentarium richt zich bovendien opbeleid dat additioneel is aan de markt door met name het mobiliseren vanprivaat kapitaal te stimuleren. Hierdoor ontstaat een hefboomeffectwaardoor de durfkapitaalmarkt als geheel versterkt daar waar hetmarktfalen optreedt. Daarnaast is dit instrumentarium, in tegenstelling totsubsidies, voor een belangrijk deel revolverend, waardoor leningen eninvesteringen terugvloeien. Dat betekent dat het instrumentarium zichvoor een belangrijk deel zelf in stand kan houden.Voor de instrumenten gericht op het brede mkb besluit het kabinet op ditmoment niet voor verdere afschaling te kiezen, omdat deze instrumententoezien op het IBO knelpunt voor financiering tot 1 miljoen euro. Hetbrede mkb is een cruciale schakel in de ondernemersketen en zorgt voordiversificatie van de economie, (regionale) werkgelegenheid en werktsamen met grotere bedrijven en startups en scale-ups als partner,afnemer of toeleverancier van goederen of diensten. Ook zorgt eendynamisch mkb naast productiviteitsgroei voor grote maatschappelijkebaten, denk hierbij bijvoorbeeld aan de belangrijke rol die mkb’ers enwinkelstraten vervullen in dorpen en steden.InternationaalHet kabinet kiest op dit moment niet voor het aanbrengen van focus in hetinternationale instrumentarium omdat naast het adresseren van markt-falen het handelsinstrumentarium van de overheid zich ook richt opbredere beleidsdoelen, waaronder het versterken van onze concurrentie-kracht, het creëren van een gelijk speelveld voor Nederlandse bedrijvenen het vergroten van ons internationale verdienvermogen.AgrarischMomenteel wordt de Borgstelling MKB-Landbouwkredieten geëvalueerd.Naar aanleiding van het IBO zal hierin ook worden gekeken naar devoor-en nadelen van dit agro-specifieke instrument apart van de BMKBvoor het overig MKB-bedrijfsleven. Na die evaluatie zal het kabinetbesluiten over de (vormgeving van de) borgstelling voor de komendejaren. Het kabinet zal tevens bezien of andere generieke financieringsin-strumenten ook voor agrarische ondernemingen opengesteld kunnenworden. Verder zal het kabinet als het gaat om bestaande en nieuwefinanciële instrumenten voor de agrarische sector nadrukkelijker kijkennaar de complementariteit ten opzichte van het generieke financiëleinstrumentarium. In verband met de grote maatschappelijke opgaven vande land- en tuinbouw, de visserijsector en de aquacultuur als het gaat omvoedselzekerheid, klimaat, natuur en dierenwelzijn, is goede toegang vandeze sector tot financiering momenteel een belangrijk punt van hetkabinetsbeleid.Het kabinet heeft hiermee kennis genomen van de opties voor extensi-vering die het IBO aandraagt. Het kabinet zal tijdens de integrale besluit-vorming in het voorjaar keuzes maken in het licht van budgettaireconsequenties.FiscaalTot slot biedt het IBO beleidsopties binnen een vijftal fiscale regelingen.Omdat de fiscale regelingen zich niet primair richten op het bevorderenvan bedrijfsfinanciering, is hier met name aangesloten bij bestaandepublicaties. Op 17 oktober 2024 heeft het kabinet een gebundeldeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 65811 kabinetsreactie op de evaluaties van de innovatiebox, deMKB-winstvrijstelling en de landbouwvrijstelling met uw Kamergedeeld20. Ten aanzien van de EIA, MIA en Vamil geldt dat deze recent zijngeëvalueerd, en door het kabinet Rutte IV al van een kabinetsreactie zijnvoorzien21. Een belangrijke aanbeveling bij deze evaluaties is omonderzoek te doen naar de effectiviteit van de EIA en MIA als fiscaleregelingen ten opzichte van directe subsidies. Ten aanzien van de EIA zalhet kabinet dit jaar een nader onderzoek instellen naar onder andere dewenselijkheid van een fiscale faciliteit boven een directe subsidie en zaluw Kamer na afronding daarvan over de uitkomst informeren22.Het kabinet neemt hiermee belangrijke stappen in de opvolging van eenaantal beleidsopties uit dit IBO, de effecten hiervan in het verhelpen vande twee knelpunten zullen doorlopend gemonitord worden.De Minister van Economische Zaken,D.S. Beljaarts20Kamerstuk 32 140, nr. 21021Kamerstuk 36 202, nr. 158 voor kabinetsreactie evaluatie EIA. Voor kabinetsreactie op evaluatieMIA. Kamerstuk 36 202, nr. 159.22Kamerstuk 36 202, nr. 158. Het voormalig kabinet communiceerde eerder dat de uitkomstenvoor het zomerreces van 2024 naar de TK zou worden gestuurd. De opzet van het onderzoek isechter vertraagd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 65812 beleid om witwassen en financieren van terrorisme tevoorkomen23ACHTERGROND BELEID•1989: oprichting van de intergouvermentele organisatie FinancialAction Task Force (FATF) door G7 en Europese Commissie, omdatlanden realiseerden dat een grensoverschrijdende aanpak vanwitwassen nodig is om dit grensoverschrijdende probleem effectiefaan te pakken.•1990: FATF publiceert 40 aanbevelingen (zogenoemde FATF-standaarden) voor landen voor een effectief anti-witwassysteem. Hetcliëntenonderzoek en het melden van verdachte transacties zijn depilaren van dit systeem. Deze pilaren rusten op het fundament van derisicogebaseerde aanpak. Bij hoge risico’s dient het onderzoekdiepgravender te zijn, bij lage risico’s volstaat een oppervlakkigeronderzoek.•1991: de EU publiceert, op basis van de FATF-standaarden, de eersteEuropese anti-witwasrichtlijn.•1993: NL implementeert de eerste anti-witwasrichtlijn in de Wetmelding ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverle-ning (MOT en WID).•2008: introductie Wet ter voorkoming van witwassen en financierenvan terrorisme (Wwft) op basis van een nieuwe anti-witwasrichtlijn.Belangrijkste aanpassingen: financieren van terrorisme toegevoegd,verplichtingen nader ingekleurd, risicogebaseerde benaderingonderstreept. In de jaren hierna is de EU-richtlijn (en vervolgens in lijndaarmee de Wwft) aangescherpt ten aanzien van onder andere,cryptodienstverleners en regels voor hoog risico derde landen.HUIDIGE STAND VAN ZAKEN•In 2018 en 2021 is het Openbaar Ministerie transacties overeengeko-men met banken in verband met ernstige tekortkomingen in denaleving van de Wwft.24•Veel banken hebben de afgelopen jaren en momenteel herstelpro-gramma’s lopen om de tekortkomingen in te halen. In 2021 liet DeNederlandsche Bank (DNB) (toezichthouder op de naleving van deWwft door banken) weten dat DNB op dat moment met 28 bankenafspraken had over het herstel vanwege tekortkomingen in de nalevingvan de Wwft.25•In 2022 bracht DNB het rapport Van herstel naar balans uit.26 Hierin gafDNB aan dat door zowel DNB als het OM de afgelopen jaren isgeconstateerd dat een deel van de bancaire sector de Wwft onvol-doende heeft nageleefd. DNB stelt vast dat mede als reactie hieropbanken hun inspanningen op dit vlak aanzienlijk hebben vergroot. DNBstelt ook vast dat hun onderzoek laat zien dat banken in substantiële23Met dit fiche wordt voldaan aan het verzoek van uw Kamer om een nadere toelichting tegeven op de volgende vragen: is de regelgeving inzake het voorkomen van witwassenEuropees? Zo ja, worden deze regels door zowel banken als toezichthouders strengertoegepast dan in andere landen? Zo nee, is er vergelijkbare regelgeving in het buitenland enhoe streng is de toepassing ervan in het buitenland? Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240,nr. 056.24Zie: https://www.om.nl/actueel/nieuws/2018/09/04/ing-betaalt-775-miljoen-vanwege-ernstige-nalatigheden-bij-voorkomen-witwassen#:~:text=ING%20Bank%20N.V.%20(ING)%20in,financieren%20van%20terrorisme%20(Wwft). En https://www.om.nl/actueel/nieuws/2021/04/19/abn-amro-betaalt-480-miljoen-euro-vanwege-ernstige-tekortkomingen-bij-het-bestrijden-van-witwassen#:~:text=ABN%20AMRO%20Bank%20NV%20(ABN,bij%20haar%20activiteiten%20in%20Nederland.25Kamerstukken II 2020–2021, 31 789, nr. 102, bijlage. In totaal stonden er op dat moment circa90 banken onder het toezicht van DNB.26Kamerstukken II 2022–2023, 31 477, nr. 81.Bijlage 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 65813 aantallen afscheid nemen van klanten of niet overgaan tot dienstverle-ning.27 DNB concludeert dat banken meer risicogebaseerd kunnenwerken. Ze kunnen hun klanten helpen door alleen informatie uit tevragen die gegeven het risico nodig is. DNB geeft aan van banken eenmeer risicogebaseerde aanpak te verwachten, zowel in hun herstelope-raties als structureel.•Naar aanleiding van dit rapport heeft DNB samen met de bancairesector stevig ingezet op het verbeteren van de risicogebaseerdeaanpak van banken bij de naleving van de Wwft. Dit heeft inmiddels totverschillende concrete handvatten28 geleid die banken kunnengebruiken bij het meer risicogebaseerd uitvoeren van hun verplichtin-gen.•Daarnaast is een van de thema’s uit de beleidsagenda aanpak vanwitwassen29 «ruimte waar mogelijk». Een van de acties waar in ditkader aan gewerkt wordt is het waarborgen van de toegang totbetaalrekeningen voor zakelijke cliënten.IMPLEMENTATIE/TOEPASSING ANDERE LANDENImplementatie: de Wwft bevat ten aanzien van het cliëntenonderzoekdoor banken geen nationale koppen. Wel is er een verschil in hetgeenbanken moeten melden. Volgens de Europese richtlijn moeten bankenverdachte transacties melden, volgens de Wwft moeten banken ongebrui-kelijke transacties melden. Vanuit het oogpunt van lasten, pakt dit verschilpositief uit voor banken. Het meldsysteem in Nederland is bewust zolaagdrempelig mogelijk ingericht, om alle poortwachters (niet alleenbanken) zoveel mogelijk te ontlasten in het verrichten van onderzoek naarongebruikelijke transacties. Het melden van verdachte transacties brengtextra lasten met zich mee voor poortwachters. Immers, poortwachtersdienen in zo’n systeem diepgravender onderzoek te doen naar transactiesom vast te stellen of er meer aan de hand is dan enkel een ongebruike-lijkheid. De FIU-Nederland is daarvoor beter geëquipeerd. Zo beschikt deFIU-Nederland over meer informatie, zoals informatie uit anderemeldingen en strafrechtelijke informatie, om de meldingen van ongebrui-kelijke transacties te analyseren, (nieuwe) patronen te zien en om vast testellen of er mogelijk sprake is van verdachte transacties.30Toepassing: De Europese Commissie heeft in 2019 een zogenoemde postmortem review uitgevoerd naar aanleiding van ernstige tekortkomingenin de naleving van de anti-witwasregelgeving door Europese banken.31Hieruit kwam naar voren dat het Europese anti-witwasraamwerk gebrekenvertoont: door verschillen in implementatie van de richtlijn ontstaan er27«Om meer zicht te krijgen op de vraag hoe vaak banken klanten uitsluiten van dienstverleningof die beperken, en op welke gronden dit gebeurt, heeft DNB een uitvraag gedaan bij de viergrootste (retail)banken. Hieruit blijkt dat deze vier banken in 2021 van 7.700 klanten afscheidhebben genomen vanwege risico’s op witwassen of terrorismefinanciering. Van categoraleuitsluiting lijkt geen sprake: deze klanten behoorden tot een groot aantal verschillendeeconomische sectoren. Hoewel 7.700 absoluut gezien en in het licht van de repercussies voorde betrokken klanten een substantieel aantal vormt, betreft het tegelijkertijd slechts 0,02% vanhet aantal particuliere en 0,17% van het aantal zakelijke klanten van deze vier banken. Hetaantal potentiële klanten dat om dezelfde reden niet is geaccepteerd, is op basis van deuitvraag niet volledig vast te stellen; een ruwe schatting komt uit op ongeveer 7.000.» DNB,Van herstel naar balans, p. 4.28https://www.nvb.nl/themas/veilig-en-integer-financieel-stelsel/een-meer-risicogebaseerd-klantonderzoek/.29Kamerstukken II 2022–2023, 31 477, nr. 80.30Dit is ook nader toegelicht in het volgende Kamerstuk: Kamerstukken II 2022–2023, 31 477,nr. 81.31Report from the Commission to the European Parliament and the Council on the assessmentof recent alleged money laundering cases involving EU credit institutions, COM(2019) 373final.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 65814 verschillen in regelgeving tussen lidstaten die misbruikt worden doorcriminelen. Ook zou het toezicht niet in alle lidstaten van hetzelfde hogeniveau zijn. Daarom heeft de Europese Commissie in 2021 een pakket metwetgevende voorstellen gepresenteerd. Met deze voorstellen wordt er eenverordening (in plaats van de huidige richtlijn) geïntroduceerd waarin deverplichtingen voor poortwachters zijn opgenomen. Ook komt er eencentrale Europese toezichthouder (AMLA) die als taak krijgt om zelftoezicht te houden op een aantal entiteiten die het meest risicovol zijn ende meeste grensoverschrijdende activiteiten hebben. Ook zal AMLAtoezicht uitoefenen op nationale toezichthouders om het toezicht binnende EU te convergeren. Dit pakket zal leiden tot een verdere harmonisatievan de EU-brede regelgeving en de toepassing ervan. De inwerking-treding van dit pakket is voorzien in de zomer van 2027.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 65815

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ff285157326beb18

14 okt 2026 · e22fc342f7376bcd

13 okt 2026 · 1159b5c5b45438b1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.