KamerkringInloggen
Kamerbrief

Ruimte voor industrieclusters

20 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie eb9149a82a1d005a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 826IndustriebeleidNr. 258 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 juni 2025Uit de clusteraanpak van het Nationaal Programma VerduurzamingIndustrie (NPVI) is naar voren gekomen dat de beschikbaarheid vanvoldoende fysieke ruimte en milieuruimte in de industrieclusters eenbelangrijk knelpunt vormt in de verduurzaming van de industrie. Om ditnader te onderbouwen heeft het kabinet in de eerste helft van 2024 eenextern onderzoek uitgezet, zoals is aangekondigd in de voortgangsbriefVerduurzaming Industrie van 8 mei 20241 2. Het onderzoek, uitgevoerddoor een consortium onder leiding van de Stec Groep, is als bijlage bijdeze brief gevoegd. Momenteel werkt het kabinet aan een (Ontwerp) NotaRuimte, de nationale visie voor de ruimtelijke ordening van Nederland, enaan een Ruimtelijk Economische Visie, als één van de onderleggers voordeze Nota Ruimte. Dit onderzoek, met een nationale prognose voor deruimtebehoefte van de industrieclusters, vormt een belangrijkebouwsteen voor deze visies. Middels deze brief informeert het kabinet deKamer, mede namens de Minister van Economische Zaken, de Ministervan Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de Minister van Infra-structuur en Waterstaat en de Staatssecretaris Openbaar Vervoer enMilieu over de resultaten en vervolgstappen.Het belang van de industrieclustersDe grote energie-intensieve basis- en verwerkende industrieën inNederland zijn grotendeels gelokaliseerd in vijf geografische industrie-clusters: Noord-Nederland, het Noordzeekanaalgebied, Rotterdam-Moerdijk, Zeeland West-Brabant en Chemelot. De bedrijven in dezeclusters leveren basisgrondstoffen voor o.a. zorg, defensie en deenergietransitie. Historisch gezien zijn ze gevestigd in en nabij deNederlandse zeehavens, dichtbij de aanvoer van energie en grondstoffen.Chemelot is ontstaan vanuit de industriële activiteiten rond de staats-mijnen in Limburg. Zowel door marktwerking als door investeringen in1Kamerstuk 29 826, nr. 2112Kamerstuk 34 682, nr. 178 kst-29826-258ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2581 randvoorwaarden hebben ze zich ontwikkeld tot clusters van energie-intensieve basisindustrie. Ze zijn gaan fungeren als belangrijke gebruikers,producenten en doorvoerlocaties van energie en grondstoffen naarandere delen van het land en het buitenland. Het geografisch clusterenvan deze bedrijven levert meerdere voordelen op. Zo profiteren debedrijven van schaalvoordelen en de aanwezigheid van voorzieningenzoals energie-infrastructuur.De industrieclusters leveren een grote toegevoegde waarde aan deNederlandse economie, creëren volop werkgelegenheid en biedenvruchtbare grond voor innovatie en kennisontwikkeling. De industrie indeze clusters is goed voor 12.390 bedrijfsvestigingen, 211.850 banen enruim € 26,4 miljard toegevoegde waarde3, op een relatief kleine opper-vlakte4. Naast de vijf geografische industrieclusters bevinden zich ookenergie-intensieve industriële bedrijven verspreid over Nederland (Cluster6). Deze spelen ook een belangrijke rol in de economie met o.a. 56.100banen en 198 bedrijfsvestigingen5.Waar de industrieclusters van oudsher ingericht zijn op lineaire productie-processen en het gebruik van fossiele grond- en brandstoffen, staan ze dekomende jaren voor de ongekend grote opgave om een duurzametransitie door te maken, op weg naar klimaatneutrale, circulaire en schoneproductieprocessen in 2050. Juist de onderlinge verwevenheid enruimtelijke nabijheid maken het mogelijk om op efficiënte wijze voldoendegroene energie, herbruikbare grondstoffen en de bijbehorende infra-structuur te realiseren, waar andere bedrijven ook van kunnen profiteren.De industrieclusters generen zo ook weer verdienvermogen, doordat zeeen aantrekkelijke vestigingsplaats voor nieuwe duurzame bedrijvenkunnen bieden. Ze zijn sterk op weg om de centra van groene groei inNederland te worden.De realiteit is tegelijkertijd ook dat het economisch vestigingsklimaat voorde industrie in Nederland onder druk staat. Zoals toegelicht in deVoortgangsbrief Verduurzaming Industrie van 17 maart jl.6 maken hoge3«Nationale prognose ruimtebehoefte industrieclusters» (bijlage bij deze brief)4Het ruimtebeslag van de Nederlandse economie als geheel is slechts 2,6% (Kamerstuk 34 682,nr. 178)5«Nationale prognose ruimtebehoefte industrieclusters» (bijlage bij deze brief)6Kamerstuk 29 826, nr. 234Afbeelding 1: kaart van de vijf geografische industrieclusters met energie-intensievebedrijvigheid11 «Nationale prognose ruimtebehoefte industrieclusters» (bijlage bij deze brief)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2582 energiekosten, netcongestie, complexe vergunningsprocedures en eengebrek aan (stikstof)ruimte en kritieke energie-infrastructuur het onzekervoor bedrijven om de grootschalige langetermijninvesteringen te doenwaar de verduurzamingsopgave om vraagt. Dat tij moeten we keren. Debasisindustrie is van groot belang voor de Nederlandse economie enspeelt een belangrijke rol in het versterken van onze strategischeautonomie in een geopolitiek onzekere wereld. Het kabinet werkt daaromaan het versterken van het investeringsklimaat, het versnellen van deverduurzamingsopgave en het scheppen van de juiste randvoorwaarden.Daarom heb is in de Kamerbrief van 25 april jl. een pakket voor groenegroei aangekondigd, voor een weerbaar energiesysteem en een toekomst-bestendige industrie7.Ruimte als belangrijke randvoorwaardeEén van die randvoorwaarden is het borgen van voldoende ruimte. Hetgaat hierbij zowel om fysieke ruimte als ruimte om binnen de wet- enregelgeving op het gebied van milieu en veiligheid te kunnen opereren.Met het nationaal programma Ruimte voor Economie heeft het kabinetdaarom richting gegeven om te zorgen voor voldoende en kwalitatiefgoede ruimte voor bedrijvigheid op de juiste plek, waaronder voor deindustrieclusters. Dit is ook een belangrijk thema dat betrokken wordt bijde ontwikkeling van de Nota Ruimte.Er is ruimte nodig voor de vestiging van nieuwe duurzame industrieën enindustriële bedrijvigheid, o.a. in het kader van groeimarkten8 en sleutel-technologieën9 die voor de industrieclusters van belang zijn, zodat ze zichkunnen ontwikkelen tot internationale koplopers in groene groei opterreinen als duurzame geavanceerde chemie en elektrificatietechnieken.Ook voor andere bestaande bedrijvigheid moet perspectief zijn op groei.Daarnaast is er extra ruimte nodig voor circulariteit10, omdat verwerkingvan reststromen, hergebruik van grondstoffen en opslag van circulairegrondstoffen extra ruimte vergen. De industrie heeft hierdoor ook(tijdelijk) extra transitieruimte nodig, omdat de om- en afbouw van eenfossiel systeem en de opbouw van een duurzaam systeem gelijktijdigplaatsvindt. Fossiele- en bio-raffinage processen bestaan bijvoorbeeldtijdelijk naast elkaar, inclusief bijbehorende terminal- en opslagcapaciteit.Tot slot is er ruimte nodig voor de aanleg van energie-infrastructuur tenbehoeve van de energietransitie, onder andere omdat hier de aanlandingvan windenergie van zee grotendeels plaatsvindt11. Via het Meerjarenpro-gramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK)12 werkt het Rijk samenmet stakeholders aan de realisatie van projecten tot 2030 en hetProgramma Energiehoofdstructuur13 (PEH) laat zien welke nieuwenationale energie-infrastructuur nodig is richting 2050.Tegelijkertijd staat de beschikbare ruimte in Nederland, en zeker ook deruimte voor bedrijven, onder druk. Nederland is een van de meestdichtbevolkte landen van Europa. Daardoor is de ruimte schaars, terwijlwe de ruimte wel nodig hebben voor tal van functies – naast de industrieen economie bijvoorbeeld ook woningbouw, defensie, landbouw ennatuur. Op meerdere plekken in Nederland zijn recente woningbouwont-wikkelingen steeds meer opgeschoven richting de industrie en bedrijven-7Kamerstuk 33 043, nr. 1148Kamerstuk 33 009, nr. 1379Kamerstuk 33 009, nr. 14010Kamerstuk 32 852, nr. 22511Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031–2040 | RVO.nl12Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) | RVO.nl13Kamerstuk 31 239, nr. 388Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2583 terreinen. Dit brengt soms de nodige uitdagingen met zich mee. Energie-intensieve industriële bedrijven kunnen een groot beslag leggen op dekwaliteit van de leefomgeving, zoals geluid- en geuroverlast, en degezondheid van omwonenden. Het Ministerie van IenW werkt middels eenactieagenda aan de invulling van de aanbevelingen uit het onderzoekIndustrie en Omwonenden14. Door slimmer keuzes te maken kunnen wede ruimte in ons land efficiënter benutten en de verschillende ruimtege-bruikers een plek geven.Tegen deze achtergrond van een toenemende druk op de ruimte is, opbasis van uitgebreide dataset per industriecluster, onderzocht hoeveel enwat voor ruimte nodig is voor de verduurzaming van de industrie in dezes industrieclusters voor 2030 en 2050. De focus lag op de beschikbareen benodigde fysiek ruimte, waarbij ook de invloed van de milieuruimte,veiligheidscontouren en milieukwaliteit is onderzocht. Er is zowel eenanalyse per cluster als een cluster-overstijgende analyse (nationaal beeld)gemaakt. De basis hiervoor is een macro-economische groeiprognose15,waarbij ook de circulaire transitie is meegenomen in de berekeningen,aangevuld met prognoses over de ruimtevraag van het energiesysteem(gebaseerd op het PEH) en een aantal niet-trendmatige overige ontwikke-lingen. Er zijn een aantal handelingsperspectieven en oplossingsrich-tingen in beeld gebracht om de benodigde ruimte tijdig te kunnenreserveren. Het onderzoek is met betrokkenheid van de clusters zelf,medeoverheden en andere stakeholders tot stand gekomen.Conclusie: ruimtetekort in de industrieclustersHet onderzoek laat zien dat er een aanzienlijke fysieke ruimtevraag in deindustrieclusters wordt verwacht richting 2030 en 2050, zowel door deeconomische ontwikkelingen als door de ontwikkeling van het energie-systeem. Op de haven- en industrieterreinen is te weinig aanbodbeschikbaar om deze ruimtevraag te accommoderen, met name op delange termijn. Kapitaalintensieve investeringen in combinatie metlangjarige erfpachtcontracten met opties tot verlenging maken datgronden niet zomaar beschikbaar komen. Op ogenschijnlijk vrije kavelszijn in veel gevallen al nieuwe contracten gesloten of hebben partijenconcrete opties. Reeds aanwezige overslagbedrijven zetten bijvoorbeeldhun terreinen voor fossiele overslag in voor andere vormen van overslag.De schuifruimte in de industrieclusters is daardoor beperkt.Daarnaast blijkt uit een kwalitatieve analyse dat er ernstige beperkingenzijn aan de beschikbare milieuruimte, met name de aspecten geluid,externe veiligheid, stikstof en in mindere mate luchtkwaliteit. Waar welnog (enige) milieuruimte beschikbaar is, ligt die niet altijd op de juisteplek, bijvoorbeeld doordat er geen grond beschikbaar is of de activiteiteen te groot risico vormt. Het onderzoek toont dus aan dat fysieke ruimteen milieuruimte sterk van elkaar afhankelijk zijn voor de verduurzamingvan de industrie en er vaak sprake is van een mismatch. In de clusterszorgt dit nu reeds voor een knelpunten die alleen door meer ruimtelijkesturing tot een oplossing kan worden gebracht. Ook andere kwalitatievekenmerken zoals waterbeschikbaarheid en logistiek/bereikbaarheid zijnbepalend voor de bruikbaarheid van gronden.Zodoende concluderen de onderzoekers dat de clusters grotendeels opslot zitten. Er is een mix aan ruimtelijke strategieën nodig om dit op telossen, van het optimaliseren van het huidige ruimtegebruik door14Kamerstuk 28 089, nr. 31915Dit is een geactualiseerde regionale versie (Actualisatie en regionalisatie bedrijfstakramingen –EIB) van de rapportage die in 2019 (Kamerstuk 34 682, nr. 178) aan uw kamer is aangeboden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2584 intensivering en herstructurering, tot het ontwikkelen van nieuw aanbod,bijvoorbeeld door middel van strategische uitbreidingen.De onderzoekers bevestigen de positie van de industrieclusters alsuitgelezen plekken voor de verschillende transities en onze strategischeautonomie en concurrentiepositie, mits daarvoor voldoende fysiekeruimte en milieuruimte worden geborgd. Daartoe adviseren zij het Rijk omsteviger ruimtelijk te sturen op de industrieclusters en de samenwerkingmet de medeoverheden en industrieclusters te intensiveren, zodatdoorzettingskracht kan worden gegenereerd. Zij doen verschillendeaanbevelingen hoe hier invulling aan kan worden gegeven, zoals hetbeschermen van de fysieke ruimte en milieuruimte van de industrie-clusters, het ontwikkelen van ruimtelijk instrumentarium, het monitorenvan vrijkomende ruimte en het op orde brengen van andere randvoor-waarden.Naast de vijf geografische industrieclusters loopt ook de overigeenergie-intensieve industrie, die zich meer verspreid over het land bevindt(Cluster 6), tegen aanzienlijke ruimtelijke knelpunten aan, zoals beperkteuitbreidingsmogelijkheden en moeilijkheden om nu of in de toekomstgoed aangesloten te zijn op energie-infrastructuur. Hiervoor is maatwerknodig, omdat deze bedrijven vaak lokaal geworteld zijn en voor specifiekeruimtelijke opgaven staan. Oplossingsrichtingen zijn afhankelijk van o.a.lokale plannen, uitbreidingsbehoefte, milieuruimte en toekomstper-spectief.Vervolg n.a.v. de aanbevelingen uit het onderzoekHet kabinet herkent het geschetste beeld en wil zich ervoor inzetten om debenodigde ruimte voor de ontwikkeling van de industrieclusters teborgen. Dit onderzoek vormt daarvoor een belangrijk uitgangspunt.Hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan de motie van het lid Peter deGroot over het voldoende ruimte borgen in de NOVEX voor de ontwik-keling van de havens en regie voeren wanneer deze ontwikkeling in hetgedrang komt16 en de motie van het lid Boomsma c.s. over het reserverenvan voldoende ruimte voor kade-gebonden bedrijven en bedrijven meteen hoge milieucategorie van strategisch belang17, specifiek ook in de vijfindustrieclusters. Met de conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek ende richtingen uit de Voorontwerp Nota Ruimte18 zal in de (Ontwerp) NotaRuimte een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen verschillendenationale belangen in relatie tot de ruimtevraag van de industrieclusters.Daarnaast werkt het kabinet al in het Programma NOVEX met demedeoverheden en de clusters aan de samenhangende opgaven in dezeclusters.Het kabinet zal de aanbevelingen uit dit onderzoek dan ook meenemen inde (Ontwerp) Nota Ruimte. Daarbij zal in het bijzonder aandacht wordenbesteed aan:•De noodzaak van meer sturing door het Rijk op de ruimtelijkeopgave in de vijf industrieclusters. En daarbij de mogelijkheid voor hetRijk om, indien vanuit nationaal belang noodzakelijk en van toege-voegde waarde, nationale instrumenten in te zetten in de clusters.Hiermee kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan het vindenvan oplossingen voor ruimtelijke knelpunten en daarmee het versneldrealiseren van de verschillende opgaven in deze clusters.16Kamerstuk 31 409, nr. 44517Kamerstuk 34 682, nr. 21718Kamerstuk 29 435, nr. 267Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2585 •Het beschermen, beter benutten en waar nodig en mogelijkstrategisch uitbreiden van de bestaande ruimte van de vijfindustrieclusters. Het kabinet zal ter overweging meenemen om defysieke contouren en milieucontouren van de industrieclustersexplicieter vast te leggen, zodat sterkere nationale sturing mogelijkwordt gemaakt. Belangrijke voorwaarde daarbij is dat de industrie, nuen in de toekomst, zich maximaal blijft inspannen om productieproces-sen verder te verschonen om negatieve milieueffecten van industriëleactiviteiten op de omgeving te minimaliseren. Dit gebeurt al op grondvan steeds scherper wordende emissienormen en andere wet- enregelgeving om emissies en hinder te verminderen, zoals gebruik vande best beschikbare technieken.•Het zorgvuldig omgaan met het relatief beperkte aantalhoogwaardige locaties binnen de industrieclusters, bijvoorbeeldvoor kadegebonden activiteiten of activiteiten met een hoge milieube-lasting. Voor elk van de industrieclusters zou goed gekeken moetenworden welk type activiteiten (economisch activiteiten of onderdelenvan het energiesysteem) nu echt in de industrieclusters gefaciliteerdmoet worden en waar er uitwijkmogelijkheden zijn naar de randen vande industrieclusters of satellietlocaties.•De kansen voor het aanwijzen van versnellingsgebieden binnen declusters in het kader van de Europese Clean Industrial Deal en Net ZeroIndustry Act. Hiermee kan de vestiging van nieuwe bedrijven voor deontwikkeling van schone technologieën maximaal wordenondersteund.Het kabinet zal deze richtingen verder uitwerken en de volgendeuitwerking hiervan opnemen in de (Ontwerp) Nota Ruimte. De cluster-specifieke consequenties en de vertaling van de gekozen richtingenworden samen met de betrokken provincies, gemeenten, bedrijven enhavenbedrijven uitgewerkt om zo te komen tot een optimaal samenspelvan rollen en bevoegdheden. Het kabinet roept alle stakeholders op omzich hiervoor in te zetten. Hiervoor zullen de NOVEX-trajecten wordengebruikt, waarbij de bestaande ontwikkelperspectieven en uitvoerings-agenda’s de basis vormen. Specifiek voor Moerdijk werkt het Rijk samenmet de regio toe naar een houdbaar toekomstperspectief voor dePowerport regio Moerdijk en omgeving19.SlotMet dit onderzoek ligt er een onderbouwing voor de grote ruimtevraag encomplexe opgaven in de industrieclusters. Dit noodzaakt tot het inzettenvan ruimtelijke strategieën, zodat de industrie in de clusters voldoenderuimte heeft om te ontwikkelen en verduurzamen. Ondertussen hebben deMinisteries van KGG en VRO begin dit jaar een vervolgonderzoek uitgezet,zetten we volgende stappen hierop in de Nota Ruimte en lopen degezamenlijke processen in de NOVEX-gebieden. Zo werken we demogelijkheden voor deze ruimtelijke strategieën verder uit en daaraangekoppeld de mogelijke inzet van instrumenten. Hieraan geven we opdeze manier gezamenlijk invulling met de clusters zelf, medeoverheden enandere stakeholders. Over de samenhang tussen de uitkomsten vanvervolgonderzoek, de andere lopende trajecten en de inzet van instru-menten wordt de Kamer t.z.t. geïnformeerd.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans19Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 6 en 7 november 2024 | Richtlijn |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2586

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a96dcc25da62d65d

14 okt 2026 · 2a4f96f3aafbe017

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.