KamerkringInloggen
Kamerbrief

Diverse visserijonderwerpen

12 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 397bad68c845f1fe · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1815 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 juni 2026Vooruitlopend op het Commissiedebat Visserij van 16 juni 2026 informeerik u over een aantal onderwerpen aangaande het visserijbeleid. Uontvangt updates over de routekaart van Fully Documented Fisheries, hetVisserij Ontwikkel Plan (VOP), bescherming pijlinktvis en de herintroductievan de pulsvisserij. Daarnaast informeer ik u over de uitspraak van deRaad van State m.b.t. puls.Routekaart Fully Documented Fisheries (FDF)Sinds enkele jaren werkt een consortium van onderzoekers van onderandere Wageningen Marine Research (WMR), Wageningen Plant Research(WPR) en Wageningen University (WU) in opdracht van LVVN aan deontwikkeling van Fully Documented Fisheries (FDF), een automatischregistratiesysteem. Onderdeel daarvan is een techniek die WMRontwikkeld: de CatchWAM (Catch Wageningen Automated Monitoring).Dit is een camera, uitgerust met een digitale AI-tool, die aan boord deondermaatse vis, die nu voor registratie moet worden aangeland, alautomatische kan detecteren en registreren. In de bijlage bij deze briefstuur ik de Kamer de routekaart «Towards Fully Documented Fisheries(FDF), creating an automated video and AI based discard recordingsystem (FDF 2.0)». WMR heeft deze routekaart recentelijk opgesteld enbeschrijft daarin het lopende onderzoek, de gebruiksmogelijkheden en devolgende stappen. De nieuwe techniek wordt nu getest aan boord van eenaantal kotters, Nederlandse vissers zijn hiermee actief betrokken in hetproces.Fully Documented Fisheries (FDF) in combinatie met de AI-camera lijkteen zeer kansrijke innovatie die als onderbouwing kan dienen voor eenmogelijk en werkbaar alternatief voor de huidige aanlandplicht (art 15GVB). Dat de aanlandplicht in haar huidige vorm lastig uitvoerbaar is blijktevaluatie van de aanlandplicht in opdracht van de Europese Commissie(2025). kst-21501-32-1815ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18151 Nederland onderzoekt concreet hoe de aanlandplicht effectief vervangenof aangepast zou kan worden met een werkbaar alternatief, bijvoorbeelddoor een nieuwe vorm van registratieplicht op basis van FDF. Detoepassing van deze technologische innovatie betekent administratievelastenverlichting, waarbij de oorspronkelijke doelstellingen van de huidigemaatregel gehandhaafd zouden kunnen blijven.Op basis van deze routekaart kan ik de gesprekken voeren met deEuropese Commissie en andere lidstaten om tot een aanpassing van deaanlandplicht te kunnen komen. Veel lidstaten en visserijsectorenondervinden nadelen van de aanlandplicht, waarbij ook met name deNederlandse demersale visserij op de Noordzee gezien dat hier sprake isvan een gemengde visserij. In de discussie over de evaluatie van het GVB,is de herziening van de aanlandplicht één van mijn speerpunten. Met mijninzet en de routekaart FDF 2.0 geef ik ook invulling aan de motie van Vander Plas (Kamerstuk 21 501-32 nr. 1770).Toegang tot MFK-middelen voor verduurzaming binnenvisserijConform Motie Van der Plas (Kamerstuk 21 501-32 nr. 1774), zet hetkabinet zich in om ook voor de binnenvisserij toegang tot MFK-middelenvoor verduurzaming te verkrijgen. Aan deze motie zal op een passendmoment uitvoering worden gegeven in Brussel, in het kader van de noglopende onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK).Visserij Ontwikkel planOp 13 juni 2023 bent u geïnformeerd over de vaststelling van het VisserijOntwikkel Plan (VOP) (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1553). Het VOP vormt debasis voor de huidige uitvoering van de nationale investeringen in deNederlandse visserijgemeenschappen en visclusters. Het plan isopgesteld door het Bestuurlijk Platform Visserij (BPV) in samenwerkingmet gemeenten, provincies, ondernemers, maatschappelijke organisatiesen het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur. HetVOP bevindt zich inmiddels in de uitvoeringsfase.Het doel van het VOP is tweeledig. Allereerst het behouden en ontwik-kelen van toekomstbestendige visclusters en visserij-infrastructuur.Daarbij ook het versterken van sociaaleconomische activiteiten diebijdragen aan de leefbaarheid, werkgelegenheid en identiteit vanvisserijgemeenschappen. Binnen deze twee doelen wordt nadrukkelijkingezet op samenwerking tussen overheid, ondernemers en maatschap-pelijke partners.Binnen het VOP wordt gewerkt aan projecten verspreid over vijf regio’s:Urk, Kop van Noord-Holland, Zuidwest-Nederland, Noord-Nederland ende Hollandse Haringkust. Daarnaast wordt ingezet op bovenregionalesamenwerking op het gebied van visserijonderwijs en de beleving van deNederlandse visserij-identiteit.De financiële middelen voor de regio’s van het programma zijn in 2024uitgekeerd aan de betrokken partijen. Verder zijn de middelen voor hetkoepelplan visserijonderwijs en het koepelplan visserijbeleving inmiddelsook uitgekeerd aan de betrokken partijen. Daarmee is het programmavolledig en formeel in werking getreden en zijn de uitvoerende partijengestart met de realisatie van de projecten en investeringen zoalsopgenomen in het VOP. Op dit moment wordt in de verschillende regio’sgewerkt aan de verdere uitvoering van de plannen, de inrichting vansamenwerkingsstructuren en de voortgang van de geselecteerdeprojecten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18152 In 2028 zal ik een voortgangsupdate aan de Kamer aanbieden. In dezeupdate zal worden ingegaan op de uitvoering van de projecten, debereikte resultaten en de verdere ontwikkeling van het programma.Bescherming van de pijlinktvissenOp 28 april 2026 is de motie van de leden Kostic´ (PvdD) en Bromet(GL-PvdA) aangenomen. Deze motie verzoekt de regering om op kortetermijn met maatregelen te komen om pijlinktvissen beter te beschermen,om in Europees verband te pleiten voor voorzorgsbeheer, met aandachtvoor het verbeteren van de monitoring, het kunnen opleggen van tijdelijkevangstbeperkingen en het behouden van een gezonde pijlinktvispopulatie(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1782).Zoals ik aangaf tijdens het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraadd.d. 27 april 2026 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1776) is de wetenschappelijkebasis om de pijlinktvis (Loligo vulgaris en Loligo forbesii) duurzaam tebeheren nu nog niet volledig. De komende tijd zet ik mij daarom in op hetopbouwen van de wetenschappelijke kennis over dit bestand. Hoewel erop dit moment geen indicaties zijn dat het slecht gaat met het bestand,snap ik de oproep voor beheer. Inktvis wordt namelijk voor steeds meervissers economisch belangrijk en wordt meer gevangen dan voorheen. Ditkomt doordat pijlinktvis steeds meer en in grotere getalen in de zuidelijkeNoordzee voorkomt. Klimaatverandering heeft waarschijnlijk geleid tot deverschuivingen in de verspreiding van pijlinktvissen, waardoor ze zichvanuit zuidelijkere wateren verder noordwaarts uitbreiden. Dit benadrukthet belang van goede monitoring van de ecologische effecten van dezeveranderingen op het Noordzee-ecosysteem. Het behouden van eengezonde pijlinktvispopulatie is belangrijk voor de biodiversiteit en hetfunctioneren van het mariene ecosysteem. Daarnaast is een gezondbestand van belang voor vissers die nu én in de toekomst op duurzamewijze hun boterham willen verdienen.Om deze redenen worden er in internationaal verband al maatregelengenomen ter bescherming van het inktvisbestand. Zo heeft Nederland in2021 op verzoek van onze visserijsector het initiatief genomen om demaaswijdte aan te passen voor de visserij op pijlinktvis. In de visserij opinktvis was het tot vorig jaar oktober toegestaan met kuilen met eenmaaswijdte van 40 mm te vissen. Via een internationale procedure is destap gezet naar EU-regelgeving, waardoor momenteel zowel in deNoordzee als in de Noordwestelijke wateren (waaronder het kanaal) eenmaaswijdte van 80 mm geldt. Het vergroten van de maaswijdte draagt bijaan het verminderen van vangst van kleinere inktvis exemplaren.Daarnaast wordt er momenteel gewerkt aan het vergroten van de kennisover dit bestand. Zo heeft Wageningen Marine Research (hierna: WMR) enWageningen Social & Economic Research in 2025 onderzoek gedaan naarde ontwikkeling en de huidige stand van zaken in de Nederlandseinktvisvisserij op verzoek van het Ministerie van LVVN (Kamerstuk 21501-32). Eind 2025 is daarnaast een rapport door WMR opgeleverd datkijkt naar de verschillende mogelijkheden om inktvissen te beoordelenonder de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (hierna: KRM). Hierbijstuur ik uw Kamer dit rapport toe. Tot slot, ook buiten de vraag van LVVNom, werken onderzoekers, zowel in nationaal als in internationaalverband, aan het vergroten van kennis over dit bestand.Inmiddels is bekend dat pijlinktvissen relatief snel groeien, zich rapvoortplanten en daarna meteen sterven. Deze levenscyclus duurtgemiddeld anderhalf jaar. Hierdoor wordt het lastig om het bestand goedte monitoren en ook brengt dit uitdagingen bij het beheer met zich mee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18153 Huidige visserijbeheermethoden zijn vooral geschikt voor het beheer vanlanger levende soorten en zijn dus niet geschikt voor kortlevende soortenals pijlinktvis.De komende periode ga ik dan ook in overleg met de wetenschap, expertsen relevante stakeholders om te bepalen hoe de pijlinktvis het meesteffectief beschermd kan worden. Daarbij wil ik benadrukken dat eventuelemanagementmaatregelen in internationaal verband genomen moetenworden, aangezien visserijbeheer onder de exclusieve competentie van deEuropese Commissie valt. Dit heeft ook mijn sterke voorkeur, vanwegeeen gelijk speelveld voor vissers en vanwege het feit dat de pijlinktvis zichniet aan landsgrenzen houdt. Daarbij is het van belang dat beheermaatre-gelen niet alleen bijdragen aan een gelijk speelveld voor vissers, maar ookaan het behoud van een veerkrachtig marien ecosysteem en eenduurzaam bestand op de lange termijn. Het is dus aan de lidstaten omsamen met de Commissie tot goede beheermaatregelen te komen. Dit kanbreder zijn dan enkel het bepalen van vangstquota. Daar zal ik mij dekomende tijd op inzetten.PulsvisserijPulsvisserij is een bewezen duurzame techniek om platvis te vangen. Dezevangsttechniek is echter verboden, zoals ik eerder met de Kamer hebgedeeld (Kamerstuk 21 501-32 nr. 1719). Dit verbod is vastgelegd in deTechnische Maatregelen Verordening (Verordening (EU) 2019/1241) enalleen de Europese Commissie kan een voorstel tot wijziging van dezeverordening doen. De inzet van het kabinet is erop gericht om hetdraagvlak voor deze techniek te verhogen, onder andere door het uitzettenvan onderzoek in samenwerking met andere landen en de EuropeseCommissie. De eerste gesprekken zijn reeds gevoerd zoals ook gevraagddoor de moties Van der Plas (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2326) en Van derPlas en Den Hollander (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1738). Uit dezegesprekken is gebleken dat er welwillendheid is om in gesprek te gaanover mogelijk onderzoek of doorontwikkeling van het pulstuig. Tegelij-kertijd blijft ook duidelijk dat dit nog steeds een gevoelig onderwerp iswaardoor dan ook zorgvuldigheid belangrijk blijft.Ter vergroting van het draagvlak bij lidstaten wordt er daarom gekekennaar verschillende onderzoeksmogelijkheden: een economischeverkenning of met eventueel aanvullende randvoorwaarden de huidigetechniek nog steeds rendabel kan zijn, een doorontwikkeling van hetpulstuig gericht op het wegnemen van bestaande zorgen, ook doormiddel van pilots bij voorkeur met andere landen, en een onderzoek naarde impact van de pulstechniek op het voortplantingssucces van kwetsbaresoorten. Deze onderzoeksmogelijkheden zullen bij voorkeur wordenverkend in samenwerking met andere landen en buitenlandse kennisin-stellingen. Transparant en zorgvuldig opereren op dit dossier is essentieel.Naast deze inzet op de herintroductie van de pulsvisserij zal ook blijvendingezet worden op verdere innovatie-ontwikkelingen om zo bij te dragenaan een verdere verduurzaming van de boomkorvisserij.Uitspraak Raad van State m.b.t. pulsDe Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS)heeft op woensdag 22 april jl. een zestal uitspraken gedaan metbetrekking tot de pulsvisserij. De Minister is in alle gevallen in het gelijkgesteld, hij heeft rechtmatige besluiten genomen en de vergunningenvoor de pulsvisserij zijn terecht ingetrokken. De ABRvS heeft geenuitspraak gedaan of een deel van de vissers (in totaal 42) in aanmerkingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18154 komt voor nadeelcompensatie, dat besluit moet nog door de Ministerworden genomen.Het staat iedereen vrij om een aanvraag tot nadeelcompensatie in tedienen, maar om daadwerkelijk in aanmerking te komen, moet aan strikteen specifieke eisen worden voldaan. Het is niet waarschijnlijk dat devissers in aanmerking zullen komen voor nadeelcompensatie. Doordat deinvesteringen in het pulstuig in principe binnen enkele jaren zijn terugver-diend, is er waarschijnlijk geen sprake van schade. Daarnaast moet deschade waarvoor nadeelcompensatie wordt gevraagd zijn veroorzaaktdoor een besluit van de Minister. In dit geval is het daadwerkelijkeschadeveroorzakende besluit genomen door de Europese instellingen,aangezien het intrekken van de pulsvergunningen een rechtstreeks gevolgwas van het Europese verbod op pulsvisserij. Hierdoor acht ik het nietwaarschijnlijk dat ik gehouden zou zijn nadeelcompensatie toe te kennen.Toch begrijp ik de impact die het pulsverbod heeft gehad op de betref-fende vissers en zal ik wanneer een betrokken visser ondanks boven-staande toch in aanmerking denkt te komen voor nadeelcompensatie hende gelegenheid bieden om (aanvullende) bewijsstukken aan te leverenwaarmee ze dit kunnen aantonen. Deze stukken zal ik zorgvuldig beoor-delen en op basis daarvan een besluit nemen.Steunmaatregel gestegen bedrijfskostenEerder informeerde ik uw Kamer over mijn voornemen om een steun-maatregel open te stellen voor de visserijsector onder het EuropeanMaritime, Fisheries, and Aquaculture Fund (EMFAF) (Kamerstuk 36 933, nr.1 en Kamerstuk 21 501-32, nr. 1795). Dit om de gevolgen van het conflictin het Midden-Oosten op te vangen. Ik doe dit in navolging van motieFlach c.s. (Kamerstuk 23 432, nr. 713).De steunmaatregel richt zich op gestegen bedrijfskosten en zal vissers ineen lastige tijd helpen. De steunmaatregel is bijna af. Met onderbouwingvan Wageningen Social and Economic Research (WSER) en in nauwoverleg met sector leg ik hier nu de laatste hand aan. Doeltreffendheidstaat hierbij voorop. Ik hou daarom rekening met de mate waarinverschillende vlootsegmenten last hebben van gestegen bedrijfskosten.De regeling kijkt met terugwerkende kracht naar de gestegen bedrijfs-kosten die sinds uitbreken van het conflict zijn gemaakt. Met dieboodschap zijn vissers weer gaan uitvaren, omdat zij weten dat steun zalvolgen.Ook let ik op de uitvoerbaarheid en lage administratieve lasten voor zowelde subsidieaanvrager, als de Rijksdienst van Ondernemend Nederland(RVO) als uitvoerende instantie. Zoals gebruikelijk bij EMFAF-subsidieregelingen, leg ik de regeling voor aan het Monitoring ComitéEMFAF. Daarin zitten vertegenwoordigers van sector, NGO’s, wetenschap-pelijke instellingen en decentrale overheden. Ik doe mijn best om uwKamer voor het reces de regeling te sturen.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. ErkensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18155

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c2c1355634828abc

14 okt 2026 · e28803785ab324fc

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.