KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag

3 apr 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b91eccc3d4cbff29 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 513Wijziging van de Wet kinderopvang in verbandmet verbetermaatregelen van degastouderopvangNr. 5 VERSLAGVastgesteld 3 april 2024 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast methet voorbereidend onderzoek van voorliggend wetsvoorstel, heeft de eerals volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de in het verslag opgenomen vragen enopmerkingen afdoende door de regering worden beantwoord acht decommissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoendevoorbereid.Inhoudsopgaveblz.I.Algemeen11.Inleiding22.Aanleiding23.Hoofdlijnen van het voorstel34.Maatschappelijke gevolgen75.Advies en consultatie96.Inwerkingtreding10II.Artikelsgewijs10 I. Algemeen De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden hebben hier nog vragenover.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat er in de wet opverschillende punten wordt gesproken over lagere regelgeving. De ledenvragen een overzicht van algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) enministeriële regelingen die de regering op wil stellen, dan wel aan wilpassen. Deze leden vragen of zij het goed begrijpen dat er bij elk van deze kst-36513-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 51 punten geen voorhang is voorzien. Ook vragen deze leden naar hoe deAMvB’s en regelingen zullen worden uitgewerkt, met welk tijdspad en metwie de regering hierover in gesprek gaat, indachtig de opmerking uit deinternetconsultatie dat de vormgeving van lagere regelgeving bepalendzal zijn voor de werkingswijze van de wet.De leden van NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan dit wetsvoorstel.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de wijzigingvan de Wet kinderopvang in verband met verbetermaatregelen van degastouderopvang. Vooropgesteld zijn de leden van de CDA-fractievoorstander van goede kwaliteit van gastouderopvang in het belang vanhet kind. Wel hechten deze leden ook aan het karakter van de gastouder-opvang en willen zij goed kunnen beoordelen of de lasten en regeldrukvan bepaalde maatregelen opwegen tegen de effecten ervan. Deze ledenmerken op dat zij dat bij deze wet ingewikkeld vinden, omdat onderhavigewet alleen grondslagen creëert voor nadere regelgeving, maar op veelplekken wordt verwezen naar die nadere regelgeving waar de maatre-gelen nog concreet worden uitgewerkt. Zij vragen wanneer de concreteuitwerking op onderdelen volgt en hoe de Kamer hierbij betrokken wordt.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel. Deze leden onderstrepen het nut van de gastouderopvang,maar hebben vragen bij de voorgenomen maatregelen.1. Inleiding 2. Aanleiding De leden van de SGP-fractie constateren dat de maatregelen zich metname richten op het verbeteren van de kwaliteit van gastouderopvang dieeen lage of zeer lage pedagogische kwaliteit bieden. Waarom is er nietvoor gekozen maatregelen specifiek te richten op deze categorie in plaatsvan de gehele gastouderopvang op te zadelen met extra verplichtingen?De leden van de SGP-fractie lezen dat er sprake was van een lagetoezichtintensiteit. Kan de regering een opsomming geven van demaatregelen die zijn genomen om het toezicht te intensiveren? Zou het bijreële zorgen niet logischer zijn af te wachten wat de resultaten van dezeintensivering zijn in plaats van meteen te komen met een aantal wettelijkevereisten?De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de kwaliteit in degastouderopvang gemiddeld genomen vergelijkbaar is met die in dedagopvang en de buitenschoolse opvang, maar dat de variatie groter ismet grote uitschieters aan de bovenkant en onderkant. Deze leden vindenhet percentage van 21 procent dat een lage of zeer lage pedagogischekwaliteit aanbiedt zeer hoog. Wat is de doelstelling van de regering om ditpercentage naar beneden te krijgen? In hoeverre zal voorliggendwetsvoorstel bijdragen aan het verlagen van dit percentage?Is de regering het met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat enkelhet vastleggen van pedagogische doelen voor de gastouderopvang in dewet- en regelgeving niet betekent dat de pedagogische kwaliteit in depraktijk ook direct verbetert? Wat is het beoogd effect van voorliggendwetsvoorstel in de praktijk? Is er een beeld hoeveel procent van degastoudervoorzieningen nu niet voldoen aan de gestelde eisen invoorliggend wetsvoorstel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 52 Het wetsvoorstel is onderdeel van een breder palet aan maatregelen omde kwaliteit van en het toezicht op de gastouderopvang te verbeteren. Deleden van de ChristenUnie-fractie vragen of het totale palet aan maatre-gelen, naar oordeel van de regering, een voldoende antwoord is op hetonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs uit 2020.13. Hoofdlijnen van het voorstel De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen uit de memorievan toelichting dat de pedagogische doelen ook voor de gastouderopvangin de wet worden verankerd. Deze leden lezen dat de regering wilvoorkomen de indruk te wekken dat de kwaliteitseisen gelijk wordengesteld aan die van de dagopvang en buitenschoolse opvang. Deze ledenvragen hoe de regering voornemens is dit te voorkomen en of de regeringvoornemens is extra hierover te communiceren. Deze leden vragen naareen handzaam overzicht van welke eisen wel en niet gelden voor welkedelen van de kinderopvang.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over demaximering van het aantal gastouderbureaus. Deze leden maken uit dewettekst op dat de regering heeft gekozen voor een formulering waarbijaangesloten wordt bij de voorziening per gastouder. Deze leden merkenop dat de Wet kinderopvang reeds een definitie heeft opgenomen vooreen voorziening. Deze leden vragen of deze definitie voldoende handzaamen duidelijk is voor het veld.Ook vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naar de term«aangesloten». Deze leden merken op dat de GGD GHOR aangeeft dat ditniet aansluit op de huidige terminologie in de wet. Deze leden vragen hoede regering dit punt oppakt en hoe zij alternatieven apprecieert.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de afweging isgeweest om te kiezen voor een maximering per voorziening in plaats vanper gastouder (of per bemiddelingsrelatie van een gastouder). Deze ledenlezen hier op verschillende plekken over, bijvoorbeeld in de uitvoerings-toetsen, waarbij telkens andere afwegingen naar voren komen. Daar komtbij dat de regering er op basis van het advies van de Raad van State voorheeft gekozen om de maximering in de wet op te nemen, waardoor laat inhet traject nog advies is gevraagd aan uitvoerders en de VerenigingNederlandse Gemeenten (VNG). Deze leden merken op dat betrokkeninstanties hebben aangegeven weinig tijd te hebben gehad voor hunreactie.Deze leden vragen of de regering de verschillende smaken in kaart kanbrengen en de voor- en nadelen voor verschillende stakeholder (in iedergeval: ouder, gastouder, gastouderbureaus, toezichthouder) nader wilbeschrijven. Deze leden vragen daarbij nader in te gaan op gastouders dieop verschillende locaties werken of die vaak van locatie wisselen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen in dit kader welkeafweging voor de regering uiteindelijk doorslaggevend is gebleken. Ookvragen de leden expliciet in te gaan op waar de uitvoeringstoetsenverschillende kanten op wijzen. Deze leden vragen naar wat GGD GHORschrijft op pagina vier van de uitvoeringstoets (kopje B2) en wat VNGschrijft op pagina twee van de uitvoeringstoets.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tevens naar cijfers overhoeveel gastouders voorzieningen hebben in verschillende gemeenten,ten opzichte van het totaal aantal gastouders.1Inspectie van het Onderwijs, april 2020, «Thema-onderzoek toezicht gastouderopvang».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 53 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering nadereregelgeving wil uitwerken voor het geval dat meerdere gastouderbureausbetrokken zijn bij de begeleiding van gastouders. Deze leden vragenwaaraan gedacht kan worden. Deze leden vragen welk effect de regeringverwacht en hoe dit te kwantificeren is. Ook vragen deze leden hoe hieropgeëvalueerd gaat worden en wat de regering gaat doen als het effect vande regelgeving uitblijft.Ook lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de regeringovergangsrecht heeft voorzien. Deze leden hebben enkele vragen overwat dit in de praktijk gaat betekenen, ook indachtig de opmerking vanGGD GHOR dat met de huidige formulering niets is geregeld en datbemiddeling nog jaren kan doorlopen zonder dat ingegrepen kan worden.Zo vragen deze leden hoe lang een contract kan lopen en of het mogelijkis dat contracten voor onbepaalde tijd lopen. Deze leden vragen of eroverwogen is om zowel de doorlooptijd van contracten in beschouwing tenemen als het stellen van een finale deadline dat er gebruik gemaakt magworden van meer dan twee bureaus.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen daarnaast hoevoorkomen kan worden dat er strategisch gedrag plaatsvindt. Deze ledenvragen of de regering dit meeneemt in het opstellen van de AMvB. Tenslotte vragen deze leden naar de sanctionering, namelijk wie deovertreder is en of aanwijzingen binnen de eigen gemeentegrens moetenblijven.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of is overwogen deovereenkomst of bemiddelingsrelatie tussen gastouder en gastouder-bureau in de wet vast te leggen.De leden van de VVD-fractie vragen hoe wordt gegarandeerd dat devoorgestelde maatregelen daadwerkelijk leiden tot een verbetering van depedagogische kwaliteit in de gastouderopvang, en welke specifiekecriteria worden gehanteerd om dit te meten.De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier de afbakening vande gastouderopvang wordt herzien in dit voorstel, en hoe wordt ervoorgezorgd dat deze afbakening niet leidt tot een beperking van debeschikbare opvangmogelijkheden voor ouders.De leden van de VVD-fractie vragen hoe de voorgestelde monitoring enevaluatie van de gastouderopvang zal worden uitgevoerd, en welkeinstanties zijn verantwoordelijk voor het toezicht hierop.De leden van de NSC-fractie zijn het met de regering eens dat de opvangdoor gastouderbureaus kwalitatief goed moet zijn en niet onder mag doenvoor de kwaliteit die geboden wordt in de normale dagopvang en debuitenschoolse opvang. Deze leden vinden tegelijkertijd dat voorkomenmoet worden dat de kwalitatieve eisen het flexibele en kleinschaligekarakter van de gastouderopvang belemmeren. Deze leden vragen deregering dan ook nader aan te geven hoe de regering dit wil voorkomen.Deze leden lezen in de memorie van toelichting dat de regering verwachtdat dit effect beperkt zal zijn, omdat veel gastouders en gastouderbureaus(deels) voldoen aan de nieuwe eisen. Verder moet volgens de regeringeen tijdige voorlichting en overgangstermijn dit risico mitigeren. Kan deregering nader aangeven hoe deze overgangstermijn er precies uit gaatzien en wanneer en hoe er gestart wordt met de voorlichting?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 54 De leden van de BBB-fractie constateren dat recentelijk is besloten omeen aantal kwaliteitseisen in kinderdagverblijven naar beneden bij testellen. Hoe verhouden de nieuwe kwaliteitseisen voor gastouderbureauszich ten opzichte van de kwaliteitseisen van kinderdagverblijven?De leden van de BBB-fractie lezen op pagina vijf dat de socialisatie vankinderen wordt bevorderd door overdracht van algemeen aanvaardewaarden en normen. Wie gaat vaststellen wat «algemeen aanvaardewaarden en normen» precies zijn? In hoeverre is er 100 procentmaatschappelijke overeenkomst over gewenste «algemeen aanvaardewaarden en normen»? In hoeverre moet een overheid «algemeenaanvaarde waarden en normen» vaststellen wanneer dit een organischproces is dat aan constante verandering onderhevig is? Kan de regeringaangeven welke waarden en normen dat zouden moeten zijn, en op basisvan welk wereldbeeld dit precies is? Kan de regering aangeven ofreligieuze overtuigingen de gewenste algemeen aanvaarde waarden ennormen kunnen beïnvloeden, en wanneer deze waarden en normen opbasis van religieuze achtergrond verschillen, hoe er dan algemeenaanvaarde normen en waarden vastgesteld kunnen worden zonder dat hetgebruik van gastouders verminderd gaat worden (omdat ouders bijvoor-beeld niet willen dat hun kinderen met andere waarden en normenopgevoed gaan worden)?De leden van de BBB-fractie lezen op pagina zeven: «Tot slot kan hetaangesloten zijn bij meerdere gastouderbureaus belemmerend werkenvoor het toezicht door de GGD. In het onderzoek van de inspectie geeftbijna een derde van de bevraagde GGD’en aan dat het aangesloten zijn bijmeerdere gastouderbureaus het beoordelen van de kwaliteitseisen tijdenseen inspectieonderzoek (zeer) negatief beïnvloedt. Als een gastouder metverschillend beleid moet werken, is moeilijker toezicht te houden of ditbeleid ook wordt uitgevoerd.» In hoeverre is het wenselijk dat aansluitingvan een gastouder bij maximaal twee gastouderbureaus vastgezet wordt,wanneer de GGD aangeeft dat «meerdere» gastouderbureaus belem-merend kan werken op het toezicht? Waarom wordt er dan toch gekozenvoor twee in plaats van één, met de huidige beredenering in de memorievan toelichting?De leden van de CDA-fractie lezen dat in de gastouderopvang ook depedagogische doelen zullen worden vastgesteld zoals die in dekindervang gelden. Deze leden zijn benieuwd wat de concrete uitwerkingvan de vier onderdelen van verantwoorde kinderopvang zal gaaninhouden. Zij vragen of de regering hier nadere toelichting op kan gevenen hoe het karakter van gastouderopvang hierin wordt geborgd.Ook vragen de leden van de CDA-fractie hoe een pedagogisch beleidsplaneruit zal moeten komen te zien, en wanneer duidelijk wordt wat er inartikel 21 van het Besluit tot wijziging van het Besluit kwaliteit kinder-opvang in verband met verhogen van de kwaliteit van de gastouder-opvang komt te staan. Deze leden vragen of de regering nader toelichtingkan geven wat dit dan precies betekent voor een werkplan en hoe hiermeedoor gastouders in praktijk moet worden omgegaan. Als gastouders ineen werkplan moeten opnemen hoe zij de ontwikkeling van een kindvolgen, zijn deze leden bijvoorbeeld benieuwd of dit betekent dat zijdaarover verslagen moeten uitbrengen aan ouders. Dit kan leiden tot eenvergaande administratieve plicht, die op gespannen voet kan staan met dehuiselijke gezinssfeer en aandacht voor de kinderen binnen de gastouder-opvang. Zij vragen hoe de regering daarin de balans wil bewaren en of desector goed betrokken wordt bij het opstellen van de nadere regels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 55 De leden van de CDA-fractie vragen de regering eveneens verduidelijkingvan de nadere uitwerking van coaching door de pedagogisch beleidsme-dewerker, en hoeveel uren deze door gastouderbureaus moet wordeningezet.Voorts vragen de leden van de CDA-fractie de regering om een nadereconcretisering van de verwachte kostenverhogingen die de aanvullendeeisen zullen betekenen voor gastouders, voor gastouderbureaus en voorouders.Ten aanzien van opleidingseisen voor gastouders, vragen de leden van deCDA-fractie de regering wat dit betekent voor gastouders die op ditmoment reeds kinderen opvangen. Deze leden vragen of deze gastoudersaanvullende opleiding en trainingen moeten volgen, en zo ja, wat datprecies inhoudt. Ook vragen zij wat permanente ontwikkeling praktischinhoudt en of er faciliteiten beschikbaar zijn/komen om opleiding entraining te bekostigen.Ten aanzien van de uitbreiding van de achterwachtregeling, vragen deleden van de CDA-fractie of het haalbaar is voor gastouders om te allentijde, ook als zij één of twee kinderen opvangen, formeel een achterwachtte regelen.De leden van de SGP-fractie zien graag een nadere onderbouwing vande keuze voor de genoemde pedagogische doelen als uitgangspunt voorverantwoorde kinderopvang bij gastouderopvang.De leden van de SGP-fractie lezen dat de pedagogische doelen zullenworden geconcretiseerd bij AMvB. Wat zijn de voornemens van deregering op dit punt? Aan welke concrete uitwerking denkt de regering?De leden van de SGP-fractie constateren dat circa vijf procent van devoorzieningen voor gastouderopvang is aangesloten bij drie of meergastouderbureaus in plaats van bij één of twee. Heeft de regering zicht opde redenen of oorzaken waardoor deze gastouders bij drie of meergastouderbureaus zijn aangesloten?De leden van de SGP-fractie lezen dat in lagere regelgeving zal wordenuitgewerkt hoe de begeleiding bij meerdere gastouderbureaus vorm moetkrijgen. Kan de regering aangeven aan welke uitwerking wordt gedacht?De leden van de SGP-fractie vragen de inzet van de pedagogischbeleidsmedewerker als coach voor de gastouders nader te onderbouwen,in relatie tot de doelstelling van het wetsvoorstel.De leden van de SGP-fractie lezen dat de nieuwe kwaliteitseisen zullenworden gemonitord en geëvalueerd. Deze leden vinden dit een goedezaak en vernemen graag hoe de regering dit gaat invullen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering nader uit teleggen op welk vlak de kwaliteitseisen voor gastouderopvang nietgelijkgesteld worden aan de kwaliteitseisen van dagopvang of buiten-schoolse opvang. In hoeverre blijft de gastouderopvang zich onder-scheiden van de dagopvang en de buitenschoolse opvang nu dekwaliteitseisen steeds meer naar elkaar toegroeien?De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het een verstandig voorstelom het aantal gastouderbureaus waarbij een gastouder per voorzieningvoor gastouderopvang kan zijn aangesloten beperkt wordt. Deze ledenhebben wel vragen waarom evenwel gekozen is voor het maximeren vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 56 het aantal gastouderbureaus op twee. De regering benoemt in dememorie van toelichting dat het voor een gastoudervoorzieningingewikkeld is om verschillend beleid van verschillende gastouderbureausna te leven. De leden van de ChristenUnie-fractie vinden dit een steek-houdend argument. Kan de regering nader duiden waarom, met diereden, niet gekozen is voor één gastouderbureau. Dit zou gezien deuitvoering van het beleidsplan, de naleving ervan en het toezicht hieroptoch een eenduidigere keuze zijn? Zeker gezien het feit dat 78 procent vande gastouderopvangvoorzieningen reeds gebruik maken van ééngastouderbureau, moet dit toch voor de hele sector haalbaar zijn. Deleden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering deze keuze nader temotiveren en te overwegen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of zij demotivatie van gastoudervoorzieningen weet om bij drie of meer, of somswel zes, gastouderbureaus aangesloten te willen zijn.4. Maatschappelijke gevolgen De leden van de VVD-fractie vragen welke specifieke maatregelenworden genomen om ervoor te zorgen dat de gastouderopvang toegan-kelijk blijft voor alle ouders, met name gezien de financiële gevolgen vandit wetsvoorstel.De leden van de VVD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat devoorgestelde wijzigingen leiden tot een verhoogde financiële last voorouders die gebruikmaken van gastouderopvang, en welke ondersteuningwordt geboden aan gastouders om aan de nieuwe kwaliteitseisen tevoldoen.De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier de regeldruk voorgastouders wordt verminderd door dit wetsvoorstel, en welke specifiekeadministratieve vereenvoudigingen worden geïmplementeerd.De leden van de NSC-fractie vragen naar de gevolgen van ditwetsvoorstel in relatie tot de huidige personeelstekorten binnen dekinderopvangsector. Kan de regering hier nader op in gaan? Metbetrekking tot de verzwaarde coachingseisen, kan de regering ingaan opde effecten op 65-plussers die kleinkinderen opvangen via het gastouderconcept? Is de verwachting dat zij hun dienstverlening blijven aanbieden?Kan de regering een inschatting geven in hoeverre de toegenomenadministratieve lastendruk voor gastouders wellicht leidt tot een afnamevan het aantal gastouders en daarmee een toename van de vraag bijkinderopvang/buitenschoolse opvang? Voor een deel van de gastouderbu-reaus en gastouders zullen deze maatregelen tot extra kosten leidenconstateren de leden van de NSC-fractie. Om te voorkomen dat dezekosten niet volledig ten laste komen van ouders en daarmee de toeganke-lijkheid van de gastouderopvang onder druk komt te staan, worden deextra kosten verdisconteerd in de maximum uurprijs voor de kinderop-vangtoeslag voor gastouderopvang per 2025. Deze leden lezen dathiervoor 16,3 miljoen euro structureel is gereserveerd. Kan de regering ditbedrag nader onderbouwen? Kan de regering voorts een prognose gevenvan de financiële gevolgen van dit wetsvoorstel voor zowel de schatkistals voor ouders die nu gebruik maken van gastouderopvang? Kan deregering met een rekenvoorbeeld aangeven wat de inkomsten, uitgavenen winst zijn voor een gastouder met, zeg, scenario 1: 5 kinderen tot4 jaar, scenario 2: 2 kinderen tot 2 jaar en 1 baby tot 1 jaar, scenario3: 2 eigen kinderen onder 4 jaar en 1 baby tot 1 jaar? Hoe verhouden dewinst en de inkomsten in deze scenario’s zich tot wat er nu is opgenomenin het conceptwetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 57 Rechtsvermoeden als minimumtarief van 32,24 euro als een redelijk tariefwaarbij een ondernemer voldoende armslag heeft voor een buffer tegenziekte en werkeloosheid en bijvoorbeeld verzekering voor arbeidsonge-schiktheid en pensioen? Vindt de regering dat een beroep als gastoudervoldoende «bestaanszeker» is in Nederland? Zo nee, waarom niet?De leden van de BBB-fractie lezen op pagina 12: «De voorgesteldemaatregelen kunnen de toegankelijkheid van de gastouderopvang onderdruk zetten. Bijvoorbeeld omdat gastouders niet aan de nieuwe kwaliteits-eisen kunnen of willen voldoen en hun opvang beëindigen. Ook kunnende kosten voor gastouderopvang voor ouders stijgen als gevolg van devoorgestelde maatregelen. De regering vindt het belangrijk om verant-woorde gastouderopvang beter te waarborgen in de wet, ook als ditbetekent dat sommige gastouders niet aan alle voorgestelde eisen kunnenvoldoen. Het aantal gastouders daalt al jaren, blijkt uit de registratie in hetLRK.» In hoeverre zijn er nu al sprake van tekorten van gastouders? Inhoeverre zijn er beleidsopties aanwezig die juist het aantal gastouders zoukunnen laten groeien, in plaats van laten krimpen door verhoogdedrempel door bijvoorbeeld regeldruk?Zoals eerdergenoemd, hebben de leden van de CDA-fractie zorgen bijde kosten die de maatregelen inhouden, zowel voor gastouders, gastou-derbureaus, als voor ouders. Deze leden vragen of de regering demaatschappelijke gevolgen zoals beschreven die dit voorstel kan hebben,dat wil zeggen minder aanbod van gastouderopvang, verantwoord zijn ineen al enorm krappe kinderopvangmarkt. Zij vragen of de regering hiernader in kan gaan op verantwoording van de maatregelen in relatie totbeschikbaarheid van aanbod van gastouderopvang, en of hier ook anderemaatregelen of overgangsbepalingen overwogen zijn. Ook vragen dezeleden in hoeverre de recente stijgingen in de kosten van gastouderopvangeen effect hebben gehad op de betaalbaarheid hiervan voor ouders. Dezeleden lezen immers dat de kosten van de gastouder(bureaus) wordengedekt met een verhoging van de maximumuurprijs van de gastouder-opvang, maar daarvan krijgen ouders slechts een deel vergoed.Zoals eerder aangegeven vinden de leden van de CDA-fractie het op veelpunten ingewikkeld een inschatting te maken van de regeldruk, omdatvrijwel alle maatregelen nog nader geconcretiseerd dienen te worden.Deze leden zouden liever alvorens akkoord te gaan met grondslagen, eenregeldruktoetsing van de nadere regelingen zien. Zij vragen of hetuitgangspunt bij de nadere uitwerking is dat de regeldruk te allen tijdewordt afgewogen tegen de maatschappelijke baten van beschikbaarheidvan gastouderopvang en derhalve geen onredelijke regeldruk wordtgeaccepteerd om de uitschieters in kwaliteit naar de onderkant op telossen.De leden van de SGP-fractie maken zich serieuze zorgen over de effectenvan deze maatregelen op de toegankelijkheid van de gastouderopvang.Het aantal gastouders neemt in rap tempo af, en deze leden vrezen dat ditdoor knellende regelgeving alleen maar verder zal afnemen. In hoeverre isde toegankelijkheid een overweging geweest bij de totstandkoming vandeze maatregelen? Hoe reageert de regering op de daling van het aantalgastouders, en wat zijn volgens haar de oorzaken daarvan? Vindt deregering niet ook dat we met elkaar moeten zorgen voor een breedtoegankelijk gastouderlandschap, aangezien gastouderopvang eenbelangrijke voorziening is in ons land? Is de regering bereid te komen metmaatregelen om de toegankelijkheid en beschikbaarheid van gastouder-opvang in Nederland te verbeteren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 58 De leden van de SGP-fractie lezen dat de kosten voor gastouderopvangvoor ouders kunnen stijgen als gevolg van deze maatregelen. Kan deregering inzichtelijk maken welke prijsstijging is te verwachten als gevolgvan de extra kosten? Wat zijn de financiële gevolgen van alle maatregelenin het kader van het ingezette kwaliteitsverbetertraject? Wat zijn de kostenvoor gastouder(bureau)s op jaarbasis? Hoe beoordeelt de regering dekostendekkendheid van de huidige vergoeding voor gastouderopvang,voor en na de maatregelen ter verbetering van de kwaliteit?De leden van de SGP-fractie vragen de regering nader in te gaan op destapeling in regeldrukeffecten voor de gastouderopvang van de voorge-stelde maatregelen, in combinatie met de maatregelen neergelegd in hetBesluit wijziging kwaliteit gastouderbureaus. Wat zijn de effecten van dezestapeling? Kan de regering een opsomming geven van de extra hande-lingen voor een gastouder(bureau)s als gevolg van het kwaliteitsverbeter-traject? Worden hiermee niet nog meer regels opgetuigd, en in hoeverreis dat proportioneel naar het oordeel van de regering?De leden van de SGP-fractie lezen dat dit wetsvoorstel geen directeregeldruk voor de gastouderopvang met zich meebrengt. Tegelijkertijdgeeft de regering aan dat de consequenties van het stellen van regels aande pedagogisch beleidsmedewerker regeldruk met zich mee kunnenbrengen. Dit kan niet tegelijk waar zijn. Deze leden vinden het van belangde uiteindelijke regeldruk mee te wegen in besluitvorming over ditwetsvoorstel. Kan de regering aangeven wat de (kosten van de) verwachteregeldruk is, op basis van de beoogde uitwerking van lagere regelgeving?5. Advies en consultatie De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de GGD GHOR enVNG hebben gevraagd naar een opsomming van onderwerpen waaraanregels kunnen worden gesteld. De regering merkt op dat een dergelijkeopsomming er al is. Deze leden vragen of de regering contact heeft gehadmet betrokken partijen of zij op deze manier voldoende zijn bediend.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken uit de uitvoeringstoetsvan de Inspectie van het Onderwijs op dat de technische inregelingen vande maximering en de gevolgen hiervan voor het toezicht nog niet helderzijn. Deze leden vragen naar een stand van zaken.Deze leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de uitvoeringstoetsvan GGD GHOR dat het begrip «structuurkenmerken» nader uitgewerktmoet worden. Deze leden vragen naar een stand van zaken.De leden van de GroenLinks-PvdA fractie lezen dat een aantal gastoudersvoorstander is van de maximering, omdat gastouderbureaus verschillendmet kwaliteit omgaan. Deze leden vragen waar dit verschil in de praktijk inzit en hoe hier rekening mee gehouden kan worden in het opstellen vande regelgeving die ziet op de samenwerking tussen gastouderbureaus.Deze leden vragen of ook is overwogen om (strengere) kwaliteitseisenvoor gastouderbureaus te stellen, zo ja welke en wat de afwegingenwaren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen naar strategisch gedragvan gastouders en gastouderbureaus. De leden vragen of het voorkomtdat gastouders of gastouderbureaus zichzelf opknippen zodat zij wordenuitgezonderd van het hebben van een oudercommissie.De leden van de CDA-fractie constateren dat zoals de vier uitvoeringsor-ganisaties GGD, VNG, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en de Inspectieaangeven, de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, financiële effecten enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 59 regeldruk van de maatregelen afhankelijk is van de uitwerking van hetwetsvoorstel in nadere regelgeving. De leden van de CDA-fractie vragenof de vier uitvoeringsorganisaties ook expliciet betrokken worden bij deuitwerking van nadere uitwerkingDe leden van de SGP-fractie lezen dat in internetconsultatie respon-denten hebben aangegeven de gastouderopvang te willen laten zoalsdeze nu is. Wat verzet zich daartegen? En wat zou er misgaan op hetmoment dat de voorgestelde maatregelen niet worden ingevoerd?De leden van de SGP-fractie vragen hoe de regering reageert op demogelijkheid dat het aangesloten zijn bij meerdere gastouderbureaus ookkan leiden tot kwaliteitsverbetering, gelet op de variëteit aan cursus-aanbod en de begeleiding en toezicht door meerdere organisaties. Kanaansluiting bij meerdere gastouderbureaus niet juist ook een aanbevelingzijn?6. Inwerkingtreding De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen welk tijdspad deregering voor zich ziet om inwerkingtreding per 1 januari 2025 te halen.De leden van de VVD-fractie vragen of de regering kan aangeven welkestappen worden genomen om een soepele overgang te waarborgen voorgastouders naar de nieuwe vereisten die voortvloeien uit dit wetsvoorstel,en welke ondersteuning wordt geboden tijdens deze overgangsperiode.II. Artikelsgewijs De fungerend voorzitter van de commissie,Léon de JongAdjunct-griffier van de commissie,Van den BroekTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 513, nr. 510

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8202815ebf80ade2

14 okt 2026 · 0e30330ea8729952

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.