Geannoteerde agenda bijeenkomst van EU- transportministers 5 juni 2025 te Luxemburg
Brontekst
Versie 3daa88b4034f3e95 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1129 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRA-STRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 mei 2025Hierbij ontvangt u de geannoteerde agenda van de Transportraad van5 juni a.s. te Luxemburg, mede namens de Minister van Justitie enVeiligheid.De inhoud van deze geannoteerde agenda geeft de meest recente standvan zaken weer. Er is nog geen officiële agenda voor deze Transportraadgepubliceerd. Mocht de formele agenda op belangrijke punten anders zijn,dan wordt u hierover nader geïnformeerd.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. Jansen kst-21501-33-1129ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11291 I. Geannoteerde agenda De formele agenda van de Transportraad op 5 juni a.s. is nog nietbekendgemaakt door het Pools voorzitterschap. Het voorzitterschapstreeft er naar verwachting naar om tot een politiek akkoord komen op deeerste lezing van de Verordening passagiersrechten in de luchtvaart en deVerordening inzake aansprakelijkheid van luchtvervoerders. Naarverwachting zal het voorzitterschap tevens een voortgangsverslagpresenteren over de herziening van de richtlijn Gewichten en Afmetingen.Verder wordt een eerste beleidsdebat verwacht over het al door deEuropese Commissie (hierna: Commissie) gepresenteerdeRoadworthiness Package.Daarnaast zal het voorzitterschap naar verwachting over een aantaldossiers informatie delen over de voortgang van de trilogen. Dit betrefthet voorstel voor de Richtlijn Rivierinformatiediensten (RIS), de Veror-dening wijziging oprichtingsverordening EMSA1, de Richtlijn wederzijdseerkenning rijontzeggingen, de Herziening rijbewijsrichtlijn en de Veror-dening spoorweginfrastructuur-capaciteit. Verder wordt een aantaldiversenpunten verwacht, onder andere over de voorbereiding voor dezomerperiode 2025 voor de Europese luchtvaart.Ook zal Nederland (samen met Oostenrijk) een diversenpunt aanvragenaangaande het vijfde voortgangsrapport over het platform internationaalpersonenvervoer per spoor (IRP).Verordening passagiersrechten in de luchtvaart en de Veror-dening inzake aansprakelijkheid luchtvervoerdersInhoudOnder het Poolse voorzitterschap is de volledige herziening van depassagiersrechtenverordening (Verordening (EG) no. 261/2004) hervat. Hetvoorzitterschap is voornemens om hiervoor tot een politiek akkoord tekomen en ook voor de Verordening inzake aansprakelijkheid vanluchtvervoerders bij het vervoer van passagiers en hun bagage door delucht.2 Deze verordeningen voorzien in de bescherming van vliegtuigpas-sagiers met betrekking tot onder meer annuleringen, instapweigeringen,(langdurige) vertragingen, en de aansprakelijkheid met betrekking totbagage. Zo hebben passagiers in specifieke gevallen onder andere rechtop compensatie en verzorging, in de vorm van maaltijden, drankjes en,indien nodig, hotelaccommodatie.Sinds januari 2025 is onder het Poolse voorzitterschap voortgebouwd opeerdere herzieningsvoorstellen uit 2013 en 2020, en de gedeeltelijkeherziening uit 2023, met als doel om tot een breed gedragen actualiseringen verduidelijking van de regelgeving te komen. In de tot dusver gevoerdeonderhandelingen zijn de lidstaten op veel onderdelen tot consensusgekomen, bijvoorbeeld over de informatieverplichting voor luchtvaart-maatschappijen om passagiers te informeren over hun rechten. Tegelij-kertijd blijven er discussiepunten bestaan, met name ten aanzien van devoorgestelde nieuwe minimale-urengrens voor compensatie ingeval vanvertragingen, het proces van omleiding (re-routing) en de hoogte van decompensatiebedragen.1European Maritime Safety Agency2Verordening (EG) nr. 2027/97.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11292 Inzet NederlandDe verwachting is dat de lidstaten tijdens de Raad tot een politiek akkoordkomen, waardoor het proces naar de tweede lezing wordt gebracht methet Europees Parlement.Het kabinet verwelkomt de algehele herziening van de verordeningen. Hetkabinet heeft een positieve grondhouding tegenover het voorliggendepolitieke akkoord. De uiteindelijke positie zal worden bepaald op basis vande definitieve tekst zoals die in de Transportraad wordt voorgelegd.Positief is dat de herziening niet uitsluitend ziet op versterking van dehandhaving, maar ook inhoudelijke aanpassingen bevat in het belang vanzowel passagiers als luchtvaart-maatschappijen. Zo wordt geprobeerd omeen juiste balans te vinden tussen de bescherming van passagiers en hetverminderen van (administratieve) lasten voor luchtvaartmaatschappijen,en om met verduidelijkingen in de tekst van de verordeningen het aantalklachten, rechtszaken en Hofzaken te verminderen.Het kabinet zal zich blijven inzetten voor een evenwichtige benadering,waarin de rechten van de passagiers gewaarborgd zijn, (administratieve)lasten voor luchtvaartmaatschappijen worden beperkt en het concurren-tievermogen van de luchtvaartsector behouden blijft. Ten aanzien van deherziening Verordening inzake aansprakelijkheid van luchtvervoerders bijhet vervoer van passagiers en hun bagage is het positief dat er duide-lijkere regels zullen bestaan omtrent de afmetingen van het persoonlijkeitem, zoals een rugzak, als handbagage.De discussie concentreert zich momenteel vooral op de vraag welkeminimale urengrens voor compensatie ingeval van vertragingengerechtvaardigd is – de huidige drie uur (of vier uur ingeval van vluchtenmet een vluchtafstand van meer dan 3.500 km) of de nieuwe op hetCommissievoorstel gebaseerde vijf uur (of negen uur ingeval vanvluchten met een vluchtafstand van meer dan 3.500 km) – en of deminimale-urengrens proportioneel is ten opzichte van de operationelelasten voor luchtvaartmaatschappijen en de tijd die zij nodig hebben omeen probleem op te lossen. Nog onduidelijk is hoe de voorgesteldenieuwe minimale urengrens van vijf uur bijdraagt aan de versterking vande rechten van luchtvaartpassagiers en hoeveel (financieel) voordeel ditoplevert voor luchtvaartmaatschappijen.Een ander belangrijk onderwerp betreft de zogeheten «buitengewoneomstandigheden», waarvoor momenteel gewerkt wordt aan eenduidelijkere definitie en een niet-limitatieve lijst van situaties die, op grondvan de Europese jurisprudentie, in ieder geval als buitengewoneomstandigheid aangemerkt worden. Deze lijst, die ook om de zoveel jaarherzien en geactualiseerd zal worden, draagt bij aan meer rechtszekerheidvoor zowel passagiers als luchtvaartmaatschappijen en zal naarverwachting het aantal klachten verminderen. Inzake handbagage wordtbeoogd dat luchtvaartmaatschappijen duidelijke regels maken over hetpersoonlijke item wat passagiers mee mogen nemen. Denk hierbij aangeharmoniseerde regels over afmetingen van een rugzak, zodat passa-giers niet te maken hebben met verschillende regels van luchtvaartmaat-schappijen. Luchtvaartmaatschappijen hebben aangegeven dat ze werkenaan een harmonisatie van dergelijke regels.Heldere en tijdige informatievoorziening aan passagiers blijft eveneenseen essentieel aandachtspunt. Passagiers moeten goed geïnformeerdworden over vertragingen, alternatieve reismogelijkheden (re-routing) enhun rechten, zodat zij weten wat zij kunnen verwachten en welkeondersteuning beschikbaar is. Met heldere regels wordt ook beoogd datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11293 het aantal conflicten tussen luchtvaartmaatschappijen, luchthavens enpassagiers wordt verminderd.Daarnaast speelt het vraagstuk rondom buitengerechtelijke geschillenbe-slechting voor de luchtvaart. In veel lidstaten bestaan al effectievemechanismen om geschillen tussen passagiers en luchtvaartmaatschap-pijen buiten de rechter om op te lossen. In Nederland is dat echter niet hetgeval, omdat we een vrijwillige deelname voor luchtvaartmaatschappijenaan buitengerechtelijke geschilbeslechting kennen en geen luchtvaart-maatschappij hieraan deelneemt. Hierdoor nemen commerciële claimbu-reaus relatief veel ruimte in en kan de rechtspositie van passagiers en ookde rechtspraak onder druk komen te staan. Het kabinet ziet het belang vanhet versterken van de positie van de passagier en het verminderen van dedruk op de rechtstaat onder andere via de ontwikkeling van een effectievebuitengerechtelijke geschilbeslechting voor de luchtvaart.Verder komen, los van deze Verordeningen, unruly passenger-incidentenvaker voor dan voorheen. Op internationaal en Europees niveau is ercontact over unruly passengers en is Nederland aangesloten bij deEASA-campagne hierover. Daarnaast wordt gewerkt aan de privacy-bezwaren bij het delen van zwarte lijsten. Dit onderwerp zal tevens tijdensde Raad worden opgebracht.KrachtenveldAlle lidstaten verwelkomen de volledige revisie van de twee verorde-ningen en staan positief tegenover de verduidelijkingen van definities,rechten en verplichtingen. Ook verwelkomen ze de niet-limitatieve lijst vanbuitengewone omstandigheden. Wel bestaat er onenigheid ten aanzienvan de nieuwe minimale urengrens van vijf uur om in aanmerking tekomen voor compensatie bij vertragingen. Sommige lidstaten neigenvoorstander te zijn van deze nieuwe urengrens omdat dit waarschijnlijk zalleiden tot minder administratieve lasten voor luchtvaartmaatschappijen.Andere lidstaten zijn voorstander van het behouden van de huidigeurengrens. Het Europees Parlement (EP) heeft bij het vorige voorstel totvolledige herziening van de passagiersrechtenverordening aangegevenkritisch te zijn en voorstander te zijn van het behouden van de huidige drieuur, omdat dit aansluit bij de bestaande EU-jurisprudentie (Sturgeon).Voorts heeft het EP aangegeven dat de compensatiebedragen verhoogddienen te worden, gelet op de inflatie, en pleitte het voor een geautomati-seerde compensatie. In de laatste versie van het voorstel worden decompensatiebedragen niet geïndexeerd en bestaat geen recht opautomatische compensatie.Richtlijn Gewichten en Afmetingen Zware WegvoertuigenInhoudOp 11 juli 2023 werd de herziening van de Richtlijn Gewichten enAfmetingen Zware Wegvoertuigen3 gepubliceerd als onderdeel van hetVergroening van Vervoer-pakket. In de Geannoteerde Agenda’s4 , 5 enverslagen van de Transportraden van 5 december 20236 en 18 juni 20247is de Kamer geïnformeerd over de voortgang van de onderhandelingen3BNC-fiche Herziening Richtlijn Gewichten en Afmetingen Zware wegvoertuigen: KamerstukkenII 2023–2024, 22 112 nr. 3783.4Kamerstukken II 2023–2024, 21 501-33, nr. 1046.5Kamerstukken II 2023–2024, 21 501-33, nr. 1071.6Kamerstukken II 2023–2024, 21 501-33, nr. 1052.7Kamerstukken II 2023–2024, 21 501-33, nr. 1077.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11294 over dit voorstel. Naar verwachting zal tijdens deze Transportraad eenvoortgangsrapportage worden besproken.De Richtlijn beoogt te komen tot uniforme regelgeving binnen de EU metbetrekking tot de toegestane gewichten en afmetingen van vrachtwagensdie gebruikt worden voor goederenvervoer. Gezien de strategische positievan Nederland als doorvoerland voor goederen heeft de Richtlijn eenaanzienlijke impact op de nationale economie. Het treffen van goedafgestemde afspraken binnen de Richtlijn kan daarnaast bijdragen aan hetbeperken van schade aan de Nederlandse infrastructuur, wat essentieel isvoor het onderhoud en de instandhouding van het wegennet.Inzet NederlandNederland is positief over het voorstel en de mogelijkheden die het biedtvoor verduurzaming naast de harmonisatie van de vereisten voor zwarevoertuigen in het goederenvervoer. Het kabinet heeft echter ook eenaantal punten van kritiek, waaronder de handhaafbaarheid en de gevolgenvoor de verkeersveiligheid van bijvoorbeeld het voorstel extra lengte toete staan voor zero-emissie vrachtwagens.Het kabinet vindt het daarnaast belangrijk dat de harmonisatie van deregelgeving plaatsvindt binnen de huidige vormgeving van de weginfra-structuur en is daarmee kritisch op voorstellen die bijvoorbeeld demaximaal toegestane aslasten verhogen. Dit zou grote gevolgen hebbenvoor onze huidige weginfrastructuur, onder meer vanwege de huidigeweginfrastructuur die is ingericht om maximale aslasten van 11,5 ton tedragen. Als dit maximum wordt overschreden, wordt schade aan deweginfrastructuur voorzien.KrachtenveldZowel het Spaans als Belgisch voorzitterschap hebben geprobeerd eendeelakkoord te bereiken met de lidstaten over enkele punten binnen ditvoorstel, waaronder de maximaal toegestane gewichten en aslasten, enhet behoud van de huidige maximale hoogte voor zware voertuigen. Dezevoorstellen stuitten echter op teveel bezwaren van verschillende lidstaten,waardoor het beide voorzitterschappen niet is gelukt om tot een akkoordte komen. Het Hongaars voorzitterschap heeft de Richtlijn niet geagen-deerd voor bespreking en het Pools voorzitterschap vooralsnog ook niet,maar heeft wel aangegeven voornemens te zijn dit alsnog te doen.De zorg van de verschillende lidstaten zit in de gevolgen van de aslastenen gewichten voor de schade aan het wegennet en de fors hogere kostenvoor wegonderhoud. De belangen zijn daarmee groot en dit maakt hetbereiken van een compromis lastig.In tegenstelling tot het afgelopen Hongaars en huidig Poolse voorzitter-schap, wordt verwacht dat Denemarken in het komende voorzitterschap(eind 2025) de richtlijn actief op zal pakken en een compromis zalproberen te bereiken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11295 Roadworthiness PackageInhoudTijdens de Transportraad zal de Commissie een toelichting geven op deherziening van het Roadworthiness package, dat op 24 april jl. is gepubli-ceerd.8 Aansluitend zal naar verwachting een eerste beleidsdebat over ditonderwerp plaatsvinden, dat verkennend van aard zal zijn.Het Roadworthiness package omvat de herziening van drie richtlijnen: derichtlijn betreffende de periodieke technische controle van motorvoer-tuigen en aanhangwagens9, de richtlijn inzake de kentekenbewijzen vanmotorvoertuigen10 en de richtlijn betreffende de technische controle langsde weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie aan het verkeerdeelnemen.11 Deze richtlijnen zijn onderdeel van een breder regelgevings-kader dat ervoor zorgt dat voertuigen aan bepaalde veiligheids- enmilieunormen voldoen. Daarmee dragen deze richtlijnen bij aan dedoelstelling van de Commissie om het aantal verkeersdoden tegen 2050tot nagenoeg nul te brengen.Inzet NederlandAangezien het pakket recentelijk is gepresenteerd, wordt het voorstel vande Commissie momenteel nader bekeken. De Kamer zal via de gebruike-lijke procedure worden geïnformeerd middels het BNC-fiche, dat naarverwachting begin juni, nog voor de Transportraad, met de Kamer zalworden gedeeld.Op hoofdlijn verwelkomt het kabinet deze herzieningen vanwege de velenieuwe ontwikkelingen in het voertuigdomein die van invloed zijn op demanier waarop voertuigtesten in de toekomst zullen worden uitgevoerd.In lijn met het position paper12 van 19 december 2022 vindt Nederland hetbelangrijk dat voertuigen gedurende hun hele levensduur voldoen aan devoorschriften met een uitgebreid test- en toezichtschema. Daarnaastmoeten inspecties beter worden afgestemd op mogelijke manipulatie vanveiligheids- en emissiegerelateerde systemen. Ook zet Nederland in opeen verbetering van de gegevensuitwisseling tussen lidstaten, digitali-sering van inschrijvingsdocumenten en verdere harmonisering van hetherinschrijvingsproces. Dit zal naar verwachting leiden tot meer transpa-rantie, het voorkomen van fraude en het verminderen van administratievelasten.KrachtenveldHet pakket wordt verwelkomd door een grote groep lidstaten. Deze groepkan zich in beginsel scharen achter de doelstellingen van het pakket: hetverbeteren van verkeersveiligheid, het bevorderen van schone lucht enhet verhogen van de technische betrouwbaarheid van voertuigen. Verderzijn lidstaten op het moment nog bezig met de beoordeling van devoorstellen.8Zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_25_1083.9Richtlijn 2014/45/EU.10Richtlijn 2014/46/EU.11Richtlijn 2014/47/EU.12Kamerstukken II 2022–2023, 21 501-33, nr. 995.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11296 DiversenpuntenVooruitblik op het Europese luchtvaartnetwerk voor de zomerperiode 2025De Commissie heeft recent een brief gestuurd aan alleEU-transportministers over de voorbereiding voor de zomerperiode 2025voor de Europese luchtvaart. De Commissie is voornemens dit punt alsdiversenpunt te agenderen op de aankomende Transportraad.De zomer is traditioneel de drukste periode voor de luchtvaart in Europa.Dit jaar wordt een sterke groei van het vliegverkeer verwacht metongeveer 5% ten opzichte van vorig jaar, wat resulteert in ongeveer 38.000vluchten op een drukke zomerdag in het Europese netwerk.Vorig jaar waren de vertragingen in het Europese luchtvaartnetwerk hethoogste in vijfentwintig jaar en de verwachting is dat de situatie dekomende zomerperiode verder kan verslechteren. Hiervoor zijn verschil-lende oorzaken aan te wijzen, zoals het snelle herstel van de luchtvaart nade Coronapandemie, verschuivingen in de verkeersstromen door desluiting van het luchtruim van Oekraïne en te beperkte luchtverkeerslei-dingscapaciteit in bepaalde delen van het Europese netwerk.De Commissie roept alle lidstaten op om voor de zomerperiode samen tewerken om de vertragingen zoveel mogelijk te beperken. De lidstatenwordt gevraagd hun luchtverkeersleidingsorganisaties aan te spreken omde capaciteit te leveren die eerder is toegezegd, en voor de langeretermijn personeelstekorten aan te pakken en hun technologie te moderni-seren en digitaliseren. Ook is het van belang dat zij nauw samenwerkenmet de netwerkbeheerder EUROCONTROL. Daarnaast moeten luchtvaart-maatschappijen worden aangemoedigd realistische vluchtplannen op testellen en zich daaraan te houden, zodat de beschikbare capaciteit in hetnetwerk maximaal kan worden benut.Nederland onderschrijft de oproep van de Commissie en de noodzakelijkeacties, omdat hiermee de vertraging voor passagiers wordt beperkt envluchten zo efficiënt mogelijk kunnen worden uitgevoerd. Specifiek voorde Nederlandse situatie is de verwachting dat de noodzakelijke entoegezegde luchtverkeersleidingscapaciteit deze zomer beschikbaar is,waardoor Nederland zijn bijdrage aan het Europese netwerk zal leveren.Dit onderwerp komt ook regelmatig aan de orde in de contacten tussenhet Ministerie van IenW en de luchtverkeersleidingsorganisaties Luchtver-keersleiding Nederland (LVNL) en Maastricht Upper Area Control Centre(MUAC).Presentatie van het vijfde voortgangsrapport over het platform internati-onaal personenvervoer per spoor (IRP)Nederland zal samen met Oostenrijk een diversenpunt voorbereiden overhet vijfde voortgangsrapport van het platform IRP over internationaalpersonenvervoer.13 In het platform werken 27 landen14 samen met desector, Europese en internationale instellingen.In het vijfde voortgangsrapport wordt de groei 2024–2025 van hetinternationaal personenvervoer per spoor gepresenteerd voor demarktsegmenten regionaal grensoverschrijdend, langeafstand internati-onaal personenvervoer, hogesnelheidsvervoer en nachttreinen. Er is een13Het rapport wordt momenteel nog afgerond, maar zal voorafgaand aan de Raad gedeeldworden.14Alle EU-lidstaten met spoorwegen (exclusief Cyprus en Malta), Zwitserland en Noorwegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11297 overzicht van initiatieven voor het opzetten van (reeds bekende) nieuweinternationale treindiensten. Daarnaast zal het voortgangsrapport ookingaan op de onderwerpen die internationaal spoorvervoer kunnenbevorderen, zoals de voortgang bij «international rail ticketing» enbeschikbaarheid van rollend materieel.Stand van zaken lopende wetgevende voorstellenHet voorzitterschap zal bij de diversenpunten informatie geven overenkele lopende trilogen:Richtlijn Rivierinformatiediensten (RIS)Tijdens de Transportraad van 18 juni jl. heeft de Raad een algemeneoriëntatie aangenomen op de Richtlijn Rivierinformatiediensten. Deverwachting is dat de trilogen na 15 mei 2025 gestart worden. Het strevenis om deze voor eind 2025 af te ronden, waarmee de richtlijn definitiefwordt vastgesteld.Verordening wijziging oprichtingsverordening EMSATijdens de Transportraad van 18 juni jl. heeft de Raad een algemeneoriëntatie aangenomen op de wijziging van de oprichtingsverordeningvan de EMSA. De Europese Raad en het Europees Parlement strevenernaar tijdens de triloog van 20 mei tot een voorlopig akkoord te komen,maar het is nog niet duidelijk of dit gaat lukken. In het geval dit niet lukt,dan zal de EMSA naar verwachting een discussiepunt worden tijdens deTransportraad van 5 juni.Nederland onderschrijft de noodzaak tot een integrale herziening van deoprichtingsverordening van EMSA voor de wettelijke verankering vandeze taken en interne coherentie tussen de verschillende EU-richtlijnen en-verordeningen. Nederland heeft ingestemd met de algemene oriëntatievan de Raad, waarbij de aandachtspunten uit het BNC-fiche naartevredenheid zijn aangepast in het voorstel. Nederland is van mening dattijdens discussies met de Commissie, het Europees Parlement en de Raad,er zo min mogelijk van de algemene oriëntatie afgeweken kan worden.Het Europees Parlement heeft net zoals de Raad het voorstel verwelkomd,en benadrukt het belang van een herziening. Het Europees Parlement steltvoor om het vetorecht van de Commissie te schrappen, in lijn met dealgemene oriëntatie (en het Nederlandse standpunt). Daarnaast vragen zeook meer controle op besluitvorming, waaronder twee waarnemendezetels in het bestuur voor het Europees Parlement, zonder stemrecht. Metbetrekking tot de uitvoeringshandelingen voor de methodiek voor hetberekenen van tarieven aan derde landen en/of de sector, geeft hetEuropees Parlement aan dat het voorstel te onduidelijk is voor eenuitvoeringshandeling en geeft daarom de voorkeur aan een gedelegeerdehandeling. Voor deze twee laatste punten lijkt er weinig draagvlak onderde lidstaten te zijn.Vierde RijbewijsrichtlijnAls onderdeel van het Road Safety Package hebben de Raad en hetEuropees Parlement op 25 maart jl. een voorlopig akkoord bereikt over deVierde Rijbewijsrichtlijn. Tijdens de Transportraad zal het akkoord wordentoegelicht. De verwachting is dat de lidstaten het eens zijn met hetvoorlopig bereikte akkoord. Nadat de lidstaten en het Europees Parlementhebben ingestemd, en de teksten zijn vertaald in alle 27 EU-talen, zullenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11298 de teksten van de richtlijn definitief zijn. Naar verwachting zal dit proceseen jaar duren.Richtlijn Wederzijdse erkenning rijontzeggingenDe Raad en het Europees Parlement zijn op 25 maart 2025 tot eenvoorlopig politiek akkoord gekomen op de Richtlijn Wederzijdse erkenningrijontzeggingen. Tijdens de Transportraad zal het akkoord wordentoegelicht. Deze richtlijn, onderdeel van het op 1 maart 2023 gepresen-teerde Road Safety Package, zorgt ervoor dat rijontzeggingen die in éénlidstaat worden opgelegd ook in andere lidstaten worden erkend.Nederland staat achter het behalen van een akkoord op deze richtlijn. HetNederlands verkeersveiligheidsbeleid is er mede op gericht om verkeers-onveilig gedrag te bestraffen en bij zeer gevaarlijk rijgedrag maatregelente nemen. Een effectieve handhaving, ook over de grens, is essentieel omovertreders verantwoordelijkheid te laten nemen voor hun daden enherhaling te voorkomen.Verordening capaciteit spoorweginfrastructuurDe Raad heeft op 18 juni 2024 een algemene oriëntatie bereikt over hetvoorstel verordening capaciteit spoorweginfrastructuur in de EU. HetPools voorzitterschap zal een korte terugkoppeling geven over devoortgang in de triloogfase van de onderhandelingen tussen de Raad, hetEuropees Parlement en de Europese Commissie in de eerste helft van2025. Belangrijke onderwerpen van discussie zijn bevoegdheden opnationaal niveau versus bevoegdheden op Europees niveau, interna-tionale afstemming over grensoverschrijdend spoorvervoer en nationaleveiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11299
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.