Aanpak civiele invordering
Brontekst
Versie e04e103a46e3addc · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 822 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juni 2026In het coalitieakkoord heeft het kabinet de ambitie uitgesproken om teinvesteren in een effectieve aanpak en preventie van schulden. Hetverbeteren van het stelsel van civiele invordering is een van de manierenwaarop het kabinet invulling geeft aan die ambitie. Het stelsel van civieleinvordering wordt verbeterd door voldoende ruimte te bieden voorcoördinatie en een juiste balans te vinden tussen escalatie en de-escalatie.Hierbij heb ik aandacht voor de balans tussen het beschermen van dedebiteur tegen oplopende kosten waar deze niet betaald kunnen worden,maar ook het waarborgen dat de schuldeiser niet onevenredig zwaarwordt getroffen. Concreet werkt het kabinet aan twee maatregelen diehierop gericht zijn: het collectief afbetalingsplan en een zorgplicht voorgerechtsdeurwaarders. Naar verwachting leveren deze twee maatregeleneen belangrijke bijdrage aan het beperken van de kostenoploop bij deinvordering van (kleine) schulden. Hierdoor groeien schulden minder sneluit naar problematische schulden en wanneer er alsnog problematischeschulden zijn ontstaan, moet hiermee sneller een duurzame oplossingvoor de problematiek gevonden worden. Deze maatregelen kunnen zowelde burger met schulden als de schuldeiser ten goede komen en zijndaarmee ook in het belang van de samenleving als geheel.Uw Kamer is in mei 2025 door mijn voorganger, de StaatssecretarisRechtsbescherming, mede namens de Staatssecretaris Participatie enIntegratie, geïnformeerd over de uitwerking van de aanpak civieleinvordering.1 Het afgelopen jaar is, in overleg met de betrokken stake-holders, gewerkt aan de nadere uitwerking van de voorgestelde maatre-1Kamerstukken II, 2024/25, 24 515, nr. 798. kst-24515-822ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8221 gelen.2 In lijn met mijn toezegging tijdens het Commissiedebat Armoede-en schuldenbeleid van 26 maart jl., informeer ik uw Kamer met deze briefover de stand van zaken van deze aanpak en het beoogde vervolgtraject.Dat doe ik mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgele-genheid. Daarmee kom ik ook tegemoet aan de motie van het lid Ceder(CU) die het kabinet oproept om de uitwerking van het collectief afbeta-lingsplan en de zorgplicht voor deurwaarders met urgentie voort tezetten.3Tijdens de recente begrotingsbehandeling SZW heeft het lid Cedereveneens een initiatiefnota ingediend over het effectiever oplossen enduurzaam voorkomen van problematische schulden.4 Ik wil mijn dankhierover uitspreken aan het lid Ceder. Het kabinet heeft een verzoek gehadvan de vaste commissie voor SZW om een reactie te geven op dezeinitiatiefnota.5 Aangezien de initiatiefnota veel breder is dan alleen civieleinvordering, zal het kabinet in een separate brief reageren op dezeinitiatiefnota. Wel zal in de voorliggende brief bij de uitwerking van deeerdergenoemde maatregelen waar relevant een koppeling met deinitiatiefnota worden gelegd.Allereerst herhaal ik in deze brief kort de uitgangspunten die centraalstaan bij de aanpak civiele invordering en de knelpunten van het huidigestelsel. Vervolgens neem ik u mee in de uitwerking van het collectiefafbetalingsplan en de zorgplicht gerechtsdeurwaarders en de keuzes diedaar nu in gemaakt zijn. Hierbij licht ik ook toe welke uitwerkingsvragennog open staan en de dilemma’s waar ik voor sta. In het kader van dezorgplicht gerechtsdeurwaarders wordt daarbij ook ingegaan op deresultaten van de Pilot Ketenverwijzing. Tot slot informeer ik u over eenaantal lopende en afgeronde onderzoeken in het kader van deze aanpak.UitgangspuntenIn de Kamerbrief aanpak civiele invordering van mei 2025 zijn driecentrale uitgangspunten voor een goed functionerend stelsel van civieleinvordering beschreven die worden gehanteerd bij de uitwerking van demaatregelen. Deze uitgangspunten worden hier kort samengevat.Een vordering moet geïncasseerd kunnen worden wanneer deze nietwordt betaald.Het staat iedereen in beginsel vrij naar eigen inzicht verplichtingen aan tegaan. Dat is onontbeerlijk in het economisch en juridisch verkeer. Datbrengt mee dat anderen erop moeten kunnen vertrouwen dat dieverplichtingen worden nagekomen. Indien iemand niet aan zijn verplich-tingen voldoet, heeft de schuldeiser verschillende mogelijkheden om eendebiteur te stimuleren om tot betaling over te gaan of – indien dat niet totresultaat leidt – om betaling af te dwingen. Het stelsel van civieleinvordering ziet op het geheel van privaatrechtelijke regels en proceduresdat een schuldeiser kan inzetten om zijn vordering tot betaling van eengeldsom te innen, zowel buitengerechtelijk als bij de rechter. De schuld-eiser heeft daarbij recht op een redelijke vergoeding van de debiteur voorde kosten die hij maakt om zijn vordering voldaan te krijgen.2Bij de verschillende stakeholdersessie zijn de volgende partijen betrokken geweest: KBvG,Deurwaardersbelangen.nu, NVI, VNG, NVVK, Aegis, BBW, VCMB, LOSR en VNO-NCW-MKB-Nederland.3Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 XV, nr. 81.4Kamerstukken II, 2025/26, 36 909, nr. 2.5Verzoek vaste Kamercommissie SZW d.d. 25 maart 2026 aan de Minister van SZW en deStaatssecretaris van J&V.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8222 Kleine vorderingen moeten klein blijven door inzet van passendinstrumentarium.Idealiter wordt een vordering in een goed functionerende invorderings-keten, gegeven de omstandigheden, steeds op de meest passende eneffectieve wijze geïnd. Dat is in belang van zowel de debiteur als deschuldeiser. Wat passend is, hangt ook af van de mate waarin de debiteurbereid en in staat is om mee te werken. Als een debiteur zelf niet inbeweging komt, kan een schuldeiser zwaardere maatregelen inzetten,zoals naar de rechter stappen en beslag leggen op het inkomen of anderevermogensbestanddelen van de debiteur.Wanneer een situatie uitzichtloos is, moet een vordering niet onnodig langin het invorderingsproces blijven.Uitzichtloze situaties waarbij debiteuren alleen nog maar betalen aan de(alsmaar toenemende) rente en kosten zonder dat er vanwege de beperkteafloscapaciteit zicht is op aflossing van de oorspronkelijke hoofdsom zijnonwenselijk. Verdere invorderingsmaatregelen dragen er dan niet meeraan bij om te komen tot betaling van de hoofdsom en kunnen leiden toteen ongewenst verdienmodel. Als blijkt dat iemand problematischeschulden heeft of zich in een uitzichtloze situatie bevindt, zijn invorde-ringsmaatregelen niet (altijd) meer zinvol. De maatregelen moeten er danop gericht zijn de schulden op te lossen.6 Daarom dient er vanuit allestappen in het invorderingsproces een goede doorgeleiding naar(schuld)hulpverlening te zijn.KnelpuntenOp dit moment zijn er verschillende knelpunten in het stelsel van civieleinvordering.Focus op individuele vordering leidt tot kostenoploop.Elke schuldeiser heeft zelf middelen en bevoegdheden om een nietvoldane vordering te innen. Wanneer een debiteur meerdere schuldenheeft, is er geen sprake van coördinatie tussen de verschillende schuld-eisers. Het gevolg is dat schuldeisers met elkaar concurreren om deafloscapaciteit van de debiteur. Indien de debiteur niet alle schuldeisers ineen keer kan voldoen, lopen de kosten veelal op en duurt het langervoordat alle vorderingen betaald zijn, in het bijzonder als een schuldeiserervoor kiest om een gerechtelijke procedure te starten.Bekostiging van invordering vooral gericht op escalerende handelingen.De incassodienstverleners die in opdracht van schuldeiser een vorderingproberen te innen, worden (vooral) gefinancierd voor escalerende stappenen niet of beperkt voor handelingen die leiden tot de-escalatie. Dit terwijlin sommige situaties de-escalatie juist wenselijk is in plaats van verdereinvorderingshandelingen die alleen maar leiden tot aanvullende kosten,terwijl de kans op betaling nihil is.Overschatting van het vermogen van mensen om in actie te komen.Het huidige systeem vraagt om actief handelen van een debiteur, terwijldeze bij stress en meerdere schulden vaak niet het (doen)vermogen heeft6Afhankelijk van de omstandigheden van het geval zijn er verschillende instrumenten mogelijk,zoals (schulden)bewind, gemeentelijke schuldhulpverlening, de secundaire route waarbijWSNP-bewindvoerder als schuldhulpverleners fungeren of de WSNP.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8223 om met alle afzonderlijke schuldeisers realistische afspraken te maken.Professionele ondersteuning vindt veelal pas plaats als mensen zichmelden bij schuldhulpverlening, waarbij veel mensen een drempelervaren om de stap naar schuldhulpverlening te zetten.7Maximale afloscapaciteit niet in de gehele invorderingsketen geborgd.Er is geen expliciete wettelijke verplichting voor private schuldeisers omin de minnelijke fase rekening te houden met de afloscapaciteit van dedebiteur. Daar komt bij dat invorderaars vaak ook niet beschikken over debenodigde informatie om rekening te kunnen houden met de afloscapa-citeit. Hierdoor is het risico groot dat een debiteur bij verschillendebetalingsregelingen meer aflost dan gezien zijn budget verantwoord is,waardoor mogelijk weer nieuwe schulden ontstaan of betalingsregelingenniet nagekomen kunnen worden.Voorgestelde maatregelen aanpak knelpuntenHet doel van de aanpak civiele invordering is om deze knelpunten aan tepakken en te komen tot een stelsel waarin (kleine) schulden minder snelen minder vaak uitgroeien tot problematische schulden. Het collectiefafbetalingsplan en de zorgplicht gerechtsdeurwaarders kunnen eraanbijdragen de kostenoploop te beperken. Met de maatregelen wordtbeoogd dat:•schuldeisers minder vaak in een onwenselijke concurrentiepositieterecht komen doordat er eerder in het invorderingsproces coördinatieplaatsvindt;•er meer rekening wordt gehouden met de beschikbare afloscapaciteitvan de debiteur;•er meer oog is voor de omstandigheden van de debiteur en dezesneller wordt doorgeleid naar (schuld)hulpverlening wanneer er sprakeis van problematische schulden.De afgelopen periode heeft een nauwkeurige analyse plaatsgevonden vande problematiek en zijn de voor- en nadelen van de beleidskeuzesuitgewerkt. Hierna zal ik toelichten welke keuzes er op basis van dezeanalyses zijn gemaakt en hoe dit in wetgeving vormgegeven zal worden.Collectief afbetalingsplanHet collectief afbetalingsplan is een gecoördineerde betalingsregelingvoor een debiteur met meerdere schuldeisers, gericht op volledigebetaling van de schulden. Het stelsel van civiele invordering is nu gerichtop individuele vorderingen en individuele betalingsregelingen. Eeninvorderaar weet veelal niet welke andere schulden er zijn en of daarreeds betaalafspraken zijn gemaakt. Hoewel er in de wet geen belemme-ringen zijn om een gecoördineerde betalingsregeling te treffen, werkt hetstelsel coördinatie nu onvoldoende in de hand. Dit komt mede doordat ergeen financiële vergoeding tegenover een gecoördineerde betalingsre-geling staat, terwijl er wel veel werk gaat zitten in het inventariseren vanandere schulden. Het is daarom van belang dat er duidelijkheid komt overwie de uitvoerende partijen kunnen zijn, de wijze waarop uitvoerendepartijen worden gefinancierd voor het opstellen en uitvoeren van eencollectief afbetalingsplan en er duidelijke kaders komen waar een7Uit onderzoek blijkt dat er gemiddeld ruim acht jaar verstrijkt tussen het ontstaan van deoudste vordering en het moment waarop iemand met problematische schulden een aanvraagvoor een schuldregeling indient. Zie: Hogeschool Utrecht, Opbouw van problematischeschulden: van de eerste vordering tot de aanvraag van een schuldregeling, juni 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8224 gecoördineerde betalingsregeling aan moet voldoen, zodat dit zowel voordebiteuren als schuldeisers een aantrekkelijk instrument wordt.Het is daarbij belangrijk dat een debiteur beschermd wordt tegenonrealistische betaalafspraken en dat de schuldeiser erop kan vertrouwendat de maximale afloscapaciteit eerlijk wordt verdeeld. Hiervoor is hetwenselijk dat debiteur bij het opstellen van dit afbetalingsplan wordtondersteund door een onafhankelijke professionele partij. Door de focusop de totale schuldenlast, voorkomt een collectief afbetalingsplan datschuldeisers met elkaar concurreren om de afloscapaciteit van de burgeren overgaan tot beslaglegging, waardoor de kosten van invordering sneloplopen en(kleine) schulden sneller problematisch kunnen worden. Eencollectief afbetalingsplan biedt daarmee een oplossing voor de verschil-lende knelpunten die nu bestaan.Een collectief afbetalingsplan is gericht op de minnelijke incassofase,maar is eveneens mogelijk zolang er nog geen loonbeslag is gelegd dooréén van de schuldeisers. Het collectief afbetalingsplan is een incasso-instrument, gericht op het innen en verdelen van de afloscapaciteit, metals doel volledige betaling van alle schuldeisers, inclusief rente en dereeds gemaakte invorderingskosten. Ook is de bedoeling dat meteengestart kan worden met afbetaling van bekende schulden en dat later nogschulden kunnen worden toegevoegd. Daarmee onderscheidt het zich vande instrumenten die gericht zijn op het oplossen en saneren van schuldenzoals die worden toegepast in de minnelijke en wettelijke schuldsanering.Die zijn niet meer gericht op volledige betaling. Een collectief afbeta-lingsplan kent geen maximale looptijd. Wel is het wenselijk dat dedebiteur gewezen wordt op de mogelijkheid van schuldhulpverleningwanneer er (vermoedelijk) sprake is van problematische schulden. In diesituatie kan een schuldregeling mogelijk passender zijn.8 Echter, ook dankan in overleg met de schuldeisers worden besloten om te starten meteen collectief afbetalingsplan om zo de verdere schuldenoploop tegen tegaan. Uiteindelijk bepalen de uitvoerder en de debiteur gezamenlijk of eencollectief afbetalingsplan gegeven de specifieke situatie geschikt is.Uitvoering door professionele partijenHet is van belang dat een collectief afbetalingsplan wordt opgesteld dooreen professionele partij die de belangen van zowel schuldeiser als dedebiteur goed weegt om tot een duurzame oplossing te komen. Hiervoorwil ik in eerste instantie aansluiten bij de partijen die nu al wettelijkbevoegd zijn om tegen betaling schuldbemiddeling aan te bieden, ook welde «artikel 48 Wck-partijen» genoemd.9 Dit zijn partijen die gereguleerdzijn en onder toezicht staan. Door de begeleiding van een professionelepartij, kan de schuldeiser erop vertrouwen dat er een passende betalings-regeling wordt afgesproken, waarbij ook recht wordt gedaan aan debelangen van alle schuldeisers. Omdat het instrument zich richt op deminnelijke incassofase waarin juist ook incassobureaus hun werkzaam-heden uitvoeren wil ik ook bezien in hoeverre onder aanvullendevoorwaarden incassobureaus één van de uitvoerende partijen van eencollectief afbetalingsplan kunnen zijn. Dit kan bijdragen aan een gelijker8Grosso modo geldt hierbij dat er recht is op een schuldregeling indien iemand zijn schuldennaar verwachting niet in 36 maanden kan afbetalen.9Hiermee wordt gedoeld op de partijen die worden genoemd in artikel 48 van de Wet opconsumentenkrediet. In het betreffende wetsartikel worden de volgende partijen genoemd:gemeenten, gemeentelijke kredietbanken of instellingen die zich in opdracht en voor rekeningvan gemeenten met schuldbemiddeling bezighouden; advocaten, curatoren en bewind-voerders, notarissen, deurwaarders, registeraccountants en accountants-administratie-consulenten. Het is overigens niet de verwachting dat advocaten, notarissen en accountantszich (op grote schaal) met deze werkzaamheden bezig gaan houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8225 speelveld tussen incassobureaus en gerechtsdeurwaarders die beide in deminnelijke fase werkzaamheden verrichten. Met de invoering van de Wetkwaliteit incassodienstverlening (Wki) is al toezicht ingevoerd op onderandere deze partijen, maar voor het zijn van uitvoerder van een collectiefafbetalingsplan volstaat dit niet. Bij het opstellen van het wetsvoorstel zalik nader uitwerken onder welke voorwaarden incassobureaus deze rolkunnen vervullen.10 Hierbij betrek ik eveneens de resultaten van deinvoeringstoets Wki en de beleidsreactie hierop die voor het zomerrecesseparaat aan uw Kamer wordt toegezonden.Beslagvrije voet als absolute ondergrens bij bepalen afloscapaciteitBij de berekening van de (periodieke) afloscapaciteit is van belang dat dedebiteur niet meer aflost dan mogelijk is op basis van de financiële positie(zijn maximale afloscapaciteit). De afloscapaciteit wordt vervolgens inprincipe naar rato van de hoogte van de vorderingen verdeeld tussen deverschillende schuldeisers. In de minnelijke fase gelden nu geen kadersvoor het bepalen van de afloscapaciteit. Met het oog op bescherming vande burger is het wenselijk om (wettelijk) vast te leggen hoe de afloscapa-citeit van de debiteur bij toepassing van een collectief afbetalingsplanmoet worden bepaald. In de schuldenketen worden nu twee methodengehanteerd waarmee de afloscapaciteit wordt vastgesteld: in debeslagfase is dat de beslagvrije voet en bij schuldhulpverlening is dat hetvrij te laten bedrag (Vtlb). Omdat het afbetalingsplan een incasso-instrument is en om te voorkomen dat het voor een schuldeiser aantrek-kelijk blijft om toch beslag te leggen, zal de beslagvrije voet de absoluteondergrens zijn bij het opstellen van een collectief afbetalingsplan. Hetmoet voor partijen mogelijk blijven om ten gunste van de debiteurrekening te houden met bijzondere omstandigheden en afspraken temaken waardoor zijn besteedbaar bedrag boven de beslagvrije voet ligt.Dit is in lijn met het voorstel van het lid Ceder in zijn initiatiefnota.Stimuleren deelname schuldeisers aan collectief afbetalingsplanHet is wenselijk dat een collectief afbetalingsplan gericht is op alleopenstaande schulden die iemand heeft, zowel bij private als bij publiekeschuldeisers. Alleen als de inning gericht is op de totale schuldenlast, kande afloscapaciteit van de debiteur worden geborgd en eerlijk wordenverdeeld over de schuldeisers. Tegelijkertijd is een collectief afbeta-lingsplan een vrijwillig instrument. Een schuldeiser is niet verplicht ommee te doen. Wel is het wenselijk dat een schuldeiser een stimulanservaart om zich aan te sluiten bij een collectief afbetalingsplan en nietzelfstandig tot invorderingsactiviteiten overgaat. Een debiteur moet in datgeval de schuldeiser wijzen op de mogelijkheid om aansluiting te zoekenbij het afbetalingsplan. Als een schuldeiser weigert deel te nemen aan eencollectief afbetalingsplan, terwijl hij die mogelijkheid wel heeft, en inplaats daarvan naar de rechter stapt om vonnis te halen met als doel ombeslag te kunnen leggen, dan kan dat een reden zijn voor de rechter omde schuldeiser te veroordelen in de proceskosten.1110De Wki reguleert een bredere groep aan partijen die incassowerkzaamheden verrichten, zoalsbijvoorbeeld opkopers. Het is niet de bedoeling om alle partijen die onder de reikwijdte van deWki vallen aan te wijzen als uitvoerder van een collectief afbetalingsplan. Dit omdat hetbelangrijk is dat de onafhankelijkheid van de professional geborgd is en dat er niet eencollectief afbetalingsplan wordt uitgevoerd voor vorderingen waar de professional zelfeigenaar van is.11Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8226 Preferente vorderingen mogen geen belemmering vormenSommige vorderingen hebben volgens de wet voorrang op anderevorderingen (preferentie). Dit speelt in de beslagfase of bij faillissement.Een collectief afbetalingsplan is gericht op volledige betaling van alleschuldeisers in de minnelijke incassofase. Hierbij geldt dat schuldeisersdie een preferente positie kunnen hebben erg verschillend kunnen zijn.Het kan gaan om de Belastingdienst, maar ook om kinderalimentatie. Dezeverschillende soorten preferente schuldeisers vragen om een anderebenadering. Ik richt me in eerste instantie op de preferentie bij overheids-schuldeisers. Om hierover een goed besluit te kunnen nemen ben ikhierover ook in gesprek met publieke schuldeisers die preferentevorderingen hebben en zal dit te zijner tijd meegenomen worden in devormgeving van de maatregel. Bij de uitwerking zal dit meegenomenworden.De reden dat ik aandacht heb voor preferentie is dat het risico bestaat datschuldeisers met een preferente vordering niet willen deelnemen aan eencollectief afbetalingsplan, omdat zij graag zien dat hun vordering in eenkeer wordt voldaan. Zij kunnen, als zij naar de rechter zijn gestapt of zelfbijzondere invorderingsbevoegdheden hebben, beslag leggen en zo devolledige afloscapaciteit van de debiteur opeisen. Die situatie is nietwenselijk, zeker wanneer het een publieke schuldeiser betreft, en staat eencollectieve oplossing in de weg. Eerder heeft uw Kamer in een motiedaarom ertoe opgeroepen dat preferentie van publieke schuldeisers moetworden meegenomen bij de vormgeving van het collectief afbeta-lingsplan.12 Ik zie twee mogelijkheden om aansluiting van schuldeisersmet een preferente vordering bij een collectief afbetalingsplan testimuleren. Eén optie is om wettelijk vast te leggen dat preferenteschuldeisers een groter deel van de maandelijkse afloscapaciteit krijgen,waardoor hun schulden sneller worden afgelost. Deze methode wordt ookgehanteerd onder de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp).13Ook het lid Ceder stelt deze optie voor in zijn initiatiefnota.14 Een verschilmet de schuldsaneringsregeling is dat de schuldeisers bij een collectiefafbetalingsplan uiteindelijk allemaal volledige betaling ontvangen. Eenandere optie is dat de afweging hierover wordt overgelaten aan deprofessionele partij die het collectief afbetalingsplan opstelt. Deze tweedeoptie biedt meer ruimte voor maatwerk. Beide opties worden meege-nomen in het hiervoor benoemde gesprek met de publieke schuldeisers.Gecoördineerde aflossing ook wenselijk in de beslagsituatieIn de praktijk hebben debiteuren veelal verschillende vorderingen vanverschillende schuldeisers in verschillende fasen. Het collectief afbeta-lingsplan ziet op de situatie wanneer er nog geen beslag is gelegd.Wanneer er reeds door één van de schuldeisers beslag is gelegd, is eencollectief afbetalingsplan niet meer mogelijk. Ook in die situatie is hetechter wenselijk dat er meer ruimte komt voor gecoördineerde aflossing.Tegelijkertijd gelden er in het beslagrecht verdergaande eisen enverplichtingen. Ook zijn er reeds kosten gemaakt die schuldeisers in eenminnelijke fase niet hebben gemaakt. Dit onderwerp roept daaromaanvullende uitvoeringsvragen op en zal de komende periode naderworden uitgewerkt.12Kamerstukken II, 2024/25, 24 515, nr. 805.13Artikel 349 lid 2 en 3 Faillissementswet.14Kamerstukken II, 2025/26, 36 909, nr. 2, p. 18–19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8227 Zorgplicht gerechtsdeurwaardersDe tweede belangrijke maatregel die bijdraagt aan het beperken van dekostenoploop bij invordering is de zorgplicht voor gerechtsdeurwaarders.De gerechtsdeurwaarder heeft een belangrijke positie in het civieleinvorderingsstelsel en in de effectuering van het recht: hij waarborgt datjuridische afspraken worden nagekomen en gerechtelijke uitsprakenworden uitgevoerd. In de wet is opgenomen dat de gerechtsdeurwaarderzijn ambt in onafhankelijkheid uitvoert.15 Naast de belangen van deschuldeiser die hem opdracht heeft gegeven om een vordering te innen(hierna: de opdrachtgever), betrekt de gerechtsdeurwaarder hierbij ook debelangen van de debiteur. De gerechtsdeurwaarder heeft reeds verschil-lende specifieke verplichtingen die gericht zijn op het borgen van dezeverschillende belangen en het tegengaan van een nodeloze kostenoploop.Zo dient een gerechtsdeurwaarder voordat hij overgaat tot ambtshande-lingen het Digitaal Beslagregister (DBR) te raadplegen. Het DBR geeftinzage in lopende beslagen die zijn gelegd door (andere) gerechtsdeur-waarders. Op basis van die informatie moet de gerechtsdeurwaarder deopdrachtgever informeren over de kans dat de vordering en de voor eenambtshandeling gemaakte of te maken kosten niet verhaalbaar blijken. Ditwordt de opportuniteitstoets genoemd. Wel is het formeel de opdracht-gever die bepaalt of een handeling wordt doorgezet. Ook dienengerechtsdeurwaarders de Basisregistratie Personen (BRP) te raadplegenen kunnen zij op basis van de koppeling met de Verwijsindex schuldhulp-verlening zien of de debiteur reeds bekend is bij schuldhulpverlening.Hoewel de gerechtsdeurwaarder zijn ambt onafhankelijk uitvoert, opereerthij binnen een systeem waarin hij voor zijn financiering onder andereafhankelijk is van de ambtshandelingen die hij verricht. Dit hangt samenmet de opdrachten van een opdrachtgever en de financiering die hierbij isafgesproken. Dat maakt dat de gerechtsdeurwaarder veelal ook zelf eenfinanciële prikkel kan ervaren om een ambtshandeling door te zetten.Bovendien heeft een gerechtsdeurwaarder een ministerieplicht, die steltdat de gerechtsdeurwaarder te allen tijde, binnen het arrondissementwaarin hij gevestigd is, verplicht is aan hem opgedragen ambtshande-lingen te verrichten.16 Het bestaand instrumentarium en de financierings-systematiek bieden in veel gevallen dan ook onvoldoende ruimte om,naast de belangen van de schuldeiser, ook rekening te houden met de(maatschappelijke) belangen van de debiteur. Het is daarom wenselijk omde onafhankelijke positie van de gerechtsdeurwaarder te versterken en tezorgen dat de gerechtsdeurwaarder meer ruimte en mogelijkheden krijgtvoor de-escalatie. Hiertoe is het afgelopen jaar gewerkt aan twee concretemaatregelen: de bevoegdheid voor gerechtsdeurwaarders om debiteurendoor te verwijzen naar gemeentelijke schuldhulpverlening en – alsultimum remedium – de bevoegdheid voor gerechtsdeurwaarders om eenambtshandeling niet te uit voeren als dit leidt tot een nodelozekostenoploop van schulden, ook als de opdrachtgever erop staat dat dehandeling wel wordt uitgevoerd. Deze beide maatregelen sluiten aan bijhoofdstuk 4.2 van de initiatiefnota van het lid Ceder.Zorgplicht wettelijk verankerenIn de toelichting bij de Gerechtsdeurwaardersverordening is opgenomendat een gerechtsdeurwaarder, naast de belangen van de schuldeiser, ook15Artikel 12a lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet.16Artikel 11 Gerechtsdeurwaarderswet. Hier kan slechts in zeer uitzonderlijke omstandighedenvanaf geweken worden, namelijk wanneer het op basis van de persoonlijke omstandighedenredelijkerwijs niet verlangd kan worden of wanneer het gevraagde voorschot niet is voldaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8228 de belangen van de debiteur moet meewegen.17 Om de onafhankelijkepositie te onderstrepen, zal ik in de Gerechtsdeurwaarderswet expliciterendat een gerechtsdeurwaarder op onpartijdige wijze de belangen van beidepartijen dient te behartigen.Verwijsfunctie gerechtsdeurwaardersDe gerechtsdeurwaarder krijgt de mogelijkheid om te de-escaleren doordebiteuren met mogelijk problematische schulden door te verwijzen naarschuldhulpverlening. Dit is wenselijk indien, gegeven de (ogenschijnlijke)uitzichtloosheid van de situatie, invordering niet meer gaat bijdragen aaneen oplossing ten aanzien van de oorspronkelijke schuld en er andereinstrumenten nodig lijken te zijn. Ook het hebben van inkomen onder deParticipatiewet-norm en/of onvoldoende of geen toeslagen kan een redenzijn om iemand door te verwijzen naar de gemeente.Op dit moment kunnen gerechtsdeurwaarders debiteuren met mogelijkproblematische schulden wel wijzen op de mogelijkheid van schuldhulp-verlening, maar hebben zij niet de bevoegdheid om mensen ook werkelijkdoor te verwijzen en de gegevens van deze personen te delen met degemeente ten behoeve van schuldhulpverlening. Door het creëren vandeze bevoegdheid krijgen gerechtsdeurwaarders een aanvullendinstrument gericht op de-escalatie en wordt de drempel om hulp teaanvaarden voor mensen verlaagd.Pilot Ketenverwijzing toont meerwaarde aanIn mei 2025 is naar aanleiding van de motie Palland de Pilot Ketenver-wijzing gestart18, waarbij in zes gemeenten inwoners met een hulpvraagdoor de gerechtsdeurwaarder worden doorverwezen naar gemeentelijkeschuldhulpverlening. De pilot liep tot mei 2026. Voor de periode totdecember 2025 zijn de resultaten van de pilot gemonitord en geanaly-seerd door de Hogeschool Utrecht. Uit de pilot ontstaat het beeld datdoorverwijzing door de gerechtsdeurwaarder een succesvolle manier isom mensen met problematische schulden in contact te brengen metschuldhulpverlening. De betrokken gerechtsdeurwaarders voerden in dezeperiode 378 gesprekken, waarbij in de helft van deze gesprekken degerechtsdeurwaarder het vermoeden had dat het zinvol was de debiteurte verwijzen. In de helft van de gevallen waarbij een gerechtsdeurwaarderinschat dat een doorverwijzing wenselijk is, staat de burger daar ook vooropen. Hiervan meldt circa de helft zich ook daadwerkelijk bij de gemeente-lijke schuldhulpverlening. In circa een kwart van de gevallen waarin eendoorverwijzing zinvol wordt geacht, leidt het tot een eerste gesprek bij degemeentelijke schuldhulpverlening. Daarnaast blijkt dat bijna de helft vande debiteuren die zich in het kader van deze pilot bij de gemeente heeftgemeld, vooraf niet bekend was bij schuldhulpverlening of vroegsigna-lering. Deze aanpak brengt dus een nieuwe doelgroep in beeld. Deevaluatie van de Hogeschool Utrecht is als bijlage meegestuurd met dezeKamerbrief. In de evaluatie worden verschillende aanbevelingen gedaandie ik samen met de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeur-waarders (hierna: KBvG) zal betrekken bij de implementatie van demaatregel.17Zie toelichting bij artikel 3.6 van de Gerechtsdeurwaardersverordening.18De motie Palland verzocht de regering een pilot op te zetten waarbij gerechtsdeurwaarderseen rol krijgen in vroegsignalering. Kamerstukken II, 2022/23, 36 260, nr. 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8229 Wettelijke grondslag voor gegevensdeling met schuldhulpverleningnoodzakelijkIn de Pilot Ketenverwijzing hebben de gerechtsdeurwaarders de gegevensvan de debiteur verstrekt aan de gemeente op grond van toestemmingvan de debiteur. Hier is voor gekozen, omdat er momenteel een explicietewettelijke basis voor structurele gegevensdeling ontbreekt. Toestemmingals grondslag is echter, gelet op de Algemene Verordening Gegevensbe-scherming (AVG), voor structurele borging niet afdoende, omdat er sprakeis van een zekere machtsverhouding tussen de gerechtsdeurwaarder ende debiteur en partijen dus niet gelijkwaardig zijn. Ik ga daarom – in lijnmet een van de aanbevelingen vanuit de pilot – een wettelijke grondslagvoor gegevensdeling creëren. Momenteel wordt gewerkt aan een DataProtection Impact Assessment (DPIA), wat een verplichte kwaliteitseis isvoor regelgeving waaruit verwerkingen van persoonsgegevens voort-vloeien. Bij het wetgevingstraject zal de Autoriteit Persoonsgegevens omadvies worden gevraagd.Het uitgangspunt bij doorverwijzing is dat de debiteur hiermee instemt.Indien een debiteur zelf al aangeeft niet open te staan voor hulp, dan lijkteen doorverwijzing bij voorbaat kansloos en werkt het veelal alleen maaraverechts als er toch gegevens worden gedeeld en de gemeente contactopneemt met de betreffende debiteur. Desalniettemin is het wenselijk datde wettelijke grondslag ook ruimte biedt om gegevens te mogen delenmet gemeenten zonder instemming van de debiteur. Dit kan bijvoorbeeldhet geval zijn als de gerechtsdeurwaarder geen contact krijgt met dedebiteur, maar op basis van het dossier nadrukkelijk blijkt dat er sprake isvan een problematische schuldensituatie. Ook in de situatie dat er sprakeis van samenloop met de inzet van de sociale ministerieplicht kan dit hetgeval zijn, omdat de situatie dan dusdanig ernstig is dat een schuldeiser(tijdelijk) het absoluut recht om een vordering te laten incasseren zalmoeten stopzetten. Het college van burgemeesters en wethouders heeftvervolgens de mogelijkheid om te beoordelen of een aanvraag totschuldenbewind wenselijk is.19Uit de pilot komt naar voren dat de focus op het primair innen van devordering bij de gesprekken die de gerechtsdeurwaarders gedurende depilot voerden, verschoof naar een bredere beoordeling van de totaleschuldsituatie. Ook blijkt uit de pilot dat wanneer de gerechtsdeurwaardertot de conclusie komt dat schuldhulpverlening zinvol kan zijn, het vanbelang is dat de gerechtsdeurwaarder de debiteur ook weet te motiverenom daar daadwerkelijk mee aan de slag te gaan. Dit vraagt om de juistevaardigheden en kennis bij gerechtsdeurwaarders, zoals gespreksvaardig-heden en voldoende kennis over schuldhulpverlening om debiteurengoed voor te lichten over de voor- en nadelen en regels waar ze mee temaken krijgen als ze de stap naar hulp zetten. Ik zal in samenspraak metde KBvG bezien wat er nodig is om deze vaardigheden en kennis in deberoepsgroep verder te ontwikkelen.Naast gegevensdeling met gemeenten ook wijzen op alternatievemogelijkhedenDe gerechtsdeurwaarder krijgt enkel de bevoegdheid om gegevens tedelen met, en dus actief door te verwijzen naar, de gemeenten. In deKamerbrief aanpak civiele invordering van vorig jaar was benoemd datook de verwijzing naar Wsnp-bewindvoerders zou worden onderzocht,omdat zij ook schuldhulpverlening mogen aanbieden. Uit de pilot komtnaar voren dat een deel van de mensen (nog) niet openstaat voor hulp19Artikel 1:432 lid 2 Burgerlijk WetboekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82210 van de gemeente, maar wel behoefte heeft aan ondersteuning. Om diereden is het wenselijk dat gerechtsdeurwaarders in die situaties ookkunnen wijzen op andere mogelijkheden van hulp, bijvoorbeeld viaWsnp-bewindvoerders20, Geldfit of vrijwilligersorganisaties. Op ditmoment wordt echter geen bevoegdheid gecreëerd voor de gerechtsdeur-waarder om ook met die organisaties de gegevens van de debiteur tedelen.Praktische vraagstukkenBij de implementatie van de verwijsfunctie spelen diverse praktischevraagstukken. Allereerst is dat de vraag welke gegevens er gedeeldzouden moeten worden. Hierbij geldt dat schuldhulpverlening degegevens moet krijgen om over te kunnen gaan tot het aanbieden vanschuldhulp, terwijl het aantal gegevens tegelijkertijd wordt geminimali-seerd. Schuldhulpverlening heeft minimaal de contactgegevens van dedebiteur en de gerechtsdeurwaarder en de aard en de hoogte van devordering nodig.Een tweede vraagstuk ziet op de wijze waarop de digitale gegevensdelingwordt ingericht. Binnen de pilot vindt gegevensdeling per gemeenteplaats via een (beveiligd) mailadres. Bij een landelijke implementatie isdat niet werkbaar, aangezien gerechtsdeurwaarders op een dag vaak inmeerdere gemeenten actief zijn. Daarom is het wenselijk dat er eenlandelijk digitaal meldpunt komt waar gerechtsdeurwaarders gegevenskunnen invoeren. Idealiter wordt hierbij aangesloten op bestaande (of inontwikkeling zijnde) initiatieven, zoals een koppeling via het schulden-knooppunt of aansluiting bij het in ontwikkeling zijnde schuldenoverzichtgerechtsdeurwaarders.Tot slot is wenselijk dat schuldhulpverlening snel contact legt metdebiteuren die worden doorverwezen. In de pilot is afgesproken dat degemeente bij een doorverwijzing binnen drie werkdagen contact opneemtmet de debiteur. Wettelijk geldt nu dat een eerste gesprek moet hebbenplaatsgevonden binnen vier weken nadat een inwoner zich heeft gemeldvoor schuldhulpverlening. Bij een bedreigende situatie moet dat binnendrie werkdagen gebeuren.21 Het ligt voor de hand om aan te sluiten bijdeze wettelijke termijnen en geen aparte wettelijke termijn op te nemenvoor doorverwijzingen vanuit gerechtsdeurwaarders. Omdat de sleutel totsucces wel is gelegen in de snelheid waarmee contact wordt gelegd,kunnen hierover mogelijk in een convenant met schuldhulpverleningnadere afspraken worden gemaakt.Aanvullende weigeringsgrond bij de ministerieplichtIn de Gerechtsdeurwaarderswet is opgenomen dat een gerechtsdeur-waarder te allen tijde verplicht is binnen het arrondissement waar hijwerkzaam is een ambtshandeling te verrichten indien een schuldeiserdaarom vraagt (de ministerieplicht).22 Om invulling te kunnen geven aande zorgplicht moet de gerechtsdeurwaarder ruimte krijgen om inuitzonderlijke gevallen zijn ministerieplicht te kunnen weigeren. Wanneerhet een ambtshandeling betreft waarvan verplicht is dat deze binnen een20Hierbij kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van de zoekfunctie van bureau Wsnp (Onlineregister: Zoek Wsnp-bewindvoerder – Raad voor Rechtsbijstand Wsnp).21Artikel 4 Wgs. Onder bedreigende situatie wordt verstaan gedwongen woningontruiming,beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of opzegging danwel ontbinding van de zorgverzekering.22Artikel 11 Gerechtsdeurwaarderswet. Hier kan slechts in zeer uitzonderlijke omstandighedenvanaf geweken worden, namelijk wanneer het op basis van de persoonlijke omstandighedenredelijkerwijs niet verlangd kan worden of wanneer het gevraagde voorschot niet is voldaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82211 bepaalde termijn moet worden uitgebracht, zoals een hoger beroepdagvaarding, dan kan de ministerieplicht niet geweigerd worden. Dit geeftde gerechtsdeurwaarder als ultimum remedium de mogelijkheid om(zonder toestemming van de schuldeiser) een ambtshandeling niet uit tevoeren indien dit zou leiden tot een nodeloze oploop van schulden. Dit isin eerdere Kamerstukken de «sociale ministerieplicht» genoemd. Om ditwettelijk mogelijk te maken ben ik voornemens om een aanvullendeweigeringsgrond op te nemen in artikel 11 van de Gerechtsdeurwaar-derswet.Indien een gerechtsdeurwaarder met een beroep op deze weigerings-grond een ambtshandeling niet uitvoert, zal dat veelal gepaard gaan meteen verplichte doorverwijzing naar de gemeentelijke (schuld)hulpver-lening. Het is in dit kader ook van belang dat de gerechtsdeurwaarderwordt teruggekoppeld over de voortgang hiervan.Kader met handreikingen biedt gerechtsdeurwaarder ondersteuningEen belangrijke vraag is in welke situaties gerechtsdeurwaarders zichkunnen beroepen op deze weigeringsgrond. Dit is het geval wanneer degerechtsdeurwaarder op basis van zijn professionele oordeel inschat datde uit te voeren ambtshandeling niet in verhouding staat tot de te dienenbelangen. Wanneer daarvan sprake is, zal verschillen per type ambtshan-deling en per situatie. Samen met de sector zal de komende periodeworden gewerkt aan een kader met handreikingen, dat de gerechtsdeur-waarders ondersteuning kan bieden om te komen tot een goedeafweging. In lagere regelgeving of op het niveau van de Gerechtsdeur-waardersverordening kunnen hierover nadere regels worden vastgesteld.Er zijn ambtshandelingen waarbij het niet wenselijk is dat een gerechts-deurwaarder deze niet uitvoert zonder dat de schuldeiser daarvoortoestemming heeft gegeven, zoals het uitbrengen van een dagvaarding.Dit zou de toegang tot het recht belemmeren.Rechtsbescherming schuldeiser en gerechtsdeurwaarderHet is belangrijk dat een schuldeiser, die het oneens is met de afwegingvan de gerechtsdeurwaarder, en de gerechtsdeurwaarder, die twijfelt overinzet van het instrument, naar een onafhankelijke rechter kan gaan.Hiervoor bieden het deurwaardersrenvooi en het executiegeschilmogelijkheden.Termijn dat de ambtshandeling niet moet worden uitgevoerdHet niet-uitvoeren van een ambtshandeling kan ingrijpend zijn voor eenschuldeiser, die wacht op betaling van zijn vordering. Er is daarombekeken of een ambtshandeling, als een gerechtsdeurwaarder zichberoept op de weigeringsgrond, na een bepaalde periode alsnog moetworden uitgevoerd. Omdat ik ervoor kies de gerechtsdeurwaarder eenbevoegdheid te geven zodat hij op basis van zijn eigen professioneleafweging kan besluiten een ambtshandeling niet uit te oefenen, en omdatdit naar verwachting slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde zal zijn,wordt dit niet geregeld. De gerechtsdeurwaarder is het beste in staat alleomstandigheden die van belang zijn te wegen en te besluiten wanneereen ambtshandeling wel weer kan worden uitgeoefend.Inzicht in schulden en vermogen belangrijke randvoorwaardenEen gerechtsdeurwaarder kan pas werkelijk op een onafhankelijke wijzede belangen van zowel de schuldeiser als de debiteur behartigen, als hijeen totaalbeeld heeft van de omstandigheden van de debiteur. Transpa-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82212 rantie van inkomen, vermogen en andere schulden is cruciaal om tekunnen bepalen welke maatregelen passend zijn. In dit kader lopenverschillende beleidsinitiatieven die deze inzichten zullen versterken. Opkorte termijn zal de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uwKamer informeren over de nadere uitwerking van de ambitie om te komentot meer inzicht in schulden. Een ander belangrijk spoor is hetwetsvoorstel Bescherming inkomen bij beslagleggingen waarmee degerechtsdeurwaarder op termijn inzicht krijgt in alle lopende beslagen enverrekeningen.23Hiernaast is van belang dat een gerechtsdeurwaarder in de executiefasebeter inzicht krijgt in de vermogenspositie van de debiteur. De debiteurheeft de afgelopen jaren steeds meer bescherming gekregen door middelvan beslagverboden en een vernieuwde beslagvrije voet. Dit is eenwenselijke ontwikkeling. Consequentie hiervan is evenwel dat het steedslastiger wordt om een vordering te innen. Hier speelt mee dat eengerechtsdeurwaarder beperkte informatie heeft over de vermogenspositievan de debiteur, waardoor een gerechtsdeurwaarder op voorhand nietweet of een (bank)beslag zinvol is. Door beter inzicht vooraf kunnengerechtsdeurwaarders gerichter handelen en sneller de schuldeiserinformeren over de inbaarheid van de vordering. Het lid Ellian (VVD) heeftonlangs aandacht gevraagd voor de oninbare vorderingen.24 Eenbelangrijke ontwikkeling hierbij is inzicht in schulden, waarover deMinister Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Kamer binnenkortinformeert. Tegelijkertijd is dit niet voldoende. Daarom zal ik de komendeperiode verder uitwerken of en op welke wijze gerechtsdeurwaardersaanvullende informatie kunnen krijgen over de vermogenspositie van dedebiteur ten behoeve van het innen van vorderingen. Tenslotte is hetwenselijk dat een gerechtsdeurwaarder weet of een debiteur reeds bekendis bij schuldhulpverlening. In dat kader bestaat er al sinds lange tijd deeerdergenoemde verwijsindex schuldhulpverlening. Op basis hiervankunnen gerechtsdeurwaarders in de gerechtelijke fase achterhalen ofiemand bekend is bij schuldhulpverlening. Het is van belang dat allegemeenten hierop aangesloten zijn.25FinancieringUitgangspunt bij het stelsel van civiele invordering is dat een debiteurbijdraagt in de kosten die een schuldeiser moet maken om een vorderingte innen. De kosten die bij de debiteur in rekening mogen wordengebracht zijn wettelijk begrensd.26 Bij de verschillende voorgesteldebeleidsmaatregelen is een belangrijke vraag op welke wijze de invorde-rende partij wordt gefinancierd voor de werkzaamheden en hoe dit pastbinnen de bestaande financieringsstructuren. Het functioneren van deze23Op basis van het digitaal beslagregister heeft de gerechtsdeurwaarder momenteel enkel zichtop de private beslagen, niet op eventuele publieke beslagen en verrekeningen. Met hetwetsvoorstel Bescherming inkomen bij beslagleggingen (voorheen: stroomlijning keten voorderdenbeslag) krijgt de gerechtsdeurwaarder ook zicht op eventuele publieke beslagen enverrekeningen.24Toezegging 2024A09209 in het commissiedebat civielrechtelijke onderwerpen van 22 april2026.25Artikel 17 van het «Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening» verplicht gemeenten om aangerechtsdeurwaarders door te geven dat een inwoner schuldhulpverlening ontvangt. In juni2025 waren 243 van de 342 gemeenten aangesloten op VISH. Wanneer gemeenten niet zijnaangesloten op de verwijsindex, moeten ze deurwaarders op een andere manier informeren.In de afspraken Basisdienstverlening schuldhulpverlening is de ambitie opgenomen dat opkorte termijn alle gemeenten aansluiten op VISH.26De incassokosten die bij de debiteur in rekening mogen worden gebracht zijn gemaximeerd inhet Besluit buitengerechtelijke incassokosten. Voor ambtshandelingen die worden verrichtdoor gerechtsdeurwaarders geldt dat in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeur-waarders is opgenomen welke tarieven bij de debiteur in rekening mogen worden gebracht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82213 maatregelen zal mede afhankelijk zijn van de wijze waarop deze gefinan-cierd worden. Zo geldt dat het opstellen van een collectief afbetalingsplandoor een onafhankelijke professional tijd kost en dat kan niet zonder eenvergoeding. Met betrekking tot de zorgplicht voor de gerechtsdeur-waarder geldt dat de gerechtsdeurwaarder bij het verrichten vanambtshandelingen namens de schuldeiser kosten in rekening magbrengen bij de debiteur. Welke vergoeding een gerechtsdeurwaarderontvangt indien een debiteur geen betaalmogelijkheden heeft en devordering niet kan worden geïnd, is afhankelijk van de afspraken die eenschuldeiser en een gerechtsdeurwaarder daarover maken. Hierbij geldt nuhet uitgangspunt van marktwerking. In de praktijk leidt deze systematiekertoe dat er vooral een financiële prikkel bestaat om handelingen uit tevoeren omdat gerechtsdeurwaarders veelal niet worden vergoed op basisvan het bereiken van een duurzame oplossing of op het voorkomen vanonnodige kosten. Het systeem stimuleert daarmee niet het voorkomenvan escalatie.Op dit moment wordt door een extern onderzoeksbureau voor dehierboven beschreven maatregelen onderzocht hoe de financiering vandeze maatregelen kan worden vormgegeven. Hierbij worden voorverschillende ontwerpkeuzes varianten in beeld gebracht. Daarbij spelenonder meer de vraagstukken wie er moet betalen voor de betreffendehandelingen en wat de hoogte van de financiering bepaalt. De verschil-lende varianten worden beoordeeld aan de hand van criteria zoalseffectiviteit, bereik, juridische en praktische uitvoerbaarheid, en mogelijkeongewenste neveneffecten. Dit onderzoek wordt naar verwachting rondde zomer afgerond en de uitkomsten hiervan zullen worden gebruikt omte komen tot een goed werkend financieringsmodel. Hierover wordt uwKamer te zijner tijd geïnformeerd.Onderzoeken gerelateerde aan de aanpak civiele invorderingHet afgelopen jaar zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd en in ganggezet die verband houden met de aanpak civiele invordering.Verkennend onderzoek buitengerechtelijke incassoDoor onderzoeksbureau Berenschot is in opdracht van het Ministerie vanSZW een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de praktijk van buitenge-rechtelijke incassowerkzaamheden. Dit onderzoek is inmiddels afgeronden het onderzoeksrapport bied ik u, mede namens de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid, hierbij aan. Het rapport gaat onder meer in opde vraag hoe door schuldeisers en incassodienstverleners invulling wordtgegeven aan de buitengerechtelijke incasso en hoe de opdrachtverleningen de bijbehorende (prijs)afspraken tot stand komen. De inzichten die ditonderzoek hebben opgeleverd worden betrokken bij de verdereuitwerking van de maatregelen die in deze brief zijn beschreven.Onderzoek toekomstbestendigheid gerechtsdeurwaardersHet WODC heeft het afgelopen jaar onderzoek laten uitvoeren naar detoekomstbestendigheid van gerechtsdeurwaarders met daarbij de huidigetariefstructuur. Dit onderzoek zal naar verwachting op korte termijnworden afgerond en worden aangeboden aan uw Kamer.Wetsevaluatie maximale buitengerechtelijke incassokostenIn opdracht van het WODC wordt op dit moment gewerkt aan eenwetsevaluatie van de Wet normering buitengerechtelijke incassokostenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82214 (WIK).27 Deze evaluatie is toegezegd aan het Kamerlid Lahlah (GroenLinks-PvdA) tijdens het plenaire debat van 6 februari 2025. In deze evaluatiewordt onderzocht in hoeverre de huidige systematiek van de maximalebuitengerechtelijke incassokosten nog steeds passend is gegeven deontwikkelingen die er sinds de inwerkingtreding van de WIK in 2012 zijngeweest. Hierbij zal ook een internationale vergelijking worden uitge-voerd. Deze evaluatie zal dit najaar worden afgerond. Op basis van dezeinzichten kan worden bezien of en in hoeverre het wettelijk kader voorbuitengerechtelijke incassokosten aanpassingen behoeft.VervolgprocesHet kabinet heeft de ambitie om het stelsel van civiele invordering teverbeteren, met nieuwe maatregelen die zowel de schuldeiser als deburger met schulden helpen. In de debatten met uw Kamer blijkt keer opkeer dat er breed steun is om hier een verandering in gang te zetten. Ditblijkt ook uit de verschillende gesprekken die zijn gevoerd met allebetrokken stakeholders en ervaringsdeskundigen. Ook de verschillendeburgerinitiatieven van onder meer de Consumentenbond en Humanitassterken mij in het besef dat het van belang is het stelsel van civieleinvordering te veranderen.28In de eerdergenoemde motie van het lid Ceder werd de regering tevensverzocht om een tijdpad met de Kamer te delen voor wanneer behan-deling en inwerkingtreding van wet- en regelgeving verwacht wordt.29 Hetafgelopen jaar zijn er goede stappen gezet in de uitwerking. In deze briefis op hoofdlijnen aangegeven op welke punten ik voornemens ben ommet wetgeving te komen om de voorgestelde maatregelen goed te latenfunctioneren. Tevens is duidelijk gemaakt dat er ook nog belangrijkeuitwerkingsvragen zijn. Met deze uitwerking ga ik de komende maanden –in nauwe samenwerking met de stakeholders – onverminderd door, zodatik dit jaar kan starten met het voorbereiden van de benodigde wetgeving.Ik streef ernaar uiterlijk in het voorjaar van 2027 een voorstel in internet-consultatie te brengen.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van Bruggen27Evaluatie Wet en Besluit normering buitengerechtelijke incassokosten | WODC – Wetenschap-pelijk Onderzoek- en Datacentrum28Zie onder meer het manifest «eerlijk incasseren» van de Consumentenbond van juli 2024 enhet manifest «stop de schuldenindustrie» van Humanitas dat op 24 maart jl. aan uw Kamer isaangeboden.29Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 XV, nr. 81.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82215
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.