KamerkringInloggen
Claudia van Bruggen

Officieel Kamerprofiel

Claudia van Bruggen

32debatten
628bijdragen
9interrupties
138.198woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Voorzitter, dank u wel. Dank voor de vele vragen die gesteld zijn over een onderwerp dat ons allemaal ontzettend aan het hart gaat. Het gedeelte dat de minister zojuist heeft toegelicht, sluit aan bij het kader waarvoor ik verantwoordelijk ben. Het gaat om het meer gedwongen kader, waarin kinderen in aanraking komen met organisaties die zorg voor hen moeten dragen. We zien dat we iets te doen hebben in het stelsel. We hebben op 8 juli jongstleden een mijlpaal bereikt door met alle organisaties, de VNG, de Raad voor de Kinderbescherming, het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, de leden van de Associatie Wijkteams en de gecertificeerde instellingen, vast te stellen dat we samen die veranderstrategie aangaan. Richting 2029 werken we toe naar concrete veranderingen. Ik zal zo dadelijk een paar concrete veranderingen noemen. Ik vroeg laatst zelf in een overleg: is er ook een soort jeugdjournaalversie van alles wat we aan het veranderen zijn? Het is soms heel erg helpend om onze taal te versimpelen. Dat is iets wat we echt zelf moeten doen. Tot die tijd heb ik het nog steeds over de acht acties die we gaan inzetten. Daar gaan we op versnellen. Bij signalen van structurele onveiligheid gaan de professionals samen met de betrokkenen in het gezin één veiligheidsbeoordeling en één veiligheidsplan maken. De betrokkenen krijgen ook één aanspreekpunt en hoeven hun verhaal ook maar één keer te vertellen. Dat laatste is misschien wel het meest ingewikkeld. Tegelijkertijd weet je ook dat als er maar één aanspreekpunt is, je ook een kwetsbaarheid kunt organiseren in het systeem, omdat kinderen en jongeren nu eenmaal heel erg loyaal kunnen zijn naar de ouders of pleegouders die op dat moment de zorg voor hen dragen. De kwetsbaarheden die we in dat systeem zien, zullen we dus moeten blijven beoordelen, maar dit is nu het uitgangspunt. Daarnaast wordt er gewerkt aan organisatiestructuren. Onder mijn verantwoordelijkheid gaat het dan ook over de regionale veiligheidsteams. Daarin is het doel om de GI's en Veilig Thuis samen te voegen, niet in private organisaties maar in publieke voorzieningen. Dit is echt een heel belangrijke stap, zoals de minister zelf al aangaf, om de regie weer meer terug te kunnen nemen. Op het moment dat jongeren en kinderen in het gedwongen kader geplaatst worden, hebben we als overheid een heel belangrijke rol en taak in hun veiligheid; ik kom zo meteen nog iets nader terug op hoe dat er dan uitziet. Overheidsingrijpen in gezinnen is immers niet mals; het is niet voor niets dat een staatscommissie daar nu onderzoek naar doet. Ik zal daar dadelijk nog specifiek iets over zeggen. Verder noem ik in deze korte inleiding graag ook de inspanningen om de rechtsbescherming van ouders en kinderen te verbeteren. Ook dat is ingegeven vanuit het toekomstscenario. Als de overheid ingrijpt in het leven van een gezin, moet dat zorgvuldig gebeuren. Onder leiding van mevrouw Hamer wordt hier nu onderzoek naar gedaan. Op 28 juni jongstleden heb ik het wetsvoorstel Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming voor advies naar de Raad van State gestuurd. Met dit wetsvoorstel versterken we juist ook de positie van kinderen en ouders op belangrijke momenten in de jeugdbescherming. Denk aan kosteloze rechtsbijstand op het moment dat er een eerste verzoek komt op die uithuisplaatsingen of de gezagsbeëindiging. Want waar ga je dan als ouders naartoe en kun je dat dan betalen? Dat is dus heel belangrijk. Daarnaast zetten we sterker in op terugplaatsing van kinderen die uit huis zijn geplaatst en versterken we het toezicht op de kinderen die tijdelijk niet thuis opgroeien. Mijn streven is om het wetsvoorstel nog eind van dit jaar naar uw Kamer te sturen. Dit zijn dus ook belangrijke waarborgen die we vanuit het toekomstscenario met laten we zeggen "gezwinde spoed" oppakken. Ten slotte zetten de GI's natuurlijk nog steeds met gerichte acties in op het terugdringen van de wachtlijsten en het verbeteren van het betekenisvol contact. Hoe we dat met elkaar laden? Soms lijken het holle frasen, terwijl ik weet dat zeker ook die professional elke dag met de juiste dingen bezig wil zijn; de minister heeft er al een aantal keer aan gerefereerd. Hoe gaan we dat dan met elkaar invullen? De komende jaren heb ik daar 45 miljoen extra voor beschikbaar kunnen stellen. In alle dynamiek die er natuurlijk juist rondom alle financiële en beschikbare middelen voor de jeugd is en blijft, zien we dat er juist in de omslag zorgen leven, bijvoorbeeld: kunnen we het wel waarmaken als organisaties? We vragen eigenlijk van de verschillende organisaties om al op een nieuwe manier te gaan werken, bijvoorbeeld in proeftuinen, én we vragen ze om geen kinderen tussen wal en schip te laten vallen en ook nog te voldoen aan hun wettelijke verplichtingen. Nou, dan heb je frictie. Daar hebben we gelukkig voor de komende jaren wat extra middelen voor vrijgemaakt. Moeten we een vinger aan de pols houden? Ja, dat moet wel degelijk, want het is natuurlijk niet zomaar iets om te vragen aan die organisaties, die in een grote verandering meegaan. Ik zei net al dat inrichting van bijvoorbeeld de regionale veiligheidsteams, het samenvoegen van de organisaties en daar weer publieke voorzieningen van maken een enorme stap is. Wat we voor de zomer met elkaar hebben afgesproken, noemden we al een mijlpaal, maar dat is het ook echt. En dat gaan we nu verder handen en voeten geven. Voorzitter. Ik heb vier blokjes voor de beantwoording. Ik begin graag bij het blokje continuïteit en kwaliteit. Dan gaan we naar het blokje UHP KOT — ik moet nog steeds wennen aan de termen, maar dat gaat over de kinderen die uit huis zijn geplaatst naar aanleiding van het schandaal met de kinderopvangtoeslag. Vervolgens is er een blokje over het toekomstscenario in algemene zin en nog een blokje overig. Ik begin met de plaatsingen in het buitenland zonder dat de route van de Centrale autoriteit is gevolgd. De minister heeft hier al heel veel over gezegd. Het belangrijkste is natuurlijk dat de vragen die zijn ontstaan, ook zijn ontstaan omdat een GI, in dit geval SAVE Jeugdbescherming, die plaatsingen heeft gedaan. Ik vind dat heel zorgelijk en zelfs kwalijk. De wethouder heeft aangegeven dat er door de gemeente nu zelf onderzoek naar wordt gedaan. We weten van de betreffende GI dat er zeven kinderen geplaatst waren in het buitenland zonder dat de route van de Centrale autoriteit gevolgd is. SAVE Jeugdbescherming heeft op verzoek van de inspectie een extern onderzoek ingesteld naar hoe dit kon gebeuren. Half oktober verwachten we de uitkomsten daarvan. Belangrijk is wel — we hebben dit aangegeven in onze brief van 25 september jongstleden — dat we ook bij de andere GI's nagaan of zij op momenten ook de procedure niet gevolgd hebben, want het is waarschijnlijk niet alleen deze GI die dit soort plaatsingen heeft gedaan. Ik verwacht die informatie uiterlijk 1 november te hebben. Dat is ruim voor het wetgevingsoverleg van, naar ik zojuist begreep, 30 november. Op die manier heeft u in ieder geval vanuit de GI's een beeld welke GI wel of niet heeft meegewerkt aan die plaatsingen in het buitenland. Als blijkt dat er kinderen zijn bij wie de procedure via de Centrale autoriteit niet is gevolgd, vragen wij de GI's om in deze gevallen alsnog contact op te nemen met de Centrale autoriteit om na te gaan of er een mogelijkheid is om die procedure te doorlopen, en om goed het daaruit volgende inspectietoezicht te kunnen organiseren, niet zozeer vanuit Nederland maar vanuit het land waar die kinderen dan geplaatst zijn. Wat ons betreft zouden deze kinderen zo snel mogelijk moeten terugkeren naar Nederland. Dan de vraag van mevrouw Coenradie hoe de stem van het kind mee wordt gewogen in de toetsing bij omstreden methoden, bijvoorbeeld de casus betreffende ouderverstoting die bij SAVE plaatsvond. Kan de staatssecretaris dat duiden? Ja. Ik heb er buikpijn van, maar het is ook een ongelofelijk complexe zaak, die moeilijk te beoordelen is. Ik ben geen rechter of jeugdbeschermer, dat maakt 'm ingewikkeld. Belangrijke beslissingen in de jeugdbeschermingsketen worden altijd op basis van leeftijd en ontwikkelingsniveau genomen door de professionals die daarvoor doorgeleerd hebben. Dat geldt ook voor de inzet van jeugdhulp en van methoden. Vind ik het kwetsbaar? Jazeker. Ik constateer ook — het is denk ik ook de ervaring van iedereen die een tijdje meeloopt in dit veld en vooral in de jeugdbescherming — dat kinderen op enig moment ook een loyaliteit ontwikkelen aan de plek waar ze geplaatst zijn. De plek waar ze vandaan kwamen, was namelijk ook al niet veilig. Dit maakt het ook zo ingewikkeld om er echt de vinger achter te krijgen. De Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter horen het kind uiteraard, en betrekken diens mening ook daadwerkelijk bij hun onderzoek en hun beslissing. Is dat kwetsbaar? Nou, als we kijken dat we dat netjes in een trias politica met elkaar geregeld hebben: nee. Is het belangrijk dat zij dat altijd doen? Ja, wel degelijk. Het is belangrijk om daar altijd de objectiviteit en zeker ook het horen van de kinderen een plek in te laten hebben. Dat is zeker iets waarover ik het gesprek zal blijven voeren met de rechtsspraak, waar ik natuurlijk ook verantwoordelijk voor ben. Voorzitter. Dan de vraag van … Ik moet even kijken of het handig is om …Excuus, voorzitter, gaat uw gang.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Alle begrip voor de bevlogenheid en de betrokkenheid die Kamerleden ook hier met mij delen, in een casus waarin zij meer informatie lijken te hebben dan ik heb. Ik vind het dus wel heel belangrijk om daar eerst ook zelf achteraan te gaan. Laat ik hier dan ook toezeggen dat ik dat natuurlijk doe, want dit soort signalen neem ik zeer serieus, niet zozeer om op de stoel van de rechter te gaan zitten, maar meer omdat ik heel graag wil weten wat hier aan de hand is, zodat we ook met elkaar kunnen ingrijpen in een stelsel als dat niet blijkt te werken. Misschien zeggen we dan dat dit soort methoden, methodieken, aan de organisatie zelf zijn, maar als er zulke onheuse dingen gebeuren, moeten er momenten en mogelijkheden zijn om daar echt op in te grijpen. Dus al met al zeg ik richting de Kamerleden die hier informatie over hebben, dat ik die heel graag verneem. Ik hoor het heel graag en ik zal er zeker achteraangaan om erachter te komen wat hier aan de hand is geweest.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Ja, het is een goed voorstel om dat in de brief mee te nemen. Die gaat voor het WGO nog uit. Daarin zal ik erop terugkomen.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Zeker. Dank. Ik hoor het ook. Daarom heb ik ook in het wetsvoorstel rechtsbescherming opgenomen dat die leeftijd voor het horen van kinderen naar beneden gaat. We gaan dat vanaf 8 jaar doen in plaats van vanaf 12 jaar. Kinderen moeten ook individueel gehoord kunnen worden. Daar moet niet altijd een ouder of iemand anders die op ze let of op ze past bij aanwezig zijn. Nogmaals, ik heb zelf ook in het veld gezien dat kinderen een loyaliteit kunnen hebben naar degene die voor hen zorgt. Daardoor is het heel moeilijk om op zo'n moment het achterste van je tong te laten zien. Maar alles wat we kunnen doen vanuit de overheid om daaraan bij te dragen en om die ruimte te geven, bijvoorbeeld door die leeftijd naar beneden te brengen, vind ik belangrijk. Dat hebben we dus ook in dat wetsvoorstel meegenomen. Alle begrip dus voor deze vraag van mevrouw Westerveld omdat ik dat zelf herken. Ik kom hier zeker nog met u over te spreken op het moment dat dit wetsvoorstel hier in de Kamer voorligt.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Dan de vraag van de heer Van Houwelingen die gaat over de aanwezigheid van de inspectie bij gesprekken, dus over kinderen en ouders die niet of wel gehoord worden als er een inspectie plaatsvindt. Even gechargeerd: het is niet alleen maar kopjes koffie drinken vanuit een kantoor of met een raad van bestuur of een raad van toezicht. De inspecties spreken altijd met ouders en kinderen als zij toezicht houden bij jeugdzorginstellingen. Zo hebben de inspecties in hun onderzoek naar de uitvoering van de jeugdbescherming in 2025 met meer dan 100 kinderen, ouders en cliëntenraden gesprekken gevoerd. Dat is natuurlijk best wel direct, dus daarnaast hebben ze ook indirect ruim 1.000 kinderen en ouders via een digitale vragenlijst bevraagd. Bevindingen uit de gesprekken en de vragenlijsten zijn meegenomen in de beoordeling van de bezochte GI's. Ik zie dat de inspectie echt probeert om de vinger erachter te krijgen of er de juiste zorg en bescherming is voor jeugdigen en voor de ouders die al dan niet hun kinderen hebben moeten loslaten voor enige tijd. Dat nemen ze ook mee in hun oordeel. Dan een andere vraag. Omdat het over continuïteit gaat, merk ik dat het een heel divers blokje is geworden. Deze vraag gaat over de William Schrikker Stichting, en dan heel specifiek over wat er na Vlaardingen precies is gebeurd. In het halfuur dat we hadden om deze beantwoording voor te bereiden, hadden we het ook over wat nou eigenlijk specifiek de vraag was. De vraag was natuurlijk hoe het nou kan dat er toch weer een behoorlijk funest inspectierapport naar buiten komt over kinderen die in een gezinshuis geplaatst zijn en die daar niet veilig bleken. De William Schrikker Stichting is de grootste GI van Nederland. De kans dat als er iets misgaat, het dan ook daar is, is dus groter. Dat is gewoon kansberekening. Desalniettemin heeft de William Schrikker Stichting naar aanleiding van Vlaardingen alle lopende zaken doorgenomen en getoetst op de verbeteringen die naar aanleiding van Vlaardingen aan hen zijn voorgelegd. Dan kom ik ook weer op waar je op zo'n moment, in zo'n situatie, de signalen wel of niet kunt zien. Ik kan natuurlijk op de individuele casus niet ingaan, maar gezien de verbeterslagen die gemaakt moeten worden en die nu, ook weer naar aanleiding van dit inspectierapport, bij de William Schrikker Stichting worden neergelegd, lijkt het alsof er geen blinde vlekken zijn. Het is wel zo dat er situaties zijn, die zich dus kunnen blijven voordoen, die we te kwetsbaar vinden. Hebben we daar dan in het stelsel iets te veranderen? Ja, wellicht. Wellicht. Kan ik dat van deze casus al zeggen? Nee, dat vind ik te snel, en ik wil in alle eerlijkheid ook zeggen — dat heeft de minister net ook gedaan — niet alleen over het proces waar we nu in zitten, maar ook over hoe je uiteindelijk de allerbeste jeugdzorg, jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering kan organiseren, dat we met elkaar in een veld blijven opereren waar incidenten zullen blijven plaatsvinden. Het aantal moeten we naar beneden brengen; we doen er alles aan om dat te minimaliseren. Dat is niet eenvoudig. Dit gaat ongetwijfeld nog een keer gebeuren, maar we zien wel dat de organisaties bewust de verbeteracties oppakken. Ook de William Schrikker Stichting doet dat, maar die is dus in deze casus, geleerd hebbende van Vlaardingen, weer in zo'n kwetsbare situatie terechtgekomen. Ik heb gisteren toevallig de voorzitter van de raad van bestuur nog aan de telefoon gehad, omdat ik ook zelf wil weten hoe het in de organisatie is. Reken er namelijk maar op dat dit ook iets doet met jeugdbeschermers. Zij zijn blijkbaar toch ook weer in een situatie gekomen waarvan ze gedacht hadden er niet meer in verzeild te raken. Ik denk echt dat het verbeteren van casuïstiekbesprekingen, multidisciplinair overleggen, het versterken van de positie van het kind en het horen van het kind allemaal stappen zijn die naar aanleiding van Vlaardingen gezet zijn in alle dossiers van William Schrikker. Dan blijven we in een situatie zitten dat dit soort zaken kan voorkomen, hoe treurig ook. Dat was mijn blokje over continuïteit van zorg. Voorzitter. Ik kan door naar de uithuisplaatsingen naar aanleiding van het kinderopvangtoeslagschandaal. Ik zeg maar UHP KOT; ik denk dat dat voor de meeste mensen op de tribune en thuis een bekende term is. Ik ben er zelf nog niet helemaal aan gewend, moet ik zeggen. Als ik eens even op een dinsdagavond met een deel van de kinderen die uit huis zijn geplaatst naar aanleiding van het toeslagenschandaal heb gegeten, vind ik het heel gek om dan te praten over UHP KOT-kinderen. Maar we begrijpen allemaal wie we voor ons hebben, en het zijn er echt heel veel. Er zijn er ook heel veel die nog steeds betrokken zijn bij het proces waar we nu in zitten. Hoe voorkomen we bijvoorbeeld dat de excuses die we maken, lege excuses vormen? Ik wil daar niet op vooruit te lopen, want we beogen dat nu in januari te doen. We doen dat juist ook in samenspraak met deze jongeren, die hun hand hebben opgestoken. Sommigen zijn gewoon al begin 30, even voor uw beeld; die zijn natuurlijk ook echt al verdergegaan met hun leven, maar die hebben nog iets af te sluiten en dat hebben wij met hen te doen. De excuses geven we samen vorm, in de zin dat wij nu aan de Jeugdraad hebben gevraagd een proces met elkaar te doorlopen, waarin op de eerste twee bijeenkomsten vooral de jongeren zelf konden aangeven wat zij belangrijk vonden in hoe die excuses worden uitgesproken, wie daarbij aanwezig zijn en hoe we dat verleden toch enigszins dienend kunnen laten zijn aan het helen in de toekomst — dat is misschien een beetje cryptisch, maar u begrijpt hopelijk wat ik bedoel — zodat de excuses kunnen bijdragen aan heling en herstel. In de laatste bijeenkomst zijn de staatssecretaris Herstel Toeslagen, mevrouw Palmen, en ik met deze groep ook wat nader ingegaan op wat belangrijk is voor hen in dit excuustraject. We krijgen 15 oktober een advies van de Jeugdraad. Zij hebben natuurlijk ook meegegeven wat de jongeren in dit geval belangrijk vinden om mee te krijgen vanuit het excuustraject en vooral ook bij de vraag wat je daarna nog weer doet. Dat is natuurlijk ook precies waarover u het gesprek met de minister heeft gehad. Met excuus is dat niet afgerond. Wat is dus belangrijk? Hoe houd je elkaar daarna ook vast? Dat nemen wij ook mee richting januari. De indieners van de petitie die gisteren aan u is aangeboden, heb ik inmiddels ook uitgenodigd om mee te denken over dat traject, want daar zag ik wel weer wat andere gezichten. Natuurlijk is het voor hen ook mogelijk om aan te sluiten bij het bestaande traject. Misschien is het een parallel proces dat we met elkaar moeten gaan lopen. De heer Ceder en mevrouw Westerveld van PRO vroegen: wordt wel alles op alles gezet om zo veel mogelijk kinderen weer een leven te geven, en natuurlijk het liefst bij hun eigen ouders? Dat is en blijft maatwerk. Uitgangspunt is dat het contact wordt hersteld en dat dat veilig en verantwoord kan. Om ouders hierbij te ondersteunen, hebben we het ondersteuningsteam opgericht, dat direct ondersteuning biedt bij onder andere het contactherstel en bij de terugplaatsingen. We hebben ook kosteloze rechtsbijstand beschikbaar gesteld. Zo heeft het ondersteuningsteam sinds de oprichting in 2022 meer dan 1.000 ondersteuningstrajecten afgerond. De heer Ceder vraagt terecht: waarom gaat het dan niet lukken om nog voor het eind van het jaar die herbeoordelingsdossiers op orde te krijgen? Hier is, natuurlijk voor zolang dat kan, lang over doorgesproken, omdat dit vraagstuk op tafel lag toen ik binnenkwam op 23 februari en ik dit dossier onder mijn verantwoordelijkheid kreeg. Wij hebben daarin gezien dat op een eerder moment ook gekeken is naar verschillende dossiers. In dit geval waren dat er twee. Dat is stukgelopen, omdat je in de resultaten en de verwachtingen zag dat het die heling en duidelijkheid niet bracht. Maar dit onderwerp is niet gaan liggen. Er zijn ook steeds gesprekken gevoerd, zowel met kinderen als met professionals vanuit het veld, die betrokken zijn bij dit onderwerp en die vandaag onder anderen op de tribune zitten. Zij geven nog steeds aan: het gaat ons er niet om dat we nog even een stok willen hebben om mee te slaan; het gaat ons erom dat we gewoon duidelijkheid krijgen over de afwegingen die zijn gemaakt. Dat zeggen ze met alle goede bedoelingen van dien, die wij natuurlijk op dit moment ook hebben. Dat betreft dus de inzage in dossiers en het kunnen meekijken. Onze professionals die daarbij betrokken zijn moeten dat inzicht geven. Zo willen wij heel graag die objectiviteit erin krijgen. Als we dat proberen vast te pakken bij hoe we dat gaan doen, dan willen we zo min mogelijk extra schade aanrichten. Dat maakt dat we nu een beperkt aantal dossiers als eerste, als start, nemen, waarin we de scope, de werkwijze en de kwaliteitsborging die het uiteindelijk zou moeten hebben, vastleggen. We toetsen in die eerste fase ook of we met een bepaalde universiteit of met een ander onderzoeksinstituut in zee zouden moeten gaan. Dat zeg ik ook heel specifiek, omdat je, als het over zo'n opdracht gaat — het gaat namelijk niet over iets kleins — ook aan aanbestedingsregels gebonden bent. Je kunt dus eigenlijk niet van het ene op het andere moment zeggen: dit is een mooie opdracht en we zien dat er een universiteit geïnteresseerd is die ook echt heel degelijk onderzoek zou kunnen doen. Dat betekent niet dat dat zomaar zou kunnen, maar natuurlijk nemen we dat nu wel mee in hoe we dit proces gaan inrichten. Na die eerste fase — ik realiseer mij dat hier niet staat wanneer we die precies afronden; misschien kunnen we daar nog even iets duidelijker over zijn — volgt een afwegingsmoment over het vervolg en de eventuele opschaling. De Kamer zal daar natuurlijk tijdig over worden geïnformeerd. Bestaande juridische routes, zoals de kinderrechter, de rechterlijke toetsing, de contra-expertise en de kosteloze rechtsbijstand, blijven allemaal bestaan. Ik weet niet of we meer duidelijkheid kunnen geven over wanneer we die eerste fase denken af te ronden, maar het helpt wel om dat aan u mee te geven. Ten tweede doen wij dit ook weer met de ouders, kinderen en briefschrijvers die ons natuurlijk ook net voor de zomer duidelijk hebben gemaakt dat het onderwerp echt niet is gaan liggen voor hen en dusdanig relevant is gebleven. Daarom zeggen we zelf ook: we moeten hier een andere keuze maken. Dan de vraag van mevrouw Dobbe die hierop aansloot, over de gefaseerde aanpak. Dat betreft eigenlijk precies het antwoord dat ik zonet heb gegeven. De criteria, de scope en de waarborgen zijn allemaal onderwerp van het nu inzichtelijk maken hoe dat eruit zou kunnen zien. We willen dit zo zorgvuldig doen, omdat we weten dat er aan de andere kant verwachtingen gewekt kunnen worden die je misschien niet waar kunt maken of die teleurstellen. Dat willen we natuurlijk op alle mogelijke manieren voorkomen. Vandaar dat we dit zo zorgvuldig mogelijk willen doen. Maar is hier een grote stap gezet? Ja, dat is er ook wel zeker.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Ja, ik heb nog een vraag te beantwoorden in dit blokje. Die gaat over de werkingsduur van de Tijdelijke wet uitwisseling persoonsgegevens. Volgens mij stelde meneer Hamstra als eerste de vraag of die moet worden verlengd, bijvoorbeeld tot 1 januari 2029. Ja, we bereiden die verlenging voor tot 1 januari 2029, zodat gegevensuitwisseling voor herbeoordelingen verantwoord kan doorgaan. Eventueel aanvullend wetenschappelijk onderzoek overwegen we wanneer er een solide methodiek staat en er duidelijke meerwaarde is. Het is dus belangrijk om dat wel even uit elkaar te halen. Als het helpt en als het iets bijdraagt, doen we dat wel degelijk. Dan zouden die gegevens daar natuurlijk ook beschikbaar voor gesteld moeten worden. Dan kijk je naar alle waarschijnlijkheid alweer tegen een langere termijn aan dan 1 januari 2029, maar dit is waar we nu naar kijken.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Zeker. De woorden die ik uitspreek, wegen ook best wel zwaar. Die moet ik echt wel zorgvuldig kiezen. Op het moment dat je gesprekken voert, al zijn het verkennende gesprekken, en je moet als overheid nog een aanbestedingstraject in ... Dat maakt het kwetsbaar. Daar vertel ik de heer Ceder ook niks nieuws mee. Dat willen we in dit proces juist niet. We willen dit dus niet op allerlei ingewikkelde juridische dingen vast laten lopen. We willen juist dat het gaat werken, dus vandaar. Ik neem het heel graag mee, ook om te kunnen wegen op welk moment we wel of niet met een partij in gesprek kunnen gaan. Laat ik dat toezeggen. We doen alles ten bate van het goed inrichten van dit proces, om de herbeoordelingen zo veel mogelijk te laten aansluiten bij de wens en de verwachtingen die ook gisteren weer zijn uitgesproken.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Ik kan daarbij heel concreet toezeggen dat we dat proces wat specifieker zullen opschrijven in de brief die nog voor het wetgevingsoverleg naar uw Kamer zal gaan, zodat u ook een beeld heeft van hoe we dat nu voor ons zien.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Ja, dat klopt, voorzitter. Dat heeft u hartstikke goed onthouden of meegeschreven waarschijnlijk, dus dank daarvoor.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Heel fijn. Dank u wel. Ik ook. En mevrouw Synhaeve vroeg mij: hoe scherp heeft u het precies? Als we het hebben over een toekomstscenario, wil je natuurlijk weten wat we precies doen. Ik zei net ook al: als we even niet oppassen, zijn het heel veel wollige termen die over elkaar heen buitelen. Wat doen we nou precies? In de afgelopen periode werkten we toe naar die omslag met het handelingskader, waarin we de professionals klaarmaken voor op een nieuwe manier werken. Er zijn bijvoorbeeld afspraken over welke kennis van geweldspatronen er nodig is om dat werk goed te kunnen doen. Dat doen we ook heel specifiek, omdat we natuurlijk straks in de inrichting met een sterk lokaal team naast een regionaal veiligheidsteam heel goed willen bekijken wat er nou aan veiligheidsexpertise nodig is. Welke bril moet je opzetten in een lokaal team? Of hoef je dat in een lokaal team eigenlijk niet te kunnen en moet je dan bij een regionaal veiligheidsteam terechtkunnen? Wat is heel specifiek de rol van de Raad voor de Kinderbescherming? Die heeft in die zin gewoon verschillende petten en zal ook een bepaalde mate van onafhankelijkheid moeten blijven borgen. We zijn dus op dit moment bezig met die rolverdeling en de taken die daarbij horen. Het gaat ook over de focus op veiligheid. Ik vond het ook weer een terechte opmerking, maar ik ben even kwijt van wie die kwam. Ik weet het even niet meer, maar ik denk dat het meneer Van Houwelingen was. Die zei namelijk terecht dat als we veiligheid maar centraal blijven stellen, dat misschien een te smalle benadering is, want soms voelen kinderen zich heel veilig en zijn ze dat misschien ook wel, maar kijken wij er vanaf de buitenkant anders naar. Ik geef even een voorbeeld, waardoor ik daar elke dag aan herinnerd word. Als je als staatssecretaris begint, krijg je een werkkamer. In ieder geval een van u weet hoe dat werkt. Je krijgt dan namelijk ook een schilderij opgehangen. Je kunt dan kiezen. Ik heb er een gekozen van een fotograaf die foto's heeft gemaakt van een gezin, een gezinssituatie. Zij zegt: "Dit is mijn gezin. Hierin ben ik opgegroeid. Ik vernam op mijn 12de dat dit een probleemgezin is, maar ik heb dat zelf helemaal nooit zo ervaren en ik heb mij ook niet onveilig gevoeld." Dan kijk je naar die foto en dan zie je inderdaad een opa zitten en een blikje bier staan. Het is een ongelofelijke bende. Kleine kinderen en grote kinderen, er loopt van alles rond. En toch denk je: zij voelde zich niet onveilig. Dat is interessant. Want ja, het gaat om veiligheid, maar hoe kijken we daar dan daadwerkelijk naar? Wanneer is er echt sprake van onveiligheid en wanneer is dit een gezin waarvan we gewoon met elkaar zouden moeten kunnen zeggen "dit hoort er gewoon bij en dit kan ook"? Maar goed, dat is concreet. Die veiligheidsbeoordeling, die veiligheidsbril is wel heel belangrijk en dus ook wat we van de definitie daarvan vinden. Zo heb ik geprobeerd dat wat concreter te maken, maar ook in onze eigen wensen hebben de minister en ik wel naar elkaar uitgesproken, en ook naar de mensen die al die fantastische stukken schrijven: versimpelen en ook de Jeugdjournaalvariant graag, want dat gaat ons allemaal helpen. Meneer Hamstra zei dat wat het CDA betreft in het dilemma tussen privacy en bescherming van het kind, altijd het kind vooropstaat en vroeg hoe ik daarnaar kijk. Bescherming van het kind staat altijd voorop. Dus wanneer gegevensdeling noodzakelijk is om de onveiligheid te stoppen, doen we dat. Aanvullend nog even iets over de Taskforce Gegevensdeling van Justitie en Veiligheid. Die ondersteunt de proeftuinen van kind- en gezinsbescherming met grondslagen, werkafspraken en convenanten, waardoor we juist ook de waarborg hebben om die gegevens in formele zin met elkaar te kunnen delen. Daarnaast heeft de minister voor de zomer de nota naar aanleiding van het nader verslag over het wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek aan uw Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel voorziet in die expliciete grondslag en waarborgen voor de gegevensverwerking bij meervoudige problematiek. Het beoogt daarmee ook een belangrijk knelpunt in die integrale aanpak weg te nemen. In die zin zijn we dus complementair aan elkaar. Voorzitter. Dat was mijn blokje toekomstscenario. Dan heb ik nog een blokje overig. Ik begin met de vraag van de heer Van Houwelingen over ingrijpen in het gezin als onomstotelijk is bewezen dat er sprake is van een strafbaar feit. Daar werd natuurlijk in de interactie ook al even op gereageerd. Het is natuurlijk soms ook wel zo dat een kind onveilig is en er nog geen sprake is of geen sprake is van een strafbaar feit. De fundamentele vraag eronder is natuurlijk: wanneer mag de overheid ingrijpen bij gezinnen, hoe hoog moeten we die lat met elkaar leggen en hoeveel bewijs moet er dan zijn? Dus waarmee sturen we de rechtspraak op pad? Of het nu een jeugdrechter is of een strafrechter, waarmee sturen we die op pad? Dit is de vraag waar de staatscommissie-Hamer zich nu over buigt. Wij verwachten rond de zomer van 2027 de eerste beelden van haar advies. Volgens mij heeft zij zes onderzoekslijnen, waaronder juridisch, normen en waarden, cijfermatig, dus hoe vaak, en het effectiviteitsperspectief: wat heeft het ingrijpen van de overheid precies opgeleverd? Er wordt gewerkt met klankbordgroepen, met focusgroepen, met ervaringsdeskundigen. Voor ons is dit, zeker gezien de inrichting van hoe we dit nu doen, een heel belangrijke commissie. De commissie zal ook komen met een beeld van hoe je je als overheid zou moeten opstellen, wat je rol is ten opzichte van gezinnen. Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Coenradie over intieme terreur en dwingende controle van een ex-partner of soms misschien ook wel een partner: hoe zorgen we ervoor dat we de verontrustende signalen meenemen die bij u en zeker ook bij een deel van het kabinet binnenkomen? Bij beslissingen over jeugdbescherming is het voor de veiligheid van zowel het kind als de ouders essentieel dat vermoedens van huiselijk geweld, inclusief intieme terreur en dwingende controle, worden meegenomen. Alleen dan kan een afgewogen beslissing worden genomen. We weten dat dit nog niet vanzelfsprekend is en daarom blijven die signalen ons ook bereiken. Dit geldt ook voor andere beslissingen in het kader van jeugd- en familierecht. Daarom zijn we eind '25 met organisaties als de Raad voor de Kinderbescherming, de rechtspraak en ook Jeugdzorg Nederland, ervaringsdeskundigen en wetenschappers een verbetertraject gestart, juist om ervoor te zorgen dat als er sprake is van intieme terreur of ander huiselijk geweld, de rechter hiervan weet en dit ook kan meewegen in de beslissingen over jeugdbescherming, over gezag en over omgang. Dat zijn eigenlijk parallelle sporen, waarbij men de informatie niet hoeft te hebben maar die wel meeneemt. In de Kamerbrief over geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld — ik denk dat de minister die heeft gestuurd, samen met de minister van Justitie — zijn hier wat meer woorden aan gewijd. De vraag is even of dat tegemoetkomt, of dat u signalen blijven bereiken. Anders zou ik zeker zeggen: blijf dat steeds aangeven, ook bij ons. Wij hebben het vermoeden dat we bezig zijn met verbeteringen, maar als er nog blinde vlekken zijn, willen we dat wel graag weten. De laatste vraag, van de heer Verkuijlen, die voor een deel al door de minister is beantwoord, gaat over jongeren met lvb-problematiek die afglijden. Ik wilde hierop nog dit aanvullen. Volgende week hebben we een debat over de aanpak van jeugdcriminaliteit. Mevrouw Westerveld heeft heel vaak gevraagd hoe wij nou omgaan met lvb in de strafrechtketen. Met een werkagenda strafrecht lvb-proof proberen we stappen te zetten, zodat de professionals weten hoe je met deze groep omgaat, hoe ingewikkeld soms ook. Dit gaat zó veel opleveren. Want dan begrijpen we elkaar daadwerkelijk, om het zo te zeggen. In de voortgangsbrief die nu nog bij mij ligt maar eind deze week naar de Kamer gaat in voorbereiding op het debat van volgende week woensdag, wordt een beeld geschetst van hoe we daarmee omgaan in de strafrechtketen. Ik denk dat de heer Verkuijlen dat debat helaas niet bijwoont, maar mocht dat wel het geval zijn, dan kunnen we daarover nader in gesprek met elkaar. Dat was de beantwoording van de laatste vragen die aan mij waren gesteld, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: "Alles" is veel, maar het gaat zeker ontzettend veel waarborgen in zich hebben voor de rechtsbescherming van kwetsbare mensen, ouders, die misschien niet eens als kwetsbaar worden gezien door onze samenleving, als ze in een situatie zitten waarin hun kinderen wel of niet bij ze mogen blijven. Dat regelen we in dat wetsvoorstel. Het is natuurlijk een van de onderdelen van het toekomstscenario. We zullen dus ook steeds gerichter moeten kijken naar hoe we die gesprekken gaan voeren. Hoe zorgen we ervoor dat het kind gehoord wordt? Het formaliseren van een deel van de rechtsbescherming zit inderdaad in dat wetsvoorstel, dat richting het eind van het jaar naar uw Kamer gaat.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Voorzitter, hartelijk dank. Ik heb nog twee vragen die voor mij zijn overgebleven. Eén sluit aan bij de eerdere beantwoording op de vraag van mevrouw Dobbe, namelijk de vraag van de heer Ceder over de buitenlandse plaatsingen vanuit de gemeenten. Dat inzicht vanuit de GI's krijgen we inderdaad uiterlijk 1 november. De uitvraag gaat mee in dezelfde brief richting de VNG om te vragen op hoeveel buitenlandse plaatsingen zij nog zicht hebben, zodat we dat hopelijk ook rond die tijd krijgen. Dat is natuurlijk een enorm grote groep, dus daarvan kunnen we minder goed toezeggen dat we dat ook daadwerkelijk voor het WGO hebben. De uitvraag gaat wel mee. Voorzitter. De tweede vraag aan mij ging over het proces dat we nu met elkaar lopen ten aanzien van de herbeoordeling. Mevrouw Dobbe vroeg of ik dat proces meer kan duiden en of mensen in ieder geval inzage kunnen krijgen in het dossier. Mensen kunnen inzage krijgen in het dossier. We hebben daar sinds dit najaar ook speciale contactpersonen voor bij de Raad voor de Kinderbescherming en bij de GI's, om mee te kijken met kinderen en ouders die geïnteresseerd zijn in hun dossier en die willen weten hoe het zit. Dat kan. Het punt is, en daar zit ook juist mijn grote betrokkenheid bij de zorgvuldigheid, dat dit de instanties zijn die ook de besluiten hebben genomen in de periode dat er uithuisplaatsingen of ondertoezichtstellingen waren. Zoals ik het nu begrijp, gaat het dus om de objectiviteit die gemist wordt in die wens voor herbeoordeling, waardoor ik dat onderzoek zo zorgvuldig mogelijk wil inrichten. Dat kan ik dus ook beter op een andere manier doen dan het nu alleen maar beschikbaar stellen met speciale contactpersonen, die met alle liefde meekijken in de dossiers om te zien wat er nou precies is gebeurd, maar die in de ogen van ouders en kinderen, en dat snap ik ook, soms ook de mensen zijn die deze besluiten hebben moeten nemen of hebben moeten voorleggen aan de rechter. Vandaar dat die inzage kan, maar dat er wel een verschil is met de herbeoordeling die we gaan doen. Dat proces wil ik ook graag meenemen in de brief die nog naar u toe komt voor het wetgevingsoverleg, zoals ik al aan de heer Ceder heb toegezegd, zodat u ook een beeld heeft bij hoe ik dat voor de komende periode voor me zie. Dat neemt niet weg dat dit gewoon mogelijk blijft.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Het proces dat ik ga lopen ten aanzien van de herbeoordeling van de dossiers uit huis geplaatste kinderen kinderopvangtoeslagenschandaal, UHP KOT.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: U had die toezegging al genoteerd, want ik had die ook al aan de heer Ceder gegeven.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Bruggen: Nee, het zijn geen uit huis geplaatste kinderen in het buitenland, maar het zijn kinderen die daar zorg krijgen, bijvoorbeeld vanuit een jeugdbeschermingsorganisatie, maar soms ook vanuit een gemeente. We willen voor het wetgevingsoverleg inzicht kunnen geven in hoeveel kinderen dat betreft.

Bron, video en gesprek →