KamerkringInloggen
Kamerbrief

Contracteer- en overstapseizoen 2023-2024

15 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 79b72bdc4cea1202 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 689Herziening ZorgstelselNr. 1249 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJNEN SPORT EN VOOR MEDISCHE ZORG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 mei 2024Ieder najaar kunnen mensen kiezen voor aanpassing van hun zorgverze-kering voor het volgende jaar en ieder najaar ronden zorgverzekeraars enzorgaanbieders de contractering van de zorg voor het volgende jaar af.Dat verzekerden kunnen overstappen naar een andere zorgverzekering eneen andere zorgverzekeraar, zorgt ervoor dat zorgverzekeraars scherpblijven ten aanzien van de inkoop van zorg, klantgerichtheid en premie. Demogelijkheid van overstappen stimuleert op die manier zorgverzekeraarsen zorgaanbieders om zich in te spannen voor kwalitatieve, betaalbare entoegankelijke zorg.Met deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over het afgelopencontracteer- en overstapseizoen, mede op basis van het BestuurlijkeOverleg Contractering dat met betrokken partijen medio maart gevoerd is.Wij kunnen u melden dat de gedeelde conclusie is dat het afgelopencontracteerseizoen aanzienlijk beter verlopen is dan het jaar ervoor.Tegelijkertijd is ook vastgesteld dat gezamenlijk nog de nodige stappen tezetten zijn om de beweging naar passende zorg van de grond te latenkomen.In het afgelopen overstapseizoen zijn ruim 1,3 miljoen verzekerdengewisseld van zorgverzekeraar. Dat is 7,4% van de verzekerden. Dit betrefthet één na hoogste overstappercentage vanaf de invoering van deZorgverzekeringswet in 2006. Vorig jaar was het overstappercentage hethoogste tot nu toe met 8,2%.1 Overstappen is echter geen doel op zich.We vinden het vooral van belang dat verzekerden nagaan of hun huidigepolis nog goed bij hen past en dat zij kunnen kiezen voor een andere polisof een andere zorgverzekeraar, indien dit niet het geval is. Hiervoor dienthet polisaanbod overzichtelijk en onderscheidend te zijn. In de publieks-voorlichting die we ook dit jaar weer hebben gehouden, lag de nadruk danook op het toetsen van de passendheid van de zorgverzekering.1Definitief overstapcijfer bekend: 7,4% wisselt van zorgverzekeraar (vektis.nl) kst-29689-1249ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12491 De hoofdpunten van deze brief zijn:•Het afgelopen contracteerseizoen is aanzienlijk beter en tijdigerverlopen dan vorig jaar, en mede daardoor is ook informatieverstrek-king aan verzekerden verbeterd. Op 22 december 2023 was inongeveer 90% van de onderhandelingen duidelijk of er een contractwerd gesloten of niet.•In het afgelopen overstapseizoen zijn ruim 1,3 miljoen verzekerdengewisseld van zorgverzekeraar. Dat is 7,4% van de verzekerden.•De acties die we met de IZA-partijen sinds vorig jaar hebben ingezetom het contracteerproces te verbeteren, hebben – met dank aan allebetrokken partijen – eraan bijgedragen dat zowel de contractering alsde informatievoorziening richting verzekerden soepeler is verlopendan het voorgaande contracteer- en overstapseizoen. Dit heeft er ooktoe geleid dat voor verzekerden eerder bekend was met welkezorgaanbieder een zorgverzekeraar een contract had afgesloten.•De informatieverstrekking aan verzekerden is verbeterd. Zorgverzeke-raars hebben tijdens het overstapseizoen uniforme kernboodschappengebruikt, waardoor de verzekerde beter geïnformeerd is over deconsequenties van een eventuele keuze voor niet-gecontracteerdezorg. Voor volgend jaar wordt ingezet op een verdere verbetering vandeze kernboodschappen en wordt verkend hoe de informatieverstrek-king van zorgaanbieders aan verzekerden rondom niet-gecontrac-teerde zorg verbeterd kan worden. In de publiekvoorlichting vanuitVWS rond het overstapseizoen is extra aandacht besteed aanvoorlichting aan verzekerden met een lagere sociaaleconomischepositie. Er moeten echter nog wel stappen gezet worden in deinformatievoorziening rond niet-gecontracteerde zorg.•Daarnaast is het noodzakelijk dat partijen blijven investeren in eenmeer gezamenlijk contracteerproces om met elkaar een cultuur- engedragsverandering tot stand te brengen om zo ook via de contracte-ring de beweging naar passende zorg te bevorderen.1. Drieslag in de afspraken om de contractering te verbeteren Zorgbreed zetten we via verschillende trajecten, waaronder het IntegraalZorgakkoord (IZA), in op een brede beweging naar passende zorg, zodatmensen nu, maar ook in de toekomst, kunnen rekenen op toegankelijke enkwalitatief goede zorg. Een adequaat contracteerproces en demogelijkheid om te sturen via de contractering zijn belangrijkevoorwaarden voor goede afspraken over deze transformatie. Immers: alswe willen dat de zorg anders wordt georganiseerd, dat zorgaanbiedersmeer (sector- en domeinoverstijgend) gaan samenwerken of dat zij anderezorg gaan leveren, dan moet dat uiteindelijk ook neerslaan in decontracten tussen individuele zorgverzekeraars en zorgaanbieders.In ons stelsel is hierbij een belangrijke rol weggelegd voor de verzekerde.Verzekerden kunnen jaarlijks overstappen naar een andere verzekeraar,waardoor zorgverzekeraars de prikkel hebben om goede inkoopafsprakente maken die zowel toezien op de prijs als ook op de toegankelijkheid enkwaliteit van zorg. Dit betekent wel dat de verzekerde een weloverwogenkeuze moet kunnen maken voor een polis, waardoor het belangrijk is datzoveel mogelijk contracten in het overstapseizoen worden afgesloten.Omdat de zorginkoopmarkt en de zorgverzekeringsmarkt nauw met elkaarverweven zijn, is in het IZA een drieslag gemaakt ten aanzien van hetverbeteren van de contractering:1.verbetering van het contracteerproces;2.verbetering van de transparantie over de contractering naar deverzekerde;3.versterking van de sturing op de contractering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12492 In deze brief gaan we in op deze drieslag, waarbij we uw Kamermeenemen in wat we beoogd hebben met de afspraken die gemaakt zijn,hoe het afgelopen jaar verlopen is en wat partijen hiervoor met elkaargedaan hebben, evenals waar we de komende periode nog meer op inwillen zetten om het contracteerproces en de informatievoorzieningrichting verzekerden te verbeteren.2. Contractering 2024 2.1 Waar willen we naartoe? De contractering is een belangrijk middel om de beweging naar passendezorg te maken. Om de zorg nu en de toekomst toegankelijk te houden, metvoldoende kwaliteit, is er een transitie nodig zodat met een toenemendezorgvraag door de vergrijzing en een afnemende arbeidsmarkt denoodzakelijke zorg geleverd kan blijven worden. Dit betekent zowel voorzorgverzekeraars als zorgaanbieders dat zij op een andere manier moetengaan werken.Het toekomstperspectief is dat de zorg en ondersteuning in samenhang enrondom de patiënt wordt georganiseerd. Met meer nadruk op preventieen het voorkomen van zorg. Dit vraagt om goede samenwerking tussenpartijen die zorg verlenen binnen de Zorgverzekeringswet, maar ook metbijvoorbeeld welzijnsorganisaties. Hiervoor is allereerst een gezamenlijken samenhangend beeld nodig van hoe de toekomstige zorg eruit moetzien. De regiobeelden en regioplannen die gezamenlijk zijn opgesteld doorzorgverzekeraars, zorgaanbieders, burgers-/patiëntvertegenwoordigers,zorgprofessionals en gemeenten, vormen hiervoor een belangrijke basis.In deze regiobeelden en -plannen worden de belangrijkste opgaven vooreen regio geïdentificeerd en afspraken gemaakt over de manier waaropdie opgaven worden opgepakt. Wanneer er een gezamenlijke visie is overde toekomstige inrichting van het regionale zorglandschap en welkeaanpak nodig is om dit toekomstbeeld te bereiken, dan is hetuitgangspunt dat hier regionale afspraken over worden gemaakt vanuiteen meerjarig perspectief. De doorvertaling van deze regionale afsprakennaar de zorginkoop is hierbij ook van groot belang en is een van deafspraken waar zorgverzekeraars en gemeenten zich in het IZA aanhebben gecommitteerd.Dat betekent ook dat zorgverzekeraars en zorgaanbieders de bewegingnaar samenwerken aan de verandering van de zorg die nu plaatsvindt,moeten verbreden en verdiepen. Meerjarige contracten kunnen dezebeweging accommoderen, maar dan is het wel noodzakelijk om te wetenwat de stip op de horizon is waar door ook door zorgaanbieders naartoegewerkt wordt en dat dit in lijn is met het regioplan. Om hiertoe te komenis het allereerst belangrijk dat het contracteerproces soepel verloopt. Hetafgelopen jaar zijn over het verbeteren van het contracteerprocesuitgebreide afspraken gemaakt tussen de IZA-partijen. In onderstaandepassages wordt teruggeblikt op het contracteerseizoen 2024 en wordtvervolgens vooruitgeblikt naar 2025.2.2 Hoe is het contracteerproces 2024 verlopen? Eind vorig jaar is de Kamer per brief geïnformeerd over de stand vanzaken rondom de zorgcontractering.2 Op dat moment waren geen bredesignalen bekend die erop duiden dat de zorgcontractering moeizaam zouverlopen. De Kamer is toen ook geïnformeerd over de evaluatie die de2Kamerstuk 29 689, nr. 1233Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12493 Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) begin dit jaar zou uitvoeren. Dezeevaluatie van het contracteerseizoen heeft inmiddels plaatsgevonden.IZA partijen hebben met elkaar vastgesteld dat het contracteerseizoen –mede door alle verbeterinspanningen – beter en tijdiger is verlopen danhet contracteerseizoen het jaar daarvoor. Zowel zorgaanbieders alszorgverzekeraars hebben ernaar gestreefd om de contracten op12 november zoveel mogelijk af te ronden. Dit lijkt het gevolg van eenstabieler jaar dan de afgelopen jaren, mede doordat er geen grotebeleidsveranderingen gedurende het inkoopseizoen plaatsvonden (zoalshet sluiten van het IZA in september 2022) en doordat er geen sprake wasgrote externe ontwikkelingen (impact van bijvoorbeeld inflatie ofcovid-19). Ook zijn er meer meerjarige contracten afgesloten, waarmeeinhoudelijke afspraken worden ondersteund door (financiële meerjarenaf-spraken in) het contract. De stevige inzet op betere samenwerking tussenaanbieders en verzekeraars in de contractering is ook nodig om degewenste IZA bewegingen beter van de grond te laten komen. Dit is ookin het belang van de verzekerde. Als eerder bekend is welke contractengesloten zijn of als eerder bekend is welke zorg wordt vergoed, dan kan deverzekerde nog bewuster kiezen voor een passende polis.De NZa heeft samen met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) op een aantalpeilmomenten bij zorgverzekeraars ten aanzien van verschillendedeelsectoren uitgevraagd wat de contracteergraad was. Voor de sectorenwaarin «face-to-face» onderhandeld wordt, geldt dat op 12 november2023 nog bij minder dan de helft van de onderhandelingen een contract(of akkoord op hoofdlijnen) was gesloten. In de meeste sectoren loopt ditpercentage op in de periode daarna tot 22 december.Op 22 december is in ongeveer 90% van de onderhandelingen duidelijk ofer een contract wordt gesloten of niet, zie figuur 1. In eerdere jaren zijndeze cijfers niet gemonitord, waardoor kwantitatief niet te duiden is inhoeverre dit sneller en beter was dan vorig jaar.IZA partijen duiden het contracteerseizoen 2024 als een beter contracteer-seizoen dan het contracteerseizoen 2023. De branchepartijen die het IZAhebben ondertekend geven overwegend aan dat het contracteerprocesbeter is verlopen en dat er vóór 31 december meer contracten zijngesloten dan in voorgaande jaren. Desondanks is een deel van dezezorgaanbieders ontevreden over de uitkomsten van de onderhandelingen.Zij geven aan beperkte onderhandelmogelijkheden te ervaren, zijnontevreden over de indexeringen en de tarieven en missen deelstransparantie ten aanzien van het gebruik van benchmarks en rekentools.Zorgverzekeraars geven in hun reflectie op het contracteerseizoen aandiscussie te hebben ervaren over de toepassing van indexen en hetFiguur 1: Contracteerstatus in procenten op verschillende peilmomenten per sector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12494 uitblijven van tijdige indiening van offertes door zorgaanbieders. Over degehele linie hebben zorgverzekeraars de contractering wel als beter entijdiger ervaren. Hierbij heeft het ook geholpen dat partijen veel mindervia de media hebben onderhandeld en zo onnodig onrust hebbengecreëerd. Dit is in lijn met de gemaakte intentieafspraak tussenIZA-partijen. In plaats daarvan is men met elkaar aan de onderhandeltafelhet gesprek aangegaan.De meest genoemde voorwaarde om de contractering sneller te latenverlopen is het blijven investeren in de onderlinge relatie aan beidekanten. Met als doel om al vroeg in het jaar transparant naar elkaarproberen te zijn over inhoudelijke ontwikkelingen, strategisch beleid,lokale omstandigheden en uitdagingen. Zowel zorgverzekeraars alszorgaanbieders hebben dan ook aangegeven dat zij een zorgvuldig procesbelangrijker vinden dan alleen maar inzetten op snelheid. Anderebelangrijke randvoorwaarden om de contractering te verbeteren zijn meerduidelijkheid over (onderbouwing) van kortingen en rekentools. Dit isonderdeel van de NZa Handvatten voor de contractering. De NZa beziet ofop deze Handvatten nog aanscherping op nodig is. Daarnaast dientregelgeving gedurende het contracteerseizoen niet aangepast te worden.2.3 Waar hebben partijen afgelopen periode aan gewerkt? In deze paragraaf volgt een toelichting op de belangrijkste verbetertra-jecten waaraan de IZA-partijen het afgelopen jaar hebben gewerkt, met alsdoel het contracteerproces te verbeteren.Handvatten contracteerproces omvormen naar normenBij de introductie van de Handvatten heeft de NZa aangegeven dat na deevaluatie van het contracteerseizoen 2024, zou worden beoordeeld welkerichtsnoeren uit de Handvatten een plek zouden krijgen in regelgeving. DeNZa heeft besloten om enkele richtsnoeren om te vormen naar regel-geving. Dit betreffen de richtsnoeren die de belangrijkste bijdrage leverenaan het doel, van soepeler en sneller contracteren met het oog op tijdigeduidelijkheid voor de consument. Hierbij gaat het om de richtsnoeren diebijdragen aan een voorspelbaar contracteerproces. Het betreft danbijvoorbeeld de richtsnoeren waarin staat dat zorgaanbieders per1 september hun offerte aan moeten bieden bij de zorgverzekeraars (met1 oktober als deadline waarop de NZa kan gaan handhaven) en zorgverze-keraars per 1 oktober een contractvoorstel moeten doen bij digitalecontractering. Door dit op te nemen in regelgeving kan de NZa hier ookformeel op gaan handhaven. De bedoeling is dat als het proces vancontractering goed verloopt, partijen daardoor meer tijd hebben omgoede inhoudelijke afspraken over de beweging naar passende zorg temaken.In 2025 zal een volledige en meer uitgebreide evaluatie van de HandvattenZorgcontractering plaatsvinden waarin ook de nieuwe regels in wordenmeegenomen. Tegen die tijd is er een hele contracteercyclus geweest(vanaf publicatie zorginkoopbeleid tot het sluiten van contracten), waarbijde Handvatten door zorgverzekeraars en zorgaanbieders gedurende dezegehele cyclus konden worden ingezet.Sectorale verbeterplannenZN heeft samen met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ),de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) enZelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) een vervolgtraject met betrekkingtot succesvol contractering opgestart. Met deze partijen wordt een aanpakTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12495 met vervolgstappen voorbereid met de inzet om te kijken naar verdereverbeterafspraken voor het contracteerseizoen 2025.Daarnaast evalueren zorgverzekeraars met de Nederlandse GGZ, ActiZ enZorgthuis.nl welke verbetermogelijkheden er zijn voor de ondersteuningvan het contracteerproces. Hierbij wordt ook de bereikbaarheid van dekleine zorgaanbieders meegenomen.Met meer waarde vergelijken van zorgverzekeringenZN en de acht belangrijkste online vergelijkers van zorgverzekeringenhebben in 2023 het initiatief genomen om de prikkel te versterken dievanuit de zorgverzekeringsmarkt uitgaat richting zorgverzekeraars om zich(naast betaalbaarheid – scherpe premies) ook in te zetten voor toeganke-lijkheid en kwaliteit van zorg. De zorgverzekeraars en de vergelijkershebben daartoe samen stappen gezet om de polisinformatie die verze-kerden tijdens de overstapperiode aangeboden krijgen, te verrijken metrelevante meerwaardefactoren zoals kwaliteit en toegankelijkheid vanzorg, gezondheidspreventie, duurzaamheid en het helpen van kwetsbaregroepen. Dit was een eerste stap in een continu proces om tot jaarlijkseverbeterpunten te komen. Deze samenwerking is voortgezet en de partijenwerken nu aan de doorontwikkeling ten behoeve van november/december2024 (polissen 2025) en verdere jaren.Verkenning offerteplicht niet-gecontracteerde zorgIn het IZA is afgesproken dat goede informatievoorziening overniet-gecontracteerde zorg van groot belang is. Met als doel om tevoorkomen dat patiënten geconfronteerd worden met (hoge) zorgkostendoordat zij onbewust voor een niet-gecontracteerde zorgaanbieder kiezen.In het IZA is daarom afgesproken dat verkend zou worden of eenofferteplicht voor niet-gecontracteerde zorg aan deze betere informatie-voorziening bij zou kunnen dragen. De NZa is daarom verzocht om inoverleg met de betrokken veldpartijen en VWS de mogelijkheden hiertoete onderzoeken. Doel van de verkenning was de haalbaarheid enwenselijkheid te onderzoeken om niet-gecontracteerde zorgaanbieders teverplichten om patiënten vooraf schriftelijk een offerte te sturen metdaarin de behandeling en de bijbehorende kosten die door de patiëntmoeten worden voldaan. De behandeling kan in die situatie pas starten,nadat de patiënt akkoord is gegaan met de offerte.Het afgelopen jaar heeft deze verkenning plaatsgevonden3. Uit dezeverkenning heeft de NZa geconcludeerd dat de offerteplicht, zoalsvoorgesteld is in het IZA op dit moment niet mogelijk en wenselijk is.Enerzijds omdat de NZa meerdere juridische belemmeringen constateert.Zo is het de NZa op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg(Wmg) niet toegestaan asymmetrisch te reguleren. Zij kan in haarregelgeving, conform de huidige definitie van de offerplicht die alleen vantoepassing is op niet-gecontracteerde zorgaanbieders, geen onderscheidmaken tussen gecontracteerde en niet-gecontracteerde zorgaanbieders.Daarbij is het de vraag of het juridisch houdbaar is om het onderscheid temaken tussen gecontracteerde en niet-gecontracteerde zorgaanbieders,omdat ook bij de eerste categorie sprake kan zijn van bijbetalingen. Ookzorg in het buitenland verdient aandacht in het licht van de offerteplichtaangezien dit doorgaans niet-gecontracteerde zorg betreft. Een offerte-plicht kan daar niet aan een aanbieder op grond van de Wmg wordenopgelegd. Dat kan bijvoorbeeld wel via de polisvoorwaarden van dezorgverzekeraar zelf. Er moet daarbij voor worden gewaakt dat een3Verkenning offerteplicht – februari 2024 – Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12496 offerteplicht geen belemmering gaat vormen voor grensoverschrijdendezorg. Dat levert immers strijd op met het Europese recht van vrij verkeervan diensten. Anderzijds constateert de NZa een aantal meer uitvoerings-technische belemmeringen. Een offerteplicht staat bijvoorbeeld haaks ophet verlagen van de administratieve druk. Daarnaast kan een offerteplichtimpact hebben op de wachttijden (proportionaliteit), omdat het opstellenvan een offerte en het goedkeuren tijd kosten. In sectoren waarin wordtgewerkt met machtigingen, bijvoorbeeld de GGZ en wijkverpleging,verloopt dit niet altijd soepel en kan dit tijdrovend zijn, waardoor wachtenop een offerte mogelijk leidt tot langere wachttijd die schadelijk kan zijnvoor de gezondheid van de patiënt. Tot slot is het de vraag of de offerte-plicht voor zorgaanbieders voldoende uitvoerbaar is, omdat het in veelzorgsectoren moeilijk is om de zorgvraag (dus voor de intake of hetonderzoek) te voorspellen.Tijdens het Bestuurlijk Overleg Contractering van 12 maart hebben deIZA-partijen ingestemd met de inhoud en afronding van de verkenning. DeNZa gaat verkennen op welke wijze zorgaanbieders de patiënten beterkunnen informeren in hoeverre er een contract met de betreffendezorgverzekeraar is afgesloten.2.4 Waar zetten partijen de komende periode verder op in? Alternatief offerteplichtDe NZa heeft de intentie om de offerteplicht op een andere wijze vorm tegeven, waarbij het doel van de offerteplicht in stand blijft namelijk hetvoorkomen dat patiënten onbedoeld terechtkomen bij niet-gecontrac-teerde zorgaanbieders. Hierbij denkt de NZa aan een aanpassing van deRegeling Transparantie Zorgaanbieders. Het voornemen is om deRegeling zo aan te passen dat de informatieverstrekking aan deconsument op schriftelijke wijze dient te gebeuren. De informatiever-strekking is in de huidige regeling vormvrij. In het traject van aanpassingzullen de zorgpartijen worden geconsulteerd. Daarbij wordt rekeninggehouden met de bevoegdheden van de NZa en de uitvoerbaarheid in depraktijk (in samenspraak met zorgaanbieders). De NZa heeft eind maart deherziene regeling ter consultatie voorgelegd aan partijen om deze tebeoordelen en te voorzien in feedback zodat een aangepaste regeling al inkomend contracteerseizoen van kracht is.Wij kunnen ons er in vinden dat de NZa op een andere manier aan de slaggaat met het doel dat de IZA partijen hebben met de offerteplicht. Mochtuiteindelijk blijken dat het alternatief in de praktijk niet vorm te geven is ofonvoldoende effectief is, zal worden bezien welke verdergaande maatre-gelen een optie zijn. Met de toelichting op de verkenning van de NZabeschouwen we de toezegging aan de Kamer tijdens het debat Wijkver-pleging van 11 mei jl. en de motie (TK 31 765, nr. 764) van het lid Bushoffover het informeren van de Kamer over het al dan niet instellen van eenofferteplicht als afgedaan.Verbeteringen vanuit zorgverzekeraarsOok voor 2025 zetten zorgverzekeraars zich verder in op het verbeterenvan het contracteerproces. Dit zit in een betere uitlegbaarheid enonderbouwing van een contractvoorstel en in het verminderen van deadministratieve lasten.Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat zorgaanbieders zich niet altijdkunnen vinden in de uitkomsten van het contracteerproces en dat ze ookniet kunnen achterhalen waarom ze welk aanbod hebben gekregen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12497 Zorgverzekeraars hebben echter naast de opdracht om voldoendekwalitatief goede zorg in te kopen ook de taak om ervoor te zorgen datdeze zorg doelmatig wordt geleverd. Dit kan tot consequentie hebben datzorgaanbieders niet tevreden zijn met de uitkomsten, maar dit wel in hetbelang is van de verzekerde die premie betaalt. Zorgverzekeraars moetenwel kunnen onderbouwen hoe zij tot een contractvoorstel komen, dit ookuit kunnen leggen en de hierin gemaakte keuzes voldoende onderbouwen,conform de handvatten van de NZa. Daarnaast wordt door de zorgverze-keraars in samenwerking met zorgaanbieders gewerkt aan het verlagenvan de administratieve lasten en verdere uniformering van inkoopver-eisten.Inzetten op passende zorg middels de contracteringNu het contracteerproces verbeterd is, is het noodzakelijk om de volgendestap te maken, waarin ook de inhoudelijke beweging door de contrac-tering wordt ondersteund. De opgestelde regioplannen en de uitkomstenvan de Werkplaats Contracteren van passende zorg van ZorginstituutNederland vormen hiervoor de basis.De NZa en het Zorginstituut zullen daarom gezamenlijk met VWS, opbasis van onder meer de white paper4 van de NZa over transformatiege-richt contracteren, met de IZA-partijen in gesprek gaan om van hen tehoren wat zij nu al doen om in te zetten op het contracteren van passendezorg en wat ze daarvoor van andere partijen nodig hebben5. Op basishiervan worden verdere stappen gezet.Het Zorginstituut heeft in een «Bouwstenenbrief» (2023) beschreven welkeproducten op het gebied van Passende zorg (o.a. Standpunten enPassende zorg verbetersignalementen) zij al heeft uitgebracht, dieonderdeel kunnen uitmaken van de contractering van Passende zorg.Bovendien lopen er momenteel meerdere onderzoeken vanuit hetZorginstituut en de NZa met als doel het verbeteren van contractering vanpassende zorg. In 2023 wees kwalitatieve analyse in de WerkplaatsContracteren van passende zorg onder meer uit dat ziekenhuizen behoeftehebben aan meerjarige contracten en meer congruentie tussen zorgverze-keraars. De VVT en GGZ gaven aan behoefte te hebben aan sectoroverstij-gende prikkels in financiering van zorg. Zorgverzekeraars gaven aan dathet hen vaak ontbreekt aan duidelijkheid over wat wel en niet «passendezorg» betreft. In het tweede kwartaal van 2024 wordt een onderzoekafgerond van het Zorginstituut en de NZa naar belemmerende factorenvoor zorgverzekeraars om passende zorg te stimuleren en de oplossingenom deze belemmeringen weg te nemen. Medio 2024 wordt een kwalitatiefonderzoek van NIVEL en het Zorginstituut opgeleverd naar de rol vanzorgverzekeraars bij verschuiving van zorg. Tussen 2022 en 2026 loopt eenonderzoek van de Erasmus School of Health Policy & Management en hetZorginstituut over «Werken aan Passende Zorg: de interactie tussen hetZorginstituut en de zorgverzekeraars».De inkoop van passende zorg is niet iets van vandaag of morgen, maar iseen beweging waar de zorgverzekeraars en zorgaanbieders al vele jarengezamenlijk op inzetten via de contractering. In het IZA hebben allebetrokken partijen wel verdere afspraken gemaakt over het versnellen enhet opschalen van de beweging naar passende zorg. Uit de evaluatie vanhet contracteerseizoen door de NZa blijkt dat de contractering oppassende zorg qua inhoud nog achterblijft. Nu de basis beter op orde is,4Naar transformatiegerichte contracten in de zorg – Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)5Meer duidelijkheid voor verzekerden tijdens overstapseizoen door nieuwe regels | Nieuwsbe-richt | Nederlandse Zorgautoriteit (nza.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12498 willen VWS, NZa en het Zorginstituut het ambitieniveau verhogen. De NZazal daarom een rondgang langs de IZA-partijen maken om te inventari-seren wat zij nu al doen om passende zorg in de contracten op te nemenen meer op inhoud te contracteren en wat ze daarvoor van andere partijennodig hebben. Het Zorginstituut onderzoekt de ervaringen van de IZApartijen met de toepassing van het Kader Passende zorg, waaronder decontractering van zorg, en inventariseert wat er nodig is om dit teverbeteren. Wij beschouwen hiermee de motie van de leden Tielen enDaniëlle Jansen, over het in kaart brengen van de knelpunten bij decontractering van passende zorg voor het jaar 2024 en hierover in overlegte treden met partijen om alsnog tot passende contractering te komendemotie (TK 36 410, nr. 48), als afgedaan.Passende zorgpraktijkenHet Zorginstituut werkt samen met IZA-partijen aan het versnellen van debeweging naar passende zorg, door het identificeren van voorbeelden vanpassende zorgpraktijken en de opschaling daarvan te stimuleren. Eind2023 zijn de eerste 14 concrete voorbeelden van passende zorg door hetZorginstituut gepubliceerd. Dit zijn concrete voorbeelden van manierenom de zorg nu al passend te organiseren, aangedragen door enthousiasteprofessionals en getoetst aan de principes van passende zorg door hetZorginstituut. Deze voorbeelden hebben op een aantal plekken in het landal impact laten zien; zij leiden tot kwalitatief goede zorg, met bijvoorbeeldminder inzet van personeel. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars kunnendeze voorbeelden in 2024 al meenemen in de contracteringsgesprekken.Enerzijds ter inspiratie van wat er in de praktijk al kan en anderzijds alsblauwdruk om soortgelijke praktijken voor andere aanbieders of regio’s terealiseren.Tijdens het BO IZA van december 2023 zijn uit de lijst van 14 praktijkenvijf «koploper» praktijken vastgesteld, welke waren voorgedragen door dePatiëntenfederatie Nederland. Zorginstituut Nederland gaat samen metpartijen de werkende elementen van deze praktijken beter in kaartbrengen met als doel een implementatieplan en actieplan vast te stellenwaardoor de opschaling verder gestimuleerd kan worden, waaronderbetere contractering. Daarnaast gaat het Zorginstituut door met hetophalen, beoordelen en kenbaar maken van soortgelijke passendezorgpraktijken.3. Overstapseizoen 2024 3.1 Waar willen we naartoe? Belangrijk is dat verzekerden zo goed mogelijk geïnformeerd een keuzevoor een zorgverzekeraar kunnen maken voor een polis en dat deze polisook passend is. Hiervoor is het belangrijk dat het polisaanbod overzich-telijk en onderscheiden is. Ook dient het voor een verzekerde duidelijk tezijn waar hij of zij voor kiest, bijvoorbeeld wat de gevolgen zijn indien ergebruikt wordt gemaakt van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. Opdie manier kan een verzekerde een weloverwogen keuze maken voor eenzorgverzekering.3.2 Hoe is het overstapseizoen 2024 verlopen? In het afgelopen overstapseizoen zijn ruim 1,3 miljoen verzekerdengewisseld van zorgverzekeraar. Dat is 7,4% van de verzekerden. Dit betrefthet één na hoogste overstappercentage vanaf de invoering van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12499 Zorgverzekeringswet in 2006. Vorig jaar was het overstappercentage hethoogste tot nu toe met 8,2%.6Daarnaast is het aantal vragen en meldingen dat de NZa heeft ontvangen,het afgelopen overstapseizoen gedaald ten opzichte van de vorigetwee jaren. In overstapseizoen ’21–22 waren er 159 vragen en meldingen.In seizoen ’22–23 waren dit er 135 en afgelopen seizoen waren er129 vragen en meldingen. Wel zien we dit seizoen een aanzienlijketoename in het aantal meldingen, namelijk van 14 naar 59. Het verschiltussen vragen en meldingen bestaat eruit dat meldingen betrekkinghebben op een vermoeden van een overtreding.Deze groei lijkt hoofdzakelijk te zijn veroorzaakt door de verscherpteaandacht voor de contractering en de publicatie van de handvatten. Demeeste meldingen kwamen uit de sectoren GGZ, medisch specialistischezorg en farmacie. Inhoudelijk gaan de meldingen over onderwerpen zoalsindexering en OVA, communicatie en bereikbaarheid, tijdigheid vanreacties, de hoogte van offertes en de vergoeding voor ongecontracteerdezorg. De meldingen hebben niet geleid tot inzet van tools zoals genoemdin het handvattendocument en hebben ook niet geleid tot inzet vanformele toezichtinstrumenten.Eerder is uw Kamer geïnformeerd over het polisaanbod van 2024.7Zorgverzekeraars bieden dit jaar 59 polissen aan, één minder dan in2023.8 De samenstelling van het polisaanbod is wel veranderd. In het oogspringt de verdere afname van het aantal restitutiepolissen, van 7 in 2023tot 4 in 2024.De trend van het afnemen van het aantal restitutiepolissen is al een aantaljaren geleden ingezet (zie voor een toelichting bijvoorbeeld ook deantwoorden op vragen van de leden Westerveld en Bushoff over deafname van het aantal polissen van januari jl., zie Kamerstuk 2023Z19967).De oorzaak daarvoor is dat bij de restitutiepolissen zeer hoge kostengedeclareerd worden, met name in de wijkverpleging en de ggz. Zorgver-zekeraars hebben dan de keuze om ofwel de premie sterk te verhogen,ofwel de vergoeding voor deze zorg om te zetten naar natura. Zorgverze-keraars geven aan dat zij een forse premiestijging niet eerlijk vinden voorde verzekerden op deze polissen die deze hoge kosten niet declareren;daarom kiezen zij voor omzetten naar natura. Er is sprake van een ruimpolisaanbod op de zorgverzekeringsmarkt. Voor iedere polis is sprake vaneen ruime keuze aan zorgverleners, waarvoor de kosten van zorg in debasisverzekering volledig wordt vergoed; de zorgverzekeraar moetimmers aan zijn zorgplicht voldoen. De restitutiepolissen die de laatstejaren zijn omgezet naar combinatiepolissen bieden voor de meestevormen van zorg nog een vergoeding op basis van restitutie, behalve voorde wijkverpleging en ggz. Dus ook al neemt het aantal restitutiepolissenaf, er blijven nog voldoende natura- en combinatiepolissen over met eenzeer ruime keuze voor zorgaanbieders. De verzekerde heeft bij natura- encombinatiepolissen daarmee nog steeds de mogelijkheid om te kiezenvoor de zorgverlener die bij hem of haar past. Bovendien is in artikel 13van de Zorgverzekeringswet bepaald dat zorgverzekeraars ook voor eennaturapolis een deel van de kosten voor niet-gecontracteerde zorg moetvergoeden en dat die vergoeding geen hinderpaal mag vormen.Daarnaast kunnen zorgverzekeraars via de contractering voor hunverzekerden kwalitatief goede en doelmatige zorg inkopen en sturen op6Definitief overstapcijfer bekend: 7,4% wisselt van zorgverzekeraar (vektis.nl)7Kamerstuk 29 689, nummer 12358In de Kamerbrief van 29 november jl. (zie Kamerstuk 29 689, nummer 1235) werd noggesproken over 60 basispolissen. Dit bleken er uiteindelijk 59 te zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124910 het vermijden van niet-passende en ondoelmatige zorg. Goede contrac-tering kan zich dus vertalen naar goede, passende zorg tegen een scherpepremie. Daarom is een natura- of combinatiepolis voor nagenoeg alleverzekerden een goede keuze. Kortom: Wij zien niet direct risico’s in deafname van het aantal restitutiepolissen.3.3 Waar hebben partijen afgelopen periode aan gewerkt? Onderzoek naar het overstapseizoen door de NZaDe NZa heeft onderzoek gedaan naar het overstapseizoen en heeft hierbijgekeken naar de bekendmaking van het gecontracteerd aanbod en deinformatieverstrekking aan de verzekerde. De brief die de NZa hieroverheeft gepubliceerd, is enkele weken geleden aan uw Kamer verzonden.9Zoals hierboven al aangegeven is het contracteerproces verbeterd. Wel isde NZa van oordeel dat er nog altijd, en zeker aan het begin van deoverstapperiode, noodzaak is om de duidelijkheid voor consumenten opmoment van poliskeuze te vergroten en de contractering daarom teversnellen. Door de uniformering van de informatievoorziening doorzorgverzekeraars aan de verzekerde is deze verbeterd. Een aantal van derelevante kernboodschappen geeft verzekerden echter nog onvoldoendeduidelijkheid over de vraag of zij de zorgkosten nu wel of niet vergoedkrijgen. Hieronder wordt dit verder toegelicht.Informatieverstrekking aan verzekerden over gecontracteerdezorgZorgverzekeraars hebben het afgelopen jaar uniforme informatiever-strekking ontwikkeld richting consumenten over de status van decontractering en wat dit betekent voor de vergoeding die die verzekerdekrijgt bij een bepaalde zorgaanbieder. Dit is opgenomen in de «Regelinginformatieverstrekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten»10.Zorgverzekeraars hebben voor de overstapperiode gezamenlijk vijfomschrijvingen opgesteld die consumenten inzicht moeten geven over devoortgang en status van de contractering in de overstapperiode. In debrief11 van eind vorig jaar is de Kamer hierover geïnformeerd. Devijf omschrijvingen zijn kort samengevat als volgt:1.Contract (vergoed)2.(Nog) geen contract (wel vergoed)3.Nog geen contract (wel vergoed zolang de onderhandeling loopt)4.Nog geen contract (mogelijk een deel niet vergoed)5.Geen contract (meestal een deel niet vergoed).Door het hanteren van deze vijf kernboodschappen is de informatievoor-ziening verbeterd. Zoals hierboven ook al is aangegeven geven echter nietal deze boodschappen voldoende duidelijkheid. ZN voert daarom eenevaluatie uit naar het gebruik van de handvatten en kijkt daarbij naar hetverbeterpotentieel.Informatieverstrekking rondom niet-gecontracteerde zorgIn het IZA hebben partijen afgesproken gezamenlijk een voorlichtingspro-gramma te organiseren dat erop gericht is verzekerden voor te lichtenover de financiële risico’s van niet-gecontracteerde zorg vanuit het doelom de transparantie over de contractering naar de verzekerde te verbe-teren. De focus zou in de voorlichting moeten liggen op situaties en9Kamerstuk 29 689, nummer 124110TH/NR-027 Regeling informatieverstrekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten –Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)11Kamerstuk 29 689, nr. 1233Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124911 locaties waar dit risico zich vooral voor kan doen, zoals bij verwijzers entijdens het overstapseizoen. Het is echter niet duidelijk of een voorlich-tingscampagne daadwerkelijk de gewenste en meest geschikte route is.Daarom is adviesbureau Equalis gevraagd een verkenning uit te voerennaar de huidige informatieverstrekking aan verzekerden door zorgverzeke-raars, zorgaanbieders en vergelijkingssites. Bijgaand bieden wij uw Kamerde resultaten van deze verkenning aan.Voor de verkenning heeft Equalis een deskresearch uitgevoerd, waarin zijonder andere de informatie rondom niet-gecontracteerde zorg op50 websites van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en vergelijkingssitesheeft geanalyseerd. Daarnaast heeft zij 17 relevante stakeholdersgeïnterviewd en twee focusgroepen met in totaal 11 verzekerdengehouden. De Patiëntenfederatie Nederland en ZN zaten in de begelei-dingscommissie.De verkenning laat zien dat de informatie van zorgverzekeraars overniet-gecontracteerde zorg grotendeels vindbaar en volledig is. Wel zijn ereen aantal aandachtspunten. Zo is het vergoedingspercentage vanniet-gecontracteerde zorg niet bij alle zorgverzekeraars direct zichtbaar. Deinformatievoorziening door zorgaanbieders laat een wisselend beeld zienen behoeft verbetering. Informatie is niet altijd actueel en er zijn zorgaan-bieders die helemaal geen informatie tonen over de contracteerstatus ofde vergoeding. Ook op een aantal vergelijkingssites is informatie over hetvergoedingspercentage voor niet-gecontracteerde zorg en de contracteer-status niet vindbaar.Equalis benoemt verschillende lopende initiatieven die bijvoorbeeldgericht zijn op het uniformeren en personaliseren van de informatiever-strekking rondom niet-gecontracteerde zorg en het versterken van de rolvan de verwijzer bij het informeren van verzekerden rondomniet-gecontracteerde zorg. Equalis geeft vervolgens aan dat partijen ingezamenlijkheid verdere stappen kunnen zetten om de informatievoor-ziening te verbeteren en hun rol goed te vervullen.Publieksvoorlichting vanuit VWS bij het overstapseizoenNet als in voorgaande jaren is een publieksvoorlichting uitgezet die lieptijdens het overstapseizoen. Het doel van deze voorlichting was ommensen erop te wijzen dat het van belang is hun nieuwe zorgpolis tecontroleren en na te gaan of deze nog aansluit bij hun zorgbehoeften.Ten eerste is er een algemene voorlichting gegeven, die in ging op hetchecken van de zorgpolis en op het eigen risico. Via de website ikregel-mijnzorggoed.nl12 kan iedereen informatie krijgen over de zorgverze-kering. Hier staat ook een stappenplan om te kijken of de huidigezorgverzekering nog past en er is extra uitleg te vinden.Verder is voorlichting gegeven door het plaatsen van brochures bijhuisartsen (bijna 1.300 praktijken, met name in de grote steden) en doorhet hele land informatie op wachtkamerschermen bij huisartsen engezondheidscentra. De eerste resultaten geven aan dat een groot aantalpatiënten de brochures en campagne video’s mogelijk in de wachtkamerheeft gezien (5,1 miljoen views in december).Daarnaast is er extra aandacht gegeven aan het voorlichten van mensenmet een lagere sociaaleconomische positie. Er zijn door VWS getraindesleutelpersonen ingezet op onder andere lokale markten, bij informatie/12Zorgverzekering | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124912 thema-avonden in buurthuizen, moskeeën en sportkantines om dezemensen te bereiken. Hierbij is gebruikt gemaakt van specifieke middelen,zoals flyers en korte animaties vertaald in o.a. Turks en Arabisch. Het is opdit moment nog niet bekend hoeveel personen bereikt zijn, maar indecember waren er minimaal 50.000 mensen bereikt via markten,buurthuizen en moskeeën. Inhoudelijk werd vooral gezien dat er veelvragen bij mensen leefden over de zorgverzekering, over vergoedingen,eigen risico en de kosten. De door VWS ter beschikking gesteld materialensloten goed aan bij de mensen en er bleek een enorme behoefte te zijnaan informatie. Met deze publieksvoorlichting beogen we consumenten tehelpen bij het beoordelen of hun zorgverzekering nog steeds de voor henbest passende zorgverzekering is.3.4 Waar zetten partijen de komende periode verder op in? Informatievoorziening aan verzekerdenDe NZa doet op dit moment onderzoek naar de bruikbaarheid vaninformatie voor consumenten bij het maken van hun zorgkeuze, medenaar aanleiding van een handhavingsverzoek dat de NZa in de afgelopenoverstapperiode heeft ontvangen. Het handhavingsverzoek heeftbetrekking op de tijdige afronding van de contractering en de informatie-verstrekking richting verzekerden. In dit verzoek wordt ook aandachtbesteed aan de informatieverstrekking door zorgverzekeraars over hetgecontracteerde zorgaanbod gedurende het overstapseizoen. De NZaonderzoekt dit voorjaar hoe de zorgverzekeraars hier uitvoering aanhebben gegeven. Daarbij worden ook de vijf kernboodschappen betrokkendie zorgverzekeraars hebben opgesteld.Zorgverzekeraars hebben aangegeven op korte termijn de vijf kernbood-schappen te evalueren. Daartoe hebben zij een onderzoek door een externbureau laten uitvoeren. Da NZa verwacht dat de handvatten, de aanvul-lende regelgeving vanuit NZa en de afspraken uit het IZA over deversnelling van de contractering voor komend jaar verder zullen bijdragenaan een verdere vervroeging van de contractering. Dit zodat er voorverzekerden meer duidelijkheid is over het gecontracteerde zorgaanbodbij de start van de overstapperiode.Het rapport van Equalis laat zien dat er verschillende lopende initiatievenzijn gericht op onder andere het uniformeren en personaliseren van deinformatievoorziening rondom niet-gecontracteerde zorg en hetversterken van de rol van de verwijzer bij het informeren van verzekerdenrondom niet-gecontracteerde zorg. In lijn met de bevindingen van Equaliszal samen met de betrokken partijen worden gefocust op deze lopendetrajecten zoals de verbetering van de kernboodschappen, de jaarlijksepublieksvoorlichting en het voornemen van de NZa om de RegelingTransparantie Zorgaanbieders aan te passen om daarmee de informatie-voorziening aan verzekerden te verbeteren.Nagenoeg gelijke polissenOm een weloverwogen keuze te kunnen maken voor een zorgverzekering,is het belangrijk dat het polisaanbod overzichtelijk en onderscheidend is.Daarom steunen wij de aanpassing van de NZa regelgeving ten aanzienvan de informatieverplichtingen voor zorgverzekeraars voor nagenoeggelijke polissen van harte, omdat het zo voor verzekerden beter inzichtelijkwordt dat er een vergelijkbaar, en wellicht goedkoper, alternatief is. DeNZa verkent momenteel – zoals de motie van de leden Van den Berg enBushoff verzocht (zie Kamerstuk 29 689, nummer 1208) – of het toevoegenvan een «Gower distance» aan de Regeling informatieverstrekkingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124913 ziektekostenverzekeraars aan consumenten een meerwaarde kan hebben.Daarnaast voert zij momenteel een analyse uit naar de vraag in hoeverrepolissen daadwerkelijk van elkaar verschillen. Wij verwachten uw Kamervóór de zomer van 2024 te kunnen informeren over de uitkomsten vandeze analyses van de NZa.4. Meer sturing door zorgverzekeraars 4.1 Wetsvoorstel bevorderen zorgcontractering In het IZA willen we de beweging naar passende zorg onder anderemiddels de contractering mogelijk maken, zodat zorgverzekeraarsafspraken kunnen maken met de zorgaanbieders die bijdragen aan deregionale opgaven. In het IZA is daarom ook afgesproken de vergoedingvan niet-gecontracteerde zorg te verlagen. Deze maatregel vergt eenaanpassing van de Zorgverzekeringswet en is uitgewerkt in consultatiemet zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties en zorgaanbieders. De Raadvan State heeft op 20 geadviseerd over het wetsvoorstel bevorderenzorgcontractering. De komende tijd zal dit advies worden verwerkt in hetwetsvoorstel en zal een nader rapport worden opgesteld. Gezien dedemissionaire status van het kabinet wordt het wetsvoorstel vervolgensvoorgelegd aan de ministerraad met het oog op het besluit hetwetsvoorstel via de Koning aan de Tweede Kamer aan te bieden.5. Toezegging en moties Met deze brief is de Kamer, zoals eind vorig jaar toegezegd, geïnformeerdover de evaluatie van het contracteerproces en hoe de verbeteracties diein het IZA zijn afgesproken hiertoe hebben bijgedragen. Aan het eind vandeze brief zouden wij daarnaast graag nog bij een aantal moties stil willenstaan.Motie van de leden van den Berg en Agema over het door zorgverzeke-raars aanbieden van een contract aan kleine zorgaanbieders en hetpercentage kleine zorgaanbieders dat voor 2024 een contract aangebodenheeft gekregen + Motie van de leden van den Berg en Tielen over hetmonitoren of zorgverzekeraars meer kleine zorgaanbieders voor het jaar2024 contracteren en de Kamer hierover informerenMet de motie Van den Berg/Agema13 is verzocht te bewerkstelligen datzorgverzekeraars ook kleine zorgaanbieders een contract aanbieden en deKamer te informeren over hoe groot het percentage kleine zorgaanbiedersis dat voor 2024 een contract aangeboden heeft gekregen. Daarnaastverzoekt de motie Van den Berg/Tielen14 om te monitoren of zorgverzeke-raars meer kleine zorgaanbieders voor het jaar 2024 contracteren.Wij kunnen uw Kamer enkel de percentages geven zoals aangegeven infiguur 1 hierboven, waarin het verloop van de contracteergraad isopgenomen. Hierin is voor alle sectoren, ook de sectoren waarin metname kleine zorgaanbieders zijn vertegenwoordigd, een stijgende lijn tezien. In deze brief is ook aangegeven op welke wijze het contracteerprocesvoor kleine zorgaanbieders verbeterd is; daarom beschouwen wij beidemoties als afgedaan.13Kamerstukken 29 689, nr. 123214Kamerstukken 29 689, nr. 1207Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124914 Motie van de leden Bevers en Tielen over cowboygedrag in de zorg viazorgcontractering een halt toeroepen en een voorstel hoe de positie vankleine zorgaanbieders kan worden verbeterenMet de motie Bevers/Tielen15 is verzocht in kaart te brengen in hoeverrecowboygedrag in de zorg via zorgcontractering een halt toe kan wordengeroepen en ook in navolging van de uitvoering van de motie Van denBerg/Tielen (29 689, nr. 1207) met een voorstel te komen over hoe depositie van kleine zorgaanbieders in de contractonderhandelingenverbeterd kan worden.In het IZA is geconstateerd dat het in de huidige uitvoering van het stelselvoor sommige zorgaanbieders te gemakkelijk of aantrekkelijk is om ervoorte kiezen niet te contracteren met zorgverzekeraars. Niet-gecontracteerdezorgaanbieders zijn niet of minder goed aanspreekbaar op de gelijkge-richte en de gecommitteerde betrokkenheid die noodzakelijk is om (detransitie naar) passende zorg daadwerkelijk voor elkaar te krijgen. Ook kande keuze om niet-gecontracteerde zorg aan te bieden leiden tot een tegrote versnippering van het zorgaanbod en kan dit (de transformatie naar)passende zorg belemmeren. Contractering tussen zorgverzekeraars enzorgaanbieders is immers het vehikel bij uitstek om de beweging naarpassende zorg te maken en afspraken te maken die de kwaliteit, toeganke-lijkheid en betaalbaarheid ten goede komen.Met de verbetering van de contractering en het wetsvoorstel bevorderenzorgcontractering wordt een belangrijke stap gezet om cowboygedrag inde zorg tegen te gaan. Wij beschouwen hiermee de motie Bevers/Tielenals afgedaan.Tegelijkertijd achten we het van belang dat de contractering soepelverloopt, waarbij ruimte is voor het inhoudelijke gesprek. Idealiter is ditmaatwerk waarbij er voldoende aandacht is voor de wensen van iederezorgaanbieder. In de praktijk is het echter onmogelijk voor een zorgverze-keraar om met iedere individuele zorgaanbieder maatwerkafspraken temaken. Daarvoor is het aantal relatief kleinere zorgaanbieders vaak tegroot. Tegelijkertijd zien we wel ruimte voor verbetering in de contrac-tering. Vanuit het IZA wordt hier op verschillende manieren vorm aangegeven. Zo komt uit de evaluatie van de NZa naar voren dat zowel deface-to-face contractering als de digitale contractering – waar de kleinerezorgaanbieders voornamelijk mee te maken hebben – sneller is verlopendan vorig jaar. De NZa constateert ook dat de «Handvatten Contracteringen Transparantie gecontracteerde zorg» een positieve bijdrage hebbengeleverd aan het contracteerproces. Zoals beschreven in voorgaandeparagrafen zal de NZa deze handvatten nog verder aanscherpen, waarbijenkele genoemde richtsnoeren in de handvatten door de NZa wordenomgezet in formele normen. Specifiek voor digitale contractering geldtbijvoorbeeld op basis van deze normen dat zorgverzekeraars uiterlijk1 oktober een contractvoorstel moeten doen, inclusief inhoudelijketoelichting.Daarnaast werken we aan het verduidelijken welke ruimte (kleine)zorgaanbieders hebben om gezamenlijk op te trekken binnen de kadersvan de mededingingsregels. Daartoe vinden overleggen plaats tussenbrancheverenigingen en de ACM en hebben de IZA-partijen eeninfographic opgesteld over hoe samenwerking vorm te geven is binnen demededingingsregels. Ook de ACM gaat op haar website in op demogelijkheden voor kleine zorgaanbieders om gezamenlijk op te trekkenin onderhandelingen met zorgverzekeraars.16 Tot slot heeft de ACM inhaar Leidraad Brancheorganisaties en zorgcontractering aangegevenwelke ruimte er is voor brancheverenigingen om hun leden te onder-15Kamerstukken 29 689, nr. 123116Samenwerken in de zorgsector | ACM.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124915 steunen, waarbij ook in is gegaan op de verschillen in de rol van branche-verenigingen bij het ondersteunen van grote en kleine zorgaanbieders.17In de brief over het zorgspecifieke markttoezicht zal daarnaast wordeningegaan op de motie Van den Berg en Tielen waarin zij onder meerverzoeken te onderzoeken wat het zou betekenen als de bagatelbepalingwordt verruimd, waarmee de ruimte om gezamenlijk te onderhandelenkan worden vergroot en de positie van kleine zorgaanbieders wordtversterkt.6. Tot slot Zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars hebben heel hard gewerkt omhet contracteerproces in het belang van de verzekerde te verbeteren. Ookhebben zorgverzekeraars de informatievoorziening aan verzekerdenverbeterd. Wij willen alle partijen bedanken voor alle inspanningen die zijmet elkaar leveren, want alleen met elkaar kunnen we de uitdagingen dieer in de zorg zijn aangaan. Dit betekent ook dat we er nog niet zijn en erverdere stappen gezet moeten worden in de informatievoorziening aanverzekerden, en ook om de beweging van passende zorg via de contrac-tering verder vorm te geven. Er ligt nu een mooie basis en wij hebben ervertrouwen in dat alle partijen gezamenlijk ook dit jaar weer mooiestappen gaan zetten.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderDe Minister voor Medische Zorg,P.A. Dijkstra17Definitieve ACM Leidraad Brancheorganisaties en zorgcontractering | ACM.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124916

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · cced7bcd64d8fed9

14 okt 2026 · f3f037bff7b51f87

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.