KamerkringInloggen
Kamerbrief

Lerarenstrategie december 2024

17 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b33f72320e9fc62a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202527 923Werken in het onderwijsNr. 497 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 december 2024Werken in het onderwijs is werken met en voor de toekomst vanNederland. Dit is wat duizenden onderwijsprofessionals elke dagmotiveert om het verschil te maken voor alle leerlingen en studenten. Engoed onderwijs is niet vanzelfsprekend. Het vergt vakmensen metleiderschap, die het vermogen hebben écht contact te maken en feilloos tezien wat een leerling of student nodig heeft. Het onderwijs is dé plek iswaar je een belangrijke rol kan vervullen in het leven van kinderen,jongeren en (jong)volwassenen. Elke leerling en student verdient eengoede leraar.Kwalitatief goed onderwijs is cruciaal voor de toekomst van Nederland.Helaas staat de kwaliteit onder druk. Daarom werken we samen met hetonderwijsveld aan het Herstelplan (kwaliteit funderend onderwijs).1 Metdit Herstelplan verbeteren we de basisvaardigheden lezen, schrijven enrekenen en het curriculum van de lerarenopleidingen, werken we aan deprofessionalisering van leraren en schoolleiders en zetten de onderwijsre-gio’s de volgende stap in de regionale samenwerking. In het mbo voerenwe de Werkagenda 2023–20272 uit, waarin samen met mbo-scholenambitieuze en realistische plannen gemaakt zijn over onder meer hetcarrièreperspectief van onderwijsgevend personeel3 en het verbeterenvan de basisvaardigheden van studenten. Op die manier wordt overal inhet onderwijs gewerkt aan kwaliteit.Onze inzet levert resultaat op en vraagt om consistent door te pakken.Dit zijn de belangrijkste resultaten van dit jaar:1Kamerstuk 31 293, nr. 7622Werkagenda mbo 2023–2027: Samen Werken aan Talent. Bijlage bij Kamerstuk 31 524, nr. 5493Professionalisering, het verminderen van werkdruk, de begeleiding van zij-instromers eninschaling kst-27923-497ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4971 •Met 2.244 zij-instromende leraren benaderen we het record van vorigjaar. Er zijn 44 aanvragen gedaan voor de zij-instroom regeling4 voorschoolleiders.•De Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren (NAPL) heeftvorm gekregen. Met de aanpak volgen de komende 10 jaar zo’n60.000 leraren een professionaleringstraject.•5.392 leraren ontvangen komend jaar de lerarenbeurs om zich teprofessionaliseren.•De schoolleidersbeurs VO heeft in het eerste schooljaar 2023–2024100 beurzen toegekend.•De instroom van de pabo stijgt dit studiejaar waarschijnlijk met 3%. Nadrie jaar van (forse) daling, is het de verwachting dat het niveau vaninstroom in de tweedegraads lerarenopleidingen nu stabiliseert.•De voorbereidingen zijn rond voor de landelijke campagne die injanuari gelanceerd wordt om meer mensen enthousiast te maken voorwerken in het onderwijs.•94 statushouders en Oekraïense ontheemden hebben de subsidieaangevraagd waarmee ze de overstap naar de klas maken.•Lerarenorganisaties5 hebben gezamenlijk de wens uitgesproken omaan de slag te gaan met een beroepsgroep leraren.•Schoolleidersorganisaties6 gaan aan de slag met een beroepsgroepschoolleiders.•Er zijn 908 aanvragen gedaan voor de Subsidie OnderwijspersoneelOpleiding tot Leraar (SOOL).7•In 2025 realiseren we een landelijk dekkend netwerk aan onderwijsre-gio’s. Daarin zijn bijna alle leerlingen en mbo-studenten, het overgrotedeel van de beroepsgroep én alle lerarenopleidingen vertegenwoor-digd.Al deze inzet blijft hard nodig, en we moeten doorpakken. Want ondanksdat de tekorten zijn teruggelopen, zijn en blijven deze groot. We zien datde problematiek de komende jaren hardnekkig blijft. De ramingen van deonderwijspersoneelstekorten en het rapport van de commissie Demogra-fische ontwikkelingen 2050 zijn daarover kraakhelder: schaarste op dearbeidsmarkt zal de komende decennia aanblijven. Dit stelt scholen vooreen enorme uitdaging die niet individueel is op te lossen. Het vraagt omsamenwerking in plaats van concurrentie. Dat is precies wat er gebeurtmet het realiseren van een landelijk dekkend netwerk aan onderwijsre-gio’s. Een belangrijke stap, want in de huidige krappe arbeidsmarkt is hetessentieel dat het onderwijs zich gezamenlijk goed positioneert tenopzichte van andere sectoren.In deze brief informeren we u over de voortgang van de lerarenstrategieevenals de uitvoering van een aantal moties, toezeggingen en onder-zoeken. De lerarenstrategie omvat de mix aan maatregelen die is gerichtop het zorgen voor voldoende en (blijvend) goed opgeleid onderwijsper-soneel. Aan de basis hiervan ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheidvoor en inzet van beroepsorganisaties, werkgevers, opleiders en overheid.In de brief wordt eerst een inzicht gegeven in de huidige tekorten. Daarnawordt een overzicht gegeven van de huidige stand van zaken, opgedeeldin 5 blokken:1.Lerarenopleidingen4Subsidie Schoolleider Primair Onderwijs van buiten (ISPO) geeft schoolbesturen een tegemoet-koming in kosten voor opleiding, begeleiding en studieverlof van een ingestroomde school-leider. Vorig jaar waren er 42 aanvragen. We streven er naar om vanaf februari 2025 nog meerbesturen te bewegen om een schoolleider van buiten aan te nemen.5AOb, BVMBO, CNV, FvOv en PvvvO6AVS, Schoolleiders VO, AOb, CNV en Schoolleidersregister PO.7De SOOL biedt financiële middelen om ondersteunend onderwijspersoneel op te leiden totleraar. De regeling is jaarlijks succesvol. Dit jaar zijn er 908 aanvragen (681 po en 227 VO).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4972 2.Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s in 20253.Bevoegdheden4.Professionaliseren5.Aantrekkelijkheid beroepInzicht in de tekorten in 2024Om context te scheppen voor deze brief, worden hier de meestrecente cijfers over de tekorten weergegeven.Primair onderwijs (po)•8,1% | 7.700 FTE leraren tekort (2023: 9,7% | 9.800 FTE), waarvan6,3% een zogenaamd «verborgen» tekort. De respons was 97%binnen en 63% buiten de G5.•De tekorten in het (voortgezet) speciaal onderwijs zijn met 8,4%het hoogst.•Het aantal scholen zonder tekorten is in heel Nederland gestegen.53% buiten de G5 t.o.v. 16% binnen de G5.•Het aantal scholen met tekorten van meer dan 30% is zowellandelijk als binnen de G5 licht teruggelopen, al blijft datpercentage met 17% in de G5 hoog.•Het tekort aan schoolleiding is 10% | 850 FTE (2023: 14,9% |1.300 FTE)•Tekorten bij taalklassen (NT2) zijn voor het eerst gemeten.Ongeveer 10% van de scholen biedt taalklassen aan. Buiten de G5is het tekort ongeveer 5,2%. Binnen de G5 is dat tekort met 14,7%bijna drie keer zo hoog.Voortgezet onderwijs (vo)•5,1% | 3.800 FTE leraren tekort (2023: 5,8% | 3.800 FTE), waarvan3,5% een «verborgen» tekort. De respons was 54%.•Tekorten blijven naar verwachting komende jaren stijgen bijtekortvakken, zoals wiskunde en Nederlands. Voor de vakken metgeringe tekorten is de verwachting dat daar verder teruglopen.•31% van de vestigingen geeft aan geen tekort te hebben. 2% vande vestigingen rapporteert een tekort van meer dan 30%.•Het tekort aan schoolleiding is dit jaar voor het eerst te rapporte-ren en is 3,5% | 200 FTEMiddelbaar beroepsonderwijs (mbo)•Deze tekortmeting is voor het eerst in het mbo uitgevoerd.•De respons, gemeten in studentenaantallen die onderwijs krijgenvan de onderwijsteams, is 32%. Hierdoor is het bij uitsplitsingenniet altijd mogelijk om een inschatting te geven van de landelijketekorten en worden enkel de gemeten tekorten bij onderwijs-teams die hebben deelgenomen aan het onderzoek genoemd.Docenten:•3,3–5,0% | 900–1.400 FTE. Het gemeten tekort is 4,1%, waarvan1% een «verborgen» tekort.•De gemeten tekorten aan docenten verschillen voor regionaleopleidingscentra (roc) en beroepscolleges. Bij roc’s gaat het omtekorten van 4,3% en bij beroepscolleges om een tekortpercen-tage van 2,6%.•63% van de teams geeft aan geen tekort aan docenten te hebbenen in totaal 14% van de teams een tekort aan docenten van meerdan 10% van de werkgelegenheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4973 Instructeurs:•1,8–4,1% | 40–100 FTE•Het gemeten tekort is 2,9%, waarvan 0,4% een «verborgen»tekort.•89% van de teams met werkgelegenheid voor instructeurs heeftgeen tekort aan instructeurs en in totaal 8% van de teams heefteen tekort aan instructeurs van meer dan 20% van de werkgele-genheid.Oorzaken & context•Naar verwachting blijft de schaarste op de arbeidsmarkt dekomende tien jaar vergelijkbaar met de huidige situatie.•De ramingen van de onderwijspersoneelstekorten in hetfunderend onderwijs voorspellen dat de tekorten de aankomendejaren licht blijven dalen, waarna de tekorten weer zullen stijgenvoorbij het niveau van 2023. Dit komt onder andere door eenverwachte toename in het aantal kinderen.•Naast bevorderen van de (zij-) instroom en het behouden vanpersoneel is het daarom van belang te leren omgaan met desituatie.•Ondanks het feit dat we nog steeds met flinke tekorten te makenhebben, zijn de tekorten die nu geraamd worden lager dan deramingen van enkele jaren geleden, met name in het po.•Voor het Nationaal Programma Onderwijs hebben leraren (eendeel van) hun reguliere taken neergelegd om aan dit programmabij te dragen. Nu dit programma afloopt gaan deze leraren weerterug naar hun reguliere aanstelling. Dat zorgt voor een gedeelte-lijke daling van het tekort.•De tekorten in het funderend onderwijs hangen ook samen metschoolweging. Over het algemeen geldt dat hoe hoger decomplexiteit van de leerlingenpopulatie van een school, hoehoger ook het tekort aan leraren op een school.•Landen om ons heen en de meeste OESO landen hebbendezelfde problematiek, het is dus geen typisch Nederlandsprobleem.•De resultaten van de tekortmetingen van 2024, met in hetfunderend onderwijs uitsplitsing naar regio, worden in 2025opgenomen in het dashboard Onderwijsarbeidsmarkt.1. Lerarenopleidingen Het is belangrijk om voldoende goede leraren op te leiden. Hiervoor moetde lerarenopleiding aantrekkelijk zijn, zowel voor de initiële student ofzij-instromer, als voor de school of instelling waar de leraar uiteindelijkgaat werken. Daarom werken we op de volgende manier aan de aantrek-kelijkheid van de lerarenopleidingen.1.1 Zij-instroom Zij-instroom helpt om het leraren- en schoolleiderstekort te verkleinen. In2024 is aan 2.244 zij-instromende leraren een subsidie toegekend, dit isvergelijkbaar met het aantal in 2023. Het subsidieplafond is voor 2024 met€ 3 miljoen verhoogd en daarnaast met drie jaar verlengd, tot 1 januari2029.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4974 Vier noordelijke onderwijsregio’s werken met een bovenregi-onale instroommakelaarWe zien een toename in mensen die een carrièreswitch maken enkiezen voor het onderwijs. De vier noordelijke onderwijsregio’s(Noorderwijzer, Noord-Nederland po, MBO Noord-Nederland enFriesland, NOP en Urk) werken met een bovenregionale instroomma-kelaar, die zorgt dat deze zij-instromers goed terecht komen.De meeste zij-instromers (70%) zijn tevreden over de begeleiding en deinhoud van het scholingstraject.8 De meesten vinden dat ze goed wordenbegeleid met de lesobservatie en feedback.9 In het po geven zij-instromersvaak eerst een tijdje samen met een collega les en hebben ze een mentorof coach. Aandachtspunten zijn er ook. Signalen van zij-instromers in hetpo waarbij onvoldoende rekening is gehouden met Eerder VerworvenCompetenties (EVC’s) laten zien dat er in het po meer behoefte is aanmaatwerk. Om meer maatwerk te bieden werken de lerarenopleidingenaan het flexibiliseren van de opleidingen. De combinatie van vrijstellin-genbeleid, brede intake en werken met leeruitkomsten vormt hierin dekern. De brede intake is de basis voor het bepalen van vrijstellingen enEVC’s, resulterend in een persoonlijk leertraject voor de student.Zij-instromers starten met een baan als leraar. En behalen versneld intwee jaar een bevoegdheid. Dit is niet voor iedereen weggelegd en vraagtom een flinke investering van zowel de zij-instromer als de school. In degrote steden is afgesproken dat zij-instromers in het po in het begingedeeltelijk als extra leraar worden aangenomen, zodat zij goed begeleidkunnen worden door een collega.In het vo zien we dat, in tegenstelling tot zij-instromers in het po,zij-instromers direct voor de klas staan. Belangrijk voor zij-instromers inhet vo is dat zij net als in het po goede begeleiding krijgen. Voor het mbogeldt dat de verbinding tussen de scholing en de beroepspraktijk beterkan.De zogenaamde G5 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht enAlmere) heeft de informatievoorziening, oriëntatiemogelijkheden enwerving van zij-instromers in het po verbeterd. Met intensieve begeleidingen coaching wisten de gemeenten de uitval van zij-instromers te beperkentot 10%.10 De zij-instromers in de G5 zijn tevreden over het traject.1.2 Samenwerkingstraject curricula lerarenopleidingen po Het Ministerie van OCW en andere landelijke partijen zijn een samenwer-kingstraject gestart dat loopt tot en met eind 2026. Bij het traject zijn23 opleidingen betrokken en met 7 opleidingen doorlopen we eenintensiever traject. We maken samen inzichtelijk welke ruimte er is binnende huidige wet- en regelgeving om meer focus in het curriculum van delerarenopleidingen aan te brengen (wat moet), overladenheid tegen tegaan en ruimte te maken voor de eigen profilering van opleidingen (watmag). Opleidingen wisselen hun ervaringen met curriculumvernieuwinguit en de opbrengsten van het samenwerkingstraject worden breedgedeeld. Knelpunten en dilemma’s die naar voren komen wordeningebracht in het opleidingsberaad, zodat die punten kunnen wordenmeegenomen in het totaalpakket van de landelijke kaders. Een goedeafstemming tussen de kerndoelen po, de kennisbases voor de leraren-opleidingen en de bekwaamheidseisen van leraren is van belang, dat is in8Rapport: Loopbaanmonitor Onderwijs 20249Onderzoek OECD (2009) Creating Effective Teaching and Learning Environments. Parijs.10Eindrapportages zij-instroom 2024 G5: https://www.aanpaklerarentekort.nl/regios/noodplannen-g5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4975 de herijking van de kennisbases – in opdracht van de VerenigingHogescholen – ook een van de uitgangspunten.1.3 Opleidingsberaad leraren In het Opleidingsberaad leraren werken we met lerarenorganisaties,werkgevers en opleiders aan meer eenduidigheid en scherpte in delandelijke eisen die we aan lerarenopleidingen stellen. Opleidingen entoezichthouders kunnen zich hierdoor beter focussen op de basis dienodig is voor elke startende leraar. Het geeft lerarenopleidingen daarnaastmeer zekerheid over wanneer hun programma’s aan landelijke kaders enverwachtingen voldoen en welke ruimte er is om die basis te verrijken meteigen profilering en innovatie. Het Opleidingsberaad Leraren11 startte inhet voorjaar van 2024 met de volgende acties:•Inrichting van een platform waar wensen van leraren, scholen, politieken maatschappelijke organisaties over de bekwaamheid en opleidingvan leraren bij elkaar komen. We wegen deze wensen en makenafspraken over hoe en wanneer we ze meenemen in aanpassingen vande kaders voor opleidingen. We volgen dit gezamenlijk en maken devoortgang en uitkomsten openbaar. We starten begin 2025 met dezenieuwe werkwijze.•We maken afspraken om de verschillende landelijke kaders vooropleidingen beter op elkaar te laten aansluiten. De beroepsgroep en deoverheid zijn verantwoordelijk voor de bekwaamheidseisen, dehogescholen voor de kennisbases en de universiteiten voor devakinhoudelijke instroomeisen voor de universitaire lerarenoplei-dingen. Deze worden op dit op moment allemaal herzien. Dit zorgtuiteindelijk voor meer richting voor lerarenopleidingen en meer focusop wat het onderwijs en startende leraren nodig hebben.•De pabo’s zijn voor de zomer gestart met de herziening van deleergebieden taal en rekenen in de landelijke kennisbasis.12 De nieuwekerndoelen voor taal en rekenen, extra aandacht voor de basisvaardig-heden en focus op wat startende leraren nodig hebben, zijn hierbij hetuitgangspunt. We doen hier ervaring op met een intensieverebetrokkenheid van het opleidingsberaad. De gezamenlijke hogescholenblijven primair verantwoordelijk voor de kennisbasis, maar experts,overheid, werkgevers en leraren zijn intensief betrokken. De eerstetussenproducten voor taal en rekenen worden nu afgerond. Na eenuitgebreide toetsing zijn de nieuwe leergebieden taal en rekenen naarverwachting in september 2026 onderdeel van de programma’s vanalle pabo’s.1.4 Kennisfunctie lerarenopleiders We willen de kennisuitwisseling tussen lerarenopleiders over wat effectiefis in het opleiden van leraren versnellen en daarmee de innovatiekrachtvan lerarenopleidingen vergroten. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijs-onderzoek (NRO) start daarom op ons verzoek een landelijke kennisfunctievoor lerarenopleiders. Tijdens de pilot-fase wordt ook verkend hoe dekennisfunctie na de pilot structureel kan worden ingericht. Het NRO zal ditdoen in nauwe samenwerking met onder andere de beroepsgroep vanlerarenopleiders en aansluitend op de ontwikkelingen rond het beoogdekenniscentrum voor het onderwijs. We investeren gedurende de pilotfase11Het Opleidingsberaad Leraren is een platform van de overheid, vak- en beroepsorganisaties,werkgeversorganisaties en vertegenwoordigers van lerarenopleidingen om afspraken temaken over de opleiding van leraren met als doel meer focus aan te brengen in de oplei-dingen met draagvlak in de onderwijssector.12In de landelijke kennisbasis staan de elementen waarvan de hogescholen hebben afgesprokendat ze in iedere lerarenopleiding terugkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4976 (2024–2026) jaarlijks € 1 miljoen euro in deze kennisfunctie voor leraren-opleiders.1.5 Splitsing Pabo In het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma is opgenomen dat wenieuwe losse opleidingen voor het jonge en oudere kind mogelijk maken,naast de bestaande brede pabo-opleiding. Eerder is ook door uw Kamerde motie De Kort c.s.13 aangenomen met dezelfde strekking. In onze briefvan 25 april 202414 hebben wij uw Kamer geïnformeerd over hoe wijuitvoering geven aan deze motie. Binnenkort ontvangt u de toegezegdehoofdlijnenbrief waarmee de eerste stap is gezet in het wetstraject om tekomen tot deze gespecialiseerde opleidingen.2. Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s in 2025 De tekorten vormen een structureel probleem dat de aankomendedecennia aanblijft, waarbij er grote verschillen zijn in de omvang. Wecombineren onze maatregelen daarom met een regionale aanpak. Ditbiedt ruimte voor oplossingen die passen in de regionale context en isnodig voor de vereiste samenwerking en solidariteit. In 2025 realiseren weeen landelijk dekkend netwerk van onderwijsregio’s. Daarin werkenschoolbesturen en lerarenopleidingen met betrokkenheid van deberoepsgroep samen voor voldoende en (blijvend) goed opgeleidonderwijspersoneel. Door in regio’s samen te werken wordt recht gedaanaan ongelijke tekorten over de regio’s heen en gaat men aan de slag metoplossingen die passen bij de regionale opgave. Met zo’n 95% deelnamevan de vestigingen in het funderend onderwijs15 en meer dan 90%deelname van de mbo-vestigingen is de betrokkenheid groot. Inmiddels iser daarom een wijzigingsregeling gepubliceerd en wordt er in totaal214 miljoen euro geïnvesteerd in deze onderwijsregio’s. De middelen ineen onderwijsregio worden ingezet om gerichte activiteiten op te startenen uit te voeren die leiden tot verhoging van de instroom van studenten,meer aanmeldingen van zij-instromers, behouden van leraren enschoolleiders en professionaliseren van leraren.2.1 Samenwerken voor een aantrekkelijke arbeidsmarkt De aard van de arbeidsmarktvraagstukken en de personeelstekorten in hetonderwijs is regionaal en vraagt om maatregelen die passen bij despecifieke opgave en context van de regio. Het is daarom essentieel omper regio te kijken wat de opgave is en hoe deze aan te pakken. Dieopgaven zijn complex en overstijgen ieders individuele belang.De onderwijsregio’s brengen in kaart wat er nodig is voor het werven,matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren van personeel. Zokunnen ze gericht werken aan aantrekkelijk werk in het onderwijs in deregio. Steeds vaker wordt door onderwijsregio’s ook de verbindinggezocht met arbeidsmarktpartijen, zoals regionale werkcentra.De onderwijsregio’s in het kort:•Het doel van een onderwijsregio is in samenwerking te werkenaan voldoende en goed opgeleid personeel in de regio en deregionale aanpak van de tekorten vorm te geven.13Kamerstuk 27 923, nr. 47314Kamerstuk 27 923, nr. 48915Cijfers worden definitief na verstrekken van beschikkingen begin 2025. Hierin kunnen nogenkele verschillen optreden. Het po en vo scoren naar verwachting hoger dan 95%. In hetspeciaal onderwijs ligt het percentage lager dan 95%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4977 •Landelijk dekkend netwerk: van 28 onderwijsregio’s in 2024 naar50 onderwijsregio’s in 2025. Doorontwikkeling van landelijknetwerk in 2025 naar zo hoog mogelijk deelnamepercentage, enafspraken maken met regio’s over resultaten die impact hebbenop de opgave.•Vorming onderwijsregio’s ontstaan vanuit het veld, passend bijeerdere succesvolle samenwerking, maar in de toekomst ookpassend bij effectieve samenwerking.•Elke onderwijsregio heeft een regionaal informatieloket, datwordt gekoppeld aan het landelijk loket en de landelijke cam-pagne.•6 onderwijsregio’s gaan aan de slag met een intensieveresamenwerking met het regionaal werkcentrum van dearbeidsmarktregio.De Realisatie-Eenheid constateert dat in toenemende mate van solidariteitaan het vraagstuk wordt gewerkt. Zo worden er bijvoorbeeld afsprakengemaakt over het hanteren van dezelfde stagevergoeding en wordt er inhet vo gewerkt aan het inrichten van een gezamenlijke vervangingspoolvoor de regio. De samenwerking tussen schoolbesturen, de beroepsgroepen lerarenopleidingen is daarbij maar op één ding gericht: zorgen voorvoldoende en goed opgeleid personeel voor de klas, zodat elke leerlinggoed onderwijs krijgt. Dit betekent dat in alle regio’s er werk wordtgemaakt van meer en (blijvend) goed opgeleid onderwijspersoneel. En datbegint bij de werving: iedere geïnteresseerde voor het onderwijs kan zichin elke regio melden bij een regionaal informatieloket. Deze regionaleloketten worden gekoppeld aan het landelijk loket en de landelijkelerarencampagne.Voorbeelden uit de regio’s•In de regio Utrecht wordt ingezet op een stedelijke campagne, diezal aansluiten bij de landelijke campagne. Hierin wordt Utrechtals een stad in beweging, met een unieke mix van culturen,historie en vernieuwing benadrukt. De doelgroepen van decampagne zijn starters, herintreders, zij-instromers en huidigonderwijspersoneel.•In de Zeeuwse regio is het project Zeeland Meestert gestart. Hetdoel is duidelijk: meer meesters voor de klas in Zeeland. Decampagne moet zorgen dat mannelijk schoolpersoneel elkaarontmoet en inspireert.•Zes onderwijsregio’s gaan werken aan een invalpool in hetvoortgezet onderwijs. Het gaat zowel om regio’s waar op ditmoment al tekorten zijn als om regio’s waarin tijdelijk extraruimte aan personeel is, maar de pool er voor gaat zorgen dat decollega’s behouden blijven en zo ook toekomstige tekortenworden voorkomen. In de regio’s waar nu tekort is, is deverwachting dat de invalpool vo helpt om bijvoorbeeld zzp’ers indienst te nemen, nieuwe jonge mensen aan te trekken en zeerervaren docenten vast te houden die liever meer les geven danandere taken te doen.•Onderwijsregio Haaglanden ontwikkelde een handreiking, waarscholen en kinderopvanglocaties direct mee aan de slag kunnenom zo combinatiefuncties tussen de kinderopvang en hetonderwijs mogelijk te maken.•In Rijnmond wordt ingezet op clustermakelaars die met docentenin gesprek gaan. Hoe is de professionalisering op de schoolingericht? Welke expertise is er in de scholen aanwezig? En waarligt de behoefte aan professionalisering van het personeel? Opbasis van de antwoorden binnen deze gesprekken organiseren deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4978 clustermakelaars activiteiten (intervisie, workshops of trainingen)op maat om scholen en docenten met dezelfde behoefte aanelkaar te verbinden. Zo wordt effectief werk gemaakt vanopleiden.Voor een toekomstbestendige onderwijsarbeidsmarkt is effectievesamenwerking cruciaal. Met de onderwijsregio’s realiseren we daarbij ookeen sterke vereenvoudiging binnen het onderwijsveld, waarbij aparteregelingen zijn samengevoegd en in een helder ondersteunings- enfinancieringsmodel is verder gebracht. Zo zijn we van meer dan200 netwerken naar een landelijk dekkend netwerk van 50 gegaan. En ditis nog maar de eerste stap. We verkleinen de overhead in de regio enwerken doelmatiger aan activiteiten die zichtbaar zijn in de praktijk.2.2 Doorontwikkeling onderwijsregio’s Vanuit de Realisatie-Eenheid worden de onderwijsregio’s ondersteund inhet verder doorontwikkelen van de regiovorming en de aanpak. In delerende aanpak16 delen zij, mede gevoed met de ervaringen van de eerste28 onderwijsregio’s, handige tips en handreikingen. In sommige regio’szijn nog niet alle schoolbesturen en vestigingen klaar om zich in 2025 aante sluiten bij een onderwijsregio. Voor hen komt er een eenmaligesubsidie waarmee ze in 2025 kunnen werken aan het aansluiten bij eenonderwijsregio per 2026. Aanvragers krijgen daarbij middelen omgezamenlijke activiteiten op het gebied van personeelsbeleid uit tevoeren. Voor ambitieuze onderwijsregio’s die dat kunnen en willen wordtdaarnaast de plusregeling gepubliceerd die hen in staat stelt zich teverdiepen en/of versnellen op specifieke vraagstukken. Beide subsidiesworden begin 2025 gepubliceerd.De recent aangenomen motie van Soepboer (NSC) en Ceder(ChristenUnie)17 beschrijft het belang van zo min mogelijk kosten vooroverhead, waarbij de middelen die geïnvesteerd worden in het onderwijsten goede komen aan het primaire proces. Tevens wordt terecht aange-geven dat de behoeften per regio verschillen. Dit is in lijn met deachterliggende gedachte van de onderwijsregio’s.Met het realiseren van een landelijk dekkend netwerk komt ook devolgende fase in beeld. We willen de onderwijsregio’s voor een langereperiode zekerheid van financiering bieden, gekoppeld aan afspraken overte behalen resultaten. Dit past ook bij de ambitie van dit kabinet om eenmeer structurele financiering de bieden. Tevens wordt er naar aanleidingvan de motie Stoffer (SGP) en Ceder (ChristenUnie)18 een evaluatieon-derzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Berenschot. Met hetonderzoek worden verdere inzichten verworven over de effectiviteit endoelmatigheid van de onderwijsregio’s. Het doel is te leren wat werktzodat de onderwijsregio’s zich duurzaam kunnen ontwikkelen.De regio’s zijn dus hard op weg met samenwerken en het aanpakken vande regionale arbeidsmarktvraagstukken. De tekorten zijn pijnlijk en vragenvan partijen dat ze over hun eigen schaduw heenstappen. Het opbouwenvan solidariteit, vertrouwen en een goede samenwerking gaat daarbij nietvan de ene op de andere dag. We zien veel potentie in de Onderwijsre-gio’s en de vele goede voorbeelden laten zien wat voor een meerwaardede Onderwijsregio’s kunnen representeren in deze tijden van schaarste.Het is deze potentie én het gegeven dat we pas net begonnen zijn dat onsertoe heeft bewogen de motie te ontraden. Het is simpelweg cruciaal16Kamerstuk 27 923, nr. 49217Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 9118Kamerstuk 27 923, nr. 476Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4979 samen te werken op de effecten van de tekorten het hoofd te bieden. Datvraagt een investering van ons allemaal.3. Bevoegdheden We optimaliseren het huidige bevoegdhedenstelsel zodat we voor alleleerlingen voldoende bevoegde leraren hebben en we de kwaliteit vanonderwijs kunnen waarborgen.3.1 Herijking bekwaamheidseisen leraren en mbo-instructeurs Verschillende lerarenorganisaties19 herijken de bekwaamheidseisen voorleraren en mbo-instructeurs. Daarvoor spreken ze met leraren, instruc-teurs, opleiders, vertegenwoordigers van scholen en andere betrokkenen.Ze komen in april 2025 met een advies over verdieping en het concretermaken van de bekwaamheidseisen. Op basis van dat advies passen wehet Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel aan.Eerder informeerden wij u over de meerwaarde van de groepsleraar12+.20 De lerarenorganisaties adviseren ook over de vraag of een nieuwebevoegdheid nodig is voor groepsleraar 12+, met eigen bekwaam-heidseisen. Als het advies van de lerarenorganisaties binnen is, infor-meren we u verder.Daarnaast werken we aan een wetsvoorstel om aanvullende eisen testellen aan mbo-docenten basisvaardigheden21, om de kwaliteit van hetonderwijs met betrekking tot basisvaardigheden te versterken. In hetvoorjaar van 2025 informeren we uw Kamer hierover in een voortgangs-brief van de aanpak basisvaardigheden voor het mbo.4. Professionaliseren We zorgen ervoor dat leraren en docenten zich blijven ontwikkelen, zoweldidactisch, vakinhoudelijk als in het meepraten en meebeslissen over hunberoep. Hier worden (startende) leraren ook goed in begeleid. Hiermeezorgen we voor goed onderwijs, en een aantrekkelijk carrièreperspectiefvoor leraren.4.1 Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren (NAPL) Het Nationaal Groeifondsproject NAPL is dit jaar gestart. Het doel is omlandelijke kaders voor de professionalisering van leraren te ontwikkelenen dat de komende 10 jaar 60.000 leraren in het po, vo en mbo deelnemenaan een professionaliseringstraject. Voor het tienjarige programma is eenbedrag van 159,6 miljoen euro beschikbaar, waarvan 73,1 miljoen euro istoegekend voor de eerste vier jaar en de overige 86,5 miljoen eurovoorwaardelijk is toegekend. De Realisatie-Eenheid voert het programmauit, met opleiders, schoolbesturen, schoolleiders en leraren. Hunbetrokkenheid garandeert dat de professionalisering aansluit bij watleraren nodig hebben.De NAPL heeft vier onderdelen:1.Het beschrijven van ontwikkelpaden voor leraren om zich tot specialistte professionaliseren.19Algemene Onderwijsbond (AOb), CNV vakbond, Federatie van Onderwijsvakorganisaties(FvOv), Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs (PVVVO) en de Beroeps-vereniging Opleiders mbo (BVMBO)20Kamerstuk 27 923, nr. 49221Kamerstuk 31 524, nr. 603Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 49710 2.Het ontwikkelen van een digitaal platform voor professionaliserings-aanbod.3.Het ontwikkelen van professionaliseringsaanbod in onderwijsregio’sen de tegemoetkoming in de kosten voor deelname aan professionali-seringsaanbod.4.Het opstellen van kwaliteitscriteria voor professionaliseringaanbod enontwikkelen van een kwaliteitszorgsysteem.Voor het ontwikkelen van professionaliseringsaanbod en de tegemoet-koming in de kosten voor deelname aan professionaliseringsaanbodkunnen onderwijsregio’s op termijn subsidie aanvragen. Deze tweesubsidieregelingen worden naar verwachting respectievelijk eind 2025 enin 2026 gepubliceerd.4.2 Begeleiding startende leraren Goede begeleiding van startende leraren draagt bij aan werkplezier envoorkomt dat leraren uitvallen. Met de motie Paternotte en Rooderkerk22vroeg de Kamer daarom om te verkennen hoe wettelijk geregeld kanworden dat lerarenopleidingen beginnende leraren de eerste drie jaarvoor de klas moeten begeleiden. Dat zou kunnen gebeuren met intervisie,meekijk- en terugkomdagen en begeleiding.23Het is juridische bezwaarlijk om lerarenopleidingen de wettelijke taak tegeven om startende leraren te begeleiden. Ze zijn immers in dienst van deschool en vallen als werkenden niet meer onder het openbare onderwijs-stelsel. De begeleiding valt daardoor buiten het bekostigd onderwijs. Alsde lerarenopleidingen beginnende leraren moeten begeleiden, kan datleiden tot marktverstoring en oneerlijke concurrentie met bestaandeaanbieders van begeleiding. Daarom gaan we de lerarenopleidingen nietde wettelijke taak geven om verplichten startende leraren te begeleiden.We blijven wel bevorderen dat startende leraren goede begeleidingkrijgen en blijven de resultaten daarvan volgen. We stimuleren deonderwijsregio’s om samen te werken, goede voorbeelden te delen envan elkaar te leren. Er zijn er al verschillende pilots geweest en in de cao’sstaan afspraken over begeleiding van startende leraren, met aandachtvoor werkdrukvermindering en coaching.4.3 Subsidieregeling instructeursbeurs De Subsidieregeling instructeursbeurs mbo liep van 2019 tot 2024.Instructeurs in het mbo die een bachelor- of associate degree-opleidingvolgen, konden subsidie krijgen voor studiekosten en studieverlof. Desubsidie is recent geëvalueerd.24 U ontvangt voor de zomer van 2025 eenbeleidsreactie op deze evaluatie met een besluit over voortzetting van deinstructeursbeurs. In afwachting van deze reactie is het voornemen omvoor studiejaar 2025–2026 een eenjarige regeling beschikbaar te stellen.22Kamerstuk 27 923, nr. 48423Verkenning van de bestaande situatie en mogelijkheden voor begeleiding van startendeleraren door lerarenopleidingen. Zie overzicht moties en toezeggingen als bijlage bij dezebrief.24Rapport: Evaluatie Instructeursbeurs mbo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 49711 4.4 Professioneel statuut Sinds 2017 is autonomie in de wet geregeld door het professioneelstatuut.25 Dit statuut is een belangrijk instrument voor de professioneleruimte van leraren en faciliteert een professionele dialoog tussen bestuuren onderwijsprofessionals.Op verzoek van de Kamer26 hebben we onderzoek laten doen naar hetgebruik van het professioneel statuut27. Hieruit blijkt dat besturen enleraren wisselende ervaringen hebben met het professioneel statuut.Daarnaast zijn er verschillen in de mate van vrijheid die leraren in de klaservaren. Het onderzoek adviseert instrumenten te ontwikkelen voor deontwikkeling, implementatie en evaluatie van het professioneel statuut.Daarnaast is het delen van goede voorbeelden een waardevolle aanbe-veling. In de volgende Lerarenbrief volgt een beleidsreactie op hetonderzoek naar het professioneel statuut.4.5 Beroepsgroep Het is belangrijk dat leraren kunnen meepraten en meebeslissen over hetbeleid. Zij zijn immers de experts die dagelijks voor de klas staan. Hunstem moet worden gehoord. Het advies «Een stevige stem» van deOnderwijsraad zoals is toegestuurd aan uw Kamer28 onderstreept dit ook,het advies bevat belangrijke punten om met elkaar in overleg te gaan overhoe leraren beter vertegenwoordigd zijn bij het maken van beleid.Een mooie eerste stap is de houtskoolschets van de lerarenorganisaties(AOb, BVMBO, CNV, FvOv en PvvvO) waarin zij aangeven hoe zij samentot een sterke beroepsgroep voor leraren willen komen. Zo’n representa-tieve en onafhankelijke beroepsgroep houdt zich namens alle lerarenconstructief, kritisch en professioneel bezig met de inhoudelijke aspectenover het beroep van de leraar. Dit kan leraren ook zichtbaarder eneffectiever maken als beroepsgroep. Er lopen intensieve gesprekkentussen de lerarenorganisaties over een eventuele nieuwe organisa-tievorm, de rollen en verantwoordelijkheden van de beroepsgroep en debelanghebbenden. Voor de zomer van 2025 zal u hierover verder wordengeïnformeerd.4.6 Werkbelasting schoolleiders Schoolleiders geven zowel leiding aan het dagelijks reilen en zeilen van deschool als aan de onderwijskundige ontwikkeling van de school oplangere termijn. Dat is elke dag een uitdaging die veel inzet, kwaliteiten envaardigheden van schoolleiders vraagt. We onderzoeken hoe groot dewerkdruk van schoolleiders is en hoeveel tijd en ruimte ze hebben omleiding te geven aan de school als lerende organisatie. We willen verderweten welke factoren daaraan mogelijk in de weg staan. De resultatenmoeten schoolleiders helpen bij het aansturen van een kwaliteitscultuurop school en het vinden van een juiste balans tussen inzet op schoolont-wikkeling en andere organisatorische taken. We streven ernaar om hetonderzoek in het najaar van 2025 met u te delen.25In het mbo is het professioneel statuut als bijlage opgenomen in de cao. Om op instellings-niveau invulling te geven aan de zeggenschap van docenten is in het professioneel statuutvoorgeschreven dat op iedere mbo-instelling een regeling voor werkoverleg wordtvastgesteld.26Kamerstuk 27 923, nr. 46527Rapport: Professioneel statuut in po, vo en mbo28Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 12.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 49712 4.7 Beroepsgroep schoolleiders Voor het Herstelplan kwaliteit onderwijs spreken we schoolleiders en hunorganisaties over doorontwikkeling van de beroepsgroep schoolleiders.We zien dat er steeds meer aandacht is voor de cruciale rol van school-leiders bij onderwijskwaliteit. We zijn met de organisaties voor school-leiders in gesprek over hoe het perspectief van schoolleiders nog beterbetrokken kan worden bij landelijk beleid. En we zijn in gesprek over hetversterken van de professionaliteit van schoolleiders. We kijken daarbijo.a. naar een breder gebruik van de beroepsstandaarden, een passendopleidings- en professionaliseringsaanbod en over het verstevigen van depositie van schoolleiders.Danuta Donk, schoolleider PO, onderwijsregio Utrecht StadHet is erg waardevol voor schoolleiders dat de onderwijsregio’skennis en goede voorbeelden delen. Het maakt het makkelijker omnieuwe initiatieven te vinden en te gebruiken. De onderwijsregiobiedt een menukaart met interventies voor het werven, opleiden,matchen, professionaliseren, begeleiden en behouden vanpersoneel. Een voorbeeld zijn de onderwijsambassadeurs: we latengeïnteresseerde mensen uit diverse werkgebieden een dag per weekin de klas meelopen, zodat ze van dichtbij kennismaken met hetonderwijs. Zo kunnen ze goed beslissen of het werken als leerkrachtbij hen past.Verder stellen we de leerkracht centraal, door taken die buiten hunprimaire verantwoordelijkheid vallen zoveel mogelijk anders teorganiseren. Zo is er iemand op school die evenementen verzorgt.Dat verlaagt de werkdruk voor leraren en vergroot hun werkplezier.5. Aantrekkelijkheid beroep We willen dat leraar of docent zijn aantrekkelijk is en blijft. Daarom willenhet beroep in de schijnwerpers zetten, en tegelijkertijd werken aan debelemmeringen die nog worden ervaren. Daarnaast bent u onlangsgeïnformeerd over de aanpak om meer uren werken aantrekkelijker temaken en houden met meerurenmaatwerk.295.1 Landelijke campagne Werken in het onderwijs In januari 2025 lanceren we een meerjarige campagne voor werken in hetonderwijs. De campagne is opgezet samen met de onderwijsregio’s enonze partners, en bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel is gerichtop potentiële zij-instromers. Later in 2025 jaar start het tweede onderdeel,gericht op studiekiezers.De campagne is positief en ook realistisch. Werken in het onderwijs geeftveel voldoening, een goed salaris en mogelijkheden om je te ontwikkelen.Over die voldoening: uit onderzoek blijkt dat iets kunnen betekenen voorleerlingen een belangrijke motivatie is om in het onderwijs te werken30.29Kamerstuk 31 293, nr. 74730Gedragsonderzoek. Ideate (2023): «Heb jij er wel eens over nagedacht om leraar te worden?»https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/rapporten/2023/06/22/eindrapportage-ideateOnderwijsblad enquête Blij met mijn baan (2024). https://www.aob.nl/actueel/artikelen/aha-moment-geeft-leraar-werkplezier/Onderzoek PBT, Motivaction: Wie zijn de leraren van morgen? (2018). https://www.voion.nl/publicaties/onderwijsdrijfverenonderzoek-wie-zijn-de-leraren-van-morgen/Onderzoek Qompas: Optimale inrichting van lerarenopleidingen (2018). https://www.voion.nl/publicaties/optimale-inrichting-van-lerarenopleidingen/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 49713 Bovendien is het salaris beter dan veel mensen denken31. En het werk isbepaald niet saai, eentonig of een eindstation, zoals sommigen denken.Deze onterechte beelden helpen niet bij het imago van het onderwijs32.Dat is onterecht, want leraren zijn gemiddeld heel tevreden over hunvak33.5.2 Challenge Een jaar geleden stond in de Kamerbrief Lerarenstrategie34 dat we eenchallenge hebben uitgeschreven om meer scholieren te enthousiasmerenvoor een baan in de onderwijssector. Drie winnaars zijn aan de slaggegaan met het uitvoeren van een pilot in 2024. Zij hebben onder andereingezet op het werven van studenten voor lerarenopleidingen door middelvan een VR-bril en escaperoom, het planten van een zaadje bij scholierenover het leraar worden, en het docenten bewust maken van de ambassa-deursrol die zij kunnen vervullen om hun eigen leerlingen te enthousias-meren voor een carrière in het onderwijs. De opbrengsten daarvanhebben we gepubliceerd35.5.3 Administratieve lasten en werkdruk De Algemene Rekenkamer onderzoekt de administratieve lasten vanleraren in het po en ons ministerie doet dat voor het vo, het mbo en hetspeciaal onderwijs. De resultaten van de onderzoeken in het funderendonderwijs komen in 2025 beschikbaar. Het rapport voor het mbo is alsbijlage toegevoegd. De beleidsreactie op dit rapport volgt in het voorjaarvan 2025.Voor de aanpak van werkdruk is in kalenderjaar 2025 in het po circa€ 519,5 miljoen aan werkdrukmiddelen beschikbaar en in het vo€ 336,3 miljoen. Dit wordt onder andere besteed aan het anders organi-seren van het onderwijs, aan inzet van vakleerkrachten, bijvoorbeeld voorgym, en aan inzet van onderwijsassistenten. Het effect van de werkdruk-middelen in po en vo wordt gemeten. De resultaten van de onderzoekenin het afgelopen schooljaar zijn begin 2025 beschikbaar.5.4 Strategisch Personeelsbeleid Strategisch personeelsbeleid is om meerdere redenen nodig. Zorgenrondom de kwaliteit van het onderwijs en het behoud van personeeldwingen tot een meer strategische aanpak van personeelsbeleid gerichtop de duurzame inzetbaarheid en professionele ontwikkeling in hetonderwijs. Ook stijgt het aandeel aan tijdelijk contracten36, zijn er te veelkleine deeltijdbanen en stijgen de uitgaven voor externe inhuur.3731Rapportage Beeldvorming beloning leraren. Onderzoeksproject OCW Onderwijscommunity.MWM2 (2024). https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/10/25/rapportage-beeldvorming-beloning-leraren32Gedragsonderzoek. Ideate (2023): «Heb jij er wel eens over nagedacht om leraar te worden?».https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/rapporten/2023/06/22/eindrapportage-ideateMWM2. Rapport OCW Onderwijscommunity: «Ondanks relevantie is het beroep van de leraarniet voor iedereen aantrekkelijk.» (2021)33Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2018. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/05/31/samenvatting-nederlandse-resultaten-talis-201834Kamerstuk 27 923, nr. 460.35Opbrengsten Challenge lerarentekort OCW. https://www.aanpaklerarentekort.nl/actueel/nieuws/2024/12/12/opbrengsten-challenge-lerarentekort-ocw36Rapport: Tijdelijke en flexibele contracten van leraren in het po en vo37Een nadere toelichting op de Personeel Niet in Loondienst (PNIL)-cijfers over 2023 isopgenomen in de trendrapportage bij deze brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 49714 In het funderend onderwijs werken we daarom aan het wetsvoorstelStrategisch personeelsbeleid. Het wetsvoorstel stimuleert goed werkge-verschap en draagt bij aan het verminderen van het personeelstekort. Hetwetsvoorstel stelt wettelijke eisen aan schoolbesturen om strategischpersoneelsbeleid te voeren. Het introduceert ook maatregelen voor meervaste contracten, grotere contracten, en het beperken van externe inhuur.Momenteel passen we het wetsvoorstel aan op basis van advies van deOnderwijsraad. Het streven is dat het wetsvoorstel voor de zomer 2025naar de Raad van State gaat.Daarnaast hebben we onderzoek laten doen naar de achtergronden vanvaste en tijdelijke contracten en de externe inhuur van personeel. Uit ditonderzoek blijkt dat er redenen kunnen zijn waarom schoolbesturentijdelijke contracten aanbieden (zoals (financiële) onzekerheden eninstroom van nieuwe leraren). Daarnaast biedt het ook inzichten diescholen kunnen gebruiken om leraren vaker en sneller een vast contract tegeven. Schoolbesturen benutten nog niet alle ruimte die ze hebben in hunpersoneelsbeleid om dit te bereiken. Bijvoorbeeld als het gaat om het nietlanger standaard aanbieden van een jaarcontract aan nieuwe leraren, enhet sneller beoordelen of een leraar een vast contract kan krijgen. Ookblijkt dat het tegemoet komen aan de wensen voor meer flexibiliteit, kanhelpen om het personeel aan de school te binden. Als schoolbesturen hunpersoneelsbeleid op dit soort aandachtspunten nog kunnen verbeteren,stelt dat hen beter in staat om aan de eisen van het wetsvoorstelstrategisch personeelsbeleid te voldoen.5.5 Werkloosheid in het vo We hebben evaluatieonderzoek laten uitvoeren naar verevening van dewerkloosheidskosten in het vo. Uit het onderzoeksrapport38 blijkt eengenuanceerd beeld. Het aantal werklozen in het vo daalde de afgelopenjaren. Dit draagt bij aan het verminderen van het lerarentekort en zorgtervoor dat de kosten van werkloosheid dalen. Werknemers gaan vaakweer (deels) aan het werk voordat hun uitkering afloopt.Er is echter ook ruimte voor verbetering. Het grootste deel van deuitkeringen wordt door de hele sector betaald. Daardoor wordenindividuele werkgevers onvoldoende geprikkeld om personeel met eenuitkering weer aan de slag te krijgen. Voormalige werknemers vinden hetre-integratiebeleid van werkgevers dan ook onvoldoende. Ook werklozewerknemers zelf kunnen wel een stapje meer doen.De belangrijkste aanbevelingen uit het rapport zijn:•Verhoog de eigen bijdrage aan de werkloosheidskosten voor hetbetreffende bestuur. Dat is een sterke prikkel om werkloosheid tevoorkomen en verkorten.•Zorg voor een meer activerende rol van de werkgever. Dat kan doorhet re-integratieaanbod en de uitvoering ervan op sectorniveau tecoördineren en (kleinere) schoolbesturen meer ondersteuning tebieden.•Stimuleer werklozen meer om hun rol op te pakken en sneller weeraan het werk te gaan.We gaan met de sector in gesprek om gezamenlijk te bepalen hoe we deaanbevelingen uit het onderzoek kunnen omzetten naar passendemaatregelen.38Rapport: Werking van de werkloosheidsregeling in het vo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 49715 5.6 Diversiteit onder leraren bevorderen Het is belangrijk dat leerlingen zichzelf kunnen herkennen in hunleerkrachten. Daarom is het belangrijk dat ondervertegenwoordigdegroepen, zoals mannen, vaker voor het onderwijs kiezen. Diversiteit onderleraren bevordert de ontwikkeling van de leerlingen en draagt bij aankwalitatief hoogwaardig en passend onderwijs. Het aanzienlijk verhogenvan het aantal mannen voor de klas is echter een grote uitdaging.39 Alsondervertegenwoordigde groepen zijn zij wel een belangrijke bron vanonbenut arbeidspotentieel en dit kabinet ziet deze groepen dan ook alseen belangrijke bijdrage aan de aanpak van het lerarentekort.Naar aanleiding van de motie Van Zanten40 is daarom in kaart gebrachtwelke inspanningen er al worden geleverd om meer mannen voor de klaste krijgen en te behouden.41 De meeste opleidingen voeren de aanbeve-lingen uit van het ResearchNed-rapport «Meer Meesters».42 De oplossingligt niet alleen bij de lerarenopleidingen. Ook de aankomende lerarencam-pagne en aanvullende acties van de onderwijsregio’s moeten bijdragenaan meer diversiteit voor de klas.AfsluitendDe opgave waarvoor we staan is en blijft groot. Maar tegelijkertijd latende resultaten zien waar we toe in staat zijn als we samen optrekken bij hetbestrijden van de tekorten. We werken hard aan de aantrekkelijkheid vanhet prachtige beroep van leraar. Vanaf eind januari laten we ookcampagne zien wat het betekent om te werken in het onderwijs. Samenmet het gehele onderwijs werken we hard aan het verbeteren van dekwaliteit. Met het Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs en de MBOWerkagenda 2023–2027 geven we dat een extra impuls. Op die manierkunnen onderwijsprofessionals het verschil blijven maken voor kinderen,jongeren en studenten – en daarmee voor de toekomst van Nederland.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. Bruins39Het aandeel mannelijke leerkrachten in het po is 13%, vergelijkbaar met het gemiddelde van15% onder OESO-landen. Binnen de huidige groep mannelijke leerkrachten in het onderwijs iseen relatief groot aandeel 55 jaar of ouder. Landelijke cijfers over mannelijke studenten in delerarenopleidingen tonen aan dat de instroom van mannelijke studenten rond de 24% ligt.40Kamerstuk 27 923, nr. 46941Zie overzicht moties en toezeggingen als bijlage bij deze brief.42Rapport: Researchned Meer Meesters. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/05/31/meer-meesters-routes-naar-diversiteit-voor-de-klasTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 49716

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0a41603726f3e9a5

14 okt 2026 · 5174211fded5b859

13 okt 2026 · dfc0690069af9819

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.