Tussenuitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) van 9 september 2025 in de beroepsprocedure over de gunning van de Concessie voor het Hoofdrailnet 2025-2033 (HRN-concessie)
Brontekst
Versie 02fd873f6d3fee96 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1262 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 september 2025Tijdens de procedurevergadering van de Vaste commissie voor Infra-structuur en Waterstaat op 10 september jl. heeft Kamerlid Veltmangevraagd om een Kamerbrief over de tussenuitspraak van het College vanBeroep voor het Bedrijfsleven (CBb)1. Met deze brief wordt de Kamerdaarom geïnformeerd over de tussenuitspraak van het CBb van9 september jl. in de beroepsprocedure over de gunning van de Concessievoor het Hoofdrailnet 2025–2033 (hierna: HRN-concessie)2. De tussenuit-spraak is gedaan in het kader van het beroep van een aantal spoorver-voerders en hun belangenorganisaties ingesteld tegen het besluit van21 december 2023, waarbij de HRN-concessie voor de periode 2025–2033is gegund aan NS.Het CBb verwijst de zaak door naar het Hof van Justitie van de EuropeseUnie (EU-Hof) in Luxemburg om antwoord te krijgen op de prejudiciëlevragen die het CBb in de tussenuitspraak stelt over de uitleg van hetEU-recht. Een procedure bij het EU-Hof duurt gemiddeld anderhalf jaar.Na beantwoording van de prejudiciële vragen door het EU-Hof zal het CBbde zaak voortzetten. Op basis van die antwoorden zal het CBb dan naarverwachting een einduitspraak doen in de beroepsprocedure.Zoals eerder met de Kamer gedeeld, heeft de Europese Commissie in juliaangekondigd dat zij de inbreukprocedure tegen Nederland bij het EU-Hofaanhangig zal maken.3 Op dit moment heeft Nederland nog geenverzoekschrift met de klachten van de Commissie ontvangen. Het ismogelijk dat zowel de inbreukprocedure als de prejudiciële procedurenaar aanleiding van de vragen van het CBb in dezelfde periode door hetEU-Hof behandeld worden. Het zijn niettemin twee afzonderlijke proce-dures met eigen procedureregels.12025Z166612https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2025:4563Tweede Kamer, Vergaderjaar 2024–2025, Kamerstuk 29 984, nr. 1261 kst-29984-1262ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12621 Het CBb legt in de tussenuitspraak IenW ook op om de onderhandelingenmet Arriva over de Noordelijke Lijnen te hervatten. Op 21 december 2023informeerde4 mijn voorganger uw Kamer over de gesprekken met Arrivaover de stoptreindiensten op de trajecten Leeuwarden–Zwolle enGroningen–Zwolle, en de wijze waarop dit georganiseerd zou kunnenworden. Naar aanleiding van het aanbod van Arriva om deze stoptrein-diensten in open toegang te rijden, is een intensief proces doorlopen.Deze stoptreindiensten zijn uiteindelijk opgenomen in de HRN-concessieomdat opentoegangvervoer niet met een voldoende mate van zekerheidkon voorzien in de vereiste continuïteit en de garantie dat het vervoergedurende de concessieperiode niet zou worden afgeschaald. Wel is bijhet vaststellen van de hoofdrailnetconcessie aangegeven in gesprek tegaan met Arriva en andere aanbieders, wat zou kunnen leiden totaanpassingen bij de midterm review in 2029. Daarbij werd demogelijkheid om de stoptreindiensten op duurzame wijze in open toeganguit te voeren niet uitgesloten.5In lijn met de uitspraak van het CBb zal ik de gesprekken met Arriva overde Noordelijke Lijnen hervatten. Daarbij staan de continuïteit en kwaliteitvan de dienstverlening centraal, zodat de reiziger nu en in de toekomstkan blijven rekenen op een betrouwbare treindienst.De uitspraak is ook relevant voor de provincies Groningen, Friesland,Drenthe en Overijssel, evenals voor de huidige concessiehouder NS. Ik zalmet hen contact opnemen. Uiterlijk 8 december meld ik de uitkomsten aanhet CBb, en wordt de Kamer nader geïnformeerd.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen4Tweede Kamer, Vergaderjaar 2023–2024, Kamerstuk 29 984, nr. 11765Kamerstuk 29 984, nr. 1176Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12622
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.