Recente nationale en Europese ontwikkelingen ten aanzien van fossiele regelingen
Brontekst
Versie 63d64a367e2ba404 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1400 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 juni 2024In deze brief informeer ik u – mede namens de Minister voor Klimaat enEnergie – over de laatste nationale en internationale beleidsontwikke-lingen ten aanzien van fossiele regelingen. Hiermee vul ik mijn toezeggingtijdens het commissiedebat Internationale Fiscaliteit van 4 april jl. in.Daarnaast geef ik, conform het verzoek van de Kamercommissie voorFinanciën, een reactie op de initiatiefnota van het lid Teunissen overfossiele regelingen en hoe ze af te schaffen (Kamerstukken II 2022–2023,36 366, nr. 2).Nationale beleidsinzet en ontwikkelingenNationale beleidsinzet ten aanzien van fossiele regelingenOm de klimaatdoelen van Parijs te halen en de aarde op een leefbaremanier door te geven aan de volgende generaties is het van belang dat deNederlandse broeikasgasemissies omlaag gaan. Een ambitieus klimaat-beleid is daarom een van de belangrijkste speerpunten van dit kabinet.Het huidige kabinet heeft de nationale klimaatdoelstelling aangescherptnaar 55% emissiereductie in 2030. Om deze doelstelling te realiseren heeftdit kabinet ingezet op een omvangrijk beleidspakket dat bestaat uit eenmix van normeren, beprijzen en subsidiëren. Beprijzen is een belangrijkonderdeel van het beleid, omdat hiermee vervuiling een prijs krijgt enburgers en bedrijven een prikkel krijgen om de broeikasgasemissies teverminderen. Het kabinet heeft daarom diverse stappen gezet op hetvergroenen van het belastingstelsel, via bijvoorbeeld het aanscherpen vande nationale CO2-heffing industrie en het verhogen van de vliegbelasting.Bij de uitwerking van het klimaatbeleid onderschrijft dit kabinet het belangvan de verdelingsprincipes, die ook worden genoemd in de initiatiefnotavan het lid Teunissen: de vervuiler moet gaan betalen, iedereen moet meekunnen met de te maken klimaattransitie en klimaatverandering dient zoeffectief mogelijk tegen te worden gegaan. kst-32813-1400ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14001 Bij het vergroenen van het belastingstelsel en het vormgeven van hetklimaatbeleid is het ook belangrijk om oog te hebben voor fossieleregelingen. Dit zijn regelingen aan de uitgaven- of inkomstenkant diekunnen leiden tot een (indirect) financieel voordeel voor verbruik vanfossiele brand- en grondstoffen. Om deze reden is er toenemendemaatschappelijke discussie over deze voordelen.Belangrijke stap gezet in vergroten transparantie1De afbouw van regelingen die fossiel verbruik van energie bevorderendient zorgvuldig te worden gewogen. Dat begint met een transparantoverzicht van de omvang van het aantal fossiele regelingen. Het kabinetheeft met de inventarisatie van fossiele regelingen in de Miljoenennota2023 (bijlage 26) een belangrijke stap gezet. Hierbij is de inventarisatiebe-nadering gebruikt waarbij gekeken wordt welke subsidie-uitgaven enfiscale regelingen (belastingvrijstellingen, verlaagde tarieven etc.) metbetrekking tot (indirect) fossiel verbruik er zijn en de omvang wordtgerelateerd aan het reguliere belastingtarief. In dit overzicht zijnregelingen gedefinieerd conform de WTO-definitie van een «subsidy». Degeïnventariseerde fossiele regelingen zijn onderverdeeld in drie catego-rieën: 1) gederfde overheidsinkomsten gerelateerd aan het (directe)gebruik van (fossiele) energie, 2) gederfde overheidsinkomsten gerela-teerd aan het non-energetisch gebruik of indirect gebruik van fossieleenergiedragers en 3) niet-fiscale regelingen met een directe relatie totfossiel energiegebruik. De inventarisatie in de Miljoenennota liet zien datNederland geen structurele directe pr(ssubsidies kent op fossielebrandstoffen. Wel z(n er diverse uitgavenregelingen (indirect) gelieerdaan fossiel energieverbruik, fiscale fossiele vr(stellingen, kortingen enaangepaste belastingtarieven.Het overzicht in de Miljoenennota 2024 geeft voor het eerst een totaal-overzicht van het aantal fossiele regelingen en biedt hiermee een nuttiginzicht in de regelingen die het beprijzingsniveau verminderen. Dit geeftnoodzakelijke transparantie in het dossier en zorgt er voor dat de blik kanworden verschoven naar welk beleid effectief is om de klimaatdoelen tehalen en de lasten evenwichtig te verdelen.Conform eerdere toezegging aan uw Kamer, bereidt het kabinetmomenteel een actualisatie van het overzicht van fossiele regelingen voorten behoeve van de aanstaande Miljoenennota 2025. Voortbouwend op deanalyse van het PBL en CPB van oktober 20242, zal dit jaar ook eenanalyse worden opgenomen van de mate waarin de externe effecten vanCO2-uitstoot door het huidige beprijzingsinstrumentarium wordenbeprijsd. Anders dan bij de inventarisatiebenadering, wordt hierbij ook hetandere beprijzingsbeleid – zoals het Europese emissiehandelssysteem, denationale CO2-heffing industrie en de nationale vliegbelasting – inogenschouw genomen. Op deze manier is niet alleen zichtbaar welkeregelingen het beprijzingsniveau verminderen, maar ook in hoeverre ervanuit het samenspel van regelingen voor verschillend eindgebruikerssprake is van een fossiel voordeel. Voor het klimaatbeleid is immersvooral relevant wat de totale beprijzing is. Tot slot zal in het overzicht ookaandacht worden gegeven aan de recente beleidsontwikkelingen tenaanzien van fossiele regelingen. In de jaarlijkse klimaatnota (deklimaatnota verschijnt eind oktober 2024 en per 2025 verschijnt dezetegelijkertijd met de Miljoenennota) reflecteert het kabinet op hetdoelbereik van de nationale klimaatdoelen en of aanvullend beleid nodig1Tevens reactie op beslispunten 6, 7, 8, 9, 12 en 21 uit de initiatiefnota van het lid Teunissen2CPB en PBL. 2023. «Afschaffen fossiele subsidies: eerder een hersenkraker dan eenno-brainer». Afschaffen fossiele subsidies eerder een hersenkraker dan een no-brainer | CPB.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14002 is om deze doelen te realiseren. Als onderdeel hiervan gaat het kabinetook in op het beprijzingsinstrumentarium en fossiele regelingen. Eenaparte voortgangsrapportage met aankondiging van vervolgstappent.a.v. de afbouw van fossiele regelingen (zoals voorgesteld in de initia-tiefnota van het lid Teunissen) acht het kabinet niet nodig en onwenselijk,omdat afbouw in samenhang met het bredere klimaatbeleid moet wordenbezien. De Klimaatnota is hiervoor de meest geschikte plek.Afbouw fossiele regelingen3Naast het vergroten van de transparantie over de omvang van fossieleregelingen, heeft het kabinet een aantal stappen gezet met het afbouwenvan fossiele regelingen. Zo wordt de bpm voor bestelauto’s vanaf 2025hervormd, waarbij de vrijstelling voor ondernemers vervalt en de bpmalleen voor emissievrije bestelauto’s nog nihil is. Daarnaast is detariefstructuur van de energiebelasting minder degressief gemaakt, wordtde inputvrijstelling voor gebruik van aardgas bij elektriciteitsopwekkingbeperkt en wordt het verlaagd energiebelastingtarief voor deglastuinbouw uitgefaseerd.De verdere afbouw van fossiele regelingen dient zorgvuldig te wordengewogen. Om deze zorgvuldige afweging te kunnen maken is het vanbelang dat per fossiele regeling de beleidseffecten van een afbouwsystematisch in kaart worden gebracht. Om de toekomstige politiekebesluitvorming en het maatschappelijke debat te faciliteren, heeft hetkabinet daarom reeds vorig jaar een aantal impactanalyses latenuitvoeren naar het afschaffen van een aantal fiscale regelingen. Dezeanalyses zijn met het pakket Belastingplan 2024 naar uw Kamer gestuurd(Kamerstukken II, 2023–2024, 36 418, nr. 133)4. In deze analyses is ookgekeken naar de lastenverdeling en de effecten op het klimaat en milieu.Ook zijn op verzoek van het kabinet in het Bouwstenenrapport voor eenbeter belastingstelsel verschillende afbouwscenario’s voor fossieleregelingen kwalitatief geanalyseerd. Daarnaast is door CE Delft onderzoekgedaan naar de impact van afschaffing van fossiele regelingen opinnovatieve, circulaire, bedrijvigheid. Tot slot voert het kabinet momenteelop verzoek van uw Kamer een aanvullende impactanalyse uit naar debeleidseffecten van het afschaffen van de vrijstelling voor metallurgischeen mineralogische procedés in de energiebelasting. De resultaten wordennaar verwachting uiterlijk met Prinsjesdag met uw Kamer gedeeld. Met deuitgevoerde studies ligt er een goede analysebasis van de potentiëlebeleidseffecten van het afschaffen van fossiele regelingen. Een nieuwegenerieke studie naar brede welvaart, zoals voorgesteld in de initiatiefnotavan het lid Teunissen, voegt hier in de ogen van het kabinet niet veel aantoe. Wel zal bij de verdere uitwerking van afbouwpaden voor een aantalregelingen mogelijk een verdiepende analyse nodig zijn.In algemene zin geldt dat er vanuit klimaatperspectief met name reden isom een fossiele regeling af te bouwen, wanneer het niveau van beprijzingvan broeikasgasemissies lager ligt dan wat nodig is voor het halen van denationale klimaatdoelen en het volledig inprijzen van de nadelige externeeffecten. Fossiele regelingen verlagen immers het beprijzingsniveau. Hetis hierbij echter belangrijk om het totale beprijzingsinstrumentarium inogenschouw te nemen. Een dergelijke integrale blik is in de afgelopenpaar jaar steeds belangrijker geworden. Waar veel fossiele regelingen deafgelopen jaren niet zijn veranderd, is er namelijk veel nieuw beprijzendbeleid bijgekomen. Voor industriële verbruikers was er tot een paar jaar3Tevens reactie op beslispunten 1, 2, 5, 10, 11, 13, 15, 16, 17, 18, 19 en 20 uit de initiatiefnota vanhet lid Teunissen4https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/belastingplan/belastingplanstukkenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14003 geleden een laag beprijzingsniveau door bijvoorbeeld verlaagde tarievenen vrijstellingen in de energiebelasting. Inmiddels is het Europeseemissiehandelssysteem (ETS) aangescherpt en een nationale CO2-heffingindustrie geïntroduceerd, waardoor het totale opgetelde beprijzingsniveauhoger ligt dan wanneer uitsluitend wordt gekeken naar fossiele regelingenin de energiebelasting.In het Bouwstenenrapport voor een beter en eenvoudiger belastingstelselis geadviseerd om nader onderzoek te doen naar het beprijzingsniveaudat per sector nodig is om de klimaatdoelen afdoende te borgen. Naarverwachting is in veel sectoren aanvullend beprijzend of normerendbeleid nodig om de doelen voldoende te borgen. In de uitwerking vaneventueel aanvullend beprijzingsbeleid moet worden bekeken of dit hetmeest effectief en doelmatig kan worden gerealiseerd via afbouw van eenfossiele regeling, of via de aanpassing of de introductie van een anderbeprijzend of normerend instrument. Het effect op CO2-reductie van deCO2-heffing industrie is bijvoorbeeld vanuit het klimaatbeleid bezieneffectiever en doelmatiger dan het verhogen van het tarief in de vijfdeschijf van de energiebelasting op aardgas. En gerichte bijmengverplich-tingen lijken effectiever te zijn voor de grondstoffentransitie dan vlakkebeprijzing van grondstoffen. Alternatief instrumentarium kan daarnaasteen uitkomst bieden als de fossiele regeling op nationaal niveau niet kanworden aangepast vanwege internationale afspraken. Nederland kanbijvoorbeeld niet zelfstandig accijns op kerosine voor internationalevluchten invoeren5, maar kan wel de nationale vliegbelasting aanscherpen(nationale alternatieve maatregel). Naast het klimaateffect kunnen ookandere overwegingen een rol spelen, zoals de lastenverdeling, budget-taire opbrengsten, het risico op weglek, aantrekeffecten, first movervoordeel en vereenvoudiging van het belastingstelsel. Dit vraagt eenzorgvuldige afweging, waarbij in de ogen van het kabinet een effectiefbeprijzingsbeleid om de klimaatdoelen te halen centraal hoort te staan ende afbouw van fossiele regelingen geen doel op zich hoeft te zijn.Besluitvorming over een afbouwplan voor fossiele regelingen is vanwegede demissionaire status aan een volgend kabinet. De overwegingen in hetambtelijk Bouwstenenrapport voor een beter en eenvoudiger belasting-stelsel bieden samen met de uitgevoerde impactanalyses waardevolleinzichten die in toekomstige besluitvorming kunnen worden gebruikt.Nationale beleidsaanpassingen sinds Miljoenennota 2024Tijdens het Commissiedebat Internationale Fiscaliteit op 4 april 2024 hebik uw Kamer toegezegd een schriftelijk overzicht te verstrekken van deontwikkelingen met betrekking tot fossiele regelingen, zowel op nationaalniveau als binnen de Europese Unie, tussen de periode van de Miljoe-nennota 2024 en het moment van deze brief aan de Kamer.In de Miljoenennota-bijlage (26) over fossiele regelingen is een overzichtopgenomen van de afbouw van fossiele regelingen die reeds is ingezet ofis voorgenomen (zie box 24.1)6. Ten opzichte van dit overzicht zijn er opnationaal niveau verschillende beleidsontwikkelingen geweest, diebetrekking hebben tot fossiele regelingen en zijn samengevat in tabel 1.5Het is wel mogelijk om de heffing van accijns op kerosine gebruikt voor nationale vluchten in tevoeren. Tussen 1 januari 2005 en 1 januari 2012 was deze maatregel al van kracht, echter bleekde maatregel niet effectief en is deze zodoende vervallen.6Hiermee is tevens invulling gegeven aan een toezegging van MKE tijdens het plenair debatover afbouw van de salderingsregeling voor kleinverbruikers van 17 januari 2023 (Kenmerk2023D08572) en een toezegging van MKE tijdens een commissiedebat verduurzaming industrievan 29 maart 2023 (Kamerstuknummer TZ202304-065) (Kamerstuk 29 826, nr. 178).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14004 Hierin zijn de ontwikkelingen tot en met de voorjaarsnota 2024meegenomen.Ten eerste is met het pakket Belastingplan 2024 een aantal beleidsvoor-stellen om fossiele regelingen af te bouwen in ongewijzigde vormomgezet in wetgeving. Zo is in het Belastingplan 2024 opgenomen datdiverse bijzondere regelingen in de autobelasting versoberd worden dieook in box 24.1 van de bijlage van de Miljoenennota 2024 staan.Ten tweede heeft de parlementaire behandeling van het Belastingplan2024 geleid tot een aanpassing van een aantal beleidsvoorstellen omfossiele regelingen af te bouwen. Zo is bij de behandeling van hetBelastingplan 2024 het Wetsvoorstel Fiscale klimaatmaatregelen industrieen elektriciteit verworpen. Hierdoor vindt de voorgestelde afschaffing vande vrijstellingen voor mineralogische, metallurgische en elektrolytischeprocedés binnen de energiebelasting per 2025 geen doorgang. Hetzelfdegeldt voor de voorgestelde afbouw van de vrijstelling voor het duaal ennon-energetisch gebruik van kolen per 2028. Momenteel wordt er opverzoek van de Tweede Kamer een impactanalyse uitgevoerd naar hetafschaffen van vrijstellingen voor mineralogische en metallurgischeprocedés binnen de energiebelasting. Op basis van de nieuwe impact-analyse kan een nieuwe politieke weging ten aanzien van een afbouwpadplaatsvinden. Voor de afbouw van de inputvr(stelling ten aanzien van deenergiebelasting op aardgas voor toepassing in installaties voorzogenoemde warmtekrachtkoppeling (WKK’s) die beperkt wordt per 2025met een afbouwpad tot 2030 geldt dat in de nota van wijziging bij hetwetsvoorstel Fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw een extravrijstelling is geïntroduceerd voor elektriciteit bij eigen gebruik. Op basisvan de Motie Heijnen vindt momenteel een impactanalyse naar degevolgen van de afbouw van deze inputvrijstelling voor de industrieplaats. Deze zal uiterlijk met Prinsjesdag met uw Kamer worden gedeeld.Ook wordt het verlaagde tarief in de energiebelasting op aardgas voor deglastuinbouwsector afgebouwd in tien stappen tussen 2025 en 2035, inplaats van een afbouw in vijf stappen tussen 2025 en 2030 zoals eerdervermeld in de Miljoenennota 2024. Tot slot is de belastingvermindering inde energiebelasting met 28,31 euro verhoogd tot 631,39 euro inclusief btwper 2024.Ten derde hebben de voorstellen in de Voorjaarsnota 2024 tot een aantalwijzigingen in de omvang en afbouw van fossiele regelingen geleid. In deVoorjaarsnota stelt het kabinet voor om in 2024 een nieuwe kostencom-pensatieregeling voor de hoge energiekosten in de industrie (CEI-regeling)open te stellen. Voor de voorloper van deze regeling was geen budgetmeer vrijgemaakt. Daarnaast heeft het kabinet in de Voorjaarsnota degevolgen van het wegstemmen van de Wet «fiscale klimaatmaatregelenindustrie en elektriciteitssector» gewogen. In de Voorjaarsnota 2024 stelthet kabinet opnieuw voor om de vrijstelling in de kolenbelasting voorduaal en non-energetisch verbruik af te schaffen. Ten opzichte van hetoverzicht in de Miljoenennota 2024 wordt voorgesteld om de vrijstellingeen jaar eerder af te schaffen (2027 in plaats van 2028). Daarnaast stelt hetkabinet als technische invulling van de dekkingsopgave voor om debudgettaire derving als gevolg van het niet afschaffen van de vrijstellingvoor metallurgische en mineralogische procedés, te dekken via eenverhoging van het tarief in de derde, vierde en vijfde schijf van deenergiebelasting op aardgas. Dit heeft als gevolg dat de energiebelastingop aardgas minder degressief zal worden. De uiteindelijke verwerking vandeze maatregelen uit de voorjaarsnota 2024 is aan een nieuw kabinet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14005 Tabel 1: Overzicht van wijzigingen rondom fossiele regelingen t.o.v. overzicht MJN2024Gewijzigde regelingToelichting wijzigingBudgettaire opbrengst in mln. euro (+ = saldo verbeterend en afbouwfossiele regeling)2025202620272028Struc.Verhoging belastingverminderingin de energiebelasting naar€ 631,39 inclusief btw per 2024Amendement op het BP2024– 200– 200– 200– 200– 200Afschaffen verlaagd tarief in deenergiebelasting voor glastuin-bouw per 2025 (afbouwpad 2025– 2035)Afbouwpad verlengd bijamendement tot 2035 in plaatsvan 2030 in pakket BP2024– 16– 31– 49– 640Beperking inputvrijstellingelektriciteitsopwekkingExtra vrijstelling voor eigengebruik elektriciteit in BP2024– 45– 46– 47– 45– 42Compensatie EnergiekostenIndustrie (CEI)Voorstel Voorjaarsnota 202400000Niet afschaffen vrijstellingenergiebelasting voor mineralogi-sche en metallurgische procedésper 2025Maatregel is verworpen doorde Eerste Kamer bij behande-ling pakket BP2024– 166– 160– 162– 166– 196Niet afschaffen vr(stelling voorelektriciteit gebruikt voorchemische reductie en elektrolyti-sche procedésMaatregel is verworpen doorde Eerste Kamer bij behande-ling pakket BP2024Afschaffen vr(stelling in dekolenbelasting voor duaal ennon-energetisch verbruik per2027Maatregel is verworpen doorde Eerste Kamer bij behande-ling pakket BP202400– 84– 84– 5Afschaffen vr(stelling in dekolenbelasting voor duaal ennon-energetisch verbruik per2027Nieuw voorstel door hetkabinet bij VJN20240084845Verhoging van de energiebelas-ting op aardgas in de derde,vierde en vijfde schijfMaatregel is voorgesteld in deVoorjaarsnota 2024211209198187227 Europese ontwikkelingen7Uit de analyse in de Miljoenennota 2024 bleek dat in Nederland ongeveerde helft van alle geïnventariseerde fossiele regelingen (€ 20 miljard) hetgevolg is van internationale afspraken. Het gaat grotendeels om fiscaleregelingen. Als Nederland deze regelingen wil afbouwen moet het dusoptrekken met andere landen en is Nederland afhankelijk van Europese eninternationale initiatieven. Ook omdat het belangrijk is te voorkomen datuitstoot van broeikasgassen en economische activiteit verplaatst naarandere plekken op de wereld. Het kabinet heeft zich daarom in internati-onaal verband hard gemaakt om gezamenlijk de omvang van fossieleregelingen te inventariseren en te werken aan een afbouwpad. In hetvervolg van de brief ga ik in op de ontwikkelingen die in Europees eninternationaal verband hebben plaatsgevonden op dit vlak.Ontwikkelingen op Europees niveauOp 14 juli 2021 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voorherziening van de Richtlijn energiebelastingen (Revision of the EnergyTaxation Directive, ETD). Dit voorstel is onderdeel van het Fit-for-55-pakket. Het Fit-for-55-pakket geeft invulling aan het juridisch bindende7Tevens reactie op beslispunten 3, 4 en 14 uit de initiatiefnota van het lid TeunissenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14006 Europese broeikasgasreductiedoel van ten minste netto 55% in 2030t.o.v. 1990, zoals vastgelegd in de Europese Klimaatwet.8 De ETD bestaatsinds 27 oktober 2003. De herziening van de richtlijn is onder anderebedoeld om deze beter te laten bijdragen aan de aangescherpte klimaat-doelen. Hiertoe stelt de Commissie voor de belastingen op energiepro-ducten en elektriciteit in lijn te brengen met het energie-, milieu- enklimaatbeleid van de EU om zo de uitstoot van broeikasgassen teverminderen.Een van de juridische grondslagen van een aantal fiscale regelingen dieworden geduid als fossiele regelingen is de ETD. Het gaat hierbij onderandere om de accijnsvrijstelling voor de luchtvaart en zeevaart en deinputvrijstellingen voor gebruik van aardgas en kolen bij elektriciteitsop-wekking. De herziening van de ETD is dan ook een belangrijk moment omte bezien welke afspraken in Europees verband ten aanzien van de afbouwvan fossiele regelingen kunnen worden gemaakt.Nederland heeft zich in de Raadswerkgroep onderhandelingen ingezetconform het mandaat van het BNC-fiche.9 Op donderdag 25 april jl. vondde laatste ETD-raadswerkgroep plaats op basis van een inmiddelsafgezwakt compromisvoorstel met meer mogelijkheden voor verlaagdetarieven vrijstelling en lagere minimumtarieven. Het Belgische voorzitter-schap van de Raad van de Europese Unie wilde tijdens deze raadswerk-groep aftasten of de lidstaten van de Europese Unie verder wildentoewerken naar politieke agendering op de Raad Economische enFinanciële Zaken (Ecofin). Ondanks dat een aantal lidstaten de noodzaaktot politieke sturing onderschreven, gaf het overgrote deel van delidstaten aan dat het gezien de hoeveelheid lopende discussiepunten tevroeg is voor agendering op een Ecofin. Dit krachtenveld heeft ervoorgezorgd dat het Belgische voorzitterschap heeft besloten niet over te gaantot op politiek niveau van gedachten wisselen ten behoeve van hetverdere onderhandelingsproces. Ook plant het Belgische voorzitterschapgeen raadswerkgroepen meer in.In de tweede helft van 2024 zal Hongarije het voorzitterschap van de Raadvan de Europese Unie op zich nemen en vanaf dat moment zal dan ookhet politieke ambitieniveau ten aanzien van de ETD voor de komendeperiode duidelijk worden.Ondanks dat de onderhandelingen van de ETD momenteel dus tijdelijkstilliggen, informeer ik u graag over de algemene tendens van deonderhandelingen en vervolgens over de belangrijkste discussiepunten.Algemene tendensGedurende de besprekingen in raadswerkgroepverband zijn onder deafgelopen voorzitterschappen veel van de knelpunten voor de lidstaten uitde ETD op technisch niveau opgelost. In het algemeen kan wordenopgemerkt dat er tijdens de onderhandelingen een spanningsveld istussen enerzijds de klimaatambitie en anderzijds rekening houden met derecente situatie op de energiemarkt en verschillen tussen lidstaten in deenergiemix en geografische situatie. Op basis van het laatste compromis-voorstel is het ambitieniveau van de ETD ten opzichte van het oorspronke-lijke Commissievoorstel afgezwakt, doordat gedurende de onderhandelingsteeds meer concessies aan lidstaten zijn gedaan door middel vansectorspecifieke uitzonderingen en langere transitiepaden. De besluit-8Kamerstukken II, 32 813, nr. 808.9Kamerstukken II, 22 112, nrs. 3185 t/m 3198Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14007 vorming over het voorstel vindt – evenals bij andere fiscale voorstellen –plaats bij unanimiteit.Minimumtarieven, indexatie en noodremmechanismeDe herziening van de ETD voorziet onder meer in het verhogen van deminimumtarieven op verschillende brandstoffen en energieproducten.Gezien de recente hogere energieprijzen in veel lidstaten ligt de besluit-vorming over dit thema zeer gevoelig, zeker in lidstaten die nu tarievenhanteren die liggen rond de in de huidige richtlijn vastgestelde minima. Inhet laatste compromisvoorstel is wel voor Nederland een aantal belang-rijke punten opgenomen, zoals het voorkomen van inperking vannationale beleidsvrijheid om boven de minimumtarieven de energiebe-lasting vorm te geven waaronder de vrijheid om de hoogte van hetelektriciteitstarief te kiezen (conform het BNC-fiche). In het laatstecompromisvoorstel is, ingevolge het verzoek van meerdere lidstaten, ookeen maximering van indexatie van de minimumtarieven opgenomen.Verder is een noodremmechanisme opgenomen. Dit betreft demogelijkheid om voor een korte periode tarieven te verlagen ook onder deminimumtarieven zonder derogatieprocedure als prijzen over eenbepaalde periode met een bepaald percentage stijgen ten opzichte vaneen daaraan voorafgaande periode.LuchtvaartIn het laatste compromisvoorstel wordt de kerosine voor vluchten binnenEuropa belast. Het laatste compromisvoorstel voor de luchtvaart geeftuitzonderingen voor eilanden en gaat uit van langere transitieperiodesdan in het oorspronkelijk Commissievoorstel. Het belasten van kerosine iséén van de instrumenten om de externe kosten van vliegen beter tebeprijzen. Naast het voorstel tot belasten van kerosine in de ETD wordt deluchtvaart ook beprijsd middels het EU ETS voor de luchtvaart en denationale vliegbelasting. Daarnaast is er in mei 2023 in Europa eenakkoord bereikt over een bijmengverplichting voor duurzame luchtvaart-brandstoffen: ReFuelEU Aviation. Met deze stand van zaken brief wordt ertevens weer een update gegeven over de uitvoering van motie metKamerstuk 29 232, nr. 36 van de heer Van Otterloo. De motie verzoekt deregering tot het herzien van luchtvaartverdragen ten behoeve van hetbelasten van luchtvaartbrandstof. De recente besprekingen overherziening van de ETD zijn hier de invulling van.ScheepvaartVeel lidstaten zijn tegen het belasten van brandstoffen van de gehelescheepvaart. Het oorspronkelijke commissievoorstel betreft alleen hetbelasten van scheepvaart binnen Europa. Met name lidstaten met, ofbestaande uit, eilanden zijn terughoudend in het belasten van de zeevaart.Zij vrezen economische gevolgen gezien hun afhankelijkheid van dezeevaart. De effecten op de zeevaart lijken echter te worden beperktomdat op basis van het Douanewetboek van de Unie sprake zal zijn vanwederuitvoer of uitvoer. Beide zijn geen belastbare feiten Door samenloopmet douanewetgeving en de horizontale accijnsrichtlijn kan er daardoorgeen accijns op stookolie bij maritieme scheepvaart worden geheven alssprake is van wederuitvoer of uitvoer. Nederland heeft zich vooral ingezetjuridische helderheid te krijgen over wat er wel en niet belast kan wordenin de zeevaart, Indien ingevolge het laatste compromisvoorstel debinnenvaart zal worden belast, zal dat betekenen dat de Akte vanMannheim (Gasolieprotocol) moet worden aangepast, zodat brandstoffenbelast kunnen worden. In het laatste compromisvoorstel is een vrijstellingvoor de visserij binnen de ETD opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14008 Mineralogische procedésIn het oorspronkelijke Commissievoorstel wordt aardgas en elektriciteitgebruikt in mineralogische procedés onder de reikwijdte van de richtlijngebracht waarmee lidstaten deze niet langer volledig mogen vrijstellen.Dit betreft onder andere de keramische- en baksteenindustrie. Dieaanpassing is ondanks kritiek van enkele lidstaten ook in het laatstecompromisvoorstel overeind gebleven zij het wel met een transitiepe-riode.Inperking WKK vrijstellingDe vrijstelling voor aardgas gebruikt in warmtekrachtkoppelingen (WKK)wordt in het oorspronkelijke Commissievoorstel ingeperkt zodat voor hetaardgas gebruikt voor warmteopwekking het minimumtarief gaat gelden.Dit is in lijn met de recente aanpassing van de WKK-regeling in deNederlandse energiebelasting. In het laatste compromisvoorstel is dezeaanpassing overeind gebleven zij het wel met een transitieperiode.Afschaffing andere fossiele regelingenNederland heeft zich conform het BNC-fiche ingezet om de Europeseafschaffing van andere fossiele regelingen die in het oorspronkelijkeCommissievoorstel niet werden ingeperkt of afgeschaft bespreekbaar temaken. Hiervoor bleek echter geen draagvlak bij de andere lidstaten.Ontwikkelingen op internationaal niveauIn diverse internationale gremia wordt gesproken over (de afbouw van)fossiele regelingen. Hieronder wordt op enkele initiatieven/gremia naderingegaan.Gezamenlijke verklaring tijdens de VN-Klimaatconferentie in Dubai(COP28)Tijdens de VN-Klimaatconferentie in Dubai (COP28) heeft Nederland eeninternationale alliantie gelanceerd om gezamenlijk op te trekken bij hetafbouwen van fossiele brandstofsubsidies10. Dit samenwerkingsverband,waar Nederland voorzitter van is, krijgt momenteel verder vorm metonder andere een secretariaat dat de deelnemende landen zal onder-steunen. Deze maand vindt op technisch niveau met de betrokken landenoverleg plaats en marge van de bijeenkomst van het VN-klimaatverdrag(UNFCCC) in Bonn. Landen die momenteel zijn aangesloten zijn onderandere Nederland, Oostenrijk, België, Ierland, Spanje, Finland, Antigua enBarbuda, Canada, Frankrijk, Denemarken, Costa Rica, Luxemburg enZwitserland.Coalition of Finance Ministers for Climate ActionDe Coalition of Finance Ministers for Climate Action (CFCMA) is een in2019 opgerichte coalitie die zich richt op het delen van informatie enervaringen op het gebied van klimaatacties door Ministeries vanFinanciën. 92 Landen zijn lid van de Coalitie. Sinds april 2023 is Nederlandco-voorzitter, samen met Indonesië. Van 15 tot 19 april vond de voorjaars-vergadering 2024 van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en deWereldbank (WB) plaats in Washington D.C. En marge van de Voorjaars-vergadering vond de 11e ministeriële bijeenkomst van de CFMCA plaats.10COP28: Nederland lanceert internationale coalitie voor afbouw fossiele subsidies | Nieuwsbe-richt | Rijksoverheid.nl, Nieuwsbericht, 9 december 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14009 Hier werd onder andere stilgestaan bij de rol van prijsprikkels, waaronderfossiele regelingen. Het doel van de uitwisseling was het stimuleren vaneen gesprek tussen Ministers over de uitdagingen, barrières en kansen dieze ondervinden bij het afbouwen van fossiele regelingen. De coalitie zal inde loop van 2024 ook op technisch niveau met elkaar spreken over bestpractices met betrekking tot het afbouwen van fossiele regelingen.IFCMATijdens de OESO Ministeriële bijeenkomst van 10 juni 2022 heeft deOrganisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)het Inclusive Forum on Carbon Mitigation Approaches (IFCMA) gelan-ceerd. De opzet van het initiatief is om de verschillende opties voorklimaatbeleid (CO2-beprijzing, regulering, overige maatregelen) beter inkaart te brengen en om de CO2-impact van deze verschillende maatre-gelen beter te kunnen vergelijken. Het is hierbij de bedoeling om ookniet-OESO landen (met name de grote CO2-uitstoters) te laten deelnemen.Het IFCMA dient 3 doelen, waaronder 1) het verbeteren van het nationaleklimaatbeleid door te leren van buitenlandse ervaringen, 2) beterecoördinatie van klimaatbeleid van verschillende landen door het facili-teren van een multilaterale dialoog op basis van technische en objectieveanalyses van klimaatbeleid en 3) verder ontwikkelen van methoden om deCO2-impact van beleid te ramen (bijvoorbeeld ten behoeve van debegroting).Tot slotMet het overzicht van fossiele regelingen in de Miljoenennota 2024 heefthet kabinet een belangrijke stap gezet in het bevorderen van transparantieop dit dossier. Daarnaast heeft het kabinet in internationaal verband actiefgepleit om met andere landen te bezien welke fossiele regelingen kunnenworden afgebouwd en ook op nationaal niveau een stap gezet met deafbouw van fossiele regelingen en de verdere vergroening van hetbelastingstelsel.Zoals ik heb geschetst in de Fiscale beleids- en uitvoeringsagenda (2024),is het werk hiermee echter niet klaar. Het huidige beprijzingsniveau is naarverwachting namelijk onvoldoende om de nationale klimaatdoelen terealiseren. Aanvullend beleid kan mogelijk deels vorm krijgen via eenverdere afbouw van fossiele regelingen, maar alternatieve beprijzings-maatregelen zijn in een aantal gevallen effectiever om hetzelfde doel tebereiken. Dit moet zorgvuldig worden gewogen waarbij ook moet wordengekeken naar de lastenverdeling en het risico op weglek. Besluitvormingis aan een volgend kabinet, waarbij de door het kabinet uitgevoerdeimpactanalyses en de overwegingen in het ambtelijk Bouwstenenrapportvoor een beter en eenvoudiger belastingstelsel waardevolle inzichtenkunnen leveren.De Staatssecretaris van Financiën,M.L.A. van RijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 140010
Gerelateerde bronnen
- De minister voor Klimaat en Energie zegt toe dat hij en de staatssecretaris van Financiën de Kamer dit voorjaar een brief over fossiele voordelen doen toekomen.
De minister voor Klimaat en Energie zegt toe dat hij en de staatssecretaris van Financiën de Kamer dit voorjaar een brief over fossiele voordelen doen toekomen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.