KamerkringInloggen
Marnix van Rij

Officieel Kamerprofiel

Marnix van Rij

14debatten
190bijdragen
1interrupties
55.970woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Rij: Voorzitter, dank. Na deze aanmoediging van collega Harbers om beknopt te zijn over de fiscaliteit, zal ik daar een poging toe doen. Er zijn vragen gesteld over de brandstofaccijnzen. Er zijn ook vragen gesteld over de motorrijtuigenbelasting. Er zijn ook vragen gesteld over met name hybride auto's. Uiteindelijk zijn er ook nog vragen gesteld over de bpm en de parallelimport. Ik wil die onderwerpen een-voor-een behandelen. Eerst de accijnzen. Verschillende sprekers hebben erop gewezen — de heer Van Houwelingen begon ermee — dat we in 2022 inderdaad de situatie van de energiecrisis hebben gehad met de torenhoge inflatie. Toen heeft dit kabinet in de ministerraad van 9 maart meteen het voorstel gedaan om de accijnzen op benzine en diesel tijdelijk te verlagen: voor benzine van 82,37 cent naar 65 cent en voor diesel van 52,85 cent op 51,63 cent. We waren daarin overigens niet het enige land; ook België en Duitsland deden dit. Duitsland deed dat veel korter; België was een week eerder. We zeiden dat we dat tijdelijk zouden doen en dat we het uiteindelijk weer zouden verhogen. Uiteindelijk heeft de eerste verhoging plaatsgevonden op 1 juli 2023. Zoals verschillende sprekers hebben aangehaald, is al bij de Algemene Politieke Beschouwingen vorig jaar, bij de Algemene Financiële Beschouwingen en ook bij de Belastingplan gezegd dat we de tweede verhoging niet voor 2024 doen. De indexatie op deze motorrijtuigenbelasting en deze accijnzen — op alle belastingen vindt een indexatie plaats — heeft wél in 2024 plaatsgevonden. Dat was een hoge indexatie, 9,9%. Dat is eigenlijk het gevolg van de formule voor de indexatie en inflatietabelcorrectie die we hebben in de belastingwetten. We hebben de accijnzen niet verhoogd, maar op zichzelf is die indexatie er wel. Het was aanvankelijk de bedoeling — ik moet het even heel goed zeggen — van het kabinet om de accijnzen te verhogen, maar in dat amendement is gezegd dat niet te doen. Het is natuurlijk aan een volgend kabinet om daar wel of niet iets mee te doen. Ik ga net als collega Harbers niet het hoofdlijnenakkoord en de financiële tabel beoordelen, maar we hebben die wel gelezen. Dat is het wat betreft de ontwikkeling van de brandstofaccijnzen.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Rij: Dat debat hebben we natuurlijk gevoerd. Op 9 maart 2022 heeft de ministerraad het voorstel gedaan. Bij de Voorjaarsnota van 2023 hebben we het debat in deze Kamer gehad. Toen hebben we in alle objectiviteit gezegd dat het een ruwe maatregel is. Het is geen gerichte koopkrachtmaatregel. Dat debat hebben we toen ook gehad. Tegelijkertijd heeft datzelfde kabinet toen ook heel nadrukkelijk gerichte koopkrachtmaatregelen genomen. Ik verwijs alleen al naar wat collega Carola Schouten, verantwoordelijk voor APP, toen gedaan heeft, naar de vergoeding die iedereen kon aanvragen met een inkomen tot 120% van het minimuminkomen. Dat was een keuze die snel gemaakt moest worden, net zo goed als de verlaging van het btw-tarief op de energiebelasting die we toen hebben ingevoerd. Dat was ook een enigszins ruwe maatregel. Later in dat jaar hebben we hele gerichte maatregelen genomen met het huishoudplafond. Het klopt. Het was een wat ruwe maatregel. Het was geen maatregel om te nivelleren. Het was ook geen maatregel om te denivelleren. Het was een maatregel in dat totale pakket. Zo moet u het zien. Voorzitter, dan ga ik met uw welnemen door naar de volgende vraag. Die gaat over het volgende. Dan wil ik toch even, als dat mag, als fiscalist …

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Rij: Voorzitter, zou u me even de gelegenheid willen geven om te zeggen wat ik wil zeggen? Oké. Er wordt hier over "wegenbelasting" gesproken. De wegenbelasting is in 1994 afgeschaft. De wegenbelasting is in 1926 ingevoerd. Het heet motorrijtuigenbelasting. Voorzitter, dat was heel kort, dacht ik. Ik zou dus willen voorstellen om niet meer over de wegenbelasting te spreken, maar over de motorrijtuigenbelasting. Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota maatregelen voorgesteld om de accijnzen en de motorrijtuigenbelasting te verlagen. De korting op de accijns is met één jaar verlengd. Dat is net besproken. Elektrische auto's krijgen tot 2030 een korting in de motorrijtuigenbelasting. Besluitvorming over verdere maatregelen is aan een volgend kabinet. Voorzitter. Dat geldt eigenlijk ook voor de vraag over de kleine auto's. Dat was een vraag van mevrouw Postma. Zouden we niet met z'n allen kunnen kijken naar verschillende verhoudingen in de motorrijtuigenbelasting en de gewichtsklasse? Het is aan een nieuw kabinet om ook daarover eventueel een besluit te nemen. Het algemene motorrijtuigenbelastingtarief voor benzineauto's, ook de kleinere, is voor het laatst in 2017 met 2,7% verlaagd. Ik wil benadrukken dat het huidige kabinet de tarieven voor de kleine auto's in de motorrijtuigenbelasting niet heeft verhoogd. Voorzitter. Ik ga graag door naar de volgende vraag. Dat betreft de vraag over de hybride auto's. Die vraag was ook van mevrouw Postma. In de Voorjaarsnota is opgenomen dat er vanaf 2026 een nieuwe beperkte tariefkorting in de motorrijtuigenbelasting voor volledig elektrische auto's komt. Met deze tariefkorting wordt gecorrigeerd voor het technisch meergewicht als gevolg van het accupakket. Voor de plug-inhybrideauto's vervalt de huidige korting na 2025. Ook deze auto's hebben een technisch meergewicht door een klein accupakket. Gegeven de beperkte middelen heeft het kabinet zich gericht op de volledig elektrische auto's, omdat de CO2-winst van deze auto's het grootst is. Voorzitter. Dan ga ik naar de parallelimport. Mevrouw Postma vroeg of wij iets weten over de zogenaamde krentenbollenfraude. Ja, daar weten wij heel veel van. Ik zal het even staccato doen. Mevrouw Postma heeft gelijk dat bij import de hoogte van de bpm afhankelijk is van de waarde van het voertuig. Dat levert dus een prikkel om die waarde zo laag mogelijk te hebben. Dat kan bijvoorbeeld door zelf schade aan de auto toe te brengen. Dat kan een miniem krasje zijn. Je kunt dat ook zeker doen door krassen in cirkeltjes aan te brengen, vandaar dat dat ook wel de krentenbollenfraude wordt genoemd. Deze praktijk wordt door sommige kantoren zelfs aangemoedigd. Die gaan daar dan vervolgens over procederen. Tijdens een van de werkbezoeken aan Belastingdienst Maastricht, die verantwoordelijk is voor de parallelimport bij de bpm, kregen vier ambtenaren toen ik binnenkwam de gelegenheid om een pitch te doen. Een van hen begon hierover. Toen zei ik: het kan toch niet waar zijn dat drie kantoren hier een verdienmodel van maken. Dat zijn "no cure, no pay"-kantoren. We hebben daarop ingegrepen, uiteraard met goedkeuring van de Tweede en de Eerste Kamer. Dat betrof ook de no cure, no pay bij de WOZ. We hebben de wet daar dus flink op aangescherpt, zodat dat verdienmodel eigenlijk niet meer aantrekkelijk is. Hoe gaat het in zijn werk? Een burger tekent, vaak zonder te lezen waarvoor. Hij tekent er eigenlijk voor dat zo'n "no cure, no pay"-kantoor tot en met het gerechtshof kan doorprocederen. Vervolgens kan het een groot deel van de procesvergoeding in eigen zak steken. Die procesvergoeding komt nu gewoon bij de belastingplichtige terecht en is verminderd. Daarnaast is het ook verplicht geworden om de auto voor controle te tonen bij Domeinen Roerende Zaken. Er is ook geregeld dat slechts 31% van de schadekosten mag worden aangemerkt als waardevermindering. Daarnaast gaat de Belastingdienst meer subjectgericht toezicht houden, dus met controle op het niveau van de grotere importeur in plaats van per voertuig. We gaan in het kentekenregister transparant maken of er gebruik is gemaakt van een taxatierapport en het bpm-proces wordt de komende jaren gedigitaliseerd. Ik verwacht uw Kamer hierover op zeer korte termijn per brief te informeren.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Rij: Daar komen we in de brief op terug. Dat is, denk ik, nog te vroeg. Dit is een actie van dit kabinet. Dat is dus eigenlijk in gang gezet na die werkbezoeken. Die wetgeving dateert nog maar van 1 januari jongstleden. Het kostte ook nog wel enige tijd — dat geldt ook voor die digitalisering — maar we zijn duidelijk op de goede weg. We zien een enorme afname van de no cure, no pay bij de WOZ-waardes. Maar op dit punt zou ik vragen of mevrouw Postma een beetje geduld wil betrachten. Dan komen wij daar in de brief op terug.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Rij: In de brief zullen we er zo uitgebreid mogelijk op ingaan. Zoals ik al gezegd heb, is dit ook iets wat je over een aantal jaren moet zien. We zullen opnemen wat dat bij benadering oplevert aan extra opbrengsten. Of eigenlijk zou je moeten zeggen: gederfd inkomen dat we nu als Staat wél krijgen. Voorzitter. Met uw goedvinden ga ik door naar de vraag van mevrouw Veltman. Die ging over de reiskostenvergoeding. Dan moet ik echt even op mijn spiekbriefje kijken. Die reiskostenvergoeding, dus wat werkgevers per zakelijke kilometer onbelast mogen vergoeden, is van €0,19 naar €0,23 gegaan. 89% van de werkgevers biedt een variant op die reiskostenvergoeding aan. Het meest gebruikelijke is een kilometervergoeding voor gebruik van een privéauto. 55% van de werkgevers biedt dat aan. 60% van de werknemers die een kilometervergoeding ontvangen, krijgt het maximaal gericht vrijgestelde bedrag. Toen we het onderzoek deden, was dat nog €0,19. We hebben het namelijk pas recent in twee stapjes naar €0,23 verhoogd. Er ligt overigens ook een evaluatie bij de Kamer. Mijn opvolger zal die ongetwijfeld voortvarend oppakken. 16% van de werknemers ontvangt een lagere kilometervergoeding dan het fiscaal maximum, en 14% van de werknemers ontvangt een hogere vergoeding dan het fiscale maximum. Werkgevers zijn wettelijk namelijk niet verplicht om het fiscale maximum, dat momenteel €0,23 is, zoals gezegd, ook daadwerkelijk te vergoeden. Als een werkgever ervoor kiest om een lagere vergoeding te geven, is het nog steeds mogelijk om tot het maximum uit te keren, via een salderingsregeling of via het uitruilen van arbeidsvoorwaarden. Daar zijn ook verschillende cao's voor, waarin dat geregeld is, onder meer in de cao van het Rijk. Daar wil men het fietsen stimuleren; dan krijg je €0,30, en als je met de auto gaat €0,09. Als je dan wat ruimte overhoudt in die berekening, dan word je alsnog vergoed voor die hogere fietsvergoeding. Je ziet zelfs dat die onbelaste reiskostenvergoeding gebruikt wordt om ingeruild te worden, bijvoorbeeld voor een eindejaarsuitkering, die normaal gesproken bruto belast is. Maar als je het niet gebruikte deel van de onbelaste reiskostenvergoeding daarvoor gebruikt, dan krijg je in plaats van een bruto-eindejaarsuitkering voor dat deel een netto-eindejaarsuitkering. Voorzitter, het is een heel verhaal. Ik hoop dat het allemaal netjes wordt vastgelegd; daar ga ik vanuit. Daar zal ongetwijfeld nog wel verder op worden teruggekomen. Voorzitter. De laatste vraag is van mevrouw Postma. Wordt het gesprek aangegaan over de kosten van autobezitters met de provincie? Daar kan ik heel kort en goed over zijn. De provincie heeft geen eigen belastinggebied; zij heeft alleen de opcenten. De opcenten op de motorrijtuigenbelasting vallen onder de algemene middelen. Er is geen relatie met verkeers- en vervoersbeleid bij de provincie. Sterker nog: toen we als kabinet aan het nadenken waren over het rekeningrijden, waar we mee gestopt zijn omdat we demissionair werden, waren de provincies terecht zeer gespitst op de vraag wat dat zou betekenen voor de hun opbrengsten. Daar heeft collega Harbers net op gewezen. Zo hebben we het in Nederland nou eenmaal geregeld, grondwettelijk, en ook in het kader van de financiële verhoudingen tussen het Rijk en de provincies.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Rij: Die eerste vraag betreft de verkeersboetes. Daar gaat noch de staatsecretaris, noch deze minister over. Daar gaat de minister van Justitie over. Dus ik zou die vraag ook doorverwijzen naar de minister van Justitie en Veiligheid. Het zou ongepast zijn om daar nu allerlei uitspraken over te doen. Voorzitter, ik ben ontzettend blij dat u mij helpt te herinneren aan de vraag van de heer Eerdmans, want ik vond die vraag zo charmant. Ik ken de heer Eerdmans ook. Hij is op dat punt gewoon ongelofelijk consequent, met zijn pleidooi voor de oldtimers. Ik moet heel eerlijk het volgende zeggen. Laatst was ik met mijn echtgenote in Friesland. Toen reden we daar bij Hindeloopen, langs de dijk — voorzitter, u weet het. Het was op een zondagochtend, en er kwamen allemaal van die oldtimers langs. Toen had ik als staatssecretaris van Financiën even een zwak moment. Ik dacht: eigenlijk heeft de heer Eerdmans wel gelijk. Maar toen deed ik het raampje open, en het riekte een beetje. En toen dacht ik: nou ja, misschien toch maar geen vrijstelling. Voorzitter, dank.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Rij: Voorzitter. De heer Heutink dacht dat ik al afscheid had genomen bij het debat over de Voorjaarsnota. Dat dacht ik ook, maar er zijn nog twee debatten geweest. Dit lijkt wel het laatste debat te zijn. En ik denk dat hij refereert aan mijn citaat uit Prediker 3.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Rij: Nee, hoor. Ik houd het echt bij Prediker 3. Dat heb ik overigens niet volledig voorgelezen. Maar het is wel een aanrader, voor degenen die daar nog in geïnteresseerd zijn.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Rij: Zeker, maar ik werd aangemoedigd door de Voorzitter van de Tweede Kamer om een stichtelijk woord te spreken. Ik heb natuurlijk goed geluisterd naar de Voorzitter en dat heb ik gedaan. Dat was niet omdat ik zelf vond dat ik uit Prediker 3 moest gaan citeren. Het was echt een verzoek van de Voorzitter, de heer Bosma, die een mooie traditie heeft neergezet. Voorzitter. De motie op stuk nr. 83 ontraden wij, want die is niet gedekt. Dat is dus ook de argumentatie. Voorzitter. Ik wil voorstellen om de motie op stuk nr. 87 aan te houden. Dat is echt iets voor een volgend kabinet. Er is augustusbesluitvorming. Dat is mijn voorstel. Als de motie niet aangehouden wordt, ontraden wij haar.

Bron, video en gesprek →