Uitgangspunten Programma Vernieuwing Stalbeoordeling
Brontekst
Versie 262b4c9f44f7c3dd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 973Toekomst veehouderijNr. 258 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2024Voor een toekomstbestendige veehouderij is een nieuw stelsel vanstalbeoordeling nodig. Samen met de Minister van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) werk ik hieraan in het programmaVernieuwing Stalbeoordeling. Zoals ook in het regeerprogrammavermeld, is het doel van het te vernieuwen stelsel van stalbeoordeling ominnovaties voor het reduceren van stalemissies (ammoniak, fijnstof, geur,broeikasgassen) te beoordelen. Het stelsel van stalbeoordeling vormtdaarmee een bouwsteen voor vergunningverlening, doelsturing,toepassing van continu meten en het met vertrouwen toepassen vaninnovaties. Voor broeikasgassen uit veehouderij gelden geen grens-waarden, zoals voor andere stalemissies, maar het stelsel kan ookhiervoor informatie bieden over de prestatie van technieken, systemen enmaatregelen.Het beoogde stelsel biedt een toetsingskader voor milieubelastendeactiviteiten en kan ook een basis bieden voor toestemmingverlening vanNatura 2000-activiteiten. Zoals aangekondigd in het regeerprogrammainformeer ik u bij deze, mede namens de Minister van LVVN, over deuitgangspunten voor het nieuwe stelsel en de vervolgstappen. Dezeuitgangspunten zijn tot stand gekomen op basis van diverse adviesrap-porten en stakeholdergesprekken. Er wordt voortgebouwd op dehoofdlijnen die in de eerdere Kamerbrieven van 30 juni 2023 (Kamerstuk29 383, nr. 406) en 23 januari 2024 (Kamerstuk 28 973, nr. 254) zijngecommuniceerd: publiek-private verantwoordelijkheid voor stalbeoor-deling; toevoegen van de mogelijkheid tot continue bedrijfsmetingen; enintegrale beoordeling van stalinnovaties.Verantwoordelijkheden op de juiste plekOm te toetsen of een stal voldoet aan de emissiegrenswaarden voorammoniak en fijnstof en plaatselijke geurnormen wordt gebruik gemaakt kst-28973-258ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 973, nr. 2581 van emissiefactoren. Emissiefactoren drukken de emissie uit in eenhoeveelheid per dierplaats per jaar.In het huidige stelsel van stalbeoordeling (ook wel de «Rav-systematiek»genoemd, die is overgegaan in de Omgevingswet) worden emissiefac-toren voor emissiearme stalsystemen en technieken vastgesteld nametingen op meestal vier proeflocaties, conform het daartoe geldendemeetprotocol. Deze emissiefactoren worden opgenomen in bijlagen V enVI van de Omgevingsregeling. Dit betekent dat om een nieuwe emissie-factor op te nemen, of een bestaande factor te wijzigen, een wijziging vande Omgevingsregeling nodig is, met het traject dat daarbij hoort. Volgensdiverse onderzoeken (zie de hierboven genoemde Kamerbrieven) blijkentechnieken in de praktijk helaas minder of zelfs geen significanteammoniakemissiereductie te bieden. Hierin wordt ook gesteld dat dereguleringssystematiek in de gehele keten van ontwerp, beoordeling engebruik van een emissiearm stalsysteem niet voldoende functioneert. Inhet huidige proces is het op detailniveau vaststellen van de systeembe-schrijving met emissiefactor de verantwoordelijkheid van de Staatssecre-taris van IenW. Het complexe proces daartoe verstoort de marktdynamiekwaardoor producenten van emissiearme stalsystemen en technieken enveehouders onvoldoende in positie worden gebracht.De eerste stap om veehouders en producenten van technieken beter inpositie te brengen om emissiearme stalsystemen en technieken ook in depraktijk optimaal te laten functioneren, begint met de verantwoorde-lijkheid voor de beoordeling, vaststelling en registratie van nieuwetechnieken te beleggen in een privaat stelsel. De overheid houdt toezichtop het goed functioneren van dit stelsel en het behalen van milieudoelen.Uitgangspunt voor het nieuwe stelsel is dat er een logische verdeling vanverantwoordelijkheden moet worden ontwikkeld. De komende tijd wordtsamen met het Nederlandse Normalisatie Instituut (NEN) uitgewerkt hoeeen stelsel van accreditatie en certificering kan worden opgezet om dezepubliek-private verantwoordelijkheidsverdeling vorm te geven. In deontwikkeling wordt aangesloten bij staand beleid over het gebruik vandeze instrumenten, zoals verwoord in Kamerstuk 29 304, nr. 6.Hiervoor is het noodzakelijk dat voldoende gekwalificeerde partijen hierinvulling aan willen geven. De zekerheid van prestaties van emissiearmestalsystemen en technieken moet worden verhoogd, maar het vergrotenvan zekerheid gaat vaak gepaard met kosten. Betaalbaarheid en dekostenverdeling tussen partijen binnen het stelsel zijn daarin belangrijk. Inde nadere uitwerking zal hiermee rekening gehouden worden.Om zo veel mogelijk aan te sluiten bij internationale ontwikkelingen enom partijen die nieuwe technieken ontwikkelen een zo groot mogelijkemarkt te kunnen laten bedienen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaaktvan reeds bestaande (inter)nationale normen. Een norm voor hettoekennen van een emissielabel aan emissiearme technieken bestaat niet,daarom zal gewerkt worden aan de ontwikkeling van deze normen, omdeze toekenning door geaccrediteerde instellingen mogelijk te maken.Momenteel wordt op verschillende plekken al geëxperimenteerd metcontinu meten van stalemissies en doelvoorschriften. In de specifiekevergunningen waar het in die situaties om gaat, worden dan ookbepalingen opgenomen om dit mogelijk te maken. De ervaringen diedaarin momenteel worden opgedaan zijn nuttig voor de ontwikkeling vanhet vernieuwde stelsel voor stalbeoordeling. Om fragmentatie tevoorkomen, is bij deze ontwikkeling het uitgangspunt om zoveel mogelijkin algemene regels te regelen wat algemeen kan en in vergunningen teregelen wat specifiek moet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 973, nr. 2582 Innovatie met reële zekerheidDankzij technologische ontwikkelingen zijn sensoren om de ammoniak-emissie continu te meten goedkoper en beter beschikbaar geworden.Alleen is op dit moment niet elk type stal geschikt om met sensorengemeten te worden. Het continu meten van ammoniakemissie heeft alsvoordeel dat dit toegepast kan worden in combinatie met een emissie-plafond in de vergunning en dit vergroot de zekerheid over de daadwerke-lijke emissie van de stal. Veehouders kunnen met de data op emissiessturen, omdat zij actuele informatie ontvangen over de prestaties van detechniek en hun management. Dit geeft veehouders de ruimte om in tespelen op nieuwe ontwikkelingen. Er wordt momenteel, onder andere viahet Regieorgaan «Versnellen innovatie emissiereductie duurzameveehouderij», kennis en ervaring opgedaan met vergunningen op basisvan doelvoorschriften met een emissieplafond, in combinatie met continumeten. Deze optie wordt ook verder doorontwikkeld voor de milieuver-gunningverlening. Voor broeikasgassen en fijnstof vorderen de technischeontwikkelingen op dit vlak ook, voor geurhinder wordt nog fundamenteelonderzoek verricht. De ontwikkeling van het vernieuwde stelsel voorstalbeoordeling wordt zoveel mogelijk onafhankelijk van het type emissieingezet, zodat doelvoorschriften voor andere emissies dan ammoniak ookkunnen worden gebruikt wanneer de technische ontwikkelingen vergenoeg gevorderd zijn.Omdat een vergunning op basis van doelvoorschriften voorlopig naarverwachting alleen voor ammoniak mogelijk zal zijn (gezien de technischemogelijkheden om dat met sensoren betrouwbaar te doen) en dit ook(nog) niet in alle situaties mogelijk (bijvoorbeeld in zeer open stallen) ofwenselijk is, wordt ook een forfaitair stelsel in stand gelaten. Er wordt dusingezet op een hybride stelsel, waarbij bedrijven voor ammoniakemissiekunnen kiezen uit twee opties: een (forfaitaire) emissielabelvergunning ofeen doelvoorschriftenvergunning. Beide opties worden in het publiek-private stelsel, zoals hierboven is toegelicht, nader uitgewerkt. Bij eendoelvoorschriftenvergunning kan het bedrijf een emissieplafond krijgen,gekoppeld aan continue metingen van de ammoniakuitstoot of eenandere vorm van monitoring.Bij een vergunning op basis van een emissielabel geldt dat de forfaitairegemiddelde emissiereducerende werking van een staltechniek geenvolledige zekerheid geeft voor de emissiereductie in een bepaalde stal.Daarom zullen, anders dan bij de huidige emissiefactoren, onzekerheids-marges gehanteerd gaan worden in het emissielabel. Die marges zullengebaseerd zijn op de uitkomsten van (continue) metingen, waarbijborging en zekerheid worden meegenomen.Integrale beoordelingHet te ontwikkelen emissielabel bevat indicatoren voor ammoniak, geur,fijnstof en broeikasgassen. Een emissielabel kan daarnaast alleen aan eenstaltechniek worden verleend als aan minimale eisen met betrekking totveiligheid, dierenwelzijn en het voorkomen van afwenteling wordtvoldaan. Andere aspecten (bijv. mestkwaliteit en gevolgen voor emissiesbij mestverwerking en mestaanwending) worden ook beoordeeld, zodatinnovatie voor het ene doel niet ten koste gaat van het andere. Er wordtonderzocht in hoeverre emissielabels ook van toepassing gemaakt kunnenworden op combinaties van technieken, managementmaatregelen entotaalconcepten. Lacunes en overlap tussen stalbeoordeling en hetmestbeleid worden vermeden. In de uitwerking hiervan is oog voor hetblijven aanjagen van goed werkende innovatie en het voorkomen vanextra complexiteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 973, nr. 2583 Kortetermijnverbeteringen in stalbeoordelingHet ontwikkelen van een nieuw stelsel voor stalbeoordeling zoals hiervoorbeschreven is een complexe opgave waar tijd voor nodig is. Parallel aande verbetering van het stelsel werk ik daarom ook aan een aantalkortetermijnverbeteringen binnen de huidige systematiek. Met dezewijzigingen hoeft niet gewacht te worden en de verbeteringen kunnenmeegenomen worden naar het nieuwe stelsel. Het uitvoeringsproces doorRVO wordt gewijzigd: de proefstalaanvraag die voorheen werd gedaan,wordt opgesplitst in meerdere adviesaanvragen. Hierbij wordt bij RVOeerst advies ingewonnen over de innovatie en pas daarna over detoepassing op proeflocaties. Hiermee wordt ook beter aangesloten op deprocessen onder de Omgevingswet, waarin nu het bevoegd gezag debeslissing neemt over het toestemmen van een zogenoemde proefstal.Het bevoegd gezag kan hierbij advies vragen aan RVO. Het RVO-onderdeeldat zich hiervoor inzet is hernoemd naar Loket Advies Stalemissies (LAS).Borging en zekerheid spelen een grote rol in het te ontwikkelen stelsel,maar ook op korte termijn wordt onderzocht wat op dit vlak nu al haalbaaris. Emissiearme stalsystemen en technieken met een emissiefactorworden beschreven in een systeembeschrijving. Het versienummerhiervan is vastgelegd in bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling. Deopzet van deze systeembeschrijvingen is verbeterd, zodat de emissiearmestalsystemen en technieken nauwkeuriger en meer eenduidig wordenbeschreven. Ook is in de nieuwe beschrijvingen meer aandacht voor debouwfase, een opleveringsverklaring en onderhoud en gebruik.Momenteel wordt gewerkt aan het omzetten van de oude beschrijvingennaar nieuwe. Hiermee wordt ook al voorwerk gedaan voor een latereoverzetting naar de hierboven beschreven emissielabels.Lopende onderzoekenZoals hierboven is toegelicht wordt met NEN uitgewerkt hoe het stelselvan stalbeoordeling zodanig ingericht kan worden dat de publiek-privateverantwoordelijkheidsverdeling goed vorm krijgt.Daarnaast laat ik voor bestaande staltechnieken op bijlage V en VI van deOmgevingsregeling in beeld brengen hoe de werking technisch enjuridisch geborgd kan worden. Hierbij wordt gecategoriseerd naarwerkingsprincipe. Daarnaast wordt voorafgaand aan de invoering van hetbeleid onderzoek gedaan naar de in deze brief genoemde uitgangspuntenen of deze naar verwachting het beoogde effect zullen hebben.Tot slotDe komende tijd worden de hierboven genoemde uitgangspunten verderuitgewerkt, ook in regelgeving. Het vernieuwen van het stelsel vanstalbeoordeling biedt geen onmiddellijke oplossingen, maar is wel vanbelang voor de langere termijn. Door het stelsel te vernieuwen, ontstaateen fundament voor een veehouderij die ook in de toekomst duurzaam,efficiënt en juridisch houdbaar kan opereren. De Minister van LVVN en ikvertrouwen erop hiermee een stap in de goede richting te hebben gezeten zullen de Kamer voor de zomer van 2025 informeren over devoortgang.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,C.A. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 973, nr. 2584
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.