Uitvoeringsbrief inburgering
Brontekst
Versie bd88abe3a69fead0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 824IntegratiebeleidNr. 438 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 juni 20241. Inleiding: een lerend inburgeringsstelsel in uitvoering In Nederland wonen en leven mensen vanuit verschillende achtergrondensamen. Voor nieuwkomers zelf én voor het samenleven met elkaar inNederland, is een goede integratie van nieuwkomers essentieel. Ditvereist zowel het nemen van eigen verantwoordelijkheid, als eensamenleving die iedereen de kans biedt zijn talenten te ontplooien. Vannieuwkomers verwachten we een actieve houding en inspanning om detaal te leren en te participeren. Zij worden hierbij ondersteund door onderandere De Wet inburgering 2021 (hierna: Wi2021). Het doel van deze wetis helder: inburgeraars doen snel en volwaardig mee aan demaatschappij, het liefst via betaald werk.Na verschillende inburgeringsstelsels, is de Wi2021 nu twee en een halfjaar van kracht sinds 1 januari 2022. De wet richt zich op asielstatus-houders, gezins- en overige migranten en biedt handvatten voorinburgeraars om van hun integratie een succes te maken. Naast het stelselonder de Wi2021 zijn er ook nog inburgeringsplichtigen onder de vorigestelsels; de Wi2007 en de Wi2013.Het inburgeringsstelsel onder de Wi2021 is uitdrukkelijk ingericht alslerend stelsel. Het biedt ruimte om te leren en mee te bewegen metmaatschappelijke opgaven en uitdagingen in de uitvoering, zonder datgrote stelsel- of wetswijzigingen nodig zijn. Input voor het leren haal ik opvia drie lijnen:•ervaringen en signalen van inburgeraars en uitvoeringspartijen via eenintensieve ketensamenwerking;•managementinformatie; en kst-32824-438ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4381 •onderzoeken in het kader van een uitgebreid monitoring- en evaluatie-plan (M&E-plan).1In de ketensamenwerking bestaande uit VNG, Divosa, COA, DUO, Blik opWerk, taalkoepels en andere belanghebbenden bewaken en verbeteren wede dienstverlening aan inburgeraars, identificeren we uitvoeringsvraag-stukken en werken we aan mogelijke oplossingen voor knelpunten. Vanuithet platform inburgeraars, bestaande uit maatschappelijke zelforgani-saties en vertegenwoordigers van de doelgroep krijg ik ervaringen ensuggesties mee van inburgeraars zelf. De managementinformatieontwikkel ik samen met DUO en geeft inzicht in de actuele voortgang vande Wi2021. De onderzoeken uit het M&E-plan volgen de werking, hetdoelbereik, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de wet. Ookleveren ze inzichten en lessen over enerzijds de wet- en regelgeving enanderzijds de uitvoering van de wet. Door deze lerende inrichting ben ik instaat snel en gericht actie te ondernemen.Als onderdeel van het M&E-plan bied ik u in deze uitvoeringsbrief hetkwalitatieve onderzoek over de gemeentelijke uitvoering van de eerstefase van de Wi2021 aan, uitgevoerd door RadarAdvies. In deze eerste fasevan het inburgeringsstelsel hebben diverse factoren, ook buiten hetstelsel, hun weerslag gehad op de uitvoering. De bevindingen in hetonderzoeksrapport van RadarAdvies bevestigen dit. Het rapport schetsteen beeld van gemeenten die er binnen een complexe context in geslaagdzijn om alle onderdelen uit de eerste fase van de nieuwe wet te implemen-teren in de gemeentelijke processen, maar hierbij ook tegen uitdagingenaanlopen. Bijvoorbeeld bij de inrichting van de vroege start.De genoemde knelpunten uit het rapport zijn grotendeels al door deketensamenwerking binnen het stelsel bij mij bekend. Samen metgemeenten en andere partijen ben ik de afgelopen periode proactief aande slag gegaan en is op veel van deze signalen actie ondernomen. Ikconstateer dat het ingerichte lerend stelsel vruchten afwerpt: het stelt onsin staat om knelpunten in een vroeg stadium te onderkennen, oplossingenin gang te zetten en te volgen of dit effect heeft. Zo vullen de lijnen vanhet lerend stelsel elkaar aan. Dat is belangrijk, want het stelsel kwamlangzaam op gang en moet zich de komende periode bewijzen. Er issamen nog veel werk te doen.Leeswijzer•Leren van onderzoek en cijfers. In het eerste deel van deze briefreageer ik op de belangrijkste bevindingen uit het onderzoeksrapportvan RadarAdvies over de eerste fase van de Wi2021. Hierbij ga ik in opingezette maatregelen om de genoemde knelpunten op te lossen of temitigeren. Ik sluit af met de meest recente voortgangscijfers van deWi2021, afkomstig van DUO met peildatum 1 mei 2024.•Ontwikkelingen in de uitvoering. In het tweede deel ga ik in op recenteontwikkelingen die de uitvoering van de Wi2021 raken en kom ik terugop een aantal toezeggingen richting uw Kamer, onder andere uit hetcommissiedebat van 27 maart 2024.•Wet inburgering 2013 (hierna Wi2013). In het derde deel bespreek ik devoortgang van de Wi2013 met bijzondere aandacht voor de effectenvan corona op de slagingspercentages en ontwikkelingen rond deprejudiciële vragen van de ABRvS2 en de nieuwe kwalificatieverorde-ning.1Hieronder valt ook de Statistiek Wet inburgering van het CBS2Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van StateTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4382 •Overzicht voortgangsbrieven: Aan de toezegging uit het commissiede-bat van 27 maart jl. om een overzicht te sturen van de voortgangsbrie-ven en de termijnen waarop deze aan uw Kamer worden gestuurdvoldoe ik met het overzicht in de bijlage.2. Leren van onderzoek en cijfers 2.1 Onderzoek «Uitvoering van de eerste fase van de Wi2021» Als onderdeel van het M&E-plan heeft RadarAdvies het kwalitatiefonderzoek «Uitvoering van de eerste fase van de Wi2021» uitgevoerd. Deonderzoekers hebben bekeken hoe acht gemeenten uitvoering geven aande wet, van het moment van koppeling van een inburgeraar aan degemeente tot de start van de inburgeringsles. De invulling van de drieleerroutes is onderdeel van het kwalitatieve onderzoek naar de tweedefase dat in het najaar van 2024 start, arbeidstoeleiding en duale trajectenkomen aan bod in de KIS-Monitor en de arbeidsparticipatie van inburge-raars is onderdeel van de Statistiek Wet inburgering. Deze laatste tweeonderzoeken worden in het vierde kwartaal van 2024 opgeleverd.Het onderzoek laat zien dat gemeenten zich bewust zijn van de regierol diezij hebben in de Wi2021 en lokale keuzes maken in de uitvoering. Daar benik blij mee. Niet voor niets hebben gemeenten een spilfunctie in de wetgekregen; dit biedt kansen om meer in te spelen op de individuele situatievan inburgeraars en hen vanuit de lokale context beter te begeleiden.Het onderzoek biedt veel inzicht in de uitvoering van de eerste fase van deWi2021 bij deze gemeenten. In deze brief licht ik de volgende onderdelentoe: de vroege start, de brede intake en het persoonlijk plan inburgeringen participatie (PIP), voor- en vroegschoolse educatie in de brede intake,de leerbaarheidstoets, de ondersteuning bij financiën en inburgering voorjongeren.2.1.1 Vroege start Ik vind het bijzonder belangrijk dat nieuwkomers snel mee kunnen doen inde Nederlandse samenleving. Daarom wil ik dat asielstatushouders, naastvoorinburgering en participatie-activiteiten op het azc, zoveel mogelijk alin het azc starten met hun inburgering. Ik zie ook dat er gemeenten zijn diehierbij knelpunten ervaren. De meerderheid van de gemeenten die doorRadarAdvies zijn onderzocht, wacht met de brede intake totdat status-houders in hun gemeente zijn gehuisvest. Dit moet anders. Ik ben daarommet gemeenten hierover in gesprek. Ik vind het bemoedigend om te ziendat gemeenten zoals Utrecht en Tilburg al zo ver zijn in het uitvoeren vande vroege start.Ketenpartners gaven al eerder aan de vroege start moeilijk uitvoerbaar tevinden. Hieraan heb ik in eerdere uitvoeringsbrieven aandacht besteed.Een deel van de knelpunten zie ik in het onderzoek bevestigd. Deafgelopen periode heb ik met ketenpartners in een werkgroep gewerkt aanoplossingen voor de ervaren knelpunten. De oplossingsrichtingenbetreffen de reiskosten voor vroege start, samenwerking tussen het COAen gemeenten, studiefaciliteiten, maatschappelijke diensttijd (MDT) enverlenging van de inburgeringstermijn. Hieronder licht ik deze toe.ReiskostenEén van de grootste belemmeringen, zoals ook uit het onderzoek blijkt, isde reisafstand tussen het azc en de gekoppelde gemeente en daarmee dereiskosten voor het volgen van onder andere taallessen in het kader vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4383 het inburgeringstraject. Ik heb hiervoor bij de voorjaarsnota 2024 eenbedrag van 4,5 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld tot en met 2026.Dit budget is bedoeld voor de reiskosten die een inburgeraar maakt na devaststelling van het PIP om vanuit de COA-opvang naar de taalschool ende gekoppelde gemeente te reizen. Hierbij is rekening gehouden met eenmaximale enkele reisafstand van 1,5 uur.Warme overdracht COA en gemeentenHet driegesprek tussen inburgeraar, gemeente en COA, ten behoeve vande warme overdracht, is een belangrijk instrument om informatie uit tewisselen en de inburgeraar centraal te stellen. Uit zowel de inventarisatievan de werkgroep vroege start, als uit dit onderzoek van RadarAdvies,blijkt dat gemeenten en COA nog weinig samenwerken in de vorm van hetdriegesprek. Daarom heb ik samen met COA en Divosa in april een sessiegeorganiseerd tussen uitvoerders om te bespreken hoe dit verbeterd kanworden. Hierbij is nadrukkelijk aandacht besteed aan het doel van eendriegesprek ten behoeve van de vroege start. Zo bleek dat het driegesprekmeerwaarde heeft voor zowel de gemeente, het COA, alsook de inburge-ringsplichtigen. Dit gesprek kan de inburgeraar motivatie geven omactiever te worden op het azc. Daarnaast biedt het uitvoerende professi-onals van gemeente en COA een basis om samen te werken aan vroegeintegratie, participatie en inburgering. De geleerde lessen uit dezebijeenkomst worden breed gedeeld.Verlenging inburgeringstermijn azcIn het onderzoek wordt ook benoemd, dat sommige gemeenten aarzelenmet het vaststellen van het PIP op het azc, omdat de inburgeringstermijnvanaf dat moment gaat lopen. Inburgeraars op een azc hebben nietdezelfde randvoorwaarden als inburgeraars die al gehuisvest zijn. Omdeze reden werk ik aan een voorstel tot wijziging van de Regelinginburgering 2021 om de inburgeringstermijn te verlengen met de duurvan het verblijf in het azc als de inburgeraar gedurende een periode vantenminste drie maanden in de COA-opvang verblijft na vaststelling vanhet PIP.StudiefaciliteitenEen ander knelpunt, dat niet in het rapport naar voren komt, maar wel inde werkgroep is benoemd, is het gebrek aan studiefaciliteiten in deCOA-opvang. Hierdoor zouden inburgeraars te weinig mogelijkhedenhebben voor zelfstudie in de opvang. Door COA is een inventarisatiegedaan onder de reguliere azc’s om de studiefaciliteiten in beeld tebrengen en na te gaan op welke azc’s tekorten zijn. Het beeld dat hieruitkomt is zeer wisselend. Een deel van de azc’s heeft geen stilteruimtenbeschikbaar, of deze zijn alleen in de avond te gebruiken. Ook heeft eenaantal locaties geen beschikking over, of te weinig, laptops of computers.Ik heb COA gevraagd om in samenwerking met gemeenten te komen totoplossingen, bijvoorbeeld door gebruik van gemeentelijke locaties. Ditzodat bewoners van het azc zich optimaal kunnen inzetten voor vroegeintegratie, participatie en hun inburgeringstraject. Voor nieuwe opvang-vormen, zoals de doorstroomlocaties, zijn studiefaciliteiten bij deinrichting als uitgangspunt opgenomen. Ook bij toekomstige nieuweopvangvormen en locaties vraag ik hier aandacht voor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4384 Maatschappelijke diensttijd (MDT)Om te voorkomen dat jongeren in de wachtstand raken in een azc, ben iksamen met de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs op 1 april jl.een pilot gestart op zes azc’s. Doel van de pilot is om jongeren in een azcdie (nog) geen onderwijs volgen of dagbesteding hebben, te koppelen aanbestaande MDT-projecten gericht op nieuwkomers in de omgeving vanhet azc. Via de meedoenbalies worden jongeren, die hun talenten willenontwikkelen en zich vrijwillig in willen zetten voor de Nederlandsesamenleving, gematcht aan een MDT-project. Deze trajecten dragen bijaan de integratie, participatie en het leren van de taal door jongenieuwkomers en voorkomt verveling tijdens het verblijf op een azc. Op7 mei jl. vond een matchingdag plaats op het cruiseschip «Silja» inRotterdam. Ruim 50 jongeren waren zeer geïnteresseerd om deel tenemen aan het project «MDT op Zuid». De eerste matches zijn gemaakt ende reacties zijn positief. Ik ben verheugd om te zien dat we via deze pilotjonge nieuwkomers uit de wachtstand halen en hen ruimte bieden om aanzichzelf te werken en iets terug te doen voor de Nederlandse samenleving.Deze pilot heeft een looptijd van een jaar tot april 2025.2.1.2. Brede intake en PIP Uit het onderzoek van RadarAdvies komt naar voren dat de vormgevingvan de brede intake in de onderzochte gemeenten redelijk vergelijkbaar is.De intake bestaat uit één of meerdere gesprekken tussen consulenten eninburgeraars, de afname van de leerbaarheidstoets en een intake door decursusinstelling. De in de wet- en regelgeving voorgeschreven inhoude-lijke bestanddelen van de intake komen in alle gemeenten aan de orde. Erzijn verschillen tussen gemeenten in onder andere de inrichting van hetproces en in de partijen die worden betrokken. Gemeenten maken daarbijgebruik van de beleidsvrijheid die zij hebben gekregen voor de uitvoering.De acht gemeenten uit het onderzoek waarderen het instrument bredeintake positief. De gemeenten geven aan dat de brede intake volstaat voorhet kiezen van de passende leerroute. Het PIP en de werkwijze in detotstandkoming hiervan is in de onderzochte gemeenten grotendeelsuniform. Het PIP heeft de vorm van een beschikking en bevat de afsprakenen doelstellingen ten aanzien van de inburgeringsplicht.DoorstroomIn de onderzochte gemeenten wordt het PIP vaak niet binnen de wettelijkvoorgeschreven termijn van tien weken vastgesteld3. De uitkomsten vanhet onderzoek bevestigen het beeld van de vertraagde doorstroom in hetstelsel waar ik uw Kamer in eerdere uitvoeringsbrieven over hebgeïnformeerd. De in het rapport genoemde verklaringen hiervoor sluitengrotendeels aan bij mijn eerdere analyse hierover.4 Belangrijke oorzakenzijn onder meer de fors hogere instroom van statushouders dan verwacht,drukte en personeelstekorten bij gemeenten, en dat er veel moet wordengeregeld in de eerste fase na huisvesting.Het onderzoek noemt verschillende aspecten die invloed hebben op dedoorstroom. Dit zijn:•Sommige gemeenten kiezen ervoor later te starten met de intake of devaststelling van het PIP uit te stellen. Een argument voor het wachtenmet de start van de intake is om de inburgeraar eerst te laten «lan-3Percentages over de tien weken termijn zijn in dit kwalitatieve onderzoek niet meegenomen.Deze cijfers zijn onderdeel van de CBS monitor over 2023 die in september 2024 verschijnt.4Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 390Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4385 den». Als reden voor het later vaststellen van het PIP wordt genoemddat nog niet gestart kan worden met een cursus, terwijl de inburge-ringstermijn al gaat lopen. Ik roep de gemeenten die wachten met destart van de intake en het afronden van het PIP op om toch zo snelmogelijk te beginnen met de intake en de vaststelling van de leerroute.Dit doe ik via bijeenkomsten met gemeenten zoals de inburgeringsca-fés en de CoP’s. Ook via nieuwsbrieven en websites benadruk ik hetbelang van een tijdige start. Daarnaast vraag ik aandacht voor eengoede doorstroom in de bestuurlijke overleggen met de VNG. Deintake is het startpunt van de inburgering. Tijdige vaststelling van hetPIP is cruciaal voor een snelle inburgering en integratie. Gemeentenhoeven ook niet te wachten met het vaststellen van het PIP. Deinburgeringstermijn wordt verlengd als de termijn tussen hetvastgestelde PIP en de start van de cursus langer dan drie maandenbedraagt.•Eén onderzochte gemeente organiseert de brede intake door middelvan een zogenaamde «startklas». Startklassen bestaan uit intensieve(taal)trajecten die tot tien weken kunnen duren. Meer gemeenten in hetland maken gebruik van dit concept. Hoewel ik het onwenselijk vinddat inburgeraars door deelname aan deze startklassen pas laat hun PIPkrijgen, ben ik blij te horen dat inburgeraars in deze startklassen aldirect starten met taalverwerving en assessments.•Enkele gemeenten noemen als reden voor vertraging in de uitvoeringeen incidentele piek in de instroom door de complicatie in devaststelling van de inburgeringsplicht. Dit betreft de complicatie die isontstaan als gevolg van een (tijdelijke) onvolledige gegevensuit-wisseling tussen de IND en DUO, waarover ik uw Kamer op 15 septem-ber 2023 heb geïnformeerd.5 Hierdoor ontvingen alle inburgeraars dietot deze specifieke groep behoorden6 in september 2023 alsnog eenkennisgeving. Ook stroomden zij in september 2023 in één keer in bijgemeenten, waardoor een aantal gemeenten te maken kreeg met eenaanzienlijke stijging van de caseload. Mede naar aanleiding van dezecomplicatie, heb ik adviesbureau AEF recentelijk de opdracht gegevenom onderzoek te doen naar eventuele kwetsbaarheden in degegevensuitwisseling tussen de verschillende ketenpartners vooraf-gaand aan het proces van het opleggen van de inburgeringsplicht. Deuitkomsten van dit onderzoek, die ik op korte termijn verwacht teontvangen, zullen worden gebruikt voor nadere afspraken met deketenpartners rondom datakwaliteit en datamanagement in deinburgeringsketen.Ik ben in gesprek met gemeenten en VNG hoe we de doorstroom kunnenbevorderen en blijf hierbij het belang van een tijdige start benadrukken. Ikben daarnaast aan de slag met de verbeteracties om de doorstroom bijgemeenten te ondersteunen, die ik in de uitvoeringsbrief van juli 20237heb beschreven. Het gaat hier onder andere om het verbeteren van devoorlichting aan de doelgroep, het vergroten van de kennis bij deuitvoering en het verkorten van de termijnen voor diplomawaardering.Verder wacht ik de CBS-monitor over 2023 (verwachte publicatie inseptember 2024) af als nulmeting om streefcijfers op te stellen, zoals ikaangaf tijdens het debat op 27 maart jl.5Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 3916Dit betrof ongeveer 2.760 gezins- en overige migranten en 450 asielstatushouders.7Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 390Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4386 2.1.3. Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in de brede intake In het onderzoek is ook gekeken hoe gemeenten omgaan met detoeleiding naar VVE in de brede intake. In de Wi2021 is opgenomen datgemeenten afspraken over deelname van kinderen aan VVE vastleggen inhet PIP. Kinderen met taalachterstanden kunnen voor het inlopen van dieachterstanden baat hebben bij voor- of vroegschoolse educatie. Ik vind hetbelangrijk dat gemeenten hier in de brede intake aandacht aan besteden.Uit het onderzoek blijkt dat dit in de praktijk beter kan en dat de randvoor-waarden voor toeleiding naar VVE er niet altijd zijn.Het merendeel van de acht gemeenten neemt de afspraken over VVE op inhet PIP. Dit is vaak onderdeel van het standaardformulier dat doorconsulenten wordt ingevuld. Naast de aandacht in de brede intake hebbende meeste gemeenten ook aandacht voor VVE in de maatschappelijkebegeleiding. Slechts één gemeente geeft aan dat de toeleiding naar VVEdoor de GGD al wordt gedaan voordat de brede intake start.Een aandachtspunt in het onderzoek is dat niet alle gemeentelijkeconsulenten weten wat VVE is en dat het vaak in één adem wordtgenoemd met kinderopvang. Dit wijst erop dat er niet altijd voldoendekennis aanwezig is bij inburgeringsconsulenten over dit onderwerp,terwijl zij wel een rol kunnen spelen in de toeleiding van kinderen naarvoorschoolse educatie. De komende periode ga ik hierover in overleg metgemeenten om te bezien of dit ook het landelijke beeld is. In dat geval zalin overleg met de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs wordeningezet op meer voorlichting over voorschoolse educatie aan gemeenten.Gedacht kan worden aan het onder de aandacht brengen van dehandreiking «Bereik voorschoolse educatie verhogen», die gemeenteninzicht geeft in de mogelijkheden om de deelname aan voorschoolseeducatie te vergroten.Tot slot geeft een deel van de onderzochte gemeenten aan dat bijvoorschoolse educatie de kosten en wachtlijsten belemmerend kunnenzijn voor deelname. Ouders betalen doorgaans een (kleine) ouderbijdragevoor voorschoolse educatie. Wanneer ouders aangeven het te duur tevinden, kan goede voorlichting en ondersteuning door gemeenten bij hetin beeld brengen van de kosten en eventueel de mogelijkheid voor hetaanvragen van de toeslag, behulpzaam zijn. Zoals ik hierboven aangeef gaik met gemeenten in gesprek om te bezien of inburgeringsconsulentenover voldoende kennis beschikken hierover. Het knelpunt van dewachtlijsten speelt breder in de kinderopvang en is mede een gevolg vanhet personeelstekort. In mijn Kamerbrief van 4 april 20248 heb ik ugeïnformeerd over de lopende acties betreffende het personeelstekortbinnen de kinderopvang.2.1.4 Leerbaarheidstoets Een belangrijk onderdeel van het onderzoek van RadarAdvies is deevaluatie van de leerbaarheidstoets. Deze heb ik uw Kamer eerdertoegezegd in mijn brief van 13 juli 2023.9 De leerbaarheidstoets isontwikkeld door Bureau ICE met als doel om in te schatten in hoeverre hettaalniveau B1 (met afschaalmogelijkheid naar A2) haalbaar is binnen eenperiode van drie jaar. In het onderzoek is niet alleen gekeken naar demanier waarop gemeenten de leerbaarheidstoets inzetten in de bredeintake, maar is ook aandacht voor de doorontwikkeling van de toets.8Kamerstukken II, 2023/2024, 31 322, nr. 5299Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 390Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4387 IntegraliteitEen belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat voor het vaststellen vande leerroute de leerbaarheidstoets één van de indicatoren is, maar niet deenige. Zo vragen de meeste gemeenten ook advies van een taalschool enbetrekken consulenten hierbij achtergrondzaken zoals werkervaring,onderwijsachtergrond, gezinssituatie en gezondheid. Opvallendevoorbeelden zijn de proefles bij een taalschool die de gemeente Deventeraanbiedt in de brede intake en een opstartklas in de gemeente Tilburgwaarbij een inburgeringsplichtige al taallessen volgt.De toetsuitslag (B1, met afschaalmogelijkheid naar A2, haalbaar of niethaalbaar) blijkt echter wel een goede voorspeller voor de leerrouteaangezien er door gemeenten maar beperkt van wordt afgeweken. In bijna90% van de gevallen komt de uitslag van de leerbaarheidstoets overeenmet de door de gemeente vastgestelde leerroute, zoals te zien is in tabel1. Hierin is te lezen hoeveel personen in de B1-/onderwijsroute dan wel deZ-route zijn geplaatst, uitgesplitst naar uitslag van de toets. Van depersonen met een uitslag haalbaar wordt 87% ook daadwerkelijk in de B1-of onderwijsroute geplaatst. 11% van hen komt toch in de Z-route terecht.Andersom wordt iets vaker afgeweken. Van de personen die eenniet-haalbare uitslag hebben gekregen wordt 13% uiteindelijk toch in deB1-/onderwijsroute geplaatst.Tabel 1 Gevolgde leerroute van de inburgeraar versus de uitslag van de leerbaarheidstoets van de inburgeraar (periode 1-1-2022 tot1-5-2024), cijfers DUO peildatum 1 mei 2024Gekozen leerrouteUitslag LBTB1-/onderwijsrouteZ-routeHaalbaar31.49587%99011%Niet haalbaar4.85713%8.11689% Op basis van deze cijfers en ervaringen lijken de doorgevoerde verbeter-acties ten behoeve van de leerbaarheidstoets begin 2023 (zie brief van29 september 2022)10 te hebben geholpen. Dit wordt ook bevestigd doorde betrokken gemeenten. De uitslag komt beter overeen met hun eigenverwachtingen op basis van de andere informatie die wordt verkregen inde brede intake, zoals het advies van de taalschool.Ik vind het goed om te zien dat gemeenten naast de leerbaarheidstoetsgedegen onderzoek doen naar de leerbaarheid van inburgeraars en deexpertise van taalscholen gebruiken om tot een goed onderbouwde keuzevan de leerroute te komen. De leerbaarheidstoets is bewust als integraalonderdeel van de brede intake meegenomen. Hieruit maak ik op datgemeenten hun regierol hierin goed nemen, wat een goede start voor deinburgeringsplichtige bevordert.Meerwaarde van de leerbaarheidstoetsDe gemeenten geven in het onderzoek aan dat de toets vooralmeerwaarde heeft in het geval dat de inburgeringsconsulent twijfelt overde meest geschikte leerroute. In sommige situaties vinden zij hetvervelend om de leerbaarheidstoets af te moeten nemen. Dat speeltwanneer vooraf al heel duidelijk is hoe de toets gemaakt zal worden,bijvoorbeeld in het geval van een hoogopgeleide gezinsmigrant die snelklaar is. De Wi2021 biedt geen ruimte om in die gevallen de toets over teslaan.10Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 376Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4388 De afname van de leerbaarheidstoets staat daarmee in contrast met deandere onderdelen van de inburgering, waar gemeenten meer beleids-vrijheid hebben en zelf keuzes in de uitvoering kunnen maken. Hier is bijde totstandkoming van de Wi2021 bewust voor gekozen zodat er eenobjectief instrument is waarmee gelijke kansen bevorderd worden en eenjuiste keuze voor de leerroute kan worden gemaakt. De uitkomsten vanhet onderzoek van RadarAdvies geven mij geen aanleiding om dit teveranderen.ValiditeitBureau ICE heeft er bij de ontwikkeling van de toets bewust voor gekozenom deze alleen te laten afnemen door daartoe opgeleide en gecertifi-ceerde afnemers. Hierbij is zoveel mogelijk uniformiteit gewenst. Verderzijn er om de validiteit van de toets te borgen vier testrondes uitgevoerd.Uit het onderzoek blijkt dat in de acht onderzochte gemeenten geregeldwordt afgeweken van de voorschriften voor de afname. Zo wordt deoefentoets soms overgeslagen en zijn de afname-omstandigheden nietaltijd conform de voorschriften.Ik vind het essentieel dat gemeenten zich meer inzetten om te voldoenaan de voorschriften voor afname. Deze zijn belangrijk voor de objecti-viteit en validiteit van de toets. Ik blijf gemeenten erop wijzen zich hieraante houden. Alleen op die manier heeft de toets meerwaarde. Ik besteedhier nogmaals aandacht aan via de nieuwsbrief inburgering, die door veelgemeenten gelezen wordt.ConclusieAlhoewel er uitdagingen blijven bestaan in de afname van de leerbaar-heidstoets, functioneert deze naar behoren. De uitkomsten van hetonderzoek van RadarAdvies geven mij nu geen aanleiding om de kadersvan de leerbaarheidstoets aan te passen. De toets zal onderdeel zijn vande bredere wetsevaluatie van de Wi2021. Ik vind het belangrijk dat in dieevaluatie ook gekeken wordt naar de mate waarin de leerroute die deleerbaarheidstoets adviseert uiteindelijk ook passend is gebleken in depraktijk. Bij de wetsevaluatie in 2027 beschik ik over informatie over hetwisselen tussen leerroutes en in welke mate de leerroute succesvol wordtafgerond.2.1.5 Ondersteuning financiën Zoals ik schreef in mijn brief van 20 december 202311 zijn inburgeraarskwetsbaar voor financiële problemen en krijgen zij niet altijd de onder-steuning die nodig is. En dat terwijl een stabiele financiële positie vanstatushouders net na vestiging in de gemeente belangrijk is voor eensuccesvolle inburgering.2.1.5.1 Financieel ontzorgen Het onderzoek laat zien dat gemeenten zich op uiteenlopende maniereninspannen voor het financieel ontzorgen van inburgeringsplichtigen. Zijgeven lokaal kleur aan deze taak, bijvoorbeeld in de keuze om demaatschappelijk begeleider hier een rol in te geven of juist de organisatiein eigen handen te houden (bijvoorbeeld via budgetbeheer van degemeente), dan wel ontzorgen uit te laten voeren door een externe partij.Ik ben blij te zien dat gemeenten hiermee aansluiten op de lokalestructuren. De complexiteit die het ontzorgen van statushouders met zichmeebrengt, komt ook in dit onderzoek duidelijk naar voren. Ik verwacht11Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 408Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4389 dat de wetswijziging in de Participatiewet die ik heb aangekondigd in deuitvoeringsbrief inburgering van 20 december 202312, gemeenten dehandvatten biedt om hier ook de komende periode uitvoering aan tegeven. Ik vind het belangrijk dat zij zich blijven inspannen voor hetontzorgen. Een verdere actie is het actualiseren van de «Handreikingfinancieel ontzorgen en financiële zelfredzaamheid»13 door Divosageweest. Deze geeft gemeenten handvatten en voorbeelden om dezetaken goed uit te voeren.2.1.5.2 Aanvraag en toekenning toeslagen Met het financieel ontzorgen en de begeleiding naar financiële zelfred-zaamheid worden echter niet alle financiële kwetsbaarheden voor dezedoelgroep weggenomen. Dit komt naar voren in het onderzoek naar deuitvoering van de eerste fase van de Wi2021 maar ook uit het rapport«Een status zonder armslag» van de Nationale ombudsman uit 2022.14Een belangrijk knelpunt dat ik heb benoemd in de uitvoeringsbrief van20 december 202315, is de doorlooptijd van het aanvragen en toekennenvan toeslagen. Als toeslagen niet tijdig binnenkomen heeft een status-houder vaak onvoldoende inkomen om de lasten te betalen. In dehierboven genoemde brief heb ik aangegeven dat ik met partners in hettoeslagendomein werk aan verbetering van de situatie. Hieronder licht iktoe wat dit heeft opgeleverd.ProbleemschetsStatushouders kunnen in een korte tijd verschillende toeslagenaanvragen. Medio 2023 zijn werkprocessen aangepast om het toeslagen-proces efficiënter te laten verlopen, zodat de burger niet onterechtzorgtoeslag kan ontvangen. Er wordt direct gekeken of de burgerzorgverzekerd is, wat voor een vermindering in het aantal terugvorde-ringen zorgt. Aangezien toeslagen door de aanpassing in de werkpro-cessen pas aangevraagd kunnen worden als iemand aan de voorwaardenvoldoet, kunnen er voor statushouders kort na huisvesting in de gemeenteproblemen ontstaan.Uniforme afsprakenTer uitvoering van de motie Kathmann,16 waarin werd verzocht omuniforme afspraken te maken over de aanvraag en toekenning vantoeslagen voor deze doelgroep, ben ik erg blij te melden dat er voor dezedoelgroep een oplossing lijkt te zijn gevonden voor de aanvraag van dezorgtoeslag. De Dienst Toeslagen is in maart een pilot gestart om detoeslag al in één van de BRP-straten aan te vragen. De BRP-straten zijnverantwoordelijk voor het afgeven van een Burgerservicenummer (BSN)aan asielzoekers en statushouders. Door de aanvraag voor de zorgtoeslagal in deze BRP-straten te starten, is de kans op een tijdige toekenninggroter. De toekenning van de toeslag gebeurt dan automatisch op hetmoment dat de zorgverzekering is afgesloten en de statushouderwoonachtig is in de gemeente (en dus aan de voorwaarden voldoet).Naast de zorgtoeslag heeft dit proces ook een positieve doorwerking ophet kindgebonden budget. Wanneer de zorgtoeslag is toegekend en erbestaat ook recht op kindgebonden budget, dan zal deze automatischworden toegekend. De pilot is gestart in de BRP-straat Ter Apel. De eersteresultaten van de pilot zijn positief ontvangen door alle partijen. Deze12Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 40813Divosa, 2024. Handreiking financieel ontzorgen en financiële zelfredzaamheid14Nationale ombudsman, Een status met weinig armslag15Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 40816Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43810 werkwijze wordt daarom uitgebreid naar alle BRP-straten in Nederland.Afhankelijk van de resultaten die met de werkwijze voor de zorgtoeslagworden bereikt, worden de mogelijkheden voor andere toeslagen ookonderzocht en de verkenning afgerond.Ondersteuning en communicatieEr zijn verschillende partijen betrokken bij statushouders in de fase van deaanvraag en toekenning van toeslagen, zoals het COA, gemeenten enDienst Toeslagen. Van hen verwacht ik dat zij statushouders daar waarmogelijk ondersteunen in dit proces. In het geval dat toeslagen ondanksde inspanningen toch te laat worden toegekend, kan een gemeenteoverwegen om een overbruggingskrediet te verstrekken. Het onderzoeknaar de eerste fase van de Wi2021 en de gesprekken met COA engemeenten laten zien dat verschillende gemeenten dit al doen. Dehandreiking van Divosa die ik eerder noemde, bevat voorbeelden hoegemeenten dit aanpakken. Zoals ik heb aangekondigd in mijn brief van20 december 202317 laat ik bovendien een onderzoek uitvoeren naar demanier waarop de begeleiding naar financiële zelfredzaamheid voorstatushouders het beste vormgegeven kan worden. De resultaten van datonderzoek verwacht ik in de eerste helft van 2025.Niet-gebruikNaast de ondersteuning aan statushouders zijn er veel mensen die rechthebben op toeslagen, maar bewust of onbewust hier geen gebruik vanmaken. Dit brengt met zich mee dat een groep mensen niet de inkomens-ondersteuning krijgt waar zij wel recht op heeft en deze mogelijk welnodig heeft. Door middel van een integrale strategie op niet-gebruik wordtdeze groep gestimuleerd een toeslag aan te vragen. Dit door mensenactief te attenderen op mogelijk recht op toeslagen. De integrale strategiebestaat uit vier sporen: het aansluiten bij de brede publieksbenadering(waaronder pr-campagnes), doelgroep- en themagericht attenderen(waaronder 17-jarigen dat ze vanaf 18 jaar mogelijk recht hebben opzorgtoeslag), het benutten van bestaande contactmomenten en hetpersoonlijk en gericht benaderen van individuen. Afgelopen jaren heeftDienst Toeslagen op dit laatste spoor geëxperimenteerd met het inzettenvan attenderingsbrieven om het aanvragen van zorgtoeslag te bevor-deren. Dit jaar wijzen we 150.000 burgers door middel van een brief opzorgtoeslag zodat zij gestimuleerd worden om uiterlijk 1 septemberzorgtoeslag voor het voorgaande jaar aan te vragen.2.1.6. Inburgering voor jongeren In het rapport van RadarAdvies komen verschillende knelpunten naarvoren over de leerroutes in de Wi2021 voor jongeren. Zo wordt erbenoemd dat minder leerbare jongeren door de gemeente in de Z-routeworden geplaatst, maar dat zij hier niet altijd op hun plek zijn. De Z-route,zoals sommige gemeenten deze hebben ingekocht, is bijvoorbeeld tetraag voor hen en meer gericht op ouderen die moeilijk leren. De Wi2021biedt veel ruimte aan gemeenten om de routes op maat in te kopen.Gemeenten kunnen bij de inkoop van de Z-route rekening houden metbehoeften van jongeren. Er zijn voorbeelden van gemeenten die samenmet de uitvoerder van de Z-route een speciaal programma voor jongerensamenstellen. Het gaat hier bijvoorbeeld om voltijdsprogramma’s diemeer gericht zijn op maatwerk, de belevingswereld van jongeren endigitale vaardigheden.17Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 408Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43811 Ook kan de eis van 800 uur taalles binnen de Z-route erg belastend zijnvoor laag leerbare jongeren. Dit geldt zeker voor jongeren die van hetpraktijkonderwijs (PRO) of voortgezet speciaal onderwijs (VSO) afkomen.Zij hebben tenslotte al taallessen gevolgd en veelal is hun leerplafond quataalverwerving bereikt. Daarom werk ik aan een wijziging van het Besluitinburgering 2021 (Bi2021) welke het mogelijk maakt dat inburgeraars hungevolgde onderwijsuren Nt2 en Kennis van de Nederlandse Maatschappijop het PRO of VSO mogen meetellen voor de taalureneis van de Z-route.Hierover heb ik uw Kamer op 14 maart jl. geïnformeerd.18Daarnaast worden er enkele knelpunten rondom de Onderwijsroutegenoemd. Zo geven gemeenten in het onderzoek aan dat een groephoogopgeleide inburgeraars niet geplaatst wordt op de onderwijsroutevanwege hun leeftijd. De reden hiervoor is dat het recht op studiefinan-ciering vervalt na het bereiken van de leeftijd van 30 jaar. Daarom kiezengemeenten ervoor om inburgeraars die de 30 jaar naderen niet op deonderwijsroute te plaatsen. De onderwijsroute zelf kent echter geenleeftijdsgrens. Hier is bewust voor gekozen om gemeenten de vrijheid tegeven om hier keuzes in te maken. Gemeenten kunnen voor deze groepinburgeraars maatwerk toepassen.Ook blijkt uit het rapport dat gemeenten knelpunten ervaren rondom deinstroommomenten van leerroutes. Dit geldt ook voor de onderwijsroute.Soms zijn er maar enkele startmomenten per jaar, waardoor jongeinburgeraars lang moeten wachten. Vanwege onvoldoende volume is hetin sommige delen van het land lastig om meerdere instroommomentenper jaar te realiseren. Enkelen van de onderzochte gemeenten biedendaarom voor deze groep tijdens de wachttijd een taalcursus aan.Tenslotte wordt door gemeenten in het onderzoek aangegeven datgezinsmigranten over het algemeen niet naar de onderwijsroute wordendoorverwezen vanwege de hoge kosten en omdat zij het hoge bedragvoor deze route niet kunnen lenen bij DUO. In het doorlopende onderzoek«perspectief van de inburgeraar op de wet inburgering 2021» wordt naderbekeken hoe gezinsmigranten Nederlands leren, wat daarvan de kostenzijn en hoe ze dit financieren. De uitkomsten van dit onderzoek worden inhet derde kwartaal van 2024 verwacht. Ik werk daarnaast samen metketenpartners aan een Werkagenda Onderwijsroute, waarin oplossings-richtingen worden uitgewerkt voor deze knelpunten. De eerste resultatenverwacht ik in het derde kwartaal van 2024.2.1.7 Tot slot Het onderzoek van RadarAdvies biedt een zeer rijk inzicht in de uitvoe-ringspraktijk van de Wi2021 bij acht gemeenten. Het rapport bevestigt hetbeeld dat ik vanuit de uitvoering ook krijg: de gemeenten hebben de wetgeïmplementeerd en zijn al lerende de uitvoering aan het verbeteren.Hierin tonen zij veerkracht, creativiteit en ontwikkelen ze maatwerkoplos-singen om uitvoering te geven aan de beleidsdoelstellingen. Daarbijmaken ze gebruik van de beleidsvrijheid die de wet gemeenten geeft.2.2 Kwantitatieve informatie Wi2021 2.2.1. CBS-statistiek 2022 Een onderdeel van het M&E-plan is de Statistiek Wet inburgering (SWI).Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft dit in opdracht van mijnministerie ingericht met kwantitatieve gegevens over individuele18Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 411Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43812 inburgeraars. Op basis van deze statistiek publiceert het CBS jaarlijks eenrapport en een interactief dashboard. Begin april verschenen de publi-caties over het jaar 2022.19De statistiek biedt veel nuttige informatie waarmee de werking endoeltreffendheid van de Wi2021 goed gevolgd kan worden. Het eerstejaarrapport en dashboard laten zien hoe het inburgeringsplichtigen onderde Wi2021 is vergaan in het jaar 2022. Dat jaar was een opstartjaar waaringemeenten pas halverwege het jaar echt aan de slag konden met deuitvoering van de wet. Daarom geven de CBS-publicaties over 2022 eenbeperkt beeld van de werking van het nieuwe stelsel. In september 2024publiceert het CBS het jaarrapport en dashboard over 2023. Dezegegevens zullen actueler, relevanter en rijker zijn.2.2.2. Kerncijfers Wi2021 Een ander instrument om te leren in het stelsel is via managementinfor-matie van DUO. Deze cijfers geven inzicht in de situatie van de Wi2021 opdit moment, in tegenstelling tot de CBS-cijfers die terugkijken naar eenspecifiek jaar via cohorten. Onderstaand vindt u de cijfers op peildatum1 mei 2024. Ik zal deze kerncijfers blijven delen met uw Kamer in deuitvoeringsbrieven inburgering.Tot 1 mei zijn in totaal 75.753 personen inburgeringsplichtig geworden opgrond van de Wi2021. Van deze groep zijn op 1 mei 2024 nog 72.231personen (95%) inburgeringsplichtig. Van deze inburgeringsplichtigen is68% (48.745) asielstatushouder, 30% (21.977) gezinsmigrant en 2% (1.509)overige migrant.Van de nog inburgeringsplichtigen heeft 45.326 een PIP, dit is 63%. Ik benblij te zien dat de stijgende lijn van het aandeel inburgeringsplichtigenmet een PIP zich voortzet. Een jaar geleden was dit percentage 43%.20Cijfers over de termijn waarbinnen het PIP wordt vastgesteld zijnopgenomen in de CBS statistiek over 2023 die in september 2024verschijnt.Tabel 2 Inburgeringsplichtig Wi2021, cijfers DUO peildatum 1 mei 2024 en 1 mei 2023Inburgeringsplichtigen Wi2021 met PIP1-mei-241-mei-231Inburgeringsplichtig72.23136.200Waarvan met PIP45.326 (63%)15.600 (43%)1 De cijfers op peildatum 1 mei 2023 waren afgerond op 100-tallen Van de inburgeraars met een PIP volgt 70% de B1 route, 20% de Z-routeen 10% de onderwijsroute.21 Hierbij valt op dat met name gezins- enoverige migranten (nog) weinig de onderwijsroute volgen. In de wetseva-luatie in 2027 worden de achtergronden van de verdeling van deinburgeraars over de leerroutes nader geëvalueerd. Hieronder deverdeling per doelgroep.19Statistiek Wet Inburgering (SWI) 2022 en Dashboard Statistiek Wet Inburgering (SWI) 2022.20Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 39021Dit is gebaseerd op de totale instroom in het stelsel Wi2021 per 1 mei 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43813 Tabel 3 Indeling in leerroute, cijfers DUO peildatum 1 mei 2024Indeling in leerrouteAsielGezinOverigB1 route58%92%85%Onderwijsroute15%1%1%Z route27%7%14% Bij 19.096 (65%) van de inburgeringsplichtige asielstatushouders met eenPIP22 is een aanbod geregistreerd. Dit is 25% meer ten opzichte van eenjaar geleden.23 Toen had 40% van het aantal asielstatushouders met eenPIP een aanbod. Ook uit deze cijfers maak ik op dat gemeenten de wetsteeds beter uitvoeren maar er nog veel werk ligt bij gemeenten ominburgeraars snel te laten starten met hun inburgeringscursus.Tabel 4 Asielstatushouders met PIPc cijfers DUO peildatum 1 mei 2024 en 1 mei 2023Asielstatushouders Wi2021 met aanbod in PIP1-mei-241-mei-23Asielstatushouders met PIP29.2539.250Waarvan met aanbod19.096 (65%)3.700 (40%) De rapporten van DUO met informatie over de voortgang van de Wi2021worden uitgebreid naarmate het stelsel vordert. Gegevens over examen-resultaten, verlengingen en eventuele verwijtbaarheid komen vanaf hettweede kwartaal van 2025 beschikbaar als de eerste inburgeringster-mijnen in de Wi2021 aflopen.3. Ontwikkelingen in de uitvoering In dit deel ga ik in op ontwikkelingen in de uitvoering, toezeggingen aanuw Kamer en overige zaken.3.1. Ontwikkelingen in de uitvoering 3.1.1 Examens Eind 2023 zijn voor de onderdelen Schrijfvaardigheid, Spreekvaardigheiden Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA) van het inburge-ringsexamen op niveau A2 de beoordelingstermijnen opgelopen totmaximaal twaalf weken in plaats van het afgesproken maximum van achtweken. Dit werd veroorzaakt door een tekort aan (inzetbaarheid van)beoordelaars. Om te voorkomen dat deze beoordelingstermijnen nogverder op zouden lopen, is het aantal beschikbare examenplaatsen voordeze examenonderdelen verminderd voor de periode van december 2023tot en met februari 2024. Echter, door een onverwachte stijging van hetaantal kandidaten eind vorig jaar en begin dit jaar resulteerde dit inoplopende aanmeldtermijnen. Hierdoor zijn de aanmeldtermijnen vanSpreekvaardigheid en Schrijfvaardigheid opgelopen tot maximaalveertien weken in plaats van het afgesproken maximum van zes weken.Het oplopen van de termijnen betreur ik. Ik vind het belangrijk datkandidaten tijdig examen kunnen doen.22Gezinsmigranten regelen zelf het aanbod23Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 390Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43814 DUO heeft maatregelen getroffen waardoor vanaf maart 2024 alletermijnen weer binnen de afgesproken maximale termijnen zaten. Ookvindt er werving en opleiding van extra beoordelaars plaats. Inburgeraarsdie mogelijk nadeel hebben ondervonden van de langere termijnen,krijgen een evenredige verlenging van de inburgeringstermijn.Extra B1-examensIn de Wi2021 is de taaleis verhoogd van A2 naar B1. Op dit moment is devraag naar de staatsexamens Nt2 op niveau B1, groter dan het aanbod.Deze examens vallen onder verantwoordelijkheid van het College voorToetsen en Examens (CvTE) en worden op dezelfde DUO-locatiesafgenomen als de examens op niveau A2. Om aan de vraag naarB1-examens te kunnen voldoen, is afgesproken om vier dagen in juni overte hevelen van A2 capaciteit naar B1. Dit omdat het van belang is dat ervoldoende aanbod van B1-examens is voor inburgeraars die in septemberdoor willen stromen naar een vervolgopleiding. Kandidaten die zich alingeschreven hadden op deze dagen voor A2-examens of KennisNederlandse Maatschappij (KNM) krijgen van DUO een voorstel voor eennieuwe datum om op korte termijn hun examen af te kunnen leggen.Deze maatregel kan in juni gevolgen hebben voor de aanmeldtermijnenvoor de A2-examens (en KNM). Ik vind dit risico echter opwegen tegen hetbelang voor kandidaten die deze examens nodig hebben om zonderonderbreking verder te kunnen leren. Daarbij is er normaal gesprokenenige overcapaciteit bij de A2-examens. Ik ga ervan uit dat dit voldoendeis om het verminderde aanbod van A2-examens op te vangen. Samen metCvTE en DUO kijken we hoe we ook op de langere termijn kunnen zorgenvoor voldoende aanbod van Staatsexamens Nt2 en van A2-examens.Openbaar maken Lezen A1Het examen Leesvaardigheid op niveau A1, onderdeel van het Basis-examen inburgering in het buitenland (Bib), is het enige onderdeel vanhet Bib dat nog niet openbaar was. Het vereiste voor openbaarheid is dater voldoende opgaven in de examenbank zitten, zodat de opgavenredelijkerwijs niet uit het hoofd geleerd kunnen worden, maar nog steedsde vaardigheid getoetst wordt. Cito heeft de afgelopen twee jaar hardgewerkt om het aantal examenopgaven te vergroten. Daardoor is deexamenbank nu groot genoeg om ook voor het onderdeel Leesvaar-digheid A1 over te gaan op een openbare examenbank. Hiermee voldoenwe aan de wens om alle vaardigheden voor het Bib openbaar beschikbaarte stellen.Nieuwe eindtermen KNMNaar aanleiding van gewijzigde wet- en regelgeving en actuelemaatschappelijke ontwikkelingen waren de uit 2015 stammendeeindtermen van het onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij(KNM) van het inburgeringsexamen aan herziening toe. Om ervoor tezorgen dat de vernieuwde eindtermen een zo breed mogelijk draagvlakhebben, heeft door middel van een adviescommissie en een klankbord-groep, een groot aantal organisaties en individuele personen uit diversedelen van de maatschappij meegewerkt aan de herziening. De voorzittervan de adviescommissie was prof. dr. Han Entzinger, emeritus-hoogleraarMigratie- en Integratiestudies.KNM kent twee hoofddoelstellingen: (1) het ontwikkelen van kennis envaardigheden die de inburgeraars ondersteunen bij het vinden van hunweg in de Nederlandse samenleving; (2) het vertrouwd maken van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43815 inburgeraars met gangbare omgangsvormen, normen en waarden binnende Nederlandse samenleving, met een toespitsing op rechtsstaat endemocratie. Deze doelstellingen zijn leidend geweest voor de herziening.De door de adviescommissie voorgestelde eindtermen heb ik voor hetovergrote deel overgenomen. De enige wezenlijke aanpassingen die ikheb doorgevoerd, betreffen de toevoeging dat de wetten van de staatboven die van religie en traditie staan en dat vrouwen in Nederlandzelfbeschikkingsrecht hebben en wat dit betekent. Ook is, naar aanleidingvan het commissiedebat op 27 maart jl., het begrip «holocaust» toege-voegd aan de eindterm over de Tweede Wereldoorlog en antisemitisme.Indirect zaten deze drie onderwerpen al wel verwerkt in het voorstel vande adviescommissie, maar ik vind ze dusdanig belangrijk dat ik wil datdeze onderwerpen expliciet zijn opgenomen in de eindtermen. Deingangsdatum van de nieuwe eindtermen is 1 juli 2025. Dit geeft auteursen uitgeverijen voldoende tijd om het lesmateriaal aan te passen. Ookheeft Cito dan voldoende tijd om nieuwe examenopgaven te ontwikkelen.3.1.2 Terugdringen wachttijden beoordelingen bij medische ontheffingen In de Verzamelbrief inburgering van 15 september jl.24 heb ik aangegevendat de wachttijden voor een medische beoordeling bij een aanvraag totontheffing sterk zijn opgelopen bij DUO. Samen met medisch advies-partner Argonaut heeft DUO maatregelen getroffen om de wachttijdenterug te dringen. Zo is er geïnvesteerd in de scholing van meer keurings-artsen en wordt efficiënter gebruik gemaakt van de beschikbare capaciteitvan keuringsartsen, bijvoorbeeld door af te zien van een spreekuurwanneer het schriftelijk dossier onomstotelijk tot een positief advies leidt.De ingezette maatregelen hebben op dit moment voor een lichteversnelling van één week in de afhandeling van medische adviezengezorgd. Het is vooralsnog niet gelukt om extra artsen aan te trekken. Dearbeidsmarkt voor deze beroepsgroep is uiterst krap. Het wegwerken vande achterstanden gaat dus minder snel dan ik had gehoopt maar nog nietalle effecten van de ingezette maatregelen zijn volledig uitgewerkt. DUOen Argonaut blijven hierover in gesprek. Ik houd de ontwikkelingennauwlettend in de gaten, om te beoordelen of de gewenste versnellingdoorzet.3.2 Toezeggingen aan uw Kamer 3.2.1 Community’s of practice Bij deze informeer ik uw Kamer over hoe het onderling uitwisselen vankennis, onder andere via de Community’s of Practice (CoP’s) binnen deinburgeringsketen als lerend stelsel wordt gefaciliteerd. Dit past in hetleren in de ketensamenwerking en ik voldoe daarmee aan de toezeggingdie ik heb gedaan aan lid Bamenga tijdens het commissiedebat van27 maart 2024 om uw Kamer hierover te informeren.Divosa faciliteert sinds de start van het inburgeringsstelsel het leren opuitvoeringsniveau. Een belangrijk onderdeel daarvan zijn leernetwerkenzoals de CoP’s. Het doel van de CoP’s inburgering is het bereiken van eensituatie waarin uitvoerders van verschillende organisaties, die betrokkenzijn bij de directe dienstverlening aan inburgeraars, met en van elkaarleren. De afgelopen twee jaar zijn er tien regionale en twee thema CoP’sdoorlopend actief geweest, met een deelname van ongeveer 300professionals uit de uitvoering. De CoP’s bieden de deelnemers o.a. meerinzicht in het werk en (nieuwe) werkwijzen van andere organisaties en24Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 391Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43816 kortere lijnen met partnerorganisaties. Veel voorkomende thema’s in deCoP’s waren duale trajecten, communicatie met inburgeraars, jongeren,regievoering en regionale samenwerking. Divosa is inmiddels van startgegaan met het opzetten van nieuwe CoP’s. Deze worden regionaalopgezet waarbij de regio zelf de te bespreken thema’s kiest.De geleerde lessen vanuit onder andere deze CoP’s zijn door Divosaverspreid naar de gehele uitvoering. Ik hecht er waarde aan dat mooieinitiatieven landelijk gedeeld worden om van te leren. Ik ga er van uit datgemeenten niet alleen kennis nemen van goed werkende initiatieven,maar deze waar mogelijk ook overnemen in hun eigen uitvoering. Daar zalik met VNG het gesprek over aangaan. De geleerde lessen worden viamaandelijkse kennissessies, inburgeringscafés, specifieke bijeenkomstenvoor uitvoerende professionals van het COA en gemeenten, onder-steunend materiaal zoals handreikingen, de tweewekelijkse nieuwsbrief,de Q&A’s en artikelen via de website verspreid.Niet alleen gemeenten hebben baat bij de inzichten uit de CoP’s. Waarnodig worden knelpunten geagendeerd in de inburgeringsketen en dus bijmijn ministerie. Zo gaat leren in de uitvoering hand in hand met verderebeleidsontwikkeling.3.2.2 Buddysystemen in Vlaanderen en Nederland Ik heb tijdens het commissiedebat van 27 maart jl. aan het lid Bamengavan D66 toegezegd om naar aanleiding van het Vlaamse buddysysteem25te inventariseren hoe dit in Nederland gaat. In Vlaanderen zijn er al enkelejaren buddyprojecten voor nieuwkomers. Sinds 1 januari 2023 isbuddywerking één van de activiteiten die door een lokaal bestuur oforganisatie kan worden aangeboden in het kader van het participatie- ennetwerktraject. Het participatie- en netwerktraject is onderdeel van hetinburgeringstraject. Doel van de Vlaamse buddyprojecten is nieuwkomerswegwijs maken in de Vlaamse samenleving, hen Nederlands te latenoefenen en hun netwerk op te bouwen. Vlamingen die als buddyoptreden, worden bewust van wat het betekent om nieuw te zijn inVlaanderen. Daarnaast maken zij kennis met de nieuwkomers in hungemeente en verrijken zij hun kijk op diversiteit.Ook in Nederland zijn er tal van buddyprojecten. Bij de landelijke stichtingHet Begint met Taal zijn zo’n 300 initiatieven verenigd, op ruim 500locaties bij bibliotheken, lokale stichtingen, welzijnsorganisaties,vluchtelingenwerkgroepen en buurtcentra. Deze organisaties brengenanderstaligen in contact met vrijwillige taalcoaches en buddy’s. Wekelijksoefenen zij de Nederlandse taal, via één op één taalmaatjes, taalcoachingen groepsactiviteiten zoals taalcafés. Dit is een belangrijke aanvulling opformeel onderwijs, dat een verplicht onderdeel vormt van het inburge-ringstraject. Volgens de stichting Het Begint met Taal worden jaarlijks zo’n60.000 anderstaligen en 16.000 vrijwilligers met elkaar in contact gebracht.In aanvulling hierop is vorig jaar het Nederlandse AMIF-project Buddy toBuddy gestart. Het AMIF-project is gericht op koppeling en ondersteuningvan vluchtelingen en Nederlandse stadsgenoten in een begeleid trajectvoor minimaal vier maanden. Dit gebeurt verspreid over vijftien verschil-lende gemeenten. Tijdens het traject krijgen de deelnemers verschillendevormen van ondersteuning en begeleiding aangeboden, waarondervoorlichting, themabijeenkomsten, intervisie en groepsactiviteiten. Verder25In België is de federale overheid bevoegd voor het Asiel- en migratiebeleid. De drie gemeen-schappen, – de Vlaamse (Nederlandstalig), de Franse (Franstalig) en de Duitstalige- zijnbevoegd voor het integratie- en inburgeringsbeleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43817 heb ik stichting Het Begint met Taal de opdracht gegeven een passendaanbod te ontwikkelen gericht op taal en intercultureel werken op dewerkvloer. Dit gebeurt via het opleiden van eigen medewerkers tottaalbuddy. De eerste trajecten zijn inmiddels opgestart. De reacties vanuitzowel de werkgevers als de taalbuddy’s zijn veelbelovénd. We strevennaar een landelijk dekkende infrastructuur.De Nederlandse buddysystematiek verschilt qua doelstellingen niet vande Vlaamse systematiek. Wel is de Vlaamse systematiek meer ingekaderd.Vaak is de buddy aan een officiële hulpverlener verbonden. Ook vormt hetVlaamse buddyproject onderdeel van het inburgeringstraject. InNederland zijn de buddyprojecten aanvullend op het inburgeringstraject.Ik hecht veel waarde aan een landelijk aanbod van taalbuddy’s, zeker opde werkvloer. Beheersing van de Nederlandse taal is essentieel voorvolwaardige deelname aan de arbeidsmarkt en samenleving. Taal verbindtmensen met elkaar en bevordert daarmee de sociale cohesie.3.2.3 Zelfbeschikking In het commissiedebat van 27 maart jl. heb ik toegezegd in kaart tebrengen op welke wijze zelfbeschikking een onderwerp is in het inburge-ringstraject en terug te komen op de suggestie van het lid Becker om hiereen aparte module voor te maken.Zelfbeschikking is in het inburgeringstraject verankerd via de doorlopendeleerlijn over waarden en normen in Nederland.26 Deze start voorgezinsmigranten al bij het inburgeringsexamen in het buitenland en voorasielmigranten als onderdeel van voorinburgering in het azc. De waarden-overdracht vindt verder plaats op verschillende momenten van hetinburgeringstraject; als vast onderdeel van de verplichte module KNM, inhet Participatieverklaringstraject (PVT), de Module Arbeidsmarkt enParticipatie (MAP) en individuele voortgangsgesprekken. De krachthiervan is dat de individuele onderdelen elkaar versterken en dat denieuwkomer op verschillende momenten tijdens de inburgering leert overzelfbeschikking. Herhaling en het geven van betekenis aan de begrippenin diverse contexten vergroot de kennis en bewustwording over dewaarden.27Hieronder licht ik per onderdeel toe hoe zelfbeschikking is verankerd.•Zoals eerder in deze brief aangegeven heb ik recent de eindtermen vanhet examen KNM aangepast. Zelfbeschikkingsrecht van vrouwen is opmijn verzoek expliciet opgenomen. Ook zijn eindtermen op het terreinvan lichamelijke integriteit verduidelijkt met voorbeelden vanschadelijke praktijken zoals huiselijk geweld, vrouwelijke genitaleverminking en eerwraak, en wordt benadrukt dat alle ongewensteintimiteit en geweld strafbaar zijn. Via het examen KNM wordt dezekennis getoetst. KNM is een verplichte module in het inburgeringstra-ject waarbinnen zelfbeschikking een vast onderdeel is.•In de participatieverklaring, het document dat inburgeraars onderteke-nen ter afsluiting van het PVT, is het recht op zelfbeschikking en debetekenis hiervan opgenomen als onderdeel van het vrijheidsrecht.•De MAP richt zicht op de vaardigheden en kernwaarden op deNederlandse arbeidsmarkt, waaronder participatie van vrouwen.Gemeenten kunnen de MAP (gedeeltelijk) zelf vormgeven en maatwerktoepassen.26Voor doorlopende leerlijn normen en waarden zie Kamerstukken II 2016/2017, 19 637, nr. 224327Kamerstukken II 2019/2020, 35 483, nr. 3 (memorie van toelichting wet inburgering 2021)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43818 Daarnaast hebben gemeenten en inburgeraars via voortgangsgesprekkencontact over het inburgeringstraject. In deze individuele gesprekken is erruimte om zelfbeschikking, wanneer hier aanleiding toe is, nadrukkelijkbespreekbaar te maken.Overige initiatievenBegin 2022 heb ik een door Femmes for Freedom ontwikkeld voorlich-tingspakket voor nieuwkomers over het recht op zelfbeschikking inontvangst genomen.28 Het pakket bestaat o.a. uit een brochure in negentalen, animatiefilmpjes met uitleg en gastlessen voor nieuwkomers. In hetpakket worden onderwerpen behandeld die het recht op zelfbeschikkingkunnen beperken. Ook voor hulpverleners en consulenten zijn erhandreikingen, een voorlichtingspakket en training beschikbaar.Gemeenten kunnen dit breed inzetten tijdens de inburgering en anderetrajecten of contactmomenten met nieuwkomers. Ik blijf gemeentenintensief attenderen op de beschikbaarheid van het materiaal en deveelzijdige inzet ervan.29Het Meerjarenplan Zelfbeschikking 2022–202530 dat ik eind 2022 aan uwKamer heb gestuurd, richt zich op het bevorderen van het recht opzelfbeschikking van individuen en gemeenschappen waar normen kunnengelden die inbreuk maken op het zelfbeschikkingsrecht. De inzet richt zichop het op gang brengen van een mentaliteitsverandering binnen geslotengemeenschappen. Ook zet het Meerjarenplan in op het vergroten vanfinanciële zelfredzaamheid van vrouwen met een migratieachtergrond ineen afhankelijkheidssituatie. Over mijn extra inzet specifiek gericht opvrouwelijke inburgeraars en participatie, waaronder het stimuleren vanpilots bij gemeenten, heb ik u in de uitvoeringsbrief inburgering van juli2023 geïnformeerd31.3.2.4. Versie participatieverklaring en gebruik door gemeenten In het debat met uw Kamer op 3 april 2024 vroeg het lid Becker welkeversie van de participatieverklaring gemeenten gebruiken en doorinburgeraars wordt ondertekend. Tijdens de behandeling van de huidigeWet inburgering in uw Kamer hebben de leden Becker en Segers eenamendement32 ingediend om de tekst van de participatieverklaring tewijzigen. De slotformule van de verklaring is conform het amendementgewijzigd. Inburgeraars ondertekenen deze versie van de participatiever-klaring. Om gemeenten te ondersteunen en om het gebruik van delandelijk uniforme participatieverklaring te borgen stuurt DUO deverklaringen op waardepapier inclusief voorbedrukte tekst op. Hiermeewordt geborgd dat altijd de laatste versie van de participatieverklaringwordt ondertekend door inburgeraars.3.2.5. Uitvoering participatieverklaringstraject en aandacht voor antisemi-tisme en de Holocaust In het Commissiedebat Inburgering en Integratie van 27 maart 2024 heb iktoegezegd de Kamer te informeren hoe de praktische component van hetparticipatieverklaringstraject (PVT) wordt vormgegeven en of er specifiekaandacht wordt geschonken aan antisemitismebestrijding en deHolocaust.28Nieuwsbrief Inburgering februari 202229Nieuwsbrief Inburgering september 202330Kamerstukken II 2022/2023, 35 341, nr. 1731Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 39032Kamerstukken II 2019–2020, 35 483, nr. 52Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43819 Uitvoering PVT door gemeentenGemeenten moeten onder de Wi2021 als onderdeel van het participatie-verklaringstraject een praktische activiteit of excursie organiseren. Dezeactiviteit moet in het teken staan van ten minste één waarde uit departicipatieverklaring, zodat inburgeraars in de praktijk ervaren wat dezewaarde inhoudt. Gemeenten hebben in de context van de regelgevingbeleidsvrijheid hoe zij de activiteit vormgeven en aan welke waarde(n) zijaandacht besteden.Ik heb gemeenten gevraagd naar de uitvoering, en of er specifiekaandacht wordt besteed aan antisemitismebestrijding. Tweeëntwintiggemeenten hebben hierover een online enquête ingevuld. Het overgrotedeel van deze gemeenten besteedt het PVT uit, bijvoorbeeld aan Vluchte-lingenWerk Nederland (VWN), welzijnsorganisaties of bibliotheken. Bijdrie gemeenten is het PVT geïntegreerd in het taalaanbod. In hetmerendeel van de gemeenten wordt in de excursies aandacht besteed aanhet vrijheidsrecht of aan de waarden solidariteit en participatie. Een aantalgemeenten geeft aan dat bij de behandeling van het vrijheidsrecht ookgelijkheidsrechten aan de orde komen. Andere gemeenten organiserenexcursies in het kader van democratie en het stemrecht. Enkelegemeenten geven aan dat in de excursies alle begrippen en waarden vande verklaring aan de orde komen. Ook de invulling van de praktischecomponent van het PVT is divers. Activiteiten variëren van bezoeken aanbibliotheken, cultuur- en welzijnsinstellingen en verzorgingstehuizen inhet kader van vrijheid en solidariteit, rondleidingen en bezoeken aan wijk-en dienstencentra en vrijwilligerscentrales in het kader van participatie totaan bezoek aan de gemeenteraad waar inburgeraars kennismaken met delokale politiek en democratie.Aandacht voor antisemitismeOp de vraag of zij binnen de excursies in het kader van het PVT aandachtbesteden aan antisemitismebestrijding of de Holocaust geven bijna allegemeenten aan dat zij dit niet doen. Eén gemeente besteedt via rondlei-dingen in de stad aandacht aan de Joodse geschiedenis. Veel van deresponderende gemeenten geven aan dat het thema antisemitisme enandere vormen van discriminatie wel terugkomen in het algemenegedeelte van het PVT. Antisemitisme komt daarbij aan de orde bij debehandeling van de onderliggende begrippen vrijheid en gelijkwaar-digheid. Ook geven gemeenten aan dat via de lessen Kennis NederlandseMaatschappij (KNM) bij cursusinstellingen over antisemitisme wordtgesproken.VervolgIk vind het van groot belang dat nieuwkomers kennis hebben vanantisemitismebestrijding en de Holocaust. Zij vestigen zich nieuw inNederland en hebben over deze onderwerpen in veel gevallen (nog) geenkennis. Daarom heb ik in de nieuwe eindtermen van het inburgerings-examen KNM expliciet opgenomen dat aandacht besteed moet wordenaan de Holocaust. Inburgeraars leren nu in de voorbereiding op hetexamen over de Holocaust en het afwijzen van antisemitisme, en hieropwordt getoetst in het examen. De aandacht voor antisemitismebestrijdingbinnen de praktijkcomponent van het PVT vind ik op dit moment duidelijkonvoldoende. Ik verken daarom met gemeenten en de Joodse instellingenhoe er meer aandacht voor Holocausteducatie kan komen in de inbur-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43820 gering. In de Kamer zijn een tweetal moties op dit terrein aangenomen, demotie Diederik van Dijk c.s.33 en de motie Flach.34De uitwerking van een bezoek aan een herinneringscentrum of authen-tieke locatie zoals het Holocaustmuseum heb ik opgenomen in hetNationaal Plan Versterking Holocausteducatie. Uw Kamer wordt naderover dit plan geïnformeerd. Daarnaast heb ik uw Kamer toegezegd omeen evaluatie van de participatieverklaring te organiseren, en hierinexpliciet aandacht te besteden aan hoe de Holocaust onderdeel kanworden van deze verklaring. De uitwerking hiervan is aan het nieuwekabinet en zal uw Kamer hierover nader informeren.3.3 Overige onderwerpen 3.3.1 Kinderopvangtoeslag Kinderopvang is voor sommige inburgeringsplichtigen een belangrijkerandvoorwaarde om in te burgeren. Zij kunnen hiervoor kinderopvang-toeslag aanvragen. Bij de totstandkoming van de Wi2021 zijn onbedoeldde participatie-uren in de Z-route, de Module Arbeidsmarkt en Participatie(MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT) buiten het recht optoeslag gevallen. In het geval dat inburgeringsplichtigen deze onderdelenlos van de andere onderdelen (taallessen) van de Wi2021 volgen, kandaarvoor geen toeslag worden aangevraagd. Naar verwachting gaat hetom een beperkt aantal personen voor wie dit geldt. Als inburgeringsplich-tigen deze onderdelen volgen tegelijkertijd met een onderdeel dat wélrecht geeft op kinderopvangtoeslag dan kan de kinderopvangtoeslag nuook al voor deze onderdelen ingezet worden. Een inburgeringsplichtigedie taalles volgt, heeft namelijk recht op de maximale toeslag voor230 uur per maand.Het is essentieel dat ook inburgeringsplichtigen met jonge kinderen aanhun inburgeringsplicht kunnen voldoen. Ik ben daarom van mening datook gedurende activiteiten in het kader van deze drie onderdelen rechtzou moeten bestaan op de kinderopvangtoeslag. Dit wil ik rechtzetten meteen wetswijziging. Aangezien de wijziging ten gunste is van de betrok-kenen en het een wijziging van beperkte omvang betreft, kan op dezewijziging in de uitvoering vooruitgelopen worden. Concreet betekent ditdat zodra de gegevensuitwisseling hiervoor georganiseerd is, er voor dezedrie onderdelen kinderopvangtoeslag kan worden aangevraagd.Gemeenten worden hierover zo spoedig mogelijk nader geïnformeerd.3.3.2 Pilot Almere Tussen december 2022 en december 2023 heeft er op het azc Engelse Mijlin Almere de pilot «Toeleiding naar Werk» plaatsgevonden. In de pilot isde bestaande meedoenbalie op het azc verbreed met begeleiding enbemiddeling naar betaald werk. De pilot was een samenwerking tussenhet COA, Randstad en gemeente Almere.35Open Embassy heeft de pilot geëvalueerd. Het doel van deze evaluatie isom op basis van de ervaringen die zijn opgedaan in Almere, lessen tetrekken voor de toeleiding naar werk van asielzoekers en statushoudersop andere azc’s. De resultaten zijn opgenomen in het rapport «Pilottoeleiding naar werk Almere» en een praktische handreiking die gebruiktkan worden door azc-locaties en gemeenten.33Kamerstukken II 2023/2024, 30 950, nr. 399 (gewijzigde motie Diederik van Dijk c.s.)34Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 41835Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 381Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43821 Uit de evaluatie blijkt dat arbeidstoeleiding binnen een azc meerwaardeheeft. De bewoners van het azc vinden ondersteuning bij het vinden vanwerk waardevol. Zij zien werk als een manier om te integreren, huntaalvaardigheid te verbeteren en mensen in Nederland te leren kennen.Voor gemeenten biedt een focus op arbeidstoeleiding vanuit azc’s eenmogelijkheid om hun toekomstige bewoners in een vroeg stadium mee telaten doen in de lokale samenleving en tegelijkertijd lokale arbeidste-korten aan te pakken. Daarnaast zien we dat wanneer mensen vanuit deopvang werken, dit een positief effect kan hebben op de leefomgeving inde opvang.Er zijn ook knelpunten benoemd. Bijvoorbeeld de nu ontoereikendecapaciteit bij de partners om begeleiding naar werk te organiseren, in decommunicatie richting de azc bewoners, de onzekerheid over eventueleverhuizingen naar andere azc’s en verwachtingsmanagement bijdeelnemers en werkgevers. Een oplossing voor deze knelpunten wordtgezocht in het traject «Verkenning ondersteuningsstructuur asielzoekersen werk» (zie hieronder bij punt 3.3.3.).Een belangrijke kanttekening bij de evaluatie is dat het onderzoek zichspecifiek heeft gericht op de pilot in het azc Almere. De lokale context ishierbij heel belangrijk. Werkende elementen van de pilot kunnen als inputdienen voor het ontwikkelen van een aanpak in andere gemeenten. Hetrapport «Pilot Toeleiding naar werk Almere» en de bijbehorendehandreiking ontvangt u in de bijlage van deze brief.3.3.3 Verkenning ondersteuningsstructuur asielzoekers en werk Regioplan heeft onderzoek gedaan naar de belemmeringen die asiel-zoekers ervaren bij toetreding tot de arbeidsmarkt.36 Eén van de belem-meringen die wordt genoemd in het rapport is het ontbreken van eenondersteunings- of begeleidingsstructuur voor toeleiding naar werk vanasielzoekers. Vanwege de taalbarrière en het voor hen nog onbekendeNederlandse systeem hebben asielzoekers ondersteuning nodig om werkte vinden, maar op dit moment is er geen partij die hier wettelijk verant-woordelijk voor is. Hetzelfde geldt voor statushouders die nog in het azcverblijven in afwachting van een woning. Zoals aangegeven in dekabinetsreactie op het rapport van Regioplan37 heb ik verkend hoe zo’nondersteunings- of begeleidingsstructuur vormgegeven zou kunnenworden. Tijdens het commissiedebat Inburgering en Integratie van27 maart 2024 heb ik toegezegd uw Kamer voor de zomer te informerenover de uitkomsten van deze verkenning.De verkenning is uitgevoerd in samenwerking met het COA, UWV, VNG enandere relevante partners zoals werkgeversorganisaties AWVN enVNO-NCW en uitzendkoepels NBBU en ABU. Gezamenlijk hebben wijenkele varianten verkend die aansluiten bij de bestaande structuren voorarbeidstoeleiding. Een uitgangspunt hierbij is dat de begeleiding naarwerk wordt aangeboden vanuit de fysieke COA-locaties. Hierbij is eeninvulling voor de lange termijn onderzocht en de opgedane kennis enervaring bij bestaande voorbeelden uit het land benut, zoals de hierbovengenoemde pilot in Almere.36Kamerstukken II 2022/2023, 32 824 en 35 680, nr. 38437Kamerstukken II 2022/2023, 30 573, nr. 1213Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43822 Voorlopige conclusie van de verkenningDe uitkomst van deze eerste verkenning is dat het wenselijk is om aan tesluiten bij de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur, waarbijgemeenten en/of het UWV een wettelijke taak krijgen voor deze groepwerkzoekenden. De dienstverlening voor de toeleiding naar werk vanasielzoekers kan vervolgens aangeboden worden via het regionaleWerkcentrum, waar gemeenten, UWV, werkgevers, uitzendkoepels,vakbonden en onderwijsorganisaties samenwerken. De verkenning maaktduidelijk dat samenwerking van de verschillende betrokken partijencruciaal is.De verkenning behoeft nog verdere inhoudelijke uitwerking. Voor hetinrichten van deze ondersteunings- of begeleidingsstructuur moet dewettelijke taak vastgelegd worden en de dienstverlening van gemeentenen het UWV zal moeten worden uitgebreid voor de doelgroep asielzoekersen statushouders die nog in het azc verblijven. Dit heeft zowel juridischeals financiële consequenties. Het is aan een volgend kabinet om hierkeuzes in te maken en om de ondersteunings- of begeleidingsstructuurnadere invulling te geven. Op korte termijn zetten bovengenoemdesamenwerkingspartners zich in om binnen de huidige financiële enjuridische kaders lokaal pilots en initiatieven vorm te geven.3.3.4 Taalbeheersing Oekraïense ontheemden Het leren spreken van de Nederlandse taal vergroot de kans op duurzameen passendere banen voor Oekraïense ontheemden. Dit komt zowel departicipatie als zelfredzaamheid van deze groep ten goede. Een goedeNederlandse taalbeheersing zorgt ervoor dat de veiligheid op de werkplekverbetert, maar ook dat een goed gesprek bij de huisarts of op de schoolvan de kinderen gevoerd kan worden. Om Oekraïense ontheemden (beter)te ondersteunen bij het meedoen in de samenleving en op de arbeids-markt heb ik ingezet op aanvullend aanbod rondom taalonderwijs. In 2023heb ik 15 miljoen euro vrijgemaakt om taalondersteuning voorontheemden te stimuleren via gemeenten. Een deel van deze middelen isnog beschikbaar voor 2024. In 2024 stel ik € 2 miljoen aan aanvullende(incidentele) middelen voor taalcursussen beschikbaar in het kader van deWet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) voor Oekraïense ontheemdenen EU-arbeidsmigranten. De WEB-middelen konden al worden ingezetvoor deze groepen, maar met deze ophoging kan er meer prioriteitgegeven worden aan deze groepen.Ik ben blij dat ik dit ook in 2025 kan voortzetten. Hiervoor stelt het kabineteen budget van 10 miljoen beschikbaar, zodat gemeenten het taalon-derwijs aan Oekraïense ontheemden laagdrempelig kunnen blijvenvormgeven. Ook hier geldt dat de WEB-middelen met dit bedrag wordenopgehoogd.4. Voortgang Wi2013 Naast de Wi2021 zijn er nog inburgeraars actief onder de Wi2013. In deWi2013 staan de eigen verantwoordelijkheid van inburgeraars, resultaats-verplichting en marktwerking op de voorgrond en hebben gemeentengeen regierol. In deze paragraaf informeer ik uw Kamer over de voortgangonder de Wi2013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43823 4.1 Kerncijfers WI2013 In totaal is door DUO in de jaren 2013 tot en met 1 mei 2024 aan 196.659personen de inburgeringsplicht voor de Wi2013 opgelegd. Daarvan zijn erinmiddels:•111.633 inburgeraars (56,8%) ingeburgerd via de Wi2013 of Nt2;•36.080 inburgeraars (18,3%) ontheven van de inburgeringsplicht(medisch en aantoonbaar geleverde inspanningen);•5.941 inburgeraars (3%) vrijgesteld van de inburgeringsplicht (opgrond van een diploma);•10.289 inburgeraars (5,2%) waarbij de inburgeringsplicht is vervallen(niet meer woonachtig in Nederland, overleden, genaturaliseerd,);•32.716 inburgeraars (16,6%) zijn nog inburgeringsplichtig onder deWi2013.Tabel 5 toont per cohort hoeveel inburgeringsplichtigen per 1 mei jl.hebben voldaan aan de inburgeringsplicht, daarvan ontheven zijn of nogbezig zijn met inburgering.Tabel 5 Cijfers Wi2013, cijfers DUO peildatum 1 mei 2024Totaal Wi2013VoldaanOnthevenNog plichtigCohortAantalPercentageAantalPercentageAantalPercentageTotaal20137.17777%1.95521%1712%9.303201412.99276%3.67722%3522%17.021201517.99174%5.83624%5382%24.365201621.84269%9.08228%8333%31.757201713.88865%6.44130%9895%21.318201812.40169%3.85122%1.5979%17.849201911.64068%2.82517%2.61815%17.083202011.86460%1.6638%6.25332%19.78020217.45830%7433%17.02767%25.228202225312%50%1.82188%2.07920236715%20%39585%464202411%00%12299%123 Ten opzichte van de vorige uitvoeringsbrief inburgering van 20 december202338, waarin de stand per 1 oktober 2023 werd weergegeven, is hetaantal inburgeringsplichtigen onder de Wi2013 met 11.225 personengedaald. Ten opzichte van ruim een jaar geleden (1 mei 2023) is hetverschil nog beter zichtbaar: op 1 mei 2023 waren er 51.444 inburgerings-plichtigen en een jaar later zijn er nog 32.716 inburgeraars. Het isbelangrijk dat alle nieuwkomers onder het oude stelsel hun inburgeringafronden zodat het stelsel verder afgebouwd kan worden.4.2 ELIP (Einde Lening, nog Inburgeringsplichtig) Zoals gebruikelijk informeer ik uw Kamer over de actuele ontwikkelingenin de ELIP-groep: asielstatushouders onder de Wi2013 die minstens9.500 euro hebben geleend en dus hun lening vrijwel volledig hebbenverbruikt, maar nog niet hebben voldaan aan de inburgeringsplicht. Het38Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 408Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43824 aantal inburgeringsplichtigen dat aan het eind van de mogelijke lening zitis op 1 april 2024 in totaal 3.439.Sinds vorig jaar neemt deze groep in omvang toe. Ik vind dit eenzorgelijke ontwikkeling en ik heb nader verkend hoe deze ontwikkeling kanworden geduid. Zoals onderstaande tabel laat zien komt de stijging vooralvoor rekening van inburgeraars die in 2020 en 2021 inburgeringsplichtigzijn geworden. De ELIP-groep onder eerdere instroomcohorten blijftgestaag krimpen.Tabel 6 ELIP per cohort Wi2013, cijfers DUO peildatum 1 april 2024Cohort’13’14’15’16’17’18’19’20’21’22/Peildatum’23Totaal1-5-2022247820746060172227030402.39615-10-20222165167325391548487871012.1021-7-2023145613823225830862764515622.3411-11-2023104812220320324948593947822.7391-4-20247421121841752063471.0491.299183.439 Ik heb onderzocht of de ELIP-groep uit de cohorten 2020 en 2021 quasamenstelling significant afwijkt van andere cohorten. Bijvoorbeeld of ermeer analfabeten in deze groep zitten en of relatief meer of minderinburgeraars al meer dan drie examens gehaald hebben. Er blijken echtergeen significante verschillen te bestaan met eerdere cohorten. Daarnaastheb ik gesprekken gevoerd met enkele gemeenten. Ook dit heeft geeninzichten opgeleverd in de achterliggende oorzaken.Omdat er geen duidelijk aanwijsbare oorzaak is voor de groei van degroep, moet deze problematiek met maatwerk worden aangepakt. Zoals ikin het commissiedebat van 27 maart jl. heb aangegegeven, kan ditmaatwerk alleen door gemeenten worden geboden. Mijn voorgangerheeft in het verleden bestuurlijke afspraken gemaakt met gemeenten omdeze doelgroep te ondersteunen. Daarvoor zijn ook financiële middelenaan gemeenten beschikbaar gesteld. Om gemeenten in staat te stellen detoegenomen doelgroep te ondersteunen heb ik vorig jaar 1,1 miljoen euroextra beschikbaar gesteld. Diverse gemeenten zijn de afgelopen jaren aande slag gegaan met de extra financiële middelen die ik beschikbaar hebgesteld. Uit de KIS monitor 202339 blijkt dat 90% van de gemeentenactiviteiten onderneemt voor deze doelgroep. Ik heb besloten om bovenop de al beschikbare middelen voor de komende drie jaar in totaal3,3 miljoen euro beschikbaar te stellen. Ik hoop dat met extra onder-steuning door gemeenten het aantal inburgeraars in de ELIP-groep in dekomende periode weer omlaag kan worden gebracht.4.3 Overschrijdingen inburgeringstermijn en boetes in de Wi2013 alsgevolg van corona In de Verzamelbrief Inburgering van september 202340 heb ik u geïnfor-meerd dat door de coronacrisis het aantal overschrijdingen van deinburgeringstermijn piekte in de periode mei 2022 tot en met mei 2023. Indie periode waren er in de Wi2013 ongeveer 5.200 termijnoverschrij-dingen oftewel 400 per maand. De echte piek lag in september-oktober2022 en stabiliseerde zich daarna weer (300 á 400 per maand). Daarbij hebik aangegeven te zullen onderzoeken wat de invloed is geweest van39KIS monitor 202340Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 391Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43825 corona op de inburgering van statushouders. Boden de verleendeverlengingen van de inburgeringstermijn voldoende compensatie omtijdig in te burgeren en wat is het effect geweest op het totaal aantalopgelegde boetes?Impact van corona voor statushouders en inburgeraarsGedurende de coronacrisis stagneerde het inburgeringsproces. Delockdown(s) en contactbeperkingen lagen hieraan ten grondslag. DeNederlandse taallessen op de cursusinstellingen konden alleen nog opkleine schaal onder voorwaarden plaatsvinden of werden als gevolg vande lockdowns afgelast. Verder waren er minder mogelijkheden om aan hetinburgeringsexamen of het staatsexamen Nt2 deel te nemen. Van15 maart 2020 tot 1 juni 2020 en van 16 december 2020 tot 15 maart 2021waren de toets- en examenlocaties van DUO gesloten. Tot slot kon doorde 1,5 meter maatregel de capaciteit van de toets-locaties niet volledigworden gebruikt.Door mijn voorganger zijn in die tijd maatregelen getroffen om deknelpunten voor inburgeraars op te lossen. Namelijk:•De termijn waarbinnen aan de inburgeringstermijn moest wordenvoldaan is voor alle inburgeraars een aantal keren verlengd, tot intotaal tien maanden. Naast deze generieke verlengingen kregeninburgeringsplichtigen voor wie de inburgeringstermijn binnen zesmaanden verstreek een verlenging. Dit betrof twaalf verlengingen.41 Intotaal heeft iemand die van alle verlengingen kon profiteren 22 maan-den verlenging (tien generiek + twaalf specifiek) gehad. De specifiekeverlenging is medio januari 2022 geëindigd;•De openingstijden van de toets-locaties zijn na corona verruimd en eenextra toets-locatie is ingezet. Verder zijn inburgeraars die aan het eindvan hun inburgeringstermijn zaten en van wie het examen wasgeannuleerd door de sluiting van de toets-locaties, met voorranggeplaatst;•Het werd tijdelijk toegestaan voor cursisten die al fysiek onderwijs bijeen taalschool hadden gevolgd om dat contract om te zetten naarafstandsonderwijs.Door de stagnatie in het inburgeringsproces is de gemiddelde duur vaneen inburgeringstraject gestegen. Eind 2018 duurde een inburgerings-traject gemiddeld 33,9 maanden; eind 2021 is dit 36,5 maanden.42 Dit iseen stijging van 2,6 maanden. Dit betekent dat de generieke (in totaal tienmaanden) en specifieke (in totaal twaalf maanden) verlengingen van deinburgeringstermijn, de vertraging in het inburgeringstraject van degemiddelde inburgeraar ruimschoots hebben gecompenseerd.De piek in september 2022 is het resultaat van termijnoverschrijdingenvan inburgeringsplichtigen uit vooral de cohortjaren 2017 tot en met 2019.Zij zouden in de jaren 2020 tot en met 2022 de inburgeringsplichtafgerond moeten hebben, maar hebben door corona uitstel gekregen.43Vanwege de coronaverlengingen zijn termijnoverschrijdingen gedurendedie periode als het ware opgeschoven in tijd. Daardoor is er in het najaarvan 2022 een piek aan termijnoverschrijdingen gekomen.41Beleidsregel verlenging inburgeringstermijn bij geen verwijt, Staatscourant 2021, 1952842Factsheet statushouders werk-onderwijs-en-inburgering-202143Volgens Divosa had in de eerste helft van 2021 11,3% van de inburgeringsplichtige status-houders een verlenging en eind 2021 was dit gedaald tot 9,3%. Factsheet statushouderswerk-onderwijs-en-inburgering-2021.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43826 Voor het bepalen van de omvang van de groep die in de overschrijding isgekomen en nog beoordeeld moeten worden, is de periode volgend ophet einde van de coronaverlenging genomen, te weten 1 april 2022 tot30 april 2023. Voor deze periode is gekozen, omdat vanaf mei 2023boeteoplegging bij nieuwe verwijtbare termijnoverschrijdingen weerbinnen de reguliere termijn plaatsvond.Voor de periode 1 april 2022 tot 30 april 2023 gaat het in totaal om4.715 personen.44 Deze inburgeraars hebben een vooraankondiging gehadwaarin is medegedeeld dat er vanwege de overschrijding van deinburgeringstermijn een boete wordt opgelegd. Na de vooraankondigingkreeg men de gelegenheid om door middel van een hoorzitting of doorhet opsturen van bewijsstukken aan te geven dat de boete niet verwijtbaaris of om een andere reden niet opgelegd zou moeten worden. In deperiode september 2022-januari 2023 zijn er 1.036 hoorzittingen geweest.Uit de hoorzittingen zijn geen signalen naar boven gekomen dat ontoerei-kendheid van coronaverlengingen reden van termijnoverschrijding was.Door de hoorzittingen is er in de beoordeling van termijnoverschrijdingeneen achterstand ontstaan.45 Deze achterstand is eind april 2024 wegge-werkt. Aan de groep inburgeraars die in de overschrijding is gekomen ingenoemde periode zijn in totaal ongeveer 3.100 boetes opgelegd vooroverschrijding van de inburgeringstermijn.4.4 Prejudiciële vragen ABRvS en kwalificatieverordening In de vorige uitvoeringbrief46 heb ik u geïnformeerd over de prejudiciëlevragen die de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State(ABRvS) heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hetHof).Ik heb DUO opdracht gegeven tijdelijk geen uitvoering te geven aanbesluiten die kunnen raken aan de uitspraak van het Hof. DUO gaat doormet het nemen van besluiten bij verwijtbare termijnoverschrijdingen,maar de invorderingen van leningen en het innen van boetes voorbesluiten die op of na 15 maart 2023 zijn genomen, worden gepauzeerdvoor asielstatushouders die vallen onder de Wi2013. Ook alle relevantebezwaarzaken worden aangehouden. De betreffende inburgeraars hebbeneen brief ontvangen van DUO en op de website zijn nieuwsberichtengeplaatst.Conclusie advocaat-generaalOp 6 juni jl. is de conclusie van de advocaat-generaal gepubliceerd. Dieluidt dat artikel 34 van de Europese Kwalificatierichtlijn zich:−Niet verzet tegen een inburgeringsplicht die vluchtelingen verplicht omdeel te nemen aan inburgeringscursussen, mits die geen beperkingvormt van de toegang tot de rechten die deze richtlijn verleent enrekening houdt met hun specifieke behoeften;−Niet verzet tegen het afleggen van inburgeringsexamens;−Wel verzet tegen de verplichting om hoge kosten voor de inburgeringsprogramma’s te dragen zonder dat vooraf een individuele beoordelingvan de financiële en sociale situatie heeft plaatsgevonden;−Wel verzet tegen de verplichting een inburgeringsexamen te behalen,op straffe van een boete en terugbetaling van de lening bij het nietafronden van het examen binnen de inburgeringstermijn.44Dit cijfer wijkt af van de 5.200 inburgeraars in de verzamelbrief van september 2023 doorandere peildatum.45Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 40846Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 408Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43827 De advocaat-generaal adviseert, maar het uiteindelijke oordeel is aan hetHof. Ik wacht dan ook het oordeel van het Hof en de ABRvS af. Hetantwoord op de prejudiciële vragen van het Hof verwacht ik in de tweedehelft van 2024 en de uitspraak van de ABRvS daarna.KwalificatieverordeningOp 22 mei 2024 is de Kwalificatieverordening gepubliceerd.47 Na deimplementatietermijn van twee jaar zijn de nieuwe regels vanaf 1 juli 2026van toepassing door de rechtstreekse werking van Europese wetgeving. Inde Kwalificatieverordening zijn regels opgenomen o.a. met betrekking totde toegang tot integratieprogramma’s. De komende periode analyseer ikhoe deze uitgangspunten zich verhouden tot het Nederlandse inburge-ringsstelsel van de Wi2021 en de Wi2013. U wordt hierover op een latermoment nader geïnformeerd.Balans in de handhaving van de Wi2021Aan uw Kamer is toegezegd voor 1 juli 2024 de balans in de handhavingvan de wet inburgering 2021 te analyseren en in te gaan op de huidigepraktijk van stokken achter de deur. Met het oog op de uitspraak van hetHof van Justitie en het beschikbaar komen van cijfers over (gemeentelijke)boetes in 2023 van het CBS, zullen wij u hierover in het najaar teinformeren.5. Slot Dit is de laatste uitvoeringsbrief inburgering van mijn periode als Ministervan SZW. Dat nieuwkomers een goede start maken in Nederland, en dusde taal leren, kennis van de Nederlandse maatschappij opdoen en werken,vind ik essentieel. Zowel voor de nieuwkomer zelf, als voor de Neder-landse samenleving.Ik trad aan op het moment dat de Wi2021 net in werking was getreden. Ikheb van dichtbij gezien hoe het stelsel, met de nodige uitdagingen, nu opgang aan het komen is. Ik heb daarbij prioriteit gelegd bij het realiserenvan een vroege start van de inburgering en het stimuleren van dualetrajecten. Dit deed ik omdat werken en het snel leren van de taal belang-rijke pijlers zijn voor een succesvolle integratie.Het stelsel moet zich de komende periode verder bewijzen en beweegtzich naar de volgende fase: de eerste inburgeringstermijnen eindigenvanaf het tweede kwartaal 2025. Hiermee krijgen we zicht op andereaspecten van het stelsel zoals het aanbod van taallessen, afschalen in deleerroutes, de werking van dualiteit, het niveau van examens en(verwijtbare) overschrijdingen van de inburgeringstermijn. Er is nog veelte leren, te doen en te verbeteren. Ik vertrouw erop dat het lerend stelselvan de Wi2021 ook bij opgaven die voor ons liggen een goede basis biedtom nieuwkomers in Nederland te ondersteunen bij hun integratie in deNederlandse samenleving.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van Gennip47L_202401347NL.000101.fmx.xml (europa.eu)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43828
Gerelateerde bronnen
- De minister komt terug op de suggestie van het lid Becker om van zelfbeschikking een aparte module te maken in de inburgeringscursus en neemt dat mee in de voor
De minister komt terug op de suggestie van het lid Becker om van zelfbeschikking een aparte module te maken in de inburgeringscursus en neemt dat mee in de voortgangsbrief van juni.
- De minister neemt in de volgende uitvoeringsbrief de communities of practice mee.
De minister neemt in de volgende uitvoeringsbrief de communities of practice mee.
- De minister gaat naar aanleiding van het Vlaamse buddysysteem inventariseren hoe dit in Nederland gaat en koppelt dit in de voortgangsbrief VIA terug aan de Kam
De minister gaat naar aanleiding van het Vlaamse buddysysteem inventariseren hoe dit in Nederland gaat en koppelt dit in de voortgangsbrief VIA terug aan de Kamer.
- De minister informeert de Kamer begin 2024 over de evaluatie van de leerbaarheidstoets.
De minister informeert de Kamer begin 2024 over de evaluatie van de leerbaarheidstoets.
- De minister neemt in de eerstvolgende voortgangsbrief een overzicht op van alle voortgangsbrieven en de termijnen waarop deze voortgangsbrieven aan de Kamer wor
De minister neemt in de eerstvolgende voortgangsbrief een overzicht op van alle voortgangsbrieven en de termijnen waarop deze voortgangsbrieven aan de Kamer worden gestuurd.
- De minister koppelt in juni aan de Kamer terug of overal de meest recente versie van de participatieverklaring wordt gebruikt.
De minister koppelt in juni aan de Kamer terug of overal de meest recente versie van de participatieverklaring wordt gebruikt.
- De minister gaat met VNG in gesprek over hoe een praktijkcomponent met betrekking tot de geschiedenis van de Holocaust wordt vormgegeven door gemeenten in het i
De minister gaat met VNG in gesprek over hoe een praktijkcomponent met betrekking tot de geschiedenis van de Holocaust wordt vormgegeven door gemeenten in het inburgeringstraject en komt hierop terug na de zomer.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.