KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk 21501-20-2376)

10 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1082624d1ce0ce56 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-20Europese RaadNr. 2377 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 februari 2026 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over debrief van 2 februari 2026 over de Geannoteerde agenda voor de informeleEuropese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2376).De vragen en opmerkingen zijn op 9 februari 2026 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 10 februari 2026 zijn devragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,ErkensDe griffier van de commissie,Blom kst-21501-20-2377ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23771 InhoudsopgaveVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie en reactievan de bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersoon4Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoon5Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersoon8 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de informele Europese Raad van 12 februari2026. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie vragen wanneer deze informele Raad wat hetkabinet betreft geslaagd is. Welke concrete uitkomsten hoopt het kabinette bereiken op deze informele top?1. Antwoord van het kabinet De informele Raad is geslaagd als EU-regeringsleiders op zowelintern als extern domein gemeenschappelijke prioriteitenidentificeren ter versterking van het Europees concurrentiever-mogen. Het kabinet ziet graag concrete acties en deadlinesverbonden aan deze prioritering tijdens de formele Europese Raadin maart 2026.Hoe staat het kabinet tegenover «Buy European»-initiatieven en op welkemanier denkt het kabinet dat dit bij kan dragen aan het Europeseconcurrentievermogen?2. Antwoord van het kabinet In 2025 kondigde de Europese Commissie een Europeesvoorkeursprincipe voor publieke aanbestedingen in strategischesectoren aan. Naar aanleiding hiervan heeft het kabinet op20 november jl. het standpunt van het kabinet ten aanzien van ditvoorkeursprincipe met uw Kamer gedeeld.1 Zoals hierin isaangegeven, staat het kabinet terughoudend tegenover de inzetvan een Europees voorkeursprincipe, en acht van belang dat persector zorgvuldig wordt afgewogen of baten opwegen tegenkosten. Het kabinet acht het bijvoorbeeld denkbaar dat hetinstrument ingezet zou kunnen worden om de weerbaarheid vande Unie te versterken en, wanneer minder ingrijpende maatre-gelen ontoereikend zijn, om strategische nieuwe markten testimuleren. De toepassing zou daarbij tijdelijk, doelmatig enproportioneel moeten zijn. De toegang voor gelijkgestemdehandelspartners zou hierin niet belemmerd moeten worden.1Kamerstuk 21 501-30, nr. 680, bijlage 1 «Kabinetsstandpunt inzake het Europees voorkeurs-principe in publieke aanbestedingen».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23772 De leden van de D66-fractie vragen welke nationale opvolging er tot opheden is gegeven aan het Draghi-rapport. Is de Minister bereid om deKamer periodiek te informeren over de opvolging van het Draghi-rapport?Kan de Minister dezelfde vragen beantwoorden voor de Niinistö- enLetta-rapporten?3. Antwoord van het kabinet Naar aanleiding van de rapporten Letta en Draghi heeft hetkabinet een kabinetsvisie op het versterken van hetEU-concurrentievermogen gepubliceerd, met prioriteiten enacties.2 Het kabinet heeft zich actief ingezet om verschillendeCommissievoorstellen te beïnvloeden langs de lijnen van dezeinzet, zoals de Clean Industrial Deal, de interne markt strategie,de omnibussen voor simplificatie van regelgeving en de actie-plannen voor de auto-industrie en staalsector. Ook heeftNederland de semicon coalitie geïnitieerd.Het versterken van de nationale weerbaarheid is een prioriteitvan het kabinet. Zoals gedeeld in de Kamerbrieven weerbaarheidtegen militaire en hybride dreigingen3 wordt hier kabinetsbreedaan gewerkt. Ook heeft de Minister van Justitie en Veiligheid eenEuropese weerbaarheidscoalitie in het leven geroepen ommiddels versterkte samenwerking en gezamenlijke acties deciviele paraatheid en weerbaarheid in zowel de individuele landenals in de EU als geheel te versterken.Indien de Europese Commissie voorstellen doet die voortvloeienuit voornoemde rapporten wordt uw Kamer daar zoals gebrui-kelijk per BNC-fiche over geïnformeerd. Daarnaast wordt uwKamer door de vakdepartementen geïnformeerd over ontwikke-lingen in de beleidsinzet die onder hun verantwoordelijkheidvallen en voortvloeien uit de in de rapporten Draghi, Letta enNiinistö behandelde materie.De leden van de D66-fractie vragen op welke manier de Minister van planis in Europees verband kenbaar te maken dat Nederland positief staattegenover eerdere toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie (EU),wanneer dit deel uitmaakt van een vredesakkoord in navolging op deaangenomen motie-Klos c.s. (Kamerstuk 36 800 V, nr. 49).4. Antwoord van het kabinet Oekraïne bevindt zich in een toetredingstraject naar EU lidmaat-schap. Het land boekt onder zeer moeilijke omstandighedenvoortgang in het hervormingsproces en Nederland biedt hierbijhulp waar dat kan, onder meer via het MATRA-programma, deOekraïne-faciliteit van de EU en het actieplan van de Raad vanEuropa. Nederland blijft deze steun leveren en staat constructieftegenover het voeren van gesprekken over eventuele gefaseerdetoetreding door Oekraïne, conform de motie Klos c.s. Daarbijhoudt het kabinet vast aan de eisen voor toetreding, waaronderde Kopenhagen criteria.Een land dat toetreedt tot de Unie moet de waarden van de Unieeerbiedigen en moet voldoen aan alle voorwaarden omvolwaardig lid te worden.2Kamerstuk 21 501-30, nr. 6213Kamerstuk 30 821, nr. 249Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23773 Het kabinet wil niet vooruitlopen op een mogelijk vredesakkoord.EU toetreding is een proces tussen de (lidstaten van de) EU enkandidaat-lidstaten.Op welke manier zal de Minister opvolging geven aan de aangenomenmotie-Klos c.s. over een Europese veiligheidsraad (Kamerstuk 36 800 V,nr. 48)?5. Antwoord van het kabinet Het kabinet neemt met belangstelling kennis van voorstellen dieerop gericht zijn dat Europese landen meer verantwoordelijkheidnemen voor hun eigen veiligheid en defensie. Eerder heeft hetkabinet gekeken naar de mogelijke meerwaarde van eenEuropese Veiligheidsraad. Destijds bleek hiervoor binnen Europaonvoldoende draagvlak te bestaan. In lijn met de aangenomenmotie van het lid Klos (Kamerstuk 36 800 V, nr. 48) is het kabinetbereid om dit draagvlak opnieuw te onderzoeken. Bovendien isvan belang te vermelden dat Nederland reeds in verschillendeverbanden samenwerkt t.b.v. de Europese veiligheid. De NAVOvormt de hoeksteen van onze collectieve veiligheid. De EU heefteen nuttige aanvullende rol te spelen op het gebied van finan-ciering, coördinatie en vereenvoudigen wetgeving. Daarnaastwerken we samen binnen coalities zoals de Joint ExpeditionaryForce (JEF) de Coalition of the Willing. Verder verwijs ik uwKamer ook naar de Kamerbrief EU als geopolitieke speler van27 januari jl.4Wanneer kan de Kamer een nieuwe versie of een voortgangsrapportageverwachten van de Nationale Grondstoffenstrategie?6. Antwoord van het kabinet Er is geen reguliere voortgangsrapportage van de NationaleGrondstoffenstrategie. Uw Kamer is vorig jaar december geïnfor-meerd over de voortgang op onderdelen van de NationaleGrondstoffenstrategie, in de brief Weerbare Waardeketens(Kamerstuk 32 852, nr. 395).Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van12 februari 2026. Deze leden constateren dat deze Raad vooral in het tekenzal staan van het Europees Concurrentievermogen. Zij onderschrijven hetbelang van een sterk concurrentievermogen, ook in het kader van derecente geopolitieke ontwikkelingen. Wel hebben zij naar aanleiding vande geannoteerde agenda nog een aantal vragen.MercosurDe leden van de VVD-fractie merken op dat handelsverdragen hetfundament vormen van een economisch welvarend Europa. In het kaderdaarvan betreuren deze leden dat een meerderheid van het EuropeesParlement ervoor heeft gekozen de inwerkingtreding van hetEU-Mercosur-akkoord op te schorten om advies in te winnen bij hetEuropees Hof van Justitie. De Kamer heeft door het aannemen van de4Kamerstuk 36 715, nr. 32Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23774 motie-Erkens (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2374) juist aangegeven dat hetEU-Mercosur-akkoord alvast in werking dient te treden. Op welke manierheeft het kabinet tot dusver uitvoering gegeven aan deze motie? Welkeverdere stappen is het kabinet van plan te nemen om het EU-Mercosur-akkoord alsnog zo snel mogelijk in werking te laten treden?7. Antwoord van het kabinet Het kabinet heeft op 9 januari jl. in de Raad van de Europese Unieingestemd met het besluit tot ondertekening en voorlopigetoepassing van het EU-Mercosur akkoord, dat met gekwalifi-ceerde meerderheid is aangenomen. Het kabinet heeft conformde motie Erkens c.s.5 in de informele Europese Raad van22 januari jl. steun uitgesproken voor de voorlopige toepassingvan het EU-Mercosur akkoord en zal dat blijven doen. Het kabinetblijft zich daarnaast zowel in de Raad als in bilaterale contacteninzetten voor een spoedige inwerkingtreding van hetEU-Mercosur akkoord, conform de motie Van der Burg c.s.6Europese KapitaalmarktunieDe leden van de VVD-fractie constateren dat het kabinet tijdens de Raadonder andere zal pleiten voor een sterke kapitaalmarktunie. Deze ledenjuichen dit toe. In hoeverre vindt het kabinet in Europa steun voor eenEuropese kopgroep aan landen die, vooruitlopend op een volledigEuropese kapitaalmarktunie, alvast gaan werken aan een diepereintegratie van hun kapitaalmarkten?8. Antwoord van het kabinet De verdieping van de kapitaalmarktunie vereist verschillendeinitiatieven en acties. De commissie heeft met haar Kapitaal-marktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP), gepubli-ceerd in december jl., een blauwdruk neergelegd die als basis kandienen voor een interne markt voor kapitaal in de EU. EenBNC-fiche is reeds met uw Kamer gedeeld.7 Het kabinet is erbinnen de EU voorstander van om met dit pakket echt stappen tezetten ter bevordering van de Europese concurrentiekracht. Waardat niet in EU verband kan, staat NL ervoor open om met anderelidstaten, in kopgroepen, samen op te trekken. Nederland heeftdit eerder al bijvoorbeeld gedaan in de totstandkoming van hetbeleggingslabel Finance Europe.8Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoonDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de aanstaande informele Europese Raad van12 februari 2026. Deze leden hebben enkele opmerkingen en vragen overde inzet aldaar.5Kamerstuk 21 501-20, nr. 23746Kamerstuk 21 501-02, nr. 33097Fiche 3 – Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP), Kamerstuk 22 112,nr. 42418Verslag bijeenkomst «Finance Europe»: een beleggingslabel voor investeren in Europa, bijlagebij Kamerstuk 21 501-07, nr. 2118Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23775 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat tijdens deinformele Raad wordt gesproken over het concurrentievermogen van deEU. Ook zijn er enkele non-papers verschenen in aanloop naar deze Raad,bijvoorbeeld van Duitsland en Italië. Deze leden vinden de concurrentie-kracht van de EU van essentieel belang, maar benadrukken dat eensterkere concurrentiekracht niet wordt bereikt met het blind afschaffenvan werknemersrechten, veiligheidsnormen voor producten en schonelucht-normen. Het blind afschaffen hiervan zou er juist voor zorgen datwerknemers en consumenten minder vertrouwen krijgen in EU-normenen zorgt voor problemen op middellange termijn. Is de Minister het ermeeeens dat het afbreken van werknemersrechten, veiligheidsnormen voorproducten en schone lucht-normen niet de weg is die de EU moet inslaan?9. Antwoord van het kabinet Het kabinet is het in zoverre met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie eens dat vermindering van onnodige regeldruk moetplaatsvinden zonder afbreuk te doen aan onderliggende beleids-doelstellingen. Bij het terugdringen van regeldruk ten behoevevan de concurrentiekracht van de EU wordt daarom ingezet opbehoud van de effectiviteit van de regelgeving. Bovendien moetde aanpassing van Europese regelgeving zo worden vormgegevendat dit niet in het nadeel is van bedrijven die al een verduurza-mingsslag hebben gemaakt in anticipatie op deze regelgeving.Het versterken van het concurrentievermogen van de EU gaat wat dezeleden betreft in grote mate om het doen van de juiste investeringen. Ditschreven Mario Draghi en Enrico Letta – die ook aanwezig zullen zijn bij debijeenkomst in Antwerpen – nadrukkelijk en uitgebreid in hun beiderapporten. Is de demissionair Minister-President bereid tijdens deinformele Raad naar voren te brengen dat juist deze investeringen hetverschil gaan maken en dat deze achterblijven?10. Antwoord van het kabinet De rapporten van Draghi en Letta benadrukken dat het versterkenvan het Europese concurrentievermogen essentieel is voor detoekomst van de EU, waarbij de nadruk moet liggen op zowelpublieke als private investeringen. Het is belangrijk dat via deEU-begroting private investeringen worden gestimuleerd terbevordering van het EU concurrentievermogen. De EU begrotingfunctioneert daarbij als hefboom. In de onderhandelingen voorhet nieuwe Europees Concurrentievermogenfonds (ECF) onder hetvolgende MFK 2028-2034 zet het kabinet zich actief in voor dezecruciale investeringen, met name in de strategische sectoren enkritieke technologieën. Voor het mobiliseren van private investe-ringen acht het kabinet een grote rol voor het InvestEU-instrument onder het ECF van belang. Tijdens de informeleEuropese Raad zal Nederland dan ook het belang van het mobili-seren van private investeringen en een ambitieus ECF, gefocustop excellentie en impact, benadrukken.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lazen dat ook de president vande Europese Centrale Bank (ECB) Lagarde de Europese leiders in aanloopnaar de informele Raad van advies voorzag in een checklist die zij stuurdemet noodzakelijke stappen die leiden tot meer concurrentiekracht. Ondermeer zijn hierin punten opgenomen over gezamenlijke investeringen enEuropese obligaties. Heeft zij in haar advies ook gesproken over denoodzaak van Eurobonds? Kan de Kamer haar adviezen (desnoodsvertrouwelijk) ontvangen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23776 11. Antwoord van het kabinet Het document van de Europese Centrale Bank (ECB) is vertrou-welijk gedeeld. Op dit moment zijn wij in overleg met ECB hoewij dit document vertrouwelijk met uw Kamer kunnen delen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat hoewel tijdensdeze informele Raad geen besluiten en conclusies worden verwacht erwel posities worden ingenomen tijdens en voorafgaand aan de Raad,bijvoorbeeld door de non-papers die zijn gepubliceerd door lidstaten. HetDuits-Italiaanse non-paper vraagt om een volgende slag om EU-wetten uitte kleden, wat deels zal resulteren in de afbraak van verworven werkne-mersrechten en veiligheids-, klimaat- en milieustandaarden. Ook wil hetDuits-Italiaanse standpunt vooral investeren in «European champions»waarbij ze hun eigen auto-industrie noemen. Wat deze leden betreft is hetjuist belangrijk dat landen niet alleen kijken naar hun eigen industrie maarkijken naar het Europees belang. Ook in de Nederlandse hoogwaardigeindustrie moet geïnvesteerd worden om de concurrentiepositie van de EUte versterken. Is de Minister het hiermee eens?12. Antwoord van het kabinet Het kabinet onderschrijft dat de versterking van de Europeseconcurrentiekracht niet mag leiden tot een afbraak vanstandaarden, maar juist moet rusten op innovatie en technolo-gisch leiderschap. In plaats van in te zetten op nationale kampi-oenen, pleit het kabinet voor de ontwikkeling van grensover-schrijdende publiek-private samenwerkingsverbanden, naar hetmodel van project Beethoven in Nederland. Door publiekeondersteuning als hefboom te gebruiken voor investeringen instrategische sectoren en kritieke technologieën, zoals halfge-leiders, versterken we de productiecapaciteit en de positie vanzowel de Nederlandse hoogwaardige industrie als de EU alsgeheel. Dit is dan ook het uitgangspunt van het nieuwe industrie-beleid met focus, waarover uw Kamer recentelijk is geïnfor-meerd.9 Hierin worden zes technologieën en groeimarktengeïdentificeerd waarop actief wordt gestuurd ten behoeve van deNederlandse en de Europese concurrentiepositie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet zich nog niette voegen bij een van de landen die hun posities al kenbaar hebbengemaakt in een non-paper – ook gezien de demissionaire status van hetkabinet en de verwachting van een nieuw missionair kabinet op kortetermijn. Deze leden vragen het kabinet nadrukkelijk zich niet aan te sluitenbij het Duits-Italiaanse standpunt. Is het kabinet daartoe bereid?13. Antwoord van het kabinet Zoals ook blijkt uit het antwoord op vraag 14 heeft het kabinetzich aangesloten bij een door Zweden en Finland geïnitieerdpaper omdat de inhoud daarvan in lijn is met staand Nederlandsbeleid. Het kabinet heeft zich niet aangesloten bij het Duits-Italiaanse of een ander non-paper.9Kamerstuk 29 826, nr. 277Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23777 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026.De leden van de BBB-fractie lezen in het artikel «Nederland waarschuwtvoor risico’s van «koop Europees» bij aanbestedingen» (FinancieelDagblad, 5 februari 2026) dat Nederland een non-paper mede zou hebbenondertekend, over de Artificial Intelligence (AI) Act en Algemene Veror-dening Gegevensbescherming (AVG). Klopt het dat Nederland in aanloopnaar de informele Europese Raad deze non-paper mede heeft onder-tekend? Zo ja, kan het kabinet toelichten op welk moment dit besluit isgenomen en waarom deze non-paper niet actief met de Kamer is gedeeld?14. Antwoord van het kabinet Nederland heeft in aanloop naar de informele Europese Raad eennon-paper over Strategic Competitiveness ondertekend. Ditnon-paper is naast de initiatiefnemers Zweden en Finland ookondertekend door Estland, Letland en Litouwen. In het non-paperwordt breed ingegaan op maatregelen die genomen moetenworden om het Europese concurrentievermogen te versterken.Versimpeling van Europese regelgeving, waaronder de reedsgepresenteerde digitale omnibus (AI, AVG), is daar onderdeelvan.10Omdat het non-paper in lijn is met staand beleid, was het kabinetvoornemens dit paper bij de eerst mogelijke geëigendegelegenheid met uw Kamer te delen. Zodoende is het paper alsbijlage bij dit schriftelijk verslag gevoegd.De leden van de BBB-fractie lezen in de non-paper11 onder meer devolgende passage:«In a time of fast-paced technological advancement, too complicated andburdensome regulation cannot stand in the way of EU’s technologicalleadership and sovereignty. Simplification will remain key in the digitalsphere. We welcome the ambitions in the Digital Omnibus package bothon AI and GDPR, but more needs to be done.» Deze leden onderschrijvendeze analyse. Europa dreigt achterop te raken wanneer regelgevinginnovatie en investeringen in de weg staat. Deze leden zien al langer datondernemers, midden- en klein bedrijven en ook agrarische technologie-bedrijven vastlopen in complexe digitale verplichtingen, uiteenlopendeinterpretaties en stapeling van toezicht. Kan het kabinet nader concreti-seren wat in deze passage wordt bedoeld met «more needs to be done»,bovenop de reeds aangekondigde vereenvoudiging in de Digital Omnibus,zowel ten aanzien van de AI Act als de AVG? Welke aanvullende vereen-voudigingen acht Nederland wenselijk?15. Antwoord van het kabinet In het BNC-fiche over de Omnibus AI en Omnibus Digitaal dat op12 december 2025 met uw Kamer is gedeeld heeft het kabinetaangegeven dat het de vereenvoudiging en stroomlijning vandigitale wetgeving verwelkomt. Daarbij zet het erop in dathuidige en toekomstige vereenvoudigingsvoorstellen zichfocussen op versimpeling, verduidelijking en stroomlijning van10BNC fiche digitale omnibus, Kamerstuk 22 112, nr. 422311Swedish – Finnish non-paper on European Strategic Competitiveness(20260205_europe_table_se-fi-non-paper-competitiveness.pdf)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23778 wetgeving en dat de doelen van de wetgeving daarbij overeindblijven.De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet borgt datvereenvoudiging daadwerkelijk leidt tot meer rechtszekerheid en minderregeldruk in de praktijk en niet slechts tot herschikking van bestaandeverplichtingen. Deze leden wijzen in dit verband op de door de Kameraangenomen motie-Flach/Vermeer (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1171), waarinde regering wordt verzocht zich in Europees verband actief in te zettenvoor het schrappen van onnodige regeldruk en nationale koppen opEuropese regelgeving. Kan het kabinet expliciet toelichten hoe de inzet indeze non-paper en de verdere onderhandelingen over de digitale agendazich verhouden tot deze motie? Ziet het kabinet deze non-paper alsconcrete invulling van deze aangenomen motie?16. Antwoord van het kabinet Het kabinet zet zich in voor het verminderen van regeldruk en hetbevorderen van betere regelgeving, zoals vastgelegd in hetActieprogramma Minder Druk met Regels. Het kabinetverwelkomt daarom voorstellen gericht op het vereenvoudigen enstroomlijnen van wetgeving en zet daar ook op in tijdens deonderhandelingen over de digitale agenda. Daarmee is deNederlandse inzet in lijn met deze aangenomen motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23779

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a2421bd73a2e118a

14 okt 2026 · b1a8ebb5e3fc691e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.