Antwoord op Kamervragen · 18 aug 2025 · Tweede Kamer
Antwoord op vragen van de leden Ceder en Martens-America over het bericht ‘Radicalen vrijuit op universiteiten: gedragscodes blijken vooral papieren tijgers’
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2844Vragen van de leden Ceder (ChristenUnie) en Martens-America (VVD) aande Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Radicalenvrijuit op universiteiten: gedragscodes blijken vooral papieren tijgers»(ingezonden 12 juni 2025).Antwoord van Minister Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)(ontvangen 18 augustus 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar2024–2025, nr. 2633.Vraag 1 en 2Hoe luidt uw reactie op het bericht «Radicalen vrijuit op universiteiten:gedragscodes blijken vooral papieren tijgers»?1Herkent u het contrast dat in het artikel wordt geschetst tussen de gedragsco-des van de universiteit en het intimiderende gedrag van studenten enmedewerkers? Wat is uw reactie daarop?Antwoord 1 en 2Demonstraties moeten plaatsvinden binnen de grenzen van de wet, en op decampus ook binnen de huisregels en gedragscodes van de instelling. Ikverwacht van instellingen dat zij de naleving van hun huis- en gedragsregelsbevorderen en ook handhaven, en wanneer dit niet lukt, maatregelen treffen.De inzet en proportionaliteit van de maatregelen hangt af van de aard enernst situatie en is ter beoordeling aan de instelling, ook vanuit hun rol alswerkgever. Bij vermoedens van strafbare feiten doen de instellingen eenberoep op de politie en doen zij aangifte.Ik heb kennisgenomen van het bericht. Laat mij voorop stellen dat ik sta voorvrij en veilig onderwijs en onderzoek aan de universiteiten. De colleges vanbestuur hebben de ingewikkelde taak om zowel de academische vrijheid, devrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht, als ook de veiligheid opde campus te waarborgen. De gedragscodes en huisregels van de instellin-gen beogen correct gedrag en de goede gang van zaken in de gebouwen enterreinen van de instelling.1De Telegraaf, 10 juni 2025, «Radicalen vrijuit op universiteiten: gedragscodes blijken vooralpapieren tijgers», https://www.telegraaf.nl/binnenland/radicalen-vrijuit-op-universiteiten-gedragscodes-blijken-vooral-papieren-tijgers/70141450.html ah-tk-20242025-2844ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 Vraag 3Deelt u de typeringen van de universiteiten over incidenten als «het debatkan soms schuren» en «demonstraties kunnen gepaard gaan met ongemak»?Antwoord 3In het onderwijs, onderzoek en bij verschillende activiteiten die op instellin-gen georganiseerd worden mag van docenten worden verwacht dat zij zichbewust zijn van hun voorbeeldfunctie en dat zij zorgen voor ruimte voordiversiteit aan inzichten. Ik verwacht dat instellingen hun verantwoordelijk-heid nemen in de zorg voor een veilige leer- en werkomgeving voorstudenten en medewerkers en hierbij het reguliere instrumentarium inzettendat zij hiervoor beschikbaar hebben, variërend van aanspreken, berispen toten met ontslag en aangifte. De inzet en proportionaliteit van de maatregelenhangt af van de aard en ernst van de situatie, dit ter beoordeling door deinstelling als werkgever.De uitspraak dat demonstraties gepaard kunnen gaan met ongemak, hangtsamen met het feit dat het demonstratierecht een grondrecht is en dat daaruitvoortkomt dat demonstraties enige overlast en hinder mogen veroorzaken.Ongemak en hinder zijn dus niet altijd volledig te voorkomen. De inhoud vaneen demonstratie doet er daarbij niet toe. Het demonstratierecht is echter nietonbegrensd. Demonstraties mogen niet uitmonden in geweld, intimidatie vanstudenten en medewerkers of in antisemitisme. Opruiing en (het aanzettentot) discriminatie zijn bij wet strafbaar gesteld. Bij vermoedens van strafbarefeiten doen de instellingen een beroep op de politie en doen zij aangifte.Vraag 4Kunt u toelichten in hoeverre de handhaving van gedragscodes dooruniversiteiten door u wordt gevolgd of geëvalueerd?Antwoord 4Instellingen gaan zelf over het opstellen van huisregels en gedragscodes enhun omgang daaromtrent. Daarbij hoort ook het evalueren van de klachtenover het niet naleven van deze huisregels en gedragscodes. In het kader vande integrale aanpak sociale veiligheid doe ik momenteel onderzoek naar dewerking van de klacht- en meldprocedures die instellingen hebben ingerichten waar deze kunnen worden verbeterd. Over de uitkomst hiervan wordt uwKamer rond de zomer geïnformeerd.Ook spreek ik met bestuurders en koepelorganisaties over de borging van deveiligheid op de instellingen, onder meer in het kader van de moties entoezeggingen die voortkomen uit het plenair debat over veiligheid van23 januari jongstleden. Voor de zomer heb ik uw Kamer hierover geïnfor-meerd per brief.2 In deze brief ga ik in op de stappen die de instellingen en ikondernemen om de veiligheid te borgen.Vraag 5Op welke manier spreekt u instellingen aan op eventuele nalatigheid tenaanzien van sociale veiligheid?Antwoord 5In de brief die ik voor de zomer met uw Kamer heb gedeeld over deveiligheid op de universiteiten en hogescholen3, ga ik in op de interventiemo-gelijkheden wanneer de veiligheid op de instellingen in het geding komt. Iklicht dit hieronder tevens kort toe.Het is aan de instellingsbesturen om te zorgen voor een veilige leer- enwerkomgeving voor studenten en medewerkers, als randvoorwaarde voor decontinuïteit en kwaliteit van het onderwijs en onderzoek en in naleving van debranchecodes goed bestuur waaraan universiteiten en hogescholen zichgecommitteerd hebben. Het college van bestuur moet zorgen dat het in staatis deze taak te vervullen en maakt hiervoor beleid. Vanuit haar verantwoorde-lijkheid als werkgever en toezichthouder op het college van bestuur, dient deraad van toezicht op te treden in situaties dat het college van bestuur de zorgvoor een veilige leer- en werkomgeving niet naar behoren heeft ingevuld.2Kamerstukken II, 29 240-1753Kamerstukken II, 29 240-175Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 Indien nodig voer ik het gesprek met een raad van toezicht om mij ervan teverzekeren dat zij haar verantwoordelijkheid neemt. De Inspectie van hetOnderwijs (hierna: inspectie) kan op basis van signalen onderzoek doen enindien nodig herstelopdrachten geven aan het bestuur van een instelling.Wanneer de inspectie na gedegen onderzoek tot de conclusie komt dat ersprake is van wanbeheer in de zin van de WHW4, kan ik overgaan tot hetgeven van een aanwijzing aan de raad van toezicht.Ik werk momenteel aan een wetsvoorstel zorgplicht veiligheid in hetvervolgonderwijs. Dit wetsvoorstel voorziet in versterking van toezicht op(sociale) veiligheidsbeleid van instellingen. Doel van het beleid is dat ercontinu aandacht is voor een veilige leer- en werkomgeving. Het voorkomenvan onveilige situaties en hoe daarbij te handelen als deze toch optreden,maakt hier onderdeel van uit. Bij een acute situatie blijft het college vanbestuur aan zet, maar op het veiligheidsbeleid, inclusief de monitoring enevaluatie ervan, is na de invoering van de wettelijke zorgplicht veiligheidsteviger toezicht vanuit de raad van toezicht en de inspectie en stevigerechecks and balances door de medezeggenschap. Het wetsvoorstel gaat naarverwachting dit najaar in internetconsultatie.Vraag 6 en 7Kunt u garanderen dat de universiteiten een veilige plek zijn om te werken ente studeren en welke acties onderneemt u?Welke concrete maatregelen zijn er getroffen of worden overwogen om deveiligheid van studenten en medewerkers beter te waarborgen op universitei-ten?Antwoord 6 en 7Vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid werk ik aan het bevorderen van eenveilige leer- en werkomgeving op alle instellingen. Mijn rol als Minister is ominstellingen in staat te stellen hierop hun verantwoordelijkheid te nemen. Iknoch de instellingen kan daarbij volledige veiligheid garanderen. Het gaat erom dat we zo goed mogelijk gesteld staan om de veiligheid voor iedereen diestudeert of werkt op de instellingen te borgen door veiligheidsrisico’s zoveelmogelijk te voorkomen. Hier werken de instellingen en ik blijvend aan.Ik zet daarbij op verschillende manieren in op het bevorderen van een veiligeleer- en werkomgeving op de instellingen. Dit doe ik, samen met de sector,door de integrale aanpak sociale veiligheid en de nationale strategieantisemitismebestrijding. Zo loopt er momenteel een onderzoek naar de wijzewaarop de klacht- en meldvoorzieningen kunnen worden verbeterd. Daarbijkijk ik ook naar het handelingsperspectief bij meldingen van antisemitisme.Daarnaast werk ik aan een handreiking voor vertrouwenspersonen over hetherkennen van en omgaan met antisemitisme. Deze is voor de zomer klaar. Inhet kader van de Nationale Strategie Bestrijding Antisemitisme is deTaskforce antisemitismebestrijding aan de slag met het doen van gerichtevoorstellen voor de maatregelen ten behoeve van de veiligheid van Joden, inhet bijzonder de veiligheid van Joodse studenten op hogescholen enuniversiteiten. Ook werk ik momenteel aan een wettelijke zorgplicht veiligheidin het vervolgonderwijs. Daarnaast blijf ik in gesprek met bestuurders vaninstellingen en diverse partijen zoals de NCAB en de Moslim StudentenAssociatie over de veiligheid van studenten en medewerkers.Voor de zomer heb ik uw Kamer per brief geïnformeerd over de moties entoezeggingen voortkomend uit het plenair debat van 23 januari jl. over deveiligheid op de instellingen en welke acties ik onderneem.5Vraag 8Wat vindt u ervan dat de Tweede Kamer al meermaals aan de bel heeftgetrokken over dergelijke incidenten, maar dat dit patroon van intimidatie enverstoring blijft bestaan en welke stappen gaat u nemen?4De Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW).5Kamerstukken II, 29 240-175Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3 Antwoord 8Het is onacceptabel waar demonstraties ontaarden in geweld, vernieling,discriminatie of haatzaaien. Ook is het onverteerbaar dat er studenten zijn diezich niet meer veilig voelen op hun instelling, in het bijzonder Joodse,Israëlische en moslimstudenten. De instellingen spannen zich dagelijks in omde veiligheid te borgen op hun instelling en dit heeft hun volle aandacht. Zijdoen dit ook in nauwe samenspraak met de lokale driehoek waar daaraanleiding toe is. Ik vind het ook belangrijk dat die verantwoordelijkheid voorde veiligheid zoveel mogelijk lokaal wordt genomen waar de situatie terplekke het beste kan worden ingeschat en kan worden besloten hoe hiermeeom te gaan. Ik constateer dat de instellingen het afgelopen jaar hunweerbaarheid voor verstoringen hebben verhoogd, bijvoorbeeld door hetstellen van (gezamenlijke) regels, het inzetten van risicogericht toegangsbe-leid en de verbetering van de informatiedeling tussen instellingen en lokaledriehoek. Ook vind ik het belangrijk dat instellingen van hun ervaringen ophet gebied van veiligheid leren, ook gezamenlijk. Dit doen de universiteitenvia hun netwerk van integrale veiligheidsadviseurs en als sector gezamenlijkvia het Platform IV-HO. Zoals ik ook in mijn antwoord op vraag 6 toelicht,werk ik vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid op verschillende manieren,samen met de sector, aan het bevorderen van een veilige leer- en werkomge-ving. Over de stappen die de instellingen en ik nemen om de veiligheid op deinstellingen te borgen, heb ik uw Kamer voor de zomer per brief geïnfor-meerd.66Kamerstukken II, 29 240-175Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel4
Versie 564acdd8690909d09bff54ab8b8e4b1b97f537c0439875a48bac971a3fb71369 · Officiële bron.
Gegevens
- Soort document
- Antwoord schriftelijke vragen
- Datum
- 18 augustus 2025
- Vergaderjaar
- 2024-2025
- Aanhangselnummer
242502844- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.