KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde Agenda Transportraad d.d. 5 december 2024 te Brussel

20 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 53b19ce2c4ec5798 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1097 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRA-STRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 november 2024Hierbij sturen wij u, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid,de geannoteerde agenda van de Transportraad van 5 december 2024. Hetkabinet is voornemens deel te nemen aan deze bijeenkomst.De inhoud van deze geannoteerde agenda geeft de meest recente standvan zaken weer omdat er nog geen officiële agenda is voor deze Trans-portraad. Mocht de agenda op belangrijke punten veranderen, dan wordtu hierover geïnformeerd bij de beantwoording van het schriftelijk overlegdat nog gepland staat met de Kamer.Tevens wordt de Kamer in deze brief geïnformeerd over de mogelijkeondertekening van een verklaring van lidstaten over de nieuwe spoorgoe-derencorridor North Sea-Rhine-Mediterranean, die en marge van deTransportraad kan plaatsvinden.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. Jansen kst-21501-33-1097ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10971 I. Geannoteerde Agenda De agenda van de Transportraad op 5 december a.s. is nog niet bekendge-maakt door het Hongaars voorzitterschap. Het voorzitterschap streeft ernaar verwachting naar om op een aantal onderwerpen tot een algemeneoriëntatie te komen. Dit betreft de herziening verordening handhavingpassagiersrechten in de Unie; de verordening inzake passagiersrechtenmultimodale reizen en de richtlijn wederzijdse erkenning rijontzeggingen.Verder wordt een beleidsdebat verwacht over de verordening passagiers-rechten luchtvaart en een voortgangsrapportage over de wijziging richtlijnintermodaal vervoer (Combined Transport). Daarnaast zal het voorzitter-schap op een aantal dossiers informatie delen over de voortgang van detrilogen. Dit betreft de herziening rijbewijsrichtlijn, de verordeningspoorweginfrastructuurcapaciteit, en de herziening verordening EuropeesAgentschap voor Maritieme Veiligheid (EMSA).Herziening verordening handhaving passagiersrechten in de UnieInhoudOp 29 november 2023 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie)het herzieningsvoorstel over passagiersrechten voor alle modaliteiten inde Unie gepubliceerd.1 Dit betekent dat het voorstel naast het vliegtuigook ziet op andere soorten vervoer waaronder trein, bus en schip. Hetvoorstel verbetert regels2 over informatievoorziening aan passagiers,bescherming in het geval van reisverstoringen, handhaving en klachten-behandeling voor reizen. Het houdt in dat tekortkomingen in de tenuit-voerlegging en handhaving van passagiersrechten worden verminderd endat rechten ten volle kunnen worden uitgeoefend. Met het voorstel wil deCommissie tevens bijdragen aan het stimuleren van het gebruik vancollectieve vervoerswijzen3 en daarmee ook de Green Deal ten uitvoer teleggen. De verwachting is dat het voorzitterschap zal trachten tot eenalgemene oriëntatie te komen op de Transportraad.Inzet NederlandHet kabinet zet zich in voor een hoog niveau van consumentenbe-scherming, zoals artikel 38 van het Handvest van de grondrechten van deEU ook voorschrijft.4 Het kabinet acht het hernieuwen van passagiers-rechten op EU-niveau wenselijk, omdat dit het speelveld in de Uniegelijker maakt. Hierbij is het wel van belang dat de regels duidelijk,uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Het kabinet zet zich hier tijdens deonderhandelingen in Brussel voor in. Inmiddels is het voorstel naaraanleiding van opmerkingen van lidstaten, waaronder Nederland,aangepast en verbeterd. Definities zijn verduidelijkt en het voorstel isbeter uitvoerbaar en handhaafbaar geworden. Er zijn nog enkele vragenbij het artikel dat gaat over terugbetalingen, maar (naar verwachting) kanNederland instemmen met de Algemene Oriëntatie.1COM(753)2023, hier is op 26 januari 2024 een BNC fiche over verzonden aan uw Kamer[Kamerstuk 22 112, nr. 3870].2Meerdere verordeningen worden herzien: (EG) nr. 261/2004, (EG) nr. 1107/2006 (rechten vanpassagiers met beperkte mobiliteit, (EU) nr. 1177/2010 (zeevaart), (EU) nr. 181/2011(bus) en (EU)2021/782 (spoor).3Middels sterke passagiersrechtenbescherming wordt gehoopt dat reizigers kiezen voorgezamenlijke vervoerswijzen en dat ze voor elk deel van hun reis de meest efficiënte enduurzame vervoerswijze selecteren. Collectieve vervoerswijzen zijn bijvoorbeeld het reizen pertrein en bus.4OJ C 326, 26.10.2012, p. 391–407, ELI: http://data.europa.eu/eli/treaty/char_2012/ojTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10972 KrachtenveldVeel lidstaten staan net als Nederland over het algemeen positieftegenover het voorstel. Er bestaan nog wel zorgen over het artikel datgaat over terugbetalingen en over het artikel dat gaat over tussenper-sonen uit derde-landen. Ook hebben verschillende lidstaten de voorkeurgeuit voor een volledige herziening van de verordening passagiersrechtenluchtvaart (261/2004). Dit laatste staat niet in de weg voor het verwel-komen van deze gedeeltelijke herziening. Het voorstel gaat de juiste kantop.Verordening inzake passagiersrechten multimodale reizenInhoudVerwacht wordt dat het voorzitterschap tijdens de aankomende Trans-portraad tot een algemene oriëntatie wil komen op het voorstel overpassagiersrechten in de context van multimodale reizen5.6 Het voorstelintroduceert regels inzake discriminatie, informatievoorziening,bescherming ingeval van reisverstoringen, handhaving, en klachtenbe-handeling voor multimodale reizen. Tijdens een multimodale reis maaktmen gebruik van verschillende vervoersmiddelen, bijvoorbeeld eenvliegtuig en een trein.Met het voorstel wil de Commissie ervoor zorgen dat passagiers diemultimodaal reizen niet meer afhankelijk zijn van de voorwaarden vanspecifieke vervoersovereenkomsten. De Commissie stelt tevens dat hetverbeteren van passagiersrechten in de context van multimodale reizeneen belangrijk element is voor de verduurzaming van reizen over langeafstanden: ingeval van goede bescherming (met name in geval vanreisonderbrekingen) kunnen passagiers die lange afstanden willenafleggen dit doen door verschillende vormen van vervoer te combineren,waardoor voor elk deel van de reis de meest efficiënte en duurzamevervoerswijze kan worden gebruikt. Dit sluit aan bij de Green Deal en éénvan de ambities van het visie-document Strategie voor Slimme &Duurzame Mobiliteit, die de Commissie in 2020 heeft aangenomen.7Op 12 juni 2024 is een voortgangsverslag gepubliceerd.8 Uit dit voort-gangsverslag volgde onder andere dat verdere afstemming tussen ditvoorstel en de bestaande sectorale wet- en regelgeving noodzakelijk is.Inzet NederlandHet kabinet zet zich in voor een hoog niveau van consumentenbe-scherming. Het kabinet acht het regelen van passagiersrechten in decontext van multimodale reizen op EU-niveau wenselijk, omdat dituniforme regels creëert binnen de Unie. Hierbij is het wel van belang datde regels duidelijk, uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.5Multimodale reizen worden in het voorstel gedefinieerd als reizen waarbij passagiers tenminste twee vormen van openbaar vervoer combineren om een eindbestemming te bereiken,zoals een vlucht met een treindienst of een treindienst met een busdienst.6COM(752)2023, hier is op 26 januari 2024 een BNC fiche over verzonden aan uw Kamer[Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3869].7Communication from the Commission to the European Parliament, the Council, the EuropeanEconomic and Social Committee and the Committee of the Regions – Sustainable and SmartMobility Strategy – putting European transport on track for the future, COM(2020) 789 final,9.12.2020.7Verordening (EU).816307/23 + ADD 1, Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council onpassenger rights in the context of multimodal journeys – Progress report, Brussels, 12 June2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10973 Bovendien zijn multimodale reisproducten een opkomend fenomeen en ishet belangrijk dat voldoende stimulansen geboden worden voorvervoerders om multimodale reisproducten te ontwikkelen en aan tebieden. Over-regulatie dient daarom zoveel mogelijk te wordenvoorkomen.Het kabinet heeft zich tijdens de onderhandelingen met name ingezet opde reikwijdte van het voorstel, op het verduidelijken en vereenvoudigenvan definities, en op het zoveel mogelijk laten aansluiten van dit voorstelop de bestaande sectorale wet- en regelgeving. Het kabinet wil additionele(administratieve) lasten zoveel mogelijk tegengaan. Zo heeft het kabinetgepleit voor een duidelijkere, restrictievere definitie van multimodalepassagiersknooppunten om disproportionele (administratieve) lasten voorkleine stations tegen te gaan, en vragen gesteld over de regels die zien opwie aansprakelijk is in het geval van vertragingen of annuleringen vanmultimodale reizen. Veel van deze punten zijn aangepast en verbeterd.Nederland heeft nog enkele kleine punten ter verbetering, maar kan (naarverwachting) instemmen tijdens de Algemene Oriëntatie.Indicatie krachtenveldMeerdere lidstaten zijn, net als Nederland, kritisch op de reikwijdte,uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het voorstel. Meerdere lidstatenpleiten voor een sterk restrictief toepassingsgebied van het voorstel omde wetgeving eenvoudig te houden. Daarbij wordt gepleit om zoveelmogelijk aan te sluiten bij de bestaande sectorale wetgeving en om zomin mogelijk nieuwe verplichtingen in het leven te roepen. Over hetalgemeen verwelkomen lidstaten de aanpassingen die zijn gemaakttijdens de onderhandelingen en vinden ze dat het voorstel de juiste kantop gaat.Richtlijn wederzijdse erkenning rijontzeggingenInhoudDe Richtlijn wederzijdse erkenning van rijontzeggingen maakt, samen metde rijbewijs en cross border exchange (CBE) richtlijn deel uit van het«Road Safety Package».9 Naar verwachting streeft het voorzitterschapnaar het bereiken van een algemene oriëntatie tijdens de aankomendeTransportraad. Deze richtlijn is van belang voor de verkeersveiligheidbinnen de Europese Unie, omdat deze ervoor zorgt dat rijontzeggingendie in één lidstaat worden opgelegd ook in andere lidstaten wordenerkend. Door deze maatregel kunnen bestuurders die een ernstigeverkeersovertreding begaan in een EU land niet in een ander EU-landblijven rijden. Dit dossier is onder verantwoordelijkheid van de Ministervan Justitie en Veiligheid.Het bereiken van een algemene oriëntatie vormt een belangrijke stap inhet verbeteren van grensoverschrijdende handhaving van rijontzeg-gingen. De Commissie wil hiermee de veiligheid op de Europese wegenversterken en bijdragen aan een eerlijk en effectief handhavingssysteembinnen de EU.9BNC-fiche: Richtlijn wederzijdse erkenning rijontzeggingen. Kamerstukken II 2023–2024,22 112, nr. 3650Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10974 Inzet NederlandHet kabinet heeft een overwegend positieve houding ten aanzien van hetvoorstel voor de richtlijn en waardeert de doelstelling. Het kabinet erkentdat effectieve handhaving, ook over de grens, essentieel is om overtredersverantwoordelijkheid te laten nemen voor hun daden en herhaling tevoorkomen. Dit draagt bij aan veiligere wegen in de Unie.Het kabinet ziet echter een aantal belangrijke juridische en praktischeaandachtspunten die de uitvoerbaarheid van de voorgestelde richtlijn endaarmee het beoogde effect in geding kunnen brengen. Er zit bijvoorbeeldcomplexiteit in het omgaan met de verschillen tussen lidstaten bij hetopleggen van rijontzeggingen. Het kabinet acht het van belang dat ervoldoende mogelijkheden in de richtlijn blijven om in bepaalde gevallengebruik te kunnen maken van een uitzonderingsgrond om een rijont-zegging niet over te nemen en om de duur van de rijontzegging aan tepassen naar de in Nederland geldende strafvorderingsrichtlijnen of dewettelijke maxima en op deze manier eventuele rechtsongelijkheid inNederland zoveel mogelijk te kunnen voorkomen. Het kabinet vindt hetbelangrijk dat er in de verschillende lidstaten zorgvuldige proceduresworden gevolgd voordat een maatregel door Nederland overgenomenwordt, bijvoorbeeld bij het vaststellen van de daadwerkelijke bestuurderen het informeren van de betrokkene over opgelegde maatregelen zodatde beschikbare rechtsmiddelen ingezet kunnen worden. Het kabinetverwacht tot slot dat deze verandering aanzienlijke impact zal hebben opde uitvoering in Nederland, vooral vanwege de benodigde investeringenin IT-systemen en de aanpassing van procedures.Indicatie krachtenveldZowel de Europese Commissie als de lidstaten, waaronder Nederland,ondersteunden het doel van deze richtlijn om de verkeersveiligheid teverbeteren door grensoverschrijdende handhaving te versterken. Op31 oktober jl. is het laatste compromisvoorstel van de richtlijn ontvangenen de onderhandelingen in de raadswerkgroep zijn nog gaande. Eenaantal lidstaten heeft hun zorgen geuit over de voortgang van dediscussie en geeft aan dat het voorstel nog te veel complexe zaken bevaten daarmee niet rijp wordt geacht om als algemene oriëntatie aan tenemen in de Transportraad van 5 december a.s. Een andere groeplidstaten lijkt echter in algemene zin akkoord te kunnen gaan met deoverwegingen uit het laatste compromisvoorstel. Ook het kabinet vindtdat de discussie zich in positieve richting ontwikkelt en staat achter hetbehalen van algemene oriëntatie, maar heeft wel nog aandachtspuntenvoor de praktische uitvoering, waaronder de administratieve lasten en dekosten van IT-aanpassingen die zwaar kunnen drukken op nationaleuitvoeringsorganisaties. Het positieve standpunt dat Nederland zalinnemen is onder voorbehoud van mogelijke aanpassingen na het laatstecompromisvoorstel van 31 oktober jl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10975 Verordening passagiersrechten luchtvaartInhoudTijdens de Transportraad zal naar verwachting een beleidsdebat plaats-vinden over de Verordening passagiersrechten luchtvaart.10 DezeVerordening regelt de rechten van vliegtuigpassagiers. Zo hebbenpassagiers bijvoorbeeld recht op compensatie als zij tegen hun wilworden geweigerd voor een vlucht (instapweigering), als hun vluchtminimaal drie uur vertraagd is, of als hun vlucht binnen twee weken voorhet geplande vertrek geannuleerd wordt. Daarnaast hebben passagiersrecht op verzorging, zoals maaltijden, drinken en indien nodig eenhotelovernachting.De verordening heeft bijgedragen aan een forse vermindering vaninstapweigeringen en annuleringen. Voor luchtvaartmaatschappijen heeftde verordening substantiële financiële gevolgen gehad, vooral vanwegede compensatieverplichting bij vertraging. Dit heeft ertoe bijgedragen datluchtvaartmaatschappijen grote inspanningen doen om vertragingen enannuleringen te voorkomen. Dat is in het belang van consumenten.Tegelijkertijd heeft de onduidelijke formulering van de verordening ookgeleid tot een aanzienlijk aantal klachten, rechtszaken en procedures bijhet Hof van de Europese Unie. Met name de afbakening van buiten-gewone omstandigheden heeft geleid tot veel jurisprudentie.In 2013 publiceerde de Commissie een voorstel om de verordening teverduidelijken, onder andere met betrekking tot de definitie van buiten-gewone omstandigheden.11 Het Commissievoorstel is ook besproken inde Transportraad12 en het Europees Parlement.13 Het meest actueletekstvoorstel is dat van het Kroatische voorzitterschap van de Raadswerk-groep Luchtvaart in maart 2020.14 Kort daarna werden de onderhande-lingen hierover gestaakt vanwege de uitbraak van de coronapandemie.Inmiddels wordt een deel van de verordening – de artikelen die gaan overhandhaving – herzien in het voorstel van de Commissie inzake dehandhaving van passagiersrechten15 in de Unie. Dit voorstel wordtmomenteel in Raadswerkgroepen in Brussel besproken.Inzet NederlandHet kabinet verwelkomt de gedeeltelijke herziening, maar acht eenvolledige herziening wenselijk en noodzakelijk. Begrijpelijke en uniformeEuropese regels omtrent passagiersbescherming zijn essentieel. Dezeregels moeten daarnaast proportioneel, eenduidig, uitvoerbaar enhandhaafbaar zijn. Het kabinet hecht waarde aan een goed evenwicht vande voorgestelde maatregelen met een balans tussen passagiersbe-scherming enerzijds en lasten voor luchtvaartmaatschappijen anderzijds.10Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 totvaststelling van gemeenschappel(ke regels inzake compensatie en b(stand aan luchtreizigersb( instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking vanVerordening (EEG) nr. 295/91 (Voor de EER relevante tekst) – Verklaring van de Commissie.[zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/AUTO/?uri=celex:32004R0261]11COM(2013) 130 final.1214248/13 [zie: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-14248-2013-INIT/nl/pdf]13Report – A7–0020/2014 [zie: https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/A-7-2014-0020_EN.html?redirect]; P7_TC1-COD(2013)0072 [zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52014AP0092]145123/1/20 REV 1[Zie: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-5123-2020-REV-1/en/pdf]15COM (2023) 753.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10976 Meer specifiek zou het kabinet zich bij een volledige herziening bijvoor-beeld in kunnen zetten voor regels ingeval van tarmac delays / vertra-gingen op het asfalt (vertragingen in het vliegtuig, bijvoorbeeld op destart- of taxibaan, in plaats van op de luchthaven), een uitbreiding vanpassagiersrechten door annulering bij een negatief reisadvies mogelijk temaken, en een Europees ticketgarantiefonds.Indicatie krachtenveldMeerdere lidstaten hebben aangegeven voorstander te zijn voor eenvolledige herziening. Mede gelet op het feit dat de verordening twintigjaar oud is en tot veel klachten, rechtszaken en hofzaken heeft geleid, iseen volledige herziening wenselijk en noodzakelijk.Herziening richtlijn intermodaal vervoer (voorheen gecombineerdvervoer)InhoudVerwacht wordt dat het voorzitterschap een stand van zaken geeft van dewijziging van de richtlijn intermodaal vervoer (voorheen bekend als derichtlijn gecombineerd vervoer). De gewijzigde richtlijn heeft als doel hetfaciliteren van een toename van Europees intermodaal goederenvervoer.Uw kamer is op 15 december jl. hierover geïnformeerd via het BNC-fiche16en ook op diverse manieren in mei/juni naar aanloop van de Trans-portraad op 18 juni jl.17Het voorstel voor de wijziging van deze richtlijn bevat specifieke criteriaom intermodaal en gecombineerd goederenvervoer te definiëren.Daarnaast bevat het voorstel vereisten aan de manier waarop ditaangetoond en gecontroleerd kan worden, namelijk via deeFTI-platformen18 die op grond van de eFTI-verordening19 door de marktingericht zullen worden. Verder verplicht het voorstel lidstaten tot hetopstellen van een beleidskader voor intermodaal goederenvervoer,inclusief bestaande belastingvoordelen en nieuwe maatregelen. Tot slotzijn er artikelen opgenomen over de vrijstelling van rijverboden voorintermodaal of gecombineerd goederenvervoer en het transparantpubliceren van gegevens van terminals.Inzet NederlandHet kabinet staat over het algemeen positief tegenover het wijzigen vande richtlijn zodat deze effectiever ingezet kan worden. Dit is in lijn met hetnationale beleid op multimodaal goederenvervoer. Echter, het kabinetheeft wel een aantal kritische kanttekeningen die tijdens de onderhande-lingen naar voren worden gebracht. Op een aantal punten zoektNederland op dit moment ook naar verhelderingen.Het kabinet is voorstander van een verduidelijking van de definitie vanintermodaal en gecombineerd goederenvervoer. Het kabinet zet in op eensimpele, duidelijke en juridisch houdbare definitie die voor de bevoegdeautoriteiten controleerbaar en handhaafbaar is en voor de marktpartijenwerkbaar. Ook is het kabinet van mening dat de definitie voor intermodaal16Kamerstuk 2023–2024, 22 112, nr. 3892.17Kamerstuk 2023–2024, 21 501-33, nr. 1071 en Kamerstuk 2023–2024, 21 501-33, nr. 1074.18eFTI staat voor elektronische informatie over goederenvervoer.19COM(2020) 1056 verordening inzake elektrische informatie over goederenvervoer. Zie:https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex%3A32020R1056Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10977 en gecombineerd goederenvervoer in praktijk niet nadelig uit moetpakken voor Nederland als lidstaat.Met betrekking tot de voorgestelde koppeling met de eFTI-verordeningziet het kabinet zowel kansen als risico’s. Risico’s omdat door het gebruikvan eFTI de implementatie van eFTI zelf complexer wordt (en daardoor deimplementatie vertraagt wat het kabinet niet wil) en omdat in deeFTI-verordening staat dat het gebruik van eFTI niet verplicht is voormarktpartijen (en daarmee de vraag ontstaat hoe om te gaan metmarktpartijen die niet bij een eFTI-platform aangesloten zijn). Het kabinetziet kansen omdat uitbreiding van eFTI met informatie over intermodaalen gecombineerd goederenvervoer wellicht ook kan leiden tot snellereeFTI adoptie in den brede.Met betrekking tot de nationale beleidskaders heeft het voorzitterschapenkele wijzigingen voorgesteld ten opzichte van het originele voorstel. Ditis voor Nederland, en een aantal andere lidstaten, echter nog geenvoldoende passend voorstel. Voor Nederland is van belang dat ervoldoende ruimte beschikbaar is om nationale keuzes te maken. Metbetrekking tot de vaarwegen zijn schaarste van ruimte en water een feit.Dit vereist keuzes in prioritering, middelen, prestaties en capaciteit. Hierbijrekening houdend met nationale opgaven zoals de herprioritering vanaanleg van infrastructuur naar instandhouding, de gevolgen voorstikstofuitstoot, het capaciteitsgebrek bij de uitvoering, het klimaatadaptiefinrichten van de vaarwegen alsook de vraag hoe de voorgesteldewijzigingen van deze richtlijn zich verhouden tot de in werking getredenTEN-T verordening20.Het kabinet is positief over de vrijstelling van rijverboden voor inter-modaal of gecombineerd goederenvervoer en zet tijdens de onderhande-lingen dan ook in op behoud van deze vrijstelling. Op deze manier kunnenvrachtwagens die het eerste of laatste korte deel van de reis uitvoeren, determinals bereiken op het moment dat dat nodig is afhankelijk vanaankomst- of vertrektijden van een trein of schip. Daarnaast zijn feest-dagen van buurlanden van invloed op de Nederlandse wegen enparkeerplaatsen. De introductie van een vrijstelling van rijverboden voorintermodaal vervoer kan deze problematiek verzachten.Ten aanzien van de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot hetpubliceren van gegevens van terminals, is het kabinet van mening dat nogonvoldoende duidelijk is in hoeverre de gewijzigde richtlijn voldoendewaarborgen biedt om deze wijziging bij private terminals teweeg tebrengen, wat de juridische impact is en wat de impact is voor demarktpartijen.Indicatie krachtenveldMet de meest recente versie van het voorstel is door het voorzitterschapvoor een aantal lidstaten, waaronder Nederland, een aantal stappen in degoede richting gezet voor wat betreft de definitie van intermodaal engecombineerd goederenvervoer. Er zijn echter nog steeds een aantalkritische vragen met betrekking tot de uitvoerbaarheid, controleerbaarheiden handhaafbaarheid waar nu verheldering op wordt gezocht. Voorandere lidstaten ligt dit voorstel voor de definitie echter verder af vanwaar zij op in zetten.20COM(2021) 812 Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende Unierichtsnoeren voor het trans-Europese transportnetwerk, amendering verordening (EU)2021/1153 en verordening (EU) No 913/2010 en herroepen van verordening (EU) 1315/2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10978 Met betrekking tot de koppeling aan de eFTI-verordening wordt er met demeest recente versie van het voorstel door het voorzitterschap een poginggedaan verschillende risico’s te ondervangen. Echter zijn er voorNederland, en nog een aantal andere lidstaten, nog wel een aantalverhelderende vragen te stellen in het kader van complexiteit en uitvoer-baarheid. Daarnaast hebben een aantal lidstaten, waaronder Nederland,de vraag gesteld of de koppeling met eFTI op dit moment nog niet tevroeg is, aangezien de eFTI-verordening nog niet succesvol geïmplemen-teerd is en gebruikt wordt.Met betrekking tot de nationale beleidskaders heeft het voorzitterschapenkele wijzigingen voorgesteld ten opzichte van het originele voorstel. Ditis voor Nederland, en een aantal andere lidstaten, echter nog geenvoldoende passend voorstel. Voor Nederland is van belang dat ervoldoende ruimte beschikbaar is om nationale keuzes te maken die aankunnen sluiten op de nationale problematiek.DiversenpuntenHet voorzitterschap zal bij de diversenpunten informatie geven overenkele lopende trilogen:Herziening RijbewijsrichtlijnDe verwachting is dat de trilogen begin 2025 zijn afgerond, waarmee derichtlijn definitief wordt vastgesteld.Verordening spoorweginfrastructuurcapaciteitDe Raad heeft op 18 juni jl. een algemene oriëntatie bereikt over hetvoorstel verordening capaciteit spoorweginfrastructuur in de EU. HetHongaars voorzitterschap van de Raad start op 19 november detriloogfase van de onderhandelingen en zal hierover een korte terugkop-peling geven.Herziening verordening Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid(EMSA)Het Voorzitterschap zal naar verwachting rapporteren over de voortgangvan de (vooralsnog informele) besprekingen tussen Commissie, hetEuropees Parlement en de Raad over deze verordening. De trilogen zijnhet op moment van schrijven nog niet begonnen, maar het voorzitter-schap (Spanje heeft dit overgenomen van Hongarije) wil hier zo snelmogelijk mee beginnen.II. Verklaring lidstaten over nieuwe spoorgoederencorridor NorthSea- Rhine – Mediterranean Tussen de EU-lidstaten België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg enNederland en niet-EU lidstaat Zwitserland wordt een verklaringvoorbereid over de start van de nieuwe spoorgoederencorridor North Sea– Rhine – Mediterranean (NSRM). De verklaring wordt mogelijk getekenden marge van de Transportraad.De nieuwe spoorgoederencorridor NSRM vervangt op basis van de recentherziene TEN-T verordening21 de bestaande spoorgoederencorridor RhineAlpine (RALP) en de spoorgoederencorridor North Sea – Mediterranean(NSM). Er worden geen nieuwe bevoegdheden gecreëerd, maar bevoegd-21(EU)2024/1670 van 28 juni 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10979 heden van de bestaande (Noord-Zuid) corridors worden samengevoegd inde nieuwe corridor NSRM, die daarmee ook efficiënter kan zijn.De verklaring wordt voorbereid om het toezichthoudende orgaan (dezogenaamde «executive board») van de lidstaten op te richten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109710

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0758e853af03960d

14 okt 2026 · eff91d6fd7004f83

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.