KamerkringInloggen
Kamerbrief

Antwoorden op vragen commissie van de V-100 over de betaalbaarheid van energie

3 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f91bd04529de5262 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energie24 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 719 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de deelnemers van deVerantwoordingsdag (V-100) over de betaalbaarheid van energie(2026D27224, ingezonden 1 juni 2026).De Minister van Klimaat en Groene Groei,S. van Veldhoven-van der Meer kst-29023-719ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7191 Vragen van de V-100 over de betaalbaarheid van energie1In Nederland leven 510.000 huishoudens in energiearmoede. Welke lessenzijn er te trekken uit het beleid dat de afgelopen vijf jaar is ingezet voor deafname van energiearmoede bij huishoudens? En hoe gaat u deze lessengebruiken om de energietransitie voor deze huishoudens betaalbaar temaken?AntwoordTNO en CBS rapporteren in de jaarlijkse Monitor Energiearmoede1 overde ontwikkelingen rondom energiearmoede. De Monitor Energiearmoede2024 laat zien dat het aantal huishoudens in energiearmoede tussen 2019en 2024 gestaag daalt. Tussen 2023 en 2024 heeft er een stijging plaatsge-vonden door het aflopen van een aantal crisismaatregelen.De analyse van TNO laat zien dat een effectieve aanpak van energiear-moede gericht moet zijn op de ondersteuning van huishoudens bij hetbetalen van de energierekening op de korte termijn, in combinatie metverduurzaming van de woning zodat de rekening structureel wordtverlaagd en minder kwetsbaar is voor prijsfluctuaties. Een gezamenlijkeaanpak met medeoverheden is nodig om huishoudens in energiearmoedegoed in beeld hebben om deze doelgroep effectief te kunnen bereiken. Hetkabinet heeft dit voorjaar € 300 miljoen vrijgemaakt voor snellere isolatie.Hierbij is onder andere € 80 miljoen bestemd voor de extra inzet vanenergiecoaches en -fixers en het Energiehuis. Het Energiehuis maakt hetvoor mensen makkelijker om hun woning of gebouw te verduurzamen.Straks kunnen zij op één punt terecht voor begrijpelijke informatie,ondersteuning en advies. Deze digitale ondersteuning wordt gecombi-neerd met hulp op maat vanuit gemeenten, bijvoorbeeld via energie-coaches, experts en energiefixers2.Ook is het belangrijk om kennis over een effectieve aanpak te blijvenverbeteren. De Ministeries van KGG, VRO en SZW zijn per 2026 insamenwerking met TNO en onder leiding van RVO een NationaalEnergiearmoede Observatorium (NEO) gestart, ter opvolging van heteerdere Landelijk Onderzoeksprogramma Energiearmoede. Ditprogramma borgt de kennisfunctie, versterkt datagedreven besluit-vorming, houdt contact met een breed netwerk en sluit aan bij de eisendie vanuit de EU zijn opgesteld zoals aangegeven in de Energy EfficiencyDirective.2Welke aanvullende maatregelen neemt u om bestaande regelingentoegankelijker te maken voor huishoudens die ondersteuning nodighebben bij het gebruik van subsidies, bijvoorbeeld subsidies om teisoleren?AntwoordDe Ministeries van EZK en BZK ondersteunen isolatiemaatregelen ondermeer via de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing(ISDE) en de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen vaneigenaars (SVVE). Ieder jaar wordt in samenspraak met uitvoerder RVOgewogen of de regelingen begrijpelijk en toegankelijk zijn voor iedereen.Mogelijke aanpassingen in de ISDE en SVVE voor 2027 wordenmomenteel uitgewerkt en vervolgens geconsulteerd.1https://www.tno.nl/nl/newsroom/2025/07/energiearmoede-2024-gestegen-6-1-procent/2https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/06/22/meer-vaart-in-isoleren-woningen-via-nationaal-isolatieoffensief-en-energiehuisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7192 Daarnaast zijn er regelingen gericht op lage inkomens. Zo zijn er aantrek-kelijke leningen via het Nationaal Warmtefonds, energiecoaches en -fixersen de SPUK lokale aanpak waarmee lokale subsidieregelingen opgezetworden voor woningeigenaren en VvE’s, waar extra ondersteuning hethardste nodig is in woningen met slechte energie labels. Gemeentenkunnen in de lokale aanpak mede namens de woningeigenaar de ISDEaanvragen, zodat de lokale subsidies direct gecombineerd kunnen wordenmet de landelijke subsidie en de woningeigenaar ontzorgd wordt.Ook wordt gewerkt aan het Energiehuis als het centrale punt waariedereen terecht kan voor betrouwbare, onafhankelijke informatie enadvies. Er bestaan al plekken (zoals energieloketten) waar mensen terechtkunnen voor hulp bij hun subsidieaanvraag, maar deze instrumenten zijnnog niet (voldoende) verbonden. Het Energiehuis zorgt dat het zoeken vaninformatie en hulp wordt gestroomlijnd zodat burgers makkelijker hierinde weg kunnen vinden om zelf de nodige maatregelen te kunnen treffen.3De komende jaren wordt het elektriciteitsnet uitgebreid, maar jongerenmaken zich zorgen over de kosten die nodig zijn voor deze uitbreidingen.Kunt u inzichtelijk maken voor welke groepen toekomstige gebruikersnetcapaciteit wordt uitgebreid?AntwoordElektriciteitsnetten worden verzwaard of aangelegd voor de huidige vraagen de op basis van scenario’s toekomstige vraag van alle gebruikers, dusjongeren, ouderen, bedrijven, dienstverleners etc. Deze investeringenvinden hun weg in de tweejaarlijkse investeringsplannen die wordenbeoordeeld door de ACM. Alle kosten die daarmee gemoeid zijn engoedgekeurd door de ACM worden over tientallen jaren afgeschrevennadat ze in gebruik zijn genomen. Via de nettarieven dragen zowel huidigeals toekomstige generaties hieraan bij. Jongeren profiteren daarbij dusook van de investeringen die in eerdere jaren zijn gedaan in de netten dieer nu liggen.4Burgers, en jongeren specifiek, ervaren dat het lastig is om flexibel om tegaan met hun energieverbruik. Vaak hebben zij een werkgever diegewoon verwacht dat ze tussen acht en negen uur beginnen. Daarom ishet lastig voor deze mensen om flexibel om te gaan met het elektriciteits-verbruik om daarmee de energiekosten te verlagen. Welke rol ziet u voorwerkgevers om grotere flexibiliteit mogelijk te maken? En ziet u voor hetkabinet een rol om werkgevers hierin te stimuleren of een dergelijkeontwikkeling af te dwingen?AntwoordDe regering wil huishoudens met tijdsafhankelijke nettarieven stimulerenom hun elektriciteitsverbruik waar mogelijk te verschuiven naar demomenten waarop het rustiger is op het net. Er is gekozen voor eenbegrijpelijk tariefmodel met een beperkt aantal tariefniveaus per dag, metvoldoende perspectief om het verbruik aan te passen. Naar schatting zalzo’n 60% van de huishoudens in staat zijn erop vooruit te gaan. Dat zijnvooral huishoudens met een relatief laag energieverbruik, waar de meestejongeren onder te scharen zijn.Flexibel werken (zoals thuiswerken of de mogelijkheid om werktijden aante passen) kan burgers helpen om ook hun elektriciteitsverbruik flexibel inte zetten. Dit is echter nooit afdwingbaar. Wel zet de overheid in op hetstimuleren van slimme apparatuur, die op afstand aanstuurbaar is.Hiermee kunnen huishoudens hun elektrische apparatuur ook flexibelinzetten als zij niet thuis zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7193 5Hoe worden de effecten voor volgende generaties meegenomen in dekeuzes over het energiesysteem van de toekomst? Wanneer gaan erkeuzes gemaakt worden voor hoe het energiesysteem van de toekomst eruit gaat zien? Wat gebeurt er als deze keuzes niet worden gemaakt?AntwoordKeuzes over de ontwikkeling van het energiesysteem zijn erop gericht onsenergiesysteem weerbaar, betaalbaar en duurzaam te maken, ook voortoekomstige generaties. Het belang van toekomstige generaties wordtmeegenomen door bij het maken van systeemkeuzes te werken vanuiteen lange termijn perspectief. Keuzes voor de ontwikkelrichting van hetenergiesysteem worden gemaakt in het Nationaal Plan Energiesysteem(NPE). Het NPE wordt in beginsel elke 5 jaar vastgesteld. In het NPE kijkthet kabinet vooruit naar de ontwikkeling van het energiesysteem tot enmet 2050. Daarin wordt ook meegenomen welke keuzes er nodig zijn in detijd om dit transitiepad tijdig en efficiënt te realiseren. Dit betekent dat hetenergiesysteem volledig klimaatneutraal moet zijn in 2050. Als de keuzesdie nodig zijn om deze transitie te realiseren niet tijdig worden gemaakt,kan het zijn dat we langer dan gewenst afhankelijk blijven van fossieleenergie, met hogere afhankelijkheid van andere landen en hogere uitstoottot gevolg. Het kabinet komt deze zomer met een actualisatie van het NPE.Om te borgen dat de juiste keuzes tijdig worden gemaakt, wordt bij deactualisatie van het NPE ook een beleidsagenda opgenomen met debelangrijkste keuzes voor de komende kabinetsperiode.6Wat zou er gebeuren met de financiële lasten (door het gebruik vanenergie) van jongeren en wat zouden de gevolgen zijn voor het klimaat alsde energietransitie afremt als gevolg van een vastgelopen discussie?AntwoordWanneer discussies over de energietransitie langdurig vastlopen ennoodzakelijke keuzes worden uitgesteld, kan dit leiden tot vertraging vaninvesteringen in energie-infrastructuur, duurzame energieproductie en deverduurzaming van woningen en bedrijven. Voor jongeren en toekomstigegeneraties betekent dit dat de kosten van de energietransitie uiteindelijkhoger uitvallen. Daarnaast zijn de maatschappelijke kosten van nietverduurzamen voor toekomstige generaties erg hoog en mede daarom isde energietransitie maatschappelijk zeer wenselijk. Uitstel van duurzameinvesteringen kan ertoe leiden dat langer gebruik wordt gemaakt vanfossiele energiebronnen, waarvan de prijzen afhankelijk zijn van interna-tionale markten en geopolitieke ontwikkelingen. Als de Europese Uniebovendien te langzaam verduurzaamt, loopt de ETS-prijs op, waardoor dekosten van fossiele brandstoffen toenemen. Ook kunnen noodzakelijkeinvesteringen later in een kortere periode moeten worden gerealiseerd,wat de maatschappelijke kosten kan verhogen.Voor het klimaat is het belangrijk dat de uitstoot van broeikasgassenwereldwijd tijdig en voldoende wordt teruggedrongen. Het is noodzakelijkdat Nederland ook de benodigde stappen zet om de uitstoot terug tedringen. Het kabinet streeft ernaar om tijdig duidelijkheid te bieden overde richting van het toekomstige energiesysteem, zodat investeringenkunnen worden gedaan en de lasten en risico’s voor huidige en toekom-stige generaties zoveel mogelijk worden beperkt.7Wat zijn mogelijke manieren om in kaart te brengen welke keuzes er in hetKlimaatfonds wel en niet worden gemaakt en hoeveel financiële ruimte erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7194 nog beschikbaar is? Hoe kunnen deze aspecten nu al inzichtelijk wordengemaakt?AntwoordHet Klimaat- en energiefonds kent een jaarlijkse cyclus die de regulierefinanciële besluitvorming volgt (Voorjaarsnota en Prinsjesdag). Op dezetwee momenten wordt er gerapporteerd over het fonds met respectie-velijk het ontwerpMeerjarenprogramma en het definitieve Meerjarenpro-gramma voor het jaar erop. In het Meerjarenprogramma wordt onderandere een overzicht gegeven van de werking van het fonds, de financiëlestanden en resterende middelen, de ingediende maatregelen en debeoordelingen daarvan. Tevens worden bij het Meerjarenprogramma dereflecties van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de sociaal-economische reflectie van TNO gevoegd, die externe toetsingen vormenop de afwegingen binnen de verdeling van middelen uit het fonds. Op ditmoment bevindt zich nagenoeg alleen nog vrij besteedbare ruimte in hetperceel kernenergie, waar deze bestemd en benodigd is voor de ambitiesop kernenergie van het kabinet. Op 27 maart jl. is het ontwerpMeerjaren-programma 2027 Klimaat- en Energiefonds (KEF) naar de Tweede Kamerverzonden, waarin dit ook is weergegeven3.8Bent u bereid om bij de volgende begrotingscyclus en die in de jarendaarna – gezien de versnippering van Klimaatfondsuitgaven overmeerdere departementen – te komen tot een rapportagekader waarinfinanciële gevolgen, brede welvaartseffecten en de intergenerationeleeffecten van alle uitgaven uit het Klimaatfonds samenhangend entransparant worden weergegeven?AntwoordDe begrotingsstukken (zoals de begrotingen en de jaarverslagen) van hetKEF zijn gebonden aan de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV). Ditbetekent dat de verantwoording van klimaatuitgaven, waaronderKEF-middelen, in meerdere stukken met vast format wordt weergegeven.De cijfermatige verantwoording vindt zowel plaats in de begroting en hetjaarverslag van het KEF als via de departementale begrotingen. Daarnaastwordt een integraal overzicht van de maatregelen en middelen in het KEFgegeven middels het Meerjarenprogramma, zoals toegelicht in hetantwoord op vraag 7. De bredere welvaartseffecten van maatregelen uithet fonds worden behandeld in de jaarlijkse sociaaleconomische reflectievan TNO. Integraal inzicht in het gehele klimaat- en energiebeleid, dusbreder dan alleen de maatregelen die gefinancierd worden uit het KEF,wordt tot slot gegeven met de jaarlijkse Klimaat- en Energienota. Dezewordt gelijktijdig met de Miljoenennota gepubliceerd.3Kamerstukken I 2026, nr. 14560Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7195

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5a537651fcaf9c6c

14 okt 2026 · ece1fd25c19d6077

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.