Toegankelijkheid van de huisartsenzorg en reacties op de aangenomen moties ingediend tijdens het notaoverleg “Stop de commercie, steun de huisarts. Een plan voor toekomstbestendige huisartsenzorg”
Brontekst
Versie 6141db35f8172832 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 578Eerstelijnszorg36 666Initiatiefnota van het lid Bushoff «Stop decommercie, steun de huisarts. Een plan voortoekomstbestendige huisartsenzorg»Nr. 167 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 november 2025Uit het onderzoeken van het Nivel1,de Algemene Rekenkamer2 en de IGJ3blijkt dat de toegankelijkheid van de huisartsenzorg onder druk staat. Ikvind het belangrijk dat de huisartsenzorg in elke regio toegankelijk is,zodat iedereen in Nederland toegang heeft tot een vaste huisarts(en-praktijk). Met de betrokken partijen heb ik in het Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord (AZWA) stevige afspraken gemaakt om dit te borgen.Leeswijzer•Ten eerste ga ik in deze brief kort in op het Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord (AZWA) in relatie tot de toegankelijkheid van dehuisartsenzorg.•Ten tweede ga ik in op de uitvoering van twee afspraken uit het AZWA:het beter spreiden van huisartsen over Nederland en de hernieuwdeHandreiking huisvestingsproblematiek huisartsen en gezondheidscen-tra.•Tot slot ga ik in op een aantal aangenomen moties, tijdens hetnotaoverleg «Stop de commercie, steun de huisarts. Een plan voortoekomstbestendige huisartsenzorg», die door de toenmalige Ministervan VWS zijn ontraden.1https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/10/25/burgers-over-inschrijving-bij-een-nieuwe-huisartsenpraktijk; https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/03/31/factsheet-en-rapport-patientenstops-bij-huisartsenpraktijken-spreiding-oorzaken-en-oplossingen2https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2025/04/02/focus-op-huisartsentekort3https://www.igj.nl/publicaties/publicaties/2025/07/07/oplossingen-dringend-nodig-voor-situatie-mensen-zonder-huisarts kst-33578-167ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1671 AZWA: De huisartsenzorgOp 8 september jl. ben ik met partijen uit de zorg- en welzijnssectorgekomen tot het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Ik heb uw Kamerhier reeds over geïnformeerd4.In het AZWA zijn afspraken gemaakt over onder meer de arbeidsmarkt inde zorg, structurele versterking van de eerstelijnszorg, het verlagen vanadministratieve lasten en het gebruik van AI in de zorg. Deze bredeafspraken dragen bij aan de toegankelijkheid van zorg, waaronder dehuisartsenzorg. Daarnaast heb ik in het AZWA twee specifieke afsprakengemaakt over de huisartsenzorg om de toegankelijkheid en continuïteitvan de huisartsenzorg duurzaam te borgen.Ten eerste heb ik met partijen de werkagenda huisartsenzorg opgesteld,waarbij we inzetten op standaard werken met een vaste patiëntenpopu-latie door huisartsen. In de werkagenda zijn afspraken gemaakt over:•Het ontwikkelen van een landelijke functionerend ruil- en inschrijfsys-teem voor patiënten in de huisartsenzorg;•Het versterken van de kernwaarden in de huisartsenzorg;•Een stevigere aanpak van huisvestingsproblematiek van huisartsenmet aandacht voor de financiële knelpunten die zij kunnen ervaren;•Het onderzoeken van de mogelijkheden om actiever te sturen op despreiding van huisartsen over het land;•Het gesprek met de NZa voeren over de wijze waarop de bekostigingnog beter kan bijdragen aan de gezamenlijke beleidsdoelen.Ten tweede heb ik met de AZWA-partijen afspraken gemaakt over(financieel) regionaal maatwerk om de continuïteit en toegankelijkheidvan de huisartsenzorg in elke regio te borgen. Denk hierbij o.a. aan het(oplossen van knelpunten rondom het) werven, behouden of onder-steunen van praktijkhoudend huisartsen, het starten, overnemen ofuitbreiden van praktijken of het introduceren van innovatieve vormen vanwerken in de regio. Om regio’s te helpen bij het gericht en effectiefinzetten van maatwerk, ontwikkelen landelijke partijen onder leiding vanZorgverzekeraars Nederland (ZN) een leidraad. Voor een naderetoelichting op deze afspraak en bovenstaande werkagenda verwijs ik naarhet AZWA5.Met bovenstaande afspraken heb ik de motie Mohandis c.s. over hetopstellen van een uitvoeringsagenda huisartsenzorg6 uitgevoerd. Tevensheb ik de motie Bikker om in het beleid en de wet- en regelgeving ernaarte streven dat elke Nederlander terechtkan bij een huisarts in de buurt7 ende motie Dijk om met een uitgewerkt plan te komen om wachttijden bijhuisartsen te voorkomen door hen beter te ondersteunen en hiertoevoorstellen naar de Kamer te sturen voor deze zomer8 uitgevoerd. Ookvoldoe ik met deze afspraken aan de toezeggingen van mijn voorgangerom uw Kamer te informeren over de nadere uitwerking van de beleids-opties om het werken met een vaste patiëntenpopulatie in de huisart-senzorg te stimuleren9, om de Kamer te informeren over de uitkomstenvan de verkenning met zorgverzekeraars om te sturen op de continuïteit4Kamerstukken II, 2024/2025, 31 765, nr. 9435Kamerstukken II, 2024/2025, 31 765, nr. 9436Kamerstukken II, 2024/2025, 36 666, nr. 57Kamerstukken II, 2024/25, 36 600 XVI, nr. 978Kamerstukken II, 2024/25, 29 689, nr. 1290.911616, De Minister voor MZ zegt toe dat de Tweede Kamer in de tweede helft van 2024geïnformeerd wordt over de nadere uitwerking van de beleidsopties om het werken met eenvaste patiëntenpopulatie in de huisartsenzorg te stimulerenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1672 van huisartsenzorg in de regio10 en om begin 2025 een brief over demogelijkheden om van huisarts te wisselen te sturen naar uw Kamer11.Op 22 september jl. heb ik met landelijke partijen en mensen uit depraktijk en de wetenschap een startbijeenkomst georganiseerd over deuitvoering van bovenstaande afspraken. Er is veel enthousiasme, energieen draagvlak om snel tot resultaten te komen en dat stemt mij positief.Voor twee afspraken geldt dat er ook al tussen- of eindproducten zijnopgeleverd. Hierop ga ik hieronder in.Huisvestingsproblematiek huisartsen en gezondheidscentraEen belangrijke randvoorwaarde voor toegankelijke huisartsenzorg ispassende huisvesting voor huisartsenpraktijken en gezondheidscentra. Inde praktijk zie ik dat het niet hebben van passende huisvesting decontinuïteit van huisartsenzorg kan bedreigen. Zodoende heeft mijnvoorganger in het Integraal Zorg Akkoord afgesproken om samen metbetrokken partijen een handreiking te publiceren. Deze handreiking belichtde rollen, verantwoordelijkheden en handelingsperspectieven van allebetrokken partijen bij huisvestingsproblematiek van huisartsenpraktijken.Na het publiceren van de handreiking huisvestingsproblematiekhuisartsen en gezondheidscentra (hierna: handreiking) eind 2023, zie ikveel en positieve bewegingen in het veld. Zo zijn gemeenten niet alleensteeds vaker maar ook steeds eerder betrokken bij het oplossen vanhuisvestingsproblematiek van huisartsen. Bijvoorbeeld in Leiden, waar degemeente rekening houdt met ruimte voor eerstelijnszorg bij groterebouwprojecten12. Ook zorgverzekeraars hebben de afgelopen maandeneen zichtbare stap naar voren gedaan. Een deel van hen heeft inmiddelseen module ten behoeve van toegankelijke huisartsenzorg opgenomen inhun inkoopbeleid, waar huisvesting deel van uit kan maken. Hiermeehelpen zorgverzekeraars huisartsen die een praktijk willen overnemen ofeen nieuwe praktijk willen beginnen13. Dit zijn positieve ontwikkelingen endie juich ik toe.De problematiek van betaalbare huisvesting is echter weerbarstig en isniet in een keer opgelost. Het raakt in onze samenleving verschillendelagen, zo ook de huisarts. Het vraagt van alle partijen in de huisartsenzorgveel inzet. Daarom heb ik met de partijen verder gewerkt aan huisves-tingsproblematiek bij huisartsen en gezondheidscentra, zoals reeds wasafgesproken ten tijde van de publicatie van de handreiking eind 2023. Dithebben we gedaan middels een nieuwe en uitgebreidere versie van deHandreiking om huisartsen zo snel mogelijk te helpen aan betaalbare,voldoende en geschikte praktijkruimtes. De basis voor deze handreikingligt in het AZWA.In de nieuwe versie van de handreiking zijn afspraken gemaakt over hetoplossen van de financiële knelpunten die huisartsen en gezondheids-centra kunnen ervaren in hun zoektocht naar passende huisvesting. Kernvan deze afspraken is dat zorgverzekeraars financieel maatwerk bieden bij10Toezegging 11642. De Minister voor MZ zegt toe de Kamer te informeren over de uitkomstenvan de verkenning met zorgverzekeraars om te sturen op de continuïteit van huisartsenzorg inde regio.11TZ202411-013, De Minister stuurt de Kamer begin 2025 een brief over de mogelijkheden omvan huisarts te wisselen.12https://leiden.parlaeus.nl/vji/public/postin/action=showdoc/gd=2a2aa0208822020202a28080c8734d4a/B_30_Collegebrief_Huisvesting_Huisartsen_d.d._01-07-25.pdf#search=refe13https://nos.nl/artikel/2580847-zorgverzekeraars-gaan-huisartsen-helpen-bij-openen-van-nieuwe-praktijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1673 (dreigende) toegankelijkheidsproblematiek in de huisartsenzorg doorhuisvestingsproblemen die samenhangen met financiële knelpunten.Om de positie van de handreiking te verstevigen, ben ik in het AZWA metde betrokken partijen daarnaast overeengekomen dat hun leden werkenvolgens het principe: «pas de handreiking toe, of leg uit». Dit principebetekent dat in de regio’s waar huisvestingsproblematiek onderhuisartsen of gezondheidscentra nu of in de toekomst leidt tot (dreigende)discontinuïteit van zorg, betrokken partijen gezamenlijk de verantwoorde-lijkheid nemen om tot passende oplossingen te komen. De handreikingbiedt daartoe de basis voor een heldere verdeling van rollen, verantwoor-delijkheden en handelingsopties, mede gebaseerd op goede praktijkvoor-beelden. Ook bevordert deze afspraak het gesprek tussen betrokkenpartijen in de regio.Met enerzijds de verstevigde positie van de handreiking en anderzijds deafspraken over financieel maatwerk daar waar er sprake is van (dreigende)discontinuïteit van de huisartsenzorg (mede) door huisvestingsproble-matiek, zetten betrokken partijen opnieuw een grote stap naar voren.Hiermee beschouw ik het onderdeel huisvesting van huisartsen engezondheidscentra van de AZWA werkagenda huisartsenzorg afgerond.Samen met de partijen blijf ik uiteraard de ontwikkelingen en resultatenvan de handreiking actief monitoren.Met de publicatie van deze hernieuwde handreiking geef ik uitvoering aande motie van de leden Dobbe en Dijk over een Noodplan Huisartsen-praktijk af14. Daarnaast geef ik ook uitvoering aan de motie van het lidBushoff om in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om deknelpunten rondom financiering van huisvesting bij huisartsen teverminderen15. Ook geef ik hiermee invulling aan de toezegging van mijnvoorganger dat uw Kamer een geactualiseerde versie van de handreikingzal ontvangen16.Bovendien is uw Kamer recent geïnformeerd over de Ontwerp-NotaRuimte17. In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt ruim aandacht besteed aanhet belang van de nabijheid van maatschappelijke voorzieningen, zoalshuisartsenpraktijken, voor de kwaliteit van leven. Met het opnemen van(eerstelijns)zorgvoorzieningen in de Ontwerp-Nota Ruimte is ook hetbelang van huisvesting voor huisartsen geagendeerd voor de langeretermijn.Met het opnemen van (eerstelijns)zorgvoorzieningen in de Ontwerp-NotaRuimte en de extra stap die zorgverzekeraars zetten bij huisvestingspro-blematiek voldoe ik ook aan mijn toezegging om met de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in gesprek te gaan over debouw van gezondheidscentra18. Met het mogelijk maken van meerregionaal (financieel) maatwerk door zorgverzekeraars zie ik geennoodzaak om met de Minister van Economische Zaken verder in gesprekte gaan over alternatieve financieringsstromen. Deze financiëleknelpunten kunnen nu waar nodig immers opgelost worden binnen het14Kamerstukken II, 2024/25, 33 578, nr. 12915Kamerstukken II, 2024/25, 33 578, nr. 13616Toezegging 11615. De Minister voor MZ zegt toe dat de Tweede Kamer eind 2024 eengeactualiseerde versie van de handreiking huisvestingsproblematiek huisartsen en gezond-heidscentra zal ontvangen.17Kamerstukken II, 2025/26, 29 435, nr. 26918TZ202411-010, De Minister zegt toe in gesprek te gaan met de Minister van VRO over de bouwvan gezondheidscentra en zegt toe in gesprek te gaan met de Minister van EZ over hetfinancieel instrumentarium. Ook zal zij zorgverzekeraars aanspreken op hun zorgplicht in ditkader. Zij zal de Kamer hier in het voorjaar 2025 over terugkoppelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1674 zorgstelsel. Daarmee doe ik ook mijn toezegging om met de Minister vanEZ in gesprek te gaan over het financieel instrumentarium af19. Alsondernemers staat huisartsen(partijen) vrij om zelf onderling een fonds opte zetten. Zoals mijn voorganger eerder heeft aangegeven heeft hetWaarborgfonds voor de Zorg heeft al aangegeven daarover met huisart-senpartijen mee te willen denken.Onderzoek naar regionale herkomst van huisartsen (in opleiding)In het AZWA heb ik met partijen afgesproken de mogelijkheden teonderzoeken om actiever te sturen op een evenwichtige spreiding vanhuisartsen over het land. Omdat uit eerder onderzoek al is gebleken dathuisartsen zich vaak vestigen in de regio waar zij zijn opgegroeid, heb ikals eerste stap onderzoek laten uitvoeren om inzicht te krijgen in deregionale herkomst van huisartsen, artsen en studenten geneeskunde. Deresultaten uit dit onderzoek laten duidelijk zien dat er een grote overlap istussen gebieden met (dreigende) huisartsentekorten en gebieden waaruitrelatief weinig geneeskundestudenten zijn gekomen in de afgelopen25 jaar. In het onderzoeksrapport worden aanbevelingen gedaan die eraankunnen bijdragen dat meer mensen uit deze «tekortregio’s» de genees-kundeopleiding en ook de huisartsenopleiding instromen. Het onderzoekzend ik uw Kamer als bijlage bij deze brief.Naast deze analyse worden in het rapport verschillende strategischeselectiemethodes uit het buitenland toegelicht en doet de auteuraanbevelingen over de toepasbaarheid van deze methodes binnen deNederlandse context. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(OCW) heeft de (on)mogelijkheden van deze (corrigerende) selectieme-thoden binnen de Nederlandse context eerder beschreven en aangevendat aanpassing van het stelsel om dit mogelijk te maken niet als proporti-oneel en effectief wordt gezien20. In Nederland kennen we een systeemvan decentrale selectie waarbij onderwijsinstellingen zelf hun selectiepro-cedures vormgeven op basis van ten minste twee kwalitatieve criteria ofloting (of een combinatie hiervan). Het is wettelijk niet toegestaan omachtergrondkenmerken, zoals geboorte- of woonplaats, mee te wegen inselectie. Ook is eerder geconcludeerd dat gegarandeerde toelating opbasis van een contract (Bonded Medical Places) niet uitvoerbaar is binnenhet huidige bekostigingsstelsel voor opleidingsplaatsen voor basis-artsen21.Ik beschouw de aanbevelingen uit het rapport dan ook als illustratie vande meest vergaande opties en verken de komende periode welkealternatieve mogelijkheden er zijn om tot een evenwichtiger verdeling vanhuisartsen over het land te komen. Hiertoe ben ik reeds gestart om metpartijen uit de huisartsenzorg, opleidingen, wetenschappers en zorgverze-keraars te onderzoeken welke interventies kansrijk zijn om de spreidingvan huisartsen over het land te verbeteren. Daarbij kijken we naastopleidingsbeleid ook naar andere prikkels en randvoorwaarden die hetaantrekkelijk maken voor huisartsen om zich in regio’s met (dreigende)tekorten te vestigen. Het is aan een volgend kabinet om besluiten tenemen over de eventuele invoering van maatregelen.19TZ202411-010, De Minister zegt toe in gesprek te gaan met de Minister van VRO over de bouwvan gezondheidscentra en zegt toe in gesprek te gaan met de Minister van EZ over hetfinancieel instrumentarium. Ook zal zij zorgverzekeraars aanspreken op hun zorgplicht in ditkader. Zij zal de Kamer hier in het voorjaar 2025 over terugkoppelen.20Kamerstukken II, 2024/25, 29 282, nr. 603, Kamerstukken II, 2024/25, 31 288, nr. 1188.21Kamerstukken II, 2024/25, 29 282, nr. 603Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1675 Ontraden moties: Notaoverleg toekomstbestendige huisart-senzorgOver de toegankelijkheid van de huisartsenzorg heeft mijn ambtsvoor-ganger op 26 mei jl. met uw Kamer gesproken tijdens het notaoverleg«Stop de commercie, steun de huisarts. Een plan voor toekomstbe-stendige huisartsenzorg» (Kamerstuk 36 666, nr. 11). Op 3 juni jl. heeft uwKamer een aantal moties aangenomen die zijn ingediend bij ditnotaoverleg. In het notaoverleg heeft de toenmalig Minister van VWS eendeel van deze moties ontraden. Op verzoek van uw Kamer ga ik met dezebrief in op de moties die zijn ontraden en door uw Kamer zijn aange-nomen. Het betreft de volgende moties:1. Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over de betrokkenheid vanverzekeraars versterken bij het zorgen voor betaalbare en passendehuisvesting voor huisartsenMijn ambtsvoorganger heeft bovenstaande motie (Kamerstuk 36 666,nr. 8) van het lid Van Dijk ontraden. In het AZWA heb ik met de betrokkenpartijen, waaronder Zorgverzekeraars Nederland, afgesproken om nogsteviger in te zetten op oplossingen voor de huisvestingsproblematiek vanhuisartsenpraktijken en gezondheidscentra. Zoals toegelicht onder hetkopje «Huisvestingsproblematiek huisartsen en gezondheidscentra« indeze brief heb ik samen met de partijen een hernieuwde handreikinggepubliceerd waarin ook oplossingen worden geboden voor de financiëleknelpunten die huisartsen kunnen ervaren. De leden van de betrokkenpartijen, waaronder de zorgverzekeraars, gaan werken namens hetprincipe «pas de handreiking toe of leg uit», wat de status van dehandreiking verder verstevigt.Ook heb ik in het AZWA afspraken met partijen, waaronder de zorgverze-keraars, gemaakt over inzet van regionaal (financieel) maatwerk door dezorgverzekeraar als er sprake is van (dreigende) discontinuïteit van dehuisartsenzorg. Huisvestingsproblematiek kan aanleiding zijn voor dit(financiële) maatwerk. Zoals aangegeven, past een groot deel van dezorgverzekeraars inmiddels al regionaal (financieel) maatwerk toe bij(dreigende) discontinuïteit van huisartsenzorg. Dit hebben zij opgenomenin hun inkoopbeleid. De betrokkenheid van zorgverzekeraars bij huisves-tingsproblematiek is in de afgelopen periode dus al sterk toegenomen enwordt verder versterkt met de uitvoering van de AZWA-afspraken enpublicatie van de hernieuwde handreiking.Op deze manier geef ik uitvoering aan bovenstaande motie Van Dijk.Tevens geef ik hiermee uitvoering aan de motie van de leden Dobbe enDijk die mij oproept een noodplan te maken om huisartsen te helpen aanbetaalbare, voldoende en geschikte praktijkruimtes22 en de motie van hetlid Bushoff over welke mogelijkheden er zijn om de knelpunten rondomfinanciering van huisvesting bij huisartsen te verminderen23.2. Motie van het lid Dijk over een regeling vanuit provincies waarbijhuisartsen subsidie kunnen krijgen voor het (ver)bouwen vanhuisartsenpraktijkenIn de voorgaande passage heb ik toegelicht wat de afspraken in het AZWAzijn over huisvestingsproblematiek onder huisartsen. Met deze afsprakenzet ik, met alle direct betrokken partijen, grote stappen bij het oplossen22Kamerstukken II, 2024/25, 33 578, nr. 12923Kamerstukken II, 2024/25, 33 578, nr. 136Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1676 van de huisvestings- en toegankelijkheidsproblematiek in de huisart-senzorg.In de reactie op de initiatiefnota van het lid Bushoff24 is mijn ambtsvoor-ganger al ingegaan op de wenselijkheid van provincies betrekken bijhuisvestingsproblematiek van huisartsenpraktijken. Ik deel het standpuntvan mijn voorganger dat dit onwenselijk is. Bij (het oplossen van)huisvestingsproblematiek zijn al meerdere partijen direct betrokken:zorgverzekeraars, regionale huisartsenorganisaties, gemeenten enhuisartsen. In het AZWA zetten deze partijen een extra stap door met hetprincipe «pas toe of leg uit» te werken volgens de handreiking. Daarnaastmaak ik met partijen afspraken over de inzet van (financieel) maatwerk alshuisvestingsproblematiek de continuïteit van de huisartsenzorg negatiefbeïnvloedt. Huisartsenzorg valt onder de zorgverzekeringswet (Zvw) enwordt binnen dat wettelijke kader gefinancierd door zorgverzekeraars, dieop die manier voldoende huisartsenzorg moeten inkopen voor hunverzekerden. De financiering door de zorgverzekeraar omvat ook dekosten voor huisvesting van huisartsenzorg. Indien financieel maatwerkvoor huisvestingsproblematiek nodig is, moet dit dus ook via de zorgver-zekeraar lopen. Dit geld wordt opgebracht door de premie die alleverzekerden in Nederland betalen.Natuurlijk staat het provincies vrij om bij te dragen aan oplossingen voorhuisvestingsproblematiek en dat juich ik ook toe. Een aanvullende(financiële) route via de provincies past echter niet binnen het stelsel en isook niet nodig. Ik wil voorkomen dat er onnodig veel financieringsroutesontstaan, met elk mogelijk extra administratieve lasten en het risico opdubbele lasten voor mensen die in Nederland immers ook al premie voorde Zvw betalen. Zodoende voer ik bovenstaande motie van het lid Dijkniet uit (Kamerstuk 36 666, nr. 10).3. Motie van het lid Dijk over de NZa de opdracht geven om bij de nieuwetariefberekeningen voor 2026 ook toekomstscenario’s mee te nemenDe tarieven die de NZa periodiek vaststelt herijkt en jaarlijks indexeert zijngemiddeld kostendekkend en houden rekening met ontwikkelingen alsdemografie en prijsstijgingen. De bekostiging biedt verder ook ruimtevoor (financiële) maatwerkafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaan-bieders, bijvoorbeeld afspraken over aanvullende vergoedingen voorinnovatie, resultaatbeloning of het borgen van toegankelijkheid. Over deinvulling van dit maatwerk heb ik afspraken gemaakt in het AZWA.Daarnaast heb ik met de AZWA-partijen afgesproken dat ik met de NZa ingesprek ga over de wijze waarop de bekostiging nog beter kan bijdragenaan de gezamenlijke beleidsdoelen. Bovendien vraag ik de NZa per 2027de bekostiging in de huisartsenzorg aan te passen om de afspraken overcontinuïteit van de huisartsenzorg te stimuleren. Met maatwerk kunnen dedrempels van het praktijkhouderschap in elke regio verlaagd worden.Hoewel ik bovenstaande motie van het lid Dijk (Kamerstuk 36 666, nr. 9) inletterlijke zin niet uitvoer, handel ik wel in de geest van deze motie en isdit deels al staande praktijk. Hiermee doe ik deze af. Tevens geef ik met dehierboven beschreven afspraken invulling aan de motie van de ledenBushoff en Van Dijk om in gesprek gaan met de NZa over een anderevorm van tariefberekening voor de huisartsenzorg waarbij ook toekomst-scenario’s worden meegenomen25. Ik informeer uw Kamer in de eerstehelft van 2026 over de uitkomsten van deze gesprekken.24Kamerstukken II, 2024/2025, 36 666, nr. 425Kamerstukken II, 2024/25, 33 578, nr. 126Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1677 Tot slotIk vind het belangrijk dat de continuïteit van de huisartsenzorg in elkeregio geborgd wordt. Met de stevige afspraken in het AZWA zet ik mij metde partijen in om deze vaste relatie tussen huisarts en patiënt te bevor-deren en de drempels van het praktijkhouderschap zo veel mogelijk teverlagen. Mijn doel is dat het percentage huisartsen dat met een vastepatiëntenpopulatie werkt stijgt en dat het aantal mensen dat ongewenstzonder huisarts zit eind 2028 naar nul daalt.Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.A. BruijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1678
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.