Reactie op ontraden aangenomen moties ingediend tijdens het plenair debat over het tekort aan personeel in de kraamzorg (Kamerstuk 32279-284, 285, 289)
Brontekst
Versie b0f57b7eedbdc81e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 279Zorg rond zwangerschap en geboorteNr. 293 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 juni 2026Op 7 april 2026 heeft de Kamer drie moties aangenomen die het kabinettijdens het plenair debat over het tekort aan personeel in de kraamzorgvan 2 april 2026 heeft ontraden. In deze brief licht het kabinet toe op welkewijze uitvoering gegeven wordt aan deze moties.Motie van het lid Coenradie over administratieve verplichtingen in dekraamzorg schrappen of vereenvoudigen (Kamerstuk 32 279, nr. 284)De motie verzoekt de regering om samen met kraamzorgorganisaties enprofessionals concrete administratieve verplichtingen in de kraamzorg teschrappen of te vereenvoudigen, hierover voor eind 2026 uitvoeringsaf-spraken te maken, en de Kamer te informeren welke merkbare vermin-dering van regeldruk dit in de praktijk oplevert.Met het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn verschillendemaatregelen afgesproken om regeldruk in de zorg flink te verminderen.Dat zetten we uiteraard onverminderd voort. Aanvullend hierop gaat hetkabinet op korte termijn in gesprek met vertegenwoordigers van dekraamzorgsector over de ervaren regeldruk in de kraamzorg en mogelijkemaatregelen om deze te verminderen. Begin 2027 informeert het kabinetde Kamer over de voortgang in de kraamzorg en geboortezorg, waarbijhet kabinet ook zal terugkomen op de uitkomsten van deze gesprekken.Motie van het lid Coenradie over opties om werken in de kraamzorgaantrekkelijker te maken en uitstroom terug te dringen (Kamerstuk 32 279,nr. 285)De motie verzoekt de regering om samen met de sector opties uit tewerken om het werken in de kraamzorg aantrekkelijker te maken en deuitstroom terug te dringen, en de Kamer daarover voor eind 2026 teinformeren. kst-32279-293ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2931 De aantrekkelijkheid van een beroep wordt door meerdere factorenbepaald, waaronder professionele autonomie en zeggenschap. Goedwerkgeverschap is primair de verantwoordelijkheid van werkgevers ensociale partners. Het kabinet heeft hierin geen directe rol, maar onder-steunt partijen waar mogelijk. In dat kader gaat het kabinet in gesprek metde brancheorganisatie Bo Geboortezorg en de initiatiefnemers van hetManifest voor behoud van goede kraamzorg voor Nederland.Daarnaast is voor het behoud van werknemers een gezonde en veiligewerkomgeving van belang. Het kabinet ondersteunt partijen daarbij doorhet Preventieplan Zorg en Welzijn te subsidiëren. Dit initiatief van PGGM,Stichting IZZ en FWG heeft als doel het verzuim en verloop in de sectorZorg en Welzijn te verminderen. De bevindingen en de aanpak van hetpreventieplan worden momenteel breed verspreid binnen de zorg,waaronder de kraamzorg. Het kabinet zal het preventieplan ook in degesprekken met de brancheorganisatie Bo Geboortezorg en de initiatief-nemers van het Manifest voor behoud van goede kraamzorg aan de ordestellen.Motie van de leden van Meetelen en Diederik van Dijk over kraamzorg nietlanger behandelen als restcapaciteit maar als essentiële basiszorg(Kamerstuk 32 279, nr. 289)De motie verzoekt de regering om kraamzorg niet te behandelen alsrestcapaciteit, maar als essentiële basiszorg waarvoor beschikbaarheid encontinuïteit actief moeten worden gegarandeerd, en de Kamer te latenweten welke concrete maatregelen daarvoor worden genomen.Zoals ook tijdens het plenair debat over het tekort aan personeel in dekraamzorg aangegeven, herkent het kabinet de zorgen over de beschik-baarheid en continuïteit van kraamzorg. Door aanhoudende personeelste-korten, die ook breder in het zorgveld spelen, staat de kraamzorgsectoronder druk. Deze schaarste zal niet op korte termijn verdwijnen. Daaromzet het kabinet in op passende kraamzorg, preventie en ondersteuning,zodat de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet enterecht komt bij de gezinnen die ondersteuning het hardst nodig hebben.Dit vraagt om blijvende inzet van alle betrokken partijen en verdereversnelling van de transitie naar passende kraamzorg.Kraamzorg vormt een essentieel onderdeel van de integrale geboortezorgen wordt ook als zodanig benaderd. De kraamzorg maakt deel uit van debredere geboortezorg, waarin verschillende zorgverleners gezamenlijkverantwoordelijk zijn voor goede zorg rond zwangerschap en geboorte. Inde brief van 1 april1 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over dekabinetsinzet op de geboortezorg. Goede samenwerking is essentieel voortoegankelijke en passende geboortezorg. Deze samenwerking is nietvrijblijvend, maar wordt structureel geborgd via de VerloskundigeSamenwerkingsverbanden (VSV’s). Het kabinet ondersteunt dit metstructurele bekostiging. Daarnaast zet het kabinet in op het versterken vandatagedreven geboortezorg en betere gegevensuitwisseling, zodatzorgverleners beter informatie kunnen delen en de zorg voor ouders enkinderen verder kan verbeteren.In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord is afgesproken om de aanpakKansrijke Start structureel te versterken. Daarmee worden gezinnen in deeerste 1.000 dagen beter ondersteund en kunnen problemen eerderworden voorkomen. De kraamzorg is daarbij een belangrijke schakeltussen preventie, het sociaal domein en de curatieve zorg.1Kamerstuk, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 272Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2932 De motie vraagt daarnaast om het actief borgen van de beschikbaarheiden continuïteit van kraamzorg, en om inzicht in de concrete maatregelendie daartoe worden genomen. Zoals in de Kamerbrief van 3 maart2toegelicht zet het kabinet in op versnelling van de implementatie van deKraamzorg Landelijke Indicatie Methodiek. Daarbij verwacht het kabinet in2026 aantoonbare stappen van de veldpartijen. Ook richt het kabinet zichop het verkrijgen van beter inzicht in de daadwerkelijke zorgbehoefte vanaanstaande gezinnen en de drempels die zij ervaren, om beter te kunnensturen op passende kraamzorg. Verder wordt onderzocht hoe dembo-opleidingsstructuur verbeterd kan worden om de instroom in dekraamzorg te vergroten, met name onder jongeren.Met deze inzet geeft het kabinet uitvoering aan de motie. Zoals in deKamerbrief3 aangegeven, zal het kabinet de Kamer begin 2027 naderinformeren over de voortgang van de maatregelen.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. Hermans2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr.2703Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr.270Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2933
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.