KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 21 mei 2025, over Arbeidsmarktkrapte

16 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 66d2bd928fd2b7c3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1280 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 16 juni 2025 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op21 mei 2025 overleg gevoerd met de heer Van Hijum, Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid, Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 13 december 2024 inzake uitwerking plannenarbeidsmarktkrapte en brede arbeidsmarktagenda (Kamerstuk29 544, nr. 1260).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,TielenDe griffier van de commissie,Post kst-29544-1280ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12801 Voorzitter: AartsenGriffier: Van den BroekAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Aartsen, Inge van Dijk,Patijn, Rikkers-Oosterkamp, Saris en Thiadens,en de heer Van Hijum, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Vice-Minister-President.Aanvang 13.03 uur.De voorzitter:Een hele goede middag allemaal. Welkom bij de vergadering van de vasteKamercommissie voor Sociale Zaken. Vandaag is het commissiedebatArbeidsmarktkrapte aan de orde. Ik heet de leden van harte welkom bij ditdebat, ik heet de Minister en de ondersteuning van harte welkom en ikheet uiteraard ook de aanwezigen op de publieke tribune en de mensendie het debat thuis volgen van harte welkom. We gaan zo beginnen methet debat over arbeidsmarktkrapte. Per fractie is een spreektijd van vijfminuten afgesproken. Ik denk niet dat we het nodig hebben, maar je weethet nooit: ik stel twee keer zes interrupties voor. Dus in de termijn van deKamer zes interrupties per persoon en ook bij de Minister zes interrupties.Ik zie dat daar niet heel grote bezwaren tegen zijn en daar ben ik erg blijmee. Ik stel voor dat we beginnen. Ik geef eerst het woord aan mevrouwPatijn van GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Wat is eigenlijk een krappe arbeidsmarkt? Voor wieis die krap? Als je vanuit het perspectief van de werknemer zou kijken, zouje denken aan een situatie van hoge werkloosheid. Maar iemand die op dearbeidsmarkt komt, merkt hoe vol en druk het daar is. Het is daar krap, eris geen plek voor jou op die arbeidsmarkt. Maar het perspectief vanwerknemers staat niet centraal. Als het gaat over de arbeidsmarkt, hebbenwe het over het perspectief van bedrijven die geen mensen kunnenkrijgen. Dat is ook een probleem, maar als de arbeidsmarkt echt een marktzou zijn waar schaarste zou leiden tot een sterke positie van werknemers,waarom doet die markt zijn werk dan niet? Hoe kan het dat nog steeds dehelft van de werkenden een onzekere baan heeft? Hoeveel mensenhebben echt autonomie om hun werk en hun vakmanschap goed in tekunnen zetten?De Minister komt met wetten die er allang hadden moeten zijn. Maar goedwerkgeverschap gaat over de wil om werkgever te zijn. Wat gaat deMinister doen om bedrijven te dwingen hun werkgeverschap serieus op tepakken? Kan de Minister uitleggen wat hij onder «goed werkgeverschap»verstaat? Hoe denkt de Minister dat bedrijven zelf ervoor kunnen zorgendat werkgevers weer goede vakmensen in dienst krijgen, opleiden enbehouden? De Minister komt wel met een voorstel over combinatiebanen.Voor de goed verdienende werkende is dat misschien een leuke maniervan leven, maar het kan toch niet zo zijn dat stapelbanen een oplossingzijn? Wat gaat de Minister doen om te voorkomen dat mensengedwongen worden om meerdere banen te accepteren omdat dewerkgevers krapte ervaren maar geen volledige contracten bieden?Voorzitter. Ook in Europa worden voorstellen gedaan om het werkgeversmakkelijk te maken om mensen te vinden. Zo komt er een dereguleringsa-genda op gang die stilletjes de rechten en bescherming van werknemersafbreekt. Als onderdeel hiervan wordt de strijd aangegaan met deregellust, bijvoorbeeld als het gaat om certificering van detacheerders inlidstaten. Wat gaat dat betekenen voor de Wtta? Ziet de Minister ook hetrisico dat de Wtta in die situatie niet meer van toepassing is op bedrijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12802 die mensen detacheren uit het land waar een certificering geldt? Gaat deMinister zich tegen deze dereguleringsagenda verzetten?Voorzitter. Er is geen tekort aan mensen, er is een tekort aan goede banenen er is een overschot aan slecht werk. We moeten sturen op inzet vanmensen waar dat nodig is. Niet de regels weghalen die werknemersbeschermen, maar de regels aanpakken die werkgevers opgelegd krijgenomdat ze zich constant moeten verantwoorden met volgsystemen enprestatiedruk.Voorzitter. Het kabinet moet keuzes maken. Willen we mensen in desorteercentra, of willen we mensen in de innovatieve sectoren? Willen wedat ’s zondags de winkels open zijn, of willen we dat mensen voor onzeouderen zorgen? Kan de Minister aangeven of dit kabinet nog komt meteen echte visie op de arbeidsmarkt?Voorzitter. Laten we ook vooruitkijken. De arbeidsmarkt blijft niet altijdkrap. De krapte neemt af. We weten niet wat de gevolgen zijn van dehandelsoorlog. Wat als de werkloosheid weer gaat oplopen? Wat alsmensen hun baan verliezen? Heeft de Minister daar een plan voor, zodatwe voorbereid zijn op slechte tijden? Is de Minister bereid om decrisisregeling voor personeelsbehoud met spoed naar de Kamer testuren?De keuze van dit kabinet om visieloos op de WW te korten is ook in datkader onbegrijpelijk. Dit raakt juist mensen die lang gewerkt hebben, vaakboven de 55 jaar zijn en hun baan verliezen. Kan de Minister aangevenwaarom hij dit een goed idee vindt?Tot slot ook nog iets positiefs. Afgelopen week was ik in de Achterhoek. Ikheb daar weer gezien hoe goed werkgeverschap ingevuld kan worden. Defirma Van Raam is actief bezig vakmensen op te leiden, werkplezier teorganiseren, innovatie vorm te geven en in de regio, in samenwerkingmet private en publieke organisaties, collectieve bedrijfsscholing teorganiseren. In de regio zien we veel goede initiatieven, met talent-fondsen die ervoor zorgen dat vakmensen voor de juiste banen opgeleidworden. Is de Minister bekend met deze fondsen? Weet de Minister datveel van deze initiatieven tijdelijk zijn? Is de Minister bereid om samenmet de regio te zoeken naar financiële borging van deze waardevolleinitiatieven?Voorzitter. Laten we kiezen voor goed werk en goed werkgeverschap indeze krappe arbeidsmarkt. Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan gaan we naar de heer Thiadens van dePVV-fractie.De heer Thiadens (PVV):Als ik het goed heb gehoord, heeft mevrouw Patijn gezegd als het gaatom arbeidsmarktkrapte dat dat niet ligt aan dat er te weinig mensen zijn.Dat betekent dus dat er genoeg mensen zijn. Zo vertaal ik dat dan maareven. Betekent dat dan ook dat er eigenlijk geen immigratie en arbeidsmi-gratie meer nodig zijn in Nederland, vraag ik aan mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. Ik heb gezegd: er zijn niet te weinig mensen, er zijn teveel slechte banen en te veel laagbetaalde banen. En helaas is het zo datheel veel arbeidsmigranten op die te laag betaalde slechte banen ingezetworden. Wij zijn er geen voorstander van om tegen die arbeidsmigrantenop te treden, maar zijn vooral tegen dit soort werk dat aangeboden wordten waarvoor mensen hier naartoe gehaald worden terwijl de voorzie-ningen er gewoon niet zijn. Dus wat ons betreft als het om arbeidsmi-gratie gaat, heel gericht: denk nou na over welke mensen we nodighebben, kijk naar de vraagkant en ga zorgvuldig om met de mensen die jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12803 hier naartoe haalt, zorg dat je voorzieningen hebt, zorg dat je ze goedehuisvesting biedt en vooral ook hele goede banen.De heer Thiadens (PVV):Dat is een heldere uitleg. Als u het zo zegt, vindt u ons een heel eind opuw pad. Ik had begrepen dat u zei «we hebben niet te weinig mensen»,dus dat dat niet de oorzaak zou zijn van arbeidsmarktkrapte. Dank voor uwuitleg.De voorzitter:Dank, meneer Thiadens. Dan geef ik u graag het woord voor uw bijdragenamens de PVV-fractie.De heer Thiadens (PVV):Dank, voorzitter. De Nederlandse economie vertoont signalen vanafkoeling, eindelijk. In het eerste kwartaal van 2025 is de krapte op dearbeidsmarkt iets afgenomen. Maar laten we ons geen illusies maken. Depersoneelsschaarste blijft fors. Er zijn nog steeds meer vacatures danwerklozen: 101 vacatures per 100 werklozen. Volgens de StaatscommissieDemografische Ontwikkelingen 2050 wordt dat probleem de komendejaren alleen maar groter, door vergrijzing en ontgroening. In de helesamenleving zien we de gevolgen van dit probleem. Ja, het is fijn datwerkzoekenden sneller werk vinden en tegen betere arbeidsvoorwaarden,maar de verhalen van ondernemers zijn schrijnend. Een juwelierszaak inAmsterdam die na 108 jaar stopt omdat er geen personeel meer te vindenis. Lokale cafetaria’s in volkswijken die de deuren sluiten, niet omdat hetwerk er niet is, maar omdat er niemand meer is om het te doen.Laten we beginnen met parttimewerk. Nederland is kampioen deeltijd-werken, maar in 2023 wilden 528.000 parttimers graag een extra dag perweek werken. Dat is een enorm potentieel. Deze mensen lopen nog steedstegen hindernissen aan, zoals marginale druk, het wegvallen vantoeslagen en de kosten en beschikbaarheid van kinderopvang. Wat doethet kabinet concreet om deze barrières weg te nemen? Het regeerpro-gramma stelt dat werken meer moet lonen en de Minister is hiermeebezig. Kan hij al bemoedigende resultaten laten zien? Loont het al echtvoor de middengroepen om meer uren te maken? Wat is de marginalebelastingdruk nu? Hoe stimuleert het kabinet ouderen om langer door tewerken? Welke maatregelen worden genomen om obstakels hiervoor wegte nemen en wanneer kunnen we die verwachten? Er zijn ook onder-zoeken en pilots die juist aantonen dat een vierdaagse werkweek metbehoud van salaris net zo veel oplevert voor organisaties, maarenergiekere en creatievere medewerkers oplevert en bovendien eendaling van burn-outklachten en ziekteverzuim laat zien. Mijn vraag aan deMinister is of hij bekend is met dergelijke onderzoeken en pilots en hoe hijhiertegen aankijkt.Dan het programma Leven Lang Ontwikkelen, LLO. Dit instrument moetde mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aanpakken.Personeelstekorten raken niet alleen cruciale sectoren, zoals zorg,onderwijs en openbaar vervoer, maar ook 70% van de mkb-bedrijven.Grote bedrijven lijken vaak makkelijker toegang te hebben tot dit soortoverheidsinitiatieven. Hoe zorgt de Minister ervoor dat LLO ook echt werktvoor het mkb? Er lijkt een uitvoeringskloof te zijn waarbij mkb-bedrijvenniet altijd effectief worden bereikt. Welke concrete stappen neemt deMinister om LLO ook echt bekend en bereikbaar te maken voor het mkb?Voorzitter. Wanneer gaan gemeenten eindelijk serieus werk maken van detaaleis? In 2023 zijn slechts drie uitkeringsgerechtigden gekort omdat zijweigerden de Nederlandse taal te leren. Drie. Dat is onacceptabel.Nederlanders die hard werken zijn het zat om te zien dat mensenjarenlang een uitkering ontvangen, zonder enige inspanning om de taal teleren en mee te doen in de samenleving en op de arbeidsmarkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12804 Voorzitter. Over de overheid zelf. Sinds 2018 is het aantal ambtenarengeëxplodeerd, van 113.500 naar bijna 150.000, een groei van ruim 30%.Het hoofdlijnenakkoord spreekt nog van 22% groei, maar dat negeert debijna 10.000 extra ambtenaren in 2023. Het is positief dat het akkoord inzetop het schrappen van een op de vijf rijksambtenarenbanen, zodat dezemensen beschikbaar komen voor de arbeidsmarkt. Maar hoever is hetkabinet hiermee? Kan de Minister concrete cijfers delen over devoortgang? Hoeveel heeft het ministerie zelf al gedaan om externe inhuurte verminderen, zodat ook die capaciteit vrijkomt voor andere sectoren?Voorzitter. De arbeidsmarkt schreeuwt om personeel. De oplossingenliggen niet in nog meer vergaderingen en beleidsnota’s. Ze liggen in hetwegnemen van drempels, in het belonen van werken en in het daadwer-kelijk uitvoeren van wat er al beloofd is. De PVV-fractie dringt er bij hetkabinet op aan om werk te maken van wat er al op tafel ligt – niet alleenvoor de statistieken, maar voor de mensen op de werkvloer, voorwerkgevers en werknemers.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Inge van Dijk, CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Eigenlijk sloeg ik een beetje aan op iets wat u zei aan het begin van uwbetoog, toen u het had over eindelijk een afkoeling van de economie. Is dePVV daar echt blij mee? Als we kijken naar de ambities die we hebben omonze voorzieningen betaalbaar te houden, dan weten we toch eigenlijkallemaal dat de koek daartoe echt groter moet worden?De heer Thiadens (PVV):Dat is een ander aspect van het afkoelen van de economie. Dat betekentwel dat je als overheid minder middelen gaat binnenhalen. Dat isuiteraard een negatief effect hiervan. Omdat dit debat gaat over dearbeidsmarktkrapte, focus ik nu hier op de arbeidsmarkt. Daar zie je inieder geval enige afkoeling, enige verlichting. Maar nogmaals, deverwachting is dat dit tijdelijk is. Het gaat dus sowieso weer krapperworden door de vergrijzing en de ontgroening. Natuurlijk is de PVV-fractieniet blij met een te veel afkoelende economie, waardoor de overheidminder middelen ter beschikking heeft.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Goed om te horen, want ik dacht al: oei, hoe moet ik dit duiden? Deelt dePVV dan onze insteek dat we zullen moeten gaan investeren in bijvoor-beeld het verhogen van de productiviteit en in innovatie, om te zorgen datmensen op een goede manier hun werk kunnen blijven doen, zodat weook gewoon meer werk verzet kunnen krijgen?De heer Thiadens (PVV):Kijk, natuurlijk delen wij uw mening als het gaat om hele concreteinvesteringen waar concrete resultaten van worden verwacht. Maar dat iseen heel algemene vraag. In algemene zin kan ik u daar bevestigend opantwoorden, maar om het echt te kunnen beoordelen zal ik toch echtmoeten kijken wat u specifiek bedoelt.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van mevrouw Patijn, GroenLinks-PvdA.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):U had het heel specifiek over taalproblemen. Dan richt u zich natuurlijkaltijd op een bepaalde groep. Dat zijn we van u gewend. Maar als u nounaar de groep met taalproblemen kijkt en we het hebben over laaggelet-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12805 terdheid in Nederland – dat gaat over miljoenen mensen – wat voor eenbeeld heeft u daar dan van? Wat zouden we voor deze groep mensenkunnen doen om te zorgen dat de toegang tot de arbeidsmarkt voor henook veel makkelijker wordt?De heer Thiadens (PVV):Ik heb het inderdaad heel specifiek over mensen die van buiten Nederlandkomen en de taal niet machtig zijn, maar wel verplicht zijn om deNederlandse taal te leren, tot een bepaald niveau. Dat is waar ik het overheb. De groep waar u het nu over hebt, is een compleet andere groep.Natuurlijk moet er alles wat mogelijk is worden gedaan om ook dezemensen deel te laten zijn van de arbeidsmarkt, binnen hun capaciteiten.Daar zult u ons natuurlijk aan uw zijde vinden.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik vind het heel mooi dat we vanuit het perspectief van mensen kijken hoemensen verder kunnen komen. Dat geldt denk ik voor alle groepen, wantook de mensen waar u het zelf eerder over had, vallen onder de groep diebinnen de capaciteiten die ze hebben, moeten proberen om mee tekunnen draaien op de arbeidsmarkt. Dus bedankt voor dat antwoord.Overigens zit er een grote overlap in die twee groepen.De voorzitter:Ik hoorde daar geen vraag in, dus ik stel voor dat we doorgaan naar debijdrage van mevrouw Inge van Dijk van de CDA-fractie.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Vandaag wil ik positief beginnen. De arbeidsmarkt-krapte, die ook nog eens blijvend is voor de komende jaren, betekent dater in beginsel werk is voor iedereen die kán werken. Dat biedt kansen voormensen die nu ongewild langs de kant van de arbeidsmarkt staan, en diekansen moeten we gaan verzilveren. Daarnaast zet het bedrijven enorganisaties ertoe aan om te innoveren, te vernieuwen en talent aan zichte binden.Arbeidsmarktkrapte kent natuurlijk ook nadrukkelijk een andere kant, wantwe staan voor grote uitdagingen, zoals het technologisch weerbaar makenvan onze economie, het bouwen van meer woningen, het op peil brengenvan defensie en het betaalbaar houden van onze verzorgingsstaat,waardoor de koek groter zal moeten worden. Dat alles, zo lezen we ondermeer in het rapport Kiezen én delen van DenkWerk en het rapport van deStaatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, vraagt keuzes eneen langjarige programmatische aanpak. Want al deze uitdagingenhebben in ieder geval één ding gemeen: ze vragen om gouden handen enknappe koppen.Ik wil mijn inbreng langs twee lijnen structureren: allereerst beleid enkeuzes voor de lange termijn en daarna – u snapt het al – wat we op kortetermijn zouden kunnen doen.Volledige werkgelegenheid is een paradigmawisseling ten opzichte van deafgelopen decennia, waarin werkgelegenheidsbevordering een belang-rijke doelstelling was. Het is dan ook relevant om de vraag van mevrouwPatijn, wat we doen op het moment dat het weer de andere kant opgaat,te wegen: hoe blijven we continu over beide kanten goed nadenken? Wezagen het natuurlijk al langer aankomen. Daar hebben we ook opgeacteerd, onder andere door onze pensioenleeftijd mee te laten stijgenmet de levensverwachting. Als een van de weinige landen van de EUhebben we een robuust pensioenstelsel met een combinatie van eenomslaggefinancierd basispensioen en een kapitaalgedekt aanvullendpensioen. Met de Wtp hebben we het stelsel verder vergrijzingsproofgemaakt en aangepast aan de nieuwe werkelijkheid op de arbeidsmarkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12806 Maar zijn onze andere grote stelsels ook voldoende voorbereid op eenandere arbeidsmarkt? Graag een reactie hierop van de Minister.Dat vraagt actief overheidsbeleid en dus allereerst meer investeringen ininnovatie en nieuwe technologieën, en daarmee in productiviteit. Wewachten op de productiviteitsagenda van het kabinet, de uitwerking vande Nationale Technologiestrategie en een aanpak om tot 3% R&D tekomen. Deelt de Minister onze zorg over het lage tempo waarmee dezevoorstellen naar de Kamer komen, terwijl de urgentie al enige tijd hoogis?Twee: ons arbeidsmarktstelsel toekomstbestendig maken op het gebiedvan zorg en onderwijs. Ik las dat de arbeidsmobiliteit is afgenomen, terwijlje juist in een krappe arbeidsmarkt in een dynamische economie zouverwachten dat mensen naar de baan gaan waarin ze meer kunnenverdienen en beter op hun plek zijn. Welke drempels staan daaraan in deweg? In de brief die de Minister ons gestuurd heeft, staat: «We gaan in hetlicht van krapte het huidige overheidsbeleid doorlichten. Daarbij bezienwe subsidies, fiscale faciliteiten en regelgeving in het licht van krapte enandere schaarstes. (...) Uw Kamer ontvangt daarvan de eerste resultatenvoor de voorjaarbesluitvorming van 2025.» U snapt al wat mijn vraag aande Minister is: hoe staat het daarmee? De SER komt met een visie oparbeidsmigratie. Daarnaast loopt er een ibo. Kunnen we over al dezestukken ook meer fundamentele keuzes verwachten?Ten tweede. Arbeidsmarktkrapte kunnen we niet oplossen, maar welaanpakken. Ondertussen kan er natuurlijk veel praktisch gedaan worden.De Minister heeft met vier andere bewindspersonen een kraptetopgehouden. Uiteindelijk gaat het erom dat binnen organisaties verande-ringen tot stand komen. Daarbij gaat het om sociale innovatie, anderswerken dus. Ik wil er drie dingen uit pakken. Allereerst zijn dat kansenvoor mensen die nu niet werken of die een beperkt aantal uren werken;daar begon ik mijn betoog mee. In Nederland ontvangen bijna anderhalfmiljoen mensen onder de pensioenleeftijd een uitkering. De arbeids-deelname van specifieke groepen blijft achter bij het gemiddelde. Wehebben nu een unieke kans om meer mensen die dat kunnen, naar werk tebegeleiden, ook al is het geen quick fix. Kan de Minister aangeven wathiervoor nodig is?In het verlengde van het vorige punt: wordt er ook gekeken of de stelselswel voldoende activerend zijn, zoals in het ibo over arbeidsongeschiktheidwordt gesteld? Er zijn verschillende initiatieven en programma’s om tekomen tot een skills based arbeidsmarkt, waarin van werk naar werk enontwikkelen normaal zijn. Denk bijvoorbeeld aan ontwikkelpaden enCompetentNL van onder meer het UWV WERKbedrijf. Ondertussen wordtgewerkt aan een regionale arbeidsmarktinfrastructuur met werkcentra,waar iedereen terechtkan met loopbaan- of personeelsvragen. Dat is opzichzelf positief, want het ontbreekt werknemers en werkgevers nog tevaak aan toegankelijke informatie, maar leidt dit allemaal niet totversnippering? Is het niet veel logischer om het landelijk stevig uit terollen, met regionale vestigingen en een samenhangende aanpak? Deoverheid concurreert ook op de arbeidsmarkt, maar de overheid alswetgever zorgt ook voor regeldruk, die arbeidscapaciteit vraagt. Het ispositief dat hier aandacht voor is en dat de kraptetop een gezamenlijkeinspanning van de verschillende departementen was. Mijn vraag is: is defollow-up ook gezamenlijk, of krijgen we weer departementale agenda’s?Daar ben ik eerlijk gezegd wel een beetje bang voor.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan naar mevrouw Saris van de fractie van NieuwSociaal Contract.Mevrouw Saris (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12807 Voorzitter, dank u wel. Vandaag spreken we voor het eerst met elkaar ineen apart commissiedebat over arbeidsmarktkrapte. Wat mij betreft is dateen goede stap, want we staan voor een grote opgave op de arbeidsmarktom Nederland toekomstbestendig te maken, in het licht van maatschappe-lijke ontwikkelingen zoals de toenemende vergrijzing en digitalisering. Hetgaat niet alleen over maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland, maarook over hoe de wereldeconomie in rap tempo aan het veranderen is. Ookdaar zullen we op voorbereid moeten zijn en op moeten anticiperen.Voorzitter. We hebben de brede arbeidsmarktagenda van het kabinet metbelangstelling gelezen. Het kabinet onderstreept de grote opgave op dearbeidsmarkt en komt met vijf sporen waarlangs maatregelen wordenuitgewerkt om de krapte op de arbeidsmarkt tegen te gaan en dearbeidsmarkt toekomstbestendig te maken. Nieuw Sociaal Contract ispositief over de stappen die worden gezet, maar merkt ook op dat deagenda vooral blijft bij het benoemen van al bestaande initiatieven en deuitwerking van een aantal andere agenda’s. Zo ontbreekt er wat onzefractie betreft een duidelijke visie op waar het kabinet naartoe wil met dearbeidsmarkt en de cruciale sectoren. Daarom heb ik een aantal vragenaan deze Minister. Wat wil het kabinet aan het eind van deze regeerpe-riode bereikt hebben in het toekomstbestendig maken van de arbeids-markt? Hoe kijkt het kabinet naar de maatschappelijke ontwikkelingenzoals toenemende vergrijzing, digitalisering en de wereldeconomie? Watzijn de gevolgen daarvan voor de arbeidsmarkt in Nederland? Hoe wil hetkabinet invulling geven aan de rol die cruciale sectoren moeten spelen indeze ontwikkelingen?Voorzitter. De arbeidsmarktkrapte in cruciale sectoren vraagt ook om eengoede samenwerking tussen de landelijke overheid en de regio’s. Het isbelangrijk dat de landelijke overheid en de diverse ministeries zorgen voorsamenhang tussen landelijke en regionale initiatieven, zodat er eensterkere verbinding ontstaat tussen het sociale, economische en onder-wijskundige domein. Dat is nodig om de bestaande infrastructuren – denkbijvoorbeeld aan de economic boards zoals in Zuid-Holland, Twente en deAchterhoek; de samenwerking in de regio’s tussen gemeente, onderwijsen bedrijfsleven – optimaal te benutten en met elkaar te verbinden op hetgebied van kennis en samenwerkingsmogelijkheden. Maar er moet ookvoldoende aandacht blijven voor de regionale autonomie. Wij zien eenbelangrijke rol weggelegd voor de regionale arbeidsmarkt, met name voorde regionale werkcentra die nog worden opgetuigd in alle 35 arbeids-marktregio’s. Het is belangrijk dat er nog stappen worden gezet in hetwegnemen van knelpunten in gegevensdeling tussen publieke en privatepartners en dat er verschillende budgetten en subsidies ontschot worden,zodat de regio’s meer vrijheid krijgen om dat maatwerk te leveren.Voorzitter. Ten slotte is het voor Nieuw Sociaal Contract belangrijk dat erin het arbeidsmarktbeleid veel meer aandacht komt voor de rol vanscholing en een leven lang ontwikkelen. Een voorbeeld hiervan isDenemarken, waar actief beleid wordt gevoerd dat gericht is op constantescholing en de begeleiding van werk naar werk door training, educatie enondersteuning. Nieuw Sociaal Contract is daarom ook voorstander vaneen persoonlijk ontwikkelbudget voor alle werkenden, dat hen in staatstelt om zich te blijven ontwikkelen. Wel vraagt dit om een leercultuurbinnen bedrijven en instellingen en om concrete afspraken over hetpersoonlijk ontwikkelbudget. Rond de zomer wordt de Leven LangOntwikkelen-agenda verwacht. Kan de Minister toezeggen dat hij in dezeagenda expliciet in zal gaan op de mogelijkheid van een persoonlijkontwikkelbudget? Is de Minister bereid om een voortrekkersrol op zich tenemen om samen met werkgevers, werknemers, het UWV en gemeentenin gesprek te gaan om te verkennen hoe er meer aandacht kan komenvoor scholing en een leven lang ontwikkelen?Voorzitter, dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12808 De voorzitter:Dank u wel. Ik zie allemaal mensen naar mij zwaaien. We beginnen bijmevrouw Patijn van GroenLinks-Partij van de Arbeid voor haar eersteinterruptie.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Meestal zwaait de voorzitter terug, maar dit keer niet, helaas.Ik heb een vraag voor mevrouw Saris over het persoonlijk ontwikkel-budget. Er zijn veel mensen die eigenlijk helemaal niet zo van lerenhouden. Dat is vaak de reden waarom ze praktijkscholing volgen enwaanzinnig goede vakmensen kunnen worden. Is mevrouw Saris nietbang dat de persoonlijk ontwikkelbudgetten vooral terechtkomen bijmensen die toch al heel veel scholing krijgen of zelf kunnen betalen?Mevrouw Saris (NSC):Ik deel met mevrouw Patijn niet de opvatting dat mensen die praktischwerk doen, niet geschoold willen worden. Ik zie in de regio’s waar ikvandaan kom dat daar ook echt aandacht is voor scholing, ook vanvakmensen. Dat is soms niet alleen in de basisvaardigheden zoals taal,maar ook in vakmanschap. Ik denk dat we als Kamer de boodschap aan deMinister moeten meegeven dat het alle mensen ten goede moet komen,dus praktisch geschoolden maar ook de hoger geschoolden.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik vind de conclusie «ik deel uw mening niet» heel mooi gezegd, maarmijn ervaring, ook bij de vakbeweging, is dat juist die hele grote groepgoede vakmensen wel goed op de werkvloer leren en het fijn vinden omin de praktijk te leren, maar liever niet allerlei vaardigheden in theorie ofop eigen initiatief leren. Ik vind het te makkelijk. Dit soort budgetten komtsteeds terug. We zien ook bij allerlei budgetten waarbij je subsidie kuntaanvragen dat die steeds bij de verkeerde groepen terechtkomen. Ik zouwel iets originelers willen horen over hoe dat dan moet, of ik zou heelgraag van mevrouw Saris willen horen hoe zij dan ziet dat dit budget danwel actief gebruikt kan gaan worden door deze groep.Mevrouw Saris (NSC):Ik denk dat ik wel met mevrouw Patijn deel dat het ontwikkelbudget voorelke werknemer beschikbaar zou moeten zijn, voor zowel praktischgeschoolden als voor mensen die theoretisch geschoold zijn. Ik zie tochecht andere voorbeelden in het land, namelijk dat ook vakmensen graaggeschoold worden in nieuwe ontwikkelingen. Ik zie scholing ook heelbreed. Dat hoeft voor mij echt niet alleen in de schoolbanken te zijn, maarhet kan ook op de werkvloer. Kijk bijvoorbeeld naar monteurs in deinstallatietechniek. Die krijgen ook gewoon scholing in nieuwe techniek-vormen en -elementen die daarmee samengaan. Ik denk dus dat onzeopvattingen niet zo veel uit elkaar liggen. Ik hoop dat de Minister met dewerkgevers- en werknemersorganisaties overlegt zodat die scholing opeen goede manier terechtkomt. Daarom deed ik de oproep in mijnverhaal.De heer Thiadens (PVV):Ik hoor mevrouw Saris vooral over Leven Lang Ontwikkelen. Dat isnatuurlijk prima. Dat kan ook zorgen voor arbeidsmobiliteit. Maar er zijnnatuurlijk meer mogelijkheden om krapte te lijf te gaan, niet «op telossen» maar «te lijf te gaan». Eentje daarvan is – ik noemde die in mijnbijdrage – het mobiliseren van mensen die in deeltijd werken. We zijnkampioen deeltijdwerken, in ieder geval in Europa en misschien ook welwereldwijd. Daar ligt een enorm potentieel. Tegelijkertijd liggen daarbarrières om groei te realiseren. Ik ben wel benieuwd hoe mevrouw Sarishiernaar kijkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12809 Mevrouw Saris (NSC):Ik denk dat wij met elkaar goed moeten kijken naar welke economie wetoe willen. Ik deel met u dat we onbenut arbeidspotentieel hebben. U kijktbijvoorbeeld naar in deeltijd werken. Dat heb ik u horen zeggen in uwverhaal. U gaf ook aan – ik zie dat ook in de praktijk – dat mensen die indeeltijd werken dat soms een prima oplossing vinden. Dat is deelsvanwege toeslagen die worden ontvangen, maar deels ook vanwegemantelzorgtaken die men op zich neemt of andere keuzes die men maakt.Ik wil ook graag de volgende vraag in die discussie betrekken. Hoe gaanwe ervoor zorgen dat mensen die aan de kant staan, op een goede maniermee kunnen doen in de samenleving? Helaas had ik maar vijf minuten,maar anders had ik hier graag een lans voor gebroken, dus dank voor deinterruptie. We hebben bijvoorbeeld bijna een miljoen mensen diegebruikmaken van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die graagwillen deelnemen aan de arbeidsmarkt. Maar de potjes voor scholingkomen niet of onvoldoende bij hen terecht. Ik denk dat als je iets aan dekrapte wilt doen, je echt naar meerdere knoppen zou moeten kijken: watmaakt dat mensen in deeltijd werken en hoe zou je die barrières wegkunnen nemen? Dat betekent ook de vraag: hoe gaan we er met elkaarmiddels scholing voor zorgen dat we mensen die deels arbeidsongeschiktzijn, toch een bepaalde plek op de arbeidsmarkt geven? Daarom vind ikLeven Lang Ontwikkelen zo belangrijk. Ook in die situatie geven mensenaan: Ilse, ik kan echt geen 40 uur in de week werken, maar als ik 10 of 20uur zou kunnen werken met een beetje hulp en ondersteuning van deoverheid, dan zou ik daarmee heel graag een bijdrage willen leveren aande samenleving.De heer Thiadens (PVV):U begon uw antwoord met te zeggen dat er veel mensen zijn die helemaalniet méér willen werken, die het wel prima vinden om in deeltijd tewerken – vaak met hele goede redenen uiteraard. Het is aan hen om dat tebeslissen. Maar er zijn, zoals ik al zei in mijn bijdrage, in ieder geval in2023 528.000 mensen die graag een dag langer zouden willen werkenmaar die tegen allerlei barrières oplopen. Gelukkig zijn er in het hoofdlij-nenakkoord maar ook in het regeerprogramma afspraken gemaakt om hetvoor al deze mensen, meer dan een half miljoen, die graag meer willengaan werken, aantrekkelijker te maken om meer te gaan werken. Ismevrouw Saris het met mij eens dat het kabinet daar echt vaart mee moetmaken?Mevrouw Saris (NSC):Volgens mij ben ik daar in mijn bijdrage ook helder in geweest. Ik wil vanhet kabinet graag een visie op de arbeidsmarkt. U hebt een iets anderesamenvatting gegeven van mijn bijdrage, maar wat ik wel met u deel, isdat werken zou moeten lonen en dat er voor mensen die niet meerkunnen werken, een fatsoenlijk en sociaal vangnet hoort te zijn. Als NieuwSociaal Contract omarmen wij ook de rapportage van de commissie-Borstlap, waarmee we ook aan een aantal knoppen draaien. Ik zie dat dezeMinister best vaart maakt met een aantal wetsvoorstellen, die ookvoortvloeien uit de aanbevelingen van de commissie-Borstlap. Maar het iseen opdracht aan het hele kabinet om vaart te maken met een goede visieop onze arbeidsmarkt en een goede visie op onze economie en met watnodig is om de economie draaiende te houden.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van mevrouw Inge van Dijk, CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Mevrouw Saris vroeg de Minister waar hij naartoe wil met de arbeids-markt, onze economie en de cruciale sectoren. Maar om te kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128010 controleren of de Minister daar de juiste richting in kiest, is het natuurlijkook heel belangrijk om te weten wat je zelf als politieke partij wil. Mijnvraag aan mevrouw Saris is dan ook: waar wil NSC naartoe met dearbeidsmarkt?Mevrouw Saris (NSC):Ik heb dat net al aangegeven, ook op de interruptie van de collega naast u.Er zijn vele rapporten over geschreven en het is heel belangrijk dat dierapporten ook omarmd worden. Ik doel met name op de volgendeelementen in het rapport van de commissie-Borstlap. Zorg ervoor datvaste contracten weer meer de norm worden en pak arbeidsmigratie aan.Daarnaast vind ik het belangrijk dat we ervoor zorgen dat mensen ook aanhet werk kunnen blijven; hoe kunnen we de Wet verbetering poortwachternóg beter inzetten? Ik zal daarover ook met een voorstel richting de Kamerkomen. Misschien is het ook weleens goed om met elkaar te bekijkenwelke economie wij met elkaar zouden willen; dat zeg ik ook tegen deMinister. Daarmee zeg ik niet dat alle deuren van de supermarkt om 20.00uur op slot moeten, maar volgens mij staan we nu op een punt dat we onsmoeten afvragen: willen we die 24 uurseconomie of gaan we de economieop een andere manier inrichten, zodat we de arbeidskrachten ook inkunnen zetten in de sectoren waar het mogelijk is?Een laatste cri de coeur van mijn kant: we hebben allemaal, zoals we hieraan tafel zitten, toen we dit ambt aanvaardden een zogenaamde PEP-toetsmoeten invullen. Ik heb, denk ik, zes, zeven verschillende formulierenmoeten invullen, omdat je verschillende bankrekeningen en verzekeringenhebt. Als ik dan lees en hoor dat er al bij één bank 7.000 mensen zichbezighouden met compliance, dan denk ik: nou, het is ook een opgavevoor de politiek om te kijken hoe wij die wet- en regelgeving hebbeningevuld. Al deze mensen, inclusief onszelf, zijn geen handen aan het bed,werken niet in de techniek. Ik denk dat we op die manier ook eens naar desamenleving en de economie moeten kijken.De voorzitter:Dat is ons lot als Kamerlid, dat een keer in de zoveel tijd je bankrekeningweer geblokkeerd wordt vanwege de PEP-regelgeving. Dat komt vanzelf,als je maar lang genoeg blijft zitten. Ik vraag mevrouw Van Dijk om hetvoorzitterschap over te nemen, want ik zou graag zelf een interruptiewillen plegen.Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:De heer Aartsen heeft een interruptie.De heer Aartsen (VVD):Dank u wel. Ik hoorde mevrouw Saris een aantal dingen zeggen, onderandere over Borstlap en de Wet verbetering poortwachter. Daar had ik welinteresse in. Mevrouw Patijn had het al over goed werkgeverschap, hetaantrekkelijk maken ervan. Een van de dingen die Borstlap heel bewustnoemt, is het feit dat het werkgeverschap zeker voor kleine ondernemersheel onaantrekkelijk en duur is. Juist in een extreme arbeidsmarktkraptehebben nog steeds heel veel mensen geen vaste aanstelling doordat hetvoor kleine werkgevers bijna onbetaalbaar is om het risico te lopen. Ophet moment dat mensen ziek worden, geldt er in Nederland een loondoor-betalingsplicht van in ieder geval twee jaar en als je de regels niet kanbijbenen soms zelfs drie jaar. Daar zijn we uniek in in Europa en misschienzelfs in de wereld. Ik ben heel benieuwd welke ideeën mevrouw Sarisheeft over de Wet verbetering poortwachter. Ik denk dat dat echt eenmissende stap is, ook in het regeerprogramma van deze Minister en in hetSER-MLT-advies, waarin het punt over het vaste contract en loondoorbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128011 taling bij ziekte van Borstlap niet is overgenomen. Ik ben dus heelbenieuwd naar welke ideeën mevrouw Saris heeft over de Wet verbe-tering poortwachter, of ze al een tipje van de sluier kan oplichten.Mevrouw Saris (NSC):De Wet verbetering poortwachter is ingegaan bij de overgang van deWAO naar de WIA. Uiteindelijk heeft die Wet verbetering poortwachter erwel toe geleid dat minder mensen instromen in de WIA. Uit ervaring weetik ook dat de Wet verbetering poortwachter door werkgevers alsingewikkeld wordt ervaren. Tegelijkertijd denk ik dat we daar met elkaargoede verbeteringen in kunnen doorvoeren. Ik ga nog niet zeggen waar ikprecies voor sta. Dat doe ik op een ander moment. Ik denk dat je het metwerkgevers en werknemers helder en goed voor het voetlicht kunt krijgendoor er eerder bij te zijn op het moment dat werknemers ziek worden enwerkgevers ook weten wat er van hen verwacht wordt, zodat ze niet metde sanctiebepaling te maken krijgen aan het einde van het ziektejaar. Jemoet ook werknemers duidelijk maken wat het betekent als je ziek wordt.Wat betekent dat voor je inkomsten na een, twee jaar ziekte? Wat betekenthet als je in de WIA terechtkomt? Zo wil ik een paletje aan maatregelen ineen voorstel vervatten en aan u doen toekomen.De voorzitter:Meneer Aartsen, heeft u een vervolgvraag?De heer Aartsen (VVD):Jazeker, voorzitter. Dank. Ik ben blij om dit te horen. Ik denk dat dat zekereen debat waard is en ik kijk ook uit naar de voorstellen. Ik zou daar graagaan mee willen helpen en over mee willen denken, omdat ik denk dat hetecht belangrijk is om ook dat onderdeel van Borstlap een prominente plekte geven. De Minister heeft ons inmiddels een wet gestuurd over deexcessen in flex. Nou ja, daar kun je op zich naar kijken, maar het echteprobleem zit natuurlijk hier en ook bij dat de loondoorbetaling bij ziekteveel te vaak wordt ingezet bij arbeidsconflicten. Dat is ook onderdeel vanpoortwachter, die lastendruk. We hebben mkb-verzuimontzorgpremiesbedacht omdat we de wet- en regelgeving zo verschrikkelijk ingewikkeldhebben gemaakt dat 95% van onze ondernemers – dat zijn de mkb’ers –ontzorgd moeten worden om de wet uit te voeren. Dat is volgens mijidioot. Ik kijk dus enorm uit naar de voorstellen. Vanuit de VVD is in iedergeval het aanbod om daarin samen op te trekken om te kijken hoe we deWet verbetering poortwachter en loondoorbetaling bij ziekte verderkunnen gaan verbeteren, want daar zit denk ik een kern van Borstlap envan de arbeidsmarkthervormingen.Mevrouw Saris (NSC):Dank u wel. De verzuimontzorgverzekering is bedoeld om de loondoorbe-taling bij ziekte te compenseren. Om ervoor te zorgen dat het systeembetaalbaar wordt, denk ik dat je echt aan de kraan moet draaien. Datbetekent dat werkgevers en werknemers ook in de eerste twee ziektejarengezamenlijk een verantwoordelijkheid hebben.De voorzitter:Ik kijk naar de heer Aartsen. Hij heeft geen vervolgvraag meer. Dan geef ikhem het voorzitterschap weer terug.Voorzitter: AartsenDe voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Rikkers-Oosterkamp van de fractie van de BBB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128012 Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. Het kabinet geeft het zelf al aan: als overheid is hetlastig om te sturen of verbeteringen aan te brengen waar het gaat omkrapte op de arbeidsmarkt. De problemen moeten worden opgelost vanuitde markt, waarbij de overheid ondersteuning biedt. Over de eerste opzetvan deze ondersteuning wil ik het vandaag hebben. De arbeidsmarkt-agenda is gebouwd op vijf sporen: het verhogen van de kwaliteit vanwerk, het versterken van de economie, het verhogen van de productiviteit,duurzame arbeidsparticipatie en de betere matching tussen vraag enaanbod. Daarnaast worden er sectorspecifieke programma’s opgezet voorzorg, onderwijs, kinderopvang, defensie en handhaving, groene endigitale sectoren, de woningbouw en het ov.Het is goed dat het kabinet zelf van oordeel is dat het aantal ambtenarenteruggebracht moet worden en de externe inhuur moet worden geredu-ceerd. Ook is het goed om te lezen dat er een sterke focus is op producti-viteit en innovatie. Er valt in de brief te lezen dat het kabinet beleidsmaat-regelen wil toetsen op de impact op de arbeidsvraag. Het hoe en wat kanik echter niet heel duidelijk vinden. Hoe ziet de Minister dit voor zich? Opwelke manier wil de Minister dit in de praktijk toepassen? Wanneerzouden we hier meer over kunnen horen?Voorzitter. Waar de een groeit, krimpt de ander. Het kabinet geeft aan dater in Nederland niet overal tegelijk aan de vraag naar arbeid voldaan kanworden en dat aan richtinggevende keuzes wordt gewerkt die gunstiglijken voor enkele specifieke sectoren. Wat zijn deze richtinggevendekeuzes precies? Wat betekenen deze keuzes voor sectoren die geenexpliciete sectorale aanpak krijgen, zoals de industrie en de voedselpro-ductie? Het belang van de industrie wordt meermaals genoemd envoedselproductie idem dito, maar ik zie hier weinig concreets overterugkomen. Ik ben benieuwd naar de gevolgen voor deze sectoren.Ik ben ook benieuwd naar de regionale component achter al deze plannen.De stad is namelijk niet de enige economische drijfveer. Ook in de regiobiedt het enorme kansen. Ik zou graag horen hoe de voorliggendevoorstellen de arbeidsproductiviteit in de regio gaan stimuleren en danook specifiek in de krimpregio’s.Voorzitter. Mijn partij heeft vanaf dag één de waarde gezien van allembo’ers die ons land draaiend houden, terwijl neerbuigendheid richtingmbo’ers overal zichtbaar is. Gelukkig zijn er sindsdien heel veel verbete-ringen getroffen, maar ik lees weinig over de praktische beroepen vanmbo’ers. Het kabinet zet vooral in op ontwikkelpaden en een mbo-pact,maar meer is er niet. Erkent de Minister dat we een enorm belang hebbenbij deze praktisch werkende en denkende mensen en bij de opleidingendie hier omheen hangen? Welke rol ziet de Minister weggelegd voor dembo’ers en de praktisch werkenden in het oplossen van de arbeidsmarkt-krapte? Hoe gaat de Minister borgen dat mbo’ers en praktisch werkendeneen volwaardige rol krijgen in de sectoren waarvan is aangegeven dat ereen expliciete sectorale aanpak is?Tot slot. De brief staat bomvol met voorstellen. Deelt de Minister de zorgdat de veelheid aan beleidslijnen, programma’s, subsidies en hervor-mingstrajecten in deze brede arbeidsmarktagenda, hoe goed bedoeld ook,kunnen resulteren in een stapeling van initiatieven die in de praktijk juistzorgt voor onduidelijkheid, voor onuitvoerbaarheid, voor uitvoeringspro-blemen en voor vertraging door de regeldruk op werkgevers, werknemersen lokale overheden? Hoe borgt het kabinet dat deze beleidsstapeling nietaverechts werkt in sectoren die juist behoefte hebben aan eenvoud, regieen focus?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zou het voorzitterschap graag over willen dragen aanmevrouw Inge van Dijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128013 Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Aartsen van de VVD voor zijninbreng.De heer Aartsen (VVD):Dank, voorzitter. Arbeidsmarktkrapte is misschien een abstract begrip endaar zitten zeker ook voordelen aan. Ik denk alleen wel, ook als ik hetrapport van de staatscommissie-Van Zwol lees, dat arbeidsmarktkraptestructureel zal zijn en dat het ook een zorg is voor Nederland en voor deNederlandse welvaart. Als ik kijk naar wat er in de wereld gebeurt,namelijk de VS die de navelstreng doorknippen en de Europese Unie dietoch alleen komt te staan in het vrije Westen, zie ik dat arbeidsmarktkrapteecht een grote zorg en een grote bedreiging is voor de toekomst van onzewelvaart, ons welzijn en ons toekomstig verdienvermogen. Op tal vanplekken komen we mensen tekort. Dat heeft maatschappelijke gevolgen intal van sectoren als de zorg, het onderwijs, de politie en noem hetallemaal maar op. Maar het stokt ook de innovatie en de verdienkrachtvan onze ondernemers, die we weer nodig hebben om te kunnen betalenvoor onze zorg, ons onderwijs en onze politie.Ik ben blij dat de regering een ambitie uitspreekt om hierop met eenstevig beleid te komen. De genoemde punten uit de brief, zoals datwerken moet lonen, het verminderen van de regeldruk, het verminderenvan het aantal ambtenaren en het verbeteren van de arbeidsproductiviteit,zijn wat mij betreft positief. Ik hoop alleen wel dat we ook nieuweinitiatieven en nieuw beleid gaan krijgen. Ik zou graag willen dat er optwee punten een tandje wordt bijgezet. Die wil ik hier graag uitlichten.Het eerste is het verhogen van onze arbeidsproductiviteit. Ik denk echt datdat voor de westerse wereld en voor Nederland specifiek een helebelangrijke is. Dat hebben we nodig voor onze welvaart en voor onswelzijn. Wij zullen als Nederland nooit een lagelonenland meer worden.Wij zullen ons geld ook nooit meer gaan verdienen in massaproductie. Wezullen het moeten hebben van slimmer, sneller, efficiënter en beter werkenen van het aanbieden van kwalitatief goed werk. Dat doen we allemaalmet een beperkt aantal mensen. Dat zegt ook de staatscommissie-VanZwol over de komende jaren. Mevrouw Van Dijk had het al over eenparadigma in denken. Ik denk dat dat inderdaad het geval is. Ik denk datwij ons beleid fundamenteel anders zullen moeten gaan inrichten. Deoverheid was in de afgelopen 80 jaar gericht op het creëren van zo veelmogelijk arbeidsmarktplaatsen. Verkiezingsprogramma’s werdendoorgerekend op de vraag wie kampioen banen werd. Wethoudersstonden trots bij distributiecentra te vertellen hoeveel arbeidsplaatsen zehadden gecreëerd. Ministers van Sociale Zaken zeiden nog niet heel langgeleden: pas op voor technologie, want dat pakt onze banen af! Ik denkdat we, kijkend naar de demografische ontwikkeling van Nederland in dekomende jaren, echt anders moeten gaan denken. We zullen structureelhandjes tekortkomen. We zullen handjes nodig hebben in grote sectorenzoals de zorg. Als we niks doen, hebben we daar ook echt een probleem.Dat betekent dat we moeten kijken hoe we met dezelfde mensen of metminder mensen hetzelfde werk of zelfs meer werk kunnen doen. Welketechnologieën kunnen we daarvoor gebruiken? Hoe kunnen we metbestaande technologie bestaande banen verlichten voor werknemers?Dat brengt me op de productiviteitsagenda van dit kabinet. Dat is eenbelangrijk punt voor de VVD. We zullen onze arbeidsproductiviteitstructureel moeten gaan verhogen. Ik ben heel benieuwd welke maatre-gelen het kabinet daarvoor ziet. De belangrijkste maatregel is wat onsbetreft de inzet van arbeidsbesparende technologieën. Dat kan breed, nietzozeer alleen om banen te vervangen maar ook om banen beter te latenfunctioneren. Denk hierbij aan generatieve AI of andere technologischeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128014 ontwikkelingen. Wij hebben daarover een motie ingediend. Die gaat overhet tegen het licht houden van ons instrumentarium, de fiscaliteit. DeMinister schrijft in zijn brief ook dat fiscale prikkels een manier kunnen zijnom bedrijven hiertoe te stimuleren. Wat komt hieruit? Wanneer kunnenwe daarvan de eerste resultaten en vooral ook de eerste actiesverwachten?Ook in de publieke sector zijn duidelijk arbeidsmarktbesparingen nodig.De publieke sector is in de afgelopen tijd enorm gegroeid en dat is eenbedreiging voor de arbeidsproductiviteit van de private sector. Hoe ziet deMinister dit voor zich? Ja, er zijn bezuinigingen ingezet, maar kunnen weook daar inzetten op arbeidsbesparingen en arbeidsbesparende techno-logie? Hoe kunnen we zorgen dat werkzaamheden beter, sneller enefficiënter kunnen worden gedaan met minder ambtenaren, met mindermensen?De voorzitter:Ik zit even met een dilemma, omdat ik graag namens mijn fractie eeninterruptie wil doen op de heer Aartsen. Ik zou mezelf die ruimte dus evenwillen geven, met goedvinden van de collega’s.Voorzitter: AartsenDe voorzitter:Geef uzelf alle ruimte!Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dit verhaal sluit natuurlijk heel erg aan op mijninbreng over de productiviteitsagenda, het uitwerken van de NationaleTechnologiestrategie en de aanpak om tot 3% R&D te komen. We hebbendat allemaal nodig om die stap te kunnen maken. Maar wij zien vooral eenkabinet, waarvan de VVD onderdeel is, dat niet investeert maar vooralheel veel compenseert. Is de VVD met het CDA van mening dat we ookdaarin anders moeten gaan denken?Voorzitter: Inge van DijkDe heer Aartsen (VVD):Ja, daarover heeft het IMF afgelopen week ook een interessant rapportuitgebracht. Daarin stond dat investeringen belangrijker zijn dan uitgeven,en dat juist de enorme publieke groei van de afgelopen jaren vooral komtdoor expansief begrotingsbeleid, dus doordat de overheid geld uitgeeft.Dat schrijft de Minister ook in zijn brief. Dat klinkt natuurlijk allemaal mooi,en «bezuinigingen» klinkt al heel snel heel eng, maar we zien datinmiddels 30% van de werkzame Nederlanders werkt voor de publiekesector. Dan is dat dus uiteindelijk een groot probleem, omdat je moetzorgen dat die publieke sector efficiënter en beter gaat werken. Genera-tieve AI kan daar echt bij helpen in mijn ogen. Het is van de zotte dat er talvan vacatures uitstaan voor net afgestudeerde juristen voor het zwart-lakken van Woo-verzoeken. Dat kan tegenwoordig prima met technologie.Die mensen moeten in de private sector werken; daarmee worden banengecreëerd en dan halen we weer geld binnen om uit te geven aandiezelfde publieke sector. Dat is, denk ik, een fundamentele omslag indenken: we zullen de arbeidsproductiviteit omhoog moeten krijgen in deprivate sector, en we zullen vervolgens de publieke sector moetenstimuleren om niet meer ambtenaren aan te nemen maar efficiënter tegaan werken, bijvoorbeeld door arbeidsbesparende maatregelen.De voorzitter:Ik geef het woord aan de heer Aartsen voor het vervolg van zijn betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128015 De heer Aartsen (VVD):Voorzitter. Daarom vraag ik of de Minister bereid is om te kijken naararbeidsbesparende verplichtingen voor de publieke sector, dus een grotescan waarbij niet zozeer de bezuinigingen uit het regeerakkoord centraalzullen staan, maar er vooral wordt gekeken hoe je er nou strategisch op aldie departementen voor kunt zorgen dat je bijvoorbeeld met arbeidsbe-sparende maatregelen niet alleen de dienstverlening verbetert maar ookde overheid efficiënter laat werken, en je meer werkenden beschikbaarkrijgt voor de publieke sector.Een ander punt is dat werken moet lonen. De heer Thiadens zei het ook al.In het verslag van de arbeidsmarkttop lijkt dat een beetje een onderge-schoven kindje te zijn, alsof het maken van meer arbeidsuren geenbijdrage kan leveren, terwijl we in Nederland toch kampioen deeltijdwerkzijn. Is de Minister het eens met het deel van het verslag over arbeids-marktkrapte? En kan de Minister ook bevestigen dat er in de hervor-mingen die eraan zitten te komen, bijvoorbeeld ten aanzien van inkomens-politiek en het nieuwe inkomens- en toeslagenbeleid, en ook met deproductiviteitsagenda, op moet worden ingezet dat werken moet lonen ende marginale druk moet verminderen? Ook moeten we ervoor zorgen datmensen een paar uur meer gaan werken, want uiteindelijk werkenmensen in Nederland niet in deeltijd omdat ze dat leuk of prettig vinden.We hebben in mijn ogen een uiteindelijk nivellerend stelsel dat ervoorzorgt dat deeltijdwerken wordt beloond en dat fulltimewerken wordtbeboet in ons fiscale stelsel en ons toeslagenstelsel. Ik hoop dat dit ookecht een prominente plek krijgt. De Minister weet dat ik dat al een aantalkeer meer heb gezegd, maar de marginale druk en het punt werken moetlonen, zullen echt prominent in dat inkomens- en toeslagenbeleid naarvoren moeten komen. Daar wil ik nogmaals aandacht voor vragen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Patijn een interruptie heeft.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik heb toch een vraag voor de heer Aartsen, al ging zijn inbreng hier nietzozeer over. Hij heeft dinsdag een motie gesteund waarin de regeringverzocht wordt om alle bestaande nationale koppen uit de Nederlandsewetgeving te schrappen. Die motie is dinsdag aangenomen. Een van diewetten is net aangenomen, de Wtta. Die zou nou weleens onder drukkunnen komen te staan vanwege dit soort regelingen. Hoe kijkt hijdaartegen aan?De heer Aartsen (VVD):Ik moest even zoeken waar mevrouw Patijn heen ging met haar vraag.Dank voor de vraag. In mijn ogen is de Wtta geen nationale kop. Ik vinddat sociale wetgeving, sociale zekerheid en de arbeidsmarkt, in het kadervan subsidiariteit fundamenteel Nederlandse aangelegenheden zijn.Europa moet heel ver wegblijven van sociale wetgeving, in mijn ogen. Ikvind dat dat iets is wat Nederland zelf moet organiseren. De Nederlandseeconomie en arbeidsmarkt zijn niet vergelijkbaar met die van Roemenië ofPortugal. Dat betekent dat wij een ander type wetgeving nodig hebben.Uw voormalig collega Jongerius heeft vanuit Brussel een aantalvoorstellen gedaan die echt de Nederlandse autonomie daarop raken. Ikben daartegen, ik blijf daartegen en ik vind dat de Wtta een goedwetsvoorstel is, dat de noodzakelijke misstanden en problemen inNederland kan aanpakken. Maar dat staat los van de arbeidsmarkt in heelveel andere Europese landen, dus in mijn ogen is dat echt eenbevoegdheid die van Nederland is en blijft. Daarin zie ik geen bedreiging.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128016 Mevrouw Patijn heeft een vervolgvraag.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is dit ook mijn laatste vraag, dus ik moet even heel goednadenken. De kern van wetgeving die in Europa gemaakt wordt, bijvoor-beeld om te voorkomen dat mensen met giftige stoffen moeten werken,daar zit een behoorlijk fundament in. Wat er nu aangekondigd is in eenaantal pakketten vanuit Brussel, zijn juist dingen die aan die rechten gaanraken. Daarvan wordt gezegd: «We willen niet alleen een ondergrens; wewillen zelfs een bovengrens op een aantal van dit soort wetten gaanleggen.» Begrijp ik nu goed dat u zegt: «Als het over sociale wetgevinggaat, vind ik dat Brussel zich daar überhaupt niet mee moet bemoeien. Ikvind dus ook dat er daar geen bovengrens in moet komen»?De heer Aartsen (VVD):Eens, maar dan moet je dus ook naar de ondergrens durven kijken. Als hetgaat om veilig werken, zullen we elkaar vinden. Het zou van de zotte zijnals je in Nederland wel met kankerverwekkende stoffen zou mogenwerken en in België niet, of andersom. Dat is natuurlijk van de zotte. Inieder land is een stof wel of niet gevaarlijk voor een persoon. Het maaktniet uit over welke landsgrens je het hebt. Maar stel dat Europa zich gaatbemoeien met het recht op onbereikbaarheid of het wel of niet thuismogen werken, dat soort aangelegenheden. Sorry, maar dat is echtanders in een diensteneconomie zoals die van Nederland ten opzichte vanbijvoorbeeld het zuiden van Italië waar het de helft van het jaar boven de40 graden is, waar je een hele andere manier van werken hebt en waar ereen hele andere arbeidsmarkt is. Ik vind dat Brussel dat niet moetbepalen.Om antwoord te geven op mevrouw Patijn: nee, ik ben zeker niet voor eenbovengrens, maar dan ook niet voor een ondergrens, en dat geldt vooreen aantal terreinen. We zullen wat mij betreft echt met de stofkam doorde sociale wetgeving heen moeten, maar daar komen we nog over tepraten wanneer het gaat over het reguliere arbeidsmarktbeleid. Wehebben ons totaal overgereguleerd. Juist ook in het kader van degeopolitieke discussie is het grootste probleem van Europa een totaalgebrek aan economische dynamiek, omdat alles overgereguleerd engebureaucratiseerd is en alles in regels en wantrouwen is gestoken. Ik wildus zeker geen bovengrens, maar ook geen ondergrens op de zaken waarEuropa zich niet mee moet bemoeien.De voorzitter:Mevrouw Patijn keek mij heel lief aan voor nog een hele kleine interruptie.Ik ga hier gehoor aan geven.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Het is ook maar heel kort. Ik begrijp het niet. We moeten alle nationalekoppen slopen. We moeten alle regelgeving in Brussel slopen. Wat blijft erdan nog over? Eigenlijk zegt u gewoon: sloop de rechten van dewerknemers.De heer Aartsen (VVD):Nee, dat zeg ik absoluut niet. Ik vind dat je fatsoenlijke basiswetgeving inNederland moet hebben. Brussel moet zich er niet mee bemoeien. InNederland moeten wij met elkaar fundamenteel nadenken over wat wijgoede bescherming vinden. Dat doen sociaaldemocraten en liberalen almeer dan 100 jaar. Meestal komt dat wel goed, maar we moeten er ookwel open en eerlijk over durven zijn dat wij in Nederland specifiek, enEuropabreed, heel veel hebben overgereguleerd en alles in wantrouwenhebben gegoten. Mevrouw Saris bracht het punt van de Wet poortwachteral op. Ik denk dat de meeste ondernemers hoofdpijn krijgen als ze moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128017 bellen met het UWV en formulieren moeten invullen op het moment dateen medewerker ziek is. Ik wil dat een werkgever zich bezig kan houdenmet het kopen van een bosje bloemen, en een kaart kan sturen naar zijnmedewerker op het moment dat die ziek wordt. Ik wil dat die zijnmedewerker het allerbeste kan wensen en een goed gesprek kan hebbenover hoe die kan bijdragen aan een gezonde terugkeer, in plaats van datdie de boekhouding moet bijhouden omdat die anders een boete van hetUWV krijgt. Dat is in ieder geval hoe de VVD naar sociale wetgeving kijkt.De voorzitter:Ik geef het voorzitterschap weer terug aan de heer Aartsen.Voorzitter: AartsenDe voorzitter:Top. Dan kijk ik even rond. We zijn aan het einde gekomen van debijdragen van de zijde van de Kamer. Ik kijk even naar de Minister.Minister Van Hijum:Voorzitter, ik denk dat ik een poging ga doen.De voorzitter:Zullen we vijf minuten schorsen, zodat iedereen even zijn handen kanwassen? Dat gaan we doen! We gaan even vijf minuten schorsen, tot14.05 uur.De vergadering wordt van 14.00 uur tot 14.08 uur geschorst.De voorzitter:Ik stel voor dat wij weer gaan beginnen. Welkom aan de hulptroepen vande Minister. Zo kan hij onze vragen nog beter beantwoorden. Ik geef graaghet woord aan de Minister voor zijn beantwoording in eerste termijn.Minister Van Hijum:Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de leden van de commissie voor devragen in eerste termijn. Dit is een belangrijk, boeiend en relevant thema.Dat is het niet alleen voor werkgevers en bedrijven die met krapte temaken hebben, maar ook voor mensen die misschien meer dan ooitkunnen kiezen. Maar ook al zegt iedereen dat er kansen zijn, niet iedereenkan die kansen verzilveren.Een interessante vraag om mee te beginnen, is de vraag waar ik alsMinister naartoe wil. Het liefst zou je natuurlijk zien dat je aan het eind vande periode die je gegeven is alle problemen hebt opgelost, maar één dingweet ik heel zeker: dat gaat bij het probleem van arbeidsmarktkrapte nietlukken. Dat hebt u eigenlijk ook allemaal aangegeven. Het is in toene-mende mate een gegeven, hoewel de krapte op dit moment licht lijkt af tenemen. Het is een gegeven dat sectoren in toenemende mate te makenhebben met de vraag waar zij nog personeel kunnen vinden.We hebben het onder andere over de publieke dienstverlening die onderdruk komt te staan. De bekende voorbeelden zijn de zorg en hetonderwijs, maar ook de dienstverlening door overheden zelf komt onderdruk te staan. Gemeenten, provincies, het Rijk, nutsbedrijven en nutssec-toren als energie en water kunnen moeilijk mensen vinden. Maar het geldtook in de private sector. Er wordt vaak gerefereerd aan cruciale beroepenen sectoren. Daar kijken we vaak eerst naar. Maar dan komt ook de vraag:welke sectoren zijn eigenlijk cruciaal? Als je dat gaat afpellen, dan kom jeop een hele range aan sectoren. Dan kun je het hebben over de hoogtech-nologische sector die van belang is voor onze hoogproductieve economie,van ASML en de chipsector tot en met de klassieke maakindustrie, waarook heel veel banen zitten. Als je naar de regio’s kijkt die afhankelijk zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128018 van toerisme of landbouw, dan zullen die regio’s die sectoren als cruciaalen onmisbaar bestempelen.Ik ben op dit moment bezig met een ronde langs alle provincies en ooklangs alle arbeidsmarktregio’s. Als je in die regio’s de vraag stelt –mevrouw Patijn en anderen vroegen naar de regionale invalshoek – waarde krapte en de urgentie zitten, dan krijg je toch verschillendeantwoorden. Nederland is één land, maar regio’s zijn zeer verschillend. Devraag wat een cruciale sector is voor een regionale economie, wordt echtverschillend beantwoord. Je weet het natuurlijk, maar het is heel treffendom dat te ervaren. Je kunt echt niet te makkelijk zeggen: daar zit hetprobleem.Er zitten natuurlijk ook een aantal trends onder; die hebt u ook benoemd.Dat gaat om vergrijzing en ontgroening. Die zijn onontkoombaar, want datis de demografische opbouw van onze samenleving. De voortgaandeeconomische ontwikkeling is ook een factor. Die wordt soms ookaangejaagd door de overheid zelf. Kijk naar Defensie, om maar eenvoorbeeld te noemen. Als wij Defensie willen opschalen naar 200.000mensen, dan zetten wij zelf ook druk op diezelfde arbeidsmarkt. Maar vooreen deel zit het ook in de wens om het welzijnsniveau met elkaar te willenhandhaven, bijvoorbeeld in de zorg. Dat kan voor een deel tegengegaanworden met de inzet van technologie en het verminderen van regeldruk.De Minister van VWS is daar actief mee bezig. Maar je weet ook dat dezorg een arbeidsintensieve aangelegenheid is en dat bij een vergrijzendebevolking de vraag naar zorg zal toenemen.Een complicerende factor daarnaast is dat arbeidsmigratie, als je het alzou willen, in toenemende mate geen vanzelfsprekende oplossing meer is.Deze demografische ontwikkeling doet zich namelijk in alle Europeselanden voor, maar eigenlijk in de hele wereld. De veronderstelling dat uithet buitenland wel arbeidsaanbod zal komen om onze problemen op telossen, wordt in afnemende mate vanzelfsprekend. Dat wil niet zeggen dater geen arbeidsmigratie meer zal zijn of dat dit ook niet een deel van deoplossing zou kunnen zijn, maar die vanzelfsprekendheid is er niet meer.Bovendien hebben we in het kader van Van Zwol ook gezegd – een aantalvan u heeft dat ook genoemd – dat het bij een beheerste groei van debevolking niet gewenst is om daar eindeloos mee door te gaan.Kortom, dit is een ingewikkeld vraagstuk, waar geen makkelijke oplos-singen meer voor zijn. Aan de andere kant: als je je afvraagt of je toch nietnog meer uit het arbeidsaanbod kunt halen dat er is, dan is er echt nogwel ruimte. Een aantal van u heeft dat ook genoemd. Ik ga daar zo nogmeer in detail op in. Er is natuurlijk ruimte om meer uren te werken. Erzitten nog veel mensen thuis. Dat is soms ook noodgedwongen, want erzijn ook mensen die wel willen werken, maar niet de gelegenheid krijgen.Natuurlijk kun je daar nog iets mee. Maar als je naar het grote plaatje kijkt,dan is de werkloosheid lager dan ooit. Er is natuurlijk wat frictiewerk-loosheid, maar die zal er altijd zijn. De echte potentie om met hetverhogen van het arbeidsaanbod dit probleem op te lossen, is er eigenlijkniet. Dat zeggen ook heel veel economen.Je zult het dus ook voor een deel in andere dingen moeten zoeken. Eenvan die dingen is arbeidsproductiviteit: met minder mensen hetzelfde ofmeer doen door slimmer te werken. Dat is echt een heel belangrijkonderdeel daarvan. Dat is ook wat ik iedere keer aan bedrijven en sectorenmeegeef. Het was ook een belangrijke uitkomst van de arbeidsmarktkrap-tetop die we samen met de Minister van VWS, met de Minister enStaatssecretaris van Onderwijs en met de Minister van EZ hebbengeorganiseerd. Ik heb ook richting de sectoren zelf aangegeven dat ergeen makkelijke oplossingen meer zijn. Je kunt wel kijken naar anderesectoren en denken dat je mensen kunt omscholen, maar in die anderesectoren zijn ook tekorten. Je zult echt zelf moeten nadenken over devraag hoe je dit probleem gaat tackelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128019 Ik wil niet zeggen dat de overheid niets kan doen, want dat is nadrukkelijkwel het geval. We hebben in onze brief vijf sporen geschetst waarlangs wijdenken dat we randvoorwaardelijk de arbeidsmarkt kunnen helpen sturenen een aantal dingen kunnen doen. Daar zetten we ook volledig op in.De voorzitter:Dat was een tussenalinea, toch? Ik check even of het al af was. MevrouwPatijn van GroenLinks-PvdA heeft een interruptie voor u.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de Minister praten over de arbeidsmarkttop. Ik heb daar eenspecifieke vraag over. Ik heb van verschillende kanten gehoord dat bij diearbeidsmarkttop vooral werkgevers aanwezig waren, maar dat er heelbeperkt werknemersvertegenwoordigers uitgenodigd waren. Organisatieszoals Ieder(in), dat mensen vertegenwoordigt met een afstand tot dearbeidsmarkt, waren niet eens aangesloten. Wat is het uitnodigingsbeleidgeweest? Als je het over de arbeidsmarkt hebt en over de inzet vanmensen die het werk moeten doen, maar je gaat niet praten met mensendie het werk moeten doen en je gaat wel beslissen dat ze misschien meeruren moeten werken of omgeschoold moeten worden, dan denk ik: dat istoch een hele rare top?Minister Van Hijum:Dit herken ik ook absoluut niet. We hebben een heel breed uitnodigings-beleid gevoerd. Daar hebben we intensieve discussie over gehad. Ookwerknemersdelegaties en zelfstandigenorganisaties zijn uitgenodigd. Wehebben de wetenschap uitgenodigd. We hebben ook werkgeversorgani-saties uitgenodigd, nadrukkelijk ook het onderwijs. We hebben dat ookverspreid over alle sectoren gedaan. Ik moet zeggen dat de opkomst op detop ook evenwichtig en groot was. We hebben u een verslag gestuurd envolgens mij kunt u daarin precies nalezen wie er allemaal zijn geweest. Ditbeeld herken ik dus niet.Kijk, je probeert op zo’n top natuurlijk een begin te zoeken van eengezamenlijke agenda. Volgens mij was ook een van de vragen of het zo isdat alle Ministers en alle departementen vervolgens met hun eigen dingenaan de slag gaan. Dat is niet zo. We hebben echt tegen elkaar gezegd datwe de vinger aan de pols willen houden met elkaar en dat we dieuitnodigingen blijven versturen om met elkaar in gesprek te blijven.Oplossingen naar elkaar doorschuiven gaat niet meer werken namelijk.We zullen het echt moeten vinden in creatieve oplossingen binnensectoren zelf en in randvoorwaardelijk beleid van de overheid. Daarhebben we echt goede gesprekken over gevoerd.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Van Hijum:Ik hoor hier dat Cedris er was – dat wist ik wel – maar dat de organisatiedie u noemt, Ieder(in), ook aanwezig was. Dat is denk ik in grote lijnen dealgemene afloop die ik zou willen geven.Ik ga nu gewoon de leden maar even langs, al hun vragen en opmer-kingen.Ik denk dat mevrouw Patijn terecht heeft gevraagd: kijk niet alleen naarhet perspectief van de werkgevers, maar ook naar de werknemers. Datdoet zij nu opnieuw. Zij vroeg – dat kwam ook uit die top, althans uit deberichtgeving erover – hoe het nou zit met die combinatiebanen. Het isniet zo dat dat als zaligmakende oplossing is gepresenteerd. Wat ik daarheb aangegeven en wat daar ook naar voren kwam, is dat bij een aantalberoepen een combinatie van functies een deel van de oplossing zoukunnen zijn. Dan moet u als het gaat over het onderwijs, het beroepson-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128020 derwijs, bijvoorbeeld denken aan dat mensen die uit het vak komen eendeel van hun tijd voor de klas staan om dat vak over te brengen. Vaak zijndie mensen er al in de vorm van stage- en praktijkbegeleiders. Daar wordtwel degelijk een deel van de oplossing gezocht.Ik noemde net even Defensie. Als wij 200.000 mensen willen gaanaantrekken voor Defensie op termijn, is de vraag of die allemaal inkazernes moeten zitten of dat je die ook in bedrijven, in zorgorganisatieskunt hebben en ze kunt oproepen op momenten dat er bijvoorbeeldmensen worden uitgezonden, dat zij die plekken bij Defensie voor eendeel helpen invullen. Dat soort constructies worden ook bij Defensiegezocht, juist omdat het daar over capaciteiten gaat, kwalificaties, dieelkaar heel erg versterken. Dat kan gaan over zorg, maar ook over ICT ofover civiele techniek – ik noem maar even een voorbeeld – dus hetonderhouden van bruggen, dijken, waterwerken, al dat soort dingen. Daarliggen competenties in elkaars verlengde en kun je naar win-winsituatieszoeken. Het is geen makkelijke oplossing, maar een combinatiebaan kanin dat soort gevallen een deel van de oplossing vormen.Mevrouw Patijn vroeg mij ook nog naar de dereguleringsagenda inEuropa. Die moeten we nog goed bestuderen, om te zien wat die preciesgaat betekenen voor onze nationale ambities en wetgevingsprogramma’s.Ik kan me eigenlijk niet voorstellen die dat van invloed gaat zijn op deWtta, maar daar gaan we uiteraard zorgvuldig naar kijken. Het magduidelijk zijn dat ik er geen voorstander van ben dat dat programma terdiscussie komt te staan. Sterker nog, in de richting van de Eurocommis-saris hebben we al nadrukkelijk ingezet om op het gebied van detacheringstappen te gaan zetten. Dus niet minder regels, maar in ieder gevalduidelijkere regels en duidelijkere kaders ook vanuit Europees perspectiefis nadrukkelijk onze inzet.Mevrouw Patijn vroeg ook nog: wat nou als de werkloosheid gaatoplopen, hebben we dan ook een scenario? Dat zijn natuurlijk dingen waarje altijd rekening mee moet houden. Ik heb de afgelopen jaren deconjunctuur in alle hevigheid en alle kanten op meegemaakt. Soms kun jein één keer weer geconfronteerd worden met grote tegenvallers en eenoplopende werkloosheid, ook als de onderliggende trend die vanvergrijzing en krapte is. Een van de dingen in het wetgevingspakket datook uit het advies van de commissie-Borstlap voortvloeit is de Wetpersoneelsbehoud bij crisis. Dat is eigenlijk een beetje de opvolger van dedeeltijd-WW. Daar zijn we best ver mee. Eigenlijk is mijn ambitie om dathele wetgevingspakket dit jaar bij de Kamer te hebben. Ik weet niet of hethelemaal gaat lukken, maar het is wel mijn inzet. Dat geldt ook hiervoor.Deze wet ligt nu voor voor uitvoeringstoetsen en ik hoop die zodra dieterug is naar de Raad van State te kunnen sturen en daarna zo snelmogelijk naar de Kamer, want ik deel de opvatting dat dat ook werkendenen werkgevers zou kunnen helpen.Ik ben net zoals mevrouw Patijn heel enthousiast over de scholings-fondsen die in de regio bestaan. Die ken ik ook nog uit mijn eigenervaring. Ik wil niet zeggen dat ze daar uitgevonden zijn, maar ik weet inieder geval dat ze in Twente en in de regio Zwolle al heel lang bestaan,dankzij gemeenten en provincies die daar zelf geld in investeren. Hetinteressante daaraan is dat dit echt uit de regio zelf komt en vaak ookgebaseerd is op een intensieve samenwerking met onderwijs en bedrijfs-leven in zo’n regio. Wij proberen daar ook vanuit nationale optiek aan meete doen. Vaak gebeurt dat via de Regio Deals, die er geld bijleggen ensoms werken als een verdubbelaar op dat soort scholingsfondsen, of hetgaat via Europees geld dat daarvoor wordt ingezet. Ik zie dat dusnadrukkelijk en probeer dat ook een plek te geven in de Leven LangOntwikkelen-agenda die we na de zomer naar de Kamer zullen sturen.De voorzitter:Mevrouw Patijn heeft nog een interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128021 Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik begreep dat die fondsen over een jaar of zo alweer stoppen en dat erdan zorgen zijn over de continuïteit. Komt die dan niet in de problemen?Die zorgen zijn er ook omdat als gevolg van de invoering van de landelijkgecoördineerde SLIM-regeling bepaalde onderdelen van die fondsen in deknel komen. Ik zeg daar onmiddellijk bij dat ik de techniek niet helemaalbegreep, maar ik zou het heel erg waarderen als de Minister zich nog eenkeer extra zou willen verdiepen in de problemen en in de knelpunten diemen daardoor ervaart, zodat die continuïteit gewaarborgd kan worden.Minister Van Hijum:Dat zeg ik graag toe. Het is ook standaard onderdeel van de gesprekkenop de regiotour. Ik bezoek echt alle provincies dit jaar. We hebben er nuvier gehad. In alle provincies hebben wij gesprekken met de arbeidsmarkt-regio en daarbij komt ook het thema scholingsfonds naar voren, al zijn dievaak wel verschillend van opzet. De fondsen die het meest succesvol enduurzaam zijn, zijn de fondsen die ook echt een borging hebben in definanciering door gemeenten en provincies zelf, waar soms gewoon eenbedrag per gemeente wordt ingelegd om elk jaar voor die financiering tezorgen. Vaak zie je dat dit soort bijdragen aan het begin van een nieuwecollegeperiode ter discussie kunnen komen te staan. Dat kan na degemeenteraadsverkiezingen ook weer gebeuren. Maar in heel veelplekken – ook de regio Eindhoven is daar een voorbeeld van – is decontinuïteit over het algemeen redelijk goed geborgd. Er is natuurlijk ookaltijd de vraag vanuit het Rijk om daarbij aan te sluiten: zet er niet nogheel veel potjes en regelingen naast, maar zorg dat je gewoon éénintegraal aanbod hebt voor werkgevers en werkenden. Maar ik zeg u toedat we ook daarop terugkomen in de Leven Lang Ontwikkelen-brief.Dan kom ik op de heer Thiadens. Hij vroeg mij om ook aandacht tehebben voor het stimuleren van parttimewerk. Hij wees op een aantalknelpunten, namelijk de marginale druk en ook de kinderopvang. Ook deheer Aartsen en een aantal anderen hebben daarop gewezen. Dat zien wij.De mogelijkheden die er nog zijn om meer uren te werken, zou je kunnenontsluiten door werken lonender te maken. En ik kan ook in de richtingvan de heer Aartsen nog een keer bevestigen dat dit echt een integraalonderdeel van de herziening van de inkomensondersteuning is waar wijaan werken. We hopen nog voor de zomer met een eerste schets richtingde Kamer te komen en daarna in goed overleg met verschillendecommissies van deze Kamer – dat zal deze commissie raken, maar net zogoed de commissie voor Financiën en fiscaliteit – daarin stappen tekunnen zetten.Ik denk ook dat we al eerste stappen zetten in de afbouw van de marginaledruk. Kijk even naar hoe we in het vorige Belastingplan de huurtoeslagvorm hebben gegeven. De kinderopvangtoeslag is weliswaar watvertraagd, maar de inzet is onverminderd om daarmee naar eeninkomensonafhankelijke regeling toe te gaan en naar instellingsfinan-ciering. Ook dat gaat helpen bij het afbouwen van de marginale druk. Nogbelangrijker is dat het de kinderopvang ook aantrekkelijker maakt,waardoor hopelijk de stap naar werk of naar meer uren werk ookaantrekkelijker wordt. Dat is echt nadrukkelijk onderdeel van onze agenda.De voorzitter:Ik zie een vraag bij mevrouw Inge van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Het gaat eigenlijk over die fiscale agenda die naar de Kamer gaat komen.We hebben het in een vorig debat over de Participatiewet ook gehad overde inkomensondersteuning door gemeentes. Gemeentes geven ookvandaag weer in een opinie aan: het is allemaal leuk en aardig dat wijmoeten versimpelen, maar dan moet de overheid haar zaken misschienTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128022 ook wat beter op orde hebben. Mijn vraag is eigenlijk of gemeentes ookbetrokken worden bij die agenda, zodat we met elkaar het gevoel hebbendat dit nog weleens zou kunnen werken.Minister Van Hijum:Ja, zeer zeker. Eigenlijk heb je het ook over een aantal dingen naast elkaar.Het gaat natuurlijk in de eerste plaats over de vraag hoe je de inkomens-ondersteuning zelf, die vanuit het Rijk komt, eenvoudiger maakt,waardoor de problematiek van de marginale druk afneemt, maar ook deproblematiek van de bestaanszekerheid. Je hebt immers te maken metheel veel terugvorderingen van toeslagen. Dat weet mevrouw Van Dijknog beter dan ik, denk ik. Maar het gaat ook over de vraag waarvoor hetRijk verantwoordelijkheid neemt, versus de vraag of we gemeenteneigenlijk wel moeten vragen om op al die wonden pleisters te plakken.Nee, eigenlijk moet het Rijk zijn inkomensbeleid op orde hebben en zou jeals gemeente misschien maatwerk moeten leveren, maar dat zou dan ooktot maatwerk beperkt moeten blijven. Daar zijn inmiddels interessanterapporten over verschenen vanuit het IPE, geloof ik. Daar hebben we ookgesprekken over met de gemeenten, dus gemeenten worden in dat procesmeegenomen. Dat zal ook onderdeel zijn van die agenda. Eigenlijk kunt utwee brieven verwachten, maar het is één aanpak. Wat dat betreft lijdenwij zelf toch ook een beetje aan verkokering, zeg ik maar even. Het gaatover de fiscale aanpak maar ook over de vereenvoudiging van de socialezekerheid. Dat moet precies op elkaar aansluiten.De voorzitter:Dat kan niet in één brief. Nee, ik moet neutraal blijven, excuus.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik ben heel blij om dit te horen. Ik denk namelijk dat het inderdaaden-en-en is. Ik zou het wel mooi vinden als het ons op een of anderemanier lukt om er wel één brief van te maken. Het is namelijk ook voor deKamer belangrijk dat wij met elkaar veel nadrukkelijker zien dat wij, als weecht problemen willen oplossen, niet over één ministerie gaan, maar overheel veel ministeries. Maar goed, wellicht pakt deze Minister dehandschoen op.Minister Van Hijum:Nou, ik wil dat echt wel proberen, alleen wordt het dan wel een hele langebrief. De reden waarom we vooralsnog voor twee brieven hebbengekozen, is dat ik zelf ook vind dat het dingen zijn die je echt insamenhang moet bekijken, maar die voor een deel ook weer aanvullendop elkaar zijn. Aan de ene kant gaat het over het inkomensgebouw, dat jegoed op orde moet hebben. Hoe geef je het inkomensbeleid vorm?Landelijke belastingregels, landelijke toeslagenregels. Maar daarnaast hebje ook nog de sociale zekerheid, die mensen een inkomen geeft inbepaalde situaties. De herziening van die socialezekerheidsstelsels is ookweer een onderwerp op zich, al kun je het niet los zien van het inkomens-beleid. Vandaar dat we die aanpak hebben gekozen. Maar het is éénaanpak. We zitten met z’n allen aan tafel als we deze dingen bespreken. Ikzal nog eens kijken waar de strik precies komt te liggen.De heer Thiadens vroeg ook nog naar langer doorwerken. Ook daarhebben we veel aandacht voor. Dat gaat over voor en na de pensioen-leeftijd, zeg ik er maar even bij, want na de pensioenleeftijd, zou je kunnenzeggen, is er eigenlijk geen prikkel meer om door te werken. Dan heb jemet de AOW immers al een basisinkomen. Maar dan loont het behoorlijkom door te werken. We hebben de belemmeringen die er waren in wet- enregelgeving al behoorlijk verminderd. Voor de AOW-leeftijd hebben we –hoe zal ik het zeggen? – een genuanceerde aanpak rond de vroegpensio-nering en zwaar werk. Die aanpak is er primair op gericht mensen in staatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128023 te stellen om duurzaam inzetbaar te zijn, langer door te werken en dusuitval voor de pensioenleeftijd te voorkomen. Aan de andere kantfaciliteren we ook, mede op verzoek vanuit de Kamer, mensen met echtzware beroepen die genoodzaakt zijn om eerder uit te vallen.Daar zit een zekere spanning in, want je wilt mensen zo lang mogelijkactief houden op de arbeidsmarkt. Daarom hebben we die regeling ookaangescherpt door hem echt alleen nog maar open te stellen voor functiesen beroepen waarvan de sociale partners zelf vaststellen, gevalideerddoor TNO, dat in die gevallen vervroegde uittreding de gewenste route is.Laat ik het zo maar zeggen. Wij willen daar wat selectiever in worden, ookmet de sociale partners. Ik heb er vertrouwen in dat dat gaat lukken, maardat zal de komende tijd moeten blijken. Ik kom binnenkort met een nadereuitwerking hiervan richting de Kamer.U vroeg ook nog naar pilots over gen Z en vier dagen werken met behoudvan salaris. Die pilots kennen we op zich niet. En of de vierdaagsewerkweek een goed idee is: dat kan in sommige gevallen zo zijn en inandere gevallen niet. Overigens is het wel zo dat als iedereen vier dagenper week zou werken, dat op zichzelf ook nog wel zou gaan helpen. Hetprobleem is eerder dat het aantal dagen dat partners werken ongelijkverdeeld is. De randvoorwaarden waar u het net over had, zaken alskinderopvang en werken-moet-lonen, bepalen meer of het ook echt gaatlukken om op die vier dagen te komen. Ik vind het verder in de eersteplaats aan werkgevers en werknemers zelf om daar goede afwegingen inte maken.De heer Thiadens (PVV):Dank voor het antwoord op deze vraag. Ik ben er zelf eerlijk gezegd ookniet heel erg mee bekend, maar ik heb wel een aantal onderzoeken in dezerichting gezien. Het is op z’n minst interessant om daar kennis van tenemen, want als je daardoor, zoals ik in mijn bijdrage zei, productievereen creatievere medewerkers krijgt, die ook nog eens een keer minder tenprooi vallen aan burn-out of andere ziekteklachten, dan is het op z’n minstinteressant, zeker in een krappe arbeidsmarkt.Ik snap dat de Minister op dit moment niet van de hoed en de rand weet,maar mijn vraag is nu al wel of hij in ieder geval bereid is om dat serieusmee te nemen als mogelijke oplossingsrichting voor de aanpak vanarbeidsmarktkrapte.Minister Van Hijum:In algemene zin heb ik net aangegeven dat meer uren werken alsonderdeel van de aanpak van die krapte echt een serieuze plek krijgt inonze agenda. Als mensen die nu drie dagen werken, straks vier dagenzouden gaan werken, levert dat daadwerkelijk iets op voor de oplossing.Je moet dan natuurlijk wel in de gelegenheid worden gesteld omdaadwerkelijk vier dagen te gaan werken. Of bedoelt u het in de zin datmensen minder zouden gaan werken? Dat kunnen ze natuurlijk altijddoen. Werken lonend maken en ervoor zorgen dat die vierde dagaantrekkelijk is om te benutten voor werken zou dus primair mijnoplossing zijn.De heer Thiadens vroeg hoe het mkb beter kan profiteren van Leven LangOntwikkelen. Dat is een belangrijk vraagstuk, want ik herken ook wel dathet soms minder vanzelfsprekend is dat het mkb met zijn kleinehrm-afdelingen zijn werknemers daarop attendeert of kan attenderen. Datis ook niet overal en altijd zo, want je ziet ook hele interessante projectenin de regio. Omdat juist mkb’ers het moeilijker individueel kunnenorganiseren, gaan ze het in die projecten daar samen opzetten. Zefaciliteren daarvoor samen leerwerkcentra en sturen daar actief mensennaartoe.Zij moeten kwaliteit kunnen blijven leveren en daarom zien ze ook hetbelang dat ze hun werknemers bijscholen. Maar goed, het mag niet zo zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128024 dat je daar moeilijker bij kunt, omdat je een kleine organisatie hebt. Ik kanme voorstellen dat we aan de toegankelijkheid van die faciliteiten in onzeLeven Lang Ontwikkelen-agenda aandacht besteden. Ik heb al een paarkeer gewezen op die agenda en die komt na de zomer naar de Kamer. Ikwerk er met het ministerie en samen met de ministeries van OCW enEconomische Zaken hard aan.Dan kom ik nu bij de vragen van mevrouw Van Dijk. Zij vroeg onderandere of ik de zorgen deel over het lage tempo waarmee de productivi-teitsagenda naar de Kamer komt.De voorzitter:Voordat u verdergaat, heeft de heer Thiadens nog een vraag voor u.De heer Thiadens (PVV):Betekent dit wat betreft de Minister dat mijn vragen beantwoord zijn? Zoja, dan heb ik nogal wat vragen openstaan.De voorzitter:Misschien kunt u even opsommen welke vragen er nog openstaan. Danschrijven we met u mee en komt dat aan het einde terug.De heer Thiadens (PVV):Laat ik de belangrijkste noemen en dat is de laatste vraag die ik stelde. Dievraag gaat over hoever de overheid zelf is, en dan met name de rijks-overheid, met het afslanken, om het zo maar te noemen. Een op de vijfrijksambtenaren wegsaneren ...Minister Van Hijum:Ja, dat komt via het Ministerie van BZK naar u toe. Onder regie van deMinister van Binnenlandse Zaken monitoren wij actief de forsetaakstelling die we op de rijksoverheid hebben gelegd. Daar kan ik u nuniet in detail over informeren. Ik heb wel gezien dat de Rekenkamerconstateert dat over 2024 de organisatie toch weer is gegroeid. Daar kanik me van afmaken door te zeggen «daar ging deze regering nog nietover», maar het toont wel aan dat het een hardnekkig vraagstuk is en ditiets is waar we ons in vast moeten bijten.Voor mijn eigen ministerie heb ik het natuurlijk ook even nagevraagd.Daar klopte het ook dat in 2024 het aantal nog is toegenomen. In 2025 isdat naar verwachting niet het geval en is er zelfs een heel kleine krimp.Maar daar wordt wel echt op ingezet. Alle ministeries zijn bezig met hetvertalen van die taakstelling naar heel specifieke afdelingen. Ik zeg daarwel één ding bij. Als er taken bij komen, betekent dat ook dat er ambte-naren bij komen. Ik noem toch maar even het voorbeeld van de Arbeidsin-spectie. Waarom is Sociale Zaken in 2024 gegroeid? Dat is hoofdzakelijkvanwege de groei van de Arbeidsinspectie. De groei van de Arbeidsin-spectie is een nadrukkelijke wens van Kamer en kabinet samen om meerte gaan controleren op de naleving van arbeidsvoorwaarden en de aanpakvan misstanden bij arbeidsmigranten. Als wij met elkaar de Wttavaststellen, gaat dat ook betekenen, zeker nu ik de keuze heb gemaakt omzelf een afdeling op te richten om die wet uit te voeren, dat het aantalambtenaren gaat toenemen. We hebben dus aan de ene kant detaakstelling, maar aan de andere kant komen er soms ook taken bij,waardoor er ook mensen bij moeten komen. Zo simpel ligt het wel.Dat laat onverlet dat in de bredere discussie – dat is de reden waarom uen een aantal anderen het vragen – over hoe we omgaan met de krapte opde arbeidsmarkt, de publieke sector kritischer moet worden op de vragendie hij zelf stelt en de mensen die hij zelf vraagt. Dat geldt dus ook voorons als departement. Daarom zijn we volop bezig met het invullen van dietaakstelling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128025 Dat doen we gestructureerd. U krijgt jaarlijks inzicht via het Ministerie vanBinnenlandse Zaken in het tempo waarin dat daadwerkelijk lukt.Overigens zeg ik toch maar even dat Sociale Zaken ver onder deRoemernorm zit wat betreft de inhuur van externen, zoals we dat al eenaantal jaren gewend zijn. Ik hoop dat dat voor dit moment even voldoendeis. O, de eerste rapportage is er al, hoor ik. Maar die kan nog niet over2025 gaan, neem ik aan, want je kunt nog niet de resultaten daarvan latenzien. Maar op 18 april is door het Ministerie van BZK een aanpak gestuurd.Nu herinner ik het me weer. Maar dat ging veel meer over de aankon-diging van de manier waarop we dit rapporteren, de nulmeting en datsoort zaken. Daar verwijs ik u graag naar.Ik kijk nog even naar de heer Thiadens, omdat hij zei dat ik meerderevragen niet beantwoord had.De heer Thiadens (PVV):Nou, nog eentje dan, die gaat over het serieus handhaven van de taaleis.Daar heb ik het even kort over gehad. Als mensen de taal kennen, kunnenze ook beter participeren op de arbeidsmarkt. We hebben die eisweliswaar, maar er gebeurt niet zo heel veel in de handhaving.Minister Van Hijum:Nee, dat klopt en dat heeft ook de Staatssecretaris, mijn collega Nobel,echt als aandachtspunt gesignaleerd. Hij heeft daar ook een aanpak opgeformuleerd. In de Participatiewet is de taaleis niet vervallen. Er zijn ookbij de Voorjaarsnota middelen uitgetrokken om daar invulling aan tekunnen geven. Dus ik verwacht eerlijk gezegd dat dat punt stevigeropgepakt zal gaan worden. Taalvaardigheid is een belangrijke randvoor-waarde voor werk; daar ben ik het mee eens. Daarbij zie ik gelukkig ookdat steeds meer werkgevers dat zien en op de werkvloer in ieder gevalfunctiegerichte taalfaciliteiten beschikbaar stellen. Ik noem een mooivoorbeeld. Ik was onlangs op bezoek bij de Rijksschoonmaakorganisatievan onze eigen rijksdienst. Een groot deel van de mensen die daar aan deslag komen, hebben een allochtone herkomst. Vaak zijn ze nog maar eenaantal jaren hier. Maar zij kunnen op de werkvloer de taal leren. Er wordtin ieder geval een aantal mogelijkheden geboden om op die manier eenvolgende stap op de arbeidsmarktladder te kunnen zetten. Dat vond ik eenmooi voorbeeld.Mevrouw Van Dijk vroeg naar de productiviteitsagenda. Daar heb ikvolgens mij al iets over gezegd. De Minister van EZ komt daarmee nogvoor de zomer naar de Kamer. Ik deel haar gevoel van urgentie over datde productiviteitsagenda belangrijk is. Dat betreft dus niet alleen inzettenop technologie, hoewel dat een belangrijke randvoorwaarde kan zijn. Hetis ook, zoals zij noemde, sociale innovatie. Dat is een onderschat elementin de totale innovatieopgave. Het gaat dan gewoon over de vraag: benutje de kennis en creativiteit die er in je bedrijf zitten om slimmer, anders, tegaan werken? Dat staat bijna nog los van wat je nog kunt doen aanscholing. Met om- en bijscholing kun je mensen op een bepaald kennis-niveau krijgen. Soms hangt dat ook samen met de introductie van nieuwetechnologie. Verder gaat het om deregulering, dus het verminderen vanadministratieve lasten en regeldruk. Die onderdelen zullen ook in dieaanpak terugkomen. Ik verwacht dat zij de discussie aan de hand daarvangoed verder zal kunnen voeren.Mevrouw Van Dijk kan ook nog meer fundamentele keuzes op het gebiedvan arbeidsmigratie verwachten. Ook daar hebben we vaker overgediscussieerd. De inzet die we nu plegen, is in termen van wet- enregelgeving. Dat is volgens mij ook goed terug te zien. Dat betreft dus deWtta, het verminderen van flexwerk en het verbeteren van de nalevingdoor meer in te zetten op de arbeidsinspectie en de instrumenten die zijheeft. Dat is één poot van de arbeidsmigratieagenda. Maar de vraag is ookhoe en in welke sectoren we de vraag naar arbeidsmigranten gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128026 verminderen. Kun je dat makkelijk doen? We hebben daar verschillendestudies voor lopen, evenals een interdepartementaal beleidsonderzoek eneen adviesaanvraag bij de SER. Ik weet dat daar soms weleens watlacherig over wordt gedaan, zo van: weer een adviesaanvraag bij de SER.Toch vind ik het belangrijk om dat met de sectoren op te pakken. Ik hebonlangs met de kroonleden van de SER gesproken. Ik weet dat zij dit zeerserieus nemen. Zij zien natuurlijk ook dat arbeidsmigratie niet meer eenvanzelfsprekende oplossing is voor hun problemen. Ik heb er dus echtgoeie hoop op dat we met werkgevers, vakbonden en zelfstandigen devolgende vragen goed kunnen beantwoorden. Hoe gaan we die afhanke-lijkheid verminderen? Wat is daarvoor nodig? Wat betekent het voor dewet- en regelgeving van onze overheid?De voorzitter:Mevrouw Van Dijk heeft een vraag.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank voor het antwoord. Ik ben erg benieuwd naar de productiviteitsa-genda, en niet alleen ik, denk ik. Maar ik heb onder andere ook deNationale Technologiestrategie genoemd. Ik hoor de Minister het nuvooral hebben over hoe we kunnen verminderen wat we misschien watminder fijn vinden. Maar de Nationale Technologiestrategie zit wat mijbetreft ook in wat we heel graag méér willen. Wordt dat ook meegenomenin de voorstellen die naar de Kamer gaan komen? Want het is wel degelijkook een groot arbeidsmarktvraagstuk.Minister Van Hijum:Dan moet ik even kijken. Ik zou denken van wel, maar dan praat ik voor deMinister van Economische Zaken. Ik heb niet helemaal scherp welkedingen hij wel of niet scherp op het netvlies heeft, maar het zou meverrassen als het niet het geval is. Ik ben sowieso bereid om hem daarnog eens aan te herinneren of die vraag even bij hem uit te zetten.Misschien is dat het handigst. Dan zeg ik namelijk niet iets toe wat ik nietweet.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dat zou ik erg waarderen. Nogmaals – ik blijf zo’n hangende grammofoon-plaat – ik wil namelijk echt voorkomen dat we een integraal probleemvanuit één segment aanvliegen. Ik zou het dus erg waarderen.Minister Van Hijum:Die toezegging doe ik graag.Mevrouw Van Dijk vroeg ook nog wat ervoor nodig is om de arbeids-deelname van specifieke groepen te laten toenemen, met name die vanmensen in een uitkering. Ze vroeg ook of stelsels voldoende prikkelendzijn. Dat kun je je natuurlijk altijd afvragen. Sowieso is daarvoor nodig datwerken vanuit een uitkering lonend moet zijn. Ik denk dat we het daar welover eens zijn. Maar vervolgens kun je van mening verschillen over devraag hoe je prikkelt. Dat is vers één. Dan heb je het over belastingen,toeslagen en noem maar op. Maar het gaat ook wel een beetje over devraag hoe hoog je wil dat de uitkering is. Want, even heel simpel gezegd,hoe lager de uitkering is, hoe groter de prikkel is om aan het werk te gaan.Tegelijkertijd is dat ook de manier om bestaanszekerheid van mensen teorganiseren. Prikkels die wij in de uitkeringssystemen hebben, zijn somsook oorzaken van kritiek. Ik noem maar even de kritiek van de Interna-tionale Arbeidsorganisatie in de richting van de WIA. Zij vindt onze WIA aleen tijdje veel te stimulerend, veel te hard in termen van de prikkels die hijbevat. Daar zit dus altijd wel een afweging in tussen hoe stimulerend jewilt dat de wetgeving is versus de bescherming die je bepaalde groepenwilt bieden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128027 Mevrouw Patijn vroeg nog – volgens mij was ik daar nog helemaal niet opingegaan – naar het meenemen van de WW daarin. Dat is natuurlijk eenvan de dingen die op de agenda staan. Ook daarover hoop ik nog voor dezomer of zeer binnenkort met een brief naar de Kamer te komen. Dit isvoor mij voor een deel gewoon een gegeven, zeg ik maar even. In hethoofdlijnenakkoord is een besparing ingeboekt op de WW. Ik zeg daar welbij dat het voor mij heel belangrijk is dat dat juist in tijden van arbeids-marktkrapte niet alleen een platte bezuiniging is of dat dat niet een plattebezuiniging is, maar dat de manier waarop we dat doen betekent dat wemensen beter naar een nieuwe baan kunnen helpen en nieuw perspectiefkunnen bieden. Dat zal dus ook nadrukkelijk een inzet worden van diehervorming, om het toch maar zo te noemen. Het zal doordat het korter iseerder activerend zijn in termen van mevrouw Van Dijk, hoewel ik nietweet hoe zij over dat voorstel denkt. Dat kan het effect zijn. Tegelijkertijdzijn er ook daar altijd mensen die misschien een extra steuntje in de rugnodig hebben om dat nieuwe perspectief te vinden en daar zullen we ookaandacht voor houden.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Zo klinkt het een stuk mooier. Maar als ik de cijfers bekijk, zie ik gewoon200 miljoen bezuiniging op de WW. Punt. Als je activering daarin wiltstoppen en dus begeleiding van mensen van werk naar werk en dat soortdingen, zal daar toch ook geld bij moeten. Als het mooie woorden zijnover de activering en nare woorden over de verkorting, vind ik de beloftenog wel een beetje ...Minister Van Hijum:Dat begrijp ik. Ik vraag de Kamer en mevrouw Patijn om daar straks dangoed naar te kijken en er met elkaar op te letten dat we de goederandvoorwaarden creëren om aan de ene kant de bezuiniging te reali-seren, maar het tegelijkertijd vooral een kans te laten zijn voor mensen.De realiteit is ook dat als je twee jaar in de WW zit, dat te lang is. Als jelanger dan een jaar in de WW zit, wordt over het algemeen al gezegd dathet perspectief op terugkeer naar werk al behoorlijk minder is. Dat wil nietzeggen dat je daarmee dan ook maar de inkomenszekerheid zomaar moetafnemen, want misschien is er een reden voor dat je die stap niet hebtkunnen maken. Daarom vind ik die activering of, althans, die onder-steuning ook zo belangrijk.Mevrouw Van Dijk vroeg nog naar versnippering van verschillendeinitiatieven, zoals ontwikkelpaden, CompetentNL en de regionalearbeidsmarktinfrastructuur, en of je dat niet beter en logischer landelijkkunt uitrollen met regionale vestigingen. Ik zie dat risico misschien wel.Die ontwikkelpaden zijn overigens wel een landelijk ingezet instrument,dat je nu op verschillende plekken in de regio’s toegepast ziet worden. Inhet wetsvoorstel dat wij nu uitwerken om die regionale werkcentrahanden en voeten te geven en ook goed in te bedden, zullen we ook echtaandacht besteden aan de vraag hoe vraag en aanbod op regionaalniveau bij elkaar kunnen worden gebracht, wat je daarvoor het besteregionaal kunt doen en wat de randvoorwaarden zijn die wij kunnenbieden om dat goed te laten werken. Ik denk dat we aan de hand van datwetsvoorstel, dat denk ik in het najaar naar de Kamer komt, die discussieverder kunnen voeren.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dat lijkt me goed, want gedurende het debat zat ik denken: wat hoor ik nuallemaal? Ik denk dat het ook belangrijk is om erover na te denken of webeleid, wetgeving en regelingen die wij maken slimmer en wat fte-luwerkunnen maken door wat er al is misschien samen te voegen of slimmer inte richten. Ik zou er dus heel erg voorstander van zijn om daar serieus enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128028 goed naar te kijken. We moeten het goed doen en we moeten hetdoelgericht doen, maar we moeten het ook slim doen met elkaar.Minister Van Hijum:Ja, daar zijn we het denk ik over eens. Maar we moeten ook weer nietmeer landelijk regelen dan nodig is. Je ziet tijdens die regionale bezoekenook dat de regionale infrastructuren soms heel verschillend zijn en ik denkdat je daar ook ruimte aan moet blijven bieden. Er is ook niet éénzaligmakende aanpak.Dan kom ik bij mevrouw Saris, die onder andere vroeg naar crucialesectoren.De voorzitter:Het nadeel van de Kamerleden individueel aflopen, is dat iedereen danzijn lijstjes met vragen gaat bijhouden. Dan kun je ook heel goeddetecteren of de Minister er eentje laat liggen. Het voordeel van inhoude-lijke blokjes is dat je er nog weleens eentje tussenuit kunt sneaken.Mevrouw Van Dijk heeft dus nog een aantal onbeantwoorde vragen vooru.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Maar misschien ben ik ook wel niet duidelijk genoeg geweest. Ik heb hetook gehad over arbeidsmobiliteit en over de drempels die de arbeidsmo-biliteit nu in de weg staan. Daar had ik een vraag over en daar zou ik noggraag een antwoord op willen hebben.Minister Van Hijum:Ja, maar dan zou ik toch wat willen vragen. Wat zijn de drempels diearbeidsmobiliteit, dus om bijvoorbeeld van de ene sector naar de anderete gaan, in de weg staan? Ja, die zijn er natuurlijk. Het is, denk ik,belangrijk om daar in de brief over Leven Lang Ontwikkelen nog bij stil testaan. Dat is tenminste wel een van de dingen waarvan ik weet dat zeaandacht krijgen in die brief. De manier waarop de arbeidsmarktgeorganiseerd is, vrij sectoraal, met sectorale scholingsfondsen, maakthet soms niet makkelijk om van de ene naar de andere sector over testappen. Dat is nog maar één voorwaarde; er kunnen natuurlijk meerredenen zijn. Dat heeft dus wel onze aandacht. Ik hoop eerlijk gezegd ookdat een goed functionerende regionale arbeidsmarkt, waarin van werknaar werk centraal staat en waarin mensen de begeleiding krijgen om ookbuiten hun eigen sector plekken te zoeken, gaat helpen om de mobiliteit tebevorderen. Maar goed, dat zijn een paar dingen die mij te binnenschieten. Ik weet niet of mevrouw Van Dijk een specifieke zorg heeft. Dankan ik daar gerichter antwoord op geven.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik had gerefereerd aan de brief die de Minister ons heeft gestuurd. Daarinzegt hij: «We gaan in het licht van krapte het huidige overheidsbeleiddoorlichten. Daarbij bezien we subsidies, fiscale faciliteiten en regelgevingin het licht van krapte en andere schaarstes. (...) Uw Kamer ontvangtdaarvan de eerste resultaten voor de voorjaarsbesluitvorming van 2025.»Daar had ik gericht naar gevraagd.Minister Van Hijum:Dat is het overzicht van de impact van ons fiscale beleid en van maatre-gelen op de arbeidsvraag. Daar gaat het dan met name om. Daar ziet dezepassage op. Daar heeft de heer Vijlbrief, als ik het mij goed herinner, eenmotie over ingediend. Het overzicht van die maatregelen sturen wij ook nade zomer naar de Kamer. De verkenning naar die fiscale maatregelen ennaar hoe wij de arbeidsvraag als overheid aanjagen, om het maar even zoTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128029 te zeggen, loopt op dit moment. Die verkenning krijgt de Kamer ook alsuitwerking van de motie-Vijlbrief.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Maar het citaat in de brief ging wel iets verder dan de fiscale maatregelen.Het ging ook over subsidies en overige regelgeving.Minister Van Hijum:Ja, het totaal. We nemen onder andere de fiscale regelingen door, maarhet gaat verder dan dat. Dat was de aanvullende vraag van mevrouw VanDijk.Dan kom ik wel bij mevrouw Saris. Zij vroeg onder andere naarmaatschappelijke ontwikkelingen en een veranderende wereldeconomie.Ik denk dat ik daar in mijn inleiding wel een beetje op in ben gegaan, netals op de rol van cruciale sectoren. Ook ging ik wel een beetje in op devisie en de keuzes die het kabinet zal moeten maken in het kader van eenvisie op de economie en de arbeidsmarkt, om in ieder geval een aantalsectoren uit de wind te houden of misschien het productieve deel van deeconomie te ondersteunen. Ik heb net in de richting van mevrouw VanDijk al aangegeven dat het kabinet met de uitwerking van de motie-Vijlbrief ook verder zal ingaan op de demografische ontwikkelingen en deeconomie. Die ontvangt uw Kamer, zoals ik net zei, voor de begrotingsbe-handeling van SZW. Ik denk dat we een interessante begrotingsbehan-deling van SZW tegemoet kunnen zien, omdat dit thema en ook eenaantal verkenningen dan bij de Kamer liggen, zodat de discussie over dewat fundamentelere keuzes voor economie en arbeidsmarkt wat scherpergevoerd kan worden.Mevrouw Saris vroeg ook of ik in de Leven Lang Ontwikkelen-agendaexpliciet zal ingaan op de mogelijkheid van persoonlijke ontwikkelbud-getten. Nou, ja. Daar kan ik een heel kort antwoord op geven. Dat doe ikgraag. Ze vroeg ook of ik bereid ben om een voortrekkersrol te vervullenrichting werkgevers- en werknemersorganisaties voor hoe er meeraandacht kan komen voor scholing en Leven Lang Ontwikkelen. Dat doe ikook graag. Ik heb, zoals ik net vertelde, onlangs weer met kroonleden vande SER gesproken. Ik spreek overigens regelmatig met ze en ook met devoorzitter. Ik weet dat het ook daar als een heel belangrijk thema wordtgezien. Zij zullen dat natuurlijk ook in de richting van hun achterbanblijven uitstralen. Ik kan nog een keer zeggen dat die brief na de zomernaar u toekomt.Mevrouw Rikkers vroeg naar de arbeidsvraag. Zij had onder meer devraag hoe ik dan die arbeidsvraag zou gaan beperken. Ik heb aangegevendat ik dat op dit moment nog niet kan aangeven, omdat het ook samen-hangt met de keuzes die wij maken aan de hand van de verkenning overfiscale maatregelen, subsidies en andere maatregelen. Het zal ook wel eenpolitieke discussie vragen over wat we echt belangrijk vinden, over waarwe voor willen blijven gaan en wat we minder belangrijk vinden. Bereidt uzich er maar alvast op voor. Dat gaat een interessante inhoudelijkediscussie worden. Die heeft ook een regionale component. Dat heb ik ookgeprobeerd aan te geven. Het speelt eigenlijk in alle regio’s, maar inkrimpregio’s speelt natuurlijk ook nog de wat bredere vraag hoe je ersowieso voor zorgt dat je een aantrekkelijke regio blijft. Ik kom bijvoor-beeld heel veel in Groningen in het kader van de ontwikkelingsagendavoor Groningen in het verlengde van de compensatiemiddelen voor deaardbevingsproblematiek. Scholing en het aantrekkelijk maken voormensen om er te blijven wonen, op alle niveaus, vakkrachten, maar ookhoger opgeleide mensen, is een heel belangrijke pijler voor de econo-mische agenda van dat soort regio’s.Ik vind dat mevrouw Rikkers zeer terecht pleit voor waardering voor hetmbo en voor vakmanschap. Dat is mij uit het hart gegrepen, zeg ik maareven. Het is echt ook een onderdeel van de agenda van de Minister vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128030 OCW. Die hoopt binnenkort samen met de onderwijsinstellingen enwerkgevers een pact voor het mbo te presenteren. Het belang vanvaklieden in de zorg, in het onderwijs, in de techniek, in alle sectoren, kanniet sterk genoeg worden benadrukt en moet dus ook terugkomen in diescholingsagenda en de regelingen die wij faciliteren. Ik zeg erbij dat wedat ook doen. De middelen voor omscholing die wij richting het mkbfaciliteren, zoals de SLIM-regeling die op dit moment openstaat – daarwordt op de radio ook veel reclame voor gemaakt – zijn ook nadrukkelijkgericht op die praktische bijscholingsmogelijkheden.Ook mevrouw Rikkers heeft aandacht gevraagd voor de veelheid aanprojecten, de stapeling en de uitvoerbaarheid. Dat is een van de dingendie we vaak op werkbezoeken in de regio horen. «Nou hebben wij hier inde regio een arbeidsmarktaanpak die werkt en dan bedenken jullie weerallerlei regelingen ernaast en zo.» Dat is echt een aandachtspunt dat wijzien. We zullen dat dus ook bij de uitwerking van de regionale werkcentraen bij scholingsregelingen verder aandacht blijven geven.Voorzitter, tot slot.De voorzitter:Voordat we naar het belangrijkste blokje van de beantwoording gaan,heeft mevrouw Rikkers-Oosterkamp nog een vraag.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik ben het ermee eens dat heel veel dingen in deregio al goed worden geregeld, in de arbeidsmarktregio’s. Dat is heel fijn.Alleen zijn er ook heel veel arbeidsvraagstukken voor echt kleinewerkgevers en die sluiten niet aan bij die arbeidsmarktregio’s. Is daar ookaandacht voor, dat die mensen ook aangetrokken worden en gestimuleerdworden om toch mee te gaan in die arbeidsmarktregio? Want volgens mijis daar een heel grote kans.Minister Van Hijum:Ja, ik heb de indruk van wel. Ik kan niet voor alle regio’s spreken, maar inde regio’s waar wij op bezoek zijn geweest, Friesland, Overijssel enDrenthe, heeft het mkb een belangrijk aandeel in de werkgelegenheid.Daar hoef je lokale en provinciebestuurders echt niet uit te leggen hoebelangrijk het mkb is. Dat zie je ook terug in de economische agenda enscholingsagenda. Daar maak ik me eerlijk gezegd niet zo veel zorgen over.We zullen dat zelf ook in de gaten blijven houden, omdat het mkb deruggengraat van de economie vormt. Het is, als je alles optelt, de grootstewerkgever van Nederland. Het belang daarvan zie ik dan ook zonder meer.Voorzitter. De heer Aartsen stelde nog een aantal vragen. Hij wees ook ophet belang van arbeidsproductiviteit. Ik ben volgens mij ingegaan op watwe op welke termijn kunnen verwachten, inclusief de onderdelen diedaarbij horen. Wat betreft arbeidsbesparing wijst hij terecht op de rol vande publieke sector. Hij zegt ook dat er een bredere scan moet komen vanhoe de publieke sector een bijdrage kan leveren aan de oplossing van deproblematiek, namelijk door minder te vragen en minder te eisen. Inalgemene zin kan ik dat, denk ik, wel onderschrijven, maar dat hangt ooksamen met de inventarisatie van het instrumentarium, met de vraag: waarwakkeren wij de vraag aan? Soms doen we dat namelijk ook zelf, doordatwe een grote vrager van arbeid zijn. Ik stel me dus voor dat we dat ook indie analyse een plek geven, namelijk door te kijken wat de rol van depublieke sector is in de totale arbeidsvraag.Het hangt ook samen met de keuzes die dat met zich meebrengt. Ook datwordt natuurlijk een heel interessant onderdeel van de discussie, wantuiteindelijk zijn we er als overheid ook voor verantwoordelijk dat depublieke dienstverlening op orde blijft en dat de overheid als werkgeveraantrekkelijk genoeg blijft om in die krapte, met de prijsopdrijvendeeffecten die je terugziet in stijgende lonen, kan blijven meespelen en eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128031 aantrekkelijke werkgever blijft. Je wilt niet naar «publieke armoede,private rijkdom», hetgeen we in het verleden ook weleens hebben gehad.Dat zou een uitkomst kunnen zijn als de overheid daar niet voor blijftstaan. Die vinden we ook niet goed.Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:De heer Aartsen heeft een vraag.De heer Aartsen (VVD):Ik zoek vooral ook naar concrete maatregelen vanuit de Minister vanSociale Zaken hiervoor. Dan gaat het met name om een soort arbeidsbe-sparingsplicht, zoals ik het maar even noem. De private sector heeft altijdprikkels om arbeidsbesparing mogelijk te maken, omdat een bedrijfminder concurrerend is als die kosten te hoog zijn en het dan out ofbusiness zal gaan. Dat probleem heeft een overheid niet. Je ziet dus datde overheid in beginsel altijd zal uitdijen. Drie miljoen Nederlanderswerken op dit moment voor de publieke sector. Dat is fors gestegen tenopzichte van bijvoorbeeld de jaren negentig. Vandaar ook die correctie inhet hoofdlijnenakkoord.Alleen, ik zoek ook naar het volgende. Als je zo’n grote arbeidsmarktkraptehebt, zul je prikkels moeten gaan inbouwen, zodat de overheid hetzelfdewerk met minder mensen kan blijven doen. Ik noemde het voorbeeld vande Woo-verzoeken. In de Nederlandse wet staat dat Woo-verzoeken doormensen moeten worden behandeld. Daardoor staat er een massief aantalvacatures uit voor juristen, die de hele dag alleen maar aan het zwart-lakken zijn, zeg ik even gechargeerd, terwijl dat tegenwoordig bij uitstekwerkzaamheden zouden kunnen zijn die in ieder geval een hele grotebesparing op vacatures en personeel zouden kunnen opleveren. Daarbijmaak je het werk aantrekkelijker voor de mensen die het moetenuitvoeren en zorg je ervoor dat de vraag naar juristen afneemt, waardoordie in de private sector juist weer van toegevoegde waarde kunnen zijn.Dat soort scans en arbeidsbesparingsprikkels zou je volgens mij in demoderne overheid moeten inbouwen als je langjarig te maken hebt metarbeidsmarktkrapte en demografische ontwikkeling. Ik ben heel benieuwdhoe de Minister daartegen aankijkt en of hij dat in zijn beleidsplan vanuitSociale Zaken wat prominenter en concreter zou willen opnemen.Minister Van Hijum:Dit is absoluut een van de uitkomsten van de gesprekken tijdens dearbeidsmarkttop, namelijk dat ook de publieke sector die verantwoorde-lijkheid draagt. Mijn collega van Zorg, mevrouw Agema, realiseert zich alsgeen ander dat arbeidsmarktbesparing deel uitmaakt van de oplossing.Denk aan wat zij doet met het faciliteren van en inzetten van AI bij e-healthen de dereguleringsagenda om de urenadministratie te verminderen. Ookdat is een onderdeel van de innovatieve aanpak. Die prikkel is er dus wel,denk ik. Maar ik ben wel bereid om nog eens wat structureler in beeld tebrengen hoe je dat in verschillende sectoren als onderdeel van deoplossing neerzet, als de heer Aartsen dat vraagt. We zullen dezediscussie toch breder moeten voeren, ook in het kader van onze visie opde economie en de arbeidsmarkt. De keuze tussen publiek en privaat zalook gemaakt moeten worden. Mijn insteek zal zijn: hoe bescherm je dekwaliteit van de publieke dienstverlening? Het gaat niet alleen om hoe jehet bespaart, bijvoorbeeld met technologie, maar ook om hoe je ervoorzorgt dat je voldoende blijft betalen om concurrerend te zijn met deprivate sector terwijl je de diensten op peil blijft houden.De heer Aartsen (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128032 Zeer zeker. Mijn bezwaar is dat het Ministerie van VWS iedere keer wordtaangehaald. Zorg is bij uitstek een arbeidsintensieve sector. Het is logischom te kijken waar de nood het hoogst is als je begint over arbeidsbe-sparing binnen de publieke sector. Tegelijkertijd is het juist het meestingewikkeld om daarop te besparen, omdat zorg nou eenmaal arbeidsin-tensief is. De Minister zei dat volgens mij zelf ook al. De uitdaging isdaarbij dus verschrikkelijk groot. Je zou ook kunnen zeggen: we beginnenbij de publieke dienstverlening. Het kerndepartement Sociale Zaken is deafgelopen tien jaar met 50% gegroeid. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwewetgeving, de Wtta, over onder andere vergunningsverlening. Daarbij ismet generatieve AI verschrikkelijk veel mogelijk. Dat geldt voor tal vanterreinen. Daar zou je echt enorme stappen in kunnen zetten. Alleen, opdit moment ontbreekt de prikkel in de publieke sector om daar een stap opte zetten ten aanzien van arbeidsbesparing. Het gaat dan om het bereikenvan hetzelfde dienstverleningsniveau met minder mensen, door actievergebruik te maken van nieuwe technologie, zoals AI. Ik zou heel graagwillen dat de Minister onderzoekt of we in de publieke sector, met namebij beleidsvorming en publieke dienstverlening, op zoek kunnen gaan naarprikkels om deze beweging in gang te zetten, zodat we juist ook vanuit depublieke dienstverlening concurrerend kunnen zijn.Minister Van Hijum:We werken bij de publieke dienstverlening natuurlijk sinds enige tijd metde Staat van de Uitvoering en de Stand van de Uitvoering. De publiekedienstverleners brengen het thema arbeidsmarktkrapte, waar zij ook meete maken hebben, bij ons onder de aandacht in relatie tot de complexiteitvan wet- en regelgeving en de vraag hoe ICT-oplossingen kunnenbijdragen aan het verminderen van de druk op de organisaties. Ik merkdat we vanuit de publieke dienstverleners juist heel erg uitgedaagdworden om, in lijn met de richting die de heer Aartsen schetst, bij tedragen aan het verminderen van hun problemen. Dat speelt ook enorm bijhet UWV. U kent de problematiek; daar hoef ik niet uitgebreid op in tegaan. Denk aan lange wachtlijsten. Het loopt ze over de schoenen.Daarom zijn het verminderen van de complexiteit van wet- en regel-geving, de regeldruk en administratieve lasten, naast ICT, belangrijkeonderdelen om de druk op de organisaties te verminderen.Dat combineren we ook met onze inzet op en invulling van de taakstelling.U kunt in de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken lezen dat hetniet alleen gaat om minder ambtenaren op de beleidsdepartementen,maar ook om met de vermindering doorwerking te creëren naar uitvoe-ringsorganisaties en decentrale overheden. Denk aan de SPUK’s. Al diespecifieke regelingen leiden tot heel veel administratieve lasten enpersoneel. De redenering is toch: als wij hier minder op sturen, hoeft hetdaar ook minder capaciteit te kosten. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor deprivate sector. Voor EZ is het verminderen van de regeldruk ook eenbelangrijk thema. Volgens mij proberen we dat nadrukkelijk te doen doorde taakstelling per departement te koppelen aan het verminderen van delasten op de uitvoeringsorganisaties.Voorzitter: AartsenMevrouw Inge van Dijk (CDA):Mag ik daar een vraag over stellen?De voorzitter:Ja, mevrouw Van Dijk wil een vraag stellen.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Het is niet mijn punt, maar in een debat zijn we vooral ook geïnteresseerdin elkaars punten. De Rekenkamer en de uitvoeringsorganisaties hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128033 al vaker iets aangegeven over de rode vlag; vandaag kwam dat ook weerterug. Oftewel, als de uitvoeringsorganisaties zeggen dat het allemaal leuken aardig is wat het ministerie wil, maar dat het echt gekkenwerk is, watze gewoon niet aan kunnen met elkaar, mogen ze een rode vlag hijsen.Daardoor gaat het ministerie terug naar de tekentafel, omdat er dan ietsbeters moet komen. Is het niet verstandig om zo’n rode vlag of een rodeknop ook voor onszelf in te bouwen? Oftewel, we bedenken iets metelkaar en we constateren dat er wel heel veel ambtenaren nodig zijn omdat uit te voeren, dus we gaan terug naar de tekentafel en iemand druktop die rode knop.Minister Van Hijum:Wij werken op dit moment nog aan een kabinetsreactie erop, want datvoorstel is ergens anders, volgens mij in het kader van de Staatscom-missie rechtsstaat, ook naar voren gebracht. We komen binnenkort meteen kabinetsreactie op dat punt. We hebben er natuurlijk al heel hard aangewerkt om de stem van de uitvoeringsorganisaties veel luider te latenklinken en dat ook via de Staat- en de Stand van de Uitvoering en viaknelpuntenbrieven en zo naar voren te brengen. Op een rode vlag in diezin dat je een soort blokkaderecht hebt, kun je misschien wat afdingen,maar de signaalwerking daarvan zou, denk ik, heel goed zijn. Ik sta bestsympathiek tegenover dat idee. Dat probeer ik eigenlijk te zeggen, zondermeteen te zeggen dat je een soort blokkaderecht krijgt op wet- enregelgeving. Maar ik vind dat uitvoerbaarheid van wet- en regelgevingbuitengewoon belangrijk is. Als daar grote zorgen over bestaan bijuitvoeringsorganisaties moeten zij in de gelegenheid zijn om dat nietalleen te uiten, maar bijvoorbeeld ook bij uw Kamer onder de aandacht tebrengen. Daar kan bij helpen dat je dit soort wat meer symbolischeuitingen de ruimte geeft.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Van Hijum:De heer Aartsen had nog een vraag over de arbeidsuren en de deeltijd,maar ik denk dat ik daarop in het kader van werken lonend maken beningegaan. Dat geldt ook voor de productiviteitsagenda. En dat geldt, denkik, ook voor de taakstelling.De voorzitter:De vraag over de motie-Aartsen over een verkenning van het fiscaalinstrumentarium heeft u nog niet gehad.Minister Van Hijum:Ja, maar dat is er denk ik eentje die ook meegenomen wordt in deproductiviteitsagenda, want die productiviteitsagenda ziet echt op al dieonderdelen in samenhang, inclusief de middelen die ervoor zijn en hoewe dat bij bedrijven gaan stimuleren en faciliteren.Dat waren volgens mij de vragen.De voorzitter:Dan dank ik de Minister voor zijn beantwoording in eerste termijn. Wegaan wat mij betreft gelijk door naar de tweede termijn van de zijde vande Kamer. Dan begin ik graag bij mevrouw Patijn van de fractieGroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. De gevolgen van de arbeidsmarktkrapte komen voor eengroot deel terecht bij werknemers. Denk aan de werkdruk die ervarenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128034 wordt, maar ook aan de wanhoop die er soms is dat het werk helemaalniet meer af te maken is. We hebben het daar niet heel uitgebreid overgehad.We hebben het wel uitgebreid gehad over de WW. Daar wil ik dan nogheel even op ingaan, want de Minister geeft aan dat het geen plattebezuiniging is en dat hij die moet uitvoeren, maar hij heeft volgenssommigen destijds wel gewapperd met zijn portefeuille omdat hij diemoest uitvoeren. Nu zegt hij: de WW gaat naar anderhalf jaar, want naanderhalf jaar komen mensen toch niet meer aan het werk, maar zemoeten dan misschien toch wel inkomenszekerheid hebben. Ik kom er nietuit. Voor mij is één ding heel duidelijk. Er is een keuze gemaakt om tegaan bezuinigen op de WW. De Minister wilde het volgens mij niet; hijwilde die bezuiniging niet. Hij had zelf ook gezegd: ik wil kijken naarpoortwachtersfuncties bij de instroom in de WW. We gaan hier natuurlijknog een uitgebreide discussie over hebben, maar ik vind het antwoord datik hier heb gehoord zeer onbevredigend. De onvrede over het gemakwaarmee er gewoon zes maanden van de WW afgehaald worden, zit bijmij echt heel erg diep. Dit lijkt niet alleen dit kabinet te overkomen, maardat geldt ook voor de Kamer. Ik hoop dat we er een fikse discussie overzullen hebben, dat het niet zomaar door de Kamer komt en dat er gezochtwordt naar andere oplossingen.Dat gezegd hebbende ga ik terug naar de arbeidsmarktkrapte zelf. Ik denkdat het heel erg belangrijk is dat we er altijd oog voor blijven houden hoewe mensen op een zo goed mogelijke manier kunnen inzetten, omdat dewerknemers zelf juist degenen zijn die bijdragen aan die innovatie.Ik zie dat ik moet stoppen. Dan moet ik nu bedenken of ik nog wel of nieteen tweeminutendebat aanvraag, maar dat ga ik niet doen.De voorzitter:Het woord is aan de heer Thiadens, van de fractie van de PVV.De heer Thiadens (PVV):Dank, voorzitter. Vanmiddag is weer duidelijk geworden dat het arbeids-tekort niet zomaar is op te lossen. Het is een wereldwijd fenomeen zelfs.Wat wel kan, is natuurlijk bijdragen aan het verlichten en het verkleinenvan de gevolgen van arbeidsmarkttekorten. De Minister heeft daaraanzetten toe gegeven in zijn brief en vandaag in het debat. Veel dingenonderschrijft mijn fractie. Waar wat ons betreft in ieder geval de focus opmoet liggen, is het mobiliseren van mensen die nu aan de kant staan ofdie al aan het werk zijn maar dat willen intensiveren, dus die meer willenwerken. Het gaat er dus om barrières weg te nemen die dat nu in de wegstaan. Als de Minister daar voortvarend mee aan de slag gaat, dan denk ikdat we een heel end kunnen komen. De matching op de arbeidsmarkt isook een punt. We hebben even veel werklozen als vacatures. Daar moettoch ook iets mee te doen zijn. Frictiewerkeloosheid zul je altijd houden,zei de Minister zelf ook al, maar ook daar zit potentieel.Ik wens de Minister daar dus heel veel succes mee. Ik kijk uit naar verdereberichten, ook voor het zomerreces.De voorzitter:Dank. Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk, CDA-fractie.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Dat het niet eenvoudig is, dat weten we. Daaromgebruikten we ook expres niet het woord «oplossen», maar zeiden we datwe het wel moeten aanpakken met elkaar. Ik hecht heel erg aan integra-liteit van dit dossier, omdat dit dossier niet alleen maar de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid raakt, maar ook Economische Zaken,Onderwijs et cetera, et cetera. Volgens mij heb ik dat ook al duidelijkproberen te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128035 Heel veel plannen komen dus na de zomer of hopelijk nog wel voorPrinsjesdag. Daar maak ik me een beetje zorgen over. Bij EconomischeZaken hebben we de Q3-discussie, zoals we die noemen, met elkaar. Heelveel komt in Q3, na Prinsjesdag, dus als we als Kamer dan nog ietszouden willen en gebruik zouden willen maken van ons budgetrecht,omdat we denken dat er echt meer moet gebeuren en er slimmere dingengedaan kunnen worden, dan staan wij eigenlijk met lege handen, omdatwe niet weten wat de ideeën van het kabinet zijn. Mijn oproep is dus omalsjeblieft vóór Prinsjesdag zo veel mogelijk van de brieven over arbeids-marktkrapte, technologiestrategie en 3% R&D naar de Kamer te sturen,zodat we er ook echt iets mee kunnen doen voor onze werknemers enonze werkgevers.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Saris, fractie van NSC.Mevrouw Saris (NSC):Voorzitter, dank u wel. Ik dank de Minister voor de beantwoording in zijneerste termijn. We zijn ook blij met de toezegging dat hij in de LLO-agendaexpliciet in zal gaan op de mogelijkheid van een persoonlijk ontwikkel-budget en dat hij een voortrekkersrol op zich zal nemen in gesprekkenover het belang van scholing en LLO.Waar wij nog graag duidelijkheid over zouden willen krijgen, is deduurzame-inzetbaarheidsagenda. Deze zou voor het meireces naar deKamer worden gestuurd, mede door het akkoord dat in 2024 is geslotenover het vroegpensioen. Kan de Minister daarom nog aangeven wanneerdeze agenda naar de Tweede Kamer wordt gestuurd?Wat ook mij na de eerste termijn nog niet helemaal duidelijk is geworden:wat wil het kabinet nou aan het einde van deze regeerperiode bereikthebben als het gaat om het toekomstbestendig maken van de arbeids-markt? Welke concrete doelen heeft het kabinet voor ogen? Dat hoor iknog graag van de Minister.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Rikkers-Oosterkamp.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. BBB is blij dat er goed gekeken gaat worden naarde vereenvoudiging van alle wirwar aan regelingen. BBB is ook blij dat hetkabinet zich bewust is van al het potentieel van mbo’ers. Daarom wil ikafsluiten met een mooie omdenker. Laatst was ik op werkbezoek inEmmer-Compascuum. Daar is een fabriek geplaatst voor medischevoeding. Daar hadden ze 300 medewerkers nodig, in een gebied waar nietheel veel mensen wonen. De uitdaging was dus enorm groot. Zij zijn daarnaar een mbo gegaan, en hebben niet gezegd «mbo, wij komen julliescholieren brengen», maar ze hebben gezegd «onderwijzers, kom eens bijons kijken in het bedrijf wat wij nodig hebben als bedrijf». Dus dieonderwijzers zijn een paar dagen gaan meedraaien in die fabriek. Zijhebben gezegd: hé, dit is een hele andere aanpak dan wat wij normaalgesproken op school doen. Het roc heeft vervolgens een klaslokaalgemaakt in de fabriek, en de 300 vacatures zijn gevuld. Ik vind dat eenhele mooie manier van omdenken en anders kijken naar de arbeidsmarkt.Dat wou ik even meegeven als tip.De voorzitter:Dank u wel. Dan zou ik graag het voorzitterschap willen overdragen aanmevrouw Inge van Dijk, als dat mag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128036 Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:De heer Aartsen voor zijn tweede termijn.De heer Aartsen (VVD):Dank u wel. Ik dank de Minister voor de beantwoording. Ik had nog tweevragen. De eerste gaat over de motie-Aartsen van september 2024, overde verkenning van het fiscaal instrumentarium en alle andere instru-menten vanuit de overheid ten aanzien van arbeidsbesparende maatre-gelen. Ik begrijp dat dat in die productiviteitsagenda komt, maar ik heb inhet debat aangegeven dat ik wel specifiek per fiscaal instrument en perfinancieringsinstrument dat de overheid aanbiedt, wil weten wat deruimte is om te sturen op arbeidsproductiviteit en arbeidsbesparing. Datwas ook wel het heel specifieke doel van die verkenning: om goed tekunnen kijken binnen elk instrument. Bijvoorbeeld door het al dan nietverruimen van bijvoorbeeld de afschrijvingstermijnen voor kapitaalinves-teringen bij bedrijven kun je er beter op sturen dat bedrijven meer ruimtekrijgen om bijvoorbeeld te investeren in arbeidsbesparende technologie.Ik hoop dat de Minister nog het een en ander kan toezeggen over diemotie.Dan mijn tweede verzoek. Ik zou de Minister willen vragen of hij bereid isom in kaart te brengen welke maatregelen maar vooral ook concreteprikkels er nou qua arbeidsbesparing ingebouwd kunnen worden rondomde publieke sector, om dat op gang te krijgen. Ik overweeg daarover eenmotie in te dienen, maar ik vind het ook zo zonde om als enige eentweeminutendebat aan te vragen. Misschien kan de Minister met eenruimhartige toezegging mijn aandrang tot het indienen van een motiewegnemen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik geef u het voorzitterschap weer terug.Voorzitter: AartsenDe voorzitter:Dank. Ik kijk even of de Minister een paar minuutjes nodig heeft. Zal ik eenpaar minuutjes schorsen?Minister Van Hijum:Ja, want als ik een tweeminutendebat kan voorkomen door even na tedenken over een slimme toezegging, dan denk ik dat ik u daar ook meehelp.De voorzitter:Ik schors tot 15.25 uur.De vergadering wordt van 15.21 uur tot 15.27 uur geschorst.De voorzitter:Ik begrijp dat de Minister gereed is voor zijn ruimhartige toezeggingen. Ikgeef graag het woord aan de Minister van Sociale Zaken voor zijnbeantwoording in tweede termijn.Minister Van Hijum:Ik ga mijn best doen, voorzitter. Ik bedank voor de opmerkingen in detweede termijn en ook voor de aansporingen om hier vooral onze rol teblijven zoeken en om keuzes te maken. Er zijn niet heel veel vragengesteld. Ik reflecteer even op een paar opmerkingen, want ik vind toch datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128037 mevrouw Patijn mijn opmerking over de WW niet helemaal recht heeftgedaan. Ik heb op geen enkele manier gezegd dat geen zin meer zouhebben om iets te doen voor mensen die een halfjaar werkloos zijn. Nee,ik heb gezegd dat als je langer dan een jaar werkloos bent, je perspectiefop werk en re-integratie kleiner wordt. Dat is gewoon een gegeven. Dat isvoor mij een aansporing om juist in te zetten op snelle werkhervatting. Ikrealiseer me dus wat een duurverkorting voor die groep betekent. Dat isde reden om juist op werkhervatting te willen inzetten. Ik verwacht nietdat u, mevrouw Patijn of de hele Kamer bij deze maatregel «hoera» roept.Ik snap de reserves. Ik vraag u om aan de hand van de brief die wijhierover sturen in ieder geval het debat aan te gaan. Dan maken wevanzelf stappen en komen we verder.De heer Thiadens dank ik voor zijn aansporing en het toewensen vansucces.Mevrouw Van Dijk wijst nog nadrukkelijk op het belang van integraliteit.Dat belang zie ik ook. Het onderwerp heb ik nu zelf aan een aantal thema’sgekoppeld. Zij zegt ook: zorg ervoor dat het een zinvolle begrotingsbehan-deling kan worden en dat je op tijd met stukken naar de Kamer komt. Daarga ik echt mijn uiterste best voor doen: om vóór, rond en kort na de zomermet de dingen te komen waardoor dat een goed debat kan worden.Mevrouw Saris vroeg mij naar duidelijkheid over de duurzame inzet-baarheid, in relatie tot het vroegpensioen en zwaar werk. Die brief komtvolgende week naar de Kamer. Het is waar dat daar iets vertraging op zit,maar hij is echt onderweg.De tweede vraag ... Nou kan ik mijn eigen handschrift niet meer lezen. Oja: welke concrete doelen wil ik aan het einde van de periode bereikthebben? Ik heb wel geprobeerd daar iets over te zeggen. Het is lastig omdat te zeggen in termen van maatschappelijk effect en lastig om tebepalen of het de krapte oplost. Dat gaat het hem niet worden, maar ik wilwel dat de arbeidsmarkt, en zeker ook de regionale arbeidsmarkt, betergaan functioneren. Ik wil dat de mismatch die er is, makkelijker wordtopgelost en dat mensen daardoor dus kansen krijgen bij de vacatures dieer nog zijn. Ik wil dat we dan de agenda van Leven Lang Ontwikkelenstappen verder hebben gebracht. Ik wil dat we de productiviteitsagendahanden en voeten hebben gegeven. Ik zeg er wel bij dat ik daar mijncollega’s voor nodig heb, want de Minister van EZ is daarbij nadrukkelijkin de lead. Er zijn een aantal thema’s, met name langs de vijf sporen diewe in die brief hebben geschetst, die we echt verder willen en kunnenbrengen in deze periode. Dat is echt mijn ambitie.Dit sluit een beetje aan op het voorbeeld dat mevrouw Rikkers noemt. Wemoeten blijven bekijken wat je uit de praktijk kunt leren van goedevoorbeelden. We moeten uit de praktijk leren hoe je onderwijs en werk bijelkaar brengt. Dat is daar inderdaad een heel inspirerend voorbeeld voor.Ik kom zelf ook veel van dat soort voorbeelden tegen. Met name in depraktische beroepen is dat echt de manier om mensen die een wat grotereafstand tot dat vak hebben, binnen zo’n bedrijf of organisatie – ik zie hetook in andere sectoren gebeuren – een kans te geven, om hen echt mee tenemen in ontwikkeling. Het gebeurt in de installatiebranche en in de zorgdat bedrijven scholen en mensen gaan opzoeken – dat zijn niet alleenjongeren maar ook ouderen, mensen die op zoek zijn naar een tweedekans – om het praktijkleren op de werkvloer handen en voeten te geven.Daar zit dus heel veel potentie in.Dan vroeg de heer Aartsen mij eigenlijk nog om twee toezeggingen. Ik zegtoch maar even dat ik altijd zo concreet mogelijk probeer te worden. Depraktische beperking is wel dat ik hier te maken heb met iets wat voor eenbelangrijk deel ligt op het terrein van de Minister van Economische Zaken.Dat is niet om het af te schuiven, maar zo is het nou een keer geregeld.Het gaat over de productiviteitsagenda in relatie tot het fiscaal instrumen-tarium. Ik ben bereid om de Minister even nadrukkelijk onder de aandachtte brengen wat de verwachtingen van de heer Aartsen zijn. Ik hoop dat ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128038 een plek in die agenda kan krijgen. Ik zal de heer Aartsen dan ergens in dekomende weken even namens de Minister moeten laten weten of dat lukt.Dat geldt eigenlijk ook voor die bredere vraag naar de arbeidsbesparing inde publieke sector. Ik heb namelijk nog even nagevraagd of dit nouonderdeel uitmaakt van de productiviteitsagenda van EZ. Ze hebben erdaar met name voor gekozen om het toe te spitsen op de private sector,dus nog niet op de publieke sector. We hebben wel de ambitie om dat optermijn te doen. Dat zal ik ook nadrukkelijk nog even moeten besprekenmet EZ en ook met de Minister van BZK, die de regie voert over de manierwaarop we op rijksniveau die arbeidsbesparing vorm gaan geven. Ookdaarover wil ik u informeren. U kunt dan nog afwegen of u daarmeetevreden bent en of u er alsnog een motie over wilt indienen. Ik heb daarechter echt even een tussenstap voor nodig.De voorzitter:Ik wil zelf even interrumperen, als dat mag.Voorzitter: Inge van DijkDe heer Aartsen (VVD):Bij dat eerste punt wijs ik erop dat het natuurlijk gewoon een aangenomenmotie is uit september. Dat het kabinet besluit om dat onderdeel te latenzijn van een productiviteitsagenda mag, maar dat doet niks af aan destrekking van de motie, die vraagt om een verkenning. Dus als dieverkenning niet in die productiviteitsagenda zit, acht ik de motie nietuitgevoerd en dan zou er een nieuwe verkenning moeten komen in mijnogen.Bij het tweede punt zou ik willen voorstellen om toch een tweeminuten-debat aan te vragen, maar dat we dat even laten afhangen van debeantwoording van de Minister op dit punt. Dan kunnen we er altijd nogverder naar kijken. Dat heeft dan geen bloedspoed.Voorzitter: AartsenDe voorzitter:Oké? Dan concludeer ik ’m ook bij dezen af. Ik dank iedereen voor zijn ofhaar bijdrage en dan ga ik inderdaad nu de toezeggingen voorlezen. Ikmoet even blijven praten, zodat de vierde toezegging erbij geschreven kanworden. Dank. U moet me niet te veel opjagen, mevrouw Van Dijk.De Minister heeft een viertal zaken toegezegd aan de Kamer.–De Minister heeft toegezegd zich te verdiepen in de knelpunten waarscholingsfondsen tegenaanlopen en komt hierop terug in eenLLO-brief. Dit is een toezegging aan het lid Patijn, GroenLinks-Partijvan de Arbeid.–De Minister zal in diezelfde brief ingaan op de toegankelijkheid van deLLO-faciliteiten, voor het mkb. Dat is een toezegging aan de heerThiadens van de PVV-fractie.–De Minister gaat in diezelfde brief ook in op de persoonlijke ontwikke-lingsbudgetten. Dat is een toezegging aan mevrouw Saris, van defractie van NSC.–De Minister informeert de Kamer na overleg met de Minister vanEconomische Zaken en de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties over de arbeidsbesparende prikkels binnen depublieke sector.Het tweeminutendebat is aangevraagd door het lid Aartsen, met dienverstande wat ik er net over heb gezegd.Mevrouw Saris (NSC):Er was ook nog de toezegging aan mijn adres dat de Minister eenvoortrekkersrol op zich neemt met werknemers- en werkgeversorgani-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128039 saties, UWV en gemeenten. Het zou mooi zijn als dat ook even genoteerdkan worden.De voorzitter:Ja, maar dat is geen toezegging waar de Minister op terug kan komen inde zin van dat het moet worden opgenomen in ons toezeggingenregister,waar nog een verdere actie vanuit de Minister richting de Kamer voordient te komen. Het is een inhoudelijke uiting van de Minister dat hij datgaat doen. Een voortrekkersrol kan je niet afronden in een register. Je kuntniet zeggen: nu is hij klaar met die voortrekkersrol. Nou ja, misschien ookwel, maar is misschien een beetje lullig om af te concluderen vanuit degriffier bijvoorbeeld. Dit is geen tijdsgebonden toezegging, maar ik hebinhoudelijk die toezegging zeker verstaan.Mevrouw Saris (NSC):Fijn. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik dank iedereen voor zijn of haar bijdrage, de ambtelijkeondersteuning en ook de ondersteuning hier van de griffier en de bode.Dan sluit ik hierbij de vergadering van de vaste Kamercommissie voorSociale Zaken en Werkgelegenheid.Sluiting 15.35 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128040

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4e236b43bf291922

14 okt 2026 · c74538eacafff128

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingArbeidsmarktkrapte
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 21 mei 2025, over Arbeidsmarktkrapte

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.