Geluidbeleid en openstelling Centrale voorziening geluidgegevens
Brontekst
Versie 08f57793de07f4d1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 383Regelgeving Ruimtelijke Ordening en MilieuNr. 424 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 maart 2025Hierbij informeer ik u over het geluidbeleid en enkele recente ontwikke-lingen daarin. In het bijzonder informeer ik u over een verbetering in dedigitale toegankelijkheid van geluidgegevens door de openstelling van deCentrale voorziening geluidgegevens (Cvgg) per 1 januari 2024.Deze brief gaat achtereenvolgens in op het belang van geluid voor eengezonde leefomgeving en het geluidbeleid; het belang van goedegeluidgegevens en een nieuw instrument daarvoor, de Cvgg. Tot slot volgtinformatie over een lopend onderzoek voor een goed beheer van de Cvgg.GeluidbeleidHet kabinet wil dat Nederland een welvarend land blijft. Daarbij wiliedereen een veilige, prettige en gezonde leefomgeving om te wonen,werken en ontmoeten. Blootstelling aan veel geluid heeft gevolgen voorde gezondheid. Het kan leiden tot hinder, stress, een verhoogde bloeddruken zelfs hart- en vaatziekten1. Uit data van de World Health Organization(WHO) voor Europa blijkt geluid na luchtverontreiniging het grootsterisico voor de gezondheid door het milieu te zijn2. Het is daarombelangrijk om blootstelling aan hoge geluidniveaus en de gezondheidsef-fecten daarvan zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen en tebeperken. Een goede balans tussen beschermen en benutten is daarbij hetstreven.Nederland is één van de dichtstbevolkte landen van Europa. De verschil-lende opgaven waar Nederland voor staat, hebben allemaal grote impactop de schaarse ruimte. Om de ambities van het kabinet te kunnen halen1https://www.rivm.nl/geluid/over-geluid; https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2019-0227.pdf2European Environment Agency (2020), «Healthy environment, healthy lives: how theenvironment influences health and well-being in Europe» kst-29383-424ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4241 en een gezond, veilig en leefbaar land te houden met een hoge leefkwa-liteit is een samenhangende afweging tussen deze opgaven nodig enmoeten keuzes worden gemaakt. De Omgevingswet is randvoorwaardelijkhiervoor en draagt als nieuw stelsel bij aan het bieden van oplossingen enhet aanpakken van de opgaven in de fysieke leefomgeving.3 Als onderdeelvan de Omgevingswet ondersteunen de geluidregels deze afwegingen inrelatie tot geluid in de leefomgeving.Het geluidbeleid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat richtzich in hoofdzaak op het geluid van grote geluidbronnen: wegen,spoorwegen, industrieterreinen met zogenaamde «grote lawaaimakers»en luchtvaart. Daarnaast kunnen ook andere bronnen leiden tot overlastvoor omwonenden, zoals bijvoorbeeld windturbines. Het geluid vanluchtvaart komt in deze brief maar beperkt aan de orde, over het speci-fieke luchtvaartbeleid wordt u apart geïnformeerd4.Het geluidbeleid is gebouwd op drie pijlers: bronbeleid, preventie ensanering. Aanpak van geluid aan de bron is het meest doelmatig doordatde kosten relatief beperkt zijn en het effect overal bij de bron optreedt. Eenbelangrijk instrument is het normeren van voertuigemissies. Dit gebeurtop Europees niveau en daarom zet ik in op het beïnvloeden van processenbinnen de EU. Geluid kan ook aangepakt worden door lokale maatregelenop het niveau van de constructie van (spoor)wegen, de overdracht vangeluid en bij woningen. Dit valt onder de pijler preventie. Bij nieuweontwikkelingen, zoals aanleg en wijziging van (spoor)wegen, enwoningbouw, gelden nationale regels met als doel een toename van hetgeluid te voorkomen of te beperken. Daarbij stimuleren deze regels eenevenwicht tussen het belang van beschermen en benutten, omwoningbouw met een goede leefomgevingskwaliteit mogelijk te maken entegelijkertijd ook ruimte te houden voor mobiliteit en economischeontwikkeling. Tenslotte is er een derde pijler, sanering, met nationaleregels om het geluid te reduceren in reeds bestaande situaties met tehoge geluidbelastingen. De nationale regelgeving voor geluidhindervormt geen nationale kop op Europese beleid: de EU heeft geen normenvoor geluid in de leefomgeving gesteld, juist omdat er al doeltreffendenationale regelgeving is (subsidiariteitsbeginsel).Voor de ontwikkeling van voertuigemissies (eerste pijler) is het beeldgemengd. Op het spoor nemen voertuigemissies af, maar op de wegnemen voertuigemissies alleen af bij lage snelheden, en ze nemen toe bijhogere snelheden5. Deze toename wordt veroorzaakt doordat wegvoer-tuigen steeds zwaarder worden, en daarom voorzien worden van brederebanden6 die meer geluid mogen veroorzaken7. Dit is een negatieveontwikkeling waarvoor alleen de EU regulerend kan optreden. Wel bezienwe in Nederland hoe we het gebruik van stille autobanden kunnenstimuleren8 en werk ik samen met gemeenten bij de aanpak vanvoertuigen die extreme overlast veroorzaken, bijvoorbeeld doordat ze nietvoldoen aan de permanente voertuigeisen.De nationale geluidregels voor preventie (tweede pijler) zijn verbeterdmet de komst van de Omgevingswet. Voor rijkswegen en hoofdspoor-wegen bestaat al sinds 2012 de systematiek met de geluidproductiepla-3https://www.rijksoverheid.nl/regering/regeerprogramma/3a-wonen-en-volkshuisvesting4Het geluid van luchthavens wordt niet gereguleerd onder de Omgevingswet maar onder deWet luchtvaart en de Luchtvaartwet.5TNO (2022), Emissiekentallen voor geluid van wegverkeer op basis van metingen in 2020.Rapportnummer TNO 2022 R10839.6RIVM (2024), Geluidmonitor – Nader onderzoek 2020 – 2022. Rapportnummer 2023–0122.7Verordening (EG) Nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de raad (13 juli 2009)8In dat kader loopt al jaren deze campagne: https://www.kiesdebesteband.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4242 fonds (gpp), waardoor het geluid van deze bronnen niet onbeheerst kantoenemen. Met de Omgevingswet wordt deze systematiek uitgebreid naarprovinciale wegen en industrieterreinen met grote lawaaimakers. Ook zalhet geluid van treinen op emplacementen gereguleerd worden alsonderdeel van de gpp-systematiek voor hoofdspoorwegen in plaats vanmet gemeentelijke omgevingsvergunningen. De Bestuurlijke tafelemplacementen geluid heeft hiervoor enkele aanbevelingen gedaan aanmijn voorgangers, die ik begin 2025 in de regelgeving zal implementeren.Voor gemeente- en waterschapswegen wordt een andere systematiekvoor geluidmonitoring ingevoerd die beter past bij het schaalniveau vandat wegennet. Hoe de gpp-systematiek uitwerkt, is onder meer te zien inde in juni 2024 verschenen actieplannen omgevingslawaai voor rijks-wegen en hoofdspoorwegen 2024–20299. Deze bevatten een evaluatie vanhet actieplan van 2018–2024 en de plannen voor 2024–2029. De evaluatieslaten zien dat de gpp-systematiek ervoor zorgt dat toenames van verkeerworden gecompenseerd met geluidmaatregelen. Ook gaan ze in op deontwikkeling van voertuigemissies. Voor het spoor kondigt het actieplanaan dat de geluidproductieplafonds waar mogelijk zullen wordenverlaagd. Hierdoor komen de lagere voertuigemissies ten goede aanomwonenden en nieuwbouw van woningen, terwijl tegelijk de benodigderuimte voor het verkeer op het spoor wordt vastgehouden. Daarmeeblijven de doelen van beschermen en benutten in balans.Waar het gaat om het geluid van windturbines wordt de regelgevingherijkt en aangescherpt. Ontwerpregelgeving die hiertoe strekt zal opkorte termijn aan de Kamer worden voorgelegd.Hinder en gezondheidsschade door blootstelling aan veel geluid kan ookhet gevolg zijn van een combinatie van meerdere geluidbronnen,bijvoorbeeld de nabijheid van een spoorweg en een industrieterrein, ofvan een drukke weg en een luchthaven. Mede tegen de achtergrond vande urgente woningbehoefte loopt momenteel een onderzoek naar eenmogelijke alternatieve methode voor de beoordeling van gecumuleerdgeluid die recht doet aan de hinder van verschillende geluidbronnen entegelijk in de uitvoeringspraktijk beter toepasbaar is dan de bestaandemethode. Rijk en medeoverheden trekken in dit traject samen op10.Voor de derde pijler, sanering, is gekozen voor het instrument van despecifieke uitkering om een doelmatige besteding van de financiëlemiddelen te borgen. Het budget is bestemd voor provincies, gemeentenen enkele waterschappen om te besteden aan de woningen met dehoogste geluidbelastingen en daaraan gerelateerde geluidhinder voorbewoners. Geluidmaatregelen moeten een substantieel effect bewerkstel-ligen, en de kosten daarvan zijn sterk afhankelijk van de specifieke situatie.Daarnaast voeren Rijkswaterstaat en ProRail de sanering bij rijkswegen enhoofdspoorwegen uit met een taakstellend budget van circa € 1,1 miljardop het Mobiliteitsfonds. Zij hebben de laatste saneringsplannen vóór dewettelijke einddatum van 31 december 2023 ingediend11. De maatregelenzijn deels uitgevoerd, deels in uitvoering en deels vinden ze gekoppeldplaats aan andere werkzaamheden aan de (spoor)weg in de komendejaren. Na het gereedkomen van de saneringsmaatregelen worden degeluidproductieplafonds verlaagd met het effect van de getroffenmaatregelen, zodat het effect van die maatregelen blijvend is geborgd.9https://open.overheid.nl/documenten/1eaa26a5-b42e-4e6c-a2b8-44111b880713/file;https://open.overheid.nl/documenten/02f62ba8-f424-4649-aac4-e16b07ad9bfe/file10Zie de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 29 mei 2024, Kamerstukken II2023/24, 31 936, nr. 1157.11https://www.bureausaneringverkeerslawaai.nl/rijksinfrastructuur/bekendmakingen/;https://www.rijkswaterstaat.nl/wegen/projectenoverzicht/meerjarenprogramma-geluidsanering-mjpg-aanpak-geluidoverlast-woningen/planning-per-geluidsaneringsplan; https://www.prorail.nl/nieuws/mjpg-plannen-voor-aanpak-spoorgeluid-definitiefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4243 De overkoepelende effecten van het geluidbeleid worden gemonitorddoor het RIVM. Sinds 2019 wordt jaarlijks een rapport «OnderzoekBeleving Woonomgeving» uitgebracht. De meest recente uitgave,verschenen eind 202312, gaat over de periode van 2019 tot en met 2022.Voor geluid in de woonomgeving wordt gekeken naar hinder en slaapver-storing door wegverkeer, railverkeer, burengeluid, vliegverkeer, bouw- ensloopactiviteiten, industriële activiteiten en recreatie. Hieruit blijkt dat erhelaas geen afname van hinder door verkeerslawaai wordt geconstateerd.Daarnaast lijkt er sprake te zijn van een toename in hinder door laagfre-quent geluid13. Mogelijke bronnen van laagfrequent geluid zijn industriëleactiviteiten, windturbines en transport, maar ook wasmachines, warmte-pompen en ventilatiesystemen. Het RIVM voert momenteel in opdrachtvan IenW een onderzoek uit naar de aard en omvang van de problematiekop basis van klachteninventarisatie.Tegelijkertijd volgt uit het advies over geluid van de WHO uit 201814 echterwel dat vanuit gezondheidsoverwegingen het geluid gereduceerd zoumoeten worden. Naar aanleiding van het WHO-advies over omgevings-geluid is de Kamer met een brief van 21 maart 2023 geïnformeerd15 overde beleidsvoornemens. De WHO heeft advies uitgebracht over degeluidbronnen (spoor)wegen, industrie, luchtvaart en windturbines. In dekamerbrief van 21 maart 2023 staan concrete beleidsvoornemens voorluchtvaart, spoor en windturbines. Voor luchtvaart gaat het daarbij om deLuchtvaartnota 2020–2050 en de Hoofdlijnenbrief Schiphol van 24 juni2022. De laatste stand van zaken staat in de kamerbrief «EvaluatieSchipholbeleid» van 4 september 202416. Voor spoor is het voornemenom het geluidniveau waarboven maatregelen moeten worden overwogen(standaardwaarde) te verlagen, om betere bescherming te bieden tegenslaapverstoring. Aan de uitwerking hiervan wordt nog gewerkt. Voorwindturbines is het voornemen om een goed onderbouwd normenkadervast te stellen dat aansluit bij de WHO-advieswaarde. Dit voornemen isuitgewerkt in het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving, waarvan dekennisgeving op 11 oktober 2023 is gepubliceerd in de Staatscourant17.Het belang van goede geluidgegevensTer ondersteuning van al het geluidbeleid zijn goede, betrouwbare entoegankelijke gegevens nodig. Gegevens zijn bij voorkeur openbaar endigitaal beschikbaar, zodat de overheid transparant is over de gegevensdie worden gebruikt bij besluitvorming, burgers inzicht krijgen in hetgeluid in hun omgeving, en administratieve lasten worden beperkt. Metde inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is daaromde Centrale voorziening geluidgegevens (Cvgg)18 opengesteld. Met beterbeschikbare gegevens over geluid wordt bijgedragen aan een beterebescherming van de gezondheid. In het Aanvullingsbesluit GeluidOmgevingswet dat eind 2019 is voorgehangen19 is de Kamer al eerdergeïnformeerd over de Cvgg.Geluidgegevens geven inzicht in de ontwikkeling van geluid en vormen debasis voor goede besluiten over geluid. Geluidgegevens zijn van bijzonderbelang bij het toelaten van woningbouw en de daadwerkelijke realisering12https://www.rivm.nl/geluid/onderzoeken-projecten/onderzoek-beleving-woonomgeving13Zie ook RIVM (2021), Onderzoeksprogramma Laagfrequent geluid. Rapportnr. 2021–0187.14World Health Organization Regional Office for Europe, Environmental noise guidelines for theEuropean region. 2018, WHO Regional Office for Europe: Copenhagen, Denmark.15Kamerstukken II, 2022/23, 29 383, nr. 40416Kamerstukken II, 2023/24, 29 665, nr. 51717https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-27607.html18www.geluidgegevens.nl19Kamerstukken II, 2019/20, 35 054, nr. 13.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4244 van woningen, met het oog op het beoordelen van het geluidniveau opgevels en in de woningen. Bij de planvorming kan worden gekeken naarde positionering van woningen ten opzichte van geluidbronnen en ookandere gebouwen dan geluidgevoelige gebouwen20, en in concretesituaties zijn soms specifieke geluidmaatregelen nodig, zoals stillewegdekken, geluidschermen en -wallen, en (extra) gevelisolatie. Als vroegin het planproces gekeken wordt wat mogelijk is, kunnen de kosten vanspecifieke geluidmaatregelen worden beperkt.Informatie over de geluidbronnen die nodig is voor monitoring enbesluitvorming, wordt opgenomen in het wettelijk voorgeschrevengeluidregister, dat is opgenomen in de Cvgg. De al sinds 2012 bestaandegeluidregisters voor rijkswegen en hoofdspoorwegen zijn hierin onderge-bracht. Nu de Omgevingswet in werking is getreden, worden stap voorstap ook geluidgegevens over andere wegen, lokale spoorwegen enindustrieterreinen, maar ook windturbines, militaire schietbanen enluchthavens, in de Cvgg opgenomen.De Cvgg stelt geluidgegevens centraal beschikbaarDe doelen van het geluidregister in de Cvgg zijn:–het transparant maken van gegevens over geluidmonitoring;–het makkelijker beschikbaar maken van gegevens voor geluidbereke-ningen die nodig zijn voor besluitvorming.Hierdoor kunnen omwonenden volgen hoe het geluid in hun woonom-geving zich ontwikkelt en in hoeverre de geluidproductieplafonds wordennageleefd. Akoestisch adviseurs kunnen op één plaats betrouwbaregegevens vinden voor geluidonderzoeken, in plaats van deze op temoeten vragen bij de overheden die de geluidbronnen beheren. Voorburgers blijft daarnaast de Atlas Leefomgeving21 een belangrijke bronvoor algemene informatie over geluid.In 2020 is het RIVM begonnen met het bouwen van de Cvgg, parallel aande ontwikkeling van de nieuwe regelgeving. Het RIVM heeft hierbijgekozen voor een gedegen en flexibele aanpak met korte cycli voorplanning en feedback, en veel aandacht voor datakwaliteit. De tijdigetotstandkoming van de Cvgg heeft in goede interbestuurlijke samen-werking plaatsgevonden, met betrokkenheid van ProRail, RWS, UvW, IPOen VNG. Ook heeft veel interactie met toekomstige gebruikers plaatsge-vonden, die onder andere terecht konden op een testomgeving.De geluidgegevens over rijkswegen en hoofdspoorwegen zijn inmiddelsopgenomen in de Cvgg. Hiervoor was ondanks een goede voorbereidingwel meer tijd nodig dan verwacht, mede om een goede datakwaliteit tekunnen garanderen. Afnemers hebben daar helaas last van gehad maarkonden de gegevens wel ontvangen van RWS en ProRail. Ook voor enkeleandere geluidbronnen zijn al gegevens aangeleverd (wegen van eengemeente, een spoorlijn in beheer van vier gemeenten, twee stukjesprovinciale weg, de regionale luchthavens van nationaal belang, eenbuitenlandse luchthaven nabij de landsgrens, een regionale luchthavenvan regionaal belang). Als gevolg van overgangstermijnen voor denieuwe regels voor geluidmonitoring zullen de gegevens over een periodevan 8 jaar geleidelijk worden aangeleverd.Het is belangrijk dat naast het Rijk ook decentrale overheden bijtijds aande slag gaan met de uitvoering van de nieuwe regels voor geluidmoni-toring. Alleen dan komen er gegevens beschikbaar voor de Cvgg en wordt20Geluidgevoelige gebouwen zijn gebouwen met de functie wonen, onderwijs of zorg.21https://www.atlasleefomgeving.nl/thema/geluid-in-je-omgevingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4245 de Cvgg steeds bruikbaarder voor afnemers. Het Informatiepunt Leefom-geving (iplo.nl) ondersteunt decentrale overheden hierbij. Specifiek voorde provinciale wegen heeft het IPO een handreiking uitgebracht. Voorwindturbines heeft IenW een project gestart om provincies, gemeenten enomgevingsdiensten te faciliteren bij het aanleveren van gegevens overwindturbines22. Daarnaast zijn bij het Rijk voorbereidingen aan de gangvoor aanlevering van gegevens over militaire schietbanen.De Cvgg heeft ook waarde voor het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO).Met het DSO wordt beoogd inzicht te geven in wat mag en kan in defysieke leefomgeving op een bepaalde locatie in Nederland. Het DSOondersteunt initiatiefnemers daartoe in hun vraag naar informatie over defysieke leefomgeving. Als onderdeel van de zogenaamde BestuurlijkeAgenda Uitbouw hebben de samenwerkende overheden (rijk, provincies,gemeenten en waterschappen) afgesproken dat na inwerkingtreding vande Omgevingswet de mogelijkheden worden bezien om externe informa-tieproducten23 zoals de Cvgg ook in het DSO te ontsluiten. Hiermee wordtinvulling gegeven aan de verdere ontwikkeling van het DSO24. IenW ismomenteel in overleg met de beheerders van het DSO om de aansluitingvan de Cvgg op het DSO praktisch vorm te geven. Dit ter uitvoering vanhet besluit van 8 september 202225 om de Cvgg op het DSO aan te sluiten.MKBA voor beheer IenW-registers Cvgg en REVVoor de toekomst van de Cvgg is het ook van belang om de voorzieningen de gegevens daarin zo kosteneffectief mogelijk te beheren, zowel aande kant van de voorziening zelf, bij het RIVM, als aan de kant van deoverheden die de data aanleveren. Daarom wordt een MaatschappelijkeKosten-Baten Analyse (MKBA) uitgevoerd die daarop is gericht. In dezestudie wordt niet alleen gekeken naar de Cvgg, maar ook naar het RegisterExterne Veiligheidsrisico’s (REV)26. Bij de onderzochte scenario’s isrekening gehouden met de afspraken over het Federatieve Datastelsel, diezijn overeengekomen in de Interbestuurlijke Datastrategie die op18 november 2021 naar de Tweede Kamer is verzonden27.De MKBA «Beheer van het REV en de CVGG» is 11 december 2024opgeleverd en is gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl 28. In overleg metde (inter)bestuurlijke partners en andere bronhouders zal worden bezienhoe de aanbevelingen uit het rapport worden opgevolgd.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,C.A. Jansen22https://iplo.nl/thema/geluid/iplo-update-geluid/iplo-update-geluid-23-april-2024; NieuwsbriefCvgg 2024–2, 28 juni 2024 (https://www.rivm.nl/abonneren/nieuwsbrief-centrale-voorziening-geluidgegevens)23Informatieproducten zijn buiten het DSO bewerkte of verrijkte gegevens over bijvoorbeeldgeluid, bodem en water24Digitaal Stelsel Omgevingswet - Ontwikkelaarsportaal (aandeslagmetdeomgevingswet.nl)25Van het Opdrachtgevend Beraad. Aangesloten wordt bij het interbestuurlijk portfolioprocesonder regie van de Strategische Beheer Organisatie (SBO), zie https://iplo.nl/digitaal-stelsel/documenten/beheerovereenkomst-beheerarrangement-digitaal/. Het Ministerie van IenW isvoor de aansluiting van de Cvgg in overleg met SBO en de Tactisch Beheer Organisatie (TBO)voor de Landelijke Voorziening DSO.26https://www.registerexterneveiligheid.nl/27Kamerstukken 2021–2022, 26 643, nr. 79728https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gezonde-en-veilige-leefomgeving/documenten/rapporten/2024/11/30/mkba-beheer-van-het-rev-en-de-cvggTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4246
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.