Ontwikkelingen rondom Wijkverplegingen
Brontekst
Versie 32e3b7672c089c97 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202623 235Thuiszorg en wijkverplegingNr. 261 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 maart 2026Nederland heeft een sterke eerste lijn met zorgverleners die zich dagelijksmet grote betrokkenheid inzetten voor anderen. Om deze zorg ook in detoekomst toegankelijk en betaalbaar te houden, zet dit kabinet in op hetverder versterken van de eerstelijnszorg. Voor veel mensen is hetbelangrijk om zorg te kunnen ontvangen in de eigen, vertrouwdeomgeving. De wijkverpleging is daarbij onmisbaar. Wijkverpleegkundigenkomen achter de voordeur, zien wat er werkelijk speelt en verbinden zorgen sociaal domein. Daarmee zijn zij onmisbaar voor realiseren vanpassende zorg dicht bij mensen thuis.Het kabinet wil investeren in een toekomstbestendig zorglandschap en zetdaarbij in op passende zorg als norm, ook in de wijkverpleging. Dit vraagtom blijvende aandacht en anders kijken naar de zorg: meer sturen op zorgdie bijdraagt aan gezondheid en kwaliteit van leven. Het kabinet bouwtdaarom verder op de afspraken uit de Visie Eerstelijnszorg 20301, hetIntegraal Zorgakkoord (IZA)2, het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord(AZWA)3 en het Hoofdlijnenakkoord Ouderen (HLO)4. De wijkverplegingvervult hierin een sleutelrol en heeft de afgelopen jaren zelf ook belang-rijke stappen gezet om de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheidvan de zorg te behouden. Daarbij is ingezet op onder andere het vergrotenvan zelfredzaamheid, het verbeteren van de kwaliteit van de indicatie-stelling, het toepassen van hulpmiddelen en innovaties én op samen-werking. Deze ontwikkelingen dragen bij aan het bieden van passendezorg en daar mag de sector trots op zijn.Tegelijkertijd is goede toegang tot passende zorg geen vanzelfspre-kendheid. Solidariteit is een belangrijk uitgangspunt van het zorgstelsel en1Kamerstukken II, 2023–2024, 33 578, nr. 1132Kamerstukken II, 2021–2022, 31 765, nr. 6553Kamerstukken II, 2024–2025, 31 765, nr. 9434Kamerstukken II, 2024–2025, 29 389, nr. 157 kst-23235-261ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 235, nr. 2611 essentieel om de zorg ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar tehouden. Om die solidariteit te borgen, is het kabinet voornemens eeneigen bijdrage in de wijkverpleging in te voeren. De petitie «Zet geen prijsop de wijkverpleging» laat zien dat het onderwerp zorgen en vragenoproept. Middels deze brief geeft het kabinet gehoor aan het verzoek vande Kamer om te reageren op deze petitie.Daarnaast informeert het kabinet de Kamer met deze brief over deuitvoering van verschillende moties en toezeggingen uit het commissie-debat wijkverpleging van september 2025.Eigen bijdrage wijkverpleging: reactie op petitieIn de brief van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport wordt het kabinet om een reactie gevraagd op de petitie «Zet geenprijs op de wijkverpleging».Het kabinet zet in op een toekomstbestendig zorglandschap. Onszorgstelsel is gebouwd op solidariteit: mensen die geen zorg nodighebben, betalen mee aan de zorgkosten van anderen. Gezonde mensenbetalen mee aan de zorgkosten van burgers die ziek zijn. Mensen met eenhoog inkomen betalen meer dan mensen met een laag inkomen. En weondersteunen mensen met weinig geld die te maken hebben met eenstapeling van zorgkosten. We betalen veel samen, en als je daadwerkelijkzorg gebruikt, hoort daar een eigen financiële bijdrage bij. Zo houden wede premies beheersbaar en zorgen we ervoor dat gezonde mensen ook inde toekomst solidair willen blijven met mensen die zorg nodig hebben.Als onderdeel hiervan zet het kabinet daarom in op het vragen van eeneigen bijdrage in de wijkverpleging. Tegelijkertijd begrijpt het kabinet datdeze maatregel zorgen oproept, zoals die ook verwoord zijn in de petitie.De uitwerking van deze maatregel vergt dus zorgvuldigheid, waarbij hetkabinet de zorgen die in de petitie worden genoemd meeweegt. Uiteraardzal ik de uitwerking van de maatregel bespreken met betrokken partijen,waaronder wijkverpleegkundigen en (vertegenwoordigers van) cliënten.Het Coalitieakkoord geeft aan dat we bij alle hervormingen van de zorgextra oog hebben voor chronisch zieken en mensen met een beperking.Zowel financieel als in de dagelijkse praktijk. Bij de invoering van de eigenbijdrage wijkverpleging wordt uiteraard rekening gehouden met dedraagkracht van mensen. De eigen bijdrage mag geen onoverkomelijkefinanciële drempel worden voor mensen om noodzakelijke zorg teontvangen. Ter uitvoering van de motie Stoffer5 analyseert het kabinetdaarom de effecten van het totaalpakket aan maatregelen, specifiek op degevolgen voor kwetsbare groepen. Ook de uitkomsten hiervan zal hetkabinet meenemen in de verdere vormgeving van deze maatregel. Overde uitvoering van deze motie wordt de Kamer op korte termijngeïnformeerd.Rond de zomer ontvangt de Kamer een brief met daarin de uitwerking vande maatregel. Aan de hand van deze brief ga ik graag met de Kamer ingesprek. Uiteindelijk zal de eigen bijdrage wijkverpleging moeten wordenneergelegd in regelgeving, waarbij het kabinet er naar streeft debenodigde regelgeving medio 2027 aan uw Kamer aan te bieden.5Kamerstukken 2025/2026, 36 848, nr. 79.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 235, nr. 2612 Moties en toezeggingen over een betere organisatie vanwijkverplegingLandelijke implementatie van herkenbare & aanspreekbare wijkverplegingHet kabinet heeft de toezegging gedaan om de Kamer te informeren overde uitwerking van de afspraken rondom herkenbare en aanspreekbarewijkverpleging en de daarbij behorende verantwoordelijkheden.In de praktijk moeten verwijzers regelmatig meerdere zorgaanbiedersbenaderen om zorg voor een cliënt te organiseren. Door de grotediversiteit aan aanbieders en de versnippering in sommige regio’s is hetniet altijd duidelijk bij wie cliënten en verwijzers terecht kunnen. Ditkabinet werkt daarom aan een betere organisatie van zorg en neemt meerregie op het zorglandschap van de toekomst. In de Visie Eerstelijnszorg2030 is al een extra impuls gegeven aan deze beweging voor de wijkver-pleging. Hierin zijn afspraken gemaakt om hechte samenwerking in dewijk tussen professionals te versterken, zodat zorg en ondersteuning beterop elkaar aansluiten en zorg voor doelgroepen met meervoudigeproblematiek en complexe zorgvragen verbetert. Een belangrijk onderdeelhiervan is het realiseren van herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging.Hierdoor is het voor cliënten, verwijzers en gemeenten duidelijk wie zekunnen benaderen voor wijkverpleging.Vorig jaar zijn uitgangspunten voor de landelijke implementatie vanherkenbare en aanspreekbare wijkverpleging bestuurlijk vastgesteld. Insamenwerking met Zorgverzekeraars Nederland (ZN), ActiZ enZorgthuisNL en in afstemming met V&VN, LHV en PatiëntenfederatieNederland is op basis van interviews met voorbeelden uit het veld eengezamenlijke notitie «Uitgangspunten herkenbare en aanspreekbarewijkverpleging» opgesteld. De notitie beschrijft hoe regio’s, binnen devastgestelde uitgangspunten op diverse manieren invulling kunnen gevenaan herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging, passend binnen deregionale context. Deze uitgangspunten richten zich op drie samenwer-kingsniveaus: het niveau van de cliënt, de wijk en de regio. Eén van deuitgangspunten is dat iedere regio een coördinerend mechanisme voor dewijkverpleging inricht, zodat cliënten en verwijzers snel bij de juisteaanbieder terechtkunnen. Daarbij maakt de markt leidend zorgverzekeraarin de regio afspraken met zorgaanbieders om dit te organiseren. Denotitie6 is in februari 2026 gepubliceerd, zodat het veld en zorgverzeke-raars deze direct kunnen toepassen, onder meer binnen het inkoopbeleidvan zorgverzekeraars voor 2027.Met deze bestuurlijke afspraken en de notitie is een belangrijke eerste stapgezet in de uitvoering van de motie van het lid Dobbe7 over het zoveelmogelijk organiseren van wijkverpleging op buurt- of dorpsniveau en demotie van de leden De Korte en Slagt-Tichelman8 over het actief inzettenop vermindering van versnippering in de wijkzorg. Daarnaast bevat denotitie afspraken over de bereikbaarheid van wijkverpleging voorverwijzers. Met deze afspraken en de reeds bestaande afspraken overonplanbare nachtzorg geeft het kabinet ook uitvoering aan de motie vanhet lid Slagt- Tichelman9 om te borgen dat wijkverpleegkundige organi-saties 24/7 bereikbaar zijn voor ziekenhuizen. Deze motie beschouwt hetkabinet hiermee als afgedaan.6ActiZ, Patiëntenfederatie Nederland, V&VN, VNG, VWS, ZN en Zorgthuisnl: Uitgangspuntenherkenbare en aanspreekbare wijkverpleging (2026)7Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 2508Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 2579Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 247Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 235, nr. 2613 AanmeldportalenIn lijn met de motie van het lid Joseph10 ben ik met zorgprofessionals,brancheorganisaties en zorgverzekeraars in gesprek gegaan over deeffecten en meerwaarde van regionale aanmeldportalen. Aanmeldpor-talen zijn nooit een doel op zich. Het coördinerend mechanisme is «meeris dan alleen een telefoonnummer» (of een aanmeldportaal): voor eengoede samenwerking is het belangrijk dat kernpartners rond de huisart-senpraktijk in de wijk elkaar laagdrempelig kunnen vinden en inzichthebben in de capaciteit en verantwoordelijkheden. Naar aanleiding van demotie Joseph heb ik over signalen uit een specifieke regio contact gehadmet zowel landelijke als lokale partijen. Deze regio heeft vervolgens zelfaanpassingen gedaan in de werkwijze. Dit voorbeeld onderstreept hetbelang van regionaal maatwerk en betrokkenheid van zorgverleners bij deinrichting binnen de landelijke uitgangspunten. Het kabinet gunt regio’sen wijken ook tijd om met elkaar uit te vinden welke vorm werkt voorzowel cliënten, verwijzers als zorgverleners in de wijkverpleging.Indien naar aanleiding van de notitie nieuwe signalen binnenkomen bijbranchepartijen, kunnen zij besluiten om dit op de landelijke IZA-tafel tebespreken. Zo kunnen partijen vinger aan de pols houden en leren van deimplementatie van de uitgangspunten in de praktijk. Hiermee geeft hetkabinet ook uitvoering aan de eerdergenoemde motie Joseph11 en detoezegging12 om in het eerste kwartaal van 2026 in te gaan op regionaleaanmeldportalen en de ervaringen daarmee in de praktijk, inclusief watwel en niet werkt. Deze motie en toezegging beschouwt het kabinethiermee als afgedaan.Goede samenwerking vereist een eerlijk speelveld in de wijkverplegingMet de hierboven beschreven stappen is de beweging in gang gezet omde samenwerking op het niveau van dorp, buurt en wijk te versterken,zodat de wijkverpleging haar rol in de wijk kan pakken. Tegelijkertijdconstateert het kabinet dat er binnen de sector nog altijd veel versnip-pering is en er in veel regio’s nog steeds sprake is van een groot aantalaanbieders. Dit bemoeilijkt het om lokaal en regionaal tot goede samen-werking te komen, waaraan elke zorgaanbieder een eerlijke bijdragelevert. In het AZWA zijn daarom afspraken gemaakt over het borgen vaneen eerlijk speelveld en een eerlijke bijdrage van alle aanbieders. Zoalsaangekondigd in het Coalitieakkoord zal het kabinet een meer sturende rolnemen bij de inrichting van het zorglandschap. Het kabinet gaat hiermeeaan de slag, door onder andere het verduidelijken van de opdracht enopgaven van de zorgverzekeraar, mede in het licht van de zorgplicht, doorhet afschaffen van de verplichte vergoeding voor niet-gecontracteerdezorg en indien nodig door strengere eisen aan vergunningsverlening.Door meer regie te nemen bij de inrichting van het zorglandschap geefthet kabinet de komende periode verdere invulling aan de eerderge-noemde moties over de organisatie en versnippering van de wijkver-pleging.Tot slot heeft het kabinet in het Coalitieakkoord aangekondigd deverplichte vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg af te gaan schaffen.Deze maatregel is breder dan de wijkverpleging en gaat een stap verderdan de maatregel onafhankelijke indicatiestelling voorniet-gecontracteerde aanbieders van wijkverpleging uit de budgettairebijlage van het regeerprogramma van het kabinet-Schoof. De maatregel10Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 25411Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 25412TZ202509-018Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 235, nr. 2614 uit het regeerprogramma van het kabinet-Schoof heeft als doel via deindicatiestelling meer grip te krijgen op de niet-gecontracteerde zorg in dewijkverpleging en kende een structurele taakstelling van € 85 miljoenvanaf 2027. Het kabinet start met de uitwerking van de nieuwe, verder-gaande maatregel over niet-gecontracteerde zorg. In 2027 doet zich eenbesparingsverlies van € 85 miljoen voor bij de wijkverpleging.Verbeteren overgang Zvw naar WlzNaar aanleiding van de motie Slagt-Tichelman13 om te onderzoeken hoede continuïteit van de wijkverpleging beter kan worden geborgd bijovergang van de Zvw naar de Wlz ben ik met verschillende partijenbinnen de wijkverpleging in gesprek gegaan. Een deel van de betrokkenpartijen herkent dat de overgang van de zorg knelpunten kan opleveren inde praktijk. Uit de gesprekken met partijen kwamen ook oplossingsrich-tingen voor de borging van de continuïteit van de wijkverpleging bijovergang van de zorgwetten die binnen het bestaande stelsel verkendkunnen worden. Deze oplossingsrichtingen hebben met name te makenmet samenwerking en het proces rondom de overdracht tussen betrokkenzorgverleners. Het kabinet verkent samen met betrokken partijenoplossingsrichtingen voor een zorgvuldige en continue overdracht. DeKamer wordt hier eind 2026 over geïnformeerd.In lijn met deze motie werkt het kabinet, zoals eerder in het HLO isafgesproken, verder toe naar één nieuwe leveringsvorm voor Wlz-zorgthuis. Bij de uitvoering van deze afspraak wordt ook aandacht besteed aande verbinding tussen de Zvw wijkverpleging en de nieuwe leveringsvormvoor Wlz-zorg thuis. Daarnaast wordt door VWS in afstemming met hetveld gewerkt aan een verkenning gericht op het beter afstemmen en, waarnodig, samenvoegen van zorgwetten. Met bovenstaande stappen geefthet kabinet invulling aan de motie van Slagt-Tichelman.Moties en toezeggingen inzake bekostiging van de wijkverplegingIntegrale bekostiging die passende wijkverpleging mogelijk maaktHet kabinet heeft toegezegd de Kamer te informeren over de uitkomstenvan gesprekken met betrokken partijen, experts en Buurtzorg over debekostiging van de wijkverpleging.14Het kabinet werkt aan passende wijkverpleging, waarbij het voorkomenvan zorg en stimuleren van zelfredzaamheid lonen. De bekostiging isdaarbij een van de instrumenten. Het kabinet is daarom voornemens omdoor te zetten op de weg die is ingezet om de integrale bekostiging in dewijkverpleging na afloop van de experimentperiode in 2029 regulier temaken. Dat betekent dat gecontracteerde aanbieders in de wijkverplegingook na afloop van de experimentperiode in principe gebruik kunnenblijven maken van integrale prestaties met vrije tarieven en naastuurtarieven ook afspraken met zorgverzekeraars kunnen maken over hetgebruik van dag-, week- of maandtarieven. Deze integrale prestatiesgeven zorgverzekeraars en zorgaanbieders de ruimte om passendecontracten af te sluiten, met aandacht voor bijvoorbeeld innovatie,preventie/reablement en werkplezier. Wel onderzoekt het kabinet nog inhoeverre de invoering van de eigen bijdrage in de wijkverpleginginteracteert met de integrale bekostiging.Ook zorgaanbieders zonder contract met een zorgverzekeraar of zorgaan-bieders die nog niet in staat zijn op een goede wijze met integrale13Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 24614Kamerstukken II, 2024–2025, 23 235, nr. 245Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 235, nr. 2615 prestaties te werken, moeten de zorg kunnen blijven leveren en inrekening kunnen brengen. In lijn met het uitvoeringsadvies van deNederlandse Zorgautoriteit (NZa)15 en de aangenomen motieRichardson16 over dit onderwerp, werkt het kabinet aan de explicietemogelijkheid van duale regulering voor een gehele zorgsector. Dit maakthet mogelijk om twee vormen van bekostiging binnen dezelfde sector tehanteren (bijvoorbeeld: én afzonderlijke prestaties met een maximum-tarief én integrale prestaties met een vrij tarief -in combinatie met eencontractvereiste). Zoals eerder is aangekondigd zal de Wet marktordeninggezondheidszorg (Wmg) op (o.a.) dit punt worden aangepast. Naarverwachting kan dit wetsvoorstel in Q2 van dit jaar in internetconsultatie.Om te zorgen dat de integrale bekostiging er ook daadwerkelijk voor zorgtdat in de praktijk de gewenste beweging ontstaat moeten zorgaanbiedersen zorgverzekeraars stevige inhoudelijke afspraken maken. Bijvoorbeeldover hoe de wijkverpleging – als onderdeel van een sterke eerste lijn –wordt georganiseerd in wijken en regio’s. Er zijn verschillende goedevoorbeelden van zorgverzekeraars en zorgaanbieders die bijvoorbeeld almet maandtarieven werken en daar goede resultaten van zien. Tegelij-kertijd is deze wijze van contractering in deze sector nog niet destandaard. In het najaar van 2025 is door VWS een eerste bijeenkomstgeorganiseerd, met naast IZA-partijen uit de wijkverpleging ook o.a.Buurtzorg, zorgverleners uit de praktijk en wetenschappers. Hierbij isgesproken over de vraag hoe partijen via de contractering de komendejaren stappen kunnen zetten op het gebied van werkplezier, innovatie,samenwerking en wijkgerichte preventie. De komende maanden zet ikdeze gesprekken voort. Voor de zomer informeert het kabinet de Kamerover de uitkomsten. Hiermee werkt het kabinet aan de invulling van deeerder genoemde toezegging.Moties inzake voldoende en goed opgeleid personeelVoldoende goed opgeleide professionals zijn essentieel voor eentoekomstbestendige wijkverpleging. Daarom investeert het kabinet inopleiding en ontwikkeling van zorgprofessionals in de eerste lijn.Via de motie van het lid De Korte17 is verzocht het structurele (AZWA-)opleidingsgeld tussen de verschillende beroepsgroepen in de eerste lijneerlijk te verdelen. In het AZWA is afgesproken om te investeren inopleiding en scholing. Hierbij ligt de focus op tekortberoepen en sectorenbuiten het ziekenhuis, zoals de eerstelijns zorg. Er is hiervoor per 2026 inhet AZWA € 53 miljoen beschikbaar, oplopend naar € 185 miljoen in 2029tot en met 2035.Voor 2026 is de subsidie strategisch opleiden in zorg en welzijn geopend.Met deze subsidie worden strategische opleidingsactiviteiten in zorg enwelzijn buiten de medisch-specialistische zorg gestimuleerd. Deuitvoering hiervan is belegd bij het samenwerkingsverband RegioPlus.Hierbij doet het kabinet deze motie van het lid De Korte af.Naast AZWA opleidingsmiddelen is specifiek voor de wijkverpleging per2025 structureel € 60 miljoen beschikbaar op de VWS-begroting. Voor dejaren 2025 en 2026 wordt hiervoor de subsidieregeling WerkgeverskostenOpleiden Wijkverpleging naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026gepubliceerd.15Kamerstukken II, 2024–2025, 23 235, nr. 24516Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 25517Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 258Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 235, nr. 2616 Voor een toegankelijke wijze van besteding van deze middelen voor dewijkverpleging én de AZWA middelen per 2027 ben ik in gesprek met debetrokken partijen van het AZWA. Als hier een besluit over is genomen zalik u hierover informeren. Dit is in lijn met de motie van de leden Slagt-Tichelman18 en De Korte19 over toegankelijk maken van opleidingsmid-delen voor de wijkverpleging en AZWA-opleidingsmiddelen per 2027.Toezegging en motie VijfminutenregistratieNaar aanleiding van de toezegging van het kabinet in het CommissiedebatWijkverpleging op 3 september jl. om in gesprek te gaan met de AZWApartijen hoe we de vijfminutenregistratie kunnen uitbannen, ben ik ingesprek gegaan met de betrokken partijen en de NZa. Hieruit bleek dat zijdit signaal niet herkennen vanuit hun eigen achterbannen. Daarom wordtgeen aanleiding gezien om hier verdere acties op te ondernemen.Daarnaast heeft het lid Dobbe20 een motie ingediend om de Wmg aan tepassen om een verbod op de vijfminutenregistratie mogelijk te maken.Wellicht ten overvloede merkt het kabinet op dat noch de Wmg, noch deNZa de verplichting tot vijfminutenregistratie oplegt. Een andere methodeom tijdsregistratie invulling te geven is mogelijk gemaakt in het«convenant afschaffen minutenregistratie». Sindsdien is er veel aandachtgeweest voor de implementatie van deze alternatieve registratiemethode;zorgplan=planning=realisatie, tenzij. Het kabinet vindt een wettelijk verbodop de vijfminutenregistratie niet proportioneel gezien het feit dat designalen van het gebruik van de vijfminutenregistratie niet herkendworden. Daarnaast grijpt een verbod ernstig in op de vrijheden vanzorgaanbieders om zelf hun administratie en bedrijfsvoering in te richten.Op het moment dat een zorgaanbieder het nodig acht een vorm vanregistratie in tijdseenheden te gebruiken, voor bijvoorbeeld het inroos-teren van medewerkers, moet dit mogelijk zijn en blijven. De gevraagdeaanpassing van de Wmg is gezien bovenstaande niet proportioneel,realistisch en uitvoerbaar. Het kabinet kan derhalve geen uitvoering aandeze motie geven.Tot slotMet de stappen die in deze brief zijn beschreven werkt het kabinet verderaan toekomstbestendige wijkverpleging als onderdeel van een sterkeeerstelijnszorg. De komende tijd werkt het kabinet in goed overleg met desector uit hoe we de afspraken in het coalitieakkoord over passende zorgals norm vertalen naar de praktijk.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. Sterk18Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 24819Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 25820Kamerstukken II, 2025–2026, 23 235, nr. 250Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 235, nr. 2617
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe de Kamer in het eerste kwartaal van 2026 te informeren over de uitgewerkte afspraken met betrekking tot de samenwerking, zodat duid
De staatssecretaris zegt toe de Kamer in het eerste kwartaal van 2026 te informeren over de uitgewerkte afspraken met betrekking tot de samenwerking, zodat duidelijk wordt wie welke verantwoordelijkheid heeft.
- De Kamer ontvangt de agenda Wijkverpleging voor het kerstreces 2025.
De Kamer ontvangt de agenda Wijkverpleging voor het kerstreces 2025.
- De staatssecretaris zegt toe dat ze in de brief in het eerste kwartaal specifiek ingaat op aanmeldportalen en wat er wel werkt en niet werkt.
De staatssecretaris zegt toe dat ze in de brief in het eerste kwartaal specifiek ingaat op aanmeldportalen en wat er wel werkt en niet werkt.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.