Verslag informele Raad Algemene Zaken - Cohesie 4-5 juni 2026
Brontekst
Versie 2ad6dac03b017c34 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-08MilieuraadNr. 1034 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN ENKLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 juni 2026Met deze brief ontvangt uw Kamer het verslag van de Raad AlgemeneZaken («RAZ») – Cohesie die op 4 en 5 juni jl. plaatsvond in Nicosia,Cyprus. Tevens informeer ik u over de onderhandelingen over de fondsenonder cohesiebeleid onder het volgende Meerjarig Financieel Kader(MFK).De Minister van Economische Zaken en Klimaat,H.G. Herbert kst-21501-08-1034ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10341 Verslag informele Raad Algemene Zaken (RAZ) – Cohesie 4–5 juni2026 Tijdens deze RAZ-Cohesie stonden er twee werksessies op de agenda: deeerste ging over de aangekondigde «Right to Stay» strategie en welke rolhet cohesiebeleid daarin kan spelen. De tweede ging over de aangekon-digde EU Strategie voor Eilanden en de eilanddimensie in het cohesie-beleid. Uw Kamer is hier eerder over geïnformeerd via de GeannoteerdeAgenda1 en de beantwoording van uw schriftelijke vragen2.«Right to Stay» en de rol van het cohesiebeleidDe eerste sessie werd geopend door uitvoerend vicevoorzitter van deEuropese Commissie Raffaele Fitto, verantwoordelijk voor cohesie enhervormingen. De Commissie vindt dat iedere Europeaan het recht heeftom te kunnen blijven wonen in de regio die men thuis noemt. Hierbijverwees de Commissaris naar de rapporten van Letta3 en Draghi4 enbenoemde een aantal elementen dat volgens de Commissie de basisvormt van een geïntegreerde aanpak om het Right to Stay te kunnengaranderen: economische ontwikkeling, werkgelegenheid, infrastructuur,bereikbaarheid, voorzieningen en huisvesting.Lidstaten verwelkomden in grote lijnen het initiatief voor de «Right toStay» strategie, maar verschilden van mening over de elementen waar hetcohesiebeleid op zou moeten focussen. Nederland was samen met eengroep lidstaten van mening dat de nadruk moet liggen op het creëren vaneconomische kansen door te investeren in de concurrentiekracht vanregio’s. Andere lidstaten wilden met het cohesiebeleid juist de nadrukleggen op het investeren in voorzieningen. Enkele lidstaten benoemdenhet belang van beide focusgebieden. Daarnaast werd door lidstaten aande oostgrens van de Unie gewezen op het belang van veiligheid als factorvoor inwoners om in bepaalde regio’s te blijven wonen.Tijdens de discussie werd ook de link gelegd met de lopende onderhande-lingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Nederland en eenaantal gelijkgestemde lidstaten benadrukten het belang van moderni-sering van het MFK en de nieuwe architectuur van de Nationale enRegionale Partnerschapsplannen (NRPP), met daarin meer aandacht voorconcurrentievermogen en een sterke koppeling met het EuropeesSemester. Een aantal andere lidstaten zag daarentegen het Right to Stayals een MFK-brede prioriteit die ook zijn weerslag zou moeten krijgen inandere Europese fondsen zoals het Europees Concurrentievermogenfonds(ECF).De eilanddimensie in het cohesiebeleid – aanstaande EU Strategie voorEilandenTijdens de tweede sessie over de eilanddimensie in het cohesiebeleidbenoemden vrijwel alle lidstaten enerzijds de specifieke uitdagingen vaneilanden zoals migratie, toegang tot publieke diensten, connectiviteit envoedsel(zekerheid), maar anderzijds ook de kansen die eilanden bieden ophet gebied van energie, blauwe economie, duurzaam toerisme endefensie/veiligheid (vanwege de strategische ligging). Daarbij riepenlidstaten zonder eilanden de Commissie ertoe op om in de aanstaandestrategie voor eilanden consistentie te zoeken met andere regio’s in een1Kamerstuk 21 501-08, nr. 10312Kamerstuk 21 501-08, nr. 10323Enrico Letta - Much more than a market (April 2024)4Mario Draghi - The future of European competitivenessTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10342 specifieke geografische context (bijvoorbeeld bergregio’s) die volgens henvaak met soortgelijke uitdagingen kampen. Nederland wees op het belangvan voldoende aandacht in de strategie voor de Landen en GebiedenOverzee (LGO’s).Meerjarig Financieel Kader – Gedeeltelijke algemene oriëntatiesSinds de publicatie van de Commissievoorstellen voor het volgende MFKin juli 2025, wordt in de Raad onderhandeld over de sectorale verordeningvoor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), hetCohesiefonds (CF) en Interreg. Tijdens de Raad Algemene Zaken (RAZ)van 16 juni zal, afhankelijk van de voortgang op het NRPP, ook devoortgang op deze sectorale verordening worden besproken. Hierbijstreeft het Cypriotische voorzitterschap ernaar een zogeheten gedeelte-lijke algemene oriëntatie (PGA) te bereiken. Het doel van deze PGA’s is hetvoorlopige standpunt van de Raad vaststellen met betrekking tot bepaaldeonderdelen van de wetgevingsvoorstellen van de Commissie en om hetformele onderhandelingsproces tussen de Commissie, de Raad en hetEuropees parlement (EP) te versnellen en te vergemakkelijken. Devoorgestelde PGA’s zien met name op de technisch-inhoudelijkevormgeving van de programma’s. De onderhandelingen over definanciële en budgettaire aspecten en de meest politieke punten vinden inde ER plaats via de negotiating box. De Raad besluit over de drieverordeningen op basis van gekwalificeerde meerderheid, terwijl debesluitvorming over de MFK-verordening en het Eigen Middelenbesluit(EMB) met unanimiteit plaatsvindt. Omdat dit slechts een PGA betreftwordt er bij deze aankomende RAZ ook niet gestemd. Er vindt dus noggeen besluitvorming plaats over de overkoepelende elementen van hetMFK, waaronder de financiële elementen.Uw Kamer is eerder geïnformeerd over de positie van het kabinet tenaanzien van het bereiken van een PGA op de verordening voor NRPP5. Hetkabinet kan zich vinden in het streven van het Cypriotisch voorzitterschapom een PGA te bereiken op de verordening voor EFRO, Interreg en het CFen neemt een positieve grondhouding aan. De laatste versies van decompromisteksten zijn grotendeels in lijn met de kabinetsinzet die op22 mei jl. aan de Kamer is verzonden. Nederland heeft zich ingezet vooreen focus op concurrentievermogen, wat grotendeels terugkomt in decompromisteksten. Voor EFRO en het Cohesiefonds was de inzet om debepalingen in de verordening zo beperkt mogelijk te houden, om zocoherentie met het overkoepelende NRPP-verordening te borgen enmaximale flexibiliteit binnen de NRPP’s te behouden. Dit uitgangspunt isgrotendeels behouden gebleven. Voor Interreg was de inzet om aanvul-lende bepalingen over de uitvoeringsmodaliteiten direct in de verordeningvast te leggen in plaats van in een uitvoeringshandeling. Dit is gelukt. Ophet moment van schrijven zijn de onderhandelingen over de verschillendeverordeningen nog gaande. Zodra de finale teksten voor deRAZ-bespreking gereed zijn, zal het kabinet de balans opmaken en haardefinitieve positie innemen. Alhoewel lidstaten hun formele positie nogmoeten bepalen, acht het kabinet de kans aannemelijk dat er in de Raadvoldoende steun is voor het bereiken van een PGA.5Kamerstuk 21 501-02, nr. 3427Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10343
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.