Voortgang Herziening Mijnbouwwet en programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond
Brontekst
Versie 0bf8eacb783b8f51 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 849MijnbouwNr. 293 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 januari 2026Met deze brief informeert het kabinet de Kamer, zoals toegezegd in hetdebat van 8 december 2025 over de incidentele suppletoire begrotinginzake Ternaard aan het lid Beckerman, vooruitlopend op het Commissie-debat Mijnbouw op 29 januari 2026 over de voortgang van diverseonderdelen van de Contourennota van januari 20231. In de Contourennotaheeft het vorige kabinet aanpassingen aangekondigd voor het mijnbouw-beleid en de wet- en regelgeving. Die aanpassingen zien op meer regieover het gebruik van de diepe ondergrond:1.Helderheid over noodzaak gebruik diepe ondergrond;2.Inzicht in waar gebruik kan plaatsvinden;3.De voorwaarden voor veilig, maatschappelijk, ruimtelijk en financieelverantwoord gebruik.Concreet informeert het kabinet de Kamer met deze brief over devoortgang van de herziening van de Mijnbouwwet en het programmaDuurzaam Gebruik Diepe Ondergrond (hierna ook: programma DGDO). Inde laatste voortgangsbrieven aan de Kamer van 31 januari 2025 en27 maart 20251 is aangegeven dat de internetconsultatie voor deherziening van de Mijnbouwwet voorzien was in het eerste kwartaal van2026 en het programma DGDO in het tweede kwartaal van 2026. Dezeplanning is helaas niet haalbaar gebleken. De nieuwe planning voor beidetrajecten is vanwege de benodigde zorgvuldigheid en samenhang in deuitwerking en afstemming met betrokken partijen opgeschoven naar Q12027. Hieronder licht het kabinet dit verder toe.Voortgang herziening MijnbouwwetHet kabinet werkt, in lijn met de Contourennota, aan een omvangrijkeherziening van de bestaande Mijnbouwwet. Met de herziening wil hetkabinet drie typen wijzigingen realiseren: 1) het verankeren van beleids-keuzes, 2) het borgen van eerder gemaakte keuzes en 3) het oplossen van1Kamerstukken II 2024/25, 32 849, nrs. 266 en 268 kst-32849-293ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 2931 knelpunten. Dit zal uiteindelijk leiden tot een vernieuwd wettelijk kadervoor veilig, maatschappelijk, ruimtelijk en financieel verantwoord gebruikvan de diepe ondergrond. Ook ontstaat meer regie bij de overheid («nee,tenzij») en zal de Mijnbouwwet beter passen bij afwegingen rond deschaarse ruimte, de veranderde rol van de diepe ondergrond en hetmaatschappelijk perspectief op het gebruik ervan.De Mijnbouwwet is onderdeel van een set aan instrumenten om regie tevoeren over het gebruik van de diepe ondergrond. Naast de herzieningvan de Mijnbouwwet, werkt het kabinet aan het programma DGDO, deimplementatie van de afspraken uit het sectorakkoord voor de (afbouwvan) gaswinning op land waarover de Kamer op 16 januari 2026 isgeïnformeerd2, diverse gebiedsprocessen, de Nationale Agenda Onder-grondse Waterstofopslag en het Stimuleringstraject Aardwarmte. Niet alhet beleid voor het gebruik van diepe ondergrond moet vastgelegdworden in de Mijnbouwwet. Bovendien kan via deze instrumenten opkortere termijn dan via het wetstraject resultaat worden geboekt.De uitwerking van de verschillende inhoudelijke onderdelen van deherziening van de Mijnbouwwet vordert, maar is inhoudelijk complex envraagt om zorgvuldigheid. Er zijn belangrijke beleidskeuzes in voorbe-reiding over onder andere de wettelijke eisen voor een nieuw nazorg-beleid voor de periode nadat een activiteit in de diepe ondergrond isgestopt en opgeruimd, een einddatum voor de winning van koolwater-stoffen en het veiligheidsbeleid. Ook wordt nagedacht over het betervastleggen van de betrokkenheid van de omgeving gedurende delevenscyclus van een project. Daarnaast moet de herziening deuitkomsten en inzichten van andere trajecten, zoals het programma DGDOen het sectorakkoord voor de gaswinning op land goed meenemen. In deafgelopen periode hebben de urgente parallel lopende trajecten, zoals hetdossier Ternaard en de recente uitspraak van het Europese Hof voor deRechten van de Mens over scope 3 emissies, gevraagd om keuzes rond deinzet van personeel. Dit alles maakt dat het noodzakelijk is meer tijd tenemen voor de herziening.Het kabinet zet daarom in op het starten van de internetconsultatie in Q12027. Er is dan voldoende tijd voor de uitwerking in samenhang met hetprogramma DGDO en het sectorakkoord, afstemming met betrokkenpartijen en natuurlijk inhoudelijke sturing door een nieuw kabinet.Het wetstraject ziet er de komende periode als volgt uit:Heden t/m Q4 2026Uitwerking: beleidskeuzes voorbereiden en afstemmen met decentraleoverheden, brancheorganisaties, adviseurs en toezichthouder. Dezeafstemming ziet op de inhoudelijke keuzes, maar ook op de uitvoer-baarheid, handhaafbaarheid, financiële consequenties en regeldruk.Q1 2027Internetconsultatie (6–8 weken) en verwerken van de reacties. Debenodigde tijd voor de verwerking is afhankelijk van de reacties.2Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1368Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 2932 Q1–2 2027Diverse toetsen:–Uitvoerings- en handhavingstoetsen (in elk geval: Staatstoezicht op deMijnen en decentrale overheden);–Wetgevingstoets (JenV);–Adviescollege Toetsing Regeldruk.Over het algemeen hebben deze adviseurs minimaal 8 weken de tijdnodig om een toets uit te voeren. Afhankelijk van de uitkomsten van dezetoetsen, zal voldoende tijd nodig zijn om de uitkomsten van de toetsen teverwerken waar dat noodzakelijk wordt geacht.Q2 2027Afstemming en besluitvorming binnen het Rijk (circa 1–2 maanden).Het wetsvoorstel doorloopt de benodigde ambtelijke afstemming enpolitieke besluitvorming voordat het wordt aangeboden aan de Raad vanState voor advies.Q3-Q4 2027Advies Raad van State (3–4 maanden).Q4 2027 – Q1 2028Het advies van de Raad van State wordt verwerkt en er wordt een NaderRapport opgesteld met de reactie op het advies. De verwerking en hetNader Rapport zal ook enkele maanden kosten, afhankelijk van het advies.Q1 2028Nadat het advies van de Raad van State is verwerkt en een Nader Rapportis opgesteld, kan na besluitvorming via de ministerraad de conceptwet enmemorie van toelichting aan uw Kamer worden aangeboden.In deze globale planning wordt rekening gehouden met vakantie- enrecesperioden. Parallel aan het wetstraject wordt de lagere regelgeving(Mijnbouwbesluit en Mijnbouwregeling) aangepast.Stand van zaken programma Duurzaam Gebruik Diepe Onder-grond (programma DGDO)Toewerken naar een visie op het gebruik van de diepe ondergrond meteen ruimtelijk kaderHet programma DGDO geeft inzicht in de toekomstige ruimtelijkeontwikkelingen in de diepe ondergrond voor de energie- en de grondstof-fenvoorziening. Het programma bevat een visie op het gebruik van dediepe ondergrond en een ruimtelijk kader. Dit kader geeft invulling aanwaar, wanneer en onder welke voorwaarden activiteiten in de diepeondergrond kunnen plaatsvinden. Daarbij is ook aandacht voor desamenhang met andere onder- en bovengrondse functies, evenalsregionale en nationale opgaven. Het Rijk geeft hiermee gehoor aan dewens tot meer sturing op de ruimtelijke ordening van de ondergrond. Ditprogramma zal als sectorale uitwerking van de Nota Ruimte invullinggeven aan de ordening van diepe ondergrond.Belangrijk daarbij is dat medeoverheden, burgers, bedrijven enmaatschappelijke organisaties zorgvuldig worden betrokken bij detotstandkoming van die visie en dit kader. Dit gebeurt via een maatschap-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 2933 pelijke dialoog. De maatschappelijke dialoog is een waardevol middelgebleken om in gesprek te zijn en te blijven. Het resulteert in inzichten enaandachtspunten die helpen om invulling te geven aan de visie en hetkader, die leiden tot gefundeerde keuzes en prioriteringen.De Kamer is in maart 2025 voor het laatst op de hoogte gesteld over devoortgang3. De afgelopen periode zijn belangrijke stappen gezet om tekomen tot een ontwerpprogramma. Hieronder wordt kort ingegaan op deverschillende bouwstenen ten behoeve van de totstandkoming van hetuiteindelijke ontwerpprogramma DGDO.Voldoende potentie in de ondergrond maar wel opschaling nodigAfgelopen najaar heeft TNO in opdracht van het Ministerie van Klimaat enGroene Groei het rapport «Ruimtelijke Verkenning Duurzaam GebruikOndergrond» opgeleverd. Dit bijgevoegde rapport laat het ondergrondsepotentieel zien voor een aantal activiteiten en hoeveel ondergrondseruimte er nodig is voor toekomstige activiteiten in de diepe ondergrond(tot 2050), zoals zoutwinning, aardwarmte en opslag van waterstof aan dehand van vier verschillende energiescenario’s. Deze verkenning levertdaarmee een gedetailleerde, kwantitatieve analyse van de vraag naar enhet aanbod van diverse natuurlijke energiebronnen, zoals warmte en zoutten behoeve van verschillend gebruik van de diepe ondergrond. Hetonderzoek geeft het kabinet onder andere inzicht dat opschaling vangeothermie en zoutcavernes ten behoeve van waterstofopslag nodig is.Steun voor gebruik van diepe ondergrond, maar veiligheid staat vooropOok inwoners zijn binnen de maatschappelijke dialoog actief betrokken.Omdat het programma betrekking heeft op activiteiten door heelNederland, is gebruikgemaakt van een online raadpleging: de Participa-tieve Waarde Evaluatie (PWE). Deze is ruim 5.000 keer ingevuld en geefteen breed beeld van ervaringen en perspectieven in het land. Mensen diepositief staan tegenover toekomstig gebruik van de diepe ondergrondvinden het wel belangrijk dat dit veilig gebeurt. Het onderzoek laat ondermeer zien dat mensen die schade hebben ervaren als gevolg van hetgebruik van de diepe ondergrond andere prioriteiten stellen dan degemiddelde inwoner. Ze zijn over het algemeen terughoudender over hettoekomstig gebruik ervan. De rapportage is als bijlage bijgevoegd.Regio- en themasessies met stakeholdersIn het najaar van 2025 zijn acht regiosessies met decentrale overhedengeorganiseerd in heel Nederland. In de regiosessies is er een gesprekgevoerd met provincies, waterschappen en gemeenten over waarom dediepe ondergrond gebruikt wordt en wat er wel en niet kan in de diepeondergrond. De eerder genoemde ruimtelijke verkenning van TNO washiervoor één van de vertrekpunten. Daarnaast is uitgewisseld watbelangrijk is bij het maken van keuzes: wat wordt waar, wanneer, waaromen onder welke randvoorwaarden wel of niet toestaan in de diepeondergrond?In het eerste kwartaal van 2026 worden themasessies georganiseerd metregionale overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. In dezesessies wordt voortgebouwd op de resultaten uit de regiosessies en wordtdieper op een aantal onderwerpen ingegaan voor verschillende vormenvan gebruik van de diepe ondergrond.3Kamerstukken II 2024/25, 32 849, nr. 268Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 2934 Formele procedure op grond van de OmgevingswetParallel aan de maatschappelijke dialoog wordt een plan-mer proceduregevolgd. De terinzagelegging van de concept Notitie Reikwijdte enDetailniveau (hierna: cNRD) is de eerste stap in de plan-mer procedure.Deze cNRD is het onderzoeksvoorstel voor het uit te voeren plan-mer-onderzoek en beschrijft wat in het plan-MER (rapport) zal wordenonderzocht, en op welke manier. De resultaten van het plan-MER wordenbenut voor het ontwerpprogramma. Het plan-MER wordt ook gepubli-ceerd, gelijktijdig met het ontwerpprogramma.In de laatste voortgangsbrief aan de Kamer 27 maart 20254 is aangegevendat het eerste formele moment voor het programma DGDO de terinzagelegging van de cNRD is. Deze was op dat moment voorzien in hetnajaar van 2025. In verband met extra interdepartementale afstemmingvindt terinzagelegging van de cNRD Q1 2026 plaats.De uitwerking van de verschillende inhoudelijke onderdelen van hetprogramma DGDO vordert, maar is inhoudelijk complex en vraagt omzorgvuldigheid. Het kabinet zet daarom in op het ter inzage leggen van hetontwerpprogramma in Q1 2027. Er is dan voldoende tijd voor deuitwerking in samenhang met het plan-MER, de uitkomsten van demaatschappelijke dialoog, de herziening van de Mijnbouwwet,afstemming met betrokken partijen en inhoudelijke sturing door eennieuw kabinet.Tot slotHet kabinet erkent dat herziening van de Mijnbouwwet een traject is datveel tijd kost en voelt de breed ervaren wens en urgentie om zo snel alsmogelijk tot herziening te komen. Het werk aan de Mijnbouwwet, hetprogramma DGDO en de implementatie van het Sectorakkoord voor degaswinning op land als onderdeel van het Sectorakkoord gaswinning inde Energietransitie wordt voortvarend en in goed overleg met betrokkenpartijen voortgezet.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. Hermans4Kamerstukken II 2024/25, 32 849, nr. 268Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 849, nr. 2935
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.