Voortgang aanpak personeelstekort in de kinderopvang
Brontekst
Versie 4a8d6b7ab2e02aca · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 322KinderopvangNr. 529 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 april 2024InleidingDe kinderopvang is een essentiële sector voor ouders met jonge kinderen.Een plek op de kinderopvang is goed voor de ontwikkeling van kinderenén stelt ouders in staat om te kunnen (blijven) werken. Kinderopvang isdaarmee van groot belang voor voldoende arbeidsaanbod op de krappeNederlandse arbeidsmarkt.Door het huidige en toekomstige personeelstekort in de kinderopvangstaan de toegankelijkheid en kwaliteit onder druk. Om ouders genoegplekken te kunnen (blijven) bieden voor hun kinderen, zijn er voldoendepedagogisch professionals nodig. Daarom vind ik het belangrijk dat dekinderopvang een aantrekkelijke werkplek is en blijft. Pedagogischprofessionals doen iedere dag onmisbaar werk. Ik wil mijn grotewaardering en dank uitspreken voor hun inzet. Samen met de sector wil ikervoor zorgen dat pedagogisch professionals hun werk kunnen doen metvoldoende collega’s en zonder onnodige werkdruk.Vorig jaar april heb ik uw Kamer een brief gestuurd over de aanpak vanhet personeelstekort in de kinderopvang.1 Er was toen sprake van eengroot aantal vacatures en een hoog verzuim. Ook nam de druk op desector toe door de groei van het aantal zzp’ers. Sindsdien zijn er ook meerpositieve cijfers en signalen, bijvoorbeeld over dalende vacatures en eensterk afgenomen zzp-groei.2 Op basis hiervan concludeer ik dat hetpersoneelstekort zich momenteel stabiliseert.Samen met sector ga ik door met acties om het tekort beheersbaar tehouden, nu en in de toekomst. Want uit prognoses blijkt dat tekort aanmedewerkers en de daarmee gepaard gaande uitdagingen de komende1Kamerstukken II, 2022–2023, 31 322, nr. 488.2Zie paragraaf 1 voor verdere toelichting op deze cijfers. kst-31322-529ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 5291 jaren een gegeven zullen blijven, ondanks de stabilisatie. Op langeretermijn zal het tekort naar verwachting oplopen. De sector speelt zelf eenbelangrijke rol in het verminderen van de personeelstekorten. Daarom wilik hierbij de sector oproepen om door te blijven gaan met eigen initia-tieven, met name op gebied van goed en aantrekkelijk werkgeverschap.Naast de aanpak van de tekorten in de kinderopvangsector, span ik mijook in om in bredere zin de krapte op de arbeidsmarkt te verminderen.Eerder heb ik uw Kamer geïnformeerd over de kabinetsbrede aanpak vanarbeidsmarktkrapte.3 Uw Kamer zal in het kader van motie Podt4 voor hetzomerreces een brief ontvangen, waarin ik nader inga op hoe de krapte inmaatschappelijke sectoren onderling met elkaar samenhangt.LeeswijzerIk begin met een toelichting op de nieuwe cijfers over de arbeidsmarktkinderopvang om uw Kamer inzicht te geven in ontwikkelingen in hetpersoneelstekort op de korte en lange termijn (paragraaf 1). Hiernabeschrijf ik de belangrijkste nieuwe acties om het tekort tegen te gaan(paragraaf 2). De brief sluit af met een conclusie (paragraaf 3). Een standvan zaken van de overige lopende acties om het personeelstekort teverminderen, licht ik toe in de bijlage (1).Mijn aanpak van het personeelstekort bestaat uit drie pijlers, waarin deacties zijn onderverdeeld: 1) nieuwe medewerkers aantrekken, 2) huidigemedewerkers behouden en 3) meer uren werken stimuleren. Deze pijlersen bijbehorende acties vindt u terug in paragraaf 2 van de brief en in debijlage.1. Nieuwemedewerkersaantrekken2. Huidigemedewerkersbehouden3. Meer uren werkenstimulerenBriefOntwikkelpadkinderopvangBalans zzp enloondienstAanpak contractuitbrei-dingSubsidieregelinggroepshulpenOpen Kaart – Startupin ResidenceOnderzoek uitstroomgastoudersBijlageBeroepskrachten-in-opleidingHerijking kwaliteits-eisenCombinatiebanenArbeidsmarktcam-pagneTaaleis 3F NederlandsBetere spreiding van dewerkweekKandidatenreisProfessioneelzeggenschapVoorschoolseeducatieSubsidie duurzameinzetbaarheid 1. Nieuwe cijfers In deze paragraaf beschrijf ik de nieuwe inzichten in de arbeidsmarktkinderopvang uit de laatste onderzoeken en cijfers. Dit betreft een nieuweversie van de arbeidsmarktprognose met geactualiseerde tekortprognosesen de eerste resultaten van de wachttijdenmonitor. Ook zijn er nieuwe3Kamerstukken II, 2021/2022, 29 544, nr. 1115. en Kamerstukken II 2022/2023, 29 544, nr. 1174.4Kamerstukken II, 2023/2024, 29 544, nr. 1238.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 5292 cijfers over onder meer in- en uitstroom, tevredenheid en aantallenzzp’ers. De onderzoeken geven het beeld dat het personeelstekort zich opkorte termijn stabiliseert. Ook zijn de uitdagingen die met het tekortgepaard gaan het laatste jaar minder urgent geworden. Zo neemt hetaantal ouders dat lang wacht op een plek op de kinderopvang af, vlakt degroei van het aantal zzp’ers af en daalt het verzuim. De sector groeit nogaltijd gestaag en de inhoudelijke tevredenheid van medewerkers blijfthoog. Dit zijn positieve ontwikkelingen. Tegelijkertijd zal het personeels-tekort de komende jaren een gegeven blijven en volgens de arbeidsmarkt-prognose op langere termijn oplopen. Acties blijven dus nodig.Groei van de sectorDe kinderopvangsector is de afgelopen jaren flink gegroeid, ondanks depersoneelstekorten. In het tweede kwartaal van 2023 werkten er circa124.000 mensen in de kinderopvang. In het tweede kwartaal van 2022waren dit ongeveer 117.00 medewerkers. In 2021 was dit 111.000 en in2020 102.000.5 Het is goed om te zien dat de sector nog altijd gestaagdoorgroeit en veel nieuwe mensen aantrekt.ABF arbeidsmarktprognoseABF Research heeft in december 2023 een nieuwe versie van de arbeids-marktprognose gepubliceerd (versie 2023). De prognose geeft inzicht in dehuidige en toekomstige tekorten in de kinderopvang. De effecten vanmitigerende arbeidsmarktmaatregelen, zoals de acties die de sector en iknemen, zijn niet meegenomen in de prognose. De effecten zijn nieteenduidig genoeg te kwantificeren om mee te nemen in de langeretermijn berekeningen.De laatste prognose laat zien dat er op dit moment een tekort is vancirca 6.000 personen in de kinderopvang. De komende jaren, tot en met2026, zal dit aantal naar verwachting redelijk stabiel blijven. Dit onder-steunt het beeld dat de tekorten zich stabiliseren op de korte termijn. Opde langere termijn zie ik een ander beeld. Vanaf 2027 groeit in hetbeleidsrijke scenario dit tekort door tot 41.900 mensen in 2033. Hetbeleidsrijke scenario gaat uit van een herziening van het financierings-stelsel van de kinderopvang in 2027, zoals beschreven in het Coalitieak-koord van kabinet Rutte IV. Deze forse stijging van het tekort komt doordatin dit scenario de vraag naar kinderopvang zal toenemen. In hetbeleidsarme scenario, zonder herziening van het financieringsstelsel, stijgthet tekort vanaf 2027 eveneens, maar voorspelt ABF voor 2033 een lagertekort van 19.500 mensen. Ook zonder ingrijpende wijzigingen in hetfinancieringsstelsel zal het tekort aan medewerkers in de kinderopvangdus op langere termijn toenemen. De prognose toont het belang om doorte blijven gaan met de acties om het personeelstekort te verminderen.In de beantwoording van schriftelijke vragen van het lid Maatoug van8 februari 2024,6 ga ik dieper in op de recente cijfers over de arbeidsmarktkinderopvang. Daar deel ik onder meer de arbeidsmarktprognose perregio, alsmede inzicht in de tekorten in historisch perspectief en tenopzichte van andere sectoren.5CBS, AZW Statline, Werknemers met een baan in de zorg en welzijn.6Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 981.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 5293 WachttijdenmonitorOnderzoeksbureau Significant heeft een wachttijdenmonitor opgezet inopdracht van SZW. Het doel van de monitor is om inzicht te krijgen in deontwikkeling van wachttijden en tijdig knelpunten te kunnen signaleren inde beschikbaarheid van kinderopvangplekken. De monitor wordt jaarlijksvernieuwd. Het rapport vindt u als bijlage bij deze brief. Op www.wachttij-denkinderopvang.nl is het dashboard beschikbaar.Uit de monitor blijkt dat het merendeel van de ouders 0 tot 1 maandwacht op een plek op de kinderopvang, maar dat er voor een flink aantalouders sprake is van aanzienlijke wachttijden. De monitor definieertwachttijd als de tijd tussen de gewenste en de daadwerkelijke plaatsings-datum. Ouders die helemaal niet hoeven te wachten op een plek op dekinderopvang, vallen in de categorie «wachttijd 0 tot 1 maand». De cijfersvoor het vierde kwartaal van 2023 zijn als volgt:Wachttijd0–1 maand1–3 maandenLanger dan3 maandenKinderdagverblijf62 procent23 procent15 procentBuitenschoolse opvang75 procent13 procent12 procentGastouderopvang76 procent12 procent12 procent Het is goed dat de meeste ouders niet hoeven te wachten op een plek opde kinderopvang vanaf de door hen gewenste datum. De groep die langerdan 3 maanden moet wachten op een plek is echter wel substantieel. Welis deze groep gelukkig kleiner geworden het afgelopen jaar. In het eerstekwartaal van 2023 bedroeg het aandeel langwachtende ouders 23 procentvoor dagopvang en 16 procent voor bso. Deze percentages zijn respectie-velijk gedaald tot 15 en 12 procent in het laatste kwartaal van 2023. Ditsluit aan bij het algemene beeld dat de personeelstekorten zich stabili-seren, en daarmee ook de wachttijden. Bij gastouderopvang zie ik eenander patroon. Tussen het eerste kwartaal en het laatste kwartaal van 2023is het aandeel langwachtende ouders gestegen van 7 tot 12 procent. Eenaanname voor deze stijging is dat het aanbod van gastouders daalt. Deacties die ik onderneem op gebied van in- en uitstroom in de gastouder-opvang beschrijf ik in paragraaf 2.De wachttijdenmonitor geeft verder nog een aantal noemenswaardigeresultaten. Zo toont de monitor aan dat ouders van kinderen met eenindicatie voor voorschoolse educatie (VE) vaak langer wachten dan ouderszonder VE-indicatie. Het verschil in het aandeel langwachtende oudersbetreft 15 procentpunt. Dit vind ik zorgelijk. In een uitvraag via debranchepartijen noemden kinderopvangorganisaties dat deze langerewachttijden mogelijk te verklaren zijn door een toename van het aantalkinderen dat een VE-indicatie krijgt en door het personeelstekort in de VE.In de bijlage ga ik in op de aanpak van de Minister voor Primair enVoortgezet Onderwijs om deze tekorten specifiek in de VE tegen te gaan.Ook zijn de wachttijden langer voor kinderen met een broertje of zusje opdezelfde locatie. Ouders willen hun kind graag op dezelfde dag plaatsenals het broertje of zusje. Daardoor zijn zij waarschijnlijk weinig flexibel inde keuze voor een opvangdag en staat het kind langer op de wachtlijst.Tot slot blijkt dat ouders hun kinderen ver voor gewenste plaatsinginschrijven. Gemiddeld schrijven ouders hun kinderen 6 maanden voor degewenste plaatsingsdatum in bij de kinderdagverblijf of bso. Bij gastou-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 5294 deropvang is dat 4 maanden. Dit kan komen doordat (aanstaande) oudersinspelen op de lange wachtlijsten in de kinderopvang.De monitor zal jaarlijks resultaten bieden over de wachttijden in dekinderopvang. Op basis hiervan kan ik de ontwikkeling van de wachttijdenmonitoren. Met deze cijfers en andere inzichten in de arbeidsmarktkinderopvang, zoals uit de arbeidsmarktprognose, kan ik bezien wat ernodig is om de toegankelijkheid van de kinderopvang te borgen.De monitor is gebaseerd op data van 18 kinderopvangorganisaties, metgezamenlijk 11.140 locaties en 27.871 kinderen, verspreid over het land.De wachttijden voor gastouderopvang zijn gebaseerd op data vangastouders die aangesloten zijn bij twee grote gastouderbureaus. Het gaathierbij om ongeveer 2.500 gastouders.VacaturesHet aantal openstaande vacatures per 1.000 banen is gedaald ten opzichtevan het vorige jaar. Deze zogenoemde vacaturegraad was 41 in het derdekwartaal van 2023. Dit was 56 in het tweede en derde kwartaal van 2022,de hoogste vacaturegraad tot dan. Sindsdien is het aantal vacaturesgedaald. Het aantal openstaande vacatures ging van 6.950 eind 2022 enbegin 2023, naar 5.550 in het vierde kwartaal van 2023.7 Dit is positief enondersteunt het beeld dat de personeelstekorten het afgelopen jaar zijngestabiliseerd.In- en uitstroomDe instroom van medewerkers is nog altijd hoger dan de uitstroom. Deinstroom in de kinderopvang bedroeg in het derde kwartaal van 2023 intotaal 18.910 personen. De kinderopvang is daarmee nog altijd eenaantrekkelijke sector voor mensen om in te gaan werken. Daartegenoverstroomden 13.930 personen uit ten opzichte van het jaar daarvoor. Hetnetto instroomsaldo was daarmee 4.980 medewerkers. Het verloop vanmedewerkers in de kinderopvang was in de periode 2020/2022circa 11 procent. Dit is vergelijkbaar met het verloopcijfer van de bredezorg en welzijn sector. Het percentage is vrij stabiel gebleven over dejaren (2010–2022).8 Er zijn dus geen signalen dat de uitstroom momenteelzorgwekkend hoog is, ook niet ten opzichte van andere zorgsectoren ofvoorgaande jaren. Wel ondersteunen deze cijfers het belang om in deaanpak in te zetten op het verminderen van de uitstroom.VerzuimHet verzuim is het afgelopen jaar gedaald in de kinderopvang. Hetgemiddelde verzuimpercentage voor 2023 was 7,7 procent. Hethoogtepunt lag op een verzuimpercentage van 10 procent, begin 2022. In2022 was het gemiddelde verzuimpercentage 8,3 procent. Dit laat zien datde grootste druk op de sector het afgelopen jaar afneemt. Voor allesectoren was het verzuim gemiddeld 5,3 procent in 2023. Voor de bredezorg en welzijn sector was dat gemiddeld 7,4 procent. Het verzuimper-centage voor de kinderopvang is dus hoger dan het gemiddelde van allesectoren, maar wel vergelijkbaar met het percentage voor de zorg enwelzijn sector.97CBS, AZW Statline, Vacatures; ontstaan, openstaand, vacaturegraad.8CBS, AZW Statline, Mobiliteit van werknemers; AZW (breed), instroom, uitstroom, saldo, regio.9CBS, AZW Statline, Ziekteverzuimpercentage; AZW branches.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 5295 TevredenheidHet overgrote deel van de medewerkers in de kinderopvang is erg positiefover de inhoud van het werk: 90 procent vindt het inhoudelijk leuk werken 82 procent vindt het erg zinvol. Ook vindt het merendeel van demedewerkers hun werk leuk. In het tweede kwartaal van 2023 was ditongeveer 70 procent van de medewerkers. Ik ben blij om te zien in dezecijfers dat medewerkers weten hoe belangrijk hun inzet is. Wel is dewerkdruk een aandachtspunt. 55 procent vond de werkdruk te hoog,45 procent vond deze goed. Dit is een daling van het aandeelmedewerkers dat de werkdruk te hoog vindt in vergelijking met hettweede kwartaal van 2022 (toen: 61 procent). Andere aandachtspunten zijnvoldoende tijd voor kinderen (ervaart 40 procent), voldoende loopbaan-perspectief (ervaart 42 procent) en een passende beloning (ervaart 35procent).10 Deze aandachtspunten neem ik mee in mijn acties. Hetherijkingstraject van de kwaliteitseisen in de kinderopvang heeft als doelom eisen die onnodige werkdruk en administratie met zich meebrengen,aan te passen zonder in te boeten op kwaliteit (zie bijlage). Dit zorgt voormeer tijd voor de kinderen. Ook ben ik bezig met het uitrollen van hetOntwikkelpad, dat meer doorgroeimogelijkheden biedt (zie paragraaf 2).Tot slot zijn de cao-partijen in de kinderopvang bezig met nieuwecao-onderhandelingen. Ik wil hen oproepen om aantrekkelijke arbeids-voorwaarden, in het kader van goed werkgeverschap, hierin mee tenemen.ZZPDe groei van het aantal zzp’ers in de kinderopvangsector is in 2023afgenomen. Het aantal registraties als zzp’er in de kinderopvang bij deKamer van Koophandel nam in 2023 met bijna 1 procent toe. In 2022 wasde groei nog 22,5 procent t.o.v. 2021.11 Er is geen onderzoek gedaan naareen verklaring voor deze afgenomen groei. Wel hoor ik vanuit de sectordat er kinderopvangorganisaties zijn die er principieel voor kiezen omgeen zzp’ers meer in te zetten, omdat de kwaliteit hierdoor in het gedingkan komen. Verder lijken de tarieven die zzp’ers kunnen vragen af tenemen, wat de aantrekkingskracht op het zzp-schap vermindert. Tot slotzou de verhoging van de cao-lonen een reden kunnen zijn voor zzp’ers omterug te keren in loondienst. De toename van het aantal zzp’ers deafgelopen jaren baarde mij zorgen, omdat de kwaliteit van de kinder-opvang in het geding zou kunnen komen. Ik ben daarom dan ook blij datde cijfers laten zien dat het aantal zzp’ers weer stabiliseert.2. Nieuwe acties Hieronder deel ik met uw Kamer de belangrijkste nieuwe acties om depersoneelstekorten tegen te gaan. Onder de pijler «nieuwe medewerkersaantrekken» heb ik het «Ontwikkelpad kinderopvang» en de «Subsidiere-geling groepshulpen» vormgegeven. Voor het behoud van medewerkersbeschrijf ik wat ik doe op gebied van de balans tussen loondienst en zzp.Ook ga ik in op de ontwikkeling van het kaartspel «Open Kaart» voor meerwerkplezier en de uitstroom van gastouders. Tot slot deel ik wat ergebeurt om de deeltijdfactor te verhogen. De stand van zaken op overigeacties die de sector en ik ondernemen om het tekort te verminderen, deelik in de bijlage.10CBS, AZW Statline, Werknemers; tevredenheid en psychosociale arbeidsbelasting.11Kanttekening is dat dit cijfer zowel de ontwikkeling van zzp’ers in de gastouderopvang als inkindercentra omvat. In zowel 2022 als in 2023 nam het aantal gastouders af. Het aantal zzp’ersin kindercentra steeg dus iets harder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 5296 Pijler 1: nieuwe medewerkers aantrekkenOnder deze pijler vallen alle maatregelen om de instroom van nieuwemedewerkers te verhogen. Door meer instroom neemt het personeels-aanbod toe en vermindert dit de personeelstekorten. Instroom kan uitverschillende hoeken komen, bijvoorbeeld via opleidingen, zij-instroom,herintreding of via het «Ontwikkelpad». Dat vraagt om verschillendeaanpakken, waar ik hieronder op inga.Ontwikkelpad kinderopvangEen van de belangrijkste nieuwe acties is het Ontwikkelpad kinderopvang.Het doel van het Ontwikkelpad is om instroom en doorgroei in dekinderopvang te bevorderen, voor zowel huidige werkenden in dekinderopvang als werkzoekenden. Daarbij is specifieke aandacht voor degroep mensen voor wie direct instromen als pedagogisch professionalniet mogelijk is. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwkomers, Oekraïenseontheemden of langdurig bijstandsgerechtigden. De branchepartijen in dekinderopvang BK en BMK brachten dit Ontwikkelpad tot stand in nauwesamenwerking met mijn ministerie, het Ministerie van OCW en SBB. Debranchepartijen BK en BMK zijn «eigenaar» van het Ontwikkelpad.Het Ontwikkelpad ondersteunt de stapsgewijze ontwikkeling van nieuween huidige medewerkers in de kinderopvang. De instapfunctie vangroepshulp biedt kansen voor werkzoekenden zonder de juiste voorop-leiding of werkervaring. Aan deze functie zijn namelijk geen kwalificatie-eisen verbonden. Groepshulpen kunnen zich verder ontwikkelen doortijdens het werk (een deel van) een mbo-opleiding te doen. Zo ontwik-kelden de branchepartijen BK en BMK en SBB het nieuwe certificaat«Ondersteuning in de kinderopvang» bij de mbo 2-opleiding HelpendeZorg en Welzijn. Indien voor hen haalbaar, kunnen zij zich verderontwikkelen tot pedagogisch professional.Het Ontwikkelpad zie ik als een mooi instrument waar veel verschillendegroepen baat bij hebben. Het trekt nieuwe medewerkers aan voor dekinderopvang, die anders wellicht niet aan het werk waren of minderpassend werk deden. In Nederland zijn er veel mensen die willen werkenmet kinderen, maar niet de juiste diploma’s hebben of de Nederlandsetaal nog niet machtig zijn. Ik vind het belangrijk dat deze mensen zinvolwerk kunnen doen in een cruciale sector als de kinderopvang. Ook zorgtde instroom van groepshulpen op korte termijn voor een lagere werkdrukvan pedagogisch professionals en op langere termijn voor een hogeredoorstroom naar pedagogisch professional. Dat heeft weer positieveeffecten op de uitstroom, het personeelstekort en de wachttijden voorouders. Het Ontwikkelpad is dus voor belang voor de kinderopvang ensamenleving als geheel.Al 22 arbeidsmarktregio’s zijn met het Ontwikkelpad kinderopvang aan deslag. In vijf van deze «voorloperregio’s» voert onderzoeksbureauSignificant een onderzoek uit naar de uitvoering van het Ontwikkelpad. Deresultaten gebruiken de betrokken partijen en ik om verdere uitvoering enopschaling van het Ontwikkelpad kinderopvang en ontwikkelpaden voorandere sectoren, zoals de techniek, te bevorderen. In het vierde kwartaalvan 2024 volgt de eindrapportage.Alle kinderopvangorganisaties, opleiders en arbeidsmarktregio’s (onderregie van de centrumgemeenten) kunnen sinds november 2023 aan deslag met de uitvoering van het Ontwikkelpad. SZW en OCW bieden hierbijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 5297 ondersteuning.12 Zo zijn er websites13 met ondersteunende materialen,zoals een handreiking met toelichting op de verschillende scholingsmoge-lijkheden uit het Ontwikkelpad en een communicatietoolkit. Daarnaasthebben SZW en OCW een handreiking opgesteld voor arbeidsmarktre-gio’s om een (potentiële) deelnemer aan het Ontwikkelpad en dekinderopvangorganisatie goed te kunnen ondersteunen. Verder organi-seren de branchepartijen BK en BMK en stichting Nederland OnderneemtMaatschappelijk! werkgeverssessies in de arbeidsmarktregio’s. In dezesessies krijgen kinderopvangorganisaties informatie en is er ruimte voorhet stellen van vragen. Ook kunnen ze ervaringen uitwisselen enaangeven welke ondersteuningsbehoeftes er zijn. Tot slot start binnenkorteen campagne op sociale media om kinderopvangorganisaties enthou-siast te maken voor het Ontwikkelpad en werkzoekenden aan te spreken.In de campagne komen via filmpjes werkgevers en werknemers aan hetwoord die al aan de slag zijn. Met deze acties stimuleren de betrokkenpartijen en ik de inzet van het Ontwikkelpad.Momenteel verken ik, samen met de branchepartijen BK en BMK,mogelijkheden om het Ontwikkelpad door te ontwikkelen. Met als doel ombij een volgende versie van het Ontwikkelpad, ook zij-instroom-mogelijkheden inzichtelijk te maken voor mensen met een mbo3-opleiding in een andere richting. Ook kijken we naar het toevoegen vanontwikkelmogelijkheden richting het hbo. Zo maakt het Ontwikkelpad nogmeer instroom- en doorgroeimogelijkheden inzichtelijk.Met deze maatregel geef ik gehoor aan de motie van de leden VanBeukering-Huijbregts en Sahla (D66), die de regering verzoekt om ervoorte zorgen dat iedereen die dat wil en die veilig met kinderen kan werken,aan de slag kan in de kinderopvang.14Subsidieregeling groepshulpenOm werkgevers in de kinderopvang te stimuleren aan de slag te gaan methet Ontwikkelpad, heb ik een tijdelijke subsidieregeling voor groeps-hulpen aangekondigd. De loonkosten van de «bovenformatieve»groepshulp komen namelijk vaak als knelpunt terug bij de uitvoering vanhet Ontwikkelpad. Deze tijdelijke regeling heeft als doel om kinderopvang-organisaties te stimuleren groepshulpen aan te nemen en hen zich verderte laten ontwikkelen. Met de regeling kom ik kinderopvangorganisatiesgedeeltelijk tegemoet in de loonkosten van groepshulpen die zij scholingbieden via praktijkleren in het mbo. Deze subsidie verlaagt zo de financiëledrempel van het (duurzaam) aannemen en ontwikkelen van eengroepshulp. De subsidieregeling publiceer ik naar verwachting eind april2024.Ik wil kinderopvangorganisaties oproepen om aan de slag te gaan met hetinzetten en ontwikkelen van groepshulpen, met behulp van het Ontwik-kelpad en de subsidieregeling. Met behulp van de regeling kunnen er naarverwachting in totaal ongeveer 200 tot 300 nieuwe groepshulpen per jaarworden aangenomen. Dit kan zorgen voor een lagere werkdruk vanpedagogisch professionals, meer doorgroei van groepshulpen en oplangere termijn een lager personeelstekort.Verdere specificaties zullen in de binnenkort te publiceren regeling entoelichting te vinden zijn. De regeling zal lopen van 2024 tot en met 2026.12in samenwerking met de branchepartijen BK en BMK, de stichting NL onderneemt maatschap-pelijk!, de Programmaraad Regionale Arbeidsmarkt en het Kennispunt LLO.13www.samenvoordeklant.nl/ontwikkelpaden; www.kinderopvang-werkt.nl/ontwikkelpad.14Motie – Kamerstukken II, Vergaderjaar 2022–2023, 29 544, nr. 1148.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 5298 Ik zal de regeling en de effecten hiervan op de inzet van groepshulpennauwlettend volgen.Na publicatie van de regeling organiseer ik samen met de branchepartijenBK en BMK en Stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk! eenwebinar om geïnteresseerde kinderopvangorganisaties nader te infor-meren over de regeling.Tot slot zal ik uw Kamer binnenkort informeren over de hoofdlijnen van detijdelijke scholingsregeling die vanuit de in 2023 resterendeSTAP-middelen wordt gefinancierd. Ik wil deze regeling richten opmaatschappelijk cruciale kraptesectoren, zoals de kinderopvang, conformde motie Van der Lee15. De scholingssubsidie is een stimulans voor deinstroom van nieuwe medewerkers en professionele ontwikkeling vanmensen die al in deze maatschappelijke sectoren werken.Pijler 2: huidige medewerkers behoudenDe tweede pijler richt zich op het beperken van de uitstroom. Dit betreftonder meer goed en aantrekkelijk werkgeverschap, beroepstrots enwerkplezier. Maar ook het hoog houden van de kwaliteit in de kinder-opvang, zonder de werkdruk hierdoor onnodig te verhogen. Tevredenmedewerkers die in de kinderopvang willen blijven werken, dragen bij aanhet verminderen van de personeelstekorten.Balans zzp en loondienstEind 2022 lieten kinderopvangorganisaties, brancheorganisaties en detoezichthouders mij weten dat de kwaliteit, veiligheid en betaalbaarheidvan kinderopvang in het gedrang kwam door de forse groei van zzp’ers.Cijfers van de Kamer van Koophandel laten zien dat de groei van hetaantal zzp’ers in 2023 is afgenomen (zie paragraaf 1). Dat is een positieveontwikkeling. Het totale aantal zzp’ers dat actief is in de kinderopvang ligtechter nog altijd hoger dan in de periode voor 2022.In de kinderopvang zal altijd een flexibele schil nodig zijn om piek- enziekmomenten op te vangen. Uitgangspunt is dat er een gezonde balanskomt tussen de flexibele en vaste schil. Daarbij vind ik het belangrijk datde kwaliteit van de kinderopvang met inzet van vast en flex gewaarborgdblijft.Het is voor de toegankelijkheid en kwaliteit van de kinderopvang vangroot belang dat er voldoende medewerkers in loondienst zijn. Ik vind hetonwenselijk als medewerkers in loondienst stoppen met werken in dekinderopvang omdat ze ontevreden zijn over de wijze waarop het werk isgeorganiseerd. De sector is primair verantwoordelijk om werken inloondienst aantrekkelijker te maken. Binnen het PNIL-werkprogrammalevert het kabinet, in aanvulling op de generieke en sectorale inzetten, eenaanvullende aanpak voor het stimuleren van werken in vaste dienstbe-trekking en in de aanpak van schijnzelfstandigheid. Over de voortgang vandit programma heb ik uw Kamer in de brief van 24 januari 2024 geïnfor-meerd.16Mijn ministerie organiseerde op 12 maart jl. samen met de Belasting-dienst en de drie brancheorganisaties in de kinderopvangsector eenbijeenkomst over de wettelijke kaders waarbinnen organisaties kunnenwerken met zelfstandigen. Aan deze bijeenkomst namen ongeveer25 kinderopvangorganisaties deel. Het doel was om bewustwording te15Kamerstukken II, 29 544, nr. 1184.16Kamerstukken II, 2022/23, 31 311, nr. 246.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 5299 creëren over de (wettelijke) kaders waarbinnen gewerkt dient te wordenmet zelfstandigen en het gesprek daarover aan te gaan. Uit dit gesprekkwam naar voren dat deelnemende kinderopvangorganisaties vinden datze verder moeten kijken dan alleen gebruik te maken van zzp’ers. Dat wilzeggen dat ze naar andere manieren kijken om flexibel personeel aan tetrekken, zonder daarbij gebruik te maken van de inzet van zzp’ers. Alsvoorbeeld werd de inzet van uitzendkrachten genoemd. Daarbij is het vanbelang om deze voorbeelden met elkaar te delen. Overigens bleek dat eendeel van de aanwezige organisaties geen zzp’er inzet als pedagogischprofessional. Verder ging het gesprek over de vraag in hoeverre werkenmet en als zelfstandigen in de kinderopvang kan op basis van devigerende wet- en regelgeving. Conclusie is dat de aanwezigen zichafvragen of je voor de functie van pedagogisch professional in allegevallen als zelfstandige kan werken. Ik vind het positief dat de sectoractief met deze vraag aan de slag is. Bovendien gaven de deelnemers aandat inzetten op aantrekkelijk werkgeverschap belangrijk blijft om werkenin loondienst aantrekkelijk te houden. Niet alleen financiële overwegingenspelen een rol voor zzp’ers, maar evengoed ook de wijze waarop het werkis georganiseerd. Tot slot gaven de kinderopvangorganisaties aan dat hetook goed is om niet alleen het gesprek over zzp’ers te voeren, maar vooralmet hen. Ik vraag de brancheorganisaties dan ook om zzp’ers te betrekkenbij deze discussie. Ik kijk terug op een geslaagde bijeenkomst, maar metéén gesprek zijn we er nog niet. Daarom vraag ik aan werkgevers in dekinderopvang om deze gesprekken voort te zetten en samen anderemanieren van flexibele inzet te verkennen.Tot slot zijn de cao-partijen in de kinderopvang in januari dit jaar gestartmet de onderhandelingen van een «overgangs-cao». Deze cao zal lopenvan juli tot en met december 2024. Binnenkort starten zij ook met deonderhandelingen over een «cao van de toekomst» in de kinderopvang,die vanaf 2025 kan lopen. Ik roep de cao-partijen op om in te zetten opgoed en aantrekkelijk werkgeverschap en daarbij aandacht te hebben voorde wijze waarop (binnen de wettelijke kaders) invulling wordt gegevenaan de flexibele schil.Open Kaart – Startup in Residence programmaIn mijn vorige brief van april 2023 heb ik uw Kamer geïnformeerd overmijn deelname aan het Startup in Residence Intergov programma. Hetdoel hiervan was om een oplossing te vinden voor de hoge uitstroom inde kinderopvangsector.De startup Brugwerk heeft een interventie «Open Kaart – Bouwen aanWerkplezier» ontwikkeld om het werkplezier van de medewerkers teverhogen. Open Kaart is een spel met vraagkaarten die de nadruk leggenop de positieve aspecten van het werken in de kinderopvang. De kaartenlaten pedagogisch professionals gedurende de dag stilstaan bij wat henplezier geeft in het werk en hoe waardevol hun inzet is. Doordat kinderenkunnen meedoen aan dit spel, kunnen medewerkers het op de werkvloerspelen en integreren in hun dagelijkse activiteiten. Doel is om zo hetwerkplezier van pedagogisch professionals te verhogen. Medewerkers diemet plezier werken, zijn meer betrokken, leveren betere prestaties én zijnminder geneigd een andere baan te zoeken. Meer werkplezier heeft dusook een positief effect op de uitstroom.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 52910 Om de effectiviteit en functionaliteit van Open Kaart te onderzoeken, heeftBrugwerk pilots uitgezet bij twee kinderopvangorganisaties. De25 deelnemers van de pilot waren positief over het spel, gaven aan dat hetleidt tot meer werkplezier en beoordelen hun algemene werktevredenheidmet ongeveer 0,5 punt hoger na de pilot. Ik ben positief gestemd overdeze eerste resultaten. Daarom ben ik op dit moment met Brugwerk ingesprek over welke opties er zijn voor verdere ontwikkeling van het spelen of en hoe ik Brugwerk hierbij kan ondersteunen. Doel hiervan is datmeer kinderopvangorganisaties aan de slag kunnen met Open Kaart omhet werkplezier van hun werknemers te verhogen.GastouderopvangHet aantal voorzieningen voor gastouderopvang neemt al jaren af. Uit delaatste kwartaalrapportage kinderopvang blijkt dat het aantal voorzie-ningen voor gastouderopvang is gedaald tot onder de 18.000.17 Om meerzicht te krijgen op de redenen van uitstroom onder gastouders, wil ik hiereen onderzoek naar laten uitvoeren. Op basis van de resultaten van ditonderzoek, kan ik eventueel gerichte acties ondernemen om dezeuitstroom tegen te gaan. Ik verwacht dat ik uw Kamer begin 2025 kaninformeren over de bevindingen.Verder heb ik eind 2023 gemeenten via de SZW-nieuwsbrief geïnformeerdover signalen die ik ontvang over gemeenten die hoge leges heffen voorgastouders. Ik heb de gemeenten met de hoogste legestarieven nogmaalsaangeschreven en verzocht om bij het vaststellen van het tarief rekeningte houden met de mogelijke financiële drempels voor (potentiële)gastouders en deze zo veel mogelijk weg te nemen.Pijler 3: meer uren werken stimulerenContractuitbreidingen zorgen ervoor dat je met hetzelfde aantalmedewerkers meer werk kan doen. Hierdoor helpt dit bij het terugdringenvan de personeelstekorten. Bij deze pijler zet ik in op het stimuleren vanmedewerkers om meer uren te werken, onder meer door een aanpak vanHet Potentieel Pakken en de sector, het Nationaal Groeifonds-project«Meer uren werkt!» en combinatiebanen.17https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2023/10/25/kwartaalrapportages-kinderopvang-vanaf-2020.Figuur 1. Voorbeeld van vraagkaartTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 52911 Aanpak contractuitbreidingIk heb vorig jaar subsidie gegeven voor een «proeftuin» om contractuit-breiding in de kinderopvang te stimuleren. De resultaten van de proeftuinwaren veelbelovend. 1 op de 5 medewerkers die meededen aan hetonderzoek ging meer uren werken, gemiddeld 5,4 uur per week extra.Bijvoorbeeld om meer geld te verdienen, meer ontwikkelkansen te krijgenen meer te kunnen doen voor de kinderen op de groep. Deze mooieresultaten laten zien dat het potentieel van meer uren werken te verwe-zenlijken is. De resultaten komen overeen met het vooronderzoek vanKinderopvang werkt!, waaruit bleek dat 1 op de 5 medewerkers in dekinderdagopvang en zelfs 1 op de 3 in de buitenschoolse opvang, meeruren zou willen werken. Als de mensen die dat willen meer uren zoudengaan werken, zou dat veel positiefs kunnen betekenen voor hetpersoneelstekort en de medewerkers zelf.Met de kennis en ervaringen van de proeftuin hebben Stichting HetPotentieel Pakken en Kinderopvang werkt! een aanpak voor de kinder-opvang ontwikkeld in de vorm van een routekaart met stappenplan. Ik benverheugd dat kinderopvangorganisaties met behulp van deze aanpak aande slag kunnen om het gesprek over contractuitbreiding te voeren methun medewerkers.Kinderopvang werkt! voert onderzoek uit naar de ervaringen vanzeventien kinderopvangorganisaties die met deze aanpak aan de slag zijngegaan. Op basis hiervan zal Kinderopvang werkt! bezien of en zo ja,welke vervolgacties nodig zijn.Ook gaat dit jaar het Nationaal Groeifondsproject «Meer uren werkt!» vanstart, onder meer in de kinderopvang. Dit project heeft als doel om hetaantal gewerkte uren in Nederland te verhogen, door zichtbare enonzichtbare drempels weg te nemen in de sociale omgeving, bijwerkgevers en bij deeltijders zelf. Dit kan resulteren een structureel hogerbbp, betere kwaliteit van maatschappelijke sectoren en meer economischzelfstandige burgers. Het programma kent een integrale aanpak over eenlangere termijn, met aandacht voor verschillende groepen deeltijders. Dekinderopvang is een van de sectoren die aan de slag gaat metinterventies.4. Conclusie In deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de laatste stand vanzaken op de cijfers en belangrijkste acties op gebied van de arbeidsmarktkinderopvang. In de bijlage geef ik een overzicht van alle andere maatre-gelen die de sector en ik nemen.Samen met de sector zal ik mij blijven inzetten om de personeelstekortenin de kinderopvang te verminderen. Ik vind het zeer belangrijk datpedagogisch professionals met genoeg collega’s en plezier in dekinderopvang blijven werken, nu en in de toekomst. Zo kunnen ookouders met jonge kinderen (blijven) werken. In een tijd van krapte op dearbeidsmarkt maakt dit de kinderopvang van nog grotere maatschappe-lijke waarde.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van GennipTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 52912 OVERIGE ACTIESPijler 1: nieuwe medewerkers aantrekkenBeroepskrachten-in-opleidingZoals gemeld in mijn brief van 20 maart 2024,18 verleng ik de maatregelom tijdelijk meer beroepskrachten-in-opleiding (BIO) formatief in tekunnen zetten met twee jaar. Deze maatregel loopt tot 1 juli 2026,vanwege aanhoudende personeelstekorten. Sinds 1 januari 2022 kunnenkinderopvangorganisaties tijdelijk meer BIO’s formatief inzetten. Daardoorkan tijdelijk 50 procent (in plaats van 33 procent) van de formatie op eenkindercentrum uit BIO’s bestaan. Door de maatregel hebben kinderop-vangorganisaties meer mogelijkheden om hun personeelsplanning rondte krijgen. Als voorwaarde geldt nu dat de betrokkenen vooraf instemmenmet het begeleidingsplan van de BIO. Ik houd de gevolgen van dezemaatregel in de gaten.ArbeidsmarktcampagneKinderopvang werkt! is dit jaar met een nieuwe arbeidsmarktcampagnegestart: «Kleine stappen, grote dromen». Deze campagne richt zich ondermeer op het aantrekken van studenten, herintreders, zij-instromers enmbo-2 afgestudeerden. Doelgroepen voor wie de kinderopvang nu nogniet genoeg in beeld is als potentiële werkgever. Het doel van decampagne is om de instroom van nieuwe medewerkers te vergroten.Daarnaast moet de campagne leiden tot een beter begrip van de inhouden waarde van het werk in de kinderopvang. De campagne van deafgelopen jaren, «Kinderopvang dankzij jou», was succesvol in het creërenvan een positief beeld van werken in de kinderopvang. Hier heb iksubsidie voor verleend. De nieuwe campagne zal, net als voorgaandejaren, online en offline content voortbrengen die gericht is op deverschillende doelgroepen, met als belangrijkste doel om de instroom tevergroten.KandidatenreisKinderopvang werkt! heeft onderzoek gedaan naar de zogenaamde«kandidatenreis». Dit onderzoek biedt inzicht in beweegredenen,ervaringen en verwachtingen van jonge reguliere kandidaten enzij-instromers die gaan werken in de kinderopvang. Zulk inzicht maakt hetmogelijk gerichter actie te ondernemen om meer mensen te interesserenvoor het werk in de kinderopvang. Voor het onderzoek zijn focusgroepengehouden en een kwantitatieve peiling onder 1015 werkenden. Ik hebhiervoor subsidie toegekend aan Kinderopvang werkt!.Uit het onderzoek blijkt dat mensen vaak kiezen voor de kinderopvangvanuit een intrinsieke motivatie. Zij willen graag met kinderen werken eniets bijdragen aan de maatschappij. Wel zien sommige kandidaten deopleiding of werken in kinderopvang als een opstap naar een volgendestudie of baan. De aanbeveling van het onderzoek is daarom om teaccepteren dat werken in kinderopvang ook een tijdelijk traject kan zijn endeze kandidaten (tijdelijk) te behouden. Zeker jongere generaties en dehbo+-doelgroep vinden het belangrijk dat ze kunnen doorgroeien. Hetrapport beveelt daarom aan om kandidaten duidelijkheid te bieden overdoorgroeimogelijkheden. Deze bevindingen sluiten aan op het initiatiefvan mijn ministerie om ontwikkelpaden vorm te geven voor verschillende18Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 525.BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 52913 sectoren. Het sectorale Ontwikkelpad voor de kinderopvang is als eerstegepubliceerd in november 2023 (zie paragraaf 2 van de brief).Ook komt uit het onderzoek dat het imago van kinderopvang eenzijdig is.Het beeld van het werk komt vaak niet overeen met de werkelijkheid, maarwordt sterk bepaald door het verzorgende aspect van het werk. Bovendienassociëren velen kinderopvang met hard werken voor een laag loon engebrek aan ontwikkel- en doorgroeimogelijkheden. Arbeidsmarktcam-pagnes blijven daarom van belang.Verder zien pedagogisch professionals huishoudelijke taken als eenbelasting. Dit zorgt voor een hogere werkdruk. Ook houden zij door dezetaken minder tijd over voor de aandacht aan de kinderen. Mijn aanko-mende subsidieregeling voor groepshulpen biedt hiervoor een oplossing(zie paragraaf 2 van de brief). Door de inzet van groepshulpen hebbenpedagogisch professionals meer tijd voor de kinderen en wordt hunwerkdruk lager.Voorschoolse educatieEind oktober vorig jaar heeft de Minister voor Primair en VoortgezetOnderwijs uw Kamer geïnformeerd over maatregelen die zij verkent omtekorten in de voorschoolse educatie (VE) tegen te gaan.19De Minister voor PVO noemt in haar brief onder meer dat zij eenverkenning start naar het (tijdelijk) formatief inzetbaar maken vanberoepskrachten-in-opleiding in de VE. Nu kunnen in de VE enkelberoepskrachten worden ingezet die hun gehele opleiding en eenVE-specialisatie hebben afgerond. Door, net als in de reguliere kinder-opvang, beroepskrachten-in-opleiding formatief inzetbaar te maken,kunnen we tekorten op VE-groepen invullen. En kunnen beroepskrachten-in-opleiding al lerende het vak in de praktijk toepassen en bijdragen aande ontwikkeling van peuters.Uit onderzoek van Berenschot blijkt dat ook in de VE er personeelste-korten zijn.20 Bij publicatie in juni 2023 gaf bijna een derde (30 procent)van de kinderopvangorganisaties aan een personeelstekort te hebben bijde uitvoering van VE. Gezien het belang van VE voor de ontwikkeling vanpeuters met een taalachterstand, is het essentieel dat er voldoendemedewerkers op de VE-groep kunnen werken.Pijler 2: huidige medewerkers behoudenHerijking kwaliteitseisenNaar aanleiding van de evaluatie van de Wet innovatie en kwaliteitkinderopvang, is het traject herijking kwaliteitseisen kinderopvang gestart.Hierin kijk ik hoe met behoud van hoge kwaliteit, bepaalde eisen kunnenworden aangepast. Dit zijn eisen die bijvoorbeeld voor onnodige werkdrukof administratie zorgen.Zoals gemeld in mijn brief van 10 juli 2023,21 wijzigt op 1 juli 2024 hetvolgende:•Kinderdagopvang: de mogelijkheid om een beroepskracht-in-opleiding(BIO) als vaste beroepskracht aan kinderen toe te wijzen;19Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 27 020, nr. 119.20Bijlage bij brief van voetnoot 20.21Kamerstukken II, vergaderjaar 2022–2023, 31 322, nr. 508.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 52914 •BSO: (1) de mogelijkheid om andersgekwalificeerde beroepskrachtenformatief in te zetten, (2) het berekenen van de beroepskracht-kindratioop kindercentrumniveau in plaats van op groepsniveau en (3) eenvereenvoudiging van kindercentrum-overstijgend opvangen tijdensschoolvrije dagen.Taaleis 3F NederlandsDe taaleis 3F Nederlands is belangrijk en gaat zoals aangekondigd geldenper 1 januari 2025. Wel vinden onderstaande twee aanpassingen plaats,om medewerkers waar mogelijk te behouden. Uw Kamer is hier recentover geïnformeerd in de Verzamelbrief kwaliteit en veiligheid kinder-opvang.22•Er komt een uitzondering voor beroepskrachten in de buitenschoolseopvang (bso). Voor hen wordt minimaal taalniveau 2F vereist;•Er komt een beperkte en tijdelijke uitzondering voor beroepskrachtendie de pensioengerechtigde leeftijd naderen. Dit wordt een uitzonde-ring voor drie jaar, voor beroepskrachten van 60 jaar of ouder.23Verder maak ik een uitzondering voor beroepskrachten die uitsluitend eenandere voertaal spreken met de kinderen. Zij hoeven niet aan de Neder-landse taaleis te voldoen. Deze beroepskrachten zijn werkzaam in demeertalige kinderopvang, gedeeltelijk Friestalige kinderopvang ofanderstalige kinderopvang24.Professionele zeggenschapIk vind goed en aantrekkelijk werkgeverschap van groot belang.25 Eenbelangrijk aspect van goed en aantrekkelijk werkgeverschap is professi-onele zeggenschap: hoe zorg je ervoor dat personeel daadwerkelijkinspraak en invloed kan hebben op zaken die hun beroep raken? Ik benvan mening dat het vergroten van professioneel werkgeverschap kanbijdragen aan het behoud van personeel voor de sector. Het onderwerpstaat nog in de kinderschoenen in de kinderopvangsector. Ik ben dan ookverheugd dat PPINK, de beroepsvereniging voor pedagogisch professi-onals, dit thema oppakt.Samen met PPINK heb ik sessies georganiseerd, waarin we onder anderepedagogisch coaches hebben gesproken over hoe professioneel zeggen-schap binnen hun organisatie vorm krijgt. Een belangrijk aspect daarbij ishet centraal stellen en zo optimaal mogelijk ondersteunen van depedagogisch professioneel. Zij bepalen immers voor een groot deel dekwaliteit van de kinderopvang. Dat kan een kinderopvangorganisatie doendoor het creëren van een open cultuur waar daadwerkelijk wordtgeluisterd naar de inbreng van een pedagogisch professional. Verderhelpt het ook om de lijntjes kort te houden zodat pedagogisch professi-onals makkelijk naar hun leidinggevende kunnen stappen. Ook kiezensommige kinderopvangorganisaties ervoor om de betrokkenheid vanpedagogisch professionals binnen de organisatie te formaliseren door eenpersoneelsvertegenwoordiging. Op deze wijze komen de belangen en dewensen van pedagogisch professionals op frequente basis aan bod. Ik blijfde komende tijd met de sector in gesprek over het versterken vanprofessioneel zeggenschap.22Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 525.23Op peildatum 31-12-2024 (oftewel: geboren op of vóór 31-12-1964).24Anderstalige kinderopvang: waarbij de herkomst van kinderen in specifieke omstandighedennoodzaakt om naast Nederlands mede een andere voertaal aan te bieden.25Voor verdere toelichting: Voortgangsbrief over het werkprogramma PNIL, die uw Kamer injanuari 2024 heeft ontvangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 52915 Hiermee voer ik de motie van Uw Kamer uit, die het kabinet oproept omsamen met de sector te onderzoeken hoe professionele zeggenschap in dekinderopvang vorm te geven als onderdeel van modern werkgever-schap.26Subsidie duurzame inzetbaarheidMijn ministerie heeft Kinderopvang werkt! MDIEU-subsidie toegekend omde duurzame inzetbaarheid van medewerkers te verbeteren. Zo is er metbehulp van die subsidie al onderzoek gedaan naar het terugdringen vanhet ziekteverzuim27 en het behouden van medewerkers in verschillendeleeftijdscategorieën28. Ook heeft Kinderopvang werkt! ingezet op hetverbeteren van de relatie tussen leidinggevenden en medewerkers viaintervisietrajecten en trainingen voor leidinggevenden. Een betere relatietussen leidinggevende en medewerker draagt bij aan een positievewerkbeleving. Verdere subsidieactiviteiten tot aan medio 2024 zullen zichmet name richten op Het Goede Gesprek voor werkgevers enwerknemers, bijvoorbeeld over ontwikkeling, mobiliteit, werkdruk en decao. Ik vind het voeren van zulke gesprekken van belangrijk en moedigdeze activiteiten aan.Pijler 3: meer uren werken stimulerenCombinatiebanenBij een combinatiebaan combineert iemand twee banen, bijvoorbeeldpedagogisch professional op de bso in de middag en onderwijsassistentop de basisschool tijdens schooltijd. Combinaties van banen zijn mogelijkbinnen en buiten de kinderopvangsector. Deze combinatiebanen biedenmedewerkers mogelijkheden voor doorgroei en contractuitbreiding. Eind2023 heeft Kinderopvang werkt! visuals uitgewerkt van vier persona’s vanmedewerkers die uiteenlopende behoeften en motivaties hebben voor eencombinatiebaan.29 Hier heb ik subsidie voor gegeven. Deze visuals vanpersona’s ondersteunen het gesprek tussen werkgevers en werknemersover de verschillende mogelijkheden voor combinatiebanenBij combinatiebanen tussen kinderopvang en onderwijs loopt menregelmatig aan tegen de btw-afdracht bij uitleen van personeel. Eindmaart hebben mijn ministerie en het Ministerie van OCW een geactuali-seerde handreiking over dit onderwerp gepubliceerd.30 De handreikingbiedt samenwerkende kinderopvangorganisaties en onderwijsinstellingenhandvatten om de uitleen van hun personeel goed vorm te geven.Betere spreiding van de werkweekMijn ministerie heeft met het Ministerie van BZK gesproken over eenbetere spreiding van de werkweek binnen het Rijk, de grootste werkgevervan Nederland. Betere spreiding heeft maatschappelijke voordelen, zoalshet verminderen van druk in andere sectoren, bijvoorbeeld het openbaarvervoer. Wanneer een beperkt aantal ambtenaren (8 tot 10 procent) eenkantoordag op dinsdag of donderdag wisselt naar een woensdag of26Kamerstukken II, Vergaderjaar 2023/24, 36 393, nr. 10.27https://www.kinderopvang-werkt.nl/werkgevers/hoe-kan-het-werkgerelateerd-verzuim-kinderopvang-omlaag.28https://www.kinderopvang-werkt.nl/werkgevers/werken-tot-pensioen-kinderopvang-niet-vanzelfsprekend.29https://www.kinderopvang-werkt.nl/combinatiebanen.30https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/08/08/handreiking-btw-in-de-samenwerking-tussen-onderwijs-en-kinderopvang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 52916 vrijdag, vlakt de ergste piek af. Deze afvlakking leidt tevens tot meerefficiënt en duurzaam gebruik van kantoorgebouwen.Aan het huidige patroon van de werkweek liggen maatschappelijkepatronen en individuele voorkeuren ten grondslag, die lastig tebeïnvloeden zijn als werkgever. Bijvoorbeeld onderwijstijden en deeltijd-werken. Net als in de private sector, geven organisaties binnen het Rijkaan dat ze mogelijk de vrijheid van medewerkers inperken als ze sturen opspreiding. De krappe arbeidsmarkt maakt dit extra lastig. Werkgeverskunnen medewerkers echter ook verleiden om de piekdagen te vermijden.BZK blijft een betere spreiding over de werkweek stimuleren. Zo experi-menteert BZK, in het kader van de CAO Rijk, met pilots om het voormedewerkers aantrekkelijker te maken om op woensdag en vrijdagen naarkantoor te komen. Sommige organisaties hebben afspraken gemaakt omteambijeenkomsten op rustige dagen te plannen. Ook zet BZK in op hetbevorderen van het gesprek over een betere spreiding, bijvoorbeeld insollicitatiegesprekken. BZK heeft onder andere een handleidingbeschikbaar gesteld.31Ik kom hiermee mijn eerdere toezegging aan uw Kamer na dat ik in eenvolgende brief zou ingaan op het werken tijdens daluren bij deRijksoverheid.3231https://watwerktvooronsrijk.nl/toolkit.32Toezegging uit het wetgevingsoverleg Wijziging van de Wet kinderopvang vanwege eenstructurele regeling voor meertalige dagopvang TZ202310-122. (Kamerstuk 36 393, nr. 12).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 52917
Gerelateerde bronnen
- De minister komt, na de hoofdlijnenbrief, terug op de vraag van het lid Van den Hil (VVD) over professioneel zeggenschap in de kinderopvang.
De minister komt, na de hoofdlijnenbrief, terug op de vraag van het lid Van den Hil (VVD) over professioneel zeggenschap in de kinderopvang.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.