Voortgangsbrief marktonderzoek paramedische zorg
Brontekst
Versie a123d0cc1fb08c10 · officiële bron33578 Eerstelijnszorg Nr. 194 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 22 september 2026 Op 15 september 2026 heeft het kabinet van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de definitieve eindrapportages van de marktonderzoeken voor de eerstelijns ergotherapie en logopedie ontvangen. De resultaten laten zien dat de toegankelijkheid in deze sectoren onder druk staat en dat zonder aanvullende maatregelen dit zal verslechteren. Tegelijkertijd komt naar voren dat er meer inzicht nodig is in deze sectoren om de problemen echt scherp te krijgen en te komen met passende oplossingen. Met deze brief reageert het kabinet op de onderzoeken van de NZa en wordt toegelicht hoe het kabinet opvolging geeft aan de aanbevelingen uit de onderzoeken om te voorkomen dat de toegankelijkheid van deze sectoren verder onder druk komt te staan. Het is de ambitie van het kabinet om de gezondste generatie ooit te creëren, met passende zorg die nu én in de toekomst beschikbaar is en waar passende ondersteuning dicht bij huis georganiseerd kan worden. Hier zet het kabinet op in met haar beleidsagenda, met de afspraken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord en de Visie Versterking Eerstelijnszorg 2030. Daarbinnen werkt het kabinet aan het versterken van de eerstelijnszorg, waarbij ergotherapie en logopedie een belangrijke rol spelen. Ergotherapie helpt mensen om dagelijkse activiteiten en maatschappelijke participatie zo zelfstandig mogelijk te blijven uitvoeren. Zo kan een ergotherapeut iemand na een ziekte of aandoening helpen om dagelijkse handelingen, zoals wassen, aankleden en koken, weer zelfstandig uit te voeren, al dan niet met inzet van hulpmiddelen of aanpassingen. Logopedie draagt bij aan het kunnen communiceren, eten en drinken en daarmee aan het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven. Zo kan logopedie bijvoorbeeld mensen met slikproblemen helpen om weer veilig te kunnen eten en drinken en helpt het kinderen bij de ontwikkeling van spraak en taal. Ondanks het kleine aandeel van deze sectoren in de landelijke zorguitgaven, kunnen zij een grote impact hebben door het voorkomen van zwaardere zorg en het bevorderen van zelfredzaamheid. Het is belangrijk dat de ergotherapeuten en logopedisten nu en in de toekomst passende zorg goed kunnen leveren. Naar aanleiding van signalen over problemen in de paramedische sector[voetnoot 1] heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de NZa gevraagd onderzoek te doen naar het functioneren van de markt van de paramedische zorg, met in het bijzonder aandacht voor de toegankelijkheid nu en in de toekomst. In totaal gaat het om vijf marktonderzoeken. Het marktonderzoek voor de sector fysiotherapie is afgerond en eerder gedeeld met de Kamer.[voetnoot 2] De marktonderzoeken waarop in deze brief een reactie wordt aangeboden, richten zich op de ergotherapie en logopedie. In het voorjaar van 2027 volgen de marktonderzoeken voor de diëtetiek en oefentherapie. Leeswijzer Eerst worden de belangrijkste resultaten uit de rapporten over logopedie en ergotherapie beschreven en geeft het kabinet een reactie op beide onderzoeken. Vervolgens wordt geschetst welke vervolgstappen worden genomen. Tot slot wordt beschreven hoe de NZa de komende periode het marktonderzoek voor de diëtetiek en oefentherapie vervolgt en wanneer het kabinet reageert. Samenvatting marktonderzoeken ergotherapie en logopedie De NZa heeft onderzoek gedaan naar de werking van de markten voor logopedie en ergotherapie. Uit beide onderzoeken komt een vergelijkbaar beeld naar voren. De vraag naar beide vormen van zorg is de afgelopen jaren toegenomen en zal naar verwachting verder groeien, terwijl het zorgaanbod onvoldoende meegroeit. De groeiende zorgvraag wordt onder meer veroorzaakt door vergrijzing, het langer zelfstandig thuis wonen en bij logopedie specifiek door meer kennis over taalontwikkelingsstoornissen. Tegelijkertijd staat de arbeidsmarkt in beide sectoren onder druk. In de ergotherapie is de zorgvraag tussen 2019 en 2024 met 42% toegenomen, terwijl het aantal ergotherapeuten een stijging van maar 11% liet zien. De zorgvraag bij de logopedie is ook gestegen met 7% in diezelfde periode, terwijl het aantal eerstelijnslogopedisten met 2% is gedaald. Langdurig openstaande vacatures wijzen op tekorten in de eerstelijns ergotherapie en logopedie. Het bepalen van de grootte van die tekorten is complex. De zorg door ergotherapeuten en logopedisten wordt namelijk zowel intramuraal, bijvoorbeeld in het verpleeghuis of als onderdeel van revalidatietrajecten, als extramuraal, onder andere in de eerste lijn of op school, geleverd. De verschillende financieringsstromen, zoals via de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg, dragen bij aan de complexiteit van deze sectoren. Op basis van de registratie van ergotherapeuten van Nivel bestaat een schatting van de verdeling naar hoofdwerkveld (intramuraal, extramuraal of onderwijs). Er bestaat echter geen capaciteitsraming voor deze sector, evenmin duidelijkheid over welke verdeling naar hoofdwerkveld wenselijk zou zijn. Wat betreft de logopedie toont een in het rapport aangehaalde capaciteitsraming van Nivel dat de huidige capaciteit van logopedisten 11% lager ligt dan de benodigde capaciteit voor de sector. De verwachting is dat dit tekort oploopt tot 14% in 2043. Deze raming baseert zich echter op de hele sector en niet specifiek op de eerstelijns logopedie. De NZa concludeert dat de toegankelijkheid van zowel eerstelijns logopedie als ergotherapie onder druk staat. Uit steekproeven van de NZa blijkt dat de Treeknorm van één week in respectievelijk 63,4% (logopedie) en 77,8% (ergotherapie) van de gevallen werd overschreden. In de logopedie betrof de wachttijd bij 46% van de respondenten twee tot zes maanden en bij 21% zeven tot twaalf maanden. In de ergotherapie liggen de meeste wachtlijsten tussen de twee weken en zes maanden. De steekproeven geven een indicatie van de wachttijden, maar duidelijk landelijk inzicht ontbreekt. De NZa constateert dat dit komt doordat wachtlijsten niet uniform worden geregistreerd en patiënten beperkt gebruikmaken van wachtlijstbemiddeling van zorgverzekeraars. Daarnaast signaleert de NZa in beide onderzoeken knelpunten in de organisatie, de contractering en de randvoorwaarden waarbinnen professionals werken. Beide sectoren bestaan grotendeels uit kleinschalige praktijken en zelfstandig werkende professionals. Zorgverzekeraars geven aan dat zij door het grote aantal zorgaanbieders niet met iedere aanbieder in gesprek kunnen gaan over tarieven. Door de kleinschaligheid komen ook regionale samenwerking, innovatie en het doelmatig inzetten van capaciteit moeilijk van de grond. Zorgaanbieders ervaren daarnaast beperkte ruimte om over contractvoorwaarden en tarieven te onderhandelen. De NZa constateert dat er onvoldoende gebruik wordt gemaakt van de ruimte binnen de huidige bekostiging voor activiteiten die bijdragen aan passende zorg, zoals samenwerking, preventie en innovatie. De NZa geeft aan dat de beschikbare data om een conclusie te trekken over de financiële positie voor beide sectoren beperkt is. Zo ontbreekt informatie over de liquiditeit van aanbieders en onttrekkingen uit het vermogen. Dit komt, onder andere, doordat een groot deel van de zorgaanbieders in deze sectoren solisten, zzp’ers of microaanbieders zijn. Voor deze doelgroep geldt een uitzondering op of een lichtere jaarverantwoordingsplicht, waardoor inzicht in hun financiële positie beperkt is. De NZa heeft door het ontbreken van deze cijfers geen inzicht in de financiële gezondheid van de zorgaanbieders. Hiermee wordt het belang van transparantie in de zorg, ook voor zorgaanbieders, bevestigd. De NZa concludeert aan de hand van trends in de zorgvraag en het aantal zorgverleners, evenals voorspellingen van de toekomstige zorgvraag op basis van berekeningen van het RIVM, dat zonder aanvullende maatregelen de druk op de toegankelijkheid van beide vormen van zorg de komende jaren verder zal toenemen. De NZa benoemt daarom voor beide sectoren vier samenhangende handelingsperspectieven waarbinnen concrete maatregelen uitgewerkt kunnen worden op basis van meer inzicht: Structurele monitoring van indicatoren die van invloed zijn op de toegankelijkheid, zoals ontwikkelingen in vraag en aanbod, wachttijden, de arbeidsmarkt en de financiële positie van zorgaanbieders. Inzetten op innovatie en samenwerking, door het versterken van de organisatiegraad, het benutten van de mogelijkheden binnen de bekostiging om innovatie en samenwerking te ondersteunen en het stimuleren van samenwerking tussen zorgverleners, zodat beschikbare capaciteit doelmatiger en efficiënter wordt ingezet. Een doelmatige inzet van beschikbare capaciteit door het benutten van zorgbemiddeling en meer inzicht in en prioriteren van de schaarse capaciteit. Vergroting van de aantrekkelijkheid van het beroep, onder andere door aandacht voor arbeidsvoorwaarden, opleidingscapaciteit en het behoud van professionals. Beleidsreactie Het kabinet dankt de NZa voor de uitgevoerde marktonderzoeken naar de ergotherapie en logopedie. De sectoren ergotherapie en logopedie staan voor dezelfde opgave: de zorgvraag groeit sneller dan de beschikbare capaciteit. Dit zet de toegankelijkheid nu onder druk en zal zonder aanvullende maatregelen verslechteren. Tegelijkertijd werkt de NZa momenteel aan de laatste twee deelonderzoeken (diëtetiek en oefentherapie) binnen het marktonderzoek paramedische zorg. Het kabinet wil de uitkomsten van de verschillende marktonderzoeken in samenhang bezien en deze gebruiken om te komen tot een beleidsmatige koers voor de brede paramedische zorg. Voor ergotherapie en logopedie kiest het kabinet ervoor om alvast actie te ondernemen gericht op deze specifieke sectoren, vanwege de acute problemen in de toegankelijkheid. Allereerst wordt gestart met het concretiseren van oplossingen om de acute toegankelijkheidsproblematiek aan te pakken. Ook worden de problemen waarbij inzicht ontbreekt geobjectiveerd, zodat duidelijk wordt wat er nodig is om deze sectoren, als onderdeel van de paramedische zorg, toekomstbestendig te maken. Sectorspecifieke inzet Het kabinet zet in op een gezamenlijke aanpak voor het beter aansluiten van vraag en aanbod en het doelmatig benutten van beschikbare capaciteit. In die aanpak staat de patiënt centraal en heeft iedere partij nadrukkelijk een eigen verantwoordelijkheid om bij te dragen aan deze opgave. Het kabinet heeft met zorgaanbieders en zorgverzekeraars afgesproken dat zij binnen twee maanden een werkagenda logopedie en een werkagenda ergotherapie opstellen met concrete acties per handelingsperspectief op basis van de aanbevelingen in de rapporten van de NZa. Het ministerie van VWS kan de gesprekken tussen deze partijen faciliteren en de NZa, op onderwerpen waar dat nodig is, hierbij betrekken. In de werkagenda verwacht het kabinet in ieder geval afspraken over het verkrijgen van inzicht in de wachtlijsten en financiële positie van de sectoren, het stimuleren van innovatie en het verbeteren van de organisatiegraad en regionale samenwerking. Daarnaast is afgesproken dat zorgverzekeraars actief gaan inzetten op zorgbemiddeling. Zorgaanbieders nemen het voortouw in het aantrekkelijker maken van de beroepen en het verbeteren van de organisatiegraad binnen hun eigen organisaties. Het ministerie van VWS ondersteunt de ontwikkeling van de paramedische zorg, waaronder de logopedie en ergotherapie als onderdeel van een versterkte eerste lijn. Per 1 januari 2027 wordt de bekostiging van de Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden (RESV) geregeld via de Zorgverzekeringswet. Via deze bekostiging contracteren zorgverzekeraars de RESV en hechte wijkverbanden. Het kabinet verwacht van zorgverzekeraars dat de mogelijkheid die binnen deze bekostigingstitel bestaat om ook monodisciplinaire organisatie te stimuleren daadwerkelijk wordt gebruikt. Daarnaast financiert het ministerie van VWS ZonMw-onderzoeksprogramma’s gericht op passende zorg en op samenwerking en innovatie in de paramedie. Ook wordt subsidie verstrekt voor gegevensuitwisseling die bijdraagt aan de optimalisatie van de organisatiegraad in de paramedie. Vervolg marktonderzoek paramedische zorg De NZa is inmiddels gestart met de marktonderzoeken voor de sectoren diëtetiek en oefentherapie. Zij beoogt deze onderzoeken in het voorjaar van 2027 op te leveren. De resultaten worden met de Tweede Kamer gedeeld. Met de afronding van deze onderzoeken ontstaat een integraal beeld van de ontwikkelingen en knelpunten binnen de verschillende paramedische sectoren. Het kabinet zal de uitkomsten van de onderzoeken in samenhang bezien bij de verdere ontwikkeling van het beleid voor de paramedische zorg en de Kamer hierover informeren. Tot slot Ergotherapie en logopedie vormen een belangrijk onderdeel van de eerste lijn die bij kan dragen aan gezondheid en het voorkomen van zwaardere zorg. De NZa marktonderzoeken laten zien dat zonder maatregelen het aanbod niet in de stijgende vraag zal kunnen voorzien en identificeren maatregelen die verbetering kunnen brengen. Dit vergt goede afspraken tussen aanbieders en verzekeraars die ieder een rol spelen in deze maatregelen. Het kabinet doet dan ook een beroep op zorgaanbieders en zorgverzekeraars om samen in te zetten op de toekomstbestendigheid van de ergotherapie en logopedie, met de patiënt centraal. Zij dragen hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De concretisering van deze handelingsperspectieven tot acties in twee werkagenda’s is de eerste stap in het oppakken van ieders verantwoordelijkheid. Het ministerie van VWS organiseert de gesprekken tussen de betrokken partijen, stimuleert het veld met de ZonMw-programma’s en de subsidie gegevensuitwisseling en zet samen met alle veldpartijen de implementatie van de Visie Versterking Eerstelijnszorg onverkort door. Rond de jaarwisseling informeert het kabinet de Kamer over de gemaakte afspraken. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans Met paramedische zorg wordt hier bedoeld fysiotherapie, oefentherapie, ergotherapie, logopedie, diëtetiek en huidtherapie. Dat sluit aan bij de breedte van het eerdere kostprijsonderzoek dat Gupta Strategists in 2018 heeft uitgevoerd in opdracht van de beroepsgroepen en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Huidtherapie wordt niet meegenomen in het marktonderzoek, aangezien deze sector is uitgezonderd van prestatie- en tariefregulering op basis van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg. Kamerstukken II, 2025/26, 33 578, nr. 170
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.